<OfficielePublicatie schemaversie="1.2.0" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/lvbb/stop/uitlevering/">
  <ExpressionIdentificatie xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
    <FRBRWork>/akn/nl/officialGazette/prb/2026/8332</FRBRWork>
    <FRBRExpression>/akn/nl/officialGazette/prb/2026/8332/nld@2026-05-15</FRBRExpression>
    <soortWork>/join/id/stop/work_015</soortWork>
  </ExpressionIdentificatie>
  <OfficielePublicatieVersieMetadata xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
    <gepubliceerdOp>2026-05-15</gepubliceerdOp>
  </OfficielePublicatieVersieMetadata>
  <OfficielePublicatieMetadata xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
    <heeftCiteertitelInformatie>
      <CiteertitelInformatie>
	<citeertitel>Tweede wijziging Voorbereidingsbesluit inwerkingtreding Omgevingswet Noord-Brabant</citeertitel>
	<isOfficieel>true</isOfficieel>
      </CiteertitelInformatie>
    </heeftCiteertitelInformatie>
    <eindverantwoordelijke>/tooi/id/provincie/pv30</eindverantwoordelijke>
    <jaargang>2026</jaargang>
    <maker>/tooi/id/provincie/pv30</maker>
    <officieleTitel>Tweede wijziging Voorbereidingsbesluit inwerkingtreding Omgevingswet Noord-Brabant</officieleTitel>
    <ondertekendOp>2026-02-24</ondertekendOp>
    <onderwerpen>
      <onderwerp>/tooi/def/concept/c_7ce8a10c</onderwerp>
      <onderwerp>/tooi/def/concept/c_8b081a63</onderwerp>
      <onderwerp>/tooi/def/concept/c_989e37d9</onderwerp>
      <onderwerp>/tooi/def/concept/c_cfc7d5ab</onderwerp>
      <onderwerp>/tooi/def/concept/c_389a72e6</onderwerp>
    </onderwerpen>
    <publicatieIdentifier>prb-2026-8332</publicatieIdentifier>
    <publicatienaam>Provinciaal blad 2026, 8332</publicatienaam>
    <publicatieblad>/tooi/def/concept/c_bdc265d5</publicatieblad>
    <publicatienummer>8332</publicatienummer>
    <publiceert>/akn/nl/bill/pv30/2026/bundellevering_20260513_1656/nld@2026-05-15;1</publiceert>
    <soortProcedure>/join/id/stop/proceduretype_definitief</soortProcedure>
    <rechtsgebieden>
      <rechtsgebied>/tooi/def/concept/c_638d8062</rechtsgebied>
      <rechtsgebied>/tooi/def/concept/c_8ad05f6d</rechtsgebied>
    </rechtsgebieden>
    <uitgever>/tooi/id/provincie/pv30</uitgever>
    <soortPublicatie>/join/id/stop/soortpublicatie_001</soortPublicatie>
  </OfficielePublicatieMetadata>
  <OfficielePublicatie xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
    <Provinciaalblad>
      <Bladaanduiding>
	<Titelregel>Provinciaal blad</Titelregel>
	<Titelregel>Officiële uitgave van de provincie Noord-Brabant</Titelregel>
      </Bladaanduiding>
      <BesluitCompact schemaversie="1.2.0">
	<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
	  <Al>Tweede wijziging Voorbereidingsbesluit inwerkingtreding Omgevingswet Noord-Brabant</Al>
	</RegelingOpschrift>
	<Aanhef wId="formula_1" eId="formula_1">
	  <Al>Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;</Al>
	  <Al>Gelet op artikel 4.16 van de Omgevingswet, de Provinciewet en de Algemene wet bestuursrecht, alsmede de op voorgaande wetten gebaseerde uitvoeringsregelgeving;</Al>
	  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_74fb219e46be4754b011d05a066d9e66__list_o_1" eId="formula_1__list_o_1">
	    <Lijstaanhef>Overwegende dat</Lijstaanhef>
	    <Li wId="pv30_05be16bd128942e4b02badd928486765__list_o_1__item_o_1" eId="formula_1__list_o_1__item_1">
	      <LiNummer>1.</LiNummer>
	      <Al>op 12 december 2025 de tweede regelwijziging van de Omgevingsverordening is vastgesteld;</Al>
	    </Li>
	    <Li wId="pv30_a6c8062cfc1a41d49f687d5c87105805__list_o_1__item_o_2" eId="formula_1__list_o_1__item_2">
	      <LiNummer>2.</LiNummer>
	      <Al>het wenselijk is dat de voorbeschermingsregels die in het omgevingsplan van gemeenten zijn geplaatst, een gelijke strekking hebben als de regels die daarover in de Omgevingsverordening Noord-Brabant staan;</Al>
	    </Li>
	    <Li wId="pv30_c62c26e03e604c8a9231eb31ef3f8ac6__list_o_1__item_o_3" eId="formula_1__list_o_1__item_3">
	      <LiNummer>3.</LiNummer>
	      <Al>Provinciale Staten bij besluit 43/25A van 12 december 2025 de bevoegdheid tot het vaststellen van voorbeschermingsregels hebben gedelegeerd aan Gedeputeerde Staten in het geval dit nodig is om de voorbeschermingsregels in overeenstemming te brengen met de Omgevingsverordening;</Al>
	    </Li>
	  </Lijst>
	  <Al>Besluiten:</Al>
	</Aanhef>
	<Lichaam wId="body" eId="body">
	  <WijzigArtikel wId="pv30_470ebd8555934e8986748a104c033a51__art_I" eId="art_I">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>I</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_A">bijlage A</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_16b491a0553b4c52b9674550ad320410__art_I" eId="art_II">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>II</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_B">bijlage B</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_491e33a02604471e88dacee5f88336de__art_I" eId="art_III">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>III</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_C">bijlage C</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_90a81c14542146feae41a404cb8be72a__art_I" eId="art_IV">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>IV</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_D">bijlage D</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_a2a78752664648d7a58aa2fd1c5edcd4__art_I" eId="art_V">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>V</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_E">bijlage E</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_3d9a264db97c4152b028d842ea741774__art_I" eId="art_VI">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>VI</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_F">bijlage F</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_11deb71f8c394e29b6a664fcc79ce510__art_I" eId="art_VII">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>VII</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_G">bijlage G</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_0989a4dbf4064c339da1f63f4a5f0893__art_I" eId="art_VIII">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>VIII</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_H">bijlage H</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_27edd5f7ac9643ec9cadaa9894566a28__art_I" eId="art_IX">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>IX</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_I">bijlage I</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_7daafb9e68ce4dafb9145bec29cb824d__art_I" eId="art_X">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>X</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_J">bijlage J</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_bd144e775b364106931a05f0fc1d48a2__art_I" eId="art_XI">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>XI</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_K">bijlage K</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_472d2460ece340c4ae9b5f2043ff0fef__art_I" eId="art_XII">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>XII</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_L">bijlage L</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_4e8c08b33cb94f77acd570c9da1e275e__art_I" eId="art_XIII">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>XIII</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_M">bijlage M</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_5441fc2f05ed4673ab74d6e55cfd11da__art_I" eId="art_XIV">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>XIV</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_N">bijlage N</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_2ecd17b54c784ce8bcf79d7947dba36f__art_I" eId="art_XV">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>XV</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_O">bijlage O</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_d5d03332cef64022a6d2edac798c10c4__art_I" eId="art_XVI">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>XVI</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_P">bijlage P</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_061773ef63584edd881ff7858f6289e2__art_I" eId="art_XVII">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>XVII</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_Q">bijlage Q</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_d21ca1c549fe48d8b6131a9c654818b1__art_I" eId="art_XVIII">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>XVIII</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_R">bijlage R</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_3759b2a950e8490ea8e619b9b489f97b__art_I" eId="art_XIX">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>XIX</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_S">bijlage S</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_025b0cd43b4e49f389533b7dce327d3a__art_I" eId="art_XX">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>XX</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_T">bijlage T</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_79f7e5f541454fb1bf9cf8a8771bd77b__art_I" eId="art_XXI">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>XXI</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_U">bijlage U</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_66e1831d15b442738383b9f707cc13eb__art_I" eId="art_XXII">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>XXII</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_V">bijlage V</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_16f5bf9e6adb4cdfa859a0809d308dfb__art_I" eId="art_XXIII">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>XXIII</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_W">bijlage W</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_d124b789b132420aaadc0c77d61e31d4__art_I" eId="art_XXIV">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>XXIV</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_X">bijlage X</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_9d2a7f6b2aa940729e9d18b27619b3aa__art_I" eId="art_XXV">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>XXV</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_Y">bijlage Y</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_b99d68cc7cba4aabbd277ade899e4714__art_I" eId="art_XXVI">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>XXVI</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_Z">bijlage Z</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_37359e3821344f48b60c3469c6f331fa__art_I" eId="art_XXVII">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>XXVII</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_AA">bijlage AA</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_a03d096353524d3e800af850cc34c793__art_I" eId="art_XXVIII">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>XXVIII</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_AB">bijlage AB</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_d0dd113a96704e85bde4aca1fc070a97__art_I" eId="art_XXIX">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>XXIX</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_AC">bijlage AC</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_e1e5482525e94ef49bad3872982cc50c__art_I" eId="art_XXX">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>XXX</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_AD">bijlage AD</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_43838cd5464940948b3c7bc90b7224a9__art_I" eId="art_XXXI">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>XXXI</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_AE">bijlage AE</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_6cd633ebaa4045c58a6282ca934356ef__art_I" eId="art_XXXII">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>XXXII</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_AF">bijlage AF</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_0ac71033f3564999ba92d39cbef86e94__art_I" eId="art_XXXIII">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>XXXIII</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_AG">bijlage AG</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_525e6b8d87864221bbb0c2c7ae9b8c71__art_I" eId="art_XXXIV">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>XXXIV</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_AH">bijlage AH</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_ad586da31e37450ba9bbfaa8d3488cbe__art_I" eId="art_XXXV">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>XXXV</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_AI">bijlage AI</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_8acadd903bd148198b2497b91d39ff92__art_I" eId="art_XXXVI">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>XXXVI</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_AJ">bijlage AJ</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_6f9c3b54d7ba4a4c8a02ae2ae8658308__art_I" eId="art_XXXVII">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>XXXVII</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_AK">bijlage AK</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_6e2f481f4dae45e9a0ab2149f0d04065__art_I" eId="art_XXXVIII">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>XXXVIII</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_AL">bijlage AL</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_8b13d654ee794a58a345260cf96f4d23__art_I" eId="art_XXXIX">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>XXXIX</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_AM">bijlage AM</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_941386b6029749978201308cab3ebd70__art_I" eId="art_XL">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>XL</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_AN">bijlage AN</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_e76a33e8622840ee852ea93958c757ae__art_I" eId="art_XLI">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>XLI</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_AO">bijlage AO</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_0e91491a9a0847029a9d4acb14a4c6aa__art_I" eId="art_XLII">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>XLII</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_AP">bijlage AP</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_b789f61022bf442ea1a74b1a42826417__art_I" eId="art_XLIII">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>XLIII</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_AQ">bijlage AQ</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_6a9c4279b49d4ae79f1355c98e21beec__art_I" eId="art_XLIV">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>XLIV</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_AR">bijlage AR</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_716ea3dae95f4f59ab11550dca1a8977__art_I" eId="art_XLV">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>XLV</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_AS">bijlage AS</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_80c537769ad64369ab1a4e82cdc3b8fb__art_I" eId="art_XLVI">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>XLVI</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_AT">bijlage AT</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_32ea79cc67ce4ecea7315a5edb06e200__art_I" eId="art_XLVII">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>XLVII</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_AU">bijlage AU</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_06807b48243c4e3e81b00b502340eeb1__art_I" eId="art_XLVIII">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>XLVIII</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_AV">bijlage AV</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_2e72ff40f5ff41b1a86d8a914dd63bd1__art_I" eId="art_XLIX">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>XLIX</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_AW">bijlage AW</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_66487fe6aa354bcaae0450ea50762be7__art_I" eId="art_L">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>L</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_AX">bijlage AX</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_8bbed63f6bc247bc8f47e50166d0d68d__art_I" eId="art_LI">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>LI</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_AY">bijlage AY</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_1960eb256b7446d4a1677f504eea1438__art_I" eId="art_LII">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>LII</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_AZ">bijlage AZ</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_aaed71ba153944a3b174e0fdf8a344cc__art_I" eId="art_LIII">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>LIII</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_BA">bijlage BA</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_e6d13f42194e465cba293fc4c2198f67__art_I" eId="art_LIV">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>LIV</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_BB">bijlage BB</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_85697e9bd7704bf2b0daabc7e1a2f6b2__art_I" eId="art_LV">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>LV</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_BC">bijlage BC</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel wId="pv30_d60f00d33fb9447a9d0ed08d64c84cf6__art_I" eId="art_LVI">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>LVI</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Dit besluit betreft de wijzigingen in '<IntRef ref="cmp_BD">bijlage BD</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <Artikel wId="pv30_15a7fb5e406342c8bf7e0da73dc4d42b__art_I" eId="art_LVII">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>LVII</Nummer>
	    </Kop>
	    <Inhoud>
	      <Al>Dit besluit treedt in werking op de dag van uitgifte van dit Provinciaal blad.</Al>
	    </Inhoud>
	  </Artikel>
	</Lichaam>
	<Sluiting wId="formula_2" eId="formula_2">
	  <Ondertekening>
	    <Al>'s-Hertogenbosch, 24 februari 2026</Al>
	    <Al>Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,</Al>
	    <Al>mr. I.R. Adema (voorzitter)</Al>
	    <Al>drs. G.H.E. Derks MPA (secretaris)</Al>
	  </Ondertekening>
	</Sluiting>
	<WijzigBijlage wId="pv30_3ffe5afcf8f44e938513d776a07ffa39__cmp_A" eId="cmp_A">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>A</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_A" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0743-bbad63eac4714ad2b9bc0e761f63b5dd/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0743-bbad63eac4714ad2b9bc0e761f63b5dd/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Asten</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_cddb12f38e784b52abb3189c6d74d90d__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Asten bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_444676227edf4016a5e5e2b0e405df0b__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_fd03f6f6fa7f49528f862f788424aa55__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_eb3757aa81044e0397a0b8ce7afde45e__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_67f84d581339486fb1d066798dff8058__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_7044ca9b00084bd8a5371bd63e55f39d__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_479f119360754b2aaaea9d9224624412__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_30c9aa5530c84165bc08a4f1c2e107b3__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ff8ccfb0a6d04371ba7ec97394f8d5c3__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9d85eae3b0b34d59b845e8a04a691a86__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0ade53fbef4d4197bf8ff611b437ce86__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_64b7180030a04bbe993f06b7aac58b41__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_238bf96950494620a7599fc3921522f9__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1c182514e3e34209a30fc3c76b393076__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6995cb6d130d4b499d4f155f24193fb5__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_507681481bea40ce83bea2c7a86e4d7b__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_83631c82c1444c17bda2f61487e9af48__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_dd666a82759b4681947619c1888b69df__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b292db52fe2c4e6384c2ebeb446ce825__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_58cd53c92e9a44068ac54b9277e49e29__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_8b4ca1ee3432478e9155ebf7842a30f3__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_cdf0b794ef0044b5a97782e285086023__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5928cd559f28415daae96e64f038b4ff__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_30cc62aa1dd54ecb8820687ac11139f2__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_272beb940ff14f91858e880524d0c563__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e2cbb55aee8e4fabadaed38ab7c84913__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0ac6ba4586cc471493fcf0d2b3087afe__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_09076e4e737642d4a18dbffd39701ab5__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d85a6a5a2cfe4f128b4fa00ec65813ab__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f25389056ffc4a70aaa9386cc8232b4b__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_60fe5411fcc249beb65bb581a8de237b__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4e808c11b8ec49d8a5f86ed8adfd2cba__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_52c165f9bc384bba8f46cc25ce2614de__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6495b3ea8047432d851784bb68b5b3a0__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4ef533ba0827459891f12760106a82ff__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5d36e0ffb78a407a800e30533b1871b5__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_fbb2c30ccf384da89e8e18f6a125c734__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_61758ada375c4d5bb91a50860e534e49__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_532987b69ab04534a3a25c3dc0d90b6b__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9c4aa5eff9fd4940be3aa034b607d23d__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0a069fe5fa874781a0a8430a08c2bef0__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5c129bfefd0a450d9f6e535c0a44a490__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_bc5c854dac6641e18cce7e4e29459cd6__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_aa157602cf3042979862703ec43ffa10__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_bb5dde01b2ba475f9a15d1ec44f713de__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4c6f2e681359417886ad2dac0fcdd8d3__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_2b8f557d29f5436da0380c4a8e535cda__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_54f0a22c653244d6a7f95d3a6e3767cd__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b4afd55e0b9b414b91db738792645db1__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_112ec6ed413f471f989946ff9a65acfa__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ae4a0279df9b43b480924f298a22d9b1__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9fdd340b2af944ef96c2de5cf9846c35__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_66b27e1a880c47329eb8af0034f54f9e__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_ad1bbe6a2b7448c6aa8cf4b6eb325610__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_08d4198971314a37a3554b09e7bddaa6__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_c3e4b73c2b9848dab9567047f1713bf8__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1e27d2aacd014439bf136541e4f09d9e__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1660c26908f749269a3335fcb44d2b66__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_37a1dae034cd4348b4c4f4c15f4c2766__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3aadfac73ee5462ea749e9c3d3064272__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_e34bbd125708482d920528a1a83027a1__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_07c5531c8cd341f5b53bd6b5ca8febb6__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_58948b4ca35247bc899613da124084fd__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3a611818f90b48d0adb0893ae7cdc4c1__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4e472b2c204a45a280f026fad70ad45d__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9dd5f2fe8a4848159c9f4a82935b2613__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fdc8a7b3e86a4712bcbcaca9bd2c4ac1__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_2819f497c2f64502ad07052bb6aa6cf5__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_d82f0381d1e34ae690d1e9cce1cdd927__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a0d2c8c710cc4d0d82a88de33dc4a187__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_06430d9826984ea4b327350f0cf2ca6f__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7204862d20f146a7b9ea52287d923c7c__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c58747dbe31446da91b31fb5f8c213df__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d42f27a666b348d6ab895fd3f7051d25__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b9813381c9604b189cb882d94c7cd6cb__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c685fb41942d43a38a46b85f2bdcac97__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_7aa45a306cc84856a843acb78eee9e5d__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_b69a508537be468cbc187fab2bee705f__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_88de64e3e9e2412e90b8888946576d04__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_a42775ddecb347ab9317d45fd93264ae__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_e8b04476c12948d2bfa9e5523a716924__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_1b4cecf94eeb4ea0ba0f4af743e2062a__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_98f0fa6a5bfe4fceb1c984c3bd6efe17__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_bf7d5a79ac7d4188b44f0220977af4cc__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_293ba607e36140b99e1ee898f2807b6a__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_17cfda4b1b2e4140b84a665fa237d79d__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_101d04cc983c4412bc2e409c348816e5__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c18bf391188a43ed808456aefae03dbc__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9a5f4da9cdeb4fdfa96ded94ab6b0b8d__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_7d4f1041d30a4a12b0642763568f5038__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ae189fe77f944b8e906ba6bd5996f4a6__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e2c9f3460b494606b7222cf84b39eb6e__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_ae0064368c434a03bc00a8fbb19a6e10__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_98f0fa6a5bfe4fceb1c984c3bd6efe17__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_2fdc165efeaa456884dde76b31003744__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_0debf6b1830b4a15b76f7eb5e21b6a91__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_d2def725e1d54a65973da17979440cdb__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_18051f88ced945db9e823e1a08d4f782__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_f1d121eb5c354948a707b464f691d250__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ded3b5491c7e4b0cb9577f43cec22444__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1aef69b2a27b46059a4214cfeb6067dd__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b193730e49c44747a560f3d5d5d19ccc__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c195a339b6fa4cca8f1d4475b0951b29__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_61f76f1f61d6448284339a84173772ff__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_9c43cdca510a442686440f377669414e__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_42a0dd48d5384352b9af6e8e1620c581__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_f1d121eb5c354948a707b464f691d250__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3416a9025df0466eba652f0898dcff81__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e35b782bda704753b85bf431eeca1fb7__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d0dbf79430ac4b13a82d869b5e7eda15__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7d66971729f34eaf85485e2395261e3d__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_386c4adbffda49a5a57577029a60825b__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b6f18c8e98364b4da61878130b62016e__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_7020511325f24042942a6d10eacd3c82__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_282f1e2f425c4efa9c697834e468f4d0__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_88633d2f6bf64c2490279ebe4c84ebab__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_acaa82a68d7e4f9db9199a2350390f18__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_8a37d7abab624c339e27cc211dbdb531__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_abdcb23ac45742dea2885f9d41dc69df__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_f0f35730aab84a02a0d8414e9a594328__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_1b6a3c3456ad43b3b2ac2a6868aa759a__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_cbbd7037e0e3440ea73b924722fd59f7__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ccf5b1eacce246da972d9f217f94f950__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_e68afc78e8dc483f9848836d38f756b5__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_cbbd7037e0e3440ea73b924722fd59f7__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_164fda39e32645a3b377af2de8d627c3__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_78fcd49a4a474053937ba12162c29e58__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_d69203951c8849cc8d7e1878bc3adde6__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_f1d121eb5c354948a707b464f691d250__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_7e3cbf88300a4ff1a9f3107690c78545__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1f408505fc39490ea45f109d4ea6039b__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_21a70959336345738abef4a57fa84f74__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9cd3e7c0ce3b43acadc0f1967dda88da__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_ac209d996a8b435f9f5b071a4c26004c__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_2f09ed46924948dc8cd04bd557a6edd2__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_32f462c1adff412fa60ec41d3bd25afd__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2190d59aee8b4b38b4466a95286cd803__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c167e00fb4c44aab9d6526a703cba7a4__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_59fbac2af364402f8f143d1965d16db5__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ef6178eab84849a9ada70f529ff9b88e__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_002d0ced06b444d39e7b4a5f8b634388__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_0b42f3ee7f1f430cab659ebb5bd3d74b__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d8a0535d07f54cd68a1372264d000ce9__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_45acbff40deb4c54b7198acaccd21d1e__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_093ca8c2b2304e7480716eca3b42cfec__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_271927eb90cb4764a8b9559b93d06d1b__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_7ba5c4f51b4443238825c1a09ce44f9d__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f9a462ce3a194164ab6f5182bbcccd4d__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_d1331353abae4dc2997bd2ffc7025387__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_b09b5d5aca584f94b5b6988d3155b603__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_03a275ca21f6484b93b6712ce399a1af__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_aadcd2a5ece24b23952f67583003f4e6__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_1488803cbfe543db8f4db8748e485c07__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0c6c765030a949d3aaa0e78fdbff1893__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_dc964c9e07e047fd828a9456841f0cc8__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_96bb83d945924056825e9411615d6b1c__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9589d6a0133d4eafacfa1092b7bb1d2b__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_e54c549a06684018a6de65795140fd75__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_5c89451da6144ca2bc0a199734687a45__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6d6aa7d50c0c4b1788f12841f8e05567__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d745c63f796f46b6976add1003c931f4__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f8557bb28c4148fe904d7b35411d6b89__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_262518cd9d2e48ed92cb52c1aa8b851f__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9689522a0f6144889c4ca3ba3947dd97__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7daaa17524eb459b8849014286d61eae__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_25911d8a4afc49ddabf5cb6fcffae006__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_571a0bde69764cb6862d239d9c25b435__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_6d77985afc40426dbc81d3ad0ef112d2__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_a97f0b248f76455989c172d46c135927__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_e1552c00838d40e186d89a1538f96a5b__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_0935f370f8394b75912a8b057d398fd6__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_80c4bddef0a844d497c2a534cf367b04__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_ec5e3dc5f2b54be1a504298a057d95cf__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_406253c0ae6f4fedbf0fae7ef7216d1a__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_b8c43873872f4d959a9455102cb0b599__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_dace840918b44e148648d1349d95de57__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_fcd20cbd53f9420f9fd85cd3e0d79d76__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_6e341557072e44f0b27a96df773d7ef9__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_2a1126170c584e64969652885b884923__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_14044ff0619a44a385180ba2ec07ea65__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_7c81f8ca9e6e4ae288abf706c0dcccbb__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_11398c0c992b4dcebd4560a5fa821aed__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a3361e6ab53142cc83d38c7f4f93a6c2__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_9acba1df468a412db463e3fe6871d3a8__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_633d5b0e571f4d6998f8871a319cb1d4__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_2152b20128c747cbb82071e231469673__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_55f2907eee5d457387c6f2fe9fc0568e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_6a4fd58088ff4a78a3ae5e79de338d5e__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_bace2847d74c4095b13b31a2c9f57b85__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_19157a85fc624f60ab6d62daacfd2249__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_0fff7ee53491469d81fdece17c6e3966__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_1488803cbfe543db8f4db8748e485c07__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_61f9942ad6f445849608e199c66edf5e/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_61f9942ad6f445849608e199c66edf5e/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_62467c16864348a9aa7a822422b2096e__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_98f0fa6a5bfe4fceb1c984c3bd6efe17__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_f67351d53bb246d7968b6c46448921a2/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_f67351d53bb246d7968b6c46448921a2/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_dd37c655dc0445eaba6a003ef88fcd8d__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_f1d121eb5c354948a707b464f691d250__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_087fb9947d6f4ddb99f0ccf9d14fa8bb/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_087fb9947d6f4ddb99f0ccf9d14fa8bb/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_c2da7619f00943ec896bf2937dbea746__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_cbbd7037e0e3440ea73b924722fd59f7__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_a109faea2867415ab57809998962188e/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_a109faea2867415ab57809998962188e/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_8508e996f96740539ae5ceda0318b2b5__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_e8b04476c12948d2bfa9e5523a716924__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_d2f149678d7b4736b50298567051b3f3/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_d2f149678d7b4736b50298567051b3f3/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_06df5990b5c44368a0bfa60f1a3dcff5__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_a516b17900c442cbab81ba1024955c17__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_599a381bf9e7480194f2c667c467aa4a__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_b8cfffe308c5456c92ee31792146d842__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_0533cf937503470eb2eedfe5b27e04d6__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_097e67279f7b48dba989944cbeec0b9b__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_93cbb8e8caf7473b8f29412682c69e2d__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_838d4b8d7c744e668abcdba5079635e0__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_d179ef1d49a04c5ebc36399c9c4c47d9__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a36c1e334bbc444fb500067596607fad__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_78f87c02d45f4f58a729028df551c2a5__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e8de18bfa2ba47dc846a259114c92e24__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_b093427c73944299b7e67df2357591a6__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7d0fc128c98146f98556d0fabe5b7d6b__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_81039e32cd1846698af9fc36ab3986c6__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4ca1fcae65a347d4b5687dc42f3d3dfe__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9e63fa2fd50e40b0a9027b1b7a79b5d7__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_b5b836c5f7fa46379dd615de6b52dea6__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e7013abe8e0f49d9b9ae093cdd086318__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_5c3db1dc34534072a5d6644b25120845__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_b8f31793cd9047e7bb35337b5e25d187__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_190a9cbbf4f64967a7f8f4bf43f5cf89__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_88a48468140d4d9c98c9656f9a43e597__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_cab8c7d4e4e64f1899882da416d818c6__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_138a32fa5b254c73a9d6bce608154ddd__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_1b5302037bdf4502a018ac3b6f3868b0__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_c5bc483484204fe4b2466b0fb0c4efb4__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_8e3969630be5485bac3efa42f937e4b2__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_2089b1ab3df043a8b2fb47602fa3f01d__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_4f8c7f33777c423a90f57b2fdcebd110__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_e8b04476c12948d2bfa9e5523a716924__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_c6534228c85c4bdda6d8aefa7d58ca95__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_dfb89d45c4ba42cfa68561d09c1153e4__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_5b118e0c06114cce8d1f2158f94035eb__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_021878f4fde1455bad467ecaf1f1ffd2__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_8c293a46021e4fbbb3b62878ef20fb89__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b062d11e98e744749c1229cbf6f2d884__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_130ae0720c814709b7e9f1b7a359cabd__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ff90d725dcc84c75a51f75f8861d00ec__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_388631ec4663447cbb179e5f063e20d3__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_f72d44b9ae9d4d309000baefab1d53ed__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_70c47bed93b542608cd316de8c635f53__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_36445aae12c0432ea6c77018b7d81004__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_08865854968b43529e8817364cc7c13b__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c251f09014984def9541012f7c8a6fe9__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_750b519d86a64bdeb73b453ef84e8e8d__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_994ab7020c094cba85014700451f0ef5__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-1.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_288d40b1425c4066aa4ad15938e8f774__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_5f42a0e12fd540b981a6a0bc6ae23d3e__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c2f9f5261ca74c53aab346c2f5df7fa6__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_84d1a4c906134749a916bba67b6a3985__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b9ddd5ea490942e0bddff4aa1bbabca0__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_ba0d3e9b54204b008ef208c325b12129__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_43f85dfce888471588570d3b4feab7e8__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_efc46f42a7ac4180bfa5f0b06b32a50d__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e5f1b24ad4db44f3a17f025437aebf6a__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_9bd791c567084f018b96149eab03ea75__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_35de20e660af4c2f9a7eb8b2cce3cae2__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_5a7e90023cb9415495014ad8b226a49d__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_1488803cbfe543db8f4db8748e485c07__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_77a0efeb932543659e91fceb3916583f__cmp_A" eId="cmp_B">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>B</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_B" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0744-0174c819d2074445aa8fdb2c65474463/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0744-0174c819d2074445aa8fdb2c65474463/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Baarle-Nassau</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_4ffba3f394f14896b38a4eae6a8853c1__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Baarle-Nassau bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_1c20795d7e574097b4144fa376f34493__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_98a15fe12884489ebb47aff9ac88ead4__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_59d07ce0e7a747ceaddb255758cbbb4a__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_c5b34179dddc4d9cbaa1e1c8af8dcaef__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_cbd8f8e0393b48528e07900d4012f32d__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_592e0d1698a24f698c92740c30731d9b__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b1096410b4e443f38e71224423c6c033__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e260f5eb2ecc4237b19712cec4dd7858__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d84f9212d03d4c9dbb3ca0e16c8f0dd6__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_310a413539b44343b29cf1ea7a72c4fc__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_dfdf97d5dcc14b2894ba7bb26c10a308__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_931470dd875d4760978ad65d41044b5c__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_54defc357fbf4f688ad67fb0b75e9dbd__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_799e736ea8db463a80970debf1312862__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4d8443ea49294b4fac193209acbfa4ab__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ba2219fcf98c4742808622bbf98488e4__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a9c145e76f8640aa8895d5b49f6f758b__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_76d35be058fb440eb2427d29e8ecce61__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_206bdd2b3d40403f895871308ad6a635__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_6a6753c411894961ad7d8063fc102ad7__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_64a6040ef5da41eea221696737d0dbd5__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_98265e68b9cc43b7ad63b8c89d818eb6__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_041447bfc84841ad88235ba6d01718db__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0722b232e2694d929fc8e9f6cc9f4aee__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c65cb90dc25a45c6a1eefb242b6473c8__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_be3eff09bc5743228d565ac95ae22fce__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0f262e47c1c846da99baff2c3b8ef9ce__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e591343e57604d70b82a6a59a3680590__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ac6f35883eea4e198b85aac9858756cf__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0ab50a5cda9c4144b0952d989e167c74__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7e7ab8bde8cd4f48ba7f18c1e150a1da__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_da985908affb4f8db88fad3525e6663a__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4593ed60d6d74d2e9969535dd7a48a50__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_584a3a67c13241d28171c92b4d4ca592__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4ed0f784409c405da608e1d6a0a5cff7__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_de1122d92a7a441a9b26f0a5b55651ba__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_1b2e391598db468fbde272623e5d35d4__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c88bf39b8cdd40a6868772170be79638__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_416aed56afcd4ff7878aac4bc0b635e3__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1400668fa47e4f61a1631fd60d539f9b__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8dc330779a7040a1b6c362b6a1cfa250__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_584a624542354718aad083d65e266d22__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1830579bd6b64d7ebca87d333ca5c815__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b3a95578ba3749d1afe19784bdcefe4e__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_824fe07697574c1d8575e021b32ce779__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_6c77c04e15674bde8e525916c206c4f2__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_a91578908cb24e3eb737160be67db0ac__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_eb1782b687c940e8a6877bdb54105246__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_81c3192dd61640e1a21187b0551bcc31__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b4840cf74fa147fa974fceeec7e656bd__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_105c4b67a999422886d03ee8be134f32__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ab5ac629c9e146bd99ef522e8e159a93__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_a72f5f678add4dfd9d6628c806777a69__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_67bf4db6f2754841b090d0211b3a044d__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_388b37d0dd14435ea5bc7a5319d363cf__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_559a483478ca481ca3fd6673e031e3e6__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_503a5923336c49b19bcd114c46d5ff81__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d846d375ab6140c991cf8e1b850b73fb__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_59fd6b9ec0ee428a94bb2ddfc65b84ae__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_6f300a07725a49f8bd281ac975ad05dd__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_8eb59771f594417187d5e567e75c64ec__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d006fbd9bc1f438884b1c07ecd1242b3__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_eee5cc4f9b0247b79eb2bc0910abe8dd__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_63703b4b1a3a43a691bd25c4c9a8dfd9__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_31a2f0cc3a02475bb32f41ef1c65c576__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b8ca8be0a10d473ab17dd6652d2e720a__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_88c3cd30a9d1403eacb1f65334938229__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_94a4ef994b6143f6a8c96ccb365f842e__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8e30f39c9b5548d58ffd14c58829a9b4__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_68a59cac943d4462b9a702391545a173__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fa1ad400940244bcb0dead3f00c96a08__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_addf90be89b84a55958cd03179cdc08a__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_216e4b2bb1784b06803db6b53e7dec51__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_56f48fb375c6444d98236cb14de7447b__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a9f293b6e6c143a2802ea12bb7ca01af__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_df90ae6cb5cb4238a19feb52928a5a6d__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_6c3a0ffeef89480289d390e32c2124ff__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_03140e97bd7e4b62ba70dd9435022acb__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_ba5e7e7e0a4f40f186d8a4a3cccaddba__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_e8a1454b18cb42238d2b8d4af04b19fb__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_a4d47cb431574bc6a153f555104fe167__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_7f5417d185a847d9babbf4bb376eeae1__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_899a389c66b149dba7e605666be3e48d__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3354b04f0e5f47b6a6755707a58ae2b1__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d8ccc404091f44bb8d3d6f367f0f83dc__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_50fba089829840ad9f2964b42daf6460__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_155d2ddc3000495c825473cbfdd43763__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c9dd64a8ebb347a48f93db1b5f280362__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_201e48e83aec41c79a22061ea384e78a__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_87f6a8fa9de1459eb1d9402486efc895__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_8195c2c32e524bf3a7a88af69140a17f__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_f36cf559561743a5ae0a4e7e1869e5b3__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_7f5417d185a847d9babbf4bb376eeae1__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_bf644eaf07974e69b9e54de271872b8c__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_6c151787618a4b04bd5aa97dbbb5b61a__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_a44074311d9e49ce8772c6981278f6f3__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_0350e43190de44cbb83ada77844183e3__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_adcf18a880664e7c9082a6f94861712d__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_73ee2b41490144c0a01072a0f0248085__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6946f25408374567973551db3059140a__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_30f82548cedd437f8004d22f8c68c244__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e3e4e26113c34e1e9c6eda8d92fda988__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_44972ced796e42eb88759bb31bd82d2d__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_16b67e78be624db397f31e7f227f2b52__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_57a28b6a0d9840cca6f89cd78ef1bdbc__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_adcf18a880664e7c9082a6f94861712d__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0b7d356e894e4b8a828d1f65c2a33b73__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d90716ebe4184dfe9cb5d5f7c8860c44__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_056e81af0345432688a26fbca89db80c__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_185b5489bc904eb0a8fb8784705d03a7__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0ed07ec0537e465c9f5ba81f878ff150__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_053de71204b04389a0f1b19e4cd960b0__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_82dbe2fad16a4814b3c2463262cd7f4c__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e94d922e67e2491583af15bd70823355__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_820db1ce169f4c90af1019366f233772__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_58a2963b7efc4dfab6bb842a9d0f1c9d__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4e1caca7e0714af0abce8e4fdd2260d7__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_67e1a1bc27a34e699f400a52b1cf322d__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_f0b11fb79ca04ec18062c900e727cd5e__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_607966f4c5bc4a7eac18b05ecb71fa57__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_20243a9440534307a9f045e1512d2e53__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b99db306ba39415eaa230b3cfc0455b6__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_42ef9e941ae242f98e3865f177d29ea0__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_20243a9440534307a9f045e1512d2e53__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_a21d09d8a13e42449ba17464db11c4ee__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_5572be46d87d43b8b9888a9ae413a585__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_670b85c8e6c1442ea289e7f29834598b__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_adcf18a880664e7c9082a6f94861712d__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_de7218e5382c4e49b5fbf786699da01c__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_83a6baaa7da34e129778c5080f3483d9__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_fb668f716ed64c38a66b3ec978f5aa79__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ff186fc8d7cb4334a28dead38cc3a6cc__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_5a9ffb44e3214b4ea6faec42231e8e82__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_a658883874644772a6d53030dfb25156__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_a635b29b53aa48d09e19495704541957__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b6aa2e5372ae4a46ab93b9aad0850d1f__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a973b65744a54157b838b25a8c961229__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f291154114b64be8a9bef8e13358ae33__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_cf286d4bc9f346e299b1fac400ff77d2__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_c28b2ef1a93f4422a34f385a8dc90a19__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_70e222f1fdcd429bb4c8422e32dbaea7__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0272af71169f4385a12eff9cb140e3b5__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c71b369afa044355bc9b23da58e906be__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_91512dfd7ace432c86b45c66da05f395__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_15983dedcdc44ebabb28bb6e8761c868__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_bc9410e92b0d4eecb3424c366fb61cc8__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9ccc3575861b446a8592888e56627065__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_cabfe78f17294c74b4bd00befc33a7cc__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_fe3c8af012364b47a6604058f1df91a2__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_6db86cd982f74b258339443cd93618cf__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_f7ef9e5a38a345bc9509733a3bf12ab8__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_c554885772224bc0a39f5416f3f0d1a8__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_04fd4ee1479747bdb4c1076be7b061a8__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b9e37b78e59b4cba8ac9c0960f09820e__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_fbc320165bc34c6dba3df313a6f2a555__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8bc0c59754b641c8a5144efe48b6eb06__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_e9e9539088484243bee1faad8a012973__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_dfbb0a6648e6412387f7ad7a060271ac__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d7e30cf5d50c401e920f638a9c59172c__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_2e8d307729aa449fa6faa4f83aaada4c__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6d49cef425a841bdbf29886c9167a000__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b5476c657b0c4e348656389307d4e5dc__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5fc412e2c628458ab1a831bb5c76f0fa__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_bcef425ad4564b11ba536211c8db2ae8__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_27b231bcc1e2463ea09d1e39158a9fa3__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_b68dd309e8964cf48368d452106aac66__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_802be5c5514f4680a0024316fcd01c71__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_f23c89045d9f476a8ac922701daf9e26__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_0683c0cfdcf14810b0f7a664f5838f79__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_facc641aaaca4733ae0a443a7889efcc__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_ec2bf5d6536442669efa811ff15cf937__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_f3307d7eb5684158bf4efaff17b7626e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_0656ff29aaea4d45a8ab928ef7f206bb__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_5f4d34edf0474d82ba392fba66a3bbfd__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_4293d088a5da41a9b563daed8911769a__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_87de0184d3dc41c78217251a872f719e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_6ec0d9ab16fc432f95d306d97cd9e926__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_2ab418aed95f4e4d9995a592df9de2cc__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_f6d2076f709b4ea4b72f80e3595fcf8a__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_28641e5f81af477c9f2f9ca1b53d8645__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_405ebde0dd754f33ad94466e75abb6e9__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_bba4dd70d3ea4083a8cbb86e0cdaa780__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_4eec2c165ed54d5cab75e3f0044e6f67__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_41960090eb1f464fa32c6540d7bd4607__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_0b7a65b69d8c4ec98cac0fbceab754bb__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_3cd0dc8464044ebda1e85fb3391dc3df__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_59cd003c7a4048278d1ff30fec5412ca__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_58455ec53e0241929530c0ac60ff6cd2__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_8b8f23fdf00b4b4f813c744a89df791d__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_5813e8c6b16e44bda5143a93b14ff3e5__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_c554885772224bc0a39f5416f3f0d1a8__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_df8cc8885cc640339761cd7c920b6eb6/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_df8cc8885cc640339761cd7c920b6eb6/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_1451c3a88d704c4c9db45ea7e8a9f81d__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_7f5417d185a847d9babbf4bb376eeae1__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_6bda8738340846b9b7baa28363240e50/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_6bda8738340846b9b7baa28363240e50/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_392b9f507e9f45749002e9c5366bccfb__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_adcf18a880664e7c9082a6f94861712d__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_1584430103714ea3833a094e18688e04/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_1584430103714ea3833a094e18688e04/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_ae0ced9a2135412885bbd6629dde293e__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_20243a9440534307a9f045e1512d2e53__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_bd5bfdfb17714ef8a58f769204e73310/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_bd5bfdfb17714ef8a58f769204e73310/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_17f32ce246c246b5a2b26c32c23fe394__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_e8a1454b18cb42238d2b8d4af04b19fb__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_a39e0194c541410ea54c34f7ce51a429/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_a39e0194c541410ea54c34f7ce51a429/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_f740ec94b0f7476286f924600d07c744__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_8f31231287234313af9fadd7ab832f39__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_ba0d78861cba44c9892fb109d7dd8e1f__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_650ed4b5702549ec8cc4e8a9ed27d25c__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_d6bf1c63c96548b9b4a00d7402ec8d48__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_bb14cfdfee7e481da4d6b16c5acd0f24__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_3ce9f7f3a1f440cdbad1a3ffbf708bac__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_aae3435e848c4f839d6db1f0133a8a5e__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_987185bb2fb445e7b03b13bc7175b447__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_dc761b3f10974d27bbc5797d27fb4966__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_182dac25b6184324ae6584594cfed4ed__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2bdefa07987844b6b191be7c974bb02e__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_82bc3afb054b4b1899f5ecb7b6d6644c__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_815b492c94f543b8b18e5ac5523ecc20__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4cd83d7c38dc484cbaac80e9017a9dfc__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_086f3c52df0a4787be972891f1a3230c__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1516a6a432464af3b87d702504acfb3d__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_9f7bef477adc4dca9c65f48c65e44ecb__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_81181da8ff694202842d2d8e60cef61d__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_cf66cb4f1b4f44b59d9f65285d1c298c__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_1f12917a76024c91b8956e612cd72550__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4025a9540715410e858260ba494facdc__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_437abc9bc5d8403cb5cc40bda83bd675__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_923fa418549a4ee9967d4f98c7f26b3e__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_73b1ba64a86a459485216127dcb7313a__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_90c27f4498f945b9a3fd9c024344b506__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_09a41cf360a14bcc8b1628d5d8aa6f6c__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_c31a6c04651a46228ecd38419fb4f34d__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_c1d241c23e5f4140befa489fb27bbc6e__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_099fffe599c0426f912ebc13ac9b24a3__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_e8a1454b18cb42238d2b8d4af04b19fb__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_cf1a26756ca44134bff85c94da5b8839__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_8a01683553074583895a9bf6debe97fb__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_05804c9f7e35430e8fdcadf4646fa431__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e01e15f86581499c9ee3cac70356e691__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e00a3280635c4299ac54b52557780943__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_cd89641f7b4647bd8e7bcb17a36d215f__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_eeb4f2a2555a46a0892bc8c9c7a4a58b__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5b0b7b5a3bde4507920f89beb3c4342a__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_cd13a3268d72466fb9374a109de9d4b5__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_b0a78c98e5234e80a3f29b8cbee50dfb__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_7c6f72b984954ac8999228ce358135af__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_3ba9adc8666c4e2fa242087ab3ae65d0__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_02ef88f9c7d84bdf8074e11373438f95__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_bc701895f43644018bd7936b5bf54d6f__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3b6c624c5f804b69bcd14afc66ce7dd1__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_352d3ab15c42462c97a85a49faaf1b73__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-2.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_aa8d7972c60e4480a56d70076a683692__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_685fa0a8320f49af8880ad0da78f0bc7__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5d4ff63eaa824671a1babb32bc4581f9__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_43a1a7723b66474f9316b6108a044f14__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9cdcfb4db13d4130b4294b0fb2ed6ff9__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_bbd9adfee0c64f1b9417026d14a89de0__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7cd45b22d4c742f18db660360f137017__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5ac4d7d9d14d4ae9a4bd8004cc513c4d__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a904dcaf7267406ebf573d518cd07406__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_c841032e7f72473ebd3d78cda408aafc__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_b879d68dc9994ac19784fe2eddc80bed__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_2c500cad3b844b7ab7481a8154c5e239__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_c554885772224bc0a39f5416f3f0d1a8__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_245366b2f9f74c6093508ba4e76b938b__cmp_A" eId="cmp_C">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>C</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_C" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0748-8232057b1dbd475cafda1c3c402f68e6/nld@2025-07-17;1" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0748-8232057b1dbd475cafda1c3c402f68e6/nld@2026-05-15;2">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Bergen op Zoom</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_1f60d637bbb442329fdb16978c4d59c3__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Bergen op Zoom bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_1ff341559ff84d839ca810008532cfaa__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_421c644cbe1d4a17ac49865bc64422cc__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_4da3ab554a1841bc9d01d0c5ee0a9b12__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_920ca7f093544cd1bc9c081c383c029e__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_f807787c95a744c29001a94f54e638ba__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_75cc2893016742348993b227734347a9__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_014ac21a573f47b8bd747a3449624b8f__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6c3137ebf51c462c9aba67c469351dbe__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_556c492b81b04d4a829e7fec3f926056__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_99c2a0f6224c4a67a0a33d08e3f36dc0__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_71a40e7bdde14118b083b136de8bf1d9__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_cec292db1bde4941b34d7633508f9d7a__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ef680c9a22884d67adf4e7f49de3c681__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8633068411724b70b65f644aa842281e__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ddbbc1a3cdcc4f1198ace045fd5b7bc4__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8152978f2e6d4c39b3512b2fa9c1df97__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_75f16ac7b5c34a55a0187a4962cba523__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b10d999bcb7d49f9abe48d3ba78fef4a__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_7b3985af04fa4f719017d6da46b55988__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_aac3e9f0057d46c88bb91aeb70352ce4__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a3be662294684f03b43534019979118a__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6e5b95ba3a4d475d8aaa10513555e3d4__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_32d1982a0baa48559e6cb68fd1839e4d__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3947e33f21e54274ad966e22eee6be1a__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fd0a8c256a1b469b948c9f6e9a04d801__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a7cfffede17743ee9c084b1a139e4cdb__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_12f2663d62d2404baf5ad222d11743be__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_61a61179ddf04390a3b02b5533906b7a__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5dec0ca04cbc4c6eba645c3cf3d64ed2__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c5aec4a090dd4e738f1d35ff3ecfa2d2__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_214845bdd390451f9fa244216331c24c__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c536b17766a045bcaf277940f79fee42__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4d9f237974524332a93cbc5b666db294__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_8710702f55e94753ad6b8e9215071364__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9e27b25b7144464c9c7e33ce25907a06__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_615dab5a3c10440890cf588ef0b5b10a__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_944ed1ae6ead47a3997450332e41f60c__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9f76355df4804f8588532ef2984b20b4__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3db2ba81905d4d41b59fd07ac7936ee1__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fd50052a72b04b79b21d183c948d17e6__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_eda32e8e8e7e4975ad5f30796a57088e__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_17c965072a6340d598a6187c41cc2b33__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c9f8fcf3b30b4f83a8b20a3f9bf71eda__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_13000983b797410384689d17dab95465__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_88cd5006ba0b404fb25576e09fa752ae__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_62ba9a4310bd4bcbb8a711f48eb99dc9__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_9fbe25c3cf60463e944b5043c670af01__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c52f80102bf64578a2325fff74f7710e__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9b82d772fd4a4e79b97d43058954c6c3__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e01c95877a65499d8bed6812fc408395__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9d36e21a120c4857ba4619826cd04051__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3218f760001440b2b75f81e19d25e6c3__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_feaefc27d079477dae11e9bcc7a90c5d__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_321c9f5f263d447db4a3c23713aae516__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_bb4ede9fb2f54b639b5dd004d9b02e94__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6c412061e6ac41cb9a04ed4abc138773__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_0f030b6396c5433e804205318830781b__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4766c11bedca4d368536e4b788ae0236__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0a9a1397a94e431181277ce5f5e1f71d__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_8c2057edfe804cd88f4dcd59dd8737eb__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_e541bb7bfffe43f6b01033b5799bb09b__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e66bd4965a894e7583cacfe8094d5aef__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_534814a9cc9b4a53b0bad05f14b75cca__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6dea22893a1d4e138309b1d24f2a2d82__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_bf206490e9354aeb8a94f598f6ec5b65__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_269a821e012147afbae81b1631bd5965__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_ebb014ce676b4f2198bc745083aedcc1__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_753ac9acac594cb2ba9dea0d28d0376e__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a4476f75f86d49bfb1f7e8445f182aad__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c33a7c5efd01497e9d4d50788de60b23__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9f94c4061ef24cdf9623249f4137819a__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f01c5096da1045afb3b58daa12013a4c__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6d06c19d0c15407aa217d6473283ea39__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3cab268cea5e44158e6a72a35da95384__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_404ab0b54ee74e8a8b87f1f80603bafe__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_cefbba8642794b9284c7982a78c7a378__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_62e10a130f1e438bbf3a65587cae368c__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_383678e7224341e19a0fecf72879904d__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_335e9ab999cf4aa29cbf0b2ec9ab765e__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_230282b4da014358821e7d66ae52de01__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_ad769bc48e564052b1c931945bf94913__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_df2991d2de30417ea338b900d510048c__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3188e6ad55d940cdbe1a31a06219d60e__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b421bc6a2ee4401fbd616bdcd442231b__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d9f507e1f53d48508a204a547d27721b__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2033cd5b4f1b456c9dc7f13434751fc5__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_7d00d2f081a64c76a1d0299c400f30e2__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e322452c019042ad8cbb5b8813a7782a__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6fa99b2054864f7d9cccc5af83ad376a__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5fcb3f00124b42d7b4a536c6bc3e9dfd__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b0f2e83650744db7a048b4ace3bc5b5b__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_4858e8882f124a0a97b3f241a1d38de5__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_df2991d2de30417ea338b900d510048c__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4d8d2a2d9c6240b989ab4288d8031723__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_9bf97933130f41f8b87a684456c0beba__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_0664d530403742a9b95a4dce39fa7e5b__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_1d1c4085494c40e5a70332654dcccabb__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_5bdfa7753876479e8cd6da44be226cca__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6c002b6a6e094623af1efd1179d762dd__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4b6dae25df604a02bee9c708d0d65315__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_624f009a442742b495c3a8235ccf0d3b__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_38bc43c82b6c4501938f01cba2365bfa__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_a17294d3680b49fc82911e5780b8352b__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_d4fd5d8f38114b6faa1961ddc790e3bb__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_ba9c3dc555c544d6a00173a64bb1934b__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_5bdfa7753876479e8cd6da44be226cca__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_03a25df28b444d5385f1fd979f69b68d__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8097fe24270a4eb08f155ac03afe1b89__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_67e6c190182243529dd42b7d186477c4__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f4b2f72063ef4e89b8cd53d6c9af7450__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_72b050d8159e4d40bc6f178477c14324__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_472330d86baf4586847def37162fb1df__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_996aeb72a1b0437ab6985f4978cf3dcc__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fc0eb0738d934959ba0dc80cdd46710c__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_45ff6f8bfb154244b31e338fceb7e80a__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger  is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c01999e671e54f68956f62860841659b__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d04e047af4dc429fa684d196eca32907__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_e8f357a0e3ea440593bb27b1b419cc76__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_8d042b6a7a8d4641a177f5963da30fc1__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_4aca25e3463a498cb73b1d8719d22c2d__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_a017bdb5cc4049c789d77bce8c827de7__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_61a00849d8e345e0927efbd5155ca191__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_b24f407cace746b18a9d516a5b1ff443__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_a017bdb5cc4049c789d77bce8c827de7__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_178341b6325b4b4eb38af8e824022786__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_fa28d3198b7f4a209ef54438ae441e6a__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_f9f71ca4e71f402f9b851cbbfbf8d3e9__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_5bdfa7753876479e8cd6da44be226cca__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5502c871d97842d9acbcef3ed4d4c363__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a854e20f1567404abf8bd551cec3441c__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_504522ee559b4c8aa703c88a98623736__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c6517ecd6a0049baa26f79951de9f494__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_7dac1b0c3f4b42b8ac59d3a532c37bb7__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij - niet van toepassing in deze gemeente</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Gereserveerd/>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_d31a674f52284040a88289dad49de32b__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_d7714bc7187e427cab72883f630f18d6__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_be973f82a83847f1b30b94e64d745ed2__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_a46c6b50166c4fb492dd9e4e3d85346a__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_62dc977372d743e2bc9ce7c4c9338ba8__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_69c5176fb607480695ffc48acb6900e6__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_09e518dd94e5425f8924c5f8380ed3e9__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9cae45cc5df34deca8d828c81946b344__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_24d995f8d6dc4b6f8cb1cb2bf30d8c25__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_df952176e2bc41a29059c4f25fefaa5b__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_18a462cc97aa434bb05a5282bcf95f2b__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c17ccc26eaef472ba8ba5b2ba1c1c750__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9a79c02cc99b4e789dac7f2bba088758__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8d671ba74cfc4c53a831ad02065eec04__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c929d394f6e24b30931411d498d60c66__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f71751164ea648ba9bd97617df2add76__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7bdcd3d35ac149cea897d39073fd5579__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_4c535c93defa4ed0b99b670bbacc286b__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_289cfa542fdb41c285f8dd04eb8d57c5__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_71d194ca060e4520ba37dbee787de8f4__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_0317979eb4d44def97fb565d517708d6__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_ea8bbd8f406344f089770ff588f23488__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_aef27d32df09411c8ee42cd9c7b1ae87__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_16a5d8ff10a9445eb20e55d8c39531de__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_6772e61cedd641d3a25c13f31e811839__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_1c9cb2324ffb4ac69fafb4d80d9c1a30__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_7528afcf41414102a65343b2105f6311__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_dca9ee3d0af9431191df38b5b7502bb2__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_fee9d7d7c4fd4cb08c018fe85509a01c__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_7b633d7f267146919bb547c36306c639__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_df038af50ad84a73ab16e4f2cece2169__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_72a03b5ba3104e7096805651f8c3f4a6__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_928f07ba88454ca2b8094b61be5bd562__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_22c6ef464fb14a04bb5411e6105e1cc2__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_64b728cf0d444da3a05a74493325d8a4__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_487fef77c46e4f0984d497d45fe17378__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_ebbae9961341447993d86cf98f08a07b__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_b8ccf55e91a345cdbac966b71321202e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_8b3dc2b3d00f49e58d3c509b107014c8__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_6eeaf39bee804917a08b9026406d7b5b__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_d60783ed36b64043917f0299a3b4e09b__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_ce075a0d6a3e473c8f61611626540452__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_499448e012804c8892025c290eb0008b__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_62dc977372d743e2bc9ce7c4c9338ba8__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_e5407cceb0f041068118af918899b16d/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_e5407cceb0f041068118af918899b16d/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_1da04e8dd63640f7920e35d21848cee2__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_df2991d2de30417ea338b900d510048c__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_c63aac97695b44038b0339a0a2dc1fa5/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_c63aac97695b44038b0339a0a2dc1fa5/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_bd376357c4c1446ba2f56f4ce10a5eae__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_5bdfa7753876479e8cd6da44be226cca__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_d35536b78b594b9db088fe6e369b676a/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_d35536b78b594b9db088fe6e369b676a/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_f6efedd7a43c41debf3ec1123d599574__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_a017bdb5cc4049c789d77bce8c827de7__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_c91d7e3143e64800aad4c7f33d77a435/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_c91d7e3143e64800aad4c7f33d77a435/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_af6af4da5a0a433f800d1a6281dd7d01__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_230282b4da014358821e7d66ae52de01__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_cae111c5097047d08766e0415e53dd35/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_cae111c5097047d08766e0415e53dd35/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_dda73fa286a44d5eaa2b3112c426c157__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_63a8b771e2974afeac3b63311e99560d__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_f8c98d957e044c52a639cecff34b3af5__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_08e7addd140c4d0c828035f1983c6e72__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_8a2d4955bb644f7489d243a6e30a84b6__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_0e05ea630d594cf89b95e959c619138d__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_18d8b34aa94844a79abea2471e008d9c__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_7f47f10f797741f4ad0f17a5ca73cef3__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_62ede6ddc80f4ca19a9cb2b177ecc644__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5ff98d9397914a0a8780e3d11ce880bd__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_eaeec87e2d7c454aac2573812acb2e3e__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_975869d2c5144b4c9b480f433b62f3fe__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_2a6af0a6cb434fc78099cd8b1dfa86d3__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d97aff9b90e4499b88cad1e93fa1a828__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_affedd0fd2c6433abb245b929a1209f1__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_867c525688294eb493f264fb70c40d31__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c7a4421d6cb842b393b1d9d6a5c03e38__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_79b9a709ea3a455bb631731f7c4166e7__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_be0b0296ada14f768cfcdb49f3c5d7a0__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_c3c320698f7c43bcaf993750c278090a__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_a2dc3ac7f3a64ac1b8fc98340b6bcf1e__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_03dfba5b6bca4c56bb791042c0483f24__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c151e369071e41d1b5dddbceafe5571d__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c57cafbeb571422dbd57b205716e09c8__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_89b9114112a149e8a9902a12f5474363__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_371d592e8deb430bbd3a411684c860b3__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_6cf20ae9377c4b4388b19b379f6fe43b__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_1e351d8c46c94cea8ce91be8c1f8ab07__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_6ae53baff7ee4552bec14fe8b21b8438__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_2463657c3ca749ecac9882fc4d651d46__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_230282b4da014358821e7d66ae52de01__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_9a12af4121604b28b79eaf2089a28dc1__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_e275aa1d14ad40dbbffc2d29a3ff4621__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_0f7996215d124c17956d8204928dfb1e__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_10bd71e250da49f78355d25bc2e66ee1__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_409ee9c7890347ff834e8cce4b39bf5f__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_728a346f0f9d4edb9bb64fa504316971__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_100349e4464c410bb01c21ef2fcce14c__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3d155fd2f1c542b79f34e1aa043e270c__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d9a926b492b04ba5a2e39db7e6a4896e__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_b22fde8b5aff4249a71d0a858c895a4d__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_55bbb5564da94c3484f2f3822a5d0f50__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_a4688ff7e4f344aab11c712235f03692__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_03bffe4da9ee4cff8cab9584247bed49__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_62dc977372d743e2bc9ce7c4c9338ba8__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_3aef29b66c494973a6ad6769acdd3875__cmp_A" eId="cmp_D">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>D</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_D" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0753-0979eb28fe874d64929b4699252fc58f/nld@2025-07-17;3" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0753-0979eb28fe874d64929b4699252fc58f/nld@2026-05-15;4">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Best</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_5019bcd456f044bea460a4bebe40a81c__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Best bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_1185916518b244e286c988ffe28144dd__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_f8503dc504a54c9284fb9ceb8ec32759__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_b1dd764b6e4e4a82aa38ec09b397be7a__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_b57aaa508a604e1e96a3763ef7f4cc10__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_3088efd1f8554eb3b8e03ae44ab83ba8__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_fa1efe2f13484b9a8cded81ca01ace01__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5d2f9bbd67c34615baa814c10cbb00ad__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9cc2b86321fc477bbfd524ae180cd4b2__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8d427e7756c94ca99629680ad2fb822b__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_88f2e9a87ac14c21ac37793c5c9cc28c__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_dfa824f5af044056b876b2d571a7f9a6__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_daa1547332d24f4ea64c7d431265e8c8__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_dda20896c1aa41bda40491b7219a59a4__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7b7aa26c63be4d00bacc9e5051cb6559__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_bf71b9061a314e018c4c089f9af0ffde__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_51ecb0527fb64a84b4790aebed7f115b__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_63bc1cb0b02b4b9980cefd66e8ae7404__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_dff93ab8404c4175810ca719bc2ff9b1__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_58e7ffeb886d4969ac7ae6d4175fb2ab__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_affbd6fe6b5945ffbcc565e4d090177e__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5a7f8d851ce04b0bb18afcada29d559b__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_65232423164b4e63b204dd16b3b42c22__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5ca432208b5146d4a274f5bb76d8da66__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_03d3c2ce700a45c2b76a3ef8520caf4d__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d8f1c41bae7f4a24ac0cab6ccc1b559c__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6727d45ff5a1411bb5aa2ebdea089d8a__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_7a36b9ab11cb408ca1d72ee2126f9a16__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b672fc93a420412084210b66e659d9c3__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ee2c95bb65db492eb8c4e8bd2aebb3cb__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_62da373cf36045108543545446df7d06__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_55a0db111ae942178ce9968a4c56af73__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4738d6c726d54236bb624ba0e1fdf994__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a71f84cce10a48849a6072eb4cee2cb3__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9e1d8ab587304b5c81c9e28689073811__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_fe07461680254f1997ffbff8d9594625__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_da69f810b3b943038f72a2ad1648bf5f__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_e0770aa6128b42ae8954934ac8c07822__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4ef4184b9121431aa91b43fa3604d73a__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_dbe993049296433da28a2f065ef99aee__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7a57a04c3549437d92eec7f376d42fdd__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_033265931c63493a869f3ebb45179013__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_20ad9c5a8b7b4229b1b4b7af96efe726__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1069a3475e844e65a28f9f071e56b0bf__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6803ad825e7448db8ef01381e8cdff88__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_dfee2d293acb45faa459dcf9a60bc678__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_e69fd060abad48f19d70e80766fea74a__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_60718abd8f06451a80f5b6e00d08b9a1__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d5f0f4f857cb498696fb17bc75249643__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_48d0bdad14564b1287e738469ccb896c__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_83c7fd7dd39c4978beead49dce0c14de__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_38356a0a8f8143a589767984ef173454__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f3deb3c519e14adab0229bef937e467a__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_c1163c0328d046ecbc55e195b8cb696c__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_d09cb3e9dc514847ac1636bf51665ff9__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_a1be7957bd1d4a97af01cc791a5e0b52__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e7e6d06a615246f294fb96e832d67eef__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_7ad359ec1c8a492ba258fbc97b4001f4__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_97a45ec1407f4eabb3eab32efc2c9e12__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5a87bee1c00949a5bc1d88f970428aaf__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_a572b23e5efc421da5295c42b67ca34f__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_2ee0c529250e48bb886779241f4b429d__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6394f4bd5d5442d088d6530b93ea4015__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5d56c0f8ba7448b086a712af9c92a41c__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1151c2320e224fd899968d90272a10a8__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1b2a09970b364a579163a33b24d2778e__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_78d491b5c08a465e819cf85c83921d29__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_9ff76e48177c43948d11d11cfae2d3bb__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_99126cb52e584242bee448de58cbd9b1__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_49350950363148ecac08b4d3bef26a3b__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_aab7b60a9d6447ed8b728a2ecf3ed211__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e80f065765624053b196f41c3f2feff3__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f004603d7eb84184ae9c83fc298ce58a__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7fd1a652277e4408a4e85b649865a15c__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_097fe49817144ce18b986cb11f111ff3__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bb66c77b269344b29068c12c9696f82e__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_e8498b8bac0b4c9db9bbf1d231537039__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_51ed0a302b304b318a330e09d74b1778__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_a98e3ef99bcb4b3f8372b20549149994__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_0e471d0108a746d08f18fc47baa0524e__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_3fb2c78706144067bd53363010af08b0__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_fbafb95204894a05b16ddbe2591b81eb__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_8bb8290da0f34ae881adaabac054350e__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c61b7b468461473ea3f01acd0c90932e__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_8fb34ad864e0452db551691cfd3d8f63__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a6fb36cd28204c61b9740740dba43e54__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_85f01540f19d480b8629dfc4a9e993ba__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1dad2ec63f914390bfd3a93259ef3191__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5d9d87c3568b4d09b8e374026ece5110__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_511058dd785c407da34d6aad2be6a0d8__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0f02c66c13aa4c14bded4527de5f8905__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_cbeab36f92014d4a9ad66e6903179452__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_779af8715372470ab9876580291f5f49__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_8bb8290da0f34ae881adaabac054350e__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3e9bf2e569b1480ba9c4a1e3e924224a__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_71512ee93b5d485cb6d0e5a822016595__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_bc59ea0a65064f4ab5f497ab9f5c3212__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_7b11f715cacf4ff09edee87e12f18c95__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_b37646e4359d436db4ef260d4dac0d7b__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_28803fd8b4794648aad34284f27bfc78__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5cb0ede4d57143288dd947594af9c622__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_261f6d178abf44bf80fdd2733e204809__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1520a8dba37742499021a7434837ced5__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_c3207c8b841044768767abeab0b449a2__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_257988263afb41f882de7c8513017091__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_b75b9ee575df4df1918cc2f8fb0026ac__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_b37646e4359d436db4ef260d4dac0d7b__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a5451eff4f3b4f9f92572354b7127bb1__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a101ad35f9224cf594fd81f979c6d43b__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_0e2e4c44be664720b29ca4c22565b515__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_92acb331f1c34c208287acae3c1eed49__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a6b6a8593a1343069ef48aec2cf511ab__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_aab0209e48164eca87d869d5224f4051__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f000a91fa99942ac8d69d00a6e951fe9__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2201c563989a4e33a1ff9e2853b37601__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6612325dac7e498b93ed2a50d2c483f5__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_88dec30ddc254a308802be5cff32ea55__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6a906782cac942cda5b04d684b01cc02__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_fb912a53199a40dcb605a03ced430daf__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_36c58bfe5d274e28ab35e0c3004281e9__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_fd8a260fb6024866be473660c474b52d__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_ac5c8cb003ae45e7abc174f61156ea43__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_7da89cee3faa4ec18f8b3308511c32f5__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_24fd0388e4244ea99597f7f290cef536__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_ac5c8cb003ae45e7abc174f61156ea43__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_918901b55fcc4ed39c059bea613358a5__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_1a06df9876674aa28c546948759c920e__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_53a49f1a844f43d992521361be173c86__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_b37646e4359d436db4ef260d4dac0d7b__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1e90544c0019412f8a0f7cf5e3830f11__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8cd76fc35f574d5ab80ea1e69f7fef5a__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e8f7d33342e24a9fb44fd77aa4dd8f4e__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_55993ac86fc74092b39c5de11c992582__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_69382b2e61a24f7082e642a340fa8530__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_9bb064bd46e04b96a41657d58676b0e9__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_76679c2c612f47c997ac17fea2c2bb2f__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c67d15e3fc734320a2dc311717cdfdfc__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b770996efe0b453384bdf31faf4226d1__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e33496771ef44eddaaa1c416300cd59d__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d32028940f6745bc9dadcdf6f90ed657__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_c4c6e6e6a8544689b62e9ac52fa21413__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_0a12ca20717d4c4ebfea2cddd1ab3680__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_434008126f714247b161543d792e13de__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b310a9ccf4f940e19dce0fd6ef3822ea__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_26e4e45f4eb54ff2828d4a0cb0d207ed__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_684083b7327c4012ae11af407076dfb3__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e2bea859383748d9a6f64fd9c5438641__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_17af52ed136545d3bde4513a05fd19e1__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_3c5347e8ff2041e5a2c8e8ae9482470a__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_c50fa500d7834eb191eef74efff2e898__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_34bc8a8dd9694a3db68862fb2900c736__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_af6802f4c4e8412abccb0daeb5ad3ab4__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_0d61f33424254cfa8694b5e4581e79e3__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_990a1ea593304dc29e488d3656d86a61__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_275188644cd1421d82c59c6bc03deda6__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e30d704fd3b64a09bc2d27313058c946__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6ed9050f67b449859aaae2ee82276f03__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_5f7b6a951c45483f85fd2e5b7ba87709__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_bac4df3ab72a457996310ad119abef17__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7536e049ad2449a4a3a8a010ecc44407__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1c6364590f614ec28c201447d4cbe8e8__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0871ac0dcec646a688859d033fc04c64__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a82037e9ab6046c6ad8f28eb32f271a1__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0f9b5828e7194523bea4e932af56ba17__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4788c636467e4751ba69631915d7b350__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_cca0e387752e425bb04e6c98debcc0e0__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_f95a56434d3d44eb856acc145455e1d7__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_4cb426336b074929b2f8ffebf85ee5b3__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_451f4a38d12c4599b7b7469c5e40794d__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_2abe9ae68ed94263a86cc1e07570681b__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_7cc5871d952242cc99ec6dc4c072507b__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_b74c4a7c03b64e40a5829547f4f59a0d__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_3e55c3641b904d1eb1f28692c0eaea97__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_6b89c635eb0e4f6f9c1b1dcc78be38a4__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_483b006f6b1b473ab04d053bd0e5409f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_53f1c52f6dd84e5088446672c55fd765__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_5fa08d5b4a974a7b8710ab34481c193a__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_daff10c140eb46049dbe9700211afb5d__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_5f27656508e44742af906cb7ca1006c4__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_872559c04b7f4565874a72833752c0ff__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_df12d8be79fd4476b9083c71b17fa379__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_017b6a53c0b741cea053cbccb660a174__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_39f2e670c2574bd08b286f40d43329c3__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_40390558557845dfb3a87cf909d9ac2e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_3ee2aef7a3784e648a3b54f97d5c3135__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_9c4b6b708ba24b4bb3debc28805b58fe__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_0698ffdacf0f40eca054a7e1e708134d__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_f87da0f8abc5408ca45e3391588e962a__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_46183411f1e94c31bc86af75a5d6f20f__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_c35c055fb0704ec8811d55b59de2598e__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_6f9f1d3596244559b297bf4c2c9d5e5e__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_0d61f33424254cfa8694b5e4581e79e3__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_5fbd9bd7f8b649c9b8800bb91c4638c8/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_5fbd9bd7f8b649c9b8800bb91c4638c8/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a193de254e72428faa04c137874dfef2__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_8bb8290da0f34ae881adaabac054350e__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_9d582326c4e44a208eb43d9445359c22/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_9d582326c4e44a208eb43d9445359c22/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_cf8ca1f0df714ed4ae33b7511518d6af__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_b37646e4359d436db4ef260d4dac0d7b__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_7e3b387c82534094b28957fd66f71468/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_7e3b387c82534094b28957fd66f71468/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_93ca84be63324a05b6c931f64e833790__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_ac5c8cb003ae45e7abc174f61156ea43__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_428102b74d03483ab8cac8e426097418/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_428102b74d03483ab8cac8e426097418/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_b7929a9f67ef463b8517bdefddee8997__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_3fb2c78706144067bd53363010af08b0__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_057acd7ed153409097e91749836e0df9/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_057acd7ed153409097e91749836e0df9/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_96c92006a685487eb54aaf44b8fea22b__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_bc51454bf0934c8aa53ea43c7010dc4e__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_1f592ceb7f0640308800ede11cf54d2e__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_114c6afeac654a719ee3802a3d58bc91__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_aba178306db84a34a2e92d9a3e30df60__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_65d981346dda419aabe1e589ea5cb781__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_626ca20b729847449fbdc8f2de8fb38a__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_e5795f6db89947fd82094006204e5aa5__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_71fdd51bdf1640ea86758338a0ffe06a__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d27d2b09e23b420f95a8727c5a318028__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e80c6cc0949343efa02be4b5d37fbe38__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d2a74a3bdeb54147b8995ac1f6ba8de8__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_3a03d99311ba42fc9ef321f6b32450d8__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_49ebea693cb74cfea4a8b9bf3d8f1d09__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_35d9f75331b84c37992154ea48c16f30__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_90bbf5b23cc74b08a1e298620bb2663d__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2f0cc0e039d2477298ce253b21e94b6f__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_5d8ffb15025a4b8db35fe5b3a0f667fe__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_40763c392df942c78cd03e59ad3ce9a9__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_3430a74c599348d98d788557e2729eab__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_6b2c3dd5bd59487c96096782177ec47d__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_de3fc9d879a2402f800303c848b8ee46__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_42b99e5a5a744cc4b131e032b3dc2241__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bdd8147689764eacb803006d5c516625__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_f5e55efea2974275b6bfd3ea9fa1e4fe__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_e4b4d6847ddf48f4926ac78701f277d4__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_3f74ba716ea743cda63df7070714aae0__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_4422d9ef5d31418ca65982a5569c7f24__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_1f68f4830c9c4263911f2e7917202af5__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_5ce82c7586644209a6645a39331b6d65__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_3fb2c78706144067bd53363010af08b0__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_b4186b0cc9334f48b9cb97837668ed4b__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_9ade5667f073452ab27b9ade8fc6f5dd__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_bca87bab4e37463c9ce2de17e8a46392__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_74e211350e5f40fa9a852eb053e24bb3__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3157acd3b8684478a3cd9590d2592b86__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_dfdfa12009c84a3d959144a03476e7ac__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3ac8b777472c4822bb38fd4168b376cd__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_092d6721907a474094a998dab4edb1aa__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b8bc12b65e9745b9aa9e600a9621e3b7__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_7303ca1510b84907a34786643384a1bc__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_26461cd1fe6541649acbd579aed515c5__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_f827ed01aec8440fb34e571339721524__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_90e53a13375d4bfdb972b741f65e73f1__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2779ad6f4cfb4323bbcc0cc766a2014b__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2c16cd55368840088c5543336f0033b5__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_11e89a7f2d7e4e828fd0b1c5b5188ee8__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-3.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_20a3d327e92643a3b0271bf587a69920__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_8b677e38ec974544a2883684f416575f__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a36056d099fb4d60a6e3f9e2bff53858__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_95c4419c42944540aca6693eda62f20c__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c0d5416e927c4fd28f8c5b1d716e7a12__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_f9bbf2b7066949ebaa3b725fa042265c__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a6b8c7a936aa4516976476e1be43c248__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bc83fe82e8b04c40a796f8cdf323caf1__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8cc9f0d5882a4a138710b7dca1a007e0__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_535458e12da04db0ba8523450d195971__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_86073c46c9f344d6a922dbeda25e4017__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_e1251a02c5c841fb9eb11540d59cdc7e__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_0d61f33424254cfa8694b5e4581e79e3__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_79066d16c77c45f2a5fc0dedacd10456__cmp_A" eId="cmp_E">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>E</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_E" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0755-06882bb8cda64cde81bda2991d23ad58/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0755-06882bb8cda64cde81bda2991d23ad58/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Boekel</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_f9ce17d1323f453ba4963f39d4727ba9__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Boekel bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_4b8fb19d039042a39229f1145f560a84__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_e9d964f95a0149a0a9513b0c68c79577__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_430eb2d2547e418ba9f84c405f6f32ba__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_db0bfae29ef148efa03c29cb9a7453a9__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_86890e752bfc42e08fdc893badbb6a1b__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_a32bec82419a45e4ab07ea1cf9d4df2e__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e0e438c2135e4d169ce12d212b654805__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d82a798e1fb142e7bf28c2586b762aad__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_be6f695f8215450db232f87e030d4546__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4cb4fa7f94984b5eaf5ecbd6578b66ec__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_16bb255aaf434ec699ad8bd2260ef606__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_dc0b628f8eb643f9b2de714e1e155ac3__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9af56050271b40e59b282ba26907b926__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c5a4cc20450e462da9c4173376bb4bc5__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_2d843dc027e9485fa85c2e1f0ad5c501__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e533f427662244ecbe73d98033d76800__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5460803f7c17464d8090a5e2d06ad7db__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2147780f3f1e45779f039e7c83815254__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_cc7bf84724234d67aaec1761c989f840__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_aea4534ce34b4de5b26f660640cbbb03__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_488b997be86944548efbb0d274fd51e1__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b694f758b301402f9003178d8c704a28__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9fb615f5343d41a9874c2f4247041b19__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d4266bb213854927b2f5f322e9af0e15__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_84f0f9024bfc43afb3e12f0cd8d74dc9__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bade437515ad4192bf313dd95f9b4c3b__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9a0cf0aa652341479671f7cf75a36490__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_cbb7f69e0f57454fb043892fb43ecb39__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_90b0729324a442baac9a03869cb3d016__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_68a1067975074463867cc239cf53a0fd__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_93fe55ce07484a4c9494b9ca836e7109__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f63904389c154d68b55bf2cb9514470d__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_eab0762167f64112a29407a0497f7670__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_87904a3112d645848351d956297b7b7f__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_61788953b65945b3b66535b7b1c2bbff__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_9c1df88d7f214ca8a134c22f63c96c66__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_3309349f45ef401d857061f008adbc3d__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3c9a81486da7447eaaf8d50b8573d5ab__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9c6babd270564f40aea6140aa615be6e__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5667d3bf1f3e4d2a9efc5d57e61042e3__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0e023be24c2f4e76b7ce6961c32a7f15__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_7009f85df9ed48d69ffeb298b4990be9__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a006df43945742dcb0a6a205eba188b8__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_7323deb22ca34740a7ca63a8a8b16367__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_900eb67245c342c59693f992389e3d9e__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_10e2f76b9af1451b9481afe79d0248cb__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_b79646eef87e47caa33b1fc6f0a01396__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3fccd960c4124a479b6e7299b3cf5d4a__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ff2a1508f0754c7e917f3386692e019d__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f95dfdbc427741c2967a8e5022513ab4__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e4bf4fd6ffcd456ca41943772fdab366__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9119d813f96148fc84255bf580ac6683__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_bd0ce8b44ea74d6697c7ae33076dde0f__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_9f5b5f2f17c94132a17c6b1bfeaa42fc__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_65a5e7a70c3e4cf9845dafe60b084159__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8be85cad5ca94ea6b6c17fb37af36b1a__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_89eb8eb75097461dbeebe2e6f5d0235d__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e1551078b5fb4ea9b2d2b0847909352a__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ad111d9a3680484ba2cd9858fa6989c0__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_479388b93bcd49a7935d22929d8826a6__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_d6c2b5fde3134e28a0cc7eed8e8016ef__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5e7b3ce40b414c8a912c2f7bfd18078e__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3a802240499a49abaef8a02ce3a961ef__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4d2eef1f3b2846848442f81ae0cd146f__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_531f8656541e42528f82d6f35d07365c__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0c052474018c4778b1986321553cb4f9__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_1c57f2f71e5f48f5a4028c3be0d89208__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_b85769377fda4a2f99da2e98ab4412d6__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ba97967b115644dbbd513e3599d9ae29__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2175884924a143f8b44536ccc609a2b3__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4fe73a7fd27a4e3cb4dabb20dd35c13c__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3680f8d863ca4d16841944e30e404320__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_de8a53ac945544ea8bc89c4d05d56361__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4c15d156921e47319c981e89d2fd1f0e__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9d11ba3c83d94092bd54377d9ab4b9d5__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_88cc41a839d3418ca0e11afcff3d88f1__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_e210d00b9a1d48918f64182585d388d3__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_d023444299ef4dfcaf409f7b3e6e9124__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_01861a86a50d40f284356ff38545db67__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_6c783bd7aabe445e9a8d12d24e5e2a93__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_89991ac171ad4e039d490ab9a34a6daa__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_6fe97d8ecdf045f6b15524feea7bcf35__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2807ade96059449a8a6ffd828477eb29__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2cbe06a6b28644b1a7258680bbc8e888__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_82d65e82a15641089b8b77c983e371ec__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8b793ca140c447ae8e93415ddb55299d__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_187757049b544592a1e96fbdc3b9bcf0__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_68b6730cedfd435d948e57a86d223389__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1dd4809973414f31868e449dc38b4a95__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fbd6752ad1624d4ea3ced0a4228e80fa__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ae177e71e0fc46abbb405925c6aa53c2__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_6c00e76dd01446229f5a44064103011d__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_6fe97d8ecdf045f6b15524feea7bcf35__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_22e9863de30e4342a5ffcf4de3609775__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_74311de5ba404be483e0f8103534d25c__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_92252960aaad46f38324aa58923b0f29__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_144ad8a155994ef4b0a612424e2f2300__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_19a9bd48fde543628a1d6e67c2c0c0e1__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_161d4b1b1f024e22a71a337217130223__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_72bb12bd0ae041ba9051f720d07fe3ab__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2d49239df1e740f2b8167e7982ebb757__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ec1273c909e744ff8fd96387f5751d49__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_26cc5820ee4741a5a750b2398cb87ea7__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_b440a43591654adfb50b779558d814ab__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_dfc14068a8b946b19c51f9d598c9b571__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_19a9bd48fde543628a1d6e67c2c0c0e1__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_2b7801ca81f643d4b8dfdc0ae60b4d4a__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d35d2cf065654091adae3a70788b96e0__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_73c22038e3ea4b009a39d1c54f9f1b0a__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_aedab740b5d347e3b6f37a3eee8a1473__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_16d2ae14cb8347fb9254df698468ed88__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_54706d4357dd4bd4a2b02572e9b2b9c5__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f88a9af928ab40499c3702f8bf499248__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_533488d1782043d7aef91a4870e108e2__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9927628079e34b419bafcaa4f7537190__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_54bebf8125e142bfb09b9175ac3b331f__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4946ca60d9f049cc8dfc1b8e74567953__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_8b80686b5ef343af94217f2643385f24__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_0e716fbb73ca4354a6657b144304d77a__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_96c7b2e42e5041acac3be71ecd4587a5__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_6d511da275db4378a679a6d04d45a819__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b17506f2f5434c44a160e15576445fbb__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_afa53850de3942f5a714290af69c641e__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_6d511da275db4378a679a6d04d45a819__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_07b102432d5a480fa40a8a734f33544a__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_d8ea917d642448a7b927f1e8a49bd438__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_f824793c3fc547e5a6faffd13f612994__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_19a9bd48fde543628a1d6e67c2c0c0e1__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_de314e0691d34831a2d3ce84bbd8c523__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_196cf3509b74455b83c896281e0959f5__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6675d03c9d7e46498530716b3a89d3f5__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fded4fbc0c954a109285b6315f2f95c4__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_142838fb8ad541438fac79b7393885f6__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_87b0775d5299486b812ab4cc88e6c01c__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_9cb1b1f40daa4502bb591d20a242f4f2__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_316d9e011a1c4824b4e7b56f2f5ef451__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_85068b5377ae416b82e961e4eb15638b__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_82e48509d34e421090adef82cf566ecf__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_cf92d903b8eb43a593945e87b2631924__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_555378cdf5d045c38d213f872fb01233__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_a06e90e47cb949f489e497f90ceb24d5__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_54d2630b5a0a48c89d8987bfd58204c8__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c85f16c62b964cb5977087404866142f__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_415e1e23a5fb4ebfba2d584253fe9731__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1b01c8189e1e46d68e6395cffcfa78e3__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d4369930185941cd8f567f9beffbdb0e__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_85c125e47c3d4703b7d0158686a682b9__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_d46f16a3421f4adc999e3c4ee9bf4d75__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_56a934b02d0942969ed27f3fac9c57af__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_1cd3e0f7459b436c88347116bbe8e485__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_53709fc2dcd245fa96ed338a297aaa54__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_6367239f36aa4818a58b1fcfb34eee57__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c6cddd1de1eb4d3f8dca4253391da78f__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f1d0122125ce4efa87bc5f00ee1877f8__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f63b1d3c7b45495988b537d52e3c89fb__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b028d35efe834ae0a95fb8d5498e2697__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_24f5df82ca50460a80ae520043cfd091__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_53e7ccd7838341339600217ab94c7f27__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9b63c71affa445c6a27fe33113e0c616__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a1c8d7cb5bd14c6d98bbb830b35c5104__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f5319fb989b141ddb8230ab7faf7a0ec__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_35895fc85f5b445b8be4414ff449cc2a__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fab33f52d99e4edfbc59b27302c6694e__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7756eef46b2b428c994ba7296c5c8f88__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_0e70cb520d8345bba37af178c9c5a544__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_71cae9ca250243d1a38c5f031f21d558__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_d1a735cd59f54512bd7dba073b32d209__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_e224e61c5aa04f90a120616d7a690525__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_b0436f8db2044979b27d5612385fda3a__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_357a1f6007a44223a33b779a5bcd7191__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_415f801ae8714c9baa293044755ebb55__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_3afda108b5d44c50884bebd035e384d3__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_80ea34a8d9ea4f06bb4132cc63d696d1__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_79a7cb46a6aa42328339a4e106ad2671__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_71aacc66d84f40eaa53e269201d8370b__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_614c62adc92a46468e494a8c9675e861__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_2fde911b3cbc4c188faa48c4c85a061b__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_87449623b44b4c70bcbd5738c4e8c9d7__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_56cf813e64404c22a2d8d822e3b5538b__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a224b4a9c0854c0eb595d2b7fb675141__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_9b4d2293d60745eebaf4f3ef80c8580c__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_c82f0a1edaee414380ee0784939b5f67__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_5a57ed405249455997ae58290a80ae66__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_1b1f66b83dc4440685bcd445784dcc29__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_6809290444c844fdb2e5a6e339fe7e86__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_37033105a6834952b83a51a0dfde98c5__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_1f64bea339b744bead188fd2ef8a1add__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_7534baf571144c7daa4367a16e64b2e3__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_e5b10cb72ac64f958be722844fdbbcb1__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_dcb17272c9694679961e145a097dda89__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_6367239f36aa4818a58b1fcfb34eee57__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_4672add75f3b4e339eed630b856a3090/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_4672add75f3b4e339eed630b856a3090/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_0dd53a5f540644e18d4c9795bb4dec90__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_6fe97d8ecdf045f6b15524feea7bcf35__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_9bf5d714230940e792c3e752dee2fc5c/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_9bf5d714230940e792c3e752dee2fc5c/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_509bcb33751a4ba2835e1eb359863d13__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_19a9bd48fde543628a1d6e67c2c0c0e1__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_3db87bff4630426a8bc67a8d125a90a6/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_3db87bff4630426a8bc67a8d125a90a6/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_6662df138dfc4ee09d557fe25f6d0609__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_6d511da275db4378a679a6d04d45a819__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_a07abf2b11b04beaaa7e725c9aa49f2d/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_a07abf2b11b04beaaa7e725c9aa49f2d/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_ea3e588ae3a947edb2f5e6d43a2dd6b7__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_6c783bd7aabe445e9a8d12d24e5e2a93__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_5a62de7ac3304b53a5038fa2c212b180/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_5a62de7ac3304b53a5038fa2c212b180/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_1231060ac7e24e00a18be6efd3375e12__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_453b35bb3c51447fb53395d18545e0a1__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_527272f813ac492b88f23484fbb3025f__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_ffee6d801d8545c4b5fa71433d1edd41__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_1db073efa2d84c08bb96f93a4d0236d9__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_e5a0de6b9429486085ca5755b56105d0__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_9f231314a9c34736bb69b0e552828006__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_e3acd46455204c62947c614d2302955f__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_f4add60daafc4635bf5535b53048d414__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5d0457e17d9444fd8f0697f5f0eeaca5__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ea2717a29b024e11836d9ab572442113__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_64c453494d6d48ed8c073e23bbf20f38__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_7ed487f2935f4267bff6bff9b6de2822__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4f87723cc9b246ae83d5e4dd96f3dcbe__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c81c894e2c7142bfb2f974f45a2948ac__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_53453e076c274b779d12040ef2b4136f__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ddc08d9c5bc9441bb61ff1b27152d38b__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_59038494869c4ac782f50afe2ce68c06__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8bd7d1ba91ab4766a4e0f806e9bfba0b__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_ae9a2f3c4e8e40bbb1740f6189ec5c5e__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_7d485bad100f427aac2eb1f574278e40__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6f9af07e5e4749198fc72f9f22ddc1a8__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_511c9b7cf4f24a5d81a7a183b988e328__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6ab2e8c7111f458399fb674ed02a394f__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_8271cb4bbe5a4c2a8b3d3a1cf43f7a7e__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_3e0f5db2a8e343d2b6a0f3b03c45715e__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_ed20e1e7b43a4e8cb787d4398df9ab7d__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_a3b30b2f376a41fe905a6399aa2c5ce1__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_acbd3f9cd5384fb69b6036d8cadc7994__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_2a528837efa04e3f96871511477d7c26__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_6c783bd7aabe445e9a8d12d24e5e2a93__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_5357a3f193384b089a19a89eb3cb9c22__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_8e0885a16842424ebdb878e11c774556__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_953478cc46764bde8a614ccb39a6b467__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7c96521e9c1344219822bd84ad501490__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_8a1908ce5ee04d23b7e4dac38378e42e__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_545abe35f190413e84a63f9ca39368bc__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ac3cdd410d3d4009a6cd629aebb70ddf__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_703ada74f05d4439a19bca7c13db1938__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bb44f7798b7c472b9b5cd0c03bea1071__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_f65ff4e21dcb42508637d7edfd7ff6ea__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_2295b52317884f1c99840538cf761db3__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_0411e676efbc4cbea12c4d85d565f8cd__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c1e747e4082647c5a5313431f3e0b356__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9585ad8900784ac4ab42f2aa89540c8c__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5e70713f9e77498394110869ec8f9ec7__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_b79fc93b04b1434fb654423d22c3d35d__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-4.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0c793f3b1dcc49818c98ff872f1989c3__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_cd4591bebd2e45f4a58fbc85070179f0__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f24bb46c3b2248d19e6bdc11f81c8667__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f55092664abf45ae8401f5a2165d2e1a__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1a4168efa82a47b28e4a22b47bf42795__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_d93f624fa4484126b368a21aba105773__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_20c469dda61f4363b257f7d70e38ba25__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f5eba7ef5fb64cd0995452025c9d0b28__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8e0c14002da947ebbe33b6e2ad8e7a6f__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_e9b47ebea4e04db5918cd2123caa9b3c__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_1c3c0cf32fa342e8a0e83b5b789eec22__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_1a72396d863f4fd5946af804a97d0e0b__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_6367239f36aa4818a58b1fcfb34eee57__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_ece3493399b14e68b7a938064cc9d99d__cmp_A" eId="cmp_F">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>F</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_F" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0757-3dbaa09ef33c46139eca3e4b87a34fa4/nld@2025-07-17;1" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0757-3dbaa09ef33c46139eca3e4b87a34fa4/nld@2026-05-15;2">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Boxtel</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_577daf4c7e4e4afdad09b9788e776186__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Boxtel bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_3196e48e63384056a56408cdad0b2115__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_5af3bb2cc6264069bb3eb64d3e55a7e9__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_99b274f2cac84975a1c6e68943c7cb64__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_4196605271814b289c0c19d0cf7ed6ce__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_a6125a8378604b6a990bc6adb6a95b06__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_f654f3f455b5496eb4ff1f992c8c437f__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_387c32e773f444dfb892355951b035f0__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f40f246ef76a46548eb9ab15a56e90f3__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_37c18e6540834391bff34c3ef28939f9__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d021d21307fe400f8ffbb479602bca69__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4ea4cca6899e4808ac9ce3ca698bc985__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9047db9641f1491d9ce2c7dbc4fd06a7__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b55421b189534f5c85723880d233d627__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_14ce47ab436d4b9b8638972085f3fc94__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e6ac0e087ea7487cbb89b8565898369e__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_017aa29ba4fd4ed298873f23fdb4f205__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_148acfab531a4c6dbb42ae30918befa2__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_38f48c5540fa418badbe824a1f60cfce__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_156b0758093a49d08c689012bb01b4ad__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_4f0341cb059c4295ba6655f7f229279a__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_205edc2f028c4283bea54426db7ed22c__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_17d1f86400114e1487d90d970819933b__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_bb54bfa61b774b51a62562f0b978d34f__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_980ef59448854939add60b4b7fea9bf2__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2c3d516feaf24021b7aa6d257e7d9e7b__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_59d26f5555874bffac5fcd74a3dc821a__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5325eb2a279c4ff083260d9ff3d0ee69__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b2f83f5861f04092a189d911b17d8c48__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_fd361769f12c4c428ed59cd685c2b426__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_55d162e88c87416aba650dda62cc85d0__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6048973bd6424a0e8da239ab5d8754c4__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f3f7ace9e261448ba3aebb8d827ba38f__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_731eece3905b4c9ab9161f43b97bd262__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_44bf7b83f81e4dad9081be0f125ff0ed__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_025dee983749498299a8e81e3221375a__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_f65d4a0a3c4b462eb6c5f40ad542b192__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_9bbb620881dd4d83afc89e600597fbf8__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_802ab7c22e7040d79ca019c552611732__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_995f8c994dff471ea2f521587fe0b055__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2921187ffe164698a26e75c850ab608c__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5d8760b6c2b541cf84eb8642f5eaea04__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_61439dca152448c397765a8d9b4c00dc__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ada3f7a6932f40cdae766b095258a1b6__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c2d949a16ba642ed81f492f17a50794c__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7c93fecec5e440eaaa384b62ddcddfd5__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_11a237c120ba44a294a4f2458da9089f__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_79980a754a73468295f3f1f8d78fffb3__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_99fba8cc6fc543be8199cdefc49db957__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6c2b93be729a42d2a3c11e37615e524a__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a2de40b59c1d4ad9ad7cbc97f72cc446__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0f0ca7501d30450c9d6724e8d598d1b6__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_35f0406e7a564d848f8a14a4fd10a552__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_b37362cc2dbb428bb85c8bd495f88fae__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_c22cad0fd2374cd38a75a72b1c0b6d1b__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_b84148dfd0d3464b8884d25f62a55dbc__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_00ef6d7074ce424798bee4a4bc28085c__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1d0c2e6b9340475a9eedbb321b641ebc__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a696b0486fc6440cb9e81c84906a2121__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4267ee526bae4a14b76c0b9567e18890__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_b44ddb0b9f434c3a9cd7386fbf40ab28__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_05d0bed50c564084b0a860c98ccfc029__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_822d72d2d4bf4cd3b32a58ff09b2456c__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_188a5b65c9d64eb1b4dec627f6d0de6e__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_33a87d8bfa624c7288142bb05855dbe7__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c86aa92047d44b5183290d188b6fe61f__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a31fa1106304428497fe074995fab7fd__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_77469bc5587d40cbbc991e1a8a5aa1a7__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_4fba080dbe954693826f1581daa40cd5__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4ce9685835d7437bb447bcfb5306226b__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_726a9605a5f345a28d05f3719f991617__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_acf4f84913944144a7ccc07bf5cd8999__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1d5920fd100c4b70a7138d1e1ee56975__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_97a54b65b85a42f1bed30bedbd2c8b08__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9db653ae2b6e46539eaae2501a7b00d1__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_cb1ba84770f54f3eb3bcee1bb4ed47bd__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_4ed0f41ed68b429eb27bc7d55065ded8__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_41d50b7864f846728c8f4db41b71f43f__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_40bbbdd06f174cc8b9eafbe5b8e5d0d0__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_d701604be9d64f4c8837e35d49e22655__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_a378b79da27e461bb66f812085ee7400__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_3f965e1c40ed49fb9b3633604b400041__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_d6f31246a777457bb8db58acaa2dfcb4__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a8acef353557440c925ae8f74afd278d__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b35d3a184397418e9c1592460bb33119__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_65a33c511b5c49e98b113822fdd22e1c__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f56b5a42ffbe4f188f63276e31f44268__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_09af8ffc2f8846b8b5eddd433c95039b__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e0919c9a56a64e92abe6a205d4812823__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_379a76ab80ae4ebfb973b61295a6da8e__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_575f1ac44e814c85ae348626c41f9dab__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_bc97610c3d3c4a56b562af5f1f4fa1a8__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_1ac533484251445eb7502109813576c2__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_d6f31246a777457bb8db58acaa2dfcb4__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5e430baf5dcc459a9a348de2d4f383b7__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_7f14437d9b6c4751aaf08d5f49342bf5__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_14b20090f62d42df8c46d103f3d6ccfe__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_6e28a4c251024e9797f404f40ec5d34c__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_f94634dfdded42e38c7d948792e6f22c__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_cfa15d49a5b8438593b742396af7e1f0__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_dea4e7ec62f546aa89dc27b7e501bf65__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4d0a33f6e82d4ba48c7507a7dd6a9057__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ca7d1e687a92441f86034540da111859__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_3184b4a7c6da4f0caad275cab3933ba6__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_52fa3e0156074c6ca76bd3d85588a9dd__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_861080213b0149379509d9f049dd194d__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_f94634dfdded42e38c7d948792e6f22c__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1aa8967b87834d8c8264be0ec2ff9e35__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b8c6928bfd4a4a8c94c96082d5ac95ca__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_58c7685a69f948f9961a8f7855094591__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ab7586302ea04b019341b094edf540ce__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_cb0131704816432481ffa0ab60b08541__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_80471a1142ec4a4495428aa4928c67d7__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f6707ac1a68846609f3eba5f8d53b522__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ffbf600d7410480fbdeb0cb48a06f569__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_58acad382db046e5b82f2a02532cddf1__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a59e8e95f65043f1abcac4c174128dc8__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5a9f797b8d2c4fcabe427f3db35b64a3__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_ebced5aa349f4d02a2aa774df61025b8__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_2125809091c248c1820541db68fa521a__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_f0265c5e3e2941799419e009e9acf12a__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_f092450b747b418e8d93feb39c88ca9f__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e5d1605e11774490959aafd1ca878f67__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_64440cbfd1574e8793ebd0eb9f90fb29__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_f092450b747b418e8d93feb39c88ca9f__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_0bad3f4e713b4a7ea2b8d482686d8366__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_01914bdb114d43e383e6b35b214fd62a__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_59ef662ee85c4b489911ce7984057475__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_f94634dfdded42e38c7d948792e6f22c__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_245ed0ddbcd942e6a774b7d7c8c223a7__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_fab154b12c434f92af31c4e01e445a47__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d4f55e31a7834079bfcdce440f6d46fd__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_204e656f07684520971c7cb6820ec5fc__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_9d95b6d5d6c54f9aa4216c8ba42dcbaa__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_323f1b348afc44139794f575d61e34c8__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_2b23853fb37147768f9bf6d410def6f1__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d6a2cf4408ea4d86890678afd8226e2c__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1521e08266564d07a0593c19859eff44__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_195edbf8d34e4155b5f5a4318082de84__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_093b66931ab64e55b1a72633b1d37165__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_78342cb0125b481dad95e4770caf4905__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_1f3703de21f447ffa831940cf21087f7__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_390ebad1589a43c2b9bfcd5d088d6c87__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9fa8b70aa70945ee960dd70fb66b1adf__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_520bef0014a74832b25b01d04d99b95a__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e7337c43174e45e192028f4c2810e081__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1406e83da7f648dd8a60ddb61b47f546__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_71158a6452dd461a8f23513d13717a94__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_8797b37f871f46d7a0a5d5fe4f983e51__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_c1fc17d476fb427d899bee13020a7e42__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_313d3a465fc7481188c7c53dd4707034__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_c27828b6fcec47ef9be1b3bbcb6604c6__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_74cc77af930c4169ab7ad6373ec02f1f__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_913502e6689749c58ac3c68aeffb4582__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_042f26d96f8e4da0b0e5f403218c38e9__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5b3aa9b994c14c93a02119fe7b11a343__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_721db69ba01846b7b6d1ce900841d6c4__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_853e54a4ae5a413296a510e8be8124d4__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_49171de62a424b298f6d077801724d78__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_527bf39d9b954f349ebb3bff401556b7__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9a21509f9ea24cabb92dcad33ec6c99c__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_06b332eb65c240e293ef2305318a636b__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d888e8c934eb4fa18f5fbdf8b51627bf__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8a1683cae569496e968953bd09c81d37__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c06145242a7e441eb41a1b8d994a7500__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_5512837199dc425582b5f6867c47ab03__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_bb14a87d870f42f6a6f0f68818aa85e1__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_1505640f93dd43198fdfef57659eede6__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_193dc3e7f8be44c3bfab90db601fa9da__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_c0e58cfb66f044dc9acebeb956b3f3f4__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_907cdd9e5ef04292a9c350026258280c__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_7feffbe725264507bf6e3802ac379b2f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_925750db0dc74bca8d7a45042d72f924__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_5a34006360d34a30bf60d6f6e9010ed3__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_8e27b231a38941e089177b609795dd69__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_37a6802773e642d0841a04106418f1f8__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_08e059b9c0fc4909900b6610a110fd12__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_c0a6c663f0314dd1aa6aa5504d204a68__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_ba7eeb7c0bd9450d84a66ab1bba359a1__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_34b142ebfd774ff59c1dba768b3d8a11__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_9463b0e148e64c82a9479579a404cb1b__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_6b41a64f0dca4e3083da3cd6996c5878__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_766d8f440fd542269cd3e5f884118b6d__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_c393fb44fd3a40309c66ea40ba4c9f8a__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_ae2bfce4c2fb4b2188b8a8e334e669d3__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_601ed3d493e14a75bf55b96b07e9510b__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_684ef20c55cc4f70a75162ff5a55d737__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_822e01f8d8cb4acbb54fb46876062bdd__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_c7915fd61e1a4b8da8db0793c3536801__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_255c6d7513ba4f4a9406231cd6e36835__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_6c3fbb0162a642c79df6933996da6dae__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_74cc77af930c4169ab7ad6373ec02f1f__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_d7bba1e314914519ba04d206292dbf66/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_d7bba1e314914519ba04d206292dbf66/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a6aad126339845fcb7e7b335013f2303__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_d6f31246a777457bb8db58acaa2dfcb4__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_bd65b70f2bad4db69e5d2431840276ab/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_bd65b70f2bad4db69e5d2431840276ab/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_08ce0e8e776f43bf9e08cb9c23dd7b3d__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_f94634dfdded42e38c7d948792e6f22c__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_3262644be9894f8987a0b595327d7861/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_3262644be9894f8987a0b595327d7861/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_d0161736751a4dfbb53d1174647551e9__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_f092450b747b418e8d93feb39c88ca9f__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_e40425e10b8f47778aaf624688015784/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_e40425e10b8f47778aaf624688015784/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_1d069d0b8a9e42df8c20f0d115b3ce64__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_a378b79da27e461bb66f812085ee7400__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_2f12ea55f7cf4ba982fc2a457542cfa7/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_2f12ea55f7cf4ba982fc2a457542cfa7/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_f184330600b84d519f76038c45c3cb61__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_b3f01367fbea406384c9e5beafc404ad__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_5b0a818ed32141a8b445625c78714e12__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_1c4bd2c5da8e4fe9baded979f2f9503b__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_7dc92cd2136d4304a1c76c3671e457e4__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_1501ef189720465c9594631cb5e69429__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_a66e881656854fb9a1a32cd692b11c9b__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_8ef818b256d04981b76ffcead6d87879__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_f9f1d99fd9804776958ce2b7882e340a__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_956a6d2e12734590bb6d3f80f9fe1d80__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e10599fbb4e3462fb3db6d007f28fc80__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3ddccfb83dd349e58d6222c68280b4e9__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_fa2268f0f82f468a982b2148764e64a7__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d6480280c1d442e58aa725e5219927a0__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3b0cdc0915ee4976987a806a1b172b01__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6077002471d34516b7beaf6942f77525__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_37de18cf1e184f0ea27f42b31195dafc__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_9c6f09494f964b19a7f4830d86b145ee__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_989cdca633dc45e9a6f04749b7da9776__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_e77eedc4bc9b40039a9c05188406359b__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_bdf553f04d354497b2a97b4cef54b2a5__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c8e10c7fa60742618880b91147563bac__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_baa36dc2efa34979baa1274b04d96d1a__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ad87612f737c433ca24cb0622e6d9fb3__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_b65b6e20c8e74c209a3b38fd5dc770e3__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_aa3024c2d4284a79a1b8d4ade45eb429__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_daccef8495e64022ba9d0ce858c32eff__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_940e5e0c2dda490293ec989860d96844__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_403e7472f1274923bbb75bea18d96c1e__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_56ea1334c8c249769cd0dde845062a3f__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_a378b79da27e461bb66f812085ee7400__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_144cd1b6ea644bcbb1418c76e98aafc8__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_d8317ae3f3a949fca52f1ec4d3bc9a1d__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_af59a451909c4dc9bedba02fb3ef525e__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0b589925a56249e7ae904c573951e271__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_0ee9511ec6ad45e0b1c0d2128775441b__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_95a0cd15caac455d859c46fc5ca7369a__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c89e901ee77842b981065ec977b25a6a__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c6adf196bdb344e2be4851c41de2c8fd__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e25a46ed210e43b3946225d27997228d__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_083ea45cac4545a78a038169053e3805__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_a0fe6ca18543420cb36ce482baa0e4ab__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_7022a66ae9e6414eb72fb87c21e2111f__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_90c8b14891014f2095eeeb7642535399__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_47e34e1db518418184c4dd2875cd4f96__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b345a77fcaef40e298443893e25e66ed__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_b118c6128a594b278fdfd97eec1f80b9__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-5.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d31a73795fd34445bdb7026688f4369a__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_e644b21f69e742bcb11ccafa5b6e5a85__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6d30db48efd94ffeab8a82a25a830642__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a7ffaaa63f0f4f7b833e709605e3274e__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a712230af04148318c4e8009f90bcab5__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_e7376fc62ef0403bb47707ce80e75e4d__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_035f1b8c1d244e66953454d3e174fcbc__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2e5b2331554c4cf0bfbd5c9d806fcbbc__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_040ae9079bbc416a80e0d77c311b3d62__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_c36c4c8d7454449a89e7b580875f68e5__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_e8ab58f436ac4ec88acefd400869b332__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_c5b40d6fdcf44f26be73b7faaef531ef__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_74cc77af930c4169ab7ad6373ec02f1f__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_02eb5a7975904695b42fac890dc33bdb__cmp_A" eId="cmp_G">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>G</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_G" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0758-ed5a410ef983471baff190c7e96db7ad/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0758-ed5a410ef983471baff190c7e96db7ad/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Breda</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_78dc4bc58c4142969b3b2d3dd8d22aa2__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Breda bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_a5ebc7a526434cf8816dc702abd43214__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_ef3c9aee3f3840bd811463711b7a3aab__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_6667f1f3b43f4d57a0912a5fd7898eab__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_8085a128611a4a35be8d86e4471c7d48__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_475f48b501814640be2a15d9b8f2a82b__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_4f2d21fad9d247c2b847efde74c0e045__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_86c73805a62844c8a39953ff457b7222__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_056d95fa1d3a4e69966a1f76df5023ce__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8af8c9ce813b412097e28fe5c3163a25__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c7779eb781474217bd1336b0ec4fd6f9__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_584380e1eeee4932b9f8995b2ebf3c27__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_aa55bb0b9ff4483294c0c4c1af8243f7__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_bff361e482584b0a8614edb8210f760a__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c013a782125d46b6bf80f479ffd825df__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_49f00963bdc946c290b780902fd0cbb9__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_19782485ce224d0aae6bd46e60512a78__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f0172529c70944639035b090b34af7e9__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b9a4b124a4014683a490c1b18b2fc9e5__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_aaa7eafaaec149eeb1c9ea9c43cde3db__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_8b3e4570b3144ecb9abe7632778e22db__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e27c72d5b51548afb0a3816fa318a21a__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_27c03da9673e4c5ba2bb86452de8e93f__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_eb2d6b2626d84c2b901a110287bdbc33__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e5d9d7d76c0b41d394bd4516630ac8e8__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8b992c18fdc946fd8da440edb3eba540__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_51c3005687a24795b7e82b17eae0938e__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_449c6a8cbec34e76985fd8d1eff31562__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_fc025c206c9043188de120f67f7cb0f9__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_abdf2231cbde4e3da25572a5828a8244__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_807cb86941f34cb594cf7f300c3f5533__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_62bbdeb9c7674ec49097a61b6f316022__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7cce8fa580334ed5ab14b1e6201353a5__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0d35d69f2c964016abb037ee0a3ccc91__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9ab5e5d2eb8749f1b1bffd3b1057ee26__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_bf4dedb899bd464fa4986b9f2eb21c16__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_9b103af70b9845069635e088e98608b9__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_889f3870459a45ac9c0867af26cbd0ec__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_00e0ea1b1c504a3f93ecca693c047145__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_26a4bafa65f64cc5a4df147ce5700fa5__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_611c15fcedf14cfea9cd987329dddb43__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1716cefd1c0c4ecfbfa06202649df3de__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5426bf32dce044298711a88d8a1f9f75__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_72fa55ee9037454aa62cca7edbb65f35__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2b5cb0a779574d90b34dbb0834a42bf4__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e64ad171e62a4e439aa73df06a93b62a__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_c0bff27763ac4070b74ceacf1b54790a__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_a9a108065d8d493db1a100e53dcd8e33__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ce8f142923a44d499944f93da745e456__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_90b8176d3ebb4ad1917d139679b20657__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_50c6350913614e3b85744c8026571eeb__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5682d4d43fc64d5c9dd027d13a4c1466__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a24de4de63c2489cac59a1fe6fd300a1__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_28b912150cab4ab2adb1c32dda08c1ab__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_ebed9f45b27047fb8bc4960f5b4a2e58__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_a1ee3d6a050440cfb5c268f988aa6251__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_99988c0a34434779ba5bbfaf6c9fde76__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_044d5fd22dfb4b049a0e485e39bf070c__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2caf6b5d50854ec68c4a5f5456c0e911__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_72d8174b0faa4e269a9ec2c20ca40a81__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_1a2383a3c7794636a9b7146b4fd59304__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_b3e94eb4cec54e1b96c65d0d3b0cb242__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6b102e77b15b44269a38c280508ba8a4__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ff6a3940b0424cc3be6611ad2e8e4d72__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_af36f06108a64b4bafed0774893515a9__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e9cdd8fde4db451eadc614b66f517704__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f5f3a040d85d4b63bd71fa8c07c535a9__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_759c19d6dd584e5c8d3ad72eb0ab28c0__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_0d3dbcb1c7b34dc1827b499f26b3dcb8__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_cace5de14d7148148b39921086e2413d__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_851ac40a355c41ca820ede67e2b3ccdb__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_efff890b2e8d48648ba2d5d571d41d84__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c4eb2736d3d249dbbe8289bbd011e733__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f3f7b5cc012b4f3c8061ec6651a16d66__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_cbbfa390c1fe4d81a1bd4de677793c32__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2fa725aba71f43d39c3df4bf6bae08be__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_5e561fd0a5ae405098dbbe868990881c__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_97c7b953b1ba49109a16299a5758c614__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_ff9df2104f524e05baf12c1c96f603ac__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_8dcbd3bdefcd4208b468cc1d099ad8f3__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_a2d14a0d20d14c98a6f54227ac45d3f8__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_72558ad7ae1d4460bec1bc577354d0a1__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_c95b00b664224a25a8a2297a670568bf__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9f615d3ef18f45dfa3eb06e1dcd7e61b__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_7b620b08574f41e48511164dc758193f__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9642778544ac4f4e90963d46db7cab4f__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_cd5e89d703234c73bd89d2916cef9aae__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_772ae29ffe744d2a975926176b922a98__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5146d6b362464a47a629d556f1aa6e21__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_517e43d8898549e68182deff7995f822__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_36e4ceee9d1a4abdbe1fbb702a0c146a__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_014d8e8c88034d7499435b7e09372caa__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_6d21f01de0a94ef69c69e2fd4e702373__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_c95b00b664224a25a8a2297a670568bf__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0947b7fab9ac4e729bf91eab8bc5855d__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_1516ca3176b749e98adb3ad7aaa23207__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_39d6a15b032147d787d1de7bc15ddd5f__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_66981a44dd7c4490857cfd822b302ece__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_4bb19a07132c4e9cba633845ca8add07__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1bd5e3f624eb4ffeb310214fcbdfe962__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6b1dbad29e614176830bb18a5fd34eb8__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e7471732f2e54b09bc7365cb159b8212__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_aa2e0eb12b25429ea4159d77f27b9378__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_fedf00667a184ac1ab58010704cd5214__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_a9dd6226e38b49bc945c05e88cb7b2dc__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_387b198eb17b41789a4c5c8ea642482b__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_4bb19a07132c4e9cba633845ca8add07__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f553a9afb0514485b62393256f75812c__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_57aaae50ab8c4710bbbaff3b08854dd6__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_bcb74c21426c4e6b93e49ea220955060__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_17339d01cbf04176bef214abf73079dc__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0c6debc2cf974024ba99f5e6ca5441c1__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6b4d901b478d4ef7958b52094a3556b8__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_12b3840845a8490e87176c2e9775adcf__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_be451920ad1d41199022eb5a7524d0cc__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_562a4f29b3e24365b6242d46930f1f94__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_49b4e68f19f844908a1ca48cf6da03a3__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_477f70dd0ffe40c1803bba11267c9db5__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_3116ce6313674d058e57ee53c70a3d2a__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_bf12f612d4ff46a2b218d9d4a4f48941__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_d9b524802677472d8a380f6b69f776e9__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_9ff52c6d2abd41c5ab7aea8b27c1068d__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b79d8ed690484808a04cfd4b2b558b8d__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_e69ec26fa8564582bdac9e98fed8af1b__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_9ff52c6d2abd41c5ab7aea8b27c1068d__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_23a61c4e43484c41947c57836a0d2add__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_31158fdd9f36402daaf36412bc309d36__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_42d3d90747c64fbaad3dd4c85c22f394__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_4bb19a07132c4e9cba633845ca8add07__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a5eef61eee9d4a17be5db7dda5f15d60__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ebd3ac307fc64cf08098d7398b4323aa__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9db0b9c527df44d8b51879285444fb03__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_807b5c86ae7e4177be1fc251002b1162__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_941af65b109f4247aca2e3b07cab6c14__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij - niet van toepassing in deze gemeente</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Gereserveerd/>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_d5a63e098fdc495c8c0f3879f2106f93__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_f11909bed25140bdad811ac7e681106d__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_cea0c6e062a34a9d8126b53e5dd293b3__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_f99fc85d7e7949c7ad0b048d1af113c8__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_2e176d16fe174fbc990476c4088f05cb__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c0e81cad3c9a4b25822f511d468b54df__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_931945440e3e45e9b8457873371d3a94__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e479d2f394c145029f6ec7aa2aa75c9b__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_97088fbc54104a21ada44ca34792894c__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_d8e98e666bda4ac983b7166192191acd__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_cb52eb1ed6a74bec9093b12089a206b1__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5a07bb2f179e4119a12cf31de6518fff__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_37d141f1000b4e68b90880e3b436d3c2__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_793591d604424e8196651bf9d0976ef1__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1404771ee8fc4e5a8f1ddd940aa50509__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_97fc4fadf7e04b08ac8c9b177979bf22__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ff924a41e65347c1952ca42756f1034e__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_67d8ac83c90048eaae59f7f36c69d6af__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_66a54ccc4c2b414fb974f418b3b4840b__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_f35d2ef7df134b1d8bd64047a7d551aa__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_a4c7358d32404620a1e60a992d1f8d04__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_fffea9a7c4f34eb983f7453f99e4b644__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_a1b3362d97c8485bb4317fd069afffc8__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_c07b553e31a54866a018d9321b22f71f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_3104eb47ae354fbf9991d97666fb51f5__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_81c0d0b7f2944f18a75b13c5ae56bc56__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_7add9d050f824308ab5344732dfdeb54__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_6559604204b2471789ea75d970f58534__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_32418d6001c341f0b0f2613f24cc604f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e8c94d7a602b4ce59b04d65735cc19d0__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_5abc9d1c590244ac8166463b5af9778b__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_41b3859e70334dbca94bfbe005bd3a54__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_f027550f240c4761862aa04c1db70857__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_0d6a6196f44342b68d3eb1f7ecf6b68a__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_bf6af0602ff4482f959227b0dd7ce4d0__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_685b306d14a44c4ab8447003e175c259__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_02382bd9a86249b19de859f4d952e1f0__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_d3b833b42c28478fbf8e9582668d2677__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_70579b98f57145788c0b309ea34074c8__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_6113704359da4e87ab0e303e57839ae8__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_d79f96f4f82e49d1a89d07322c621e9e__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_d777f867739a47ea87163a438d5ddc13__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_55be9b1ca31e468e97d1a60fe7d956cd__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_2e176d16fe174fbc990476c4088f05cb__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_76059e7dbcd24091a7348baf9f9479bd/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_76059e7dbcd24091a7348baf9f9479bd/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_f697f97fb6974c089a449ed0b3e2794f__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_c95b00b664224a25a8a2297a670568bf__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_b8f2db1ea43c410c9bf95b390f9557cc/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_b8f2db1ea43c410c9bf95b390f9557cc/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_152a05b945d84a75aa49db354e582ee4__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_4bb19a07132c4e9cba633845ca8add07__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_80c0d783dd0f415a8decfad9e1383280/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_80c0d783dd0f415a8decfad9e1383280/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_f413908270b94eaeb67bc23556cffc8c__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_9ff52c6d2abd41c5ab7aea8b27c1068d__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_398752ba0e404c68a428f047a9375b83/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_398752ba0e404c68a428f047a9375b83/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_d36b9bd780be4e2890ddf36612badcb2__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_a2d14a0d20d14c98a6f54227ac45d3f8__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_271469c6722843109e9ea5be4019b61d/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_271469c6722843109e9ea5be4019b61d/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_14b4d1fae34e499887aeb22c903f7289__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_9629752adac848c09ecae0bd94c2829d__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_557319b8712b48c09f6e15a853fd632a__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_63d137c313224b72a0ce97baad75affb__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_d0a3362f30584d43a8934a4f7545ee7f__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_ae91dafbdf4047d2a22e2a5145713b9b__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_3b4a0793b6f24408b0ecc8bc5a831a81__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_e985e6c48b934ec2b2e6cbfcbe743e31__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_4a3ce01a3ae047eea58d746a6cf3a2fc__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e8c95d8fa0fe4af99d05fafcf74ccff9__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e39fe65fd4a948c282f081b44ebe4e32__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5f51f33c3d1e4d7b8cea9a17cf7d0422__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_70698f916d84446f8631abe4e8b0ef87__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_aa26611ed4b640318b78b7eede03d5dd__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e2543fe170e14cf6a7eef37f079c471f__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1d9873d82fe248cca60a8299f9d7bcbb__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3e6281faca0c48bb82d6acb0921c0361__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_3a361b9dc0d04a9c9542ff9793792cc1__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6489e356d72042d58b48c402b33fee2d__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_331824924f1648169a75ddae9d7317b0__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_9e6a7f8794d848a89e3b4bf179ff39cf__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_20ed4024e3064303a69e77031b106522__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_72a62a3b426b4489bb37d8dbd6953623__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a4b3889fd7db4e5a9b6a86ce35903499__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_47730ed41a774e95981fd22c43262bbc__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_55c0bc33359e46d7ac2f2910aa7bdedb__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_365b1cfdb09b44cf86bca119e136f61a__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_fc5d0a04045649648db30ea9751daef0__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_ef9e4659b56b4dd587492b6589aa3c40__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_ef1e6981324a484d9417dfc43d5c2344__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_a2d14a0d20d14c98a6f54227ac45d3f8__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_eb9f45c40b744c019c75ec0bcb4e5f38__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_cfd4258a8a9c4a4c958826b612c1c805__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_d723b9a6f138469dbb06fa21ab192896__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c7b08f06d83a4300b6666723450dcf21__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3d9c507d4b9345b399625e2153333092__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f0519c8230444fc38bbbbeb1a068e73b__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e345d717f16040fb82b2e670ce1f7ae6__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b372bd9a50ad42b897a6928cd1485bc6__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8e0a3ba741c94cbe86c5b792b39f3c58__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_a650b49a77ea4cf896d559ef4400840e__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_c8f9610e709f4739837baed0129880b9__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_8339bac309794b3c938fcf8d5c2dc388__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_597503ab0c444531b66a558f8c3c36c1__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_2e176d16fe174fbc990476c4088f05cb__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_c16a83692e1644e0947627143b39caeb__cmp_A" eId="cmp_H">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>H</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_H" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0762-e1ebd045218d469385ff8d24d565a487/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0762-e1ebd045218d469385ff8d24d565a487/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Deurne</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_e9a8cd8a7d8e463c880cef3141eeb758__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Deurne bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_27355caa284948a08559af7b1e2dbf30__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_bad51a73e93e458ea2617810252717af__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_a228810248a946e8b2ac1788247c4cff__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_4002095d31ab4ffb91b30a6bec88252d__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_b28a8589111c44e6b5e85875cf357ef2__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_faf9514e4e9e49c1b1f760883b38dff1__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_fa0f1d953e4a4820bd2a6aca2793b5a1__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ec36578b2e6a4314be394a3f1e550d51__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1749059e1ad9473993df21b7c3b5c04a__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f129052e1e4b42d4bbc033173caf39ff__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c358a644938340e3bfd7386f2648f091__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_942e0181bf43407eb1550a4616f9a650__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_baac0639e00443ae83b1bf6e25431d8d__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_748415850aeb4954ae87082c0a44b7b9__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_19a7e3ab82564750a9c4bb8f06b71a07__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7cbbe86657bd4fe587f9a0bc164d44ae__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_654298c8d01a40abb02c4811dac6b132__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4ecddb1941ee447e88889a46993b271d__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_2d38f2cde71c43cf88e914133c155817__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_7bdc32a8e9ec4896b4e7e77478eaf7ba__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f9d155c12d10499697447864543caf20__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5adb4ddcef9c4e3c9b6410d983998fa8__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d3d42ee183814b9684ca6cdbb171d95e__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3f5a465799c5457db07dff389dcb889a__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6438d377760c4c52b1f2b3ec9b7b1dbf__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3138fac5423240758e82833825a45d4b__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6ec96bb058a64a738020ef617b560f7c__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_84b0b4d46b1a4133b8b046749878e201__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c4ab6dad0c4146588a1ff52a9c2d3e96__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_21eb874de2914328b97dbc73ca7c15c0__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_afb9db2cba5f4cc0b80993b1b261d93e__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_65bf58cecf8a45eea8cac65e8e48211e__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a9c0d39a16f24a8bb2f4f09f31ee515e__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_da0788b8948a43f39ce2c7975a197fd1__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b816fe1238ca47b69c9142c7e8e662d3__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_fe59e3f647de47bfbc43f9fd1ca84ce1__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_876bcbf68b904f1d89c2b93fd86d365c__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1c755aa387eb4d6ea701036d4938d732__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_dde06332cb844b44a3d7e0ca6b790c2a__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6e7592a88a5f477c9e7e78d6f6048068__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1b1b73873889406388978ce2ed36d9b0__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5a2bf6359bba47eeb28457fca24098fe__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3446fa0f6bee418c861f9f94bbcb7fdc__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c7e92f78dd18427d8a4602a3c103a46f__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_78e77e40d5d84a6a80b9502e7d5926a1__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_028240bada424aadb0bf0f4ebf23e928__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_ca16e40018dc4051a9129a0d0d9f9592__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_60cad0fba034413d83f7baf0207264cd__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_66eda51ddeb94cfa891e61448c458dfa__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4f4240aa578448a18f565e00cb580524__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_602846ce8a2f4386a22d0e2f066ee7c3__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_52dba383ad0e48bdbaaee0aa071d62f5__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_920c88dbf2a94755ab59d14267028286__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_2d0a3df08bbd476cac017bb04c665529__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_7694b8cc96ca4e489f8835e158dca6dc__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d8811c837d194895b689bfdd93e5603d__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_cf5446d0d814401eafdbe507a44a74d6__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b053791bc426473cb749bbea117731fb__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2b6992b1219e487384e6e6fe4f38616a__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_ba920b3a046e42d4a0d96d99f6167f50__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_4d3033f9ef534db69a90bf43d9bdc485__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_cc6b3939e0734633b8489fe75ffbac34__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_258df989ce374ca897d029ce2ca0d008__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2f921872c5654c0b8d234c0c933f8c18__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_02d1f38cebeb4dbe8cb4a2562e2a1dd4__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b06eb7a61e7e43038677989a838297b6__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_6e31a8d43e694b3193b31033af85fcf9__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_d9a77201314e4822b86d8c423fb3fc9d__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a4eea91a60934dff9ae45406658e4f2a__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1d649ede2be0403394ae9dd56f0bfed1__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fa6af2d48b664506adf1b415328c9a3c__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_49fe72d045c84a9ca94d0480b4ff560c__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_bda657b7f6aa44738d8ec6a0026502b4__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a393cb0d46f643e0a7963f0f5c1fd371__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_feb7f535fcc84b92993992d14d5fee8f__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_3b6bba6d5a0a4f3ead253953b841ea69__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_cea23d166b1e47a7a90caaeb25c48192__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_2bd93135db5d473e98e25a9e0d87767f__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_d469fc3c09c947cba9a7e8c87fdb31a9__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_0b5cf3ddc99d49d4bee1228d72c6299a__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_49624c0d168141c09d8d8799bd72510b__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_422205c0b1b04f62b5e490aa71841fd4__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_96110e8f2b8b42ff8be8a81fb5b65475__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_13eee29ba745414e838cc5b46f87eaaa__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3ecb6a5c96ce43449be37d60b9d0ba46__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_89599db1c7e040b5af0900c4c830364d__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_8b27e53c4cdb4da1ba9a83b9ac4da6d6__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0035cd87217744cab9b659f46082e322__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_7f7ae58063604e31bb6647f285195590__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_86b386e8d53140b2826a41696fe73b78__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_7ecd79bbb2fd499db36f44713a823916__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_c01281abf70641949181c06103a31d71__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_422205c0b1b04f62b5e490aa71841fd4__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_2371e1684eb141a1947e3a57e2a4f4cb__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_045f058ba8e54b4cb99cd9815cd64deb__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_4eba59016faf40daab2414146937237f__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_0fb4cd684f7048e9ba1b69e0da01a3bb__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_72c2186d1904432db88dbfe90b5bfbf8__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f739ba69a7544054973082aa5006fa99__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_25b92c7ea33b44ee9390efaee8c575bb__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_586c8af5fcc84003bee5d4203f8247f3__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_75b1028297584a218ac737c3ab1877eb__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_29ff5c40bc2b48efb695e53997af5aff__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_368da18c31d3424aa30c6b5f97b11759__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_716990cf9171471bb72d87585abd98d1__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_72c2186d1904432db88dbfe90b5bfbf8__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_402142eb0252422c87a7446175319005__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d77d19d128004101a3ecb0ce4e7c35b7__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f26afb464aa14df38c72138a5fdde45e__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_501305b9a1ff4cd29a24067dc7db24b6__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_46607149dba34c559d0ff8a860a8ed22__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7cbb379eef1045839071f4d6b7fd2f28__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3a321238a16146558ea8d19bf6f613f6__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3490cdd291d44ea1b94264950074239a__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_868e25dce73c403d928be1b04306da69__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4361fe4fb7e94a1cb22257f6b3670e2c__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_345bdc5797f14fc0a453cb38b0929d21__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_41c06fc245e64ad2b934a36c7a929ef7__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_8f9ec2a52a5f48eb8e00a256279dc9c4__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_998b2e581a29470fbd1d070142dd257d__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_86e18c32fd5c47beade8ded7a5f82ab8__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ee3877ce9b084cf98825334a0748f71b__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_812003cda5614f149d77a5549c9eac5c__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_86e18c32fd5c47beade8ded7a5f82ab8__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_4b648e3a894e453f84d859ab1d82d767__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_fa46e5024f5b4a83961bce26d3a9caaf__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_462877e42e4047e7a19682b2e0a16ff2__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_72c2186d1904432db88dbfe90b5bfbf8__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_8f61106a06bb42538c060253c22f9ab0__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_fda0b3483efd44c5a455b7ff73ebeb3c__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d6edd80987304cf99368517372090bb4__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f936b3172c7b4171ae5c8ea06b3b969e__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_734c6c26943c475495831cbb1334a5fc__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_05759ca150644b7eb2b64a4d3c6a23d5__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_dec4bd9b9add4068a668323f2512fbc3__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_63724547b52b4048915acada1524ef49__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_dc9971a43cb44830abfeeeeb30a9d452__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_746ac23fe37e468d99443467e0c5f5c1__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_387428bfa17a440487fbe5bc8d2021ee__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_578b935f2b804b2d821c7f35170fc453__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_e96a11d6d7364350b1d1f8220ead41c5__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_943f989446de47efa1aba9a7dedd6e8c__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4cfabb8727b04c3f8d08c7b00a0c3410__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e91ab5bedf6a433fb3010b3239958c11__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_04bc666b773c423488a7c0f9a966e48f__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6d4c43367f774fc1b77e24270fa445e2__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_15d35d7c8f1b44a1967e8cb9449124fb__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_bb1a5486f0a640cea0ce083f8ffd6198__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_58e361ed6685445e88bfe2efd8182d7b__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_028d518067234781b9ecd94d9b187675__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_e2b5a72e4e27455f9c91efe4d2785a5f__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_a3b9fd6f8c074a3c849f6375fa9b6d86__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e32fafca44f24f478e44f427a2344ff6__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_954c23406dad41faae74fc43c6444f67__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6eb5c64d1e084170b2e2a96b6f2d7cd3__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_88bf3e1692a349ba8e4878276102b9b8__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_2949a4cd90574a4899545c27b165c4d6__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_a0b40fa15af4409081a95e61b8b38f74__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_897eb71c093849519ab35c0eee89c6b5__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0ecf414792f34a79a83af3fa86c40d4b__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9a503ad73156448baa06f865e2bf2ebd__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_12143a414180455e9150918969036cfc__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9acece5eec874bd3b19600adf138143c__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_803296edcb574b6eadc6ff94cd7ecb31__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_45bead9ae7304ccc8df5cb1e389d9c02__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_f8c8aa7ef5e24ab7928e3d55a3aa4aca__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_bdc8eba6762740f5ae83c02e9b789946__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_a8492e4f2e174c6ca6841bd43bf6c6e3__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_8bf265f1067246ffb98813e96cc23acc__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_3547c5f6e71f41c9afa9a5b7ba686e81__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_369b1f76d43f49aaae114bfec1e6486c__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_f3990d9a993f43e680f09459be70ffe0__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_f0dbbd9ba6e3470da24422fa07219363__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_4503aede24754d39ab45dced15746aae__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_67801be87bb34f9e9a3c88e3ce241188__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a8ef57dcb5404406bd5424e452acd7f9__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_26062ed9c73543529b1c42bd7b1ba710__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_19b45972730c4624a8b4d06dc83a9523__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_f95079a9cf334f6c844c1129ab9b92ee__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_8ec5dd2cabb54887bda7a61a4181a753__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_6395791b94174ab295d2cb9d1ba89926__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_7141cdf24e1745fb9db540f0858fbaa8__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e807c115c4c144e483c7ff19f7684aa8__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_2f28d34b319c4938994963bdee8f33d2__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_2386475bc80445219516cd9be35577c4__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_6b6c3f93f5b145738cf7f662425efacd__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_223b63c170ae4932938b8cdc88398007__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_d1d6950a51ee40dc8fd13ece175b553d__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_96931e8ce8034d2cad7e0676425ab7a8__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_b84162ff27f845a1bdef5384bb7aaeb4__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_a3b9fd6f8c074a3c849f6375fa9b6d86__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_6985bada33054a349d1b51f40ebc64b1/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_6985bada33054a349d1b51f40ebc64b1/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e2f0efcd26644204a2c7d40f52de19d5__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_422205c0b1b04f62b5e490aa71841fd4__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_15757f217b7d41ed90b8a227b044962e/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_15757f217b7d41ed90b8a227b044962e/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_7e379706bf0944c2ba533a82ca41654d__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_72c2186d1904432db88dbfe90b5bfbf8__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_58b829e5f01d40e0962a1c0527a3c65b/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_58b829e5f01d40e0962a1c0527a3c65b/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_39323e4a05a447d0988da835e4f3dccd__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_86e18c32fd5c47beade8ded7a5f82ab8__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_6b52b6b882854b0d989513c22c96b19f/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_6b52b6b882854b0d989513c22c96b19f/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_1655cc212ef041e9a1d252caad6c369b__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_0b5cf3ddc99d49d4bee1228d72c6299a__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_4bca6858e30f4e7aae77af2b87099a58/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_4bca6858e30f4e7aae77af2b87099a58/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_5655fed131464db58502a9c71bc59524__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_4be84b2ebbaf4431b54d0dade755d557__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_7b55eddef074497b82793785d80cf499__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_ae71c51ae9ce4365a0e762f01c9495c5__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_b857409a90f943c3baf475fbf201c732__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_fcf8eb16cfff4b919212fdfd9535916c__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_0347c056ac874fafb4c51aafa33f406b__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_457e4ee63a614de09653c5733f33b2e5__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_1add9e7735a4473494509b1d71483261__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e2e0ce80d95b4c858a50ba4dea42c2b7__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4e345abc76164c4cadb873af62c3c4d4__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8d5d93a870b64e0c87acf18b474f15f8__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_ceec1804cf934ffdb14acc5d12eecc81__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5e5b7d657d38431abcc081f67c942a1f__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2e0100b632304cfcb876ecdb33086f50__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_202afe926a9c47b39b8e237bf7caa400__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_714c8ec42173495ba9cebf4820333005__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_8ec04708672f4b87a6cdc9df5d33ddf8__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_35287b4b9abd4fc3a9ef88458c30cc82__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_ec53f90a4bcd44efb92f987320b79bcd__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_94699cc3cd9044ebb78fb75a5e26ed60__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_bd2e5fbbe8fc4a08b0b4e3dc45a524e6__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_714de0f51e3249debb36e6ff0071cf44__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5312121b0db94e2099d3c62e05bea063__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_d634f1873e5a4f29bbf4ac239fccd2fb__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_a9d4a457abbe427a9b04ca9a20d11e87__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_4eaaefec61ac481bb83c54cd7cd22438__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_841276bcf3484aa0a8582e03c9bd80c2__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_b045f3ff65ba4979acfb45a6af89992d__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_521c1c2a97cb4bf7a1e1e9ff18ddf8b0__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_0b5cf3ddc99d49d4bee1228d72c6299a__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_cb03c1346b8b487791134c58f47f07b2__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_dcc2123dd6234245b1b27491d45236d6__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_4c2125c82de1493bae00b2718b697643__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7d4fd96bd18946e9bb5d6c0be36c8a9b__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b01505d110c846398195b1ce7d9394da__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_85e494f4b0ac484989324471644d0ffc__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3336c80829c94b04ba87bdf4da01bd0a__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9efb73c8b35043b88a9fa1a61871c633__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ebdae6c242ec4c55acbf5ca0fef77239__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_16da075f956249b89c5f4bb6ac6a21c3__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_606983e774f04fa58de175ec498e3f21__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_d3e3559d067b4ff692d0822cc07b743d__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_474cbecc0f8c4412a3447b2e14fd32c5__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4b234b0fde7e45e09ae673812379799e__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bcdb95e640b84e6b963e494bb287d456__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_96218a8115f64b83b71f6814143b5f64__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-6.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4d59b946e45140279588d3d4fdba8930__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_22bb80e2c2ad42e5b698a007ab86b0ea__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8e87f994082742ea9d09f4998a7d6c41__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c0893b67a6a14e7e81d6332668a953dc__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5ac6c8ecb5ec40f5ab157ab720d8c71c__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_1a2cd5ef4a934b12b700d3832c9d3ebe__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f77295f992e64660a4a77b6dc2a8d417__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_11e6233f57f949c1ac3471703ceda6a7__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ba69a4e222d2416eaa3fbdc2fd75677c__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_b2a1c32b0ac4470493a17e0cc6f3ed0d__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_6ada18963c7c4474baf2d676fbf3ef67__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_489a80419cdb4515b7f5bbd91abc5a17__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_a3b9fd6f8c074a3c849f6375fa9b6d86__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_56744f737e1340eabfe68f98e4c095fc__cmp_A" eId="cmp_I">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>I</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_I" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0766-708a4424f7284093a8ae876d74a73b5c/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0766-708a4424f7284093a8ae876d74a73b5c/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Dongen</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_26b9f136d4834bba84d05fae16d12d2d__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Dongen bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_6c3dba51a0b84e258dec5101fc9190ce__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_c00e1e2ccfb740fc93fa4a04df8ca695__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_4c2c7871017746b6b86d731ffde4c53b__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_cb39b0ac5f9c43599ffe0b7c9152e4ba__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_ad4ae906328e4ead94e3c7c71d84c4f6__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_d2e02141f8024869a01b2d6205e44cfe__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_33ffad06ac5147fcbd32d025e8fae5fd__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_fe4070d23a544de2b9d050b0c97b3f86__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d60372b8cd4448149bad15b35fb5969c__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4b90e8a75238428bb41e51f884ea483b__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_446d2d7241744c8b93b801e2a1ce0ab5__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e1817e4ba0764654899c98495c63020d__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_17244528cba6494e817526109f21e231__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d5806d7ea8ac4e49b90f8cc2144ab6e6__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a2bbd8828c794f1a9cacbef9092e4e10__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ccc528a4ffb348e1829b8b95acfda75f__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d882b8cbb27844d690adeb1b53e22394__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_47dc425198414131886b3604a299874d__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_aeee7a0d56694271b4e5a722a65921fc__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_d445a29ab24d4256ac62c5551cf417a0__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_34d753eb71c74249b21e0091ea4e806c__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f7326fffc94443339fddcb3f0fddef53__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_597869778f5047d2b1c3469193f0890f__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b6d7fb3c8b504d26ac1e4cbf6751a73f__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_708291f3300943e9920cfe1340a0e9c4__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0592334591204930ba952825aa345164__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1b311270741546b7b96d0f720e5ca22e__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_981fb3ec2b1d47cdb704b782d345ec21__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_7691046d82734789a7340d6975e586bd__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_abb48509e99646af964c4474e00519e9__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_31ee28cfe93644b3a64400212299fb88__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c560c1421d3f4c16a2fb0d9afb5cc2fb__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_37c0737e65094ec5afaf8eb290ed50f4__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_eadfaee7220d4f108a78740ccdbe5e71__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d237fe1a62844e1d8ad2e9f1fcf27650__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_854b0d97716e4f35bc2add9321848235__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_019658cb9d1f4a52b0ca6d0d3b4c5fa9__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7a6cc723dbe245c89b6f017e20794369__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f0de1900d1bb454a97959d14483c3ac3__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8d981fb0d0954fe6998ce81ca54da6d0__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3413f872be0c49a797ad0b5954cd76e6__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5214a4bdcfc94154b7bda8aa2970cb04__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f4fde28d2e1046cc949fc491bb0fabe2__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4b853fb1f15146c2a3cb88e488c3ef88__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_dd87d575c3f5487d817f0a7557b6dbb2__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_7e425de02c57404785549a7abe7881ed__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_33636fbc6c574f3cac6e8853fc0b06cc__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_33c6c91d782b4cb2889db2c2049a1f4d__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_064870357348462e8fe1f7b8bd686877__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8d00a163f8ba402a93dbbc5998cfda65__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_538f37967cc244ac9177b310c876bce0__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c4eb522fc61a4e3f9e3fdca308bb4f2b__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_adfe5a444a734a7fb053611d4a87f476__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_6e3caa0b3627498b9934c518ea7e357a__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_49933c98f6584250a0dce4a209450aec__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0768d5098bf748d193a26b6475712aa3__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c1dc2b35b90b421397930b81ae083596__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0ce168514f944aa9b27d1a7cc1136353__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d55b34c44db24c479064de6da7943d48__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_bb543de5714148b4b089d4ca9cd69803__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_96dcacdcc45c4f2cb868eba7bab58cc9__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3915fbfae7ae4ccb8ff84183362d0bef__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_69c6cff2dd5b44ed95bfd4857a95b29f__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_cfe4d55f9bb34955ba2b847ce5c0256c__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_93540a346a494e4eac8cdcb0ae3b207c__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_59f6fce5bb6641dd8114f3f7ae9d1002__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_aa0ca8a17be24187af8a516c23e7897e__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_c384177fed354155b019d54a69069a47__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8777adb56f894f7baee35fe92a8af9cc__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_0ef127f78fb343889e65d83fabc391b0__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ef599724f7844dc289341932dc8f8e05__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_33d48feb88084803a8c0ac944a629d44__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f4514ac28ffa45d385ca4113a0b35ae8__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_47039d92d0c14ce1b835776c5b26cd53__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e5d4b78a861d4213babdd70ecb13f80f__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_87c50ef7bc4d453392f6b471e3312c84__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_660a8f81d82a41aeaead4f885fcc1e34__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_2120b22dcfb042c08c0de197e5c69b90__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_ce73ad5154904119b5ca4d0dbf7e0bb8__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_f3db19dd51a94e4da26c0867680ab502__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_b0a99274bdf04e169c976afc3d23091b__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_8c5a0cc32a7249f0996edb8d164fd673__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_62d3b0c4baaf4ba88643df9f7ab50f22__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2a3637b261004bea8f4ae6dd40f73fa3__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_65868248df1d4dfaa0480bdc729f0ade__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9e0dbdfe5a204dd6bbd3915ab74ec69d__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e3ad168a92bf4417b0db8f2ef711a409__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_052bda6133894b34b7f5ada9b1945a7d__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_889a348dd37d4ab8848cc29281fb3188__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_00d57dd869924d358cdd05d417671407__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e42001a4ae294970a548efc205bfb2e2__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_d3f74fd0a0a04384942add0386324426__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_8c5a0cc32a7249f0996edb8d164fd673__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_04ae22781e714155bc09d4681e472e9e__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_55cb3ca81b1643488e39ea6fc128f7a7__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_6796d56dd94d448fb5ecddd8d142c7e1__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_be9125db8a804e53ba87a0b122a475c8__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_1d17e1dfed994dc98c1eb14d7135d506__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f39534ccbd514e24a660a2a78ce0a5d2__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_dd92f80d2b1f4f58b7963b848d6439c6__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_76ceaf6cb59045479bc427222ebf7570__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_01ca48e7a26d49dd98fc74c33d2885ce__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_a3945f4403524e36b34a2a723935a23f__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_9ca339e5d7794f669c000a80832ba3a8__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_dc1c025f90544c638dd50c802f212a2c__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_1d17e1dfed994dc98c1eb14d7135d506__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6383dd11bf964a1f8f63ff0a3d3a32fa__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8e0da9c845254440b8028991ab6e401b__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5e1614c905644f3fb9b5372887dd6434__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_90a5aefcd56c4ca9b2b43be4a8f6f9d2__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0abb7c63516c4fe3b7bfa4c2f4a6f448__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9caf6ddbe9f8415589b4162396e99e64__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_987c9d53008c496e8f78af78a5cb3892__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_611976a279c84fb5a6ef65a9c444aea1__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9c327b32996147929aa5e588bd34de75__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_31bf52eef6f643a7a3fb0a61954e1e94__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5964b2049fef4693a63638c599eb56b3__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_3f7aef439ca04ca3b5cf3dabcbb81f75__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_7b46199263e74717806fa9cfc09b0d1f__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_c702183baa2544658b0b7aa5675b5c73__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_3abf7e874c564a05bd09c107c67295e1__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4e61a15cf9d6415785533e3959ce0376__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_4958618d3b5049a7ab86c8b66654405a__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_3abf7e874c564a05bd09c107c67295e1__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_0eeef558010845e8a32c6fbf15d81ea5__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_a50aa49e61ba4386a7bcafedd9990c84__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_28267c8754df4c2aaf2f4bb57c3db946__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_1d17e1dfed994dc98c1eb14d7135d506__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1d7cc5c41c45457eb920feea652d196a__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6684b71a8ad94fe1be6e75c14e645f9d__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_795b63f75b5a4b1881918d88a99b5050__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7d5ad40d4dd64215ab17ff67bc74c4e8__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_44fafe9c78b348cba6924ce7db11ad1d__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_66f77503fc6d43ffb5a048d5677204af__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_fc5c9022920248cabe504e6144c0cd1f__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f879ccee1f1743b4a05b1a59ef9ea70c__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_efd6c484f84441649b595116a031448f__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a08a3e4c61af43b1b03b927174119c10__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6f22536288614355b07de008b46b679c__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_9dae1a24992140bf91693c1c7ab38ed8__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_ae0167d6fc934afebc4de36d520b605b__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e990585fc11c43248e63a827f4ffd76c__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d1eeca66f6a84718958373a2d0d3e56c__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5af3009fa6c24764a2668d88984155d1__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_73f2987ac7264c718d1895b54d9235bf__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e0422b0f85d9424c810c9256eb144413__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_23032e6571ee4511b39c601695c46504__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_198581ac7e1a4da686f8b15557bb8173__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_30eab2f39b0b4d4e9cede7d39b136689__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_d6cf69f82a874164b8e45dd43fcaf301__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_8a612bd16f4642a8acf88ae9e8c6503b__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_ce086cd763a3412d9a67f1e43274de49__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_2cd8f1cafedc4a12b84f4f46bf8a3fcd__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_fbfbf76f142b4f129fe0dd2ea09f77ef__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b88d6ec97f4f4f8c99d52a0047f1233d__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_329d811ccdd644c3a0dbec4d54e29891__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_678acbc0ccc348f5bbeb5d6ee170d492__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_09416f626dc146d9af6c58bb5a47bf73__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_be013f88f23849bd96538c433095d547__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_350fd80d4b9b4db9a74e34ecdecde1e3__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e93b95fd6c0a459599a01bdd18a24790__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a666613e9b1a472098f692ced4dd4e16__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_faf67158614546088391eb6784237b63__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e91fb6d08ed1427196002048742f58f9__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_63bbfa973bb945b584db1ade229d3f5d__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_3c5f2912f2594d9a9d3243f93da5def8__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_3da699a9fb144cc5ae67c0fbe509ef10__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_6405dc3f66ff41058c25adf39fc873ca__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_e9d547d0dfdf417c94b716188e513991__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_aafe49632ca141a0b29c8dbb8f5bd5c3__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_01881344ff154f0a8ba36f32d4742fa8__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_0cfd9e4971fc4c0e85450cdf4d816d3b__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_f2987dd720044a45a7219e0e586eac4d__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_47d244681a784a21bd5c8dcddcafdecc__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_55e8f50f6b3747bb9d0d326af89e875d__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_447fe2231e6d4ce795088e3fc898be15__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_fc982861d9254ce1ad153a0b5e45de03__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_f20935ab47c44b7f974ad2cf20832802__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_bcfffc8ec60049dabe87045d4df80b21__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_666bdf1ce90740658a6864cd1aaf927d__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_f07100a841a6474999e21e60e1a9522f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_ed0e221a3769440491e7f241b270e3aa__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_55f4868100ed44fdae4cb7e13d280096__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_652c3055c5cb40e6a8019713c93c2118__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_5b0531ba42144b6181c133861e6b78bb__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_208599ebf37249c18f5cf874d2b04d72__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_be05b8a9c90a4eefb7eed35ed2589e14__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_4b617c05d19840e48bcc4b216e9a48a6__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_1637580de4274c85bb3aad57eb8d6fcb__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_91028dfee6bf4f679bfbfb1a98e7bee6__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_ce086cd763a3412d9a67f1e43274de49__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_cffa709a09b6444f9bbb225f3392ca0e/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_cffa709a09b6444f9bbb225f3392ca0e/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_46a88586c22045b59de30b3b2da16fb3__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_8c5a0cc32a7249f0996edb8d164fd673__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_7a6423fb02b64175bb536d1dc278489e/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_7a6423fb02b64175bb536d1dc278489e/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_0fc77f88336149999c0771653be8b8d7__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_1d17e1dfed994dc98c1eb14d7135d506__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_0d10026e6ce64455b0f6b45dfe98dcbb/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_0d10026e6ce64455b0f6b45dfe98dcbb/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_9fd2063151f7463ba4fc378e8e6bc93b__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_3abf7e874c564a05bd09c107c67295e1__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_88f538a670cc4c72a980328429666e9b/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_88f538a670cc4c72a980328429666e9b/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_bb449cb3ca1f4e9dba0dfb78fde85e38__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_f3db19dd51a94e4da26c0867680ab502__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_7b1ae3daad814192abb17d81b79174a0/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_7b1ae3daad814192abb17d81b79174a0/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_35ab11b5b0b04be3892b771f1b26ca8d__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_7c588d4a4b2f44d69d35d45273e0f806__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_9708a6d157ad40d2bed700825c5cdac3__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_52637d703dd3490ca7daee3bf01d67ae__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_206ec5f3031c45aaae28333fa94eb050__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_57faf42d39b94772aab88d4c19d9c091__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_1e6bef08acc84d1cafd07c895b1a6a1a__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_4d526cde241e4ad0bbef69d8aa4ae005__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_d021af3d2f764392af34a4613920930b__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_aa22c6562ab247b8be517942769d422a__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4ad8c3f715a34f66b04eb9b6928b7181__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f937de31c0104e2c8334026ea4a66af2__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_4022407fa60e4912b03ccec7edb51171__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5f8c0f2975894d92b432a86441865132__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_186c9c07925644f292221e0e85aa7332__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1bb15885c626470e95473fcb181c22e6__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e6ffaecacfca491b8437eebfe25f0ef1__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_b0e2c9adea10423e8da465f9f4bfe76c__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0387782f58154c94b5a372d24e234658__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_95df12d10fcf47a2bc4965b4eb8a668c__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_b520f776ec174245b370b79d05c4f7e2__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4a09f58be78a49a99bd1c7d2ef5f96e9__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a5ffcc68122e432e8d3f2283f0cad6d2__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bcf30750050846f6bbf5f7478f4efa13__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_1c75d2bb3ed048fa9ccc782776db9d05__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_70ad4e85d4e347c2b8e789b01a46c07a__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_7c63e6dff2e54e78a9c097db1b46f9dc__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_ca6cf0761dea47c5afd432b9681ccaaa__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_84a157eed03942b7a45837bbccee049e__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_dd42c13a0d4449419767829793b20dcb__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_f3db19dd51a94e4da26c0867680ab502__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_d4707aa9135643acbc5beb23ba5165a5__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_0aae00a59ddd486ca55b362fb272c0fd__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_806dfade87594d3da445729ade5cbb65__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b4f235f866124d94a3713f921746511b__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_cb146b3b886b4c41a86e15dc9e08a113__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e507083c398a4c3abb2600bb065d3f9a__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c1819d64b4534d9e8b30cd0ccc294c41__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_48d3e370e37c43abb8dbe5bd213a4516__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_56f7d2cdafb94000b8c0ff9ff04da7b9__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_fcaf52c1e70147dfaa1efec5a1788afa__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_caeaa11a320d4ddf86cf68cd7f2cd345__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_e7e6086554bd496d97da5dc391d6b1cf__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7da6c69f5422414d819a96fb7b6d51f6__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_620d10cd02f448218974268b5fda2417__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_49cc0880d71444ba80efc034dd877bfa__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_694f0e732dfa4b80bd38e9a548630fee__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-7.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0f4144ca3d044aeabdcad98ee54c4b07__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_fca9c41959664e81b34ac4de2ee33b14__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_58357e1c2ab04b7eac8187cf330a97a6__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f1e0333ab99f4ea896d287b040659fb9__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8fcc2368d07348379d86ecd57a46bedf__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_9cbba804478f4bfaa243376d857f3939__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_572e127fac464d7480e45ba63a859532__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ff847aaced8a4dee813e9bc5372883d8__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8fbe56bc1ea2479bb2641feb92dd1795__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_23f46684a6514d9ba204c195b1802196__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_4465b72cb25a4774b552bed28b08b9e7__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_53238a9f8d4f4393a8bd6aba0460481c__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_ce086cd763a3412d9a67f1e43274de49__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_fef39d18746e4761b8098241a8f39229__cmp_A" eId="cmp_J">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>J</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_J" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0770-df3a57d28e734b1fa7329d3eac68f5bc/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0770-df3a57d28e734b1fa7329d3eac68f5bc/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Eersel</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_0fa04e2fb5d649b5a94a8907018989a4__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Eersel bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_e0e9f421b67843c3a53c6613cd5f43be__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_2f51f8a5875c41b2819dab5d8a96d5bd__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_7d11f1ce332e43bdb64ff88e07f1afc8__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_15567bb698034c99b68a89f48939cff3__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_f712b3483059485cabee5b8b6eefafe1__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_29d69a4e32754d27b9ad26fac5477e1b__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9fdf6d11c27b492490e823b4c477bc3c__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_18cdaa72e48a4a12b11c045ca4e2b098__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_27ca3aa6a7714668b2c20500c9587148__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f8454e032292420b82dc9f0cbd2e0d81__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_44ab47b71f904200a6ec73920bc5385e__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d2e66546c7b44b459d245b9e7f4fb6b9__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1d0750720f7b4705bf26da910fa46ef6__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c8a1167ef9b34657b4c9c8bb84c586d6__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3e29cf10eaa9485a8e2682aef9c7c908__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4a5351ead2c8426e97354c612dabdaf4__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_990919b6bb384188a8dbf53c5f904e88__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bd1b4d5c08d24937ab471a14a6ad6d58__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_9634d372688746ebafe481724f05f097__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_756fbf294ad8403dbcae8de8b6c9d117__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e60df9e6062e4ec7b484ed48aed2d8e5__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ec3b1f0df9a3461594946639ff13ed46__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2bd7e5eacd5648ca8196f97d649f05da__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_30087075cbba4f4fb6fe46d4d5016b1f__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6b50d2ba22504b9d80c9e54894629d9e__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_735fb4d638dc4ff5903643fe66bdfee7__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d7c127dcb8bb424b88d64cfae55ed8f6__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_273f3e0aa87c45a6aef3724f99ff8a23__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_afd0bac2b1034f1bba0da5fdaf96751b__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7eaaa861f58a44759a9f09cb76835e66__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e6851a331ecb4750badbc8fabc267bfd__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e7ae9c1b5786445788330c6cf5d04099__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ca6572f3d05340a7a2c2b3d4d4ca5a29__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_201105285e474bdbafaef37c2fc84922__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_fc1c404e71134df4b57d42e0bc04758c__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_6bba30fad9d14844a682f1cbd023b771__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_c907742f89f049b784bfc5b69a6f5408__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_70092e1ce47646db88c88a70392b7fcd__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9f3496dc621641cd8531c2e7697704a7__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1d7aef1dfe7d4fbda80d93277dd4b7bc__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_579c60261c5744d9ab91bd2c70b16410__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b5f50c474e1649db8bd4d042065d5d36__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_63fa0bba2c074e458744372de7b3dd72__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_cf5901a5f43045f08899bfb618b3ba8e__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d98d271b8a674918b5ac1b8bfbd25a20__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_a03ac11b99194079888289699e562892__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_abe7b5c0e54a4a35bc8fad110efe7ce8__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_30c61ee266e04199ae3d42c0e31bf565__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_21aefcd34c364de3a5e1a56dfbd74bc9__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_07248b0c953b469284fd7c52c1483f25__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_701c44860b544fb383cac6006244f4e1__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ab6b6c020db648ff9877fcdfec045956__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_9277c69ea9964151a16c93d69febe059__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_1ffb495b6b274d0aa2f5b9650efe45d0__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_2e0fc70dabe24a6ca9cf5b993523c0e0__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e6c624e1fd1e469aa4cf2129e66917d9__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_73ec8ca5c9af4032b3b1bfcad4b4bb73__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_28d4dc77b9d64662aeca07f177004b79__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b38055ecd3cd4f36a2f8abdc1fd3ee00__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_09b25deb62174727aa52c12ef5b6e882__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_4758120a2e594bdfa6e4525ced7d0f28__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_22aee3f16e63441ba6207d85d3f940a1__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ce5af65581af4f69b9f82fefbe0a82b4__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7442efcac0504adb82bfcb3831509920__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d1cb0cf114df43b58556487769c38ffb__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_da549b4c849b4375881d5a57c455da6f__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_382c96fa927345deadfff4e245dbb719__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_4d245cfe9a794e8bba57ea89cb950f96__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6f8db27fb6cd49afa251ca90529a3578__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_15c73a0e16fa4bea9c4c198189b38a81__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9361759c76a7430db2843a03b092dadb__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_19d1ed78f7bd49d192c7d8c5d153578f__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d7390901b0d24888966451573d01bbc4__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_7183bc2baa5e4121b4d398efc12b78cc__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8650aa395bd24fd2a37c43bed41bc9d3__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_3f32e6484f874529883d9e9948c614ee__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_728815bbee9f4ccab5a058807951d9de__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_1b048cdddf5149c6ab6768fc033f276d__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_13eb48edb71047f69374db229e016045__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_fd115c6a4c074045aaa2ca8d639aeeec__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_cbea31bb7e974c2f9387ba0b2b68e699__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_3881d51554194330a1954a61284f06b0__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5ea5df0b8db348a3ab385588d1294086__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_7bf74beb6cc145458698438411f39171__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_24d8e74a686a4ec480335bf139095348__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6fbf7d81f1ae483a9d80adfedeb97783__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_85bcb0a3041b4f1ca15ed6d9c54d3d5d__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_26719a41aec544c695b4abe1d707d1ec__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_773613551c4a410280b497435ff23184__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_dcc8edde7c38482280f4aaf780e05055__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_45c23f0139734be9ae380639c3356bbf__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_9d4026d6889441f3934e33432cd6f0de__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_3881d51554194330a1954a61284f06b0__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_84e9442efa744435ba4cd0d033d4110c__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_40fe8f18095847d6b3f5c31700b858f0__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_c6a2a84f61e248589937e458334b3dd0__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_d059aff686e84807911858e1d2025cdf__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_1b2cd91d5eaf41bfbc22249bca430146__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f43360333077442abb6a828edef4375b__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0aa9beac1ea941be8f41a419f72351cf__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f4a16131267e44639734dc709ae62a21__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_37b7ddbb9a8847ada3592984910ff9a0__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_a77d88f605ad4d659373b6fed9e47b6a__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_43d0c1ccca624a859340253bb77b842e__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_15eb7312c4694da68d259c6cc0fe20fa__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_1b2cd91d5eaf41bfbc22249bca430146__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_839316e66f2d460a81e8985c515fb275__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f3792dccdc584c5faf30150d44b3954f__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_93d4f851e4e74d81a56e7ecdff5ea920__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d6421f2b67624918b7e8fa6a49c8fff7__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c4f4b7fbbb554747a776c23c3c731945__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7235f4e1a8e94343ad1fc6a52154731e__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ed693bc7179745dbbe9d9a886ec610bf__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_57f4bbdade814f01aefeed5a01fd76cd__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6fed500f18584fe39b9af206199ed70c__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5d2c9be81ae34d57a7ae808a6a9a8cc1__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_2a0ef6e13b1c4aecae50629d8893effe__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_2153ce46969e41fa9d8405fdf6fca5b0__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_dd7e0defe3af4d469034cd3782a40d26__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_3f39ce05d272448294a1683e1f950d9f__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_df5daf683dac49ee8042ee287adcb872__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_bae26db9a2564e7d9e66fed2bd241015__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_c6cffb8d6eaa45caa29c7de58ba4a1c9__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_df5daf683dac49ee8042ee287adcb872__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_883626a956c249df8ebc50591219f9d8__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_1caadd79277842d4ab5f98a6b0249199__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_378c122068cd458c9d9ea3c325a4e37a__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_1b2cd91d5eaf41bfbc22249bca430146__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c0e421a6a9e341449a06e70033532849__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9c02e0bf97294978b0e1dc4eddfa6c6b__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b74347ad6d554fb1b673866c50384a6c__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ba53968621a245f4a4c79037a58a99c7__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_458faa9ef20c4179ac61213bff28fbd6__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_ad9d4c3e64164b9db2a07e1e5c6db03c__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_91b529cb19b84d0bbc878f4525177a61__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_28ebaba7d2fc4ea18290c685419e77e3__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b8e34cad265843179509d181860ac237__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e9c037dca72940e883bea73f8746adae__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9636fdc277d344818ec43d1007a1c939__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_2dbab9576e314acb9a5e1fbf7a3df85b__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_2c07d90c92de4997a311d1682190828e__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_469f4a95728a44c6bae7b0b904bd97f1__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_28386edf3d3247368562862d91057ab3__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d36a0fbb560e40eba2eeddebdfd9f551__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_dca790d141274b37938c33beee4f44f2__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_97acb9c2d19f4f7fba05806a8587cf1f__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_26f0b8a8310a4749a8d85c047d066e88__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_40dcd4740bf74e6ca8558f443b486d18__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_e4d6784b87a847c2b82724e7a23a11dc__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_24696474d24d4841931c7f2b07b3a598__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_4c4762681d6d41d4b39b69e5cc71c216__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_e3dc6c90252c4a2aaffd968f9df093fa__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_182a7846bbec4e468b83f6b89fd54f41__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3e20b16d2c5844c580b5e1495f3b0d22__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_20dd2eb7c5964dbdb38107936a3b5624__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_525181762c884125a04271967fc3a94e__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_13f5cf5312284e12aecad10b2f9db39f__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_96fda38b88a44e4090afc3a8acad5fb7__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bbbdf132df374012b0e0e2e5f5649fac__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_8aaf4f614da14b37b140d348ffcc6840__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a0a5ab69236447cf8fceeb51b4cd7e2b__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_81df805d2665479780b63a48a75f42e4__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2df09f252fdb4da589a3437db5cd5870__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b2c77d321f604431a2bef9a077c6c2a8__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_a4128e5797ee43d4aef468dca3c05778__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_77d9d56811ff4d2bad9cf1ccaddff226__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_e64f0e598e2c4c71a7c23da15ee7e1cb__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_6435852befcc414b84bfe983e7234124__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_5c5662f2bc2448769bf835d082448669__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_eb3825f076a44ac0873b98fbbef6b20a__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_1133b6431557437e8c3534e3911b8bf0__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e817cd915ff8492285869f9c1773a3e8__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_6a9e12e678a5451f8df374ccdc230d5a__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_19089c54f2114679b4c9734f64174484__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e85028e2ab4c483687ecc7fce62b98fc__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_c1bb98cee9074876b0f661cc2b5cda43__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a75b5257a2e44ad1bfefce4d4eeeec38__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_2414f2b520c345a292f41f041d70fb04__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_8fbeedd4a00a42348561efc86aff818c__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_f8d57e6fc46c45e1add0642e56bafe7a__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_17adc333b7764923ba1b37b6f606684f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_3f73d0650c004d099f3f1c91101c56db__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_31c04b87b9d642508fa5ca7eb2275dbe__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_bbcc3df975c9419883d2a101905e7933__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_f9e9178beca94e5095c31c916bbd261f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_b449f94f9dc44a038e24ecf70cdc1bf2__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_a9d054e5ba4f40069f6c60ae3b0808bc__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_eb82b7bedc394108bd8a5bfd4d94287b__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_f1fe8f5b109b4c58b0012316aabdb24a__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_030022cf91ef4280995656df3fe1edfc__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_e3dc6c90252c4a2aaffd968f9df093fa__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_0b0b096655ae46db97dcc4f47ce5d8cb/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_0b0b096655ae46db97dcc4f47ce5d8cb/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a320c13a96cb4399a857a96054b57962__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_3881d51554194330a1954a61284f06b0__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_b6f951f649fe4da1a9423691d8c08d1a/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_b6f951f649fe4da1a9423691d8c08d1a/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_c8dd20f3fc1c41aca8c6ab2ff30b08ae__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_1b2cd91d5eaf41bfbc22249bca430146__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_60140b6918ec4220b21a7ddd893ade15/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_60140b6918ec4220b21a7ddd893ade15/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_d4bf515ecf4043cba8346d6922a23305__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_df5daf683dac49ee8042ee287adcb872__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_436834d530e0481bb7bb97baf0eedaaf/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_436834d530e0481bb7bb97baf0eedaaf/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_9d1f56d0e7c749878746c25408c68102__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_fd115c6a4c074045aaa2ca8d639aeeec__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_278e2892ced1465e854c4d109bb1d968/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_278e2892ced1465e854c4d109bb1d968/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_94360239d3a04f65a437e28970366a48__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_6ba9cb3695e3425693578824d4b4b52e__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_4a34864af7864a6d9e497b544d843a12__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_b5b8d9d4e111437f8da3b5aa0a8ad1c3__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_61b653e437a64274a8d907830104b2f0__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_f37f44c67fc74c6090da36483789df0f__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_7276c9b213274fce8c97a27f6bd22f72__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_2eb4fb4946074881aa5b51b28c0a47cc__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_2263b86cc4924c05bebb21de62578da0__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_cc9b121b40cb424f91e8f23a56ee9432__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_42f37a1a2da64e939c877b66e272ff8f__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a20fcd70e4a5499999b0b25d4bb170b8__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_b867b54b0f9c420f8effddd591010449__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_fec863ea8fce4358a9ae053831effd6e__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2204ce3692a8401892cc918d34562783__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_846a90ff8ee84628a5af9ba93ce0b3bc__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_255d2c6325c64ab785f7a1e14437c106__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_86c92026e5af4a74b04acd9b33cbac5d__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e82b297ff91648a6a58014b84463c5d6__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_e46cf43378d44243a3728fcc052bc140__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_621f01129eae467797022f24242b561f__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8cebcb9da8fe419cac2e458ac31b0d06__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c44690a1787a4f488021d0d25ca1bdf2__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4fb818316b794d6c869c9c8c17c2d859__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_ddc630f1da434e4a96d4552a97e8f398__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_d1c281958c254e80a94b20b1a3b93a17__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_a777e6d51fc345ca80ef7f8673b73668__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_529551f8e6e744ecbf54cc50a6c5a189__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_fb6b17b924804d0593951db74d28d585__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_6bbb5c09fe1d4f10a471e8a81aa23b84__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_fd115c6a4c074045aaa2ca8d639aeeec__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_79174d24cd364774bb30904380ef013e__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_6b6de2913bfe4b7293266054cf84dcaf__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_c47db3fe33894279a98e7e95f4e20681__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_284d11e438634ac5a6668630a610481b__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_429ddfae989d42499f59d29e4100a1e2__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0f61282bc075474cbc71210b0b217083__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_77c318ca80be4afca3365fd22889c486__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_71af7bbb04524f1b9e6f656d6a363675__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fd9acceca8bf4fe184d018bde122fd1b__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_455509f8735049f793a7e6e2330e0e3c__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_065f7b20f1674078b201b2453e81c03c__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_3a93532b74424e39ae7341780459fc86__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_94ae8993ad1e4d8a9522540bf5ace5dd__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_861375b41e2046759003286dbee28d42__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_65618a99199045008a3a9c61ccdeabed__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_263d3c44578d43f2a06b71bf8e29c379__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-8.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_afd93d9baa364f6aac475c8e3db4d871__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_24457ea8ec454e56a9f30f26fbb1f8c6__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9ef8cfde08db4aa0b24d4d283e73806f__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_841bf25fcce44e938c3315b76ac3af07__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8e29f78f4c7a4af790f8341a5886881e__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_53d2d4fcc4b94077b79658c177208afc__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d3d3a16e5f5645dd929767a03733a143__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_21954d0afc3544328f3f639eb62886aa__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3445b44286484ee398e32f0d1f8d2688__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_86e1f95dcffd4785b19760cb9bc09a21__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_0a7f135be0a3425689dfc8875bdda5c1__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_5673839dd9344713a2771dfee0844d25__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_e3dc6c90252c4a2aaffd968f9df093fa__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_79e78806b4ef4a0cae13bfd8a82b95c7__cmp_A" eId="cmp_K">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>K</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_K" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0772-7afddf90cb4f4676b9f014276dcffd04/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0772-7afddf90cb4f4676b9f014276dcffd04/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Eindhoven</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_6d29796b0c874884b2d5599fcca96113__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Eindhoven bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_86638726e7e448928137d5466cd9e79d__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_42e6e8a6c33b49c0bb242013384f0073__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_58e6f606f9f24d36bc028293130384f4__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_f5fea5bc81b944fd89658d0bbc614182__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_1613d2a3a20942cc9d1059274591e0ec__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_399833321cde4bce8c636d1993733516__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6a01900e5e2f471d96934f63aff10720__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5469fa95b63c4a4a843f28b43bba3e69__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_60c17b2785f849c3aba2fd9ae5231eca__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e1d328cb5f924fdc92560f661bf018d4__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_75ecbeca7bc243e6be7b1aeedd35deea__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9e68930becdc415aa7bf7edc3b1d4fb8__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_575caecc574746fe865fcf77e5ea7e76__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f1a1b6fa33324ecdb0e379f532c39a72__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_71b76b7d4bea48678991079122eb0f87__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_006460184d004404ac413cb820a45c74__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f3bc2db7a4484f5f95e9e2a18b09ce22__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9e838b7571434dbe830c406796a2461c__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_5081819de6b047fcacad891df31dec5a__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_6df8955ace9545b2aa37910df2cb142d__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_edc536c92c004db19d8ff66bf365eb31__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9e8555e15b004c86be6fcd8fd6e32fd3__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_7aadb1a3717d4c4a87eb2a1fa88233ee__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f4f6eb59239d461683554196ed607240__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0e12d078a3514d46b291a58f8df29b99__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a7f119a5afbf462ca5e9fa6a72a6115f__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_7a68930d699543d5abb9a8187fabf31f__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4e647c436774476fa3dac8b824290eb9__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6050e3a05a4a4d03b0d47f52bbb04824__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2283a91f4c5b4a79ad22b0850b5a818d__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1206dc76b2dc4367bda0a29842d1e45f__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_725c8eee1db94bf788fc05edf9070e50__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4d0509a0846e4c89a13eb69bcf3fd1a9__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f7cdc0e960a54cb7a99b201a4e949678__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6071e41e6b6442758cfe2c5ff248bc8a__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_155d1cf62bac40d3873a8506affa0db9__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_18fb33afbeb644cfae77873306400b21__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6e85402c015f40cb9bc9735e3ac3cede__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9b1b99761d664431aaadf21a4d26832e__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_dc98887f7d0f4b96bd9ff41562ea1a35__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_372b149810a34a13ad3f1b9c4d41bf27__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_49fa84562aff41828a9514cc527bca36__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d48b3019e51b4b758ab2b7e0961e11f5__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_dffc0086ef974a26bd9535130d03b288__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8a45738109dd4fbda64185445af8e81f__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_cf553f68edcd48df9b156684a665b6a5__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_fc49466739664317b3f0f6b70ee426e4__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ac57530ed4354795a9f016dfed8409e6__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3f6a5a0ef3fe4bd8a42c684c002d5ab3__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b926196f3e5446418aadf248f28a7927__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_624b9bb78d73476ab4f889bf76bc6b58__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_926a03d6435b4825940c59f14eb87672__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_49f040550a49435eaebe273fa0fd6044__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_a0712733d34a4b72aed51da8fa5e06d9__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_cd59fdc9c0ca4b839fc91867f7711edb__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ed6514777d7f4c6cb27d48bc4f8225ed__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4c4db32721024fb68a45f5b72668a182__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_19a1534bc8764e8884abf75347c53dcd__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2b5650a36e01484ea514f417ff23b276__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_9d13e7bed73b46ca9565cbcf13d69ee6__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_a6897842e9fd42c6962c86cf58f396ec__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1b2c5e857cfc4aaeb9d845f7f1e49ce9__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_2b20355cedd34b5d95b8e19df8a01f6d__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a1a691399f9147e5bfc003e160a9475f__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_18d6a3cfe60f402da3d2fb3f53e4d10b__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2df312c7814243999047aa2fe43506a5__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_6222378938cd4541a909ca8e2f0577fa__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_0f316e408ead4f8ab7009a1a338ef95c__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e0c8bc5c04754cbebdfdf9f0b0fac6b3__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c7e3d46cfaa946808cbf2b664de4e4ba__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_88e31591545f478a8a8f12a047cb02e4__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_122ef826ce4a43b494fce195d5b83ecc__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4fcaf8a004ef4d16bf4c55b8bddde5d5__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_7aa03faefef24428b7349abc32c94432__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c66fb71efe5241c6a16a9d050f2eefd0__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_7f249596a99547729a2eb2ccc25a589d__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_b387f85634024df18f1525f7e4a8ebfc__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_124f3f05b4334b96bdce0d1f42605f8c__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_44f7141e7f73493f8db2755db62ae8bf__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_14df8a7787a943e0917f271689e53737__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_fb77c5c2b1e6420f83327d772442f96f__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_e6ce4a9b93bb42afb28676a833722baa__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_32307e66363b48cab948637f4b4807c4__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6595f4b406fe4213a6e7984fdf8a0c7d__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7bdf3010602c44c39433435b793c6b8b__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1f24bf707ba84b1dbff499402dafb2d4__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_35ceaac630cd4341acdc2d95fda89242__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_df20f7913b4c4a00b83a367dfdc4c5a4__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_06cebbb40aeb409ea4f06566e5cd6332__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_78945accda954a1290e3417479add464__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c7d9ac4626614bf3a396a639febb9f7b__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_e5a941a95b9c491bb6a15cc400015106__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_e6ce4a9b93bb42afb28676a833722baa__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_cccda6cb31074a20a708903f9c87e741__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_e71279a42ddd4e87b52c6e69fe92e603__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_61f467daf09e4e34ac6b3608b782c38f__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_8d71a0c3d3484edabf96c100774cd2d5__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_6397342fbd064f238e652ed88cc23b06__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_fc2bc2248b21405a8f8d488d4eed69d4__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2be5e3cb9f2e4de1aa8be16393b72cc6__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_8fd148418c6048109ea1c5fa2e225321__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4766c3cffe844294b81825cd281f0741__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_c0dbc48202014d629ef7f32183ae97ec__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_db6d7b45b2dd48b99cb7c97cab19ab00__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_477c0091fca4474a88f4ff6097b6df5b__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_6397342fbd064f238e652ed88cc23b06__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_110750104b5a4879a459ba6fea8de29e__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d009893f3fb34b46a36ad10d53729fbf__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_0094490d4ab44ecba79a9d58b912b6f2__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ad1aa829f7184fffaec1b47df31d8181__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_be49fc706f29463ab8559ab2d682e555__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0a7b1193f645424d9dffea98eb8d78f8__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3923090fb78e43acb4b4d83488c48ad7__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8b5ceac224b74513b0dec5a5f952a1c7__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_106d63fdd49c49788460c22f8fa6c544__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c7a108291e0b4d8da3ec04facfb97b41__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_69e9de0fc377451f91fa57378de53768__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_3a7865e6e52c4776af54d5209d5596bc__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_7e147c60d52745ba9763126aae49f1d5__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_912ba819932841f5a998e8976694400e__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_4fe786e337cf4cd0a635099fa0237388__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_31533a8270a94e77add0c90e44cbb687__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_c157678e977a4be9b4b4d0b8f294e726__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_4fe786e337cf4cd0a635099fa0237388__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_09d3afcc985847c5952f90c2fc471495__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_2182a62131e346a682cb742e1b376c28__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_8df6b1adc6974560b2b76178ec679c76__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_6397342fbd064f238e652ed88cc23b06__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0196fa6e03964704b6f1d2aa0d823c7e__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_73f23a65f81446f9baf0e66cc11f8e62__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d12b38142674458fbbe37d8c5dfc2af9__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_305de267e9af49bc91c4e756c954f793__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_88aaedcc1aa6402bb36b4df6afa38a42__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_e6ac4a73865e4d0289b8b7f198cefae7__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_4c4437ce090e457a81e78eeef5f72918__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_549114f74ff547ca9d82f96a36622744__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f154f8d7b0804dc5b09c31a0fc38458d__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5169e83ba1f04423b4e666670b49faa8__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e8aea7b03a444790bb9016376a135d3d__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_cef6de8d2b2d4a209a230d77e30a25c7__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_ccf8dba4a30e4f6c8b0777bcad298f3e__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ffc92d7e7b424fc992bbbd24376a5746__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5dc3ee74e1ce462da2da4fb74cbe26b0__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_8ec2194b0faf41af9460443c7ffe077f__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b902584ecbc1467594355a2b1f58cd3a__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_63c11a6312954aa9af7edfeb20bd0450__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5c03e6285c284ed7962009fa2ff2bc87__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_790eb3ac328d49999ba937c778f971a9__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_7157d88fe5f64624bbf76348aa28fe0e__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_f5b288bc8f5b471eb351a65d80918a9b__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_23b19ff7fc1742a48ec318dcf2b59bcb__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_608cd18f6f24449c9c770377e78c8e27__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9be81859bf334bc8a46b9f5126130b16__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6f3f68db45334e89969e4bb063077def__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_bd8ab3aa43a74d4692aa1c743f3f5298__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_05ebcf802e37498caff19bfda2984437__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_6b782ce699ad4a7eaa2f6dd37420a622__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_39f5c828b5bc43c5aea29a836bc99f53__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a6c5c58ac38f4560ac462093561e276c__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ebda86fd850344d2b2b18aa4e84eb772__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c9fabecfaa7643d8a92c82f37f66c807__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_458c8a0b04fc4998b6e27f64e1afa0c8__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_93c0af65b9c1442abaa51652e7ab765f__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_684aefe7b09b4372b12942f60b27e488__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_bed439dc443b4d6480c847e09b6cff28__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_1677365a460c4a3aa5fa17e0af9586e0__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_6756960678b54685a60451b5dd490c94__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_e64ba32441d4475faaaa08433220bd2a__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_ff23b5c35141491985fd1d23384f1f0c__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_ae60fe29986541aab9cbc8156ab1ac19__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_aca9c3adf8ef42fc9f18fd5926d10b22__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_79801e164bf74e4295b6a1b8995e675b__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_ab806152be344d9ab82fd7ff382a84e0__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_ee677256a05744afac1830ebf91ab3b7__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_5acc813681ca497e9c0975bde6f26d82__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_9a8a516aca284ba4a0fe7422708c0d0a__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_ed8a64490cff45fc8332f69b76936be1__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_50a26c2e4599429293078c346d8412cf__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_fb202c86cb7642689a7c65b65aa3f54e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_640f9de7408a4e918c3c02befa6e3949__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_bb334414b0324b9c9294c59fe06bd2b9__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_14504d63b250493987b8b73c4f9e7564__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_7eeb065d75ae4a13af6bf5d187b4d937__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_f06c965471ad40afae8efff6ff049ed8__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_0c51b3fda6954e2da2542e62e218df3d__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_f8aff132e8ec4520ae0884e5392f2f44__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_6edead3486864faca4f31e25f953a0ca__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_cda4650224624315b8c961983d3e298a__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_11074e16120b417cb14fcb01ce71aa32__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_b052113be5eb49ecac7d34cd453ece2a__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_608cd18f6f24449c9c770377e78c8e27__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_2809964e3460474f9f7569d5c6f6d6a9/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_2809964e3460474f9f7569d5c6f6d6a9/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_ed083ce987ed4943b670051d9996a099__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_e6ce4a9b93bb42afb28676a833722baa__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_b8436f6d01cc49708a16622d422af334/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_b8436f6d01cc49708a16622d422af334/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_1988a4706a104344956954046f8bfe85__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_6397342fbd064f238e652ed88cc23b06__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_b241d6d73a474cfcafd7063a8ac037de/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_b241d6d73a474cfcafd7063a8ac037de/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_c6419ea7bd964eedb15f2a3a8f956183__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_4fe786e337cf4cd0a635099fa0237388__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_d1d58325151740cbbbd6c626819e05d0/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_d1d58325151740cbbbd6c626819e05d0/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_9b6b5055005e49d2994a6e22c4435fb1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_14df8a7787a943e0917f271689e53737__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_431b87ad3ff744929ca8e8347791d778/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_431b87ad3ff744929ca8e8347791d778/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_535b66bc3b634133833f9d9cac5abf0e__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_d3fc9540c0a843858d5822c0c53d4796__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_40b5c8612f8d41439bc11cde27206e41__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_ffd5645868c24004a2f69f2623e2910f__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_956f2adca67d44548268dd030a909589__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_3a3d9ee1d4d2416d8adf9ad7b52460e5__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_e9b39b2befa94e598d69472f3878999d__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_80f76623e1b047fe801f2ba649debbbf__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_042f35dd91024ea1929a96b3e7b56f27__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_51fd6e0716ab49639fe9cf31800e6220__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9d66e6b9678c413393df1af0bf376915__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_244b5354649b4796ab97201b6d4cf8e6__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_f39d5967cc9948fdb9447c8a486deec4__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b39ad635c89a4758b2a55cf3db6afb00__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_51a4433d965f45feb260536c20e26e4d__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ffa12295ac89419abcff1e347d27fbb6__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c2ec7b42d4c743afa956a156ada35628__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_dd8cb3395e08446fa591abb95efce0b9__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_44e1dfcd69d84bca8666212055c22b63__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_eb7146898f3b4287be01d384d6f0f952__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_ea13ad4e7f6445f28263deced9c79ee4__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e6fb6f08909e4f94a4ec3349cad3d788__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ee52b49f496b42338bc6eee895bd064b__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_948f1c8a83b24d23b1f474bd22340a84__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_fa912bed16144a1abf5830c3e6a6aea0__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_2cd3173cb00d4ed8a7518f40ffa2b981__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_bd4d1dc9b9cf47d7a7d929f5597ed9af__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_80243b1c9cc44849818b81dfbf3f7bba__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_3a57b678748747ef909fc2bbb7fc1e59__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_d8796fc67ba040ea981d69a19101e9b4__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_14df8a7787a943e0917f271689e53737__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_c637bac8ca064ca2b04b179151884105__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_fbfc4d7facb647d3be650c8e2c9c27db__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_e2a403c2cd9540a287f569f8ef6a783b__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c22cf9ec98ee4039bc1b0043db1c23f4__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_862a2eefc7844d96bb1b1c519735e1d1__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_114e36f2dcb94172b07e8326c27904fc__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_242b3d366f79437c81e8cb9f18982222__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4e45d0617a7e40fb92c11953c93406c3__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b37169b82e304fc7bd65fd6504b242b6__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_907823b622244d368a6d4900a65629c1__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_0d1640dc493140eda38d27cc9489bdc5__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_dfc8fd7e6574475fbdd87849036c7e4d__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5b0d448bbfc8428589232d95e5cf10dd__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_643e2ade785842fea1691d34426491c2__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_51ee53de81cd41bc9125a7593b210376__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_613f713028544fdf8cfef1e9fed71764__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-9.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9f9a008a16ba4e9db10cc294221e8518__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_498bdf20d0f74b5a897fa9376ca8f1e3__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d6902b9462aa4082ae4bef3788d2fb74__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_329951d5f8f741bf8606f5b4908b8c71__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9d4216b2195542f4b2f0ae3dae6ee4d9__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_c5937677573e47169e104c677d9e48de__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f9ac4edc5ed14346933fc0f57b3cc32f__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4ccf637d3578465183903364b392990a__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_80a400bc7e614ef7a9e12ad8dde68639__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_bac424da4fca4564a782e09b557029b3__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_cb648016f74242d1921490f827f8afd0__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_53d6371241a144528350b3540e8b25f2__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_608cd18f6f24449c9c770377e78c8e27__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_fa4e783d3a854400a64934df1658ede9__cmp_A" eId="cmp_L">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>L</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_L" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0777-d2d27921a7304422a00176fbb6451d80/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0777-d2d27921a7304422a00176fbb6451d80/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Etten-Leur</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_88aa7ae025564e2792b66c62c4986053__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Etten-Leur bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_4c70326ca585464bba9d01785d921172__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_eeb37d3dff304604aa3f404a232a356b__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_ee76b85727fc4eaa9bf16cc16a48c16b__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_0e7837af59db49828ab1fc62e160b41e__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_e8b5732191514b188dffed0d14c70e09__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_d1624c6d7d4c4639b50d4166f0251899__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4fa6ff40739f415ca0d32f7cabead16d__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_7726bc52da774f1bbbed4cefeeabf10c__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_63da23a949a74510ae3698074c5e2627__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_51b09adb78e94034891f0948987ac260__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_50e5e7e061264a94a44765d37570d0e7__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_119abc14ebdb4b4ea2ec66ce638ba995__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b7a6c877b3554170a2e9e34ed391a41e__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b30434b443c142528ece095ab602665a__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_41691e5424674350bd306de4e877c33b__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_095213d0c20a4dd3a070899e4a79e817__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5c2c5a943a6d4da095c91fae527d79dd__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_072207b586bd4817bcdf6469185b858e__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_f99f1ce35b6e4880a39036a2a5ba9380__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_7a02bfe3a3bd49f8836bb5a5d16d211d__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_71f7a171858545558d10b990e4a84fa5__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_bd3e0ac27de943aa932d21457c7c3e89__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a1109ebcc91143278438d726d31057e7__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b59cdbb858e54e4cbb417e352dbfac36__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_aea0fd9d8b224642b88a7607d9b26cd7__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_400cb0c93b9f460eb9b6edcdbb511f2a__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_38782586fe794142a5728286aa67bf4b__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_dd90360427184e4bba2db7aea81fb280__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_69be0f128d464b9fb2f3cfe4cbcaf6e6__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_349132ded8814e51acc571894921cf9d__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_06bcacceff6f4d11b7d85a73fb4f9866__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ab062cb3961e48ccadbf5146f48b79a2__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4ac2ca19918c479fb71f67ac390a2342__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_530b4edb979447219febabb34c8f3aaa__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_baf47f9f745e4e2892bb55b91b68fd0f__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_0afdc71ddb9c4527806de4ef9b9e29b0__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_beeb0905954c4df29ca075c03210be9a__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_400e1437a6894fbfb443867a304cec75__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_63fb253239e0493e8b41ba7b60d74244__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c49a4998647f44ea8fae8806a6bb45cb__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d28d7935b7974f3ab91cd6edb369bb05__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c961726e83ec4c6987c8dbea684445dd__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1868ad4e9c6142838c2135182a0d3220__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_8a53d090ec2740ff82d1f927d4eacecd__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_527c35257f8c412795ef6baeaebd4984__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_645c38c2f30e446382695d062f3260d0__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_a44e428a4bf04b21b985dbe6a8c93db3__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0b80d6e9af854631bc5a1f2093fb6bcf__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_faf560431b414158915f3018db4b540a__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4accbe3a4714440ea9315a1e5b7f7b1b__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8f5152e537db464f941f1e6d71d5c957__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_38c457c1880f43c8b07a4be83cf342a9__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_7d135c16299f4e4489ad94bb7f518402__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_4f8a328e80af420ea7df26887f5aea7b__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_11703766c702424597e2e68c6cf47918__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b8c757268563411a918d61355f883090__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_aa8d52017fbc41289b11a0d971a1656c__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8bc0f7b1b78f4759974ceb15dab31ba7__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_745440ccf13f466ea999a8ba8688b99b__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_a325c300a5294faaa1440c60cdaf890a__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_c0118c4d6bd8489cb46b7e7375e2f16d__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_74d546e1eaa34630bccefc42973de218__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4d90f26bbdb445199469e87eb56af2a5__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3955e49e2ad240d1a428495218bdca37__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_106fa1aab0534a53b5b6d3610edd0f51__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8112d413b4b24723a2507c998d453275__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_4f0aa875f2b8457c91d965401db73273__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_c9f62127f99143b4a7830aa8b53f8fa4__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d41e85875ee648a9b99828d4e2a3f4b0__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_8c56f17b90414f8d8fd5a1209dcc0278__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9cb6ab23dc404336a00956b270a13218__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_68236ce2e29d4397b92372a8f275b4a2__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e4d3e689e7ac4070ab388c09ba708902__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b8ab3e94b8124b718d0c520dc96e54eb__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b266c0917871463b9b3104f3b04e1e3c__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_989729e367dd490e85669f930da2a588__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_c84d0b0369c248f6a773b185c87e5b34__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_f44dfe15eb8447108ad7aadadafd9171__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_65098e577b1344dd8b343aba2d083958__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_f8704ec2fd2c497eaa3d7df5f65fcb68__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_847804c23a2847deaae648714648d4bf__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_57a56b6550a74f739de483bd64ffa50d__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_862509500ea541ce8f7511a94d430cdc__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f762340cd9ed41df9946a5a94e8fc136__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fcf4143972424f2f8dd48d7704b690b5__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ab40c32ee7584df590ee306f4feb2cd6__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_7a1ef05fec9d458d81370785ed16b67a__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8e6e5adfefc4478fb9a1442cbbe6ec5d__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_8b02d3322df744b4a940aba24cad6b56__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6c97ca6f55354d71a9f31fd75442712b__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_366e4af8d5184cd19532ef7ed76e1ec9__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_3b41ae314bb64edfbdae0aefae328957__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_57a56b6550a74f739de483bd64ffa50d__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1eb129afb20c458b97c19b09e914ec49__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_c5da6d1e77b348b093510460dc683cb4__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_f5f7134c6c14422aa06d676f44063588__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_8ab82a47cb544c3da33950ccead794c1__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_30a06c07f62946deb41593a2db093c37__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_af4198749f994166ba47353fa3df2090__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_048db2efcd1a44b89758a98f134d1ac9__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3a8888eb55704535b53e4df27bda5edb__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_973d276b5eb94a10b8dc0580e2681553__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_f03121b47146422c9132fc9c0310c6f1__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_27e5424b086f4fcb8a3673f8cd10340d__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_0c0ee00a14f049c98e719ce5dcd1e720__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_30a06c07f62946deb41593a2db093c37__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_77cb5d959a4b46d2b915a336a5a15b6a__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_98b325f4ef834b789d3b39ebe97c3b50__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_fde355aeff364f89b674ed4a6d6e56af__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_22d1dd23690d4d12bd20579bc33fb76a__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0461a494a54a4ce2a931ebcc92c9fb4f__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_09101d19704941b382cca1c2298f5ccc__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f74cd47285d842a9a63aac9b9e20951a__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8d17dce24a62461fa2e3e28ad6658c23__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_51ec0f8c0f2d420eb4f403ed508f4f56__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d0f6f89fc34f4bf8a5eb0967330c4beb__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_79a2ebb61d3747078480923434f80118__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_662ff0a8dfac481cb4b49e2b8681160c__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_031853f2ed6245f781cde031664bd3b8__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_50bed37718b74c81845dc056e4ce29ee__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_5c3c1af81a114aa0a16addc0998966f9__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_2786f646d0674ba88df8fe980342f519__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_eecf82db008f48f792c6a8501303e3bd__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_5c3c1af81a114aa0a16addc0998966f9__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_ad2aad2a38b94ae2a80998cd905a3832__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_3d5d28f570914e308b9d01efff44f37b__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_9b9c8b30de294f5b9df67a26f1cb7ec4__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_30a06c07f62946deb41593a2db093c37__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f7c7c16c1412491f8bce6605770cf651__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0e9fce84f28649c0a64c2b7b3d959cdb__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_0869bd3f665d4b72a730b5957255841e__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2213ee8b48ae4745ae6e614249009cd5__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_29632a56b80440679c460fa15986d4a1__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij - niet van toepassing in deze gemeente</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Gereserveerd/>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_98daa8f865b8474a8f8f2c07f8e49fb9__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_35899058050240d09f3eaf2b322279ab__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_ef12d18191b94491b3ba32c05e36d5a4__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_b1606af41fe646e9a5e0e4171e312708__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_a0ddc1c6ae7e4512ac92e52a68a573fc__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_aa2aa53f3db349b3a122e41e5c3db775__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_df24d5ce68ad49cea32f6fbf35da1c9a__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9c8a44211a374a98b614a93837b63aa1__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_14d993ff51294083bc9e71253f1e6e30__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_0883361477fc4820a75836c8067c931a__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_c86f0d79416b493f99393dc23b4edb95__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f9bff19387b940779714d785387121b1__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_33b496f739144386952272f4e5ecb1bd__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3d60315957b545888f8b7569245340cc__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6060bd07d58e4216b4ef0aaa8c8378f5__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f9903b95e14142a582d0e9f0c4b3049e__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_26c064309a9d4ad1b80bb2cb8d00b12d__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_5c25646e21704347a5648475f017b3b4__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_9f161a6c675d4ed1aca911ea89920724__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_1c914c5b1fe8416da603ac36d2c25a14__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_30f8dcacff8747f5a92765335ede3c0b__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_9f3f97664c324f01a0056d47e902e8f1__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_d8d719c906d5410cab82ef2906b6903f__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_772dc51689314fe1898093b5819f8582__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_883a067907a848a991044158a1e36638__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_9ad6f4475db7431b91c726177aba9a49__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_6c3af6f3e8cf476982b12fb9d70e2eb0__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_c769c0407c29400089c76806d0bbf54e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_5cd1503dcc7146fbb34676f881667ab5__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_b6ae2e9c27544e3ebd0afd56401de2b2__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_ea89ed95dc334579a1c7290bb98818f3__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_64a59d0daa0a40da83349bc6f03cf3fe__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_2c4d937ac475450cbbdb072e32651e14__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_30ce8e0ad8ac4ca2925192a0af1b1980__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_5f5ec2f393614df9b9a8080959a904f4__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_74f0d7ae4188456d88fa875044e68366__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_1e8d1a9f4dff42a48ca3385d4a07028e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_cf1c5a81296648bda5b33d13da001b9a__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_8212a596bc114aebb1f191b264bc18f9__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_d5cdac50aa9b4712b4880c35bf20fe72__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_d323304fda6345468e97d38e47320131__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_02755323576e4614b5bdf7904c8d47b5__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_986ed8c6435247128893b4d50634642e__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_a0ddc1c6ae7e4512ac92e52a68a573fc__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_2367521ab44749ad837cb5655acedfdb/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_2367521ab44749ad837cb5655acedfdb/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_b94686b6016c4f399af190a01b6830ea__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_57a56b6550a74f739de483bd64ffa50d__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_66fb0ea1bfdc4a2fa89135e0a91c31bb/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_66fb0ea1bfdc4a2fa89135e0a91c31bb/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_5fdde894e8334cf0983d4189724ca52f__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_30a06c07f62946deb41593a2db093c37__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_896d917bed1d4aff929077038f37e75a/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_896d917bed1d4aff929077038f37e75a/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_552fc84957be4d21b93d13f5057f3aef__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_5c3c1af81a114aa0a16addc0998966f9__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_6cde1f76b97c4cc59c57952a761b3e5f/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_6cde1f76b97c4cc59c57952a761b3e5f/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_7eef2337522a4e9796eb2c307667203f__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_f8704ec2fd2c497eaa3d7df5f65fcb68__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_eee2072ec6c8419c8ae96f26fca33533/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_eee2072ec6c8419c8ae96f26fca33533/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_aa33bd90675b472fa2fe8ee307514a62__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_d33c2cf5626b4490b150e45e74aacf51__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_d524dcb7f5cf4fb18bb77b3662d9aa1a__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_89d14b24dbf242c4919e24673cccce08__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_d5218fc356cc460393974a59b8449cf5__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_f86004bcc26246229b5c44065236e771__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_bd22ff4596364bb4bf22e342092138af__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_406d17e7e7fd476b93c2f297e1fa5f07__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_626bf821ab814df2b1f2bba6d622f619__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_bbc86ae543e24e11bb174ac182434418__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c5cd11b940c746768c2649c1c8ef5b47__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_dfb7a37064c54e9f944ad26c8e1bf9db__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_98305bfd70864113b6915a094ca74908__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1f27e0a0aa54413fa8b138bb56d62e56__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5470e86ec6d241948768703368cde793__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_dae02a035e6247449c450dceeb6cfa70__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ae33e7d4ce8b44a18ddb1e3b4a5cc5a7__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_65067c80216244f5b5cd0a2b366e2972__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d7cceac107eb4e07bc2d293358f42f1e__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_db6fd01dec1a412e96373bc52ebdf9df__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_ce8f638dacc1472d95244d4c0d2d722f__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_456ef1ffb0014698b9264b06c6c73a7d__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_30985c903768436bbaeb04348a8e0433__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_013dbbae7bb44427822f6a5422bc4f7e__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_14a69d1591244d64ac2de8b2dbea7df0__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_fde0c387253b4597a3e6bae7b45e5db7__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_8031fe8723544366910842b1a45c6fe9__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_cea91288446e4c7c87332624c7d30eae__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_dcd906732ad54b46898b7fb0e4144846__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_e5cf4f6549874c02a5217441c489a545__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_f8704ec2fd2c497eaa3d7df5f65fcb68__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_2726342be7fb4129b433d6227d1b8630__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_ff4269697a304453a5ec7ca5c26d604c__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_53877547223542aeacde7a5b9078ee53__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a34481ea25164124a8fe810a1e2e89aa__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a3b3b643aceb44de8612f4410c51e19f__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c4c98852a17b46cda17daabf39d21189__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5efd14d51fbc4893b0a7d455bee53051__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e34a73d4a59f44bcbbf50974b4f85c2a__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ad7e887b848943f99d419ac4b7cd3efe__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_6c41b25dd6884ed9851684d39eadf766__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_fd7c3dfa1f0f473084de29ee3f943310__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_7d73544dc0f7487aa503c461985a05d2__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_e373dce6e7f64d4b9f56cb5cb2440cbd__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_a0ddc1c6ae7e4512ac92e52a68a573fc__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_c7667c144d0949a295bf2b29b8021b7f__cmp_A" eId="cmp_M">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>M</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_M" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0779-9c5c9f6ae438412a9877025c0eb5f43d/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0779-9c5c9f6ae438412a9877025c0eb5f43d/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Geertruidenberg</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_cff8a04bf3074f29934c92013d0bb523__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Geertruidenberg bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_cf85f0e56ec145c2a203eca98ae7c9d9__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_e7d52e5d66ce474cb5aacfbee1b9f85c__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_27c8edbda3db497eab9a5eea9051d948__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_c037e57ea56649a888f58ff892c7c79b__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_20e19f9d9f4e40b9863021cf7a6bcabb__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_9930002ac0104958b618e8fc23f264f4__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_53c11cc2bd404ea091955af5c90d7315__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_fe1931c62d284616a8b4bce352627513__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8b4626cae3554427b1194a6032ab200f__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_12a960d623f043bbb43bec2b8730e5e3__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_136341b08bb949c295079f474c57ec53__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8d27fc9622644115a0b77fce7c4229c4__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_43c82e31134948faa07122f328964c74__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d813f385565a467e81460f5dd85667c6__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_35623a274c2e4b1192518c31ecc71fbc__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_390a9c617eef4c4383d396a513464359__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b59cc193a6c94f589e28bf62068bebab__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_933367632a084d0fa3129fd3022cea84__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_edbc95604a0c4292bff845cd0ee0b6e7__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_037abbf3ab504ba3bf5fd2027e9e7328__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_579e2e984d974a149dac7584ced64930__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_90c8f67d4ed5414d8cac27c063a6718d__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c1beaa64fd5d442bbb03275d1c4e4bbb__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7543f98d0fc64bd0825eb2a50c5306f7__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_af08894dd4c34003bd22d6684b675850__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2e5a94d758b341a58ea72e17c7fc8a93__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_764bd80400934975a8dfc7f13bcc1c30__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_33638e57b5d84b9faa99fa489cb2c858__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6ad849230aa742fda420e01d512eba49__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_89e0c0ba365c4ae783a9cabd4829a854__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f2810d7a5ad14a2d8c793f4a7a49f15b__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c247079e58f64c798fc71aae94dc2a3f__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_55d84223feb24d8f999b9be3b1dfb8d1__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d380c4b85a244bc483004aef3f1896d1__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0015de2d887443159887275f81d75c6f__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_d04e74557c8f4147889bf4552746903d__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_d39865a90d594df7834884dd510c1ca1__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d39aff9e662b4132a6c4d12538b991db__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4282cd0c9dca4864b88f78627c9eff88__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d5bf43254b6842a290d04d08425bafb3__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f40792adaa91400c9d8c2d4ea1d57fb6__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_88d5884ada664ca1bf7c8f55a7f84bbb__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b422abbcd8c64e8eb23d4427f0b53f78__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_da139269871c4856ac79639924ecca2a__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c9d386db249148f098ac1caa40075470__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_df1e077150e147de97960355f251bf84__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_e912ba449a164841abeaec03a90fb103__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b7221340d7e74301aac2f2f93119ab50__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_0aaf4e0719854aeb8f4fb939bf03d942__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f360cccfcf584aa08c0fb5dd7a9182a8__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f2ef2fb4a76c473cb04386ad4e2f4e74__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c4d18e5403ff449f89d2ebfdfec462cc__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_81135834e17f4a9aa6ddd4b7146f36c2__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_1eac17fbcfb24731beb72cb670447599__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_6f92dcc628f94140b23a71146f262f1b__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c1ae667e50504e58a3fd520bac3afa39__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_12726668453141169b469470f5542d43__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fa993570081d42cd801a34eb24dc8015__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_497bd442bed649a4a44b7ca9799f83e5__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_a633ddb83f514532bec8594baac0c863__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_d4fdcbbb6605497886e7e850258118e9__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_cd6e58d0afa74a178258975e5566068e__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6faca0678e8e4290a83154711bc78fa2__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_40843cfdd009429596c3042badf828b3__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d7b119a6c1004a8187c181a28f6ab4bb__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9e9741b8ba4e4594b2af55252a21173b__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_dce83a98368a4dee8061b58cb2f58f43__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_856859aa028b41068138b03f3dd3192b__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d7aca126b97a42ca90b74b17f9db0af6__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_99774b1c4913438e85ce53aa9c23f10c__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_36f3632ce554448797db91f7b524a722__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_bb8cb90a28e1468584be1cd372756d61__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c82485cbec0541d9ac11130773b62c8d__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c244740da3874796b9b3cdb0a15bce6c__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ac12ff7e5a39417eb71743857c7602ee__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_b6e1b506e60a49bc89040ab32506a0ae__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_61889c067bca4605a29bf1d4a7a85392__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_088f74e868314650a3cd92352dc7d069__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_6d2e43072db54a4ea62ef9d3429b8e8b__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_66e763447fca4077817e1402b4275661__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_c6367804fcce4637a99bef70a3cc4055__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_548da1d042a44742abed99e1d03c7db1__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6bd199b3232747cfb60846e89d5711d4__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1ced2a8385614ec8840ccb6e77a817f8__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8b3c55fb34654e22b6c15e5878feaf7c__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_67e86f976c91403d866b7028020c1253__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_92e096b9228e427ca968a81fe7006700__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b263ad32629e4bb5ab44a44ed6a9e598__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3a034cb386e74727bb8fce4eb4e18e52__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a376c7fcfe874778be9810c0a96ef315__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a85a8b6040cb487bbc7030da0e953a26__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_becab7a35bbb4058a761913268405c8f__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_548da1d042a44742abed99e1d03c7db1__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3b9b21649184401f8539ab03e9e47a00__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_a8ff1e20e2a443efa1160fe136e4aeea__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_2f173c32b5114ee0b96f23c87f8b5e1f__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_958c0531ad274a90893fd452a6fb3080__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_ab9cb7f4998b44f5bfa8f60f120a7672__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_7a8aa03cdb4841a0afec90fe3e4f264e__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3a2905546a8a4ac3abd831e761d6c182__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_550d70ea9bf7464784252bcba5d8581b__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e0a53d74ccdc4e2080c836d2155db8a5__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_306b111ed6174d699b3fb0c930516b33__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_86d75fb7897348d586adc64ac03c27a9__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_aecd7f7f487448ff8e82b762dc5754ff__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_ab9cb7f4998b44f5bfa8f60f120a7672__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9de8fa677a5c483b9d9da64c4e50f72f__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b261de6efc2a473a8d75565d53158ec8__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f940be5a438e4c7da97fc57a29a6ed24__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_de31fff81d8d4daeb8805d5f04040b34__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c803478f7aca4a45a52b7c6b7b97cc52__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c9658aa8ba8d4ebe8f1476fa4cf5045a__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_166d9b9191874386b458d6a193d09b2e__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3ca3f1a4664d4d7aa05a3de525942c2f__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_889dc385e3534a779b55493c2ea06c39__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_38d26d9442b544b88727ef48bb09c85e__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a3d622448665431a8f072235e0c71ac9__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_8ba47251266e484b9b7255fbb0673de9__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_e016500f652a4153ade0e0d320747aba__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_4669840438f54268b60d590b9ba46957__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_39239ab0fe634956b83ff452687815a2__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_40a38e96cf68430fa6fbe567d8a26566__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_2204bd1e7b824f40b043898fc2611f76__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_39239ab0fe634956b83ff452687815a2__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_9ee4429d9db54290a860eb2a10860bec__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_ff97eb891f48471eaa68e34340c1fabb__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_1d296493f85047178167fd10fbf862a2__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_ab9cb7f4998b44f5bfa8f60f120a7672__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_40a4b557e0834694b2d490b42bc8b15a__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7eba713f7887402bbb41fef3dc3183c3__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4053c15bbc3641cca839b1b00961d628__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d61bb8dea5e44b2ba16ec36973ddf63f__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_4e44ff86b1b94755beb8f8c6f2d5d36b__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij - niet van toepassing in deze gemeente</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Gereserveerd/>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_1cc5db0cd7194e0d87032af4ef724c3a__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_b28ab048cd424cdaae5ab0f5f0edc59b__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_27daf5308afc41009514eda2eaf921cf__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_a8aad6d0ae144cf18644e4cf6ce77d7c__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_216be84830b64bcda359ba362ab9b914__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_eeae7b50f657429ca44d730fa34a4dad__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b4b59b3f8f334ccca5391d65f1e42b4a__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_29dd118d9caa48da95a8484a0c7eb631__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1299e65902194eed9dba032f8d391449__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_863baa63e2344c23bec6a2f4b4b03f52__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_16d665627f804e69847f0e76929550a8__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a8fb39882a76418b94033c53c99e842c__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_43d2c47330c94fef8f274abf233cb001__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b9782edad6fe4ced97258193cc006935__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_560645f1774f47b5a6bbb9cb4ef70021__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6a0adcd3a563423085e55f3e7654e4ca__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_119ef1678855490a8c3f3f1429c5f197__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_975f9399680b4b80baf9163283622e2c__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_31df97c2fde44491a2f9c4cd1ec4bb57__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_dd18c2efce3c4e4a89d58de1cbc8269e__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_070ad4d12af744af955915bdce251a06__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_76c3308a9a45458b8203b05ddae4a805__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_d4500d7a036048f393dc576ade35c8e5__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_159a38bb7fb74b89a9e1a04a57b9f70d__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_4a7620f9b35e45ca976ba323f71068ee__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_1a4d7beaa76c474588ce6b548664a53d__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_34714244b5fc45948e3d028de7e48919__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_bf2b13256032494a85d01a7163625484__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_fd26e57627234e50b4cd857dafb82f72__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_0c51efd8058f4974999ad3d32c7b05a0__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_2a38ad07b02643d195586fb850aa51a9__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_907b2aefb7cb403787e7f2a1fca135c1__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_dc4662048a4f48f49fbe3d16b44a6c52__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_b899bbd594a5477986403ef70cf32df8__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a990df54aebd4d508e531f5faa0882fd__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_951f04e772d04e52b602f8544cbddcd8__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_54ffe4e78a644d9f91850cf2492e2747__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_6c45ad6156ed49e9855391861569e59a__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_bdd1b207b4294cfa9e9185936a7eaca9__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_845b5381a92347fab014c88bd29b976b__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_f21029a7b27840c4a325c57b731f90b4__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_f171b299899741f7a1e01686ad326481__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_63107ad48d0c4741b3d57e874b5420ec__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_216be84830b64bcda359ba362ab9b914__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_a6d215a798bc4ecaa6e8f3edf24a593d/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_a6d215a798bc4ecaa6e8f3edf24a593d/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a83666d18e1a4c41aa76b85e3571159d__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_548da1d042a44742abed99e1d03c7db1__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_81395891bdc44e24b7341b68a16ffc36/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_81395891bdc44e24b7341b68a16ffc36/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_aac269aa37bd41fe9efc7c225a58f5ff__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_ab9cb7f4998b44f5bfa8f60f120a7672__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_00f19a0c414d4396b8d959b729ddfad4/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_00f19a0c414d4396b8d959b729ddfad4/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_6f2fdf8d943a42e09bb245e5d6ae4884__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_39239ab0fe634956b83ff452687815a2__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_0925465472074f98b66c26f57300be00/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_0925465472074f98b66c26f57300be00/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_003af3ff200c4e5e9007d28b1830e932__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_66e763447fca4077817e1402b4275661__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_db986c30eb374f64a97d932a1153f4f9/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_db986c30eb374f64a97d932a1153f4f9/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_5286b8ae626b486ab4eff6853d80d607__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_dceeb551e9f244c982424a4c6d64618e__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_95c7175e8b214665aba4d2abfa138308__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_88f1ec8d71ad4b5c90a5bd4a413612f6__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_45d68f381e7e4300ab61119f303bb46e__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_76eeb2a347f94ce690a0c06b94c1eb9b__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_a8bc5e3304204294a43198c32f730127__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_0b236e704ccf4c0f8386ae50da688b7d__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_119b486df2ef45d5b64703e619710de0__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7453214e8de54bf3abe2328eb15b7de4__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e1fe2747fbac4a5ba3f978483d15e1a4__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7a1a60306cda435f9eaf980eef961cb5__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_2070dc1432b4493ebabfc6db78b20caf__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2dc1a7a42f23411190af145531aeaeab__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_8bd40e2bda2b416f88216829e641240e__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e0dc75cd14054728a196dabce42a0fe1__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d7715246b6fd4ffe9fcf2d3e19a54cfc__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_a3be2bdf5e6d4e118830fde4882a6039__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_147cf3403ac5402f9e5a8c92650c775d__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_f9cab5f50b024827ad082a75447da11b__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_1a461271d6754fea8dfcf0a1efde7cb1__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7986296a6cea4093af46318f89ba97c6__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c5e66f2a5945477082dc5e1b7cefe659__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_70eece0c89a34cf7bfd2ad9e27f3bb8e__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_0f37eca6b3da41b89798c48ebe2732d5__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_ee48909588454e5280e71d4473e3d7f5__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_6ca16c3e3c1f4129a76841dd04675f91__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_ba445e12818440329a5468e83a87a299__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_4a9c788338c24145add72fb9b73e2e76__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_ba32e1edce9541dcbb59e2e31e61078b__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_66e763447fca4077817e1402b4275661__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_fa6aa3170f9d4a0486a167aa51b3fa3d__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_330e0e54806b4033a9868d837f8e8f0f__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_317aa0b9b7dd4c49abb406c8c89d4239__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_241353081b0f487fa35f0ee67b83494d__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e0e41237f8a2426dabe657ba49288b0f__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f34b3c7b455f4fa39d65c0700e7e5472__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_20e27490a7e2419a8724744e3e597d70__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8970e23bed8041aea45db20f9023ee19__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_cb39009f2619452c9e7ed090105d97c3__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_e5a8c17cc47642e2a2e45c99d0b2cc37__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_ccdc56703db54db9bf9a5fd15a767d1f__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_e8229bd666b24eafaa616ce274a348cc__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_f2cbf02a5fac43a3b2af7b68d80d7766__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_216be84830b64bcda359ba362ab9b914__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_fd75024560ca4ebbbafa496e8c10c894__cmp_A" eId="cmp_N">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>N</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_N" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0784-07c945b2aa7146738931011c63b78930/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0784-07c945b2aa7146738931011c63b78930/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Gilze en Rijen</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_a2b6483b2c3546ae8f3f11d0101f3c2d__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Gilze en Rijen bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_a8071c4e5d3a4a068e6900fe317c7544__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_727e891761d54b139c83a5c28f81eab8__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_6ad57f3babab44fd9a668b54be5a825a__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_13fd104c8c534b169e4a2c5f31044516__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_8e520ac5238f4000b97e72bc38db3ab0__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_a6d5832757f54d3f9d45118ea65c58a4__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_25a2bde102af45a5b88797f08fe99207__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b78707738e944bf5bd2a29d35abc10f8__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c0d21ac16c6e4b45a4c81c7793039ce2__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_defb51f9123349bd80767efcc5f4826f__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_54b2984073834225868c7596a5daa425__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_25069100fd594669aa370be2ad59170e__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c92cf3c21a4a47779c6edda01d9dfc91__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e7b23cc94d0f47beb90084cbc06428ed__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_2b686bdd74aa4387a234fc0289ec185e__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1c312f4c32cf4358a8d25b4bf973fefe__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2e8fce6e1d8948e0a0355c3fca8dfd04__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8b79cad95cff42da9f232ca7eacf4c7e__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_4fe98fb3f8af4bdc8c8c3426ae745231__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_050addaf7c1442e2b6ab4d86b33554c1__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e27250311d56495c9caa73d8f50b3b68__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_743347d6c7fa4e18821661fd351c19de__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ad7665d78d2b45acb684482d124cc0d1__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9d2032ab01f545d6b2a3c89a2bcb177e__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bb84ccb1a5e44ba092b70937b009c381__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_70e81f0947ea4952b8e3d5481fa2eddb__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_19205d3d17f54346bcc476c039d0293d__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_45fe80e6836545c9bc63bb368143ab1d__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2c73719fc43342459eda49cf744fe492__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bc95874cc6b2468da07965282ec65491__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8a02511d29ea49aaaf1d8ec091c9147c__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_872abf99abff49f8a0623cf0be28560d__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ee981f36d83a4e5ebaa53e6f46702148__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_8b7c62a0c01643c688a1018cfd009ca6__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0e6a5686651c421e9697bceda9dd53bd__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_ffdfcce96589471083458a82397c01bc__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_fe43919a90be4869bb8bba084bb8be97__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_093c1b05a8624284aa0d4025dbf96262__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_54434ab3f6ed4a94be749188c19d74b4__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_cd4d575f1c9c42219035db5a281e594b__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_22c8875b4b1a4068b12ed00134473c99__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_77093243df5a423fb86a3ea0f63f9729__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_01f2028894bc48d7bf2a4e135887fa7b__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_37e0a769f8b64fa0a8ed81ae86cbfb31__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_07a80c5f8ac84062ba17ab4c7eb0d3c1__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_573d3c4aae5e43ffa3e9588ff91bf786__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_cc840441f9a64628a2800ae7d77b3984__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_58fbd1695da34c80b74344d5e6e7047e__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1f93733074f94179abbc6955ec5cf6ac__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_da7b4fd25a0e44d9a69590b03da92f04__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e42fd742c7eb497b8278a8ac96796e5e__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e83af4100254467a93601d2ed2eea324__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_f42e2ddcb3844bd6a3fb5450163b7712__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_ace1ab76bd5749789cec0748694153b6__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_a7b82fd239b7480db5f0d8c949c081a1__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_75aa1f2a8e83469b97a2d4007cb3112e__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4c3cbd552cf54c968d11c396b8cbbaf2__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_72ea8de95a2a4ae9948e0351548a319b__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_faa5827c49a84aafa6cb3a745fe6283f__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_d104cf5e62034bb1be8d74402899b0fa__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_a32c5a7f468a470f93ffea3fb0510c2f__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_8bbf447539484a70ad0e66849ca27e28__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d1391b8d4d624c18abd49b9765a0fbeb__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_862839af6a7d497ba5cf75128fce4afa__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_51bc20db5fe045eab28f4b54241e1e74__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1906c982d9ac43fc93ccf76b33409f22__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_250dfec19ea44d88896f9f963929a3da__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_a335154e65e14f08adf6615a3e4dea8a__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_df5a8b17e88e462ea03be44945da091a__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1edc64803e6f4789bcd194104808ec3f__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e98b29fca3864d78bce4daae5986621c__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_fd2e54cb67724a8781aa8b3e9c74f30d__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ea0dd21ea1ee4ef7bf24f0379b3396d0__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3fb49e9908db482c9290bd6f49fa9358__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5c70c886f84d47488d6d401d2001645b__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_4f5dcc29d3494528bbc7f730bd0c13a2__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_c926a33a2e7b45dfa2c96e694264f202__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_229c25f997d04eccbba25a510e1a1dc4__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_b1cca81246ee4a959b06b8b3929e2225__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_0876c530cc524b04961c05b5429b44d5__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_892d852e9f9949f6a9ab2c556162eff3__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_39adf4a3b28b44e78ddf45e980646284__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_74e65eaaa5de4b9b97696091c6594c02__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c27a51c779bf4a20810e7b4ce39e8bf6__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_233f2f89707d40afa52281901e43dc35__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5a27081c33544077927fefc6dc77cefb__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3ff5634b45e14c9584bbb3860a2a9049__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_be9997bf175a4203a64d6079cc2c18d2__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_206fcabe83974456975853cc381927ae__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_aebe04f619134bf5b5e4a9610f25ec27__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_245875b33dbe45458729393b1eca4b8c__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_033b02b23eaf457cb571eacb160f5b0a__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_39adf4a3b28b44e78ddf45e980646284__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4f250e7a522b4393bfe7c31d973f79ad__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_3c094771cd254e6b81a37be6f1a4c7eb__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_3fcab7ec8d1e4aeda1c62c3ab3d98cf1__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_6b4b263bde2b4894b3101e0ed7850bbf__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_163b066afb0c437794c4e26af3abae18__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5b7d6300b8be407486823e071b5d29e0__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_457031451c1e48b6bd5f7de0dfdd50e3__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a960d30ab70a433e892f9ff6b5ac7f44__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6e072f84aa9945d9b66af94d4b4dc51d__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_7820a7cc29e940e2a65fb01cbf31ec7a__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_e81e7666c1d94c7e84cbead11c9ff004__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_4fb2cc3b171b455c8a21714320963990__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_163b066afb0c437794c4e26af3abae18__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_63d92606be4a4b1586622171160ac7c5__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f1e0daebf64a4b799753017d030e8dcd__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_96f634eef7df4c9b81ef14309644ed0b__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c98e6ab86bcf46f3b4680e02f95d2a49__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_7fa4b256d1744ec0bd894ae46b9b535f__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_402453f0df3d4999aaf282a7469ba9c5__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e9f7c3b1bc1045ea8ce43565be231c0e__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_32e6c3749e36417789d7a68184a8f647__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_61a39d3dc4464cbab872d8a774a1d883__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9b76a8c903d14de7819c70e05147a171__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3f2714e14e4a40bbb719fd105dea9106__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_fb09804034b34a04b001040d8f573e82__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_f6db3f21df6941ffa4f8d8a07c04bfef__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_2f7b1952582b408ba28370c1e0881c51__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_4087dba1ee1a49babb41ae2f862b2ea3__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_41b1a74ce7834fb48d27b40d6b34364e__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_53ff45dde864490f859217b5d92b8e0e__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_4087dba1ee1a49babb41ae2f862b2ea3__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_589b6a0a08a24807bdbfdb6af3e1bfc6__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_ce24c5db1f2b4d08aef783806add873c__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_6a58974c7fba4e898a1d57fd4bcf3164__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_163b066afb0c437794c4e26af3abae18__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d88b54efde814f49880b6a98e30de350__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3e829d20975b446b9eb3c09faffbe9d1__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_92dda6cef0ac4a8fab44bcbfdbc5cb93__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b5428e8685fe4984af7267c49678c684__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_05be497c7f774e009b882b4607be5ec8__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_31fcc937b66a4f82a1a2c652052f5d1e__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_00e32f2cf65447bdbfc6415bac1e2518__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0db75d0e30834302887d8e3546e9da1f__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1ca8787cf74e4fbaacd1f4e00b5cd2d3__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2683b39d20804ff2869b219313f1a88e__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_94d3e9a89acd4167922681e3181372e9__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_f6e07a2f9a9b499aa2ffc5ec10967a23__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_e6d945feeddd48a78fea7aa1f7b83c5b__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4a0a1949a86545f9a1b374ab07188956__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1dd15dbdf90e4686b1228d5029e36c9d__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_45d8f93987ca4988945f82c222869368__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_36c6d919eb894373ae74f01cf3d52903__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a421cf9f057f41e9b19d8d1cbee573ab__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ff48c1bdb80246b994ffb717e5c6fe2c__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_6d1babf540af4b309854554594518a2d__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_4337f8b12e7448ef960e8e7feed8ec94__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_97b0c2e1b0054230bd1ad1d8a62f7012__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_1e9026b0c88c4869a7f78c945c146caa__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_edfd5009a35f44df806924cc293fed27__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3dafbe93abc3426f88df72f711a4943e__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_fd07135901b04859aae3da7e965be95e__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_31c06f3f6fa14f8db38aa06e68242618__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5a347e8efb4a4109bfb9afa5ccb2225e__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_f33930c7a0704a3a96f23196fee2e787__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_3522a46abbd547d385692cc71e71ae5c__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1cc1bfb523664965a8afe8e483c8e0e8__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_832a37f70cdf461ebe5e46a36660eb4c__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_86224b73d3774383a7fcc7fcef1ea24d__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1aa9594d667d43e7b8dd199d318240d4__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fa545b93d1c64648893694ae8b6e3882__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2971d4f6be9240ac8e49c8266649f959__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_1a2dbe7ec8df404e8d35a9f111d8995e__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_f582d9b293fd48a78f7614ee62f46f52__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_d71bdd9819024def805b1e1cb292d30b__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_4fc6a658db3d4eda82aff7b0f49b8e13__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_c518584d3ce74c3c8b49cdc26511706e__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_5aac1c2840b3422e8c85670ec422d2e0__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_176753a0f6d94f7db85908e218b9d2fc__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_fa1f7a2a048744108a53e4dfc8be8aa7__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e8459d5aa6754bcaaf0cedea6febf16b__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e4c81bc6c7504156aa51e8b2cb269ea9__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_60bb74a15abb4946a343f642952aae67__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_0c24c936445b44b6806be7bcfc9ed761__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_c3acefce1a5c4afd9cc4233bdac10f19__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_5fc995ebb1954ff6a91db5d36ddfbe72__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_cc42e42e89aa420fb5aa4ed170b2b093__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_8a875e2ab9c941829fc0041329643507__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_bd66847be0954199a04ec59d467e5bb8__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_eb02f92d37704204bef2f59d81a53d5e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_88d2c01a49e944739a2d4d7274424d55__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_fc5484fa4e7f408083c7ecb4f75b7379__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_bdfbe1a031834b7199358979e2930488__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_7824e066ae2c49028e6210089cbfe1ae__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_3ef53f22547742c1b7a82b982b168e5a__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_62425dbc2f6248e481190b2a695a4ec3__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_c42b11e9b7e245e08f18d46a8427058a__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_781b431b1a144bb88807b67995bdcc96__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_edfd5009a35f44df806924cc293fed27__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_ae8431c22dd94c94a9213246eea0412d/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_ae8431c22dd94c94a9213246eea0412d/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_adf8663ecbbd453093ee5798f3e9c73c__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_39adf4a3b28b44e78ddf45e980646284__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_ecdf33f27fa0469299ca5b10fb79e8fc/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_ecdf33f27fa0469299ca5b10fb79e8fc/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_89b72c1067fe4f11b46d068214e06b49__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_163b066afb0c437794c4e26af3abae18__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_23e2a0987a364a379a0cc55b76227274/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_23e2a0987a364a379a0cc55b76227274/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_10510e087abc4f3f901119efe8c70a34__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_4087dba1ee1a49babb41ae2f862b2ea3__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_80cca13b62254ce28880a3f778f68e7f/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_80cca13b62254ce28880a3f778f68e7f/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_516c44aa703f43d2a59e27294a545bb9__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_0876c530cc524b04961c05b5429b44d5__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_36ab49e9e19c4c058177cc3c1ada1212/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_36ab49e9e19c4c058177cc3c1ada1212/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_234c3faf20bf4f16bdf0a34f5e725e97__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_a747b36d2d1043da92b0128646891a5e__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_deff2cb8efab492fadc86032c86c8352__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_2b0c888aac7a4010ab273ef6b548fd2c__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_ab0dcaa2b9ac451c81f03a9b020df25e__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_e9e1fd65b9ac4d4997ff94b91424d03f__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_5277b233547c49d5b3c5d458e4cd473c__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_20a5ec14e8694f5eb008a22dae0991aa__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_ab4a5d62d1ce4b9092bc7dd3689e5f9b__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1a36c042020d4e6c9ee7f199660b92b7__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e0a667fbc49b419c802976434e4be2e2__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_71af73ada71e426ca3392a994f10d6fe__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_a730fcdd106843329d18dfedf49a07a2__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a60336d6c45141d298eac56aafd144a7__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a8be736df5e7453d9ccd310d71648472__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fcc6980a999b4347b1cab977d1c1cd89__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b3d361e06fcd45cf8fdc43a5058e470d__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_d089fdabd5e247318435f502914843f5__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6ad09e7a58f84d18b932d818798ee7b6__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_08f0e964f4e94cfb9b01e8a96649ef47__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_c975b916d8d84ffa80940994ef7fd7d8__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_603131e0697940db94b7e2cfafbf0093__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1f0fde2e794e412d875e140d11766ec7__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5af32b066a4b405fa5405af81152d739__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_2d6dc1550e154e7eb78e62c4235a847d__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_2b25272eb6214272a9241408c1036ca1__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_6b1a03a76d3249ab97655cb0265706f2__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_edccd104faa44b92a16dcf9907b03ea9__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_ce549ad60d92433ab24452aed2147356__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_e0f0eae75b7b4e43a81b2ad7b9f2f72d__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_0876c530cc524b04961c05b5429b44d5__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_16f777f25038468288f32dbf81eb9f5f__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_9d6619a820eb4745a658200e4b03bd5d__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_d3e1115c36e342428d09c7039e53f57b__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f53f21f7aea0420391df22a0546e45f8__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d2e6da6cee9f4c2aac096620f270f18f__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b5af990f5cad49c6b6bb17f2126ce33b__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bd55803c6e8f4048a56a9d8f25692c25__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_062cfd2cdef746f78b390cd41c13b290__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_43347de2096b4de2a6ca26863da2fe58__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_1314d6aa091c43828ad03df73f5c64d9__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_3e46e251b7bc4e1c9b5bf09411b3f03e__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_b17b154ca0e04f04b1e8143a5d2c8e0f__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2148f400b4f3466fb6168a56050de708__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_90029f9d1d384b98b4f4c633fc0e1816__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0f512fe58ae840d687bad944f145045e__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_e383cc7aa3674af1852ac1431743f6d5__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-10.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e04bb40be9814a56916e5f38dc0b6c8f__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_50595eb12fd44c6fab1ea975334a29c9__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_33efc0bb94114b24b32fc98827145315__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_19ede09f482d4f988363f33acda4387c__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ab5844ad2127432c94b87776714b011b__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_8cdf1ce4469b408a8de6180250ae3bcd__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9cca89a6f5cb4df0bef8918c412568b3__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9ec21de0b63f4872895cb326227ffe02__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5ce596d4b26a47949ffdc40a3bcb45f7__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_1f30f9b2abcb4bab8c900011c4c67434__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_bfc82e56bf1249f385cbb9be917c0cca__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_c3b667d7ded74c2ea0136625fd502a61__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_edfd5009a35f44df806924cc293fed27__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_4b9bcbc8d01a4fd48b71b989a33cddb1__cmp_A" eId="cmp_O">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>O</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_O" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0785-57b9bee3f0a34a6f9bf9c6c573c86633/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0785-57b9bee3f0a34a6f9bf9c6c573c86633/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Goirle</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_e1c0d4bd3bbd4eca8c8dbcd7a132d96b__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Goirle bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_bdc94f3f1a0046dcb84e2c20a3e2739a__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_d89819387bf242c6bbba578f6068a0bc__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_0bd09d27e17547089e235a3a33716b9a__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_1a55382fbd2e4e23a05a22739fa99d1f__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_08a5679932ac4bb58417ba7cc4cd130f__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_cecd8d35437f472c9a1434dc8832b88f__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3d96c17002724424a28102bcf18cbf51__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_387950458f5347eea8383efa0f5e9738__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_dbf20839d683472cba08cbbd7bc75384__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ad411c9954854a5a8b49b80db4ffffe2__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_669652a851374756b6a8d0b21fcb4ebb__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c21f677c78a94dafa9ad5d986ba57685__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2aad2d0d9d974ab3bc85a2b5bc6eb334__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d86b68411f0644e8b9cf07216c9a0a49__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_36e6a41f924d44d5aebef07240507d09__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_841c44c9604f4d1eb5b13c6d603bda44__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a004d2fc939f46959f6846784eca4c29__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a58175b4a9dc4641904edec21f1d5c00__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_6eccf3de523c49d7bb3e8e6467fcc605__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_b89f29f6e6104c28a9964cb98d8cff2b__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_766070691b554b7384db4702b2a7415f__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_025698d2a2a74f10913ab7118ceb333c__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1f6e52a173ad45dc9c4f43c2501e6b61__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fa5eb8b8478e4937b07afff88bf801c7__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_820f0fcd88734b3fb64bb2544dacf978__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_02e614cb58174090adbd79c99c9d0576__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_2404e2bf138f4aefa81fb661a0947a8b__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_adb96a6dc3264bcebdeb3dd948e6e396__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_218391216ae841689cdc5d1f51a1fd99__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_51a0863b7ddc4a988210574c3f9ba6e0__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_17dbbb73275a4385b58a45cc63c58ef9__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_194e3819668d47469be954889ce75e2d__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_faada6b1a53a437a8566dbd17e45589f__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_7ee4d20f9d3c40a0ac2fc8b79d721576__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9664eba1f2174caaa3a55bfe845c78e6__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_195a64c92ecc4c61adc74c3ea1b0b632__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_ed9b1fe45a2148978cb2c5670f370870__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_aeaf1e91a7014211b74d2e5428a04f01__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_0d67907b60814495beaa611bcbeedc7c__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9e1e1b61ee6a4bffab873505082f79bb__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b8fd669f5c234193bc2541770deaf940__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1cacd359b50b4f2ebfe156a520f5b6f6__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b71b2f42903f416a8239ff3e8c3de024__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d553d550742c4702ba76b59f00d4285c__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d0979948b1254c13aedb55d1e3f39c1f__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_5a93826f8f3b43f186f3fa47f28895fd__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_91159360145f457ab3dbbe90b3b233ae__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f1079872c0d84c6e90a91986fdaef985__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3bc7dba31d164d13a978138a4efb842a__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_56555fe4fab54c21a4f2fa235c5f2f2c__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_10b161bcc03a433d868caddf73743cbe__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d18d2ceee9914bf1b0049211e3091bc4__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_f297653403484518a7a860209733938a__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_dd3baa903df44c53b5e67618c70aa655__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_79a43479a7a14545a2c3afed5e864ad4__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0c02d551de66490fb529154546b0f117__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_01e18cb2c5b44aa0a84e2962404cf9cf__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7ed91224f0044deda88ea9741f79c90d__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ddef429f9be54bd38eaee561048e1d2a__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_9f0bb42125f8466086177b49b60221ab__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_9c9ae6e72a094695b1d602542f5265d0__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_87c7bcd3d02949228abaac0ccb9f0265__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_655f4d5408394c679221e51b9654f140__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_127dfee40df744aa8133e26207815944__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_750e9743ee0e4b20a9b9ce7e5050900b__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3b18cb35530c486696aa11ac4e89cc37__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_c77cd812fdb34580ac583837fdeb6928__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_b165bbc2b57043eba41b74b0dfaf4786__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_dbf9c321efa14fe5a1daa6ea5553a345__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9882becfd7e1422cab201cf2e3f8fe5e__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_445da1ffc67b497c8b7b121f4cbf228a__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_03a2d3d1f84d426d804c46f935e6e975__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_13c63b497aa84dee94cc6ca857b8fc8e__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d80545c8fa6e4ad484be90ee7b5c2bde__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_14b50ba207464a0d977ed854b3c6146c__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_69d5fd2992ac4f02a75b199b4d62712a__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_318e15779b344eb7bbb69a48216d2cff__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_18fc2a15c1c64e7496bad5093708378e__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_dbf57072dd9745a3a35a358cb2f8d026__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_0c6a37762b994babace2fc473fbf4243__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_d6b78c2bb924460b9237e44f6718e738__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_3854a75a12ee49c38c37e310f15bdb2f__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c42d01386b7345e5948850a57787a388__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_892c162598f54f348f479e3dbda1a1d2__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d4beac6d9d064d52b7e791f47a44a454__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_960020b937594791ae75bc6dddb9a1cf__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4fd7e175796848cab6540da0a5996d4e__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_45a3027b16c74fca85fe1af2c1ba5779__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_12409aed4a26403e95848358c38ef51e__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_70488b22d8144fdab84f7c2e6a39c5f5__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_547d0bbd6d88448daf35007d50c8b327__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_1c1b3313aff84acdb9586a868111f1fe__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_3854a75a12ee49c38c37e310f15bdb2f__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3d40b325df8442de91df0b899ccc5ce3__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_e8d3807790144b20b09f09d03126fc81__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_260848eb926949a894e7659a776c470c__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_fe066e24aa8d416595b82937e5d07383__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_85300e669c7046b99a3d9a8f33ae1a20__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_cc7740edb6a5427285a21c52d3ef0c39__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_63772615e9c44578a383666c175ec2ba__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6e609dbacef444ae97aa146014518e9b__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_71d20acde1d448c9b5c4e8c20f0773ea__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_3ece8435de5e474d85384e6aa3efd040__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_540d9862ee5e4741adb206288480fc54__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_7e83c073a30a41c286e94eec65c1d0e8__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_85300e669c7046b99a3d9a8f33ae1a20__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4a5f349e184847dfa301a8d0c39eeffc__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b793666a01294217be545ee20960a043__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_32e9224bb29a47dc8b28a3fef9f083ce__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_afdbd7763ffb4785b0bb3412517325ac__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f7e0033cd7a44f42bc223a66df97e130__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a39c48ede88f4a8599ac2e9dfeb9651b__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5af31b62934f431ebe917fc06534c0bf__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d7a3a48c38464fefb67c806950bac676__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9cc5e8664036469cbebdf58b6b0056cd__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_04e8ceefe1be4b3f8245b25b0d2efd02__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9c57399dae434cc68439d1f84e3c0060__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_ed35a3ed92bd4cdfa44164a15ea88883__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_d658e6e3a2554204b1cd3eaf6a8969cd__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_d1249d9c6f66437faf73f28aa2898f1e__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_d264ca38fdef4d68907478e6c5e8dc0d__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_2f4913ea4191443190efa197e057e18d__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_22e20614a993485f908f6ee50fdd49ac__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_d264ca38fdef4d68907478e6c5e8dc0d__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_4874d0bb7b7f4d7eb0551485e580feef__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_67aa8c57451f4c778c53a2f74baad69c__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_f489107356424edbbc0f0104f8701e3d__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_85300e669c7046b99a3d9a8f33ae1a20__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_653b7523706943e9867df82abc0ee01a__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4ae829729d0841b5aa88cb2873d0ac20__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_42f8015bad0744888d3a5a9446884bbb__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e4e65d06bbf04142918164fdcecc6aad__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_24fb6d6d15fe4b65a90f5ac56dd44ca5__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_c6b5acc61e3c495ba28446e914b1e23b__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_f42b85a7098545d09073877ed7f70426__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_78011206ae1d4dbd82ecec4d60782e7b__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_13155b1d0f534e259bcbe21a959e787e__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4eee9fc8fbaf4ad19f6018424f1fb278__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_40b20a6dff014e97976b6cf7c7e5d564__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_6b53bf8cd4e74d71b23cfbe4da87dd6b__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_de7227f6f1d7466194f2c1b1fb22c8c1__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_fcc207d69d184677a337cfeeeadc7b61__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_40c70505b7e044d4aa5f1c53c2518369__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2bbba86762264c298c354d1bd1458f8d__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_56d621bad3ce4ee2bed827ebd1af2058__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d378cf76b9e9490b9ee09077b86ee1db__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3f0dffa76a764ffd957b97d8a9c361b6__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_0af0d9351b4b4b2f8a84c0820bbb49f6__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_9a61138f7e654c2fa8cf6274bb494822__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_762caf6f3ada4e399e8bcc0605a60763__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_b5df6b61bdb14040a3b1cd18862a02bd__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_2260cb516d24410183a15d806042101d__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6c3a990e8aa74e05b9a9ab6e8e1079d5__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1d074be2f65c4e9a923011f22aec1704__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_428a571d11484dee8b14b6d6a74793f6__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1a2b57bde4264d029399c53f056708db__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_28d5b01f4bdc412192b0de2c4ad06847__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_bd46f270604b49abb637bc2afca09c93__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c8c9c770bc3e47c58e65cb9f3c396ca2__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a8f1626d24044294a4a65edd9b16c541__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3090232d7cf44ee99844fa7680eac601__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_db957d4bc24c401799f36c3baf23f106__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5f4571d0611c482d8209a753b3c7e75f__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ec19e2b04c1a4293b6569ad648e8189a__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_1b4005c8bd504d60953e9f912f199648__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_3e5047296312454db1ad6f61677ebc62__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_00312533e0b64cfdb68cd79021291d2f__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_2de06babcbd544f8beac7f89e3e5b52d__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_a1ec716f8bc9436f9a2b5ab7194c9dba__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_611687743d9a423f970cffd8da24eaa0__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_5978ec65a8a74af2b5c926f664ff9b95__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_12dde43928484eb3808061ef57cfdd5f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_5a5e12639e16472f835df8cbbcdc4653__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_efd722d458134645bb43ec828b8d82e9__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_7987ab5479994c328a92f3b1e96a7b32__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_54f26b1707774c8fbf58550689fbc7b6__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_761817a4cc8247feb878cc2b82c81b3e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_f1ffb880d52741dd974ea5391173cc27__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_d12f9432c62c4b60b7de253f20bd96e8__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_925bd01ea7ec4d31b4a2aa8b60aaf600__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_b78daa309fb943be80dcebde078f8d09__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_98f78940bdd4449b8fdaccd43325bfaf__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_84c65e8e15ce46ee8d6e87dceb076cdf__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_93a65b677497423bb62c30513fef269a__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_ae437dfe4cc944ab9c8a975e691b6a04__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_46cf976432e043a4b11955c86160a30b__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_d1e849b66c3742a58164e90629124441__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_06bfd1535feb47aa9f41e75b03e12427__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_bfdd613b51914e758f19b1c554b45089__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_d35325eef50b42028f79ba648bd76f7b__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_2260cb516d24410183a15d806042101d__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_3b45a4b2d3f046dfa6a31fe4c12afa08/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_3b45a4b2d3f046dfa6a31fe4c12afa08/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_d54bf1f352f8438c8758dc115b67e7b0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_3854a75a12ee49c38c37e310f15bdb2f__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_32ad92fbcbaa4d379e7046c8df234681/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_32ad92fbcbaa4d379e7046c8df234681/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_097a796602624913b76543b669520831__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_85300e669c7046b99a3d9a8f33ae1a20__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_44b683982aab43ca9e315420d6d36c93/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_44b683982aab43ca9e315420d6d36c93/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_50439d6e4f1b42bb97c0e99060e74970__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_d264ca38fdef4d68907478e6c5e8dc0d__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_465a90ac518c4cab9123129ef1029a8c/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_465a90ac518c4cab9123129ef1029a8c/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_7d35d86bbeed49b8a8b7539cf54e3e49__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_0c6a37762b994babace2fc473fbf4243__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_81dccd653c81488e91a5869b83cb8557/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_81dccd653c81488e91a5869b83cb8557/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_0e2b90b75a00429a8eee4d1290b5eacf__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_dfd1b51dae61474a95c70b021ddae120__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_467a4a9a34904c46917c7511d0f5930f__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_5c5a31d0b7494a54b8992dbf0db886c5__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_a86eb6da80004826895135873ae8e855__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_8d3563caf58449cd8470bad984313bab__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_5dad1717e4b7496b9f7fdb76ac48b439__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_affcc55751b145bb88e19f0844c810fa__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_c71477cd0a114b26add7ff0e39d08626__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_cd0ef694e994405a862076a8c2510011__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_0027dc59b8734764954ab3c8b54f84ee__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_927980e4a96346cfa5a30a2ffeccf575__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_c6378877186c42f9bf7806bd13d2c529__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_52876b542bac4190a15da00f83cb8403__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_625e74db85be4b55a9b5505be093d1ab__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ba946c2711b54188b26cf40d18e3fc91__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_85af9bcf11a94ccd839c9732d79ad0da__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_7ed0ef145158452d9e3070e8917ea0a7__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c1b24f86bddd493b9070b936eaf33a12__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_db31604121b44f28bc873e69524a31a0__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_ced6b602b70d4feab86f30de9f9a0c0d__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a0109c0a0557425d854d32e505b5cf00__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_754ecea2a85244fbb6ad9e8277716eea__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5bcf5404bda04dff9e89d43a74138da1__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_89dad2e80e3540e288a9e8d109598c84__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_d8d0a3b7fc0f4e63a90adc041274b9e6__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_cbaddd9042f84ae58e54b0d61b92e284__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_fba99013be1348e1aa980a77707917d6__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_5ba6ac61a10a4583a7100ec5b77fc39e__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_563df6780ddc4ab5b4ef459bd2d93dab__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_0c6a37762b994babace2fc473fbf4243__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_c83fe0ac3cc04ff29658e6c648af50bd__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_87ba4f87c74647d7b7cdd7c9e6e40928__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_0ff766b1479149fc8c0a0047a4691a10__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7b6080a949a84be7a392be344683e2bb__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_afaac71075cd46beb51f948e0bab5c23__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8d159404586e418a9af8b0cb8d6c694f__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2ffd59ce69a643c2ac2196cbb7ee3069__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_076ecf58fe2240a19e29f49ce006ffe2__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4e01e4b6cd6542ea94b9cb57b805876b__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_9cd77cd829004e60b73a9736c1cde909__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_98779824b1774f9e8e40ad20d191daf2__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_ed4d7e06344f458c9ca3de4adbb82aae__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9d1528c5923c405496e5bbf69e006c4b__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_efc04079bd444800bf304e3fcc7e0709__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3f731411d3004634bddc455f938cc021__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_c823375287944f158123528f6303c315__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-11.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_66793060901b46af84757fdaee1fbf6b__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_759c815245104fa691688e58e1729e6f__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bd39fa73c495438c8e3478cc64f9fbdd__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_43459ec8a2c84166a2a3d7ad9f9f36d7__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_776fe54de97241bab99e1af3a6dcc117__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_36fc3f5e799d43cd9647bee9d29ca429__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_80faf40a6bff4d1ab572c63c8c33db8b__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_971a1a259a3f4583ac1c6bdd7e453fea__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1dbd36132866465188500b1ad5d82f0a__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_181e546b153c48819ccff814aa7d9abd__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_75b483b6158843b295e62b75ee789fd7__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_2d3642acfc184fb480ef311cc1d8b483__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_2260cb516d24410183a15d806042101d__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_f04bada886f24965939f265bc1a6c6a4__cmp_A" eId="cmp_P">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>P</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_P" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0794-a80766c8d933464ab0bad338b4744a57/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0794-a80766c8d933464ab0bad338b4744a57/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Helmond</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_c0537f247c4f49c6877eb3619a43df82__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Helmond bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_0d92f53f3e084a6b9bea576a6e394b8a__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_15d273e6140742b8adb616fbf47352fc__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_3db3b473f5bd4294b983887eb3349b13__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_97f6c7bafb3b4b8c8c624efac3550a4c__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_236fd1ec224743ac8a7901604a2f684d__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_fff75d3b24af4450944a0dbce33a4f18__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7748a3f0d61e4f7085a58c89c3fa79f7__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6f6d074d0c6c4616b7c16019731bb45a__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_04c185bec1d54650a52751436dac073a__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3888da5a177e47ab8f734c78c9321c42__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d3979956e29d49478e5f2b13e9f5de5f__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2d4c24b1fa4b4603809ce0324a3c0bd1__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_34b345590c3740a19cfb6e5ebd54763b__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c250c7e855db4cc9a05f7bf0ffcdd6f5__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_47f8b3e8433f4b4386eebc7df9947dd0__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_344e62eaf2de406d9dcccfe8b67cca6b__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_8bd08cda1cd742efa6d3e0ac20a7e9d6__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_116904cc0adc4214a48cb574ed466cc8__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_ac6b7b33b4f44dccb01611c735021ca2__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_eead3d6575294f0fbac99e1ba63a4cda__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0cc84a76ed3b4dc1a52d7524f58cd8dd__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_411d95ece4434428b91f2ebba2874525__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_40c267a20ea3448d8f8f91562c87d149__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f164687e9299437688d751d66d7ade6d__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f3c8233c508f40aca9532facb33c01ce__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_eb82baab33d3464ba90a8e3e6c4f4a29__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f7f8d03766e44cb68c8dfcdd46d03d3f__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_34e7b9e0a1eb4b3b85d33b2f27dcc598__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a91a69ca243a4724ab3566992eedefe5__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_693fca43044a454da664f8c5227b645f__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_dea3b5a42c91451fabd6c09a93b452cf__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a12c1134fcef41099897dd40c7f6a354__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_974f4c883fb64b8fa00024e49d2c6690__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b7cfeb87b2f743f08aa30a8c22f5e116__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5c6e79b7d231492ca96eef0ad8bfde58__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_67eed2a6ec0a435dadfe38ab8150819e__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_ded6b36219704d4fa074a621f01b02d7__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_df8c61596e374944871b0af8f3fa59b3__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_30e414d0632b4d6d96a96043967fa679__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2b7658c388d742b283290eb0342bfe9f__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8d16f14315a44a4fa7325565dbffa3b6__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4dbb26ba838542eba0f8cefb263ac894__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_74227b01926f4423ba8a7b7f122a6eb9__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e75d6a8e39c3490eadf5ee9fef2a0a0e__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1d1b6a04577142c7b34931737f83275a__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_9ab15a243a0a45ad8f08988282e949f5__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_fb3bcda808ef45039f8c454a743f88d3__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5e810b9a45c942789fe42f06bddb14eb__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4572b362a434478d957e30ec726e03f3__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4df420b499584522a37068fae4c3d582__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5547be98dd0f475397d4eabd51a57854__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_2f9380783f154b029d5fb49e0e9cb91f__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_43ce351100614156bd7933ed8e5075db__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_2752831f93124296b422ec7b7001945f__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_60e8a73a7d91495e9fea10e322f40868__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5180d006824b4190a2133da480965f9f__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6d5d195c256f486ea78c41110f9b44e1__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_cc7f0385a34b4a3e8f8d652d62c2c19e__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1e298be85ff444818cdb0e54ece08a57__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_0546f23f8a9540cda0f738db594e4b52__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_43b4e2a4dc6b4290a0631f5e4145da02__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_54058e0f45b3426a92c3e43739616c03__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e216e08fb05e47589a6211e810fe18f0__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_bf91606a1bf64328a1f7e81388259c82__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d495c4c3c5ab4365a693ebbcbea03fa5__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f5e85a813b3c4edfa6db75658c63bf6e__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_c635a1c4c826456795323a74dc21f4fd__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_6867d5227f984a278fbb292028287c14__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_153fa0ad14ca4eb883e839f6ad83f6a6__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9e32cb7270e2496b8ea852c5367fadb4__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bdcd5d40a17c4ea7afb955b20459bb08__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_8bf9ea166b6d4b08bd545f9a977d7033__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_688cb7bfc1384b278c5aae872a0cac75__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_731ce64c397e484493dc092331788bf4__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bba85bcef3034eef8f6a08ffdf763cd1__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_b83a588c8f2c46aa9af4b6577bc0d8fd__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_048cb7dac88d4c1ca8ff5b24c838dcf2__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_e7c7cbded1224ed5a9607d4e324ea4f1__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_8fe3a0d9b5e74b1fa72757aa87b336d0__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_bba8101f087640e8b840f6dd521bbd52__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_4c95624ff01f41409d9431d751695a8c__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_b091f61a724740e79f59454128ae8f94__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_be39410341a14c3fb5c31db83d559a8c__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_dcbae1a2cff9445b9a64e2213c9196f7__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_24946480420744bd84044b7a2cac2951__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_75f922d1c8b140408615f863a665616f__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ae968a59ebb64249a9ca2288f1406640__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_66222aec3d0a4383a540841b8ca00668__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_293ab2cd2868451989d4a0e734bacf00__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_630366b4379745d788dec0feac613017__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_14d3c885081442a39886ccc7648902d4__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_e0ab1e6515dc428d88738fdc87a1412a__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_b091f61a724740e79f59454128ae8f94__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_57ad3dae946140a8bc89e492fa6a6c6a__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_5b7ce6d803c04353bcc2591e1bfedbaf__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_77627d34f0704389a60f821603cfb682__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_c864a4295d3549319dedbe0955a34a90__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_f1dea757dfab4496bdae47f273a73e87__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3c2c2f8167ad4d7e848035468150b8f2__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9af27dd883984c38a66dddedbb286e3c__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ef1493bf4dda4ecead995476ba8e190d__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6ec2802317b74a72b46a29c8d5992670__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_2a68685f6d7242719c3d4ba07acc62c0__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_27a08f634df644b99fe76718a185d4f6__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_17e60e0b01014076a021103b0fcb9b8e__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_f1dea757dfab4496bdae47f273a73e87__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_821cbcf1708045f79bf0aecedb284c6d__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f7ede5cc03d9463eabe20efc13b14cb7__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a5aea402cd44449d9e15ee38818adf2b__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a4e653a1df18482aa41755331f4b0821__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_93200adeeb8c44938276b109e800e798__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_41b3bdb85d7749c78fec121d092cabff__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_02ff14cb313b44599a6fe529842906e2__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4ac8bdd087f542f3b018fa761ea793f8__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4d53ab8496844f13b7334c61dfacd262__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4e7a256f04044942a9c738ecdd43ea86__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3fe53c8a02ec4df2b8e0f55ff77c1257__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_ad38834f008349ae88f4fbe7a8343a01__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_9784c14861ad432bbb3ac325c1bc6cfe__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_936c6fe67d264ae398b05477f50a5053__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_67a7cc36602c4605a4746526fe2db20a__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_41fbd1c438344910a9a07e632124bef3__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_d93cb9021bdb4cb58be5f2cd258f1f9e__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_67a7cc36602c4605a4746526fe2db20a__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_cf76ab8806ce465486744a81fd8b6b6e__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_6b02e8a2113d45e6abea681700803f31__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_32d633079d604ee9aa3319890b0ae239__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_f1dea757dfab4496bdae47f273a73e87__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_62e03d0d70474a639e3123a4aadc8fc2__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d2537ad8a24a435ca60bfb536457d77a__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_045740372d4b48459d06157033a01fb3__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_83fdef28bbc7438a9249f6e209cc29fb__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_de174453ee554f5a9df2d01db77b4029__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_abcd0a0cc8fa45c9a2806d817704b6d9__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_a8f2a1b6f45a4ababee6847f7c396729__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9f3486438f2d4002aad1f27d4a1061a3__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_8e7ca07449fd4186b6f5328f9131ffd8__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_62842ce7e66b43139347710a92f14d5e__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3b48cee9f8414e889d4304512bf0e991__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_99af850e8bb244f3b3824421dc273662__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_30734a4fe74f497caeb61888da82f8d5__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c57a336813654e74bfe630d6c0579175__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e0daa57ee9944998b709b60c49ff3584__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5030a90df9154d799d55e7b2ace99cc5__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_977ef1fd79f445bd86a7652ece6dc788__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1e48f0f585e54c30a727051805f872ad__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c8f2c7cc00524a8284ac805850f7cd9f__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_619fb68f7adf4777990d33f58f6f955f__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_d5dc4543f2b84a87a7ba9bea14e474c1__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_b71f7f562c2547d2b352cd30c3e93d51__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_4d284ee6e19342bda297a6226ca783cc__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_fbf2286601534e37839594bdda9f6a22__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_2a69c599725e495db1412e5af0b74d07__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_638656de5baa4ea38144c08d855b17e3__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5b2f8540057c4c169483669053e31a4c__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a4b16d900ec446ef9824105ccd06a0a9__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_5c7dd93a9c7c44f6b83d987c6378701d__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_fe31466b0a03476eb44c5a656b456faf__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3874851c33814fb1b74bad2a26af4f17__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_379880a8e38c43ef9debb9d9dcc261df__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6409e7b4c8ac48a3a048554bf912c392__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_675923e361df44888bd1a83ea5e679bc__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3de3df349c9a47209f7ada73fd83d4f1__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a3cdb29c195e48a896f246d9b722c077__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_d5d40a46b25549a8a1915a71afed84fe__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_9c5b99ae097b4ca4b076df247f9d231a__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_5f271c8926f34e3f80ef67cb58344788__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_b535d692403f43a0b0bfcc6575ef4180__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_617666dd927549c6a3e0d213e3a7aeef__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_c649581880694f97a0db440775833a1d__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_479e9a72411b4a609ffd1dd3fe539277__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_4566c75c33e7499bac43147261aace45__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e7901dc4dddf4a3a85d07f2db9cc2c3e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_388305ed47bb430c899f09459c2fa08b__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_b0fb9390b01a4603a8e36ab1f8ed4ecf__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_1688abc85f97448bab966d934637476a__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_51fd0fe5a07b4384aa8274441edb4c3d__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_77f3a520f39d41df83ee1509fcb55fbe__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_7a6bfbd9fde44c9aa3365f0a74086521__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_83fa508145924d3cab45459eabf53af6__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_d1fdc0ef84fb4ee58c9781c6d419984e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_4d29502a6c3e491784b393c447c7db52__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_9dc29eff9dc147d29b335e1544d3011f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_6c58cee8a0fe41e0b61711d30dc3b172__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_cc60dd7d3f3a4d449649edf042b1d607__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_114f79a6572c4a6cad296a23e3592a0b__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_fd937245b0b9432293fb5b9f2e11f3dd__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_7d43f306f25d4564894bbd6c4168b244__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_043fee4fac8b40bf90d66b0efdfba54c__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_d970a83a88154d04a38d34ed8e489c0b__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_fbf2286601534e37839594bdda9f6a22__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_f583e3fa8af04341b501e97b04a3be83/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_f583e3fa8af04341b501e97b04a3be83/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_0d0eb9ecb63748f286c9ef4c7ac2fa60__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_b091f61a724740e79f59454128ae8f94__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_31553d9394dd44f89c341928eb48dad6/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_31553d9394dd44f89c341928eb48dad6/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_fab660ba9d3047b9bd81845a3d8b99f4__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_f1dea757dfab4496bdae47f273a73e87__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_70702dc669664b408c21ac2f7b1cba9c/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_70702dc669664b408c21ac2f7b1cba9c/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_50b0935d8d594919bc767a366df3bc89__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_67a7cc36602c4605a4746526fe2db20a__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_6a9cb28061774f62b06902ad06b45e3f/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_6a9cb28061774f62b06902ad06b45e3f/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_70df23e3dc5840ce90cd71654d509717__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_bba8101f087640e8b840f6dd521bbd52__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_777e0f098376497f8f50bd85222c813b/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_777e0f098376497f8f50bd85222c813b/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_28052c92337e43ff89371c01535c0853__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_92faa4d1a7ca47ec8abe06a44c345ea7__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_f5545d635eb1412e884f897417dc6985__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_43f722814cbb4ba5864e0418f53e2f95__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_0c7ae35f70da45afab0110300c6bc520__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_4215150a78fc464e8493068df364f047__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_7c614990c9ea403c85d82b7112892cee__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_26342de7a19244fcae38da2023096180__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_ed183e0fb19240d79b563bbec64a7767__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3332451d20904181909842e6c1149f7a__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_421aab898376447b91561b8a9b3a0b69__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_da4e6cf7e1ac4dc8980fbc37f028f183__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_aced581376004956bf49f1d313d71634__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_969e5810dd6748ccbbedf6014fdcc89a__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e497ce53636c43a8945282ea81f28f7e__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_290ad6a1ce0948ab8fb2c972d6877804__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_054cfb1f36164839a4d5ddb51d6bbef4__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_731d53069fa046babcbe9355032a9a73__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_679ce039bb09445592963d63ad1fb104__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_316e4c7869bd450e90a330cf216948f7__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_4cf5ea9e8713496093dc2a16cdae6443__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_40650693be7b4ffa911004b504d6ab84__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c3ff3edc928a4703bb6ba2315ebb51af__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2f052914eeb045229e52be5c79eaba81__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_628aabb3efcc485594522c49502d3836__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_6fb2a2ee733b42d586177a4ecc01437b__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_8380c901bd8e4f9fad11d023b73e3778__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_384b896f28384ceb9b7afd492f39ac62__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_a06200635abf475abc87ed0d67068f9c__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_cb332aac74064702bc23a4839f9a4946__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_bba8101f087640e8b840f6dd521bbd52__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_1627588a26ec45bb8b0ad706c1ce2240__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_6d95bf6f9a6445c18b666a64489d0662__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_b68019b431b24ab6ace92a39c36e67f3__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_73dee29310e34b30b8d7a4e93fe41484__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c166d98adbf54ed8b6eb1b402079eaf8__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_309de81313b64f77bbeebe7c6cc564c6__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_623fbe20052a40b1a6acf460e9b0f016__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_78cbac51d3b744718721ed5a8f7f89c0__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f8afca4190ea4b0eb2eb2bc76de69b58__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_c60e17446fdc4558979083a9fa52a011__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_af1f495aac6547c3b8bdbf37a3b309f2__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_f5fb5725c7fe4ff99049aba12196fd1b__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1a751b6fb2e945e8a2279f4e7e5c5fd4__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_dcea6c3cc64447d1a0b40358c1748188__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_54aaddbbeee442f98e8498567680b518__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_fa061cd2d0874e2ebd92ab95777d2f90__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-12.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_fef20d25cf034b3f8b1d4ec2db160b44__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_d0e9263890f04c44bfdfa9d17f45fd89__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c277ed460483444394cc8e5c349f1cca__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ffafb0e9b14d49be857628f24f952099__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_bf9dd74b8d94481c85ad17591ba5f20b__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_9ed10c9cbf8b47c68737b58999e063ca__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a385a86fdb074338a73392dad2030880__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c65135d780cb4317a9320107d04cc6d6__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e7d78282f422406787676b0e4c12c540__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_2a4fc3bc28484d5eb14a5b43e407705c__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_59357af39a6d46729ce9e06a39a7eb72__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_41572542ee4548889ed16340b38361dd__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_fbf2286601534e37839594bdda9f6a22__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_632f17fcc4094fc1af6939850127d86a__cmp_A" eId="cmp_Q">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>Q</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_Q" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0796-cfb4d70b437e4737b82144bf611f7b4d/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0796-cfb4d70b437e4737b82144bf611f7b4d/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente 's-Hertogenbosch</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_aa446153a44a4795b84b9e71a6eb863d__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente 's-Hertogenbosch bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_1d73b3ba956d40c9a2baceaea95a79df__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_e1005686728f41f28ae5148c73e09c34__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_2ebfbefd084247e68a330918d9922e94__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_34379330635a4b67aea8a10ffa59583d__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_c93a2de7cca94c7cb18a71d74a7a1e2e__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_c3f193c56461475d8eacc963970f96be__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_cad5cb8598a84324b276790abb54bd6a__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d549d4ed2f514626bab4f5e6d0e84470__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_869d156f2a884fa4b51bfe8854ad847c__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6343eabd81784b2ea35f6a8181db6a83__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ab1cffe5588b4eb687364fe863884011__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_aab00867385e4b01b8be96a39ea32455__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2403ff4d902e4155bf2b50bce21fa991__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b0bebeb2faea41ea8fcd2890872c9c94__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c8e4934ef82c45be9e5222575256d359__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_fcfd87e30bb74bc48b0cfc912151bef5__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a947efc262e84483923148aab47eb21a__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4b3b979e8f6349d986200abf2319e5cc__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_d6a21b7106d24973b6bacefaf2aa81a3__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_c78454ae98ed4a2583cde6f9dce4c521__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_136f93a31423450e967b8f018ae0666d__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7c21a0ddb5274c239174ed2b8d314405__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d4eead7069414a58833e45beb16a59a8__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_dd332166c85d46caaab4c0b3a245d0a3__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5a33d6e5cfab454aa6302f389ad3603c__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a4311cb7ffa540afb020d127ec0ed2bd__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_40b3050967e5470b80724a435ed7fabb__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_269ea67661b04eeca145b10a61d22937__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3499e1aa0bfc442eba156f4dd5bda606__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5266d6f03b5f46138772aaadba9c6373__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_62290c3cdafb4f78bb20e9593efa7b91__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7fbcd692dc184c3e9ffca0c936bd50cb__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f834be4eedce4a82b9f66baf24de5dcd__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_20ad116e434f4bde9e8fa8c6dbfaf8c4__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6d6774ed232d4f4ca9ea5352835ab532__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_e48c20f57bb6499d831d7a32f1e8c5d1__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_8094802068f541679755732b64acdf6f__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9a77302fb14e4fdea4458894f21c6f4a__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a245ab3800f34efb8146b1db49c04245__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_473ae613c85f4c26b263c03b2cc519f2__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c4380f668e85443987648f45c440e3a2__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9b9f6d9f2e234b56bc58749e7a344694__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_33165f3d807046f2a8580a44f120954e__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9742eb1292eb46bd978b73836246343c__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_689e9d25c3ce45eda7d09793c30b4594__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_27aa19bfb2e14c86b06e2bb45b81415c__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_b5e57544841f4ab99b4201f99c9b27b3__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c1bc08bc0e0c45b89de6a2914832d15e__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2c998592b9ba4175a59fb81e238fa0c7__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c6d83f85a7c6414391a2ccdb68ef722b__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1a142d40e9954e1aaff4ae27bdff9144__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5984d23f116f472ca3334abdcd9dfeb9__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_113d4b6a351f48fd9bce6294266f0f6c__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_199d2b0b37ee44ec87075a68d8f66642__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_eaf023e982d849518a9e3967cc3c9628__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_59ee3859228f4218a89936e343c84a4c__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_42c4adc477424a3d97df0935d0ffc368__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_021481ad28c64490a9ff7d166ea70ad0__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_fc809805a7074d02af2928436be54e4a__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_599babfb44c647f682f5814c9ce91b15__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_604c9b4b94eb41e388abf4c537b74e8d__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_91788f7270594d939ab6979d7a4fb286__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_89b077c77bd8409dad386d13e9e14510__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_eb846175bc4d430a9004ed4314623ee3__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d413d3dbafd941e3b581f022b7293213__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bd3bceda7c9f41b1a015076fed7ca029__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_5b3474c8468c4b77b8599146327898f3__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_d4f90e4e8a9642d6a2bcde0f2b920b84__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_43b207ef9d3b4966a8d45b2f139480b7__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_31fdc7f5ec5a4c2994de17e5ba6c4549__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d35d7a2638e04daab889c1e8c9701c13__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d3f7b374ca444471a0ae54c986bb1048__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a7b207723d21465fbf31945762f6e7d6__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_12d0513a42864583aec7cfd23a3e4e00__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e492cca274a944c7b30cacf5bfa707f9__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_ed2d55da5d9a4d2b831c087297d3d796__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_15e4addab7e84d6faab19c90bf85a34c__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_d00ccb32881d44baa6f177518d86a0be__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_4807d8cbfbe34a7e9c4d9c09b6dda748__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_92b959edd7c34da29253774a46a741af__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_56b370cf91b44572881d1007b99707bf__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_05953299fc4740c991ab47b6da09e733__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6419023ffbe44ceaad69bf1307c4f392__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_707643d1334a43c8a97fddda29580fc6__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bfec90e4beb44e899903302dbb2f97a5__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c60ed146ee7847a5bce442b1ba259721__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_dcc6be51b80f4dc68601cf1359bf90e5__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e6a906070e214a8abf664ac481f52c5a__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_da10d6c96d534dcfabcfa926155540e4__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_122efb96c263478f8b4698f5c222d4fd__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a3f9329ec91a473fa903af4ed0544e03__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_4bda9c757be345349e60df2cd88e4335__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_05953299fc4740c991ab47b6da09e733__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9bc53bc309e04d878d782675dd830d0e__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_44e86664ceff4589b68cdc939863654e__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_b3ead2454371438b901042ea14894340__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_7f3bcdf3a7164aff8119412aeba69282__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_c87b256b82b24c15bb22ca1782706887__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_18f4e0a2629442ae934742188c24418a__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ecb7cc84fd344955aa70dc95c8364549__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5ed51fcb1e814556a7bdff3c1cda49a6__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_21cbed37fab44a488f488dab4e972ac8__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_82cccbf758e243a1aa9f3e6612d0cbba__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_d3a34a8b8e4346f9b79d4da1070cf0e8__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_29a7f52476c1456fb9324367456a91ee__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_c87b256b82b24c15bb22ca1782706887__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f0cb6779923d4bbe98f219d39b4be466__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_78553d14f9014360ab1fe575359a2cc0__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_8dae9a0d60ed4a8c8f16043d701146e1__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9e7ea83e102140f1886116e8b8964b82__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_196e167352f04bf58624b0f762d59cd9__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8236b49155f345768291806630349334__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_be9c98cfed95408ca374f388d3b83b97__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d90c424fae914f17a8d6dc818f18c1e0__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fcf829c5f7434c2284a8c3f1053e2858__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c3c4067307cf45248108788611bb3f2c__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d391689ccea5454da0dd8489442c5c11__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_507ba43b6aa548e99b74a24dc6568382__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_9f3263742ea84b65b9da62b5ffcf43ca__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_c2038797797e411581b943cbdbd299ec__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_b2489ec04f3741b6aade925fedf18630__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6c4a79edfa104483ad3025025a033ea9__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_9e8f6d3d2c74467390d586397ffc76dd__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_b2489ec04f3741b6aade925fedf18630__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_a4c6726df21d4dc2a3cc033e0dfa2ccc__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_159e65721b094bebb452a447db5b27a5__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_1a734a64086447d48d59db188777ee5c__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_c87b256b82b24c15bb22ca1782706887__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1ff295c043b1420796c8ee2b348058f7__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ab7f5e62d6cd436a93fbb6c4e8770ebf__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4881a3d054284526a96053ef9d764ddf__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2a2d19bb716a4e7fa616de918b6a1475__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_66423ed78da7456d9e69e9f8867b0373__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_261137a365cb4cad95f081d93d8b956b__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_f547f38833d0476aa8346be0a1d12dbe__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_547181c0860d498ea39552dae8ca9490__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b6afbc33c48346bca75fad9fddbc17ac__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d43af461d4b94e5391e759acb6f98f27__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_052a1da2bb194aa3913b6d3da4e2e908__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_fb88ccdbdd3940ef932a68bfb08bb31c__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_7eaed4a0d74840e2807cdca51159cde1__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_94e977b301d34c2fa3c7ccc468cdc1c9__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4cd6679014584a9f9801b979396be688__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_496b4c72fd8a4871ac59fedd7eca775e__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_af1cb8366462422ba1da17192c28fc98__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_887eb231aae24fe3b438c0b18414a928__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a084a4075cc54c27bc8147df63815678__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_13f602aab5b34d569559b38188caee7e__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_a552376610e246e5b9620a6375c73626__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_183868f0282c41739312149976752d06__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_f72c16127d2a482b92e3083d15bd8762__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_030df25f51f8455e9fc8016d2dc1089b__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_2154ae1dfae94f79a371d5d2f9a509ae__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_22cb69af50794bbfaee32d8f2bc91f8a__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_caaa3b433e284fb4b00da34b31a82d6d__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d86311a6940248c5a250c9497363c0dd__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_1d95f05385974456b42e969954a73fb4__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_4035ba7229f64daa8d3cabbdf5611a2a__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6d7a573f896344a597eb41aeedf9e345__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_53530dc57ac347a49cd766cda67af491__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_62089105704a45fa81edb55e468d7316__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e084062ec8d442ce92d458db9e4ab1eb__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_679c623fa0f940b89b7be81067c80d15__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ea5ced5c85f94f6b96863bef9911f7bc__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_0239738e1af44f389dbe30914502cb35__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_83464239dc0a43b1af6b27464b6197a9__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_c08bb560be744b11abb41b6a04adecf8__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_423c72f290224e89b9ebd37cd839fcb5__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_ef3f5fd7d3d24785a699d45f43979902__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_9961a73ddb2d4d96ab245c234f792ff5__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_74159fadc1f54dfab9e380225488ca5f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_283eaaf665204efaa692f1f21d3774ee__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_116c69f245df4994bcfb735acac65768__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_520399d8c93746fda40b39fed5885434__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_4b68e140d8994a1c86624d51850049ca__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_1664ef8f047d40bc85a52da26ce1d3b9__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e67c1933c9474d76b3c4632f009afece__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_2490ba46067b4d6ea4ed3da8b38b1d02__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_0a603ab2df8e4bc4a30052c84cdf7bf7__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_688f46b0bac1411189f09c57e7732afa__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_7783a319e3814ce6a3f2dee06aa5fdaf__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_75940f1f61bb444bbb1d2d17bb96207f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_f5cf517730c6442b94526f2b28bc2e02__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_702adc52cbab4e658c0eb6e432ad1fd4__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_0cc37bba898d49f68b58dbae94877972__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_4cf62abbae1b4801957240ebaa1293e3__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_3c3c30f198624aabb51179d8a02da0de__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_180ae531491446fdbd52f3258bee670d__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_822220dc06e047d7ad852add35f147ec__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_0d7d9940293b4a98be491dd68bc88217__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_030df25f51f8455e9fc8016d2dc1089b__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_bdca9ecc1fe34321b9fd45d8480ac1c8/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_bdca9ecc1fe34321b9fd45d8480ac1c8/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a94955b6580c45f59c39a3e002083994__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_05953299fc4740c991ab47b6da09e733__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_09695790c5cf4a3faf99030acb986c83/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_09695790c5cf4a3faf99030acb986c83/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_5428508befdf431089d170bdbd41747d__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_c87b256b82b24c15bb22ca1782706887__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_cbb366e13bde41a7b5d584dbe4fef0e2/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_cbb366e13bde41a7b5d584dbe4fef0e2/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_4ca5e7b4ea2e4ed19a5bd1285052e069__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_b2489ec04f3741b6aade925fedf18630__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_14ff58c0a4464b8093ef9e15d15df898/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_14ff58c0a4464b8093ef9e15d15df898/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_d1930231fbf54b988ff0b06b49b11966__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_92b959edd7c34da29253774a46a741af__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_88e064e5f80a43ab813a8c01e9abd624/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_88e064e5f80a43ab813a8c01e9abd624/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_9892de1cdf1f448cb687f84a4a887035__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_b155aabc73654ffd81bf18aed776ad9f__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_dbec2edf259e42e8b274f657e9388ad3__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_511e468af66a405187f7bc6395e76e39__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_38c25fcd9fed4887be802033589b42ad__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_6a0bd07305e342a49d77b14bf290ba6d__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_30a7f64d5180489fa48cc0b2a24b62bf__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_e2c74b5a135748249ae0b7e1960489b3__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_2bc39a43a6054b43898f75140fa863ae__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_045cefb5f47d47c583248123bffed2aa__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5514478f81834c85bc532caeeeb7c613__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c4a3c7e02153421da19ad0726011b7ed__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_06fdae856eef4fa0a0e06792c008ec28__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a5c2816e9ce94e188f09628c35fc98f4__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5c2103ef563c40d2b47d647cb942570b__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7ddbdb07252546a683c48b31174ca81d__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4225da5dcd334291889ef4609e0ffb84__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_4aef9ecea89b4688a38349c0b8e827e1__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_786ce1c0bd104803b1b940ad97edcf61__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_bf9e6cec9ab84658853e6db8c4df5214__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_599bf215bc524d879092b60514faa4eb__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1dc1f66ac3d949baabffe9def46389a0__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_81c870258f18420bb67ff4af45340449__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c119ffb7a32044eb86bc2f08367a0d49__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_2c5be60f0a844c1b97d76571f4282c8b__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_5750cc1f78614915a2f20468f23a8e3d__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_1b5dd0f98bbf4516af41e2f3b69ec2e2__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_a215556873d14671b6c9e94a898e2c16__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_8a0b746e3dc5499d89c8afc0fa2404ca__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_1fc50e84d8a949fc9141d5f2d5637f54__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_92b959edd7c34da29253774a46a741af__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_5825da2e444d476eadcdabc6804be9b8__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_8b69b9a4b7e74bcd8eeec6a7e5ced6bc__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_505117fd28764e74bd47e4f450bd0d89__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4d7c30bb2668481a9edfa0b32fe716ea__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_77af9bc6f9284c1f96aba1ce1760909c__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7e5e4f9354f4419482010ef5cbdbcf6f__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_294f5fa43fc542a794a58d4fd9d62dbc__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_01ab7fd53eab40a88abde4e304ea3804__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b1cba7e18d2a47ccb931851244a710d4__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_86903f1f535d49d591b1249606569eb5__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_b53770c08c6f4ba19018edfb9f447ba0__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_212ba2c703d144008c35a70d7c138abe__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_94fb27db9e7045a4b60175ff264026f2__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_fc6514f7957146ccaa5a704af2f3c369__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a62074af1b1c4918a9b87632cef7b10a__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_b05a2163f7db4acab139ab0324921ebe__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-13.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_42b2b3250f664c5aa46b04acb45f43bb__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_55599fb6c5ef4c9daee80d8c71208ca3__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bf211e4c451b4633af7a243c6bc46505__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6a9a7099ce8e4e13afe3a2ffa86a8832__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b2003f3c0c964877a2f3d024392a3cb7__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_4ba0b740577c4e45ace3a3f406088460__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_65e646424bb64e8fa921a50b36332a2a__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_71d9aea9f2e44f41a2659104187614b8__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9aaef16c354542b18e7cdb6fb664c966__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_5a6eec39857a4049bc76f15da1a09c45__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_d52aeea68f1a49f19092d051927ec5e6__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_48fe9d42aef7431293bc5a451fdcc808__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_030df25f51f8455e9fc8016d2dc1089b__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_94a48b5f462f4690905dc6905e4e00b7__cmp_A" eId="cmp_R">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>R</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_R" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0797-dbc114dfeac7490991f6da7ae1c1049b/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0797-dbc114dfeac7490991f6da7ae1c1049b/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Heusden</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_92f1e7b4dd10419c962bc26f1f310cf1__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Heusden bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_8438aa4b8e374d0a99eaa2138eb8abb9__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_59afbc811db1420bad4bf8cdf5722fe1__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_dcdff3acc871466e98ecf8715d7179aa__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_a84bf60b9cb74d079f274250159c3ba0__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_8f831e488a1e417c926d490b3e4160a9__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_ff14a7c90005436ebcdbfd723aa5be09__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_bb84f0956a6d473f9d2570d96e601af4__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_cf9c337444c44ac7b4c0d74473446e8e__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e9db848d05a948379a08f92ecca834ee__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_68fbe19532894909862cb29064dd9a85__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9a93261215b84d3c8ee13e9797dc4add__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_853813a66c1d4659919a05a465ce3f7f__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_946385e4780843c78b5fccf5887b7b04__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b35e9ac970524149a276b46e775889aa__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c9a1df6652fe4446adfcb4d32f946f95__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a37d17112d6b4012b09edd1c9fccd320__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2bfc764194a54e1b9e64c90566b14570__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_cfd4ea0642724a8aa676bee9e59ad3fd__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_90bf9f3b82504dcf83fa23ac8195c35d__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_c427524a84a046efa3c78ab6e9840811__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_baca4df9abad4783ad9cb929ae6b0a55__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_05044852e57247fc986d631aee4b807a__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b668d7cfa6dc472d9aa27849b5646d4e__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bff4339787b84170bbd57ff1989edb65__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_939fc35a9ed944b0b18b90975e067c1f__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_000d0b6ce9b64a368d8af3d81298a469__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5048beb4c67b4f6ba6a7a432caf5e44e__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0cbb418f07e2482d85c7d03363acd220__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5bfc9fc2dee747d18ca632581ccfddc5__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f7f675aba67943c3ac59b589169c5021__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c982208711d04adcbc32918c3ca5c0f5__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ccfc924db4624008a70647af070b5d8e__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3326f2fdd022486698bd8f924419ae48__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6de7390158d340a0aeeec720ecf6b1bd__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6709dcb162024f38b76b980db4fa4ff7__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_f6aef9c826504c79ac7314cbc2c650cf__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_1a7a607ccf67424792cdc04437f7635a__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c2c893a2560f408a978f170f0cf2fa89__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b86086fb8d894153ad0aeff1de19a1e6__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ee48f04c47b149dc842aa8d377af3177__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f14167cad83447a2af4a6e01d9943d04__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1d8a268cfdd9431faf24d9e5176eadc0__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_dd4be126b36b43928cd8f3bee6894dc6__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3712765088214b20987b6bde0e7f2d48__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d8648fcff9e04926aec6412f05484710__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_6796641c949244b29ff0c86678a652e1__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_ae8eafc059e549b3876453412488ca1f__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ecb135bbaad8499383835daeec9a130f__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b0bbcec107ce45bcb1dbe33a8a0aa3ec__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d40bc6d132e641e1a3a145a0e6579360__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_90e88705be4f4bbf9e647c30260f5885__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_30a4f6f1f4574156bda193bbe485f518__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_e818abeee9b94d64b5c5775a50f706fe__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_8f54b11d87004ca0a2ceb882eab9afa7__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_d1423a0635f5435ab8580c45e2a1cbe3__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3a2b7822dc814d4086dc834887f96fd9__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_32c8a17840024664a564bcf322339d04__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_37f19a0366434c2a983d0d7a2798b0f6__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e1210bd52cdf4b0099f997a9357e004b__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_cb09a71dd6cd4c10b642858eb89181b2__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_05b2a9655d5e422dbdfbb9076df45f10__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5c37f992d5dd4fca9858a9dfa70f641a__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f0ff56ef42624eeba603ab9992fe9a6a__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7628bb755bee4fb5bf71d5268549d0c3__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_31b1af1f51e042899e7b56dfa529c554__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f2d703cd1e3043ad9b9a6ade19a84a9f__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_078784bcbc98445b87a5176007f49c72__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_1b442f3c29bf43edab8da77be2da26ea__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3a6e85eccf9a478f81a1dc2cdfe957e5__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1661e637568343618d31b5a4760b1c26__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ee33c3244680426887bfd1c7d211af82__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d9ee5cfba7e04f2bbf73d757ea4ee9ee__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a94a6b656cc9450982f1748614abb982__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_7b522cfd185e4768b7506717899725ca__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_cdf40f7a5bca450bafec95597178e87f__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_6f974321a5c0487ebbc996c197b03c65__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_da109323f3c441dabee70b6f0763c8bb__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_5b46fde844f44fbbad29699eadcad4a4__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_451435eca84445239f9a59a1809a422d__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_83fd22bf8d3a4b06ba51f12c6081c198__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_0292dbfa4d9143d49394744963c18de0__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_e6dc890ddfbc42b8b9f9a90d3ac0625c__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6345437b532841709cb452feb764dd51__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a3846a977c5e4f289685247db5c5fb2c__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d03026749c5745f9b5798bfc9b47b2f1__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8b20beb3f6ec40aeafb41fdc8f58c045__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d1ce6de37f6d4874ab5991403aaea006__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_272994958d764cbeaa486d08164bebfa__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9551fa412ab043e3b01ab9254d7303fe__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_88ec09f934a04a00b9396caf451a5b26__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c7bd12fca6cc43e79cb2ff2f761a37d8__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_9b30f4c8fc944ddebea035388d5aa17f__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_e6dc890ddfbc42b8b9f9a90d3ac0625c__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_113ad9be205f4880a8a41f565dd37505__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_ec7c6e74b15f456090ffb10f2aa5f501__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_1a17498fb2d546a08587a9d5e1b0ec33__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_5b823c823adb49b3985c60032f4b42b8__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_f5317bc07b994237bbf59e01d84dc2bd__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_7794d1d20fb041ac8d5fe6e7b509ed79__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_619c2dd1856b4699946436ed79e62546__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f8e877b231034052aa4e16780bbe63a9__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_77e37a858a874ee3831ad86865bc6f2f__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_b2e54776b56d464d872ef076086ce19d__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_d1e2d4072eb34e38b2e670be09e5a86e__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_6c6115d1d05e49488df3bed90f69346c__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_f5317bc07b994237bbf59e01d84dc2bd__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a803b6f351e24c8dbd45ee0b2b411adf__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e302372f34d74777970cb79602df77f7__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9bd551f19a0c43afbbf8db82c567c05b__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_51dfdcedf15f4a688643da2fa63cb91e__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a54b72bf89454834b4912c4fa119d9b5__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5821a5402541457bb8eaab519e6e9056__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3b2b8394ff654b599d8ef41aac72a37c__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5be5c31502a946c58a456faf6642cd0e__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f245eeb4c1cd4564b7fd2efb5fb3d907__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_32eb3f976a274716bdda6331600a606e__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_51e8b3eedafe418ab086bbb3b1b8fc68__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_e9b08bb0598e427ebb4bafefbd86bb10__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_fe1c978e396046168f830a8a981034dc__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_3f7914bc99fe4dfba57f40eafeb6f8d6__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_8507023a7d9a476ba7989dedfe6149a2__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_cf238bd652d145619c692e5b23252eee__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_c6499d93cb544c0082db84eb5642194d__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_8507023a7d9a476ba7989dedfe6149a2__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_1eee053e4ce34f1196f232f29b177c88__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_38cd22cc08f34efcb3db124ca739f009__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_ac35feb876fe4dce83c5bf32b71c5b97__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_f5317bc07b994237bbf59e01d84dc2bd__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ec03e0f74f4a4aae9a8d45a0abd54d05__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c6e3756259624a708b5dfff180b3ea75__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_32719b9abbc94ab5a80473e50b908ed6__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6d92df9823fd47f3bb5848a8f81dade4__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_e5212d61d3ea4655b8d969d279c14a4c__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij - niet van toepassing in deze gemeente</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Gereserveerd/>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_26593c1d847f4f129674ba5889d799ac__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_cd539cd376d0436492ae356397328056__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_f392cb1837824e57941d6403ea2de8d1__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_081c89235064458dabc6340f6ad21e89__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_4b6d01f131404ca3b2f6f5c379aba281__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_2cd3f45eee234af1a5e29586585a465a__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b27d3bbdda6740e7aa112ec522e2697e__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4478f2118c0d43608cb2a5f7f06f8b2c__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_17f412c29e824beabee9144a9c1d617b__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_cb0b14d4699f42dcbc554fd925f943c0__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_c34948e6636249f1ac37e4153cdaaaff__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4c32cfb7516b4fe2929582b249c70260__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_939f4b9739ae4c3c9ccf44439492fa1b__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9318506190094cfcb7fbfd1aed445533__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_334171fe17c543bb9a9953918e4d5132__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f98d7d0a0c2e4f42a12e41d23980331e__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f9d9f80e8fc544debd810ee4d6cb370a__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_7a262d121d6f4d3db244dfa60a3ac35d__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_da3cad0007224695b1306da07f4d82c5__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_5d2a323976ea45278de414104313627e__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_4164e59b0f234c1e8dea40da63dd1dbb__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_161379a850b748589d2a4b51d700a4ef__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_1eeb4eeefa5544ddb1535f06b7077c4a__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_a9a8f46867e0465780486cf4157532c8__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e8c9dbc0929f4848815ad65c6623e9d4__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_50b072e7b15e4b0abe4b713a8eaf0b1e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_b94c586d5d0f4dd0ac0c324e8ad160cf__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e709e517fe604fcf94b99722c6eb0b59__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_7841f7b9f8d6467e92f6f27bba7f0970__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_d90db393ee6244539ff4b54a3a5b54d3__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_73080cf74af84521b42100971c61a23e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_ff4c70b410c6424990270bbf1a4d20ee__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_5c4e271c90b34643a0a6102d3dec4e51__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e27e4264e0e04b91b56bd57f69fe7327__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_f182da64922b43b48541a5a76133a0ca__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_0191e42f22e3466987a122298cd1b046__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_5f60821d7fd14589b1e95e1ed490bf23__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a876b4f2054f4472a66976f06f31f06c__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_b88fcfec9599413c94a4578b97e9077f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_6176930006f441288cbb8a602ddf5b58__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_cf67642a90b04c54bf5ffc1069070f0e__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_9dd5632ea28e4c418228d69073eb9ebc__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_a8ef8411535849de893c4b899d8e42c8__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_4b6d01f131404ca3b2f6f5c379aba281__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_3ba3a7eefbfb48bcaddc5a0de3b9be5c/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_3ba3a7eefbfb48bcaddc5a0de3b9be5c/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e174a8cf8ec04f8699cf466cfcdae08a__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_e6dc890ddfbc42b8b9f9a90d3ac0625c__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_fbcefb71f3664aaaa4f8a0e59c53a6de/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_fbcefb71f3664aaaa4f8a0e59c53a6de/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_06ca8a5e4aaa4362b8a1c626ada537b0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_f5317bc07b994237bbf59e01d84dc2bd__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_a659bb32c78f4b8fbadd28fefc3b8932/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_a659bb32c78f4b8fbadd28fefc3b8932/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_4572bfbe93a549cfa34d0ce9a79111ca__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_8507023a7d9a476ba7989dedfe6149a2__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_27323ac5453a48aeb00a6522f27f81de/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_27323ac5453a48aeb00a6522f27f81de/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_db92da37d9c64c669abc4fe28207c0c7__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_83fd22bf8d3a4b06ba51f12c6081c198__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_39355f5085a14557b0ed016bb937000d/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_39355f5085a14557b0ed016bb937000d/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_da79f4370472457fa2a0f044161ea439__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_a4fc7dd6a2b249219c1a8cff5a8a59f2__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_e6629d661e884ba3a3c12c72c6f279ea__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_5ea493a194824deba6cb90441f594bd0__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_b61685723ed840c48e6ac92598a71d68__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_8aeb3a680a86457d95ad89e6f448c536__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_17661cf7c38547c79a993bbf79932f42__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_c787a07d6caf4e7c98d44327545c8188__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_e1853f0460164d03940cfdbfe50d396c__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_95e2a0716d7a43f687980e0f3782c5e1__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_706bb282455646dfbb03867f75f4363c__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0913355195b940908f0179a9619f46bb__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_a918f554f88a45cda754a5c2e9b70037__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2c867112143148dd869b8630cd7d9480__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f7a9c3826c3e474d9a1c1c02c04c0a0c__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b53fc3404d264d25ab5bcabd49cb7384__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_31b3fc2c029c436698b28049f6bec987__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_44d78ef5ad5b419a93304bb9e106d5ea__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_62dc5fd857914673a5910d45116028fa__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_12d612d78f4d4f569413945ca124a456__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_ff95af4a26af42dca31a03c5f9b47ede__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_63f4d5aca7d34efcb2fde41d68208023__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4c160ca547f7451cad541d6f2d15bcec__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_01cc088db11e4d98becdbc884ddae2b8__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_c6c46aeeaa174fcc83f45813f5144c7a__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_dab6e32c68034186b44d111e448a9e46__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_3b3a5e28eddf4e468c951bcf5ad6b593__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_c2db7703e47548f698a3eb6c679480ed__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_2acb53b8c95446f1a1dabd6de0de7ed3__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_c2f1f86889fe4bd78a1f7f87c91338ea__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_83fd22bf8d3a4b06ba51f12c6081c198__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_00cecfb580e34b0e833554334c44138b__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_4cde9f5025f043b2972d81616616d43a__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_662b4ef9846443b489f945cdfe4cab18__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b6200e43cf7f497aba87a4339ad5f267__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_91bd21ab7d264b2cb32a8f44640c073d__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f41bc9daca7b4303b3f7a0a2212ee238__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b2a38cc59a06457ebcc641f415954375__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_56d1f1e478094c1f942acff3256671a1__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_55b02d3c86814dc29f5955473ab6746b__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_86155566ecae4520bcdaca98bb60acc3__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_1ff217e876df42d1bbfbbb6e183faf96__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_91d3b7af929a4b4ba34fe0549840a080__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_dee502e580384213b94bc3fa3711843a__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_4b6d01f131404ca3b2f6f5c379aba281__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_c8386cfeaff645498fe3759610242886__cmp_A" eId="cmp_S">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>S</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_S" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0798-895b8cee41db45eabb900ef8f7b2c232/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0798-895b8cee41db45eabb900ef8f7b2c232/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Hilvarenbeek</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_5b16958d8ef64b5f9ec54247e5ec2bc9__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Hilvarenbeek bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_1dea44309f2449648c23d4b96babd33f__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_080f75cdedac4cd7bd8da6d842d31ab3__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_fbc979aa3a83499dbf54cbfbda5181b9__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_87101b4af2654480a5e68106ccedc4e7__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_b4f79a45280f4a608a71813f7e50bac0__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_483dc8e185fc47ad9f6eea7a253a69b0__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5808cdea5ea847f2b93666486028f00b__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_0d55414a3df542d0bdb27201d456933a__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4306d25ed264421a87061f5f98b5d236__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5c2cccf7a6284169b1c03d43e0ecf525__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_16dd2345e53e4884b702103c5c7479c5__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e27e03944975451f8e8e8caa28d3030c__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a261c466af784e3da98f59967a7d4419__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_85d58c1906844709950a16aabd40e7b4__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_37623c58e63e4c8789d3d588ed0c6ebd__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_25fa7a753aa747f5b79ac5d2dd59ed44__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_50e6a5c1e12b48a1bdefd85791b81abc__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7278f011c9e649b4b720ea446af734fd__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_fa29cf9d65ee4b06ac44db3527c0b361__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_1d7a513f18e145679af658dcf55b0166__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_89400cd995b144a69cba768ca9ecb687__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4aa2fd31a86c43e69589f9c9774e1781__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f91cf6f603c447dfa397e6ddfc549a0b__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_460005d00551487eabc1074e4d9811d2__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6ddc85f250ca4ef3bc3ba697f913519f__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f201d0f5be3c4fa49f1f2f1d5e8fea04__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_7a6c757fceff488b902d627dd216bf8f__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1aedff5ed9ea4b918c46e44a89e8b299__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a603c3d517734ad2a878e40ff6a5da29__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a6d777d4bea14c6f9a0e86488dfe7c55__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8285f498bd0c4f2ca24331eca866eced__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9ded10463f224e2d83041d94cc8ed55c__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c4df94d721cf4b3aa051cbb5ecaee64e__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3e7f23c52cb646b6bd5dc5424146bee9__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_27ab3b9fa8084e3aa6301e55fed99784__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_dc2edb23d5794a69a94bf95b46e2c583__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_c70ce7884e7a4b29be6f801c6d6f520a__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_48569c451dea46db8e27697a39a66b98__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c49dcfc86e8747379abd9146ac946ea5__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_33cb8ba738824269893fe0cb88a8abcb__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d4319932a95f4d8280fba83dca93d6c7__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5b7d88b199cc4323b9523d4efca3fa61__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3a02549232a94a48b27c86e8ca791da7__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f6f5249ca97441ccad40a6472bfb6ad4__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7489572f111745ed867dc096188fc552__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_e70f0e2a4aec481ab545175cf45c445a__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_271da602fbf84d09bd3a2c8bd2c5368d__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_aee2266658dd4bd48de8f990fd22b366__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f6f1d2c6719f483ca9b082991c64d2e6__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_edbd1861021242458118bf2bc1a936fe__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d26849f34da6455d96784e5ad785b3a8__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1ad491d322d14dfb8a78723ebb179c76__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_8efde0df11cb4a2d81c441231b4bbf4b__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_0041f940524c432297c09f0105afb825__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_181558024135468ea01fee24894c9aaa__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d680ad478f6942d48e3250c21e2a86b3__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a948b78bad7846d4ad208e112b2f7057__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f24df0c201f0408695133ae6d55ef25e__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ec4b0dafcd7347f0a43d76484f25963b__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_8c491ffbe3c64a53bdb4f95d3a64cda8__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_aea8f313add74f5ca5140d9d327828a5__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a9b5a309e9a04ba5bc6da13c658ff7b7__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d1f50eb8c8bc402ebd4609c432bc0ed6__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ffdb32336a14470aac9ab3c346626ab8__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_960fbf5816e94ac3bf5f662da83f767b__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b8015cd14c3b4482b37ef34fd3998ff9__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_1b072c5689b8464fa4f31bcd7d1a029b__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_47d58faf3ce84c1bbdda35673a10079a__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_73702ca9d9764766a9a64334ba6b2019__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_df679735ecc94ef8b4a52caaa6be1296__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fafe3ed3574e43df9c484ce013edd75c__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e21f56cff72d4c23ac0ee707551e2284__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8320a90916fa47d69d9e6aa67857d5a5__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2865fec6b9e84685b94d0bcc9f12898a__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_db8130468b7744aa803b83ef216bcc8a__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_e40d3587e8aa41e98d45e19b1996674d__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_7314acfb979a4abe9ca17484f8d47bcb__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_d22d69bcf6784bc4a95e488fad57d24e__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_6f7e84d538d9499e9c44c6085c633359__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_97a136a0094b42e7a8d395942e55d229__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_552c0faf45114afabe2581ffc7bc5bfe__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_1987dc9924174ae6890450a129c0a450__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a9907c77ab7c441095e5f1deabfd6be0__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_32e29578655e4699a484473ff4855157__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b346458e0fae479a9e56edfe7eeef6c2__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5a892d34b0c74c938be8298e6dc532e6__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3cf47334e92449df81c40d1cc7311a89__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_02e2aaf075b4418b9fa00a42caa3a234__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_50cc292c349545b1b0e22065582aaa17__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ff90859357df4448983537dcdd5f2008__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b037e63556164177968b31627ffda5a6__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_1ac9850c5b2c404e8abcb7b295e13124__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_1987dc9924174ae6890450a129c0a450__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_346e3318e466464c94778a56d6388edd__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_a578e2b304b14639a6c39bd34c7a1778__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_20c16bb48c504613ba2c287260b61eff__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_b0b37757eb4d4b48bb2555730bd79e91__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_2e854e27ab0a4c3b9ccdfa9c679154d0__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_99f9df6b47e94d4282bf113f3836123e__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_920e7d0b09fc46b0b6cb9b568ec0d064__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e53dfe964da34e6691e05574d78fdbac__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5cdc7beb55b447ecb0dc53566584b068__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_f6f2a9dbe8d34a38a90c11762cbd5795__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_63c31f26273f428e94777d1bd5f02b99__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_516e35bfa1ce4ca4975d8547d67120e4__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_2e854e27ab0a4c3b9ccdfa9c679154d0__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1cd34f95dd9a4107b8a558530c05e5d5__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1a1f7cc9b14e4591a732ceaa5e81be6d__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3a8ed148a4d144d7a6e5994d7d2c6c28__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b54839e4699a4cfa9f7b0c4802d3a003__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_2494aee3ee1c480db154b023aa898dd0__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f7824e57659847bcb87de7ff97ce9c20__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b10aae446eff40c0a86b75e7673c178a__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ad9cc4b5e6204d8ab86f2b75434427e1__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c4d96b9a811f4ddd96bd4fcac50e281d__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_33b3dd4f2e18469284360e38dbe8210a__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e36724c79c0041e5820b99413039dd80__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_6430153c016240b789028061587142e7__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_2c8189c37a7e42a88862ad78e45601f0__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_a743da715f9f40fab275d97efadceaa8__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_5170db5f994a4e89bc645204285f54a1__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_44431062c70c4b94bcfab50aaa0dfc18__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_133fa8ef3713428195a29f76c4d82372__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_5170db5f994a4e89bc645204285f54a1__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_d975bdbff6fc4d75ad3e609f6ae7754d__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_0e38f860f683406b9b8dc3d04a1ac9fd__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_7c8497d1d9e4406bb11e602bc1d53855__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_2e854e27ab0a4c3b9ccdfa9c679154d0__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9acfb86b5fd8447f95af78a27ab7fb9e__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_bbc4e728cc6444e89d9782a27c732ae8__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_917066cd709e4df69cb24d94730f8e8b__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5c1fddfda6414ddd8aa7b406bbe1235b__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_d2292da179e640f781c0f94e97ffd100__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_abe185ee2a5f40bc98b4c4d6313f08ee__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_e3d881a1add74b29a6f910903dfd6e60__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_255b1a63040c40a7a58ce2b63e1ad424__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_faadd29e223a451b88b0cb325faa4e26__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1ee60f6579564955b03974401cd58724__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_dfcf9ec15c8a4f2e9b806897bd1b5528__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_310cb1e9dfd44456bcd0143f56892e8d__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_a7bae90b0f9041f5a3314805be9b5fbc__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3a7acad06fd3427e9f168b267fa00ad1__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_09bc031d99714a93af423d2551a24689__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_385cc6a42fb940b6b84c7cd92872f3f2__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3745fbb1ac5d495ca235bc32d3b31c25__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_87aab480c0194a1c81c4399dc84ca58c__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_45f9fd1afa34419dbfff81f9fc1c5a31__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_164a2973d5454c559d3a2967458fa93a__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_e840403fb8a74390845d63f90498b930__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_19895e697cf24163b21fc106cb3a13f4__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_85343aceaf43480997dca3eec0d19c5b__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_913e25f0dde24183b72a77658f9d2c62__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6dd49c29b23e40fcade01f7796d2ee0c__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d8e7e0447ddb47ff85310876e1f75ae3__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_615fb0c031904c9a9579dedc2590adb7__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0b5861992eb5446d80005abb22fd50ea__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_5f066c6f409747b6b0902e47adcdc532__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_cada3d9859f949e5a64350ce3524c0f9__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0f6e541ce78146e6bccbb5f444a4f517__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6d3f52720ce9458f8648862e32dfe340__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0941c4cf47a94b198d1cfd5543b5767b__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a78c8be5192448bab2839508ad981d2b__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_82161ab6060f40fe9bedb238d1cb527c__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a83f11aba4754958b36a2c33283f3e83__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_1ba7edd6dbc2407982a3b57f7f7f4da4__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_5c5c012195914b519de8648f1e41a220__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_e4f6d7eb3bef47a796cd2c8ef974a4d9__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_4d02419b569d404a862638f24df33b3e__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_f32ee38114c141be81a92f5c1ad63c52__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_281e4cfdcb1643928560f3978ced941f__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_ecb5b6c821014181a97cb39c1667b48f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_d54ffe806f2f48ff9d816efbe7e434c0__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_9983963a0adb4e8cb184f4b414afda69__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_1e9168dfe21442789ec53b03bf60e09f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_2371f7e2ee754a93b92035a1bdc482da__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_095cd9c137c14fc4b7692e8c07e8e830__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_2cb48285fddd4c788ca09c3267aead2d__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_9ceb6de79c4f4e629c2b54df453fe774__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e588338aa9f143e2a1c4d6a1b98f44a7__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_898029a60a4540bdba34dabbfa90b35d__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a6085968914d46199128c60df0b18f7c__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_fc66670c3ed34ed98dbf0568ed0ddcde__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_3c01567f32f6420fadfeaa9aa130939c__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_51b38e47049448879aafd7dde4d3e522__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_1d72d07709cf43cc88c4aaca57baeab3__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e281b50c5d3244d0987987b1a0aaf391__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_19833072a7d8404c81e8eac431f3f559__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_a80dbe76788843c29f5681d5fb26e363__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_3ff767b625104c25a843b73ba63b2fca__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_06e1706d587c4f009dc4edd950b7b9c2__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_913e25f0dde24183b72a77658f9d2c62__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_dc32498c9e0c4af186c49b71f5047377/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_dc32498c9e0c4af186c49b71f5047377/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_19e3ada394bf4d8c8fceb558ae1cf8f5__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_1987dc9924174ae6890450a129c0a450__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_ccb2f76f70d3447c898133283210f7c5/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_ccb2f76f70d3447c898133283210f7c5/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_056b05a76fb146d391bc071bc198b007__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_2e854e27ab0a4c3b9ccdfa9c679154d0__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_87ae5bc11d8244ae9636d6fe613052d4/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_87ae5bc11d8244ae9636d6fe613052d4/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e078a2965448456cb5fb7a637dd0a979__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_5170db5f994a4e89bc645204285f54a1__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_d6c425c82b94455c8719c7c89d3c46d9/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_d6c425c82b94455c8719c7c89d3c46d9/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_89d45bfa59be46fa81f1cfd3942724cc__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_97a136a0094b42e7a8d395942e55d229__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_e7b725c2acdc4efcade33cc8104c0d8b/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_e7b725c2acdc4efcade33cc8104c0d8b/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_27dd08822107445c9b83ab37ff20b887__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_ddad477abaf74dbaba4b8ba28bb65cb0__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_aaf116b13d6844f8845b858fbb596358__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_24033322e69d4d56bc399c34d108d73b__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_32a2828c00c84fc5aa6a30db351933fb__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_9b9b5c341c994aef9cf7b5729193e31b__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_2ff2f9d41ac64e4e86cef3f97a248f3b__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_c3f8c42eae8246239e2657d7276ace5a__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_31dbc2c5a96e4c5a9bece9b23b871407__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ab2fdf2d26a245fb9278c335770ca943__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_7733e40e886a404db7d980db8ff096b3__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b3e2200e8a3546208e8c0c4cf4faad3b__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_d8542b85a97f4ee6baea02c7f3649d3d__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4d98bd54025848d0b2f4eef0153765f1__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_11f053e8756b4e69ab128fcf168969f7__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5777231b7427473096ac615b8cd6a474__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0ba4ec42b1674137a1d81892f9e51734__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_0f370708e7de4be38794962c0c217cad__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_cbdf98499e254f62a1ffc003be26d2c8__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_394a454dee414592b4317f3b739df685__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_1026579a86ba44fb8a7565b5eb067a2c__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_488786c81e2a4d46aed8384c881f6b88__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9ba831e6ca684b3db2cf6c2d3ca4ad7d__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_692dfc5c02074e83adbf9564d4864ddc__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_787bb563544840918439e615e269f9ec__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_a2b776dd6a2e45b299d6b2bb0d5e3300__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_7da9702458564163b22e6497cbb6eb2e__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_edec4f72fb81466cae3d77b58f4cbfd5__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_f928cf38a94a49499a1c47da57790131__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_6503ff9e38114a1f9f5d3a8579842605__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_97a136a0094b42e7a8d395942e55d229__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_8b1c4186ef8a417a801a4a81ad5e136e__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_595b64ff90a04cf080d302fb02d048d5__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_e79685941fa849e1a4e62bcddf5b2efb__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8bdfbbb04f0f4c768a071e5cf2b96bcf__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c510df7649bd4bd4a86c58b4132131c3__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_792831db26eb48a3bca64d787e40500b__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_dc5d5dc45b31465085aa04c28c6df70a__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c5cbccdb3ec340be97ff8f91fc1d0bd4__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_15d04f814cce4ec6b92542e569f8b231__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_7db21f93018a46c291fb5c4b458262b1__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_1b23d6621a924bf19c40217a51acc5b7__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_a5ab480668384903b039c313ca6cc2c1__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1e7f01c47f8346a4875de7578894dc82__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_bf6b578a1b5149d48206a3159c1fff8e__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_08d086fe0a6d46748d36af3ff83733ee__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_1e62affc8bc5489c97aff5005d2921ba__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-14.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9a060c5b76f34ae0a22303562035fe78__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_2bbcfb0efe3e4dad89be753e731e579a__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1809df362b6b4f2ba052c8fa8809548a__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6f66f4a0ace64b56b916969fcac7694a__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_557de1e78a1c41b4aed5edf81852de81__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_80f09aa4526e4f54bb589897cbb2554d__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0311af62de964ef6bee907eb7222ba90__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_614dd10cf68644babbfc80ead2f8f452__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a913bbf295324bbea7a97c656ed94fef__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_f55b5789e6a3431881c0ac25261ef67f__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_c45c153626ad4f00a8a03ad79af70769__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_6771d352d50a45beb3ebd98286200359__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_913e25f0dde24183b72a77658f9d2c62__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_23168fbbe4a74128a8b22b1c0aa40878__cmp_A" eId="cmp_T">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>T</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_T" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0809-bf4b6468b5134c2790aa0e9506ede714/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0809-bf4b6468b5134c2790aa0e9506ede714/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Loon op Zand</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_dccc0345ad8d4ba5a8b7cc75e57c00f1__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Loon op Zand bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_e02dedd0f9dd42a5bb38ac374a833e10__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_46ef04805f5d4595a6b742aeb6f0a490__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_99efc7e246fa4fe3b22ed8f291ff042c__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_949b311ac75c42cda3190ab32a370b82__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_bf8f23dbb3854304b180646932863816__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_2122b1457af54cd0be742468490795ff__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7a0a61eaa5a24855bf3c4c9a92b8ef59__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b80e5c030308476b8086771971e1c2e8__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_573a6608a0464d7db04b91963e93e2d1__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_150c9a436727465bb748452492689890__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5d09ebf4e4074208ad4ad49121937803__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4b14f34e1e1c4dbb9525f324c3216556__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_02e37c2c77ac4c1497e0b6915748f0fa__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_65835f7919414744a721d5453a7c2eb5__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_85bf9364caf2455384007d463096a199__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1e5085a2d533481c99027627dd2bfd1b__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_bb95764ff0144a218250eed8f8e2e269__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ce3d878706e74661ad72663e07ffa671__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_6ea833484f2a448e9eec8ae750a31ff9__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_75f83c68cc984cdb91e3b2f2625a0073__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_eda642b6b1884eb1bfb71419c23f0e43__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9733fc6cda44428ead1d4e726d3e3f44__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_dbad569f1b064755be4eed1ca0d02e4d__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_558e75684b8042d38d83fd400d9e7add__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_aeef51ed0c864327a87999e3e79395e4__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ae9f31d901074e6d89b157d4537fe5a3__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_06f881b4fc7342a98cc176a37bc558bd__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6c8166352f7a429aa92f318be2baf4b9__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_47f73494c8fc464990ea4bcf908161cc__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b4695d2e29e9460eb3c282a2e5672667__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d3679039840a4d15a52e5b2c6e528e10__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3fa0733673654d35a5ff55262838a785__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c635bf60450a42cda1d50e5b7f5fcb08__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4eedf8a9ed7a44039119ccd06a17a85c__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_17693a58ff4d45b188f311c7f0ba61ce__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_c8b35b4f09fb4f7c9d40d2b97de36e20__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_c375d8a7a8e948b3b23344f7679c81bc__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_cdba3f74f519446b8f7ea8a002ce0346__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_147d9ca608ff46bf857cd269837dd35c__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_759ab29344ba469e9641ba691764ee7a__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_929bd38bf3484232b4da33ef1d3e21fa__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6ea363a59fa044889651742eedeb8db0__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ef2046a836264e5f93d9f56ce4f53b25__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b81d79f14309407dab6276a26903382b__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8a3233ba28b34c0c8a47beea99ad5e72__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_dbd43b5ed4b547c9abbf82f20a230d03__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_ff567915ae0c44599a9b0e935ee21b2f__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d1b00c8050a041dcb7a03cb41fc5a083__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_318db8066280449fac6823f684d1eb84__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_54e71df3c36b452994b7fef9120d02d2__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_65bb9b5fb3b240d1ac62e0676cd546b0__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_eb0032c145cc45cca03a96e59ca77e6f__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_ecfb570af8ef4393bc5945bd8bf9edbb__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_a3a54883d9554581a48f46d1836ca30b__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_74f2f5fadfe740fba411d2187472d538__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_78fd1ca4e2a5402a8a2cfca261baadf6__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a33147af444d4fd8be6ed27167190440__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e480e84924cd4a1983dd3ad48f919af4__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_31fffb42c48f410880c958a4816362c4__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_cdf73ac1b3f343f49c06eb55ffbafea0__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_73f2730c8aab4021ae0366e0a379e150__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ca8038eea5b04d99bd9ba192c8f24f07__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_04c703c94c5241659b4e0a24dcb1527d__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ad1b2cc9111d44b98ed33ecad464219f__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_98ed40b679994daa983e6c051e2bc605__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e07781787eb24876bdf0177bb3dd5e30__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_04ff6d3468c943fcadfc50c1eeab7b78__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_fbf94da061e04d99870c589c81399ccc__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_25f0c467109946098a2321ea8d884d54__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_fb731896994b45619d79a2e7bb8f533b__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_be72378961404fc7826fbf32f4762142__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_fee03912e99a4719b2041ceebe623d1d__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e0e030a7cb5744fe926c77a5fb4a4c36__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_7c82be3ce169424a80df529cc41037cb__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_01579bb3924f451d81822455ef64c0f1__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_c28283edb1234a1398f832f2814f2a86__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_553848015d804d90a691ea06ace6319e__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_e8093b1ba963484b892de28876bd2a69__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_67982dc21f194835a4f6fe9bd5763311__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_e19b194fdbed487381a588c18e2920f9__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_30358f1e1bf64044b792422a41ed72f5__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_25cf31ae87074aaf85031a1481816e81__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_24aa91c595c54010a0cd5b37941d2586__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ebd8bafb72644acb83a7a422a7ac0d5b__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_010a000810034810ac0b86418c533db6__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1b931decc1154d778ac1096b2bef107d__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5f9ccdf748344ebd8e18ae15749c8293__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_91ce97d3f2a74a7fbe0c31df6f5ada7c__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_eaae6ed30eb34b5097b042f10fb90175__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_101b3c03366a4e2fbeec0e4777df19e2__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_586693dad43a41658b75ac3fe3aaec4e__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_425f39a08c894e6da0bcd5d61ee76ae4__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_25cf31ae87074aaf85031a1481816e81__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6be051f7f0724f7d95b30582bae5eed5__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_46203bae90fe4c2fa829010bc572c8d6__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_372ffa058e0349d0812425be4e45f84a__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_312914542bef47338a2d68dcd7d6d2cc__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_318a5eb7ea454b32afcf4afcbb6051f8__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f216d09c68a14cae9895686a26c8c1f0__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a4d21ee49a184edf86dd23245ead355a__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a0f27b182730412a8ee9474ef9c32171__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f5d34e8286ac4e458b3b18ad1838732c__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_44d75147838d466a80835cef7e1645c7__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_4e813b07035e4aea90fc0b230961aaa4__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_6ecf22b7a93945809feb490e2946b6d3__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_318a5eb7ea454b32afcf4afcbb6051f8__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d62e8f5b9e264e249c75efefcd71c557__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b79cc56c74d749d59520d0c10b157bf8__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5882d0011c3b49fbb866440325cf245c__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f2e112ca63a640dda970b87b4552061f__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f34c9e7b0a8943139b3a308254f65475__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_dbd5f5346fae490a810b86c92f664880__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_8e49c0c253304dfc93084d9b0463e165__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7bfe88d9a0da4315b02a0571eddbacef__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6892c0a5fe6d48d4a534c14a6c3f1f35__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f4de97ab24934a37a55cc01705309879__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b93bbd26164e4b5bb44f91d0010089c8__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_2dcca142f22741ac8dce99711162c952__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_e06b87352bd942c2ab086620fe4e79d0__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_dd0ad0c2111040ba902ecfa4a02a64fd__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_c2298dd33aa94abfb9c49da2adfc1364__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_08d1c64c529b469e9b6720463bbb2fba__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_4072fbff55c44e47a8b0f2ecbb0e781b__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_c2298dd33aa94abfb9c49da2adfc1364__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_f65b40d26a26484cad087f1633e58e83__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_76528b741d194cdb8f3e8807b90bcc02__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_67dea3e3b5904e4886c5fb5fe46e8605__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_318a5eb7ea454b32afcf4afcbb6051f8__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9b140062dbaa467ea5ab7a2d96bad669__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0ceb19621df74b94b394e234676083f7__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5975c2dd86d54fe29b8f84855a51bee5__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5d54e744f2a84476ad1e56c83a9612a0__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_9d7c8f9b2bb34aad9c142744948acc4a__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_8278cfceb9c2413e887f26e005e123a5__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_95bda9cb936d47f2b7e21e1aeb584fcf__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_fe235baa4f2542f182b84caa30d8d651__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c45d553409ac4954a6cec1c7aa030cf7__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ba5e61f3a6504b6bb8706e8d262edca5__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0ee297fa76274ae09f1667b268275f72__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_306892c722124229aa717f2cb551dc7b__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_03ea62d584ad469fb4daf1dba388397c__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_82f6a0ba32f84e2dab98789396b9e9b2__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ee0e7de2179143b29bbc33d8ba8eb4f1__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4260e36eac544fb5aff2295e95965cf4__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1654a7c19327457db6ad68d0fe924452__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ac16910400c64d95bc994d7b0bcebdfb__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_af020a7bd88d4cabb734cdb55c741f19__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_2a64521c4b514015bda41f171bf93a4d__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_812c8d03e0b3491f8db98f38d473f73d__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_5f7b016a036a4ddfb9a2ea68be13c295__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_5d2c06e16bed47018b3c2b633b81d577__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_afdd62c990f34f58b3afeabd4a618dd8__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9ee324e4705b497f8d42ec74603a8177__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3c82c533119646d9bcd016f81991de24__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_cf39064ee05245ca95ad27a828d5c972__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a28a65c863104f6b9c8c3440a1b449d0__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_77894cdc47c4458f8cb0dfdf6c5eb58f__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_aadb258998b24c72a53b05b0ef88a094__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_041ebb532b554a8885e54cb1d14af176__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a1620474dc374427a5e5385c94c2ddb5__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e459a98b04ad463bb00b081ca82bf1a2__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6a223833d0204e63b554060624d382e1__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9a13e450afe54f5aa674e410bf8630bf__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4c78b55a06cd4bf683270db7618bc51f__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_3d5e93631afb46fea6443d32e4fdafbb__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_7addb276169a489f800be9aa95b4ab35__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_a79e68ad4e3d4f0eaae98d566ce5c091__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_6c6be0ce708e4c88b6bebef6a03736f9__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_5e308b7a9cdf4bedb6115ecf9cfc2fd7__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_a0d7af54cee84723bb31f2ed004ceeb6__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_3f8f1e61b0014326a773c7143e446631__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_503ed8fdfb124e7abf075f9e04f015c7__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a8ea3bab515a454ea67db538c7ade9e7__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_684e9bb989e5437096ff1d74e4b9c01f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a389925324384825b17b87ec33b4b170__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_dc822e5ec17e49d4ba911d93f918953b__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_84c746f8411645e3a0521b8e9d78ac48__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_62a349207ce345ee91b3080307d539b2__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_8c5615b5babd40ef946959b37ace68f1__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_0f26770c8f0440a189448979461fbf73__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_261fc968eb46415e81b75a33dd0459d5__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_def7cebf29654d08b8920e88f8877de0__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_caa62548abec4fe3907aa017448cbb6d__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_95ebedb939694d62851db542dd03d096__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_60997b02849b4783b316ac8a5db851d2__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_aecceebeba9543f9a06a634b6fb42dea__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_1ca1327a983a42a8876c3dbb7774aa16__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_4d4b533788634a1b9d878919772d176c__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_fde79f851752472cb7302d94c9807b40__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_082f69b937694c4c9a34a78864e79ba6__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_afdd62c990f34f58b3afeabd4a618dd8__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_c5b48d71387b42d3b2199e835c330c3c/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_c5b48d71387b42d3b2199e835c330c3c/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_6a37aa50491f4f66bc812d7393814f2f__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_25cf31ae87074aaf85031a1481816e81__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_1d7027572b1f432995a26dd305d39a26/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_1d7027572b1f432995a26dd305d39a26/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_2e8d5b405821439f9fed1b47add989c5__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_318a5eb7ea454b32afcf4afcbb6051f8__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_774b1b514aa747a59e556f55dafd8779/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_774b1b514aa747a59e556f55dafd8779/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_034005b2eae54b4ea664313c5e6c5ff4__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_c2298dd33aa94abfb9c49da2adfc1364__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_761c7325687c4f02891e0beb60441a7f/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_761c7325687c4f02891e0beb60441a7f/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_0f8b938ab2ef4eb180bde463039a9514__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_e19b194fdbed487381a588c18e2920f9__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_801118956b6d47a48a3048e69f521669/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_801118956b6d47a48a3048e69f521669/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_b8a746607bf042878e3442c49dae7dfa__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_a512662c99174d07bcf2ee46a0731acf__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_2b269602d841413aa0341d29b9d87afa__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_ecd7940ac32a4c70a470d2974410fdae__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_414c6c73aac24edaa3c96834d0087e91__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_6104217524d64e44aa4540c4e690c02c__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_65943fcf208e4daeb7b165d40ffd6e68__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_315f82a665f045478dc02c60209c6f55__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_a3ecbdf88e534bcd9b5f285b6cc18c12__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_26f57be730fa4c89b7e2194b5c49c13f__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_29547a38b68b46b8900f2ccc4d056ba3__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6998080469d7498b987dd8e292c9f699__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_0694600584b042eaa93cb6b2f9b9f0d5__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9008475cd69240519a24019bf8c37930__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1be4f1429a0f4b179b9bfd86cc080770__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bc036d03ce9d4363862ad2cb3c212841__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_81f03ab86d564f83ba6e4619d5169feb__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_53fbf60f3abd4a8d94933b93c1e566e0__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_be9f30ac52544a8aacc82a5132127e3b__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_efb4611f258d40639be17e4a926eec47__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_9d949b2b89d04d1fb3eab73f77a05a12__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5e7203abe4c340b2bb3eb338c1fa94d8__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_233c975aec1a44a1a71075afd371d8e2__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ff0f3a8d688f4ed194bb3ec506f92a44__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_d11e6e13b6204492985544250960932d__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_271cbca156184f04a0ce5b75c551904e__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_d809518513d84700bd65be2f8b600e23__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_a349524c770b435dad3f35960eb50e24__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_b5145e6dafc142ab89146b892c940dc8__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_ada077806974445fa1a246e4cbd068f5__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_e19b194fdbed487381a588c18e2920f9__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_a3a1fdcbaeac44e48d98cb840687c3fb__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_be2dd6b5d0374bb1aa328ef407436a66__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_84c5d820338f478f9b96e636e75b6fac__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0cac4df4636444dcb42dac209ceb9e12__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b020c379ab3646e481b92ef1e5fd6165__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5e4f5f02c9e54c039ec79f89d5b71152__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_73b9a2cd5f3342eb826bc59fc554b257__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_63c3bb13612d42fea5b09d0a2de1ec9d__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f4bae2d0ec1640a9aab6fef162488a1e__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_dc5b5d2aee3745f488bc87bfa9f800d7__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_445f264f0e2649fb97117943407eac01__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_d27d5c5caf3a45f58e6497747bdf606f__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5554213be9bf4c1a97d95c359751936b__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2bed5ccf6706425fa101723ba916b1b8__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_75dbb4982e3242c792386bf8a875c3a7__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_8e45654cdfb0419b96dbab484c02b856__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-15.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b0929ac4957b4fa2a271f6defe8d0dff__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_d90040f2c2d14163ba7211065a9db90d__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_53a2dc2968a846f1848ddb30b2cf0fdf__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_18b321dacebb40f0832d07a746d12fcf__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_efa279f906014757a8f9911dff4940fa__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_2191461221d14879923e8557cf3bfa3b__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_60b24f57de164d4ba2ffc19147453b1c__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c1f0026c66434bfc9251773bad6a2105__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d24895c68c7b4d2f94b46c2a3457655c__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_e3972d37b32f477fb717c580358582c8__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_d15b25810cb2435390ec28cebaec3995__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_c22d31ad8abb44b4bdd0e9f02977363d__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_afdd62c990f34f58b3afeabd4a618dd8__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_187a8d2936464b5f8b3f267d206a2eae__cmp_A" eId="cmp_U">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>U</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_U" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0820-e9e434b2a71a48a9862d870248430358/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0820-e9e434b2a71a48a9862d870248430358/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_b65a9503a03c4644b8cdff502136f782__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_867d90ebe87a40909befdca4ddecb52d__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_cb2dd69ca91d47e8a8b22b14e3cbde8b__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_535baa01a285484bb4ddecfd6b2a6b2f__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_5cd1ac12a550471db5dead3c1f3159f7__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_7d42473be87c43d181c821299a8bbf55__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_fb6602f7092f4600baf2b11b657741a1__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ffd5b92a7df448e59d5cb0efad70f098__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a70e6b455478432bb37d0dd59c454078__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b210ff90a42b4e89a366370a3212cf0c__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_309157bde9e84f118304fc2552bfc986__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_aaf1e3f004ee432da5cb2568018c91fc__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7d3b7c1478674a34b0f43ae6969852b3__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_60d328707f1f4fceba2a160e7a01dad9__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1d955293814446bba3a4236a6f7f141c__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e1194e410cc8497bb38537e75b6d4be0__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1a66ffd34995470aba9f3d1e955e7411__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1a0d57fde6784e8bb014a9a55275e28d__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e3fb40eeb14a4aed9fe9a61e6462f739__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_266354e91cbd4e2ea17775183b56d4dc__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_c7c64620f429483184af041a022c0e1d__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_bf4bd6f602904d0b85e8991eba8b3460__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b695bd5a9f77473d86e7a26924a67103__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f711c5b36f8a4b1aa00ec15bf42462d9__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_669c8d59adc14c87907f44636188275e__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c93f0dfd90f3427ebca8a321325e1000__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b4ae74c800314adf91679dfc3639797e__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_92c3271e1a8c465cbc8c9a55438e2e49__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_517b70ad87414a7db0f97d37efeb45c0__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_bb3307fad01944dc9f359fa9bfce647b__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_16f30245ae4a4e40ab06c8765b114d0d__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_48237baf029247fe938eb2522f4037cc__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_99807f7d0961405086c5f41381205d73__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6fc0cb642b3f40099723264898ee4c14__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_399a80b17e8e40fa9bf9d70c6abc0707__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e475443a730e423588e435ba6fcdbffb__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_0cac3a810ea64f638b0667dd624a8693__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_c6e31f132ca340749ac2eb253910618d__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_782c6fec29374d2e91004bfa58b5ac77__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_0ac3e003734b468682dfb52035236a57__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3c2f350122d94863b00f39535dbdcad1__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ccb738ea851f4008a504a7fb6d81a6fc__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d0c75f1f02104b18a83ba2955c9ea162__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6c3557c243594c648be72198ca4bf269__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_65072fcae99c4c21b22951dd2119c190__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3d38285afdb24a53a76cb55fdf3a1151__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_ebad4cbc7ffe4ddc860e2b9a4c7772db__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_607f922d97b44fb3af31c3bfe08e224a__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9b172728e7ef4fccb1bbdb61c5456d03__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_607be294ac11449393a5cd1ea97e6f0c__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6f3be83f66084ede856d74551d864b0e__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f5d7299b4f8444d6b36ec127236f43ec__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_8571c83c233e4c1b9bd31713a3c6166e__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_62c1c7f325c84779859b763ebd241aaa__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_7d00846555c448f391c2a0b4e04f666a__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_370c6dc6b128459fbe455aa0f5e2f7be__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_27ae8d0ba34649c0b38dae685b7112dd__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_38a141f395de4959a553a05fb9e4e783__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_76f0ddd5ff0d4a67accc25e0435f9670__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_fb20470f402b4f92b06a4b4ffefd4199__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_d9439ad7956647de9e6c5ab99cacb0c8__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_2f3e476a448d40ec9eee8c2f69dd82de__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f3a60edb8e9d43519c11917caa057a12__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_2295babb8d1d49f085d3a6162d2c6264__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7e5b7b49200e466ab06491a99edc41d9__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2610c14609f74f5985c8ecca0dd93477__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_eee7ea4ee7604073bad3a096c8f999d8__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_1fd27ca73d374f7f9ad075ca7ed1dba3__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_e9bf892e968c46a2b0e3b1b218a5d75e__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5de944618b0c4236a711d3da0fe49435__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b4252ecf38734b0dae939fdbd74cc679__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_efc41997144a4b199ce4c175afa9c777__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_69465bd5cb9446d29ada293055dc7d46__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_02b8c3886af64432b8837c27c58a43a9__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_69e827f53fad4746a7b073b1bcd14004__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8c196375f1a648f9a130eef6c4aa401b__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_f2ba6795def642b18ee6715e3b1307f9__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_c9c701f027c344de93c9a54ee958b403__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_ff8d3453cd7842adb37a8b10d4e74074__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_81f9a5c1e5cd407e94c1b5c96522c1d8__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_f5a776c7b3b14a1f8a8f1fc3f459a01d__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_f51c5dfa46814d6a963e3ca76fb7b0d3__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_3b40e55d883d4fce8961f7b816fc6c01__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4a204791ba6d4446bcd139ecafa4eee7__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_da4eb9da52a04c9095b40f762fd9e01d__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0a3b74cd2bc94f87b8507df788ea5a4b__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_23e7019b7c0b432abef98599095e3afb__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_adda6bdd028041d8a9f34b5c190edff3__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_990ed7f1144a482db5057569166ea291__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6003ebadf7eb4fe6b7c3009c9cfafc2f__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3e974a28110547e39b0d1c4b1e6e0581__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_11e1b4928eb441088c34071a065a447c__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_cc7c2917bb1040969ecea0d97762f632__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_3b40e55d883d4fce8961f7b816fc6c01__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6ae0b4c7c442404586a7545647ad0897__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_0cb6bc7d82fe4859bc6bf41a3edf809c__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_b5e1618997374d538a96a68e4080f83f__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_e63fecad7d9945949b72bf78a48b4ac0__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_81ba1a7de76041eab37cd20c563d50d7__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ae8d6e6ab5fc40d69009b5f576f64a4b__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5b06f0b32bcb41aebbe77adef9c1e745__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9491e11ce019426080c7893b163b6a9e__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_40291c15bad549d8a75c312fb22347d1__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_f8b6612f059943bb8a7d2242a2e1156e__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_f4689d27e3b24abb89efd8187fb19b46__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_cdc04710708f4d00888d648575621f64__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_81ba1a7de76041eab37cd20c563d50d7__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_2785038483f74aabbe10af51c540e2db__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9a56c4c8f7c1457392e38886a4c5f69f__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b85733d596a54e4c838041870e119ae1__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1d5c33a51d994f20b811523bdf52b7a4__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_50a3edcb2ff64868a843dfcc69dbe12d__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_006d76750b02443593b8235228ad8ae0__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f16f87e21eb943379e607d564eb913e8__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_614dcfaf5fd14a9da48dad5a93a78f9b__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_73c20ad467444dee83104b188e108579__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ce164038b2a74f3e8620a639a0b4e316__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_140a73c03aee497790b3e10c87a2859e__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_a3713192773641cbaa767859bcda03f7__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_b3ead14da21e444f92f90d47962435c3__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_bffdc9778d584f19b6829b5ca2e56b90__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_ce260f404d49460984dfd3a8c1342c0b__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d40e417441a1459ab8b73610b8e68fb4__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_a29d55e54d5e4709841450d2be9b5194__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_ce260f404d49460984dfd3a8c1342c0b__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_cc9f38a0eb46420b8419de06eff01f06__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_e3d396b8605147929cd0537c224ab1c1__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_9b7b54f100bb4417b7ed51645840e484__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_81ba1a7de76041eab37cd20c563d50d7__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a919044872fd415fa029e73aeb09a653__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_701ccb1d6efd4df89a184d4228d97ad5__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_81c600e30d884bf2b6d4cd7b172201b9__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_41b9badaab68402393667f2088f3dbe4__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_0192a4cb875b42208486524a7706a1d5__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_f2c68a6cf5454aaca591ffc2f29425f7__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_f71ebc118d424073bf72a0b38f9124f2__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_bca4a8ccb2db48469b8f52cd49a3f9cd__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ce67ba8405a244149f7a5a5e79bcb030__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_643e0800ca45447eba0691fa638561c0__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c69939bb912141a19504258f364b10b8__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_ddbe63712a4647dc93f6857f1dc755bf__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_25144ad067db47bf9bff4aef5ef6a001__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e12ede656f6b41cf805d387610fc84be__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f4f584fd55fa4cb0ba392b733b9a63b6__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c3b179b703ea446d91099a19416ae813__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c7984df3cf8c45aaadfdca8ea6354c75__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5f2eaeed5b934982a0924880ef37796b__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_754030072eeb4fa2b2a164e75f427dc4__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_9f43ad6175b145b48880a478256f4947__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_db60ebeb98234e029206b7afb20bcc13__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_53585b2b742a4a8c8704c81d9a2dee9b__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_76bcee8f1eb343b6b76440a1a4016b42__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_a6e977d185df4e5e8843c24524e8481a__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_488fd90ba56748f59e930f5cdda6d8a8__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b7feee4d2b864f23877e871f157c3bd0__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6bdf83d0057b466c94432f4c658e30d5__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b8d9b33b4bb841958ded3e138be82433__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_f356515132d44ced9a7cd5e9e5c13f69__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_5d8651ca58f5496f8dd507645f0a8e63__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3d77b765eaf54c9d8397bd3c7419cee2__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3819295d1f604b259188fcee53484cd3__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_aed2bc8587b44924b2c9fee16531e888__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_65461c896b1f4a3d8ee8239f88d4c019__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_273ad80a180c4836919aad4b9dda27bf__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_eac62a5c5c744a3cae945309b6ffb1e7__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_79bb5e681e9b4ef1a51f6ff5b1abdf96__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_4f9e44cc01f94a58b931f9d3ab37b325__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_85e71394b4384f6098561a5f3811a682__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_c928c7df098c4d848f7e15085de5c4ba__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_32a67e9e7acf439caf79b92ef1e3af71__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_0f217efa95804741b0cd472ea0850959__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_3c03ffc240e441d1a9ba702f97939af9__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_713b9732a7b5431aa7da846b1d72c476__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_b510ebc4e18145498373701a6f8b8ad1__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_21a72be9ca8f4803aef391d0542edd7e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_50c6056906444259b15bd9cd76df8f01__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_43cc558b160d4db6bd1fbd3db863d84f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_7d23b646f8964020b0fb147a7afa8406__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_524fa59506bf4e51af62f40ff3360c69__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_70ad54e470554aa19c4df610e7086c61__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_b853d41c0f854ea5b707f73d0ee1b27f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_d0a40d1bbc7a43779b9ff01bf44f9e5f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_b2982ad4bf41493b9462877552723945__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_2004361f07074da08db4c14624a54629__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_4b2273dec4964b80aa20f271166e4727__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a8e24d881c8341ddaa42df0d62dd8263__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_3ae01e5050e143e98eb95c138459de7b__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_db797c873e7544c3ac42aba1bd10c8ab__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_180988eac1604d81b52beff08bf69de4__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_d2ee7dff9f9a4545b3340cc4a556c92f__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_250a7776d8e14df7be5f8121dfeeaff6__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_a6e977d185df4e5e8843c24524e8481a__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_7867e10185ea41ccbf24dc6205cab6e4/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_7867e10185ea41ccbf24dc6205cab6e4/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_ca586948177c4399b3810ba4f9f793a9__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_3b40e55d883d4fce8961f7b816fc6c01__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_31fae353954640d7b2acb1714b7bdf1a/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_31fae353954640d7b2acb1714b7bdf1a/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_7ecdebf3f56d496b889552756a2d3f37__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_81ba1a7de76041eab37cd20c563d50d7__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_2a176fea2cfe4841bf962fa4cafb9979/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_2a176fea2cfe4841bf962fa4cafb9979/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_4e4c1575f92e4b569f8c8476945fb673__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_ce260f404d49460984dfd3a8c1342c0b__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_f9c5f1915d0149438135190297a55d8f/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_f9c5f1915d0149438135190297a55d8f/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_408aae0991d742058798ef4da21bea05__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_f5a776c7b3b14a1f8a8f1fc3f459a01d__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_2e6fc60bab0841dca49e217c872d80a2/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_2e6fc60bab0841dca49e217c872d80a2/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_934efcc74aff4d0dab671594d0518d9c__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_c985681cf8cb444689c7f63c6f17122f__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_badd4c4e200c469e87320563ca4d34c3__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_8f69b7e1d654452fa72d5b710beef8c3__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_e15ebabd54b1411a964b3f799db8d344__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_2ecc875e3d3d43699b629171c719f48a__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_f4ee04eda0ac4b90846c10ab537ad04b__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_25ff095e0d4246a08f532b3a9d6870b6__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_00c476ed0e974f459b05e93ad57924f1__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6c3100b5c116411ca41af1eb8aea1744__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3813c5860d1d4c288fedeb6f68914c37__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c7411b70763a4e3dbad4dbfccfde484d__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_3cfa922a8afa4572866b9b12a25d92cb__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_22b21455e62a4a27907c87d8c5c460d8__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ec8a7f116eca4dd4b8ed04339e3506e5__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e573d65d8d604daca6dc9042585ab11e__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5672e6ded74f476995b711cd46628b27__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_91244ad432ca437eb29330f689f42a5d__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_dda9c58a6fb14b20af845ed80b270010__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_b5348784b08649faa5550eaabd909687__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_4d8830daa34341fd94314609897061f8__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1d5a1dd5f7f146dc88a1c2d0f46e31a5__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1066894adeea4669995a4c7275934b8a__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d4ef5587a8c84e5089b4e914b53b6fbe__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_c9877c9b7b904372b92b428bbffd0e08__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_3bc25268670e4c9bb8ab51642cab4b42__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_c001f74313f54867b372306b0e7cbf81__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_22bb1f1f0da645a184ed6f1ccc569ae4__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_bd64d91a946740edb55e89247aea9d82__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_03f653507041480898fb45e14d3e3b5a__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_f5a776c7b3b14a1f8a8f1fc3f459a01d__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_0721b9a3f6924c4195debee14cbe1046__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_d92b63d06ca0498d8af5cad5023c99e2__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_d0413087d7c94b94a563a11dc7a68685__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_41c9074bbe064dd8bd20d551c5b75439__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_866ad1d604c84244b1d6457f07d66f7d__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ac28a1bb9bf648eaacc1dc9f91983c8c__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_63ff08e5e341484e8a764bf469fc9252__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_be69f2a472fd4d84b84100095d5d0966__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2b7b6ebcf1de48ebb3cbff6ae0ddfab7__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_f99ab3186ddc4eb2bb7de91363c66763__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_30eba47e081340138e34208a27ee42ac__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_c44d1d7c3d974660895742f7739a9b78__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d53c12c16c994175b8b3c7bc2b53d0c8__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9eb421d0beb245a388095b9152bbcb7c__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c5d611634780443487cf3647e585abcc__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_270e443e404a43a6ac3165c5acc9d322__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-16.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8620424088fe40009515c220b9176514__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_8d07afb0462e442bb2b9cfae1dbcee52__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_37e9debe7a574d12b8f34bd8120ef4c4__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_26f17304bbb940929794feabda9c7b95__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_dd553a2e9263415abf0daea2e5b5c3d6__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_d3116595d847477ebd584697776599ac__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_14ab9ee439b741cd8786c89c0c3f8f8a__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_248b0f999604465fa97d7f2052600033__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0a1427f2d1b3455aaa884162547f1d83__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_728bf88ac8124f7689722ee2884b6a5c__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_a720adcf02204c0b9437a741837f93e0__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_847afacc816d44649bfeb65e49f33329__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_a6e977d185df4e5e8843c24524e8481a__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_e253a3d558644206b4725fa3b4e4cf31__cmp_A" eId="cmp_V">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>V</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_V" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0823-fb0802994c8941e78a397f9f92e8ac0a/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0823-fb0802994c8941e78a397f9f92e8ac0a/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Oirschot</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_fe5a64d41a99471f863ed46a016126a5__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Oirschot bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_a872b038879944d8af2cd7e190cbae55__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_16b2cbfdf05347539bf8d3572a1587f0__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_cd244365cac94a36b38317a9a96195be__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_100df3283e6c4bb983b9810973204da2__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_b8ac02411a574ab6a3fcd665a23e7b5e__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_9204dfaafdf548c0983c7b9da14b9b21__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8a235924ba8c4360b1464a660c75e22d__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4caaafc4767b4143817be4d9c9bbdd6e__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b69482c41f044f6d8e7c7c924b983926__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_40bc4101bad044f49a61738f681dd503__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e16ee2bcc97d4f25b7007b53238dfdbf__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_49e9deff54154e6c9806e9ea1b7a93f9__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_12f47155c35b4b00a82f9ce097acd759__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bed1cd15a08c48cb84f991ada5047fb7__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d31be368330d4c2c8360f57e725a30b9__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6ae5e34921084dde8f5d59861c6f848b__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_618b5b58ab3745108b3ed4344adba3e8__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d3efa43f8feb40a6b7f3188cd5684859__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_d8ed87c2aa374a1cac3147fe225526b8__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_581b29c481364cfa9be9d9612c179c4f__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c9262f25adfd434fa99fe36fb3b7644c__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ee1ef62a9a3940e499594ba26afbdcec__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2fb45838a4874d8aa893a792bae7ba85__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_053105b3ca7641759fab7bb6e911a205__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_20ebfd1219134b28ad5ea84545679bd1__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_dd5c35fbe55e4ad38d171d0a94186597__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_468f23db493a43bda5fe4b1673afa228__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_57d61c932ae649c480f6254cf430424c__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c8136f90044f40929de2f5f7745afad9__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6d093b1039c9434187f030404f6d4c42__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a55ad6d06f9046b49b6f36462b14a229__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_29ca7f06be194147a12ed5f9532f801d__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_13ada9aaf0d243c99f0ddf89bcb774fb__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_2ee77dae36b7408a94e955ab54f50151__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_32ba19ac89c647c2b39796ff4815523d__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_df6b7e67720143c9a57375b919f71807__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_7145b70af1884d619c810b1af953b648__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7db004060a9146bdb0ded4eb0ad074fb__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b34377e9fe3947e2b301a41782a43923__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b5d76a20b4b24f12b15a6e852263a50d__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_da3eb3afa5e1445a80bf42bca69d7876__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_882403c777634012b8204f8624f9d5e4__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1eef33b80dc94ed6b39faa8454e58f19__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1f96e1aa05d246b08cad4a08bf33fb69__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_432724999a384187a117879c12bfd220__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_d0a5be722cf4433bb14a545ca69a1ea0__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_ff0c1532861b4bec8db8b0d563336d48__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a64d98a312e34201981e350871489d7b__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f0c08485f34a49f689fc4632f8f9b5d0__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3301bbf8d94449b5a2e8195927e8e7d4__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_853dbda8f0b34c7fb32b6eb5c2212799__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b9c10307b1f14c9585fecc3f6b6f0dfe__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_177abbf3d9dd463ebd0b2285e67218a1__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_66527c792d124ea29d36e314aac5437f__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_baa9b31a085c435ab865368e64c889b4__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c44429055a5d4b7b856f31b94a9e3743__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_81f4d1f958fe489c9c896d526429253b__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ab9aa60c9b704c0d89682caf74371b29__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9c384f20deca43729c6b982d4208d02a__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_8e938048edaa4559ae16aa3ced90e895__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_967b8593585145a69be562a2cf0c6e6c__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_033a2abc450c4fef95b5c3b9033b4f5f__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_076324bb4a4745989fb3cad0b07a19be__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0631cd8eacfb46fc901cf41fe433e95c__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_0d04c6ae964148d19c795f8fefe72c7e__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6b9867ac035e4adaaad5b3e14c7b6cb0__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_fb8c2e1909684d49935ffd2704e72d6a__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_9786d57a62f0420da6b9df9210ae988e__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_197ddd212e6243b8a05fbcdfa575927b__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5e596055536e41b585ef47adf4167213__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6a1738a80c91407ea45aa96428f739a0__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4a8025dd556544868acba5fcab7eb8a5__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_38862cf335864b09b8bebcc848d3986c__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_0b62018bfb2041ba8aa5fbf31bb36ccb__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0f110f92e9464245aefa739d4455cab4__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_af469b9b87f44ece8251754e8331f22b__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_da629c0f2a894c619ee7d7fc1be316a4__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_258f4f2993cc4917921129c45bd22078__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_94afb0b92cdc4768a33f98a2f313a8b1__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_fa22240e84984f43a90fc8ca85d96c52__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_3cf72e54e19e483a80adb0689acdb377__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_799c84775da341b9a39b9d89963c3ce9__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_dfa0887f7cbf4536a61a7035110a69f4__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_85b30df7a1ae463ab1802864e0facee8__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3be6432ffc5a4fee93e273e308f11128__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_98f821ee29b1423dba1d2b20e0e691aa__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_498bc49642c2401eb0c9173b1e10707c__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_fe12ca038ea54cc1aa2953234b3782ee__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2651ce04c4004cfa98c3b492375cc4e0__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c9e3e968bd3643ea8e772839c2aebb31__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_671a462ddfce420587ca1e119f4e0d68__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_684d75cd079a46efadd06e1d949aa3cb__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_799c84775da341b9a39b9d89963c3ce9__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6ed96abb106045ad8b7bdfe2e5e60c00__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_340bbeee0d5b43a08793acff082d3fd6__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_b2531fb91be34ecebf54bf25a3e89c79__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_27d5c123240643b0bf00fb2c4158cd0a__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_e1892dfadd4c4b97b2293ed89f6582c1__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4bba11a425714065bd110588e65673fc__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_472608507fab496ab9388350f55c5aed__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_45f1fbac950241de970860792618b10b__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bd4d740af7db4e868fc33bde0293a833__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_84ffbf82f4e6410c866ac7077321fd63__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_ff182a2199ce4cab912127ec1bbe609f__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_bf60560279a640e4b696bf39a9113e7e__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_e1892dfadd4c4b97b2293ed89f6582c1__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_deb8aff966304879a608ccdbf4f470ef__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_35b78108ade246b19e27bba1389c5643__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a5e791f449544c5a91ad0c2db2082db0__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b2643d5f2d6a476dad1f20875f798b79__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_7ce4cd532cc04db888cde710f0de5c44__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7314a358ac3c489998497e6c5b7aed72__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_fa028e399c52479b82dd060b0d2d5929__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_871ef97b76ec4dcfbc53ba9dbef3cef4__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5dad8ca561604e35807e3603e507633c__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6a07658e0125486098e76e1e09d835d8__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e9e2e1f192084354aa570789f7c44ee8__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_363364811fd74b5e8bcf032d7e68f4a8__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_bc008ff391d347c08257a41db0fa8c3c__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_57da3ef6dcba4468bf85b881ef98a489__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_02f11355531648c8900c669afe5f4f00__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4980c94529604c67ae49e1137bf59a6f__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_3573b872a0074732958bf620c1313bc6__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_02f11355531648c8900c669afe5f4f00__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_42254543fdce4b57ab15f98f47b0dccd__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_2b057a2435cc43f09147b0a8af573445__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_cbb95fa94b0e425397226d2cfd200e78__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_e1892dfadd4c4b97b2293ed89f6582c1__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f85ebd756454b73be6335133e81a759__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f48ffa53af03477db5ecfe79a35da42e__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_bcb9db56134942b08772039540a55574__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_46510e94ac984613b983cc7949ed8c89__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_ade5e90792aa4bafbcd405ed27d0206b__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_fbe9f1c927154867bb1d18e7c26e2b71__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_70377917971d4493b20c880aacb6f095__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b6812086c8bd4e4ea3d62f6d5a5ff69a__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f7028a9c404c450889e35dd75f5d6fcb__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9b20494eb8dc44fd9077d97bdf2fefbf__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_71d616c7955746e6bfc0aca3cd509467__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_c0a45cbbbd604514a5e3cd4b1f577894__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_223e4e247e8d498588c322f494f0fa43__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_99d3440c073a4717b71236faec7d2057__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9bfc90c8b74249f0873786f8121d3f7e__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a836809390e54ebb871fbcc32ca42bf0__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2a478cfd3caf429586c0b0ecf002e5ec__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f845d20740f9422a885de122667e7337__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_187826d9ef684eae8748f7cacb6723b3__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_b54832419a9140d1bc86af6c3bd00459__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_9acfa985848247789e8a014b2e297db5__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_8290a4c238e2426d88e1aac5a26544fa__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_7d13c5731edd4d71b9026b5ff8489b14__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_21e65fba18204ac684aab6275f986c2a__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_df637f9d25d0472b8d3371c2e579b824__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_baf35e011ecb466ca51bab7f0ce67681__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_70386c82550e463cb2187035c92a8487__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8d420e4829924f88bd85a4e6a373f1bf__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_bab95b316f7e44fcb6bd42ba990038fd__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_fb1c603be7284287b25caf5914b2fb8a__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1ce2311e7df54d5c8245b0cfd358690d__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6ed20729235d495bb803d7845dc51f05__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_67ac0678b0d445f099926f650fe8121e__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4be8fad04ee34e279c3b3770ea45eee6__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_35e26b3996e948d89fb1c03a967869a1__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_dfbc28ab8d984388bec865eb758c4346__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_41bd146aa8a749d9b2f62f4b8ceab5b3__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_da9cf65b25104c4e9243c98e1ff52ea9__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_98b0f41157c2471483ab59caccafea49__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_2b2f798edb194116b8c8ac9ad4ea062e__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_b78d967d4a534186bfc4c6a8d81701a4__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_fb41239cded74912a0a727365a0e58d6__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_d4f9b7a4e6bc417da17eb2dba70b928d__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_c8cb2939aeca4ea68244ceb53ec12d21__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_408acf4331bb4bce82d6c0acd32798e4__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_8c3c978cbd854dc0abd43e4fbe015f1b__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_cf4a56d03f634bfe9269a47b41735269__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_d64a875d68d44f2c9fff87e63c3db28f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_76050d4ac46d4ca4b3b7ff25a5ba3b9d__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_34dac270dc8e46fcae6f9b09ca973bb0__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_777e6ed2ea83414cb82a5ffcb8002611__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_87bb926689d6445d951ba946f0e032e9__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_750bd14818cf4963b65c702f6a9515f2__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_4812d7b94c004221aab8a3a232f0c12f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e3a627dc8d2348789eb9d2adef0207c5__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_67bb3b07900044a3b045480687a863e8__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_d01982515b304568865572862effda6e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_d1ef50dd2b0e4d969a266d2f2b96d9a2__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_095c3244c0214638aa31da3809cc6e8e__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_475ab8fc435a459b85c0413b8cd61158__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_28fba0da30b44c9d8b1debb6f99c6816__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_688adeb8db2b4d3fbe623f019ed0fad7__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_21e65fba18204ac684aab6275f986c2a__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_90931bbe5560449884b28bfe3f142988/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_90931bbe5560449884b28bfe3f142988/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_138a695cd9334123ab7454af9dfe5481__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_799c84775da341b9a39b9d89963c3ce9__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_9cf2c80cf6f549dd9faf51831544d477/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_9cf2c80cf6f549dd9faf51831544d477/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_6bc0dbf678764a57b5143ff2fcb27c7f__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_e1892dfadd4c4b97b2293ed89f6582c1__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_e944b69a1fca4868b862f7ee6fbddcee/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_e944b69a1fca4868b862f7ee6fbddcee/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_6ad8a81b655546559159ca2c0bd9a856__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_02f11355531648c8900c669afe5f4f00__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_60d7e6990d9041c191ac583059f2d148/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_60d7e6990d9041c191ac583059f2d148/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_faa4ef80998341e48e847a0ae3cce9b4__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_fa22240e84984f43a90fc8ca85d96c52__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_30bd4015e7dd402f9c4b7a7662c8b21a/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_30bd4015e7dd402f9c4b7a7662c8b21a/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_e2af791a25674811b191faf713b9c091__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_95c66d9a6e264fd9b5cfa6b89cdbbacc__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_46969bf543754f3fa77db3f423a29ada__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_fe3c90f644e943e78ac74bb1098aac5b__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_c96b3a8afbf74c6797e689df13cb5fbb__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_bd7116166bdd45369e1cc2664c8a010b__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_5176b9a3d8644473a634e1e9477b35b3__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_c18e9330e01147ecb5f67ffc536350c7__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_d071d2f3871647c08d08565999ec2ada__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_782eb17ac5c3415dab769c4e0e4a17d9__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1a02178eefa0457d8b8eeb64ed1a4f7b__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_125986c9521e4582990f531e3aefffb8__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_ac7322529aeb4ec382f38bfac229894f__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_547d30e4f0014f1eb6ab211d4bde0dba__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b304c11d43d646df88beec5726b3750d__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_aaf0b55ee9bc4baeb5e7366aae697e01__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9f11138341e94add8190deefca382435__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_08b1da170e724469b3466a4fdb8f821c__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ca659598a29645068177e33c2d8d16a8__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_9a5e9e5fa394481cbdf190f86cb578a7__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_018a708c320d4d0fb07fbec8d021fead__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_fbea158375584feeae9f9cb67e6f24e1__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_27bb0d8c1d614ff285a4a73484f5a288__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3fad0249509e45d4a5e7811342fab0d4__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_adb69f38ddcc4927a8ff8209cf094187__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_33db533f67d0498db8cb01e2c57f822f__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_7df2328762634aa1820ab910e2d9e335__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_17f65cceac214d0baf1356b353a4e879__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_b6d620da9bbc4c49942442a394cae53d__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_8bca43656520481baa5c0d9652e39390__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_fa22240e84984f43a90fc8ca85d96c52__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_e01a41a60f4844eca4f7deae331cdf77__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_095fedef74af405f8ca048f129fca0ff__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_27e02d516049478d91da22d710539542__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0da6596a417a4c369f326465f95b7a2e__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_10261bca08ec4151a183eaea782e6425__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5b4efe71d4f243f09a129aff28382272__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a7182869c6f14d45adf3a1b6124cd9a3__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ff617162eadc41b98c9b7963a2d2342c__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_adf489e236fb47699bec18f32cde6c80__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_fb1513357d7e4fb3bc869ae536035f99__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_58293fd447f04bbb82376efb22849830__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_f7a1804042aa4bab94cb81ba7a41e8a4__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c49a0977193740d5a857d96a39b5276f__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_55bdbcc8a133477ca476edd333188bac__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6d2a8612aeb3401d9c5c212bc4e4c642__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_c5d59c47b2fc44c283867eefc0707d7b__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-17.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1989c262b0f147fbb68ae288dad04ae7__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_9ac70ff7ef1e4ca38674c7fb6406e26a__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f98077ff5bc545459a4391a1e5a92a09__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f7c8aea3e0ad45a6886b1136a98319cc__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2800a1c7aee147d391d852d34044cae0__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_7a8b70cbe09c4544aaea13f000eccf88__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a367353a531844b39283f17a228c0bba__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ed5240fcbe2c46e1940999e2ed45bd69__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_820e39754851432f859d34e489d998f8__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_97cef3e3111e4f9faebbcd387f562045__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_d11f5e8f30904a63938d918b3a1352a7__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_5f38d4fe92a74537afa29152d0f56b55__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_21e65fba18204ac684aab6275f986c2a__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_ec16b46163ad4562803b6a363768b9cb__cmp_A" eId="cmp_W">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>W</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_W" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0824-93ea3f889494431fad815921caff0f37/nld@2025-07-17;1" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0824-93ea3f889494431fad815921caff0f37/nld@2026-05-15;2">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Oisterwijk</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_c7f33dba9acd4f8f853d2593771840d8__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Oisterwijk bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_f561fcfdba434c8a92e9685c0c000641__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_4441340749cf4dfd9f6016f00740d628__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_64699aa4d8af434a945e860bcc3a69ff__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_232b505d9def4603917f53e553f4ed99__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_8de3653a267543be8c42492e67424224__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_af1e5acb49924c8bbf2d9f6f4a11fa5f__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_aa54aa2bfcc64f7a871b0ada1606c39d__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6bff3c9146bd46dabfcc741b27f5891c__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4c77d7be8015413f90c2c1f51a72121d__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a00a84f1067548b9b1cd71ff7b64453f__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_49494be5245c4ae4a9cdc537ec6f5f7a__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c77231f07ecc46bbb921dd17d4ac4131__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4bd21405a81046d488dd209b2ff6f14a__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4ff6f028e5ec482baf27ab232e3fe7a3__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4cf7ae97ef734dbdb88ab045a66f8407__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_75c21a93f9644fe8b60b724ff5b98402__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_7a44b70c544a42d99c666cd9942d1e4a__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8b30b496670949b9a3e308e29a65d472__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_4103afcab00048649204f4b5d7c31970__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_d465ceb1a4284ac6b2155e4c5911d295__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b2efe2365cd44cf9b05c9cbb65d7f7ae__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9265c565cd9949338b7e125b51e04cf6__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6fdf027e810d41919a79474e3848e1ce__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1369097b2ad64205bc145e0e4252983f__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9ccd96052dce4cc3ab181e818de54228__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_12edea4947b44f4db6f7b2c091adf8ef__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_239f79d715d64be1a74741fc42599021__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ff947fb06a0f402db41c943ff2aba275__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_38a2d58846b2469db9eb974a97558d6c__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_633e0d0d45b54e4bb6b3675dc975536b__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3f37c432338a4db9a1c4cf8f42ecbbb1__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6611e21ca3914d0cbb9ff24818ec2d99__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_beeecf51d3d84e3f9eb31d8052592cbe__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c70330dc5d8146ab979143df0f18c3f2__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_03b4e74c5e6b4f719b99d408023405a1__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_8167632fdb4b46da9b5d3b8cd924725b__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_5f7c10c22b344216b7db23176b5f565a__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8dcf97bcc5a04dc98926e7e4a473d85a__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_30300053629d42648ae0f410372126ec__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_edfc7032c355424b854a0f05789c0b01__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a8f78ad095b04744b1bd39e1ffab96ee__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_740da1a310974984914bb65d9ad258a1__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_145584f3f7c84152826b6b023f1a72dd__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_98a214ba60ef424bb70bb9c1d5f0aaef__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_13d5a388161d4903ab1057fbc120b693__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_9bb61a4871aa4fb69e68d3ecf2b45670__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_853bf34f0a574619b23a753c3b66edd8__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_427bb15c000944e7a9fc935878fb8f92__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_568e1b63390b4296b79ea86c60210dc2__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_43897daa0540492fac44a35bf1bf65bd__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_cd8ff016bd574464a96b327bc2514426__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_18d922bcbdc54aa8ac17a686e9b05307__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_0f87fcc96e634a45bd31333421c42971__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_9adc2945e7674a639f428bf131006898__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_739aed4f402f42d6ba1229e855b9e05f__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6ea90cf8fb4946648e85787efcb04d93__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_8f48aa44f0934a3a82205df08df42c32__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ee7f5be73dd94c4c820c1fc696ffa8ec__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_cd2c91b14096423cb6eb79d3e5cb7faf__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_10aca9de85e04852addbbc37b2ae1554__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_f643c661dd5f46dbaffc310dde9fdd68__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_44fa848237ad45e2985680f63bc960a0__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_aed25e22da704c44bb1baa9609338a4e__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f4674213259e4eac95cf75617a776d94__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d3b80bef43324c0b93f9cfdd893182ec__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7e9306fd0dc8452ea987739f970f4f2e__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_8da73f27dd60444faf6ba7fa29a0c639__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_75faf489ac8b4a47bfb16225fa49dd61__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4916236221444c9bb275acb4a18654f0__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_359370b0dfcd48379ff55b547a643321__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0939414242014c47bdd0f2edc4acb9bd__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_46aaade21aeb4737ac5d175d25de714e__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_568b3b92f9934bf4bf8ddd62e7298340__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_60485177e08e482193224f1fbd2748e5__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e1e0933e450148f88e44ac1a3c60cd90__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_07c816253338437e8e11c714d57a5c74__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_df29d6200d4e4f4092ac1b40751c6358__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_62494f0c368749fdb5ed701048f5f2db__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_c3202c37b0bc42c8949e1bf8dbdaaa07__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_e644e3f1d2b6472aa6c564466a851161__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_354bb8e324344212996268df12e55737__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_7bb442e0699e475eb73237d637705985__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5777f4253e8247d6ae6a6ebec16faacb__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_79172159c4db462db08bcdc57625a067__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_82128cd4da5d45fba3b16745766541bf__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_dc34a211411d45379deab73ca6d3a099__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d2918e63fb3746298f28cdc44cab275e__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_30508b6ba33f41928808402cf6502fa3__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_26b68e0a8ab04c24978b5030d567e457__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_968a2d87443e49e6bad627f9a92971b6__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_7ddd6637c4274fbcb58fae35be66c0e4__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_173a6fca7d474b6e83a681aea8a014a1__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_7bb442e0699e475eb73237d637705985__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_dcf3b947b949437ab22d1052af4aeb45__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_717ae07690a2408b812e5e50ba495fd6__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_ba068a4d663d42aabf59421e8051c8ab__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_756958dfa7b840c28bdf539998fea42b__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_9d42da5c4c05432f9ce1a91a31e4b424__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_acfbd4c39fb047dca4b7f01ead2df2bc__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f5ba9121ebb54a6aabe7ee069eed365b__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4ab6422063ba4c57a9344c331128bea0__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e1ee7eb27b914e77944ae7cf0a93498b__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_4776e848ffe14f069a6777045b27e813__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_7c11eaf8fa524ce78afc7a9eef511221__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_9f2d8521d84842b2af9902cd86039beb__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_9d42da5c4c05432f9ce1a91a31e4b424__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3aa44babde384f4bae3df03216d2f89f__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_29d13d51d73344069af5c7d89454c4d2__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d7907814e7234115b2b2cf7f2926df16__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3957dc61b8da4f9da477e52711212ef4__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ab51ba544db949ee8351db035e6d76da__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a40f1b6b21104e2493d75b22066518aa__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ecf2a49eddc84ae7be24ac8bbd743cc5__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_cbcab71233fa4e2b933c995c07976271__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_04a708cc0b2348769b0feb351119433c__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f765dbe6bf7d45e0912494201bf0c91a__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_222eb4ab2c314fb8914831419af1c79f__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_11a300da651346ea9f5f170230b8514a__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_1d320c6ab00d4d80b51a9f24ec634ef0__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_0d77aff1853c498eaa866486ddad37bc__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_daaac089b264423c811f0068fc24f640__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ded2faa3fa594d17b77516879d37d3c8__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_1b4967652fea453c929371834faf9fae__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_daaac089b264423c811f0068fc24f640__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_39f46e0e17be4961ba65da8c82f2d2b7__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_962c08469daa4af7b4a2441ec5543baa__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_f051f2ccf0dd4cb194ccdcc533950132__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_9d42da5c4c05432f9ce1a91a31e4b424__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_91b716af874f4cc7b25beeafed18dd61__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ab676bdf01e249d38ce861ecdeae5d81__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6b3b8cd9569441649c9421d8431eb846__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6f96a03e747d410982d2163a498d9a44__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_9073c86a1f764c64894f740afaed82a6__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_dacad89ee8304825b0c8612ed4b1c860__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_fcf2e9e1c0794884906c1b057ccad97e__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9e6fddac8e2040549027c127fbd518a9__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_24f87c2c41e44aa4bbdba48db986cc3f__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_48a93295a4a6404aad1f448a1143c707__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3a4f41d56b0f4e4e98e1dd4fb1c0ab09__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_983948e5110a45a3bc14ae8c1e85d92e__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_eff2989ab8da40cda523269d556dde1a__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_680d1c0055d14f2a987f078d3b52f64a__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_eed7a5645fd741849dded69e8226d31f__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d15e0287185440c4b979ecc1ef3041cd__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5002cfa454c84cc4be9c26cc5c85f60f__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f60d00d300ad4606b15874a30b64e8bc__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_338fe7c4f57245f8bd7d3bace3028410__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_7985357989ec4b50ae67eae008237e7f__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_5ffa519f55d1413caca0a6479d35344e__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_0db0ca7cd7af43a38722cb7c103f5420__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_9b4e2a40d1294836a806834f019ea854__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_0406e39b7cea41e8a5bf38c83e384c5d__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_38d2194cf45544459ddd67f341561d49__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_920c19fda56342a5a95ee6bbff8eeeb6__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_573efce13b2e40d981bf9990358ea46c__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ae6c1d0de7f543088a9bef9aefe53327__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_907a90da28cd46428524b3abe190ea51__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_1530241f5e954e0abd5e4d290d5f880e__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d5495098e3254948844dd5c140310b29__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f296efc2cb7542edb75f600a25426e28__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c992e469b7734d6797b9aeee36d25f98__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_444b0c39303249568598dae65877c32f__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_11845e146eac4bb29d30a5e5f3eb698d__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f0c3eb06e1ac406f9ca7a226be15ebf3__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_c3d8dc4fe49f4bd68f17c2c8e24f9c61__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_0f2790ad1c364ea0b2fa00b8f7fa8cab__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_fa8e302a390547b7bac5c189e84a36b6__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_841cd53445844b3b91c2a20122fc2d29__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_2e49d2b6331d4e23b66d81274fcbebb1__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_a93d5066328d4e03a05b2a51dcc0fff5__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_1a1ff1c6a3594c30a21361d3bd7e56d5__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_0cd139a0fe5e4a13838140aca7e44406__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_739a0388ded04d708360cc0233a7b162__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_5ed67ac9708c4b3786af6c813633c03d__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e21e42cc3bd14146ad36fd0d64af57e6__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a9d94125c81745caadd1930ea4e559d4__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_8f8014e19dd14f7db29b793a104b56ce__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_d80b3e38ba8e481cab07f48dcc7faa39__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest met een relatief eenvoudige techniek wordt bewerkt, zoals aanrijking met stro, opslaan, rijpen, composteren, tot een capaciteit van 25.000 m3 mest per jaar;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a8571e96d2424f9aadcfdc637b95acf8__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit gericht op het verwerken of behandelen van dierlijke mest en de vergisting van plantaardige producten, als bedoeld in artikelen 3.90 en 3.225 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_29dea260f8fe4bd5abcd1a3def5f68df__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_24f3f5fa5bd64b23a7f3243fbb957da8__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e710ae7b73054bc4832a497d218272a0__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_8193d9808bfd416d9969f15b423fe758__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_30cb3015b96843d3b0efc04b4d3c4f56__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_42cde944fbb142d4a0686c53062a2b2f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_c874eeddd21141cfa517c2268c2bdb55__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_cfcd322a6b5b492ca81336178bc87c99__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_231ff482d4da4f91ac80ab00d79592a0__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_008634579bbc43e6b6689ac10e7634ae__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_3add7e53e97642178888ae442622b239__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_0406e39b7cea41e8a5bf38c83e384c5d__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_7c5dc5d698db49afa1c3ebe226a0cb72/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_7c5dc5d698db49afa1c3ebe226a0cb72/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_be7c414158904653aacd885683dd4253__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_7bb442e0699e475eb73237d637705985__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_dab9dbc110b24b6fb73f85e63df7709f/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_dab9dbc110b24b6fb73f85e63df7709f/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_c29d9f7feb104322a71a9d7346e6068c__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_9d42da5c4c05432f9ce1a91a31e4b424__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_4dbd7c5d2d1b4c0480a56612881799ec/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_4dbd7c5d2d1b4c0480a56612881799ec/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_2cd94bfbf192475f941a1fca0f3afbdb__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_daaac089b264423c811f0068fc24f640__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_07cff1b7c60b408a8a26b212bb33e7eb/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_07cff1b7c60b408a8a26b212bb33e7eb/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_bc6c648f39074ab3ad26f59e41bf242e__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_e644e3f1d2b6472aa6c564466a851161__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_f8b8c2c105004165aa75996f546cfa22/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_f8b8c2c105004165aa75996f546cfa22/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_ba3d55d7bd7647488debd4c66e2b7333__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_a9e786c1a33e4f8c884ccc9e01670c9e__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_021481ec74044746861d502cac4002cf__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_a87eff1b636244629058996c2a9c6d40__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_fb10bf8fae6e473fa711d3ff81180f70__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_a031ff9f527743a1b36a3bf59b96700c__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_e3b1550e30594ed7babd7ba548188827__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_5868eb29f3fc4ef09d0c536d1c3b903a__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_f70618b6b67a486a808d1245b8e435a5__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c7fe6b5eb7e44bd9aa4e71b361db578f__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_cf60e574e3134b469cd34d82fe0c6cf2__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b0458101d0254f178ed8535f5edb2f44__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_6ec089d786864fdfb3d34eb6effd9f85__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_951eef22a83d4b0d9e7911d7ef3385f8__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e21a9fa244d2434db198ba4bb1225ed9__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_debfacc137fd43e2b1392df1211f94d1__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a1f2ecec058243d48cdc129c8c51858a__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_53689b3bb28747ca930a3eae87f2751d__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_382a237b06ba45fa89f5e838fa778baa__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_2929aebfe4c64d46a627bd993c45df63__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_65729639ac2b466094ea37225f9bbc8f__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_69d2239676d54486b71e2b81770053bf__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_435da66d1506427e9e4f6328754b3549__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3679fea1e6b94fedaaee81e5aada2a56__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_566aa793321d44149a7cdd22aade24ce__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_bd383b4bd8924668bc73e4f355aa7cf1__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_ada95b1f799d47f7892d342481080a33__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_cabd821e12b64639855dc8abbd45bcbe__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_5278d7ad938a4ae7938d8ac33b8d582e__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_8373b74e85b24c208bb603aec20325d4__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_e644e3f1d2b6472aa6c564466a851161__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_ce378ec60b254c2f98f5d924c3cefbe3__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_b06d33782c0549219824a1e56e33c13b__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_db9ad88e20f14951b2812be8cc86627d__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5a919bdc64444c00a15ff86310dac989__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_70f5889e8f1646e1b9eef60f801c093e__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_de0acfeb89e44abaacd1760989e3d442__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fd7c1d02c8eb4718a4297e97dc67c456__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_90a14fab19a34aae9319d694cddd1132__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6e06a818be4247018b59c78e0dc3684f__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_05d9304de1eb4b2f92300b72c4bd9401__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_a1df9bf9ca374d32a8ee948ad095bb1a__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_cd468eed5f0c4985a8670e9d0392277a__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7e717bf4bc684bd095a2bc5eae53604f__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_cff2969b82204f4193ed02200a857eb1__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_cd40a81208ca439bac988798ed7b5ea9__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_e758c53ae1514be4ae9f28aca34f513d__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-18.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f51de651cd204e4b92c09d44bcaa978a__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_2a3d4de9a3a1487ea8bdff878111b471__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_eb06b189b8b94c988f7ca0b639d24142__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fd19b3fe6a784097a3dbfc7fa9b532b6__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f38d04c7474b4f91bf83d5293745469e__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_130dc734992e48d3bf2383d76c904f87__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ea91df16308d48508b011c9f9a5ba8ff__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b3cc8aea1d4e4ba987dbd6c66fb2e221__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5f409a3bdec8479bae4fe21373dd597e__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_b11a93f4f4f64fc8a21a83b786cab2b6__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_b815bb4b562f4d73938b3fb5c321883c__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_de55d7e88f50486cb5340f73847006ac__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_0406e39b7cea41e8a5bf38c83e384c5d__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_ba437435a4f342b3b348bbc293ecf64d__cmp_A" eId="cmp_X">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>X</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_X" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0826-e8b56cfd15ce4532962288156dc21072/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0826-e8b56cfd15ce4532962288156dc21072/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Oosterhout</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_d92e54b0aeb441369ba5cdb5e39e4416__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Oosterhout bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_9a177c7301954b1486f6a3946ff4dff9__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_e1349d28d367401b98a6c82d016a0ed3__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_9a94fa9a1aae411fb4d4b3ce4f4f72a7__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_0fd0c8f261f74ffc8186b0bdc013d356__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_d5109f29b1d242eaaef9b952433a69be__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_7ba3f9e318d3480896df19eef8e7c936__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6349a71e90614ac196e6f611565b1e0e__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c867e718d7f84aafa8a7831555e26926__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bdacd6f43101437a9e7c356ad435a45f__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f4f5a2041ab54828937f6c7386756a00__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f9c499038bef496a9638bff59fbf2ae8__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2a6ad8983f594386902081689daf8457__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9387bb147e17461ebb237f3f2c716ec2__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1aaadf818eb046c8a9aca8cfd9169ab2__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_125d82fc86cd4a8cb7581659d8eacc26__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_92e21d9424bd4a99b0744f0c3d6f9af1__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_cb4fcbef654f4572a0a0cd0f4e385c37__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_19badeaa34584986b856d2db4f5081d3__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_3d793481bee54b559cacdd15b4af9b53__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_e4dff3f070af42fbad0e1a8626502587__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4531d07fad864b96a7625c7cdf254d2d__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6fc3cd4adc194b399a6345b5543e284a__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f92f180c299b4276926a5b9c6e574540__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_607fc9fe1ce0408b9b35db1838b09686__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ace7990d5de54f9ab27b57bed04782b1__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e36ef02f4b84463da28bb2225c581080__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_bf8b7b32309442739fd9cafe416efc78__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3dfb03fc0501428d832231d22b4d5db3__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_917ffde034ef4374a4abe37e16dd1f0e__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6852ac07f5d843138057c159517950d9__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_93baca1cc0ff4dc68db636baaaee436d__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7521b0122a2b45338a12baff1ed0e646__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a7fc43688f5648ae90b3d763fe16f107__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f391db7dd2324d5d94d60d2e1a0db9e1__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_290734357774447abaed8b4bab8dfce3__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_4f5cf9c0dff542f5a5f6f249fecd9945__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_cb8cb328890c4e7d82355b50e2f39ffd__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5760b07c8ee8476084ad0127fe041400__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_653f4e821f8a4f4b9de78d14e82f3fc6__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_18ea33445e2640b79c80960fd4ba6e63__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8ee55fc5912f43df8700d0c73355dcc0__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_af230d08c30b4ecabd84def446b2640d__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9e5419b4c7df4efd9bbe9ad33d1f4740__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_34447437c90243a18827921b5e83d37f__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_638928307dcc43aca4cdaf1e5d196bc8__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_4a0f80e45536418d909aae6d8d06aaaf__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_58cb722f32374bbda877c101a773a79a__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_833d79820c20435c9722981cfe7e3881__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f721ae951b7745be89acf8e17c24496b__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_27ac15957045411da60cbe85c33f92d4__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c78291347c644239a71511fd0f0b2fe0__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1ce8e5703058426f8ffbf5f56218383b__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_a043e4c8dd9742c0ab2674d83c262ba0__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_8525e7c86ec847a5bd9b1b9daf0d59db__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_25392c8f67474d5190c6f7c3fbf36807__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_86902e6bc40749f88576772015f93a11__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f23f62c9d7584b81a9bc2ef494a2ac5c__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5339e2f33b944ce3b1184476850fa5ad__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_321b7ab6fb244bf5a581d4621d54a069__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_c791c89623d44ee4b3959871678afade__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_2865ffd7df87455788271cb58be30079__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0be12c5b561349c9b55b0dac3096468b__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a14a80b2a3df4da2ad22f693aaf4740d__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3d37df36d7c644bd9670882729ec831a__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1488db0d020248ad9a2857fca50abb70__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_dfb5268e626b4ae4a6120f1973c0f3e3__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_5a1d0e2b6bfe4d6da33e97549d3804ef__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_a300263e2b414b45bd227465632b418d__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f755ac0cae134595b4a7e4765c455363__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ceeaf4949822409db4efa9b0a60aee53__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_cfe285e32060475d9c8ee2f43ca0ea35__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e80c5874020f474bae23f8f1ed12f984__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7eca04e0d690416d8de8df7bf64ea066__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_54204458e3f24c0f98daf1da5fd1ab5e__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a7cf77991e704a3ba9fd6431abffb205__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_e3c770b50f894b3db09e22741501819b__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_b279ff9d5fca401d883290f9ccf4a13f__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_dbb0a84196da41fabf2f595c86949420__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_774a184d2d1e47f1b4af825d36c32254__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_b8400edf712848d1b519a07f161e6de8__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_afd02fcd763a47ed8d91c22ea523ae36__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_4663227cd9564e1f85b6aef653b40c6a__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1f09bb661d9f491ba4ee914b4d9a7786__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c8456d94708c4240b99e03d5884b6f7d__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_db46a96cbe2f4fee95d116a64b0fcea8__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3bd3871e72064524b50b3455cd08f0f7__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0cb45bde644f48ce9f0f2f0db58e1a8d__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_233683e4c25c4874ab0b98f5b1509116__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a8bba272279c4638afc7967402ccb880__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8683227c199b4ef1b8fbcd5f9200368f__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3be86eb9335646ba9468bb4fc94616e9__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_7fd98a71b3e44ab2be4a72c2b4b61fdc__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_4663227cd9564e1f85b6aef653b40c6a__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_2b693d47782b47238d8c99ea4defe9ba__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_eee0d9fe4a34499e9f0f7338f199a4aa__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_a269182a3a8d4f68bba63619ab697918__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_fa8eb697523545eeb7fe00a312f6cab2__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_c2c0556d7c1d4cfd8e0e9223c3ad8a8d__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_29ab5023342948afad35e1d0094bc11b__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_29ffdf2207284b958679b147cf6ba1e2__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_7d2fbf14eac44ae7ad616bff4779b67e__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e011a89011764e8a9402f1ca2d1afd1f__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_630fea1c074040e2a01d2b005724eec6__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_400aaef0082848a2a827cd6d363a15e1__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_e9af93650b994b9faa5bd27cc5300f0b__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_c2c0556d7c1d4cfd8e0e9223c3ad8a8d__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b95e758685ca442ab8a8233286ab2694__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_58f245bcd4284905a8800d7f3c88deb2__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_958199563d6a4df3884cde5dbe1971d2__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_efa2602629a04450ad2686538fdace87__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a7e19ba19a564943aff22bf357cf85aa__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_59f9ebb6285b48df83d78eed2305b2e3__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b286d80813f247fb9894c9f146e49bdb__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b2388b9315274a10a5a192a288a32012__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1773e2fac92645f3ad7197f4577f5048__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_018363c24e92456f926d55ebfa4ebe7f__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1fef13b7a8c6443ba4a8a54b91f1a6b7__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_d76a5a5c658649f998a63b1907b897c9__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_4210339733f9414b9248c936ca0765f4__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_1554c811162f430cafe26dcd4502a8dd__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_f7eec8d7179f4a59b252870cbc819528__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_699a29b2f97b48c3be90613ed93705ec__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_ce2cc55383464d78bc35a45062b1d627__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_f7eec8d7179f4a59b252870cbc819528__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_51dc87444951489eabcea9f97741c579__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_cf72869f88eb4359b9856565a712fe0d__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_128c9dee47134425b0edac43edc1b335__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_c2c0556d7c1d4cfd8e0e9223c3ad8a8d__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_76093bf428674fe4b2dc72589f1a64bc__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6c44d07a8b0c49d1908844a37da69cc4__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c195725372e44feeac2c40e91e4249d7__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f31903eed7184c5b8d6c762eed22915e__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_8f0edc565326453fbe3859d5b035ad0a__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij - niet van toepassing in deze gemeente</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Gereserveerd/>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_eeed7701103b4c449cfcc72dd460e9d5__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_034d847866364ad897ff181c4e6df4f2__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_991cc31cc4b5488db7d0f65e8b5f52dd__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_82885818af7f47dcac48fcfbdfcdf64f__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_493c6c4566194a16867b0203b64e695b__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b48374853f3f44a7913292aa72e6bd68__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_813ea555566f4bafb2abfaf1b2adf438__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_635fa62e9e7a411aa16e27116fc5b8d8__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3e3900058b8b48b29643e087c138df0f__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_f046171498cf41909af101a9d226d11d__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_c8636cdb162f438dbfe1957c566835e4__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_aea70376970846f8ade314bacd551a82__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_aa6c57b2efea4a5e8a8856b0ef3464d0__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_cf005d7d8f26425ca9a3268d125c26a7__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_97c05589a6e34df0936c80f1b1f2ade5__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4b9a2f88078d43b4a9e559d65ad7fd16__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_500629df28e745ef9399ab8c3855f277__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_7a077a61c04646f488ab80ebb61e7e10__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_64e00f46957140cf9e43902acfcd228a__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_ffa27486752441dda7e981cecb18084d__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_72d157fc73f44265b7c5510b2e5e02a8__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_db80d5d1345844b798be441055b4260e__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_2c409e7ad7ee4963b5c422596392c326__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_e5e2f63455504fab8846332a78c9fe43__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_01aa9a38f22f4d7d89d216df0b536890__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_10df7247c9ff4c62820db25cafe9d9cb__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_9ca69388c28044409527447521b0bc26__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_f818d45d2c6a45cd968b53f26d7c58c9__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_2ccfdee4a01248c7a6b9ef159d880202__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_b5aee331eb424d9094f8e6035dadb53b__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_2b4995cffc1b441db0502a780aa451fa__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a92811cab2684c5f9d72b7c2d75515d8__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_9d278a4e20ad49da91bd1def0ad3c3b3__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_89d2f8c799dc4ac292a066877cdc8b71__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_2d6ad8a931e24d469e0bb98b1da7811e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_5583d8ec71324b408486339a2dd88aba__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_2bd213cb7c2a47768923a271daa262f4__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_8fc1e94c5e5d43eea98b50e6c3a5dd73__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_670f0c28ffcb47bcbf2692d9d43807f8__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_11745633006e4587a6ab65433f118d92__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_f1175cc3b19a41779258479dabadcb60__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_8aa1eb1f136d4ce1bc4ab173017b0a9c__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_7fd111c80e00406ba4e1fddee41d571c__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_493c6c4566194a16867b0203b64e695b__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_a2baf6c050654f829a72cd3305a22110/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_a2baf6c050654f829a72cd3305a22110/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_7909d52233c340629031f4d464976489__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_4663227cd9564e1f85b6aef653b40c6a__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_072fc5c7fe4c4099afcd9267647301b9/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_072fc5c7fe4c4099afcd9267647301b9/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_feec7dbaf7924907bb1f18826d05db2c__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_c2c0556d7c1d4cfd8e0e9223c3ad8a8d__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_aab930914611420580c9a132ee3353f6/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_aab930914611420580c9a132ee3353f6/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_6e94056cdcc04b1eaed6e92ac8e7638b__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_f7eec8d7179f4a59b252870cbc819528__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_5c05a82122704796a207149248353788/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_5c05a82122704796a207149248353788/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_7bc55b8a5a1942ae98c78d4d3bfb226c__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_b8400edf712848d1b519a07f161e6de8__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_b3e32612ee2044b0974e301ac8238eca/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_b3e32612ee2044b0974e301ac8238eca/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_039804abd65249208a1f2a4324f6dd7c__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_8c83e3ea037844a9a40c5819fd8a1df3__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_60d1f98347c44d77b643adb794b83675__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_8ca0fbef7f0c489792fa9ffc96fdd638__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_f9ce96fce407442baff4b6cd1511e563__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_aeaf9f89417a49df991a1082967a898f__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_afdac1826fba47f88aca2808f5651184__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_1fc47b449c434f86acb2400a6484e3d5__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_4ebf2a3893d6422cb92ca3148d590e79__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e25ee441d3e3455bb39ca1a06ad47f9a__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_0d2460c2cb144cfd9954efd0291b2324__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0adb5e60e0a64083a83d3eb1bbd75f4b__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_bc7d0c32e3cd4674be0d91443acab39b__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5aaedad57cd045b581d45c31412045ff__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_39a71091aaf04dea976d7451f9c958e6__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d8b89ae84c6f4f03b835277ec7f2b889__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ce59f5c5ad92448da53fe83b6f9ab519__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_22b29ba144834e0891d1128e837d795b__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b55a66bf450c4ca18bfa80543ee56e1d__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_2d5d77ba8af24560915c0c952d7729fd__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_0725a11fe77047f1999e9bc375d4b184__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_86c56275f6744008915f2285b8ff9230__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2092bedc336846218377ce63f0d6b39f__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7530dfe0d2ff493485a0686d2690f4b8__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_7e849763d2e84e06a2e400e0b5896c08__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_b97e6f1ca1fd4b099f20fc20d3b0aac3__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_2f88e5f5ba6e4b3f922ec219f030199b__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_e4144558f23c4029a6e82dbe4280fe2a__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_4f6add6fbd9e46209d760216cb388a93__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_951d502d6e0d4ab396bae1045f716bca__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_b8400edf712848d1b519a07f161e6de8__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_222bbd8b6ded4374a5fb77de4fba8feb__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_7aebfeaf6fa449ae9325996aa64a61c5__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_c5e5225aa8544c959115e0c8b90ea678__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d1a00622521341248baee7069f3b231b__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_cf4e25acc50446bf9ece166b651a70a9__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_cb4cc65639954028b1cafc7bab21055e__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fc53f5d64f9d4bd69fa8e9770449c49d__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d8516050c1ae4469bbc2cc31af627df2__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e941c1959a0c4c239eccfdeb32b54c82__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_a08facf4967c4bcaaf36b87661124c61__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_cac2fda15cd04ff6b6ccb495d2ae4f9d__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_f85197d6b5ac43cc9810a7dd422e8d5d__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_a21bb05bf6944f56a23e743fae6df70c__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_493c6c4566194a16867b0203b64e695b__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_d61565aca1f14d8e8397501055fe17f5__cmp_A" eId="cmp_Y">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>Y</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_Y" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0828-095da4f98cad4a9c86402183b3d73b9a/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0828-095da4f98cad4a9c86402183b3d73b9a/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Oss</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_e9acb93df3534c41a5a0f09106ac5f97__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Oss bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_681daa9d1fbc4080927b6f3f84afefe0__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_99e564ea0abd4b409a3f56185e67349e__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_7fbd9e6e46034756bd3cb9adec8bb9da__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_76ab87332fc64fd5bf10881c899e3afb__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_98ece4b757ee4f07b23570635572cb73__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_0d350decbf294bfe99d6a4e245fc940e__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_798e7ffca8ef46b2ba2df57bb87e03b6__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_21f272b27a864e2ea89968567f4d5d48__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e04be35f62674eabb321b20f43f90f8c__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_607132bd21ad41468dcf3954da4ad52f__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f78f90c155a54d42a9edeeed00a7678c__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e0d7d0f2d1344be09ab834114ea391de__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_72e3fcf5b3ab4288a7c4b3eea956cedf__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_dfd60ce28b204885be231d4884e18f4a__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_fea40667cd764c53a5a631999c533fc3__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ae437eeb49d5401bb6c62ae01348f223__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_65b832baede942238ac8dc87b28f30aa__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_196b73448d2847f58939ab7d9fb2d962__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_aebd1e89c6ba4e589c0057b23d429159__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_90be9424edb24cb8a0938702d2481522__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_475731818a5f4e8e8b25200ff4817c85__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c4356dfdd1be45b29ec682c2b92d8c04__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1cd04e613bfe4873872eff6dc7e62f90__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2d130e911eb84e25b6ac4daa4292b964__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_821dcab3e60141bc81be8102ba48e112__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e4b6cb879a864c17b81b326092cc6775__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ae9723831e6c4fee8445615089e32a51__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_02627db58ecd4bb5ab29f4d898750928__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_8bdeb6788f64491892c2d67d6ab79b6f__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bd243f4ddebc4de0b9c217367756be9c__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1ec32f28100e48b0bafec98dab2a037a__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bdb6f59b69dd4783aab76644850ae6a8__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c4475cb138e84ff19ddfff9325491b39__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4986a0e8bb334a978c0b5222ce3f10e5__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0a7b6196ebe248ceb599c36771e36a95__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_72aebc674f7648a5ad16336c5ad3fd0b__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_5ba7bb7b14b1445a9dbcd94b0c99e0b5__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8bca4cbe631c4644b636b2592a946f64__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_7b384ffdf89f4744a3b14af91c04112a__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_10627a81c66149cca8d6e14895e51ae7__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6202ce41d8ce4fef812fbb5609d1415c__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1af0551731984399a509c0e14288272d__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_831ef4f694294c82b2722c7c16cb787d__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_41445bbf90564648b16bd81ad252ef67__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_817d61621ddf47648836b585984301fc__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_a809211ac23f48e1bd4ee8f90d32a26d__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_3ec3e53079944e068da2702b4b4034b2__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c444acd6a7c149b997815726aa581a35__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1b54a4d8c821481593097322a348c1ce__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_28bddeb332f84f5abf8b24d303f57c2a__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e4b0dc99c426435e9c5a231c4f698975__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d2a24f3a8c554a8ba0cdb97752398c5b__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_b651f91203844ba38e629b8de8d82c87__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_cf57355ce5984316a5fc14e3146d4dbc__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_cdf5caa319ea49b0abc07280c6972af2__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_af75c45d8dd64db5b898ed00db6de3d3__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c0d36fce51014074800c102b50cfa075__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4f445a968c164338a39868d9f040c04e__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1d42b17698464b5d9a4546e366fad288__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_c4ae308d3037421bbd98d61fd8f4603b__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_9577cea0b8e8473487cc6f2c5f78fc2d__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1ae2f3228e1a4216af8d9512c141344c__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1d7c8968169547e1a564b7ffdca570bf__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f95011b245c2432d82796c60b8816e2c__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_06279d41e70245c9a2dd3d954dcf7c13__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1a3e7a4e812943de9b87faee098a1365__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_438199eb40944e4eb206535fe1b7cf54__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_9ad6e1b7fccd45ceba068cbbae633068__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7feca3e997c140c8a987a0182ab9fb08__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5199376ae72849fd9915f1210d2a8422__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3a863574dfd045ea9d97de6432291941__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_672d21ed3f8a47838864ed4f9a6e8ba9__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_36f2d81c9e424ae19b6b998ca43ea05d__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_902ff61e6d3f49419ec88bd422e22842__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_eef6609d1e1c4c1688c9d784be074b9c__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_0a46e858e3284d1181e55c24d6da3852__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_1ec43cef17464ccebda965047a32f53b__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_8953a5bbfbf04bb89c287691f9801704__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_a0cbc492dfd84263ae75eda37fdb1155__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_52e7a7dff95c40b98b8440f125aeeab4__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_fa56882d2c824b0b86e5a8b30f56f023__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_17f2ba67e0f14ef9982dd882abdf0a34__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a1f668e57bbf4ffba9201713d3149e5b__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_aeba87800de7475fa75447c8898153e7__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3350807b82ee4b69838847a0aa26b380__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0c1f77fec7db452ab98c32c5d4cf9de9__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6511823103734a49a23e258d6b44634c__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_defda061769241369ec2a5b629a2fd94__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6be6a264c9f34edaa9feb1dee6f2cd9a__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_68534e34af0d4d8e81c1c943e14b15ea__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ffaaf5f26a594a4bbdf54f500525b3c6__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_49d26c3b617247a8a87eb51bcbab7e7a__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_17f2ba67e0f14ef9982dd882abdf0a34__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_10adcbbe1bcd4f55b8d07994bdd6eb3d__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_9e754ce3875547eea9371b05a5870600__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_bcad1bd52e594a94b8c42526eaa05935__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_ac6f454d18ab45019b4e29d93760c46a__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_a1e4e715ef304cefac44a20fe042db0e__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d313505ef86042889a9621e74f8dbe4a__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_fefb77eea7214c649db5ad334d60384d__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_7d6ed39302e446b28f367f6cefe16c25__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f89fb9a9243246d6894b56e70c9174f8__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_a94fbe97bcfc435eb842f30a951b90f0__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_8d27904fa8774786b10c67bce348bb09__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_0b3db5598f734ad8a74df652807389c1__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_a1e4e715ef304cefac44a20fe042db0e__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f986e9c500c94b95a1202c2651a4aa45__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d098a8226d1f4721b616cb7668d3a894__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_19d480123e2c41f69078b6bea87d98ba__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9ae0ad85c2d24acd8eac46bb8e530047__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_bb6d4eb8c93f495d936383fd147e540c__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c29d0d46802f4138910ced7a213b46f2__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_de677d27036243409141c5ec9910d0d7__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b93afd1eb6c14b0188b82d89a1007b58__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_154d20ff7c2d4c3fa26bd21a31093061__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ba3a5bb981c548bf897ba0a388022357__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0549507de7bc49cfae1df4a87484006e__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_18fea4cca43c4d31b1ca0a96f2241797__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_64372ae4011b40f892f11ab4d30a1d2f__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_c6c4f845433f4c4bbbc0d36850f18fda__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_ced6eb3f8d404b42963d1ddfe9c8de9b__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3c950a633f054c4593260b48047f85b1__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_a6b552b135ef4676bde41ba5b0dba523__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_ced6eb3f8d404b42963d1ddfe9c8de9b__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_be34063820dc4f2aba39d2fe92c27202__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_eba6c42a43b54d7798badf9d3f843f4d__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_deb8c5b4b04b4e759e2a50cb297a0f38__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_a1e4e715ef304cefac44a20fe042db0e__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_83ed9ac83d544679aff782ff2daf6aee__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_79380bcd253d40cfb4892b3d4e2d3e2d__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4ef3666662754a6aab64e13c8348e86e__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e3fbcd4193bd412c99762e67f570d508__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_be4c0a7851a64d1393630d7be21a0718__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_d647826d05d64c8aa279218bf5307a4b__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_ee6d1ecce7f44d8ba5c8b59881d33d0e__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_71f40ce628a445f2a731e3b8bf5a7b04__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_04428c209da24bf9a341c561ef4a06d6__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_047ff0f406734e9db3c16d5a773fb294__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f892a2312d8543919ca1712882739466__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_2c573d61d85a4ee1aaa9e69bc3f239a9__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_dda2b5faef4f46909eb3123136833810__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f16f89bb15d480898c97b421bb92a3e__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5152857d35a146fd971044a8843fcf69__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_67fc8353df704c049ce76cfc1705ba27__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0a4474cf497142eaaf8f1723bb69f9e8__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e0ce0655f1504060b3e9903106db3f13__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_939cf713c06c4ea99979be184a1ba099__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_45cf358e44354486905f554578e62fa4__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_526391df16354012bf51af146b978339__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_a75a5c9f74a94962aa68dc0a3c4a45ba__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_cf9b0ae485f9406393e2d8dddf4ff283__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_90514438596744fe987064802fcdb122__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9e45d86bb1894084b3a3dac6937c5074__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_414c285d30904a58af466e82d2343351__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_cf3c3cca16744afc951b13c6fd7972d8__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_56c904c41ae4436ab4ceb957da99bf5c__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_cb6fabfe1b304231aed6dfd85fcb33c5__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_51eef1bee24c48f5abafa65afbe2d7c5__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_22bfbf2ba564491e8cc285c53f252495__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_bc6694e365b642aab52368ea86a19015__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f6ac98c462f0415cbd6600828bc0535e__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e5e93c20ea3f41c790c8dbf2dc96fd4a__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c75ca9bcd87344c58d75ec916f061350__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_51fba12f834d47b3b98bccd11054c2d5__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_9e078eb0567e47cb821d59509050e7d7__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_51c321a45fc2485eacf01a52fb194865__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_20919f578e0747d1979dc666c0ba1717__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_8e3d9342933a4b4f87c23e09edaaac6b__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_fa155bd21a8942b8b9f39f522f503f78__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_c6c8713dd5404e73bb5ed5b3194c26a4__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_7cf1fc53b52d4a35a7def68fe9c18597__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_6dff0d091e7e4393b8cf298234fdc279__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_6a3c17ebc57247c1aa34f35ddf2101df__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_1a1a18459e66434da687a451b388cb6b__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_b76c1085e7ac4adfa41d466a800e931e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_84fb73c05a824b6cb2bda72e35b7e8ac__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_cc184647accf4036ab5e0637bf2b9c9a__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_985bb631235c4f70909a8cc097fa0e69__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_1d1a2d5f9c6346a8a463af198da4a67d__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_50f331091eb44d6597aaffb38c67cb71__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_9bb6f18d54fb470c9749333130a843d6__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_abe59984b301498abe832de7c9cad094__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_de6d746a9830407abdbe011639b9e4b2__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_bdd57b179b194092aa6a7cbfd7a38942__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_3ca22a53fb7447c99d2af6fa7878da6a__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_85f09dc3d8574a4a81aca58478b5331b__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_ff21c86125a2469fbccd928a0dbf967d__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_c9f7557a858143c19a76afe21ee84268__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_974e92aa12d24478aad224cd219ed1c2__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_ea70b3a343cd4853bc0a65948ecad1f2__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_90514438596744fe987064802fcdb122__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_4e680c881f1649ae90ff8f2cd0e74520/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_4e680c881f1649ae90ff8f2cd0e74520/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_16c05f1226fe4fb1b4edcd12c6bf48ce__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_17f2ba67e0f14ef9982dd882abdf0a34__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_29f1d9b12f2f4fc9a2fd41b3008d3bf4/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_29f1d9b12f2f4fc9a2fd41b3008d3bf4/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_cdf952a62d204b789927b955e3705d0d__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_a1e4e715ef304cefac44a20fe042db0e__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_b96cef1913344340a2815805d30f51c0/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_b96cef1913344340a2815805d30f51c0/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_1d581429b0b448e5bbdb898af02ae9f9__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_ced6eb3f8d404b42963d1ddfe9c8de9b__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_800a714ea323494688248241ceab081c/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_800a714ea323494688248241ceab081c/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_8089e145f66b4f9eb78c01b7ed36e7db__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_52e7a7dff95c40b98b8440f125aeeab4__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_59c81f4ec158485798080c37fd87dd26/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_59c81f4ec158485798080c37fd87dd26/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_e33a46a005e94191a4aef03cc5a5cd6e__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_d89bfc33c9834dd9a9deab2cdbb65290__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_c8a492c392cd41dfbefd4366987eb582__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_d24dd266d1d740b6a115afb97e160b70__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_b4003d2383f046098fc98b84dc64c712__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_de25c3a833e74adc9c601ad1e599d1aa__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_39aa4cd8716643828093d3fb6db265fc__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_0507e36236e14acab8e9e37382cb2602__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_efed635b7dd24944a222e22a928840bb__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b9870a47b6864b48ae0730bf3d25f6b6__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_71bea80be22740508aa6529a42f91650__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8a063cf7cbb74945bd5bde92cb1e4afa__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_0f5ea8c3fb1e4691902dcb364f8b83c4__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0f7c249b6325458a83f99576c9c29801__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c5903013ea474bac8adfb549af913d1a__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_90ba594e326141328ffa3742ba169a28__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_052385fe24604253a702c91d2c9dd6d7__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_a9c3abf992c340ebadf7a18a00ab623b__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e78a9c36a9524a04b34209ae3c1d109f__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_3a475d47f09b4219967061052591e07f__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_20784db71f20420ab1afe19a5c70e1ec__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5db7f8aa9f5547fe8e0b443991fe9a40__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_19c83198f47b410ebff6e8968c859a98__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d5f1b12d33eb45f594679c467f4a064c__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_85376394bac4456a9f6cbb1b77e29ceb__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_dc5bbb5f924b4ded8d9a1d99f9fb1618__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_1759f4f545d3402dba612524fec22803__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_4f4dc7232137484f9f846cdf566c8d24__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_09c72f2dd11c4b269f32c760b4bf9f62__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_e9dc551b126f473f94a40ca44de8d0c8__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_52e7a7dff95c40b98b8440f125aeeab4__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_32cf4aaf718e424f86c5923669067fe1__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_07888e7a664843818a398a49e2194eea__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_b408e98b94424394a70399ef1a55380a__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9aa1a148be00452bb335c2a70a47ef47__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e5dded8851c445258322f437617f64d2__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_dcc8e358127242aaa16966fedb04a8e9__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_219a57d6b87e47e7b12beee58a88453d__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ff3e4190271749a2a3daa0b8ca19a6e7__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_99f0e3a23664462badc7bf5a3ecbe3a6__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_e55cb16a7f904f8b89180740b358cfd8__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_cbbd66b639444bafb48535f94d1aed69__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_70b65bb44c4643d8ae959ab7960060c4__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1b95a565323243c6af0bf83b7da370b6__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_556fb9fcf10a46a99c942b6bf1ea54b1__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6c605bee983248fda0bce748d3404f46__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_81de119b028249c18cee99d66aff5321__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-19.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_877b75db69ad40dab941be089a334e3d__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_04cba1349c6040e7859c65bf3c4cb16f__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_39e1496a33be4181b6d6a39ed84e068d__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2170857b21844d35bab6dc89c0bf39b9__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a0e015356fab4536a190268e9b573dc9__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_6401acf119794578af4af4e8e98eb0a6__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8d6aaccd1ef04642a38bd2f584dc85a6__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1fe366fe4a3947f1910ccd0152e9957d__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7bf959b4588d45afbbe0ab0c8711b815__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_3c21d9e9617343f8902bc3adc9771b9a__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_83eab84cd23342ad8ab54ed0267c8d5a__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_9d0b690512e744eeacfdc6bfbab31024__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_90514438596744fe987064802fcdb122__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_8edb47d3f272400886190115e4784283__cmp_A" eId="cmp_Z">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>Z</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_Z" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0840-69aaae447d144ca8a4ac0298e87faeab/nld@2025-07-17;3" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0840-69aaae447d144ca8a4ac0298e87faeab/nld@2026-05-15;4">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Rucphen</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_560c5e0cf99a455e974055045ccacfb1__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Rucphen bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_77003052a21748cfbd980a9f5b9a8823__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_e91ddb21550740d990a6b4afad1fa475__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_8d87da38903b4b1c8f71ec22ecb2bf69__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_c488fb8933f144659fa73075ea8f3a26__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_f9632f13a42e4e5ab75d4865537baf9f__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_5b4478d259834a2e9dcc13f4bff05b23__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_71a25929a24847b1be557e09afc9b69a__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_84d3293954d941fcbfbeb1ad07acadcb__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_60d362c50c7849dca92ba3fabecd1eac__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_18f643d27ed44fd5bdfbe7f121e5f953__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b3a06b2bd1f74619ac88e24a338e5a38__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_76a76a4d29b24fcd8d2e91dda49d2a2d__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6842bec1c2164bc9937308818c5cb9a5__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3f7968f73a0c47eebdb0e4c55a494b0f__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9c1b2d5aae7744e08f50d96666cc5f82__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8eb721e402b944c0bc252fde30f5f75c__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d968034f8b074fa39532fc0184ec80bd__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1255949b395d464494f2d4547ced4031__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_aee3903a453740918ac7dd8d0f9786ae__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_b76ab0016f4c4b7ea642bf28a2c0276a__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_88145a4d4ff94c709f3770e29cefd353__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a6801d5d4cfd45d3957ba56c2514bed0__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_21fbb0d1be414e3288ad850831c2ac28__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7acdbf2ba8b94521b7dcdf811d1c3d77__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e274e84d6de4482a8a999894b1fd7890__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a8c603f9b4f245b58495d35719fe74bc__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4739637df1034a6aa0f3e7f9e0012ac2__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c10b29fb8ef2405f8f94bc786fd6f21f__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a637c9ef1d894ece810618db876eee45__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1fafe738de564e998d6c3ddcc1b0fed1__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_76c836b9c4434ed799209fa7bd0efc38__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c77cb7583a374d0c8b75efd0ffa1c736__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c11deb43cd2c4c7db1eea1d7d59c8503__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e67bb5527f5d4a3c8979fcfe7c462f0d__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_cb282448e9534bd9a0532487d5e535e3__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_063ed4965bb94ba9905fcdd8665d0eea__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_2ad7286082e74519a9ce2d0afe62bcce__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a19a4c94c77047f188a9757a3f8682e0__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_0eaada15340a47bfa41aad7fecb45cf3__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_39a2ce8b347c47aa89ecccc4b925ac94__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_75032faf4a4340a99056c18091041106__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_91adfb27ac014df5b4ccdbd34e4d32ee__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_eee13fee0e7d477a9dea6a76cd9ee4f9__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_dfa109c3c3284401b6e6aebec5cbe88d__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_133e0e5d6cc64ec0aa6b7d5e3a316407__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_465f8bfec3584d2e878eb7ca63e77e06__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_cd26285bedf0484684d16dc20b106a3d__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_41dde1efdc5f4d55a2b8fd0f66a2cce5__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_670c41c1782549b4ac97760affd080c6__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_976260153d7744d1a3ec389d376d01f2__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e486dc1a71d94a25866084c856383e16__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5f77f04323a94b96b2f05277aa23c842__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_788a340ccc6340c79ce96d3e2894ae7f__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_16f115de1ce843f29a77b3043b3cdb0c__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_c5e4e8bc953c4dbd92580fae2bc1869d__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_387df75d154a463e944e9b8f52a1ff3d__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_97606c77f60d4450b2f390c6cf02bde2__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_27cb190abf954636b09350bbefb391db__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3a8c9abc4f1d4a2ab14c503b8ccbad7c__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_3941d9852cef4f3981755e28432ea2c3__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_2f173f57a5774de399573d7603261429__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_451edd8b251a4a01916cb698a3a68b7a__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_844b4f25e5614266a74f8b42affeb72b__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_41965564ed154226a2f7320402ade5ba__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e47dc950d94f41fbbbe903f361c89a12__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6ca5c8040de64f1993cd7baf6d070884__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_2f6403ce35c04578979037a3974d6957__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_b3e2d24fe9e2491fa1d1b20d904ddbfc__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b22c7b0f12574fc1a978e9461014fa6e__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_61cfde1fc63f4af093f4ac90ad3315bb__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_22148b6ae6a644aa8a80a817ec597978__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a264f7652d7a4efc8ff2a065a28271d7__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f9fa953988f949259a3b27a8bc8b9612__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9d68c505165a4c11a1589b29f8539045__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c7efb1173c9b4a4baac36d3e465be3f6__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_35c92f90a1f04169a36ac296989fb3a1__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_54064defffc74770b1ba3ce5acb151ce__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_12a05d25113046ab92cc6d5aeb9f59fd__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_400a1237e9b74be48f6b89d58812fedb__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_63168563823a4caebd5fcde00db80268__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_3edb27b9e22c4f48a44d796de2e4ed43__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_71351dd0ef774a7eaa4b3fb523578bde__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_80ab1519b5684e4bbf42a05326a4c6bc__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ecf7359ef2f54e9087efd99e00b7f252__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e4719bb329c648c883411e3a29382c50__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b3eb66f7fe3f448c939c17dfff6d36fd__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f54007574c3a45f58208a177f6b33c00__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_40f97fb65b4745fb9cc0095ed27fd321__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4fd9d96459bc471383f74b3c87e1b706__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2fd0f250fd7740368f17de04d8be8d82__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_54c5777f6fb0439cbb2193a39ede6e3b__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_a8a9737fc22847518117a431c1bbd9a8__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_71351dd0ef774a7eaa4b3fb523578bde__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b3f13d6e720c4ad2af9e6b82ca0df6a6__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_958acd43034449359a05c3240a8ef355__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_456974fb1c704c47a278eb850de897a2__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_20c09be72b1e472bbf9b170b31469cb3__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_62e06f2071654971a08121e896847b78__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b411049ce6b641ff9b27f3efbf07c117__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3032deab937442c0a9116690474a88c3__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6a30e0c8f4d2406cb56139a99e91ab35__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_06d71fcebad34b2ea8efa4612e47e60c__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_480c6c7c2b104ab589d75e25f304db27__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_6c9106694afd4945a4f6513ac2168217__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_9b2bbf8bc28947689962c212f15fad02__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_62e06f2071654971a08121e896847b78__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f61ee3bdb4764d6ca62c8e1a9846f018__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e181debe905f419c9abf37b0578a1950__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d922676428b0432ca5fbab80cc58d754__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f26aa6d7d0534d0b9b99a5bf0f4e4c76__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f3fee4e50f8c4e21ba2ab5e4e207a717__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_88d1a952e5c84d3db14845e32b0d5a13__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e0333f75073c41b6a0835b155ac21fb7__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_66aa4a5e5930450482e691522cc7e5ae__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f4514e5ac4594610b309a999dbb3854c__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6873bef95db84b85aabe2ab91e3a05cd__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_25d8c65eb7ea4611b0c2b52e0186c610__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_6ffe53624eb84595819f824a3d8a8334__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_f4158615b2954a64850b6a7dc05c1f12__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_d67154bb7b2244cfb1717b6ea797e0e4__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_63da7849b5364d4ca3b579295268b1fe__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d1a61a0262b445a1b951f450900ecb05__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_44878e42023440f29986051dffb5b773__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_63da7849b5364d4ca3b579295268b1fe__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_8766faff246d4fc5977019b353f10a23__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_d2cde5f498c840aa8b9b60c605d0f9e9__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_db1ecf13b39b433cab2fd11c641987a1__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_62e06f2071654971a08121e896847b78__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_68406ac781bf4ffeb961dcf9562ee00d__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ffab9d1b93ea44b38133623e83773b73__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a81d5a0e1a7a40ffbba43c2d68fdca4d__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ef7c3c367b014d73a3a6fcc3d7ff0694__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_691d5ee7dfe14860b03e71d302a98191__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_8fc43c5a1b45465f9b9fed5d57ef0737__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_fd6a0b42784649858f32c020cc178695__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6e32637dfe824cc98c6feec01f45d148__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3f4c732b36654c2dade1a0faf19e9a91__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_262578bc516f405a9f64e000cb73f3f8__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9eecddbc17d94a26b4556a357440f8dd__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_6b16263fc3b94c7da4e0757ebd043234__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_db60f29fc3b7465f92e6d0bc3d213a2a__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b9cb0d6de63f4bce9a96aeff39780401__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f55e1c4b9ab44ebab7cbe62103cc34cd__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_42ae5ba056a24e2095391b5f7fd425d3__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_12975a36aa114f6bb4e03855c46ea534__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0f2645d2762249ac9f8649bff0f73e9f__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_2c4250f6d6a0426892eaa85d7d9340d6__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_04db9e9018a6449d9a9faf8274a64aaa__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_175cd87d5ae445f1b4433605c3c8c9cf__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_f3cb7d62199842c38acf76f49786790d__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_0b4450448e894e48ada4eeeaa301d824__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_36c9cc8c26df48ad877a0bee9701c584__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a63ddb8849b640459abbec2b3cb10c51__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2e49647a8d9d45e5baeeaf3a10c46796__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a56b54cc16d44ff5ad84ce7a48aaef3f__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6d10a78541c6483caa63bb33c3bdc2cc__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_75c4e3d1fdb041859b24d7ac37be0224__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_5da15d25b88f4b8c9b0947527453ec2e__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_401a5b4f53d84646843da2350fe1ded9__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_87e7ebc4b0284b718f51fdd3f6d4c7e4__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9bf4e0a38c1f42e791eda9a71413d0b4__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c0187a5d36b64618b749e04ec8580017__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_51e72725392c438c9bd540275c01b33a__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8f2e49c8427f4ea6bbf039f383eb3c8b__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_425c6134f4ce4681ba0314723cefec86__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_bdd0793c76004b799b831c39b393e6ce__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_b4e658f0ebf04c75b28ac36b2dea4e4d__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_a48b595c1b4a4bf1be225d964a48fc97__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_c72254b9c2b74e2cbfa329d577c9f274__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_34fcdc23320643949154c65dc9b38480__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_55bb742fd86f45488d7f2843953ccfff__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_3a75f79f83ba494b8eb792a8079864db__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_d5b02573416949a8aa589e930f7de814__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_34ca8b46658e4f5885dee3fbf2de0fea__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_fe301456ebe24d87866346bbc8e9cdb2__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_f3b1167145c947279344f39b5f3fc4b3__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_166149bd1c6d45eba1f73d6b961c441c__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_37b192b1f21e4f54a9b8773364a6b2d8__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest met een relatief eenvoudige techniek wordt bewerkt, zoals aanrijking met stro, opslaan, rijpen, composteren, tot een capaciteit van 25.000 m3 mest per jaar;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_5272584b9dcb4ff3bee67c17d42ef7db__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit gericht op het verwerken of behandelen van dierlijke mest en de vergisting van plantaardige producten, als bedoeld in artikelen 3.90 en 3.225 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_2c00e6140f7d49589c3b014c0dcd36b2__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_3ff17fa045d542a281275388d6a29988__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_b548adf4308b40f1827ab3892b304bf1__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a3b374173eb846d1b39e66a6f400f3d3__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_013b5662aa5441a681fc6d20e232d647__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e9cee85f9c214d23924c85a475c9f956__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_89da0e7b55234128a90873e92f852f1b__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_08013bc2513641d5b7e43566552dbd56__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_aee02effaa7e4d2ab31878e6d641332c__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_bd2fc7c1967547dc9089a276f3ad75a2__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_3131ae538d3c48b4aca63e360aa24458__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_36c9cc8c26df48ad877a0bee9701c584__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_32a45c4d068043e8bc48a12014e15f98/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_32a45c4d068043e8bc48a12014e15f98/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_96f7f9d451eb4b1aae186d114aa04d1b__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_71351dd0ef774a7eaa4b3fb523578bde__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_211ab861450e4ccf9680383cd52adeae/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_211ab861450e4ccf9680383cd52adeae/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_5d3a617e52a4495a9f1de2ca4b01d814__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_62e06f2071654971a08121e896847b78__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_33b69102127d4c1f8444405fa927526a/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_33b69102127d4c1f8444405fa927526a/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_3d8319a21a89459c87d1f3cf414f9fc3__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_63da7849b5364d4ca3b579295268b1fe__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_cc2432ef08374fbb877de19bfa9e285e/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_cc2432ef08374fbb877de19bfa9e285e/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_60293e6e400a41979edd81e3f31a69de__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_63168563823a4caebd5fcde00db80268__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_c51406d1780645388edced8d560aef8b/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_c51406d1780645388edced8d560aef8b/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_c258fd6fe1bd4a0293e4ca4b8707b27a__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_53d052e1aac349cbb424f689d4c50a42__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_0499a0701a1440eb8a936fc845a02cbd__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_803e0a6f6da34d1881725b974c876469__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_dae26c6fd1f146228b043c8150e1cccd__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_0e3c5d80bfeb4523aa63c0b1cbbe13d9__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_56fd1c75005b498e8bbfbc0ad6377ab4__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_3ed691810320417c82c4bd56bd30bdf4__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_6764db852b784b988210f61eaccb6613__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_139ff5cc338a410eae8b646257fc18c0__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_df347cb69882411eb8ad1b62ae943587__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c5be66bf46c849efb40aa7ff1cb5f9f1__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_7ad96319e31c43abb7115b472561cb7f__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_109968f2716e4a5dbf5314ad03c46a51__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_0a861a5d2831401a9608b289f34d7446__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8d75729f1ae747899792ef2449061b76__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c74aada886ba408db187ea88d1ccd074__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_5121746b21f74c5395721f4e36f69934__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_cfb2c727d39e4d11a5d32d96ccac3954__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_a49f0867f1a94c92b7bc8bb18594158c__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_f2e1d32d3ea54236b4f01a389bd0ad39__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_92bf6c32177f43958add98fe80306330__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_819cfd7a1b28464ca84c578dbe58b7ab__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d3db787f9fe74111bbaafafbde7da546__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_97fe0f2d58d7455f912bd2862f55c644__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_2f4b24ac42e94395bc940759b1a1fac2__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_860c1edda8534c76b6c9ae20966ee5ec__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_40b4a0d9c4f240e68a7a81874766bfe2__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_8b8e3f44e5ce414a8f55ad99e5a79c06__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_be809f4951e248929029c4841df2b2b9__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_63168563823a4caebd5fcde00db80268__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_a07fdc2fafec490ca2e184696e2c25ff__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_86fe0d1014254a84b1bd4d744cc41b8b__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_433235c611bf48ff80a2e23b2ee7723d__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f4427ea2cd344958b8d1df87c8555be9__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_88eed10aa00849a4a9f2f09612e91689__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_25a7f71868ee4ed28c76d1c81f158960__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2fe7f9a06cbf4e8bbeecc40d2268c6b6__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_51404adce68d4022940f0b3be68685ae__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d28650c6c29445258f41d9a15e4d4168__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_ac9747a524314517a528c04dfc6f148c__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_abad9370336146c2935605496f025796__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_cec56c155be5420294f24082fce17c46__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_73c5a29d587f48bc9594ae66b9394018__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d8fd69090f86457c972aea64c7e958b1__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_43c90b8d322e4eef977edc4bffac132d__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_2c1859906c0b4419a367efa0efa23899__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-20.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7b5103d941f9452f9ca449f810e21bdd__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_bfecde485e87482f921b2afa9769729d__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c2ad28c9b08d4255b69c135b874226f5__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b6af22364bc9446e83657cf6b8a8f117__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_dc936b8dfec941388f2208412d34a93d__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_b030b0c637f740aabe31fb98fdff73de__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9f7ed49e66e849b98434312b86b13578__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1fb96cbf7d6744dcb972345b92c68791__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2350658da09f4be29d77080ca7a81f9a__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_a0d4b7fcdc2d4df1955a45ff5f042440__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_f14aeaaaede544c997439ac9f4b33e75__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_fe540caadd0147e3a8336ffec9cb3ecd__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_36c9cc8c26df48ad877a0bee9701c584__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_8918d004819240419410e0824e0586d4__cmp_A" eId="cmp_AA">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>AA</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_AA" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0845-63238d55eb9a46d2b1f8a7fd6091fa87/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0845-63238d55eb9a46d2b1f8a7fd6091fa87/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Sint-Michielsgestel</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_becce729064c48b3869007e1ac802439__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Sint-Michielsgestel bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_09fc0343920a4df889b0d4e6f7224a48__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_96c1834b6c334354b004de3ee0135cc3__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_09a2e39c94c54a87b9629be971d280d7__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_f4ac58ab3b45469ea62f50ef771e4c75__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_74625885a3ea49e2bd08a4abf1fda0ae__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_0a48f559a2e64695849f14b1b57dc4e6__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_adecd526f3ce414da482806fddb84215__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9e672282c48a4e2e8a6cc62da64d64c9__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1b0d88276a87495fb08b4231f04545cd__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_84e1fe7a87cb4b2f858008cc054036f2__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e318b2768fae4e4f9738810f80d43fd1__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_57bcaa52799c47f8b41e2ae6f3d4dae5__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6de17fba520c4d06861dd69625a7d3d9__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1cd40efae8124f8ba96c6b4820b6a4d2__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0fa51384b8954db69716a494f6165adf__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_465880a06cac46308a404e6f3dc11a87__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ef4bf09d96674373a23eabcc56d646c5__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8d656ad827224b009dd4b7f58bb69a73__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_b4d5cc2386d64859bd67508b072589f9__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_e4cc51e2a6414d7fac9f77c281f96e26__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f6b821b44cb1403684e6fe2f3bf1ceec__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ab0c02a03e4c438390f3847b237f3647__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2df257d63b904b33b1fdc65353ebe8bc__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f1fc1a20f880470caea4d7dd32f78039__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_02a89565e66e46fdb5d8ede5397ef3b5__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b357bcf185ef47be84fdf5984e39f4c3__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c0d0793a92f3414c89e68799b31e5957__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b337c24bd045478f91c63cecfdbc1761__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_0874dac582774cd7b643f4258da217c2__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4bf294c4060b4d78ac73ae98160d4362__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c125cb99f36647f39daf688e7cd83ff7__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9893655d36d84a4d8b0dcb55c1e536a2__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_287f3c4b02824e8b8c1290a6450b2ac2__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_96ab925f3ca44ed0b8ed9e8c65f735b1__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_87e9b4f960864b489e33148482c15ab9__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_a5b43fe2d2dd44ec82eddcb343613754__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_5991e295b5a045cd8359e0d83d5d8ed8__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c2b4712e70c84169a227718f157aedec__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5b22262da6bb40cb9ae5cd82af841a9d__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_df48d12028884df687fdec0b3c10ea8e__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0a29beccf18042c8b461d3062d631180__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b24e56bd72d241fdbca4fa00d642a33f__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6f204f057da1427d8e82f0bd2bccfb05__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_8ad2fd9a228b4c9eb5f6f6030aa87c5c__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f02661f8e5c94d84af92ae9b8a7a36ef__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_fb673f860334495ea1ad3a27274da880__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_5d6b65c96a6d46a389af5bfafee61bad__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1e6145fcb90347989b1116ae37a7fb58__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_bf57eb9dc91042b99d7c076bf73d1d3e__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_899e0a022fe1436e98a2f44a941634a0__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_81c2cfca537342b483244bfa1075944a__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_11ed8588c75f46d1a3df4609a1110587__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_a3150ec65190405784883e237f5ebc86__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_82f4f1dee7854618b086476ea88270c9__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_a83175411404461096867415d3d0d97d__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d29bc6788a1a498982036da2a69b61a7__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_978fc79bf6eb4e80a3f970005eddb1aa__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_295b36caa7c5455bac0df991841c55d9__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_04d5d227d0f84934b37e2f05bed5dc7f__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_1935e17c2b3843c0a8e8371d54222274__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_e668a1df9e154d2eaa382612afb1eb2c__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3cc8fd7e4407495c86d58bda01fd22f6__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c60673d86abd492db0b78e4817ed8b37__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0c449cbb10864efeac32635ab6dbabf3__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_cc2c5374997040f88fd8eaccfac0d3aa__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3f38c5f06bd6445f852594bee61aaaa3__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_9e9f96f9b1a34cfbabfcdc9cda445a7b__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_d7fe8c8401d14d6c80137c1b1fcf5697__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0019d38e094e4283b6cd38abc0584880__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1fe4fa4b70994a82aba06290b7298adf__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6bbd400570ea475d807a1b8600a0aa3a__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_74c23b4404834ef784712d3fe8258991__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9ef136b853cb4d6a9cb9a692799d0c25__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1f42315dede344c0a6134a97d803cb76__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_004a78f28bda4bcaa3996e3c33fdf51e__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_ca6bfeb021ba48f79648f2c4a7ae5551__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_5edb01179f43456ea1d4d3bff73ac56a__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_2b197594d86b41989a41e454151f17ac__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_0c064f7685b84dcba2264d3605f6132c__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_99db90ce762a418f8f0e7cb361bc448f__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_ac7aa05f9f5148c6a1a3daedc8d620cd__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_528ca3f90f5a4644a449b36827a33691__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f55a958d1a8b458e88a5b521896654f0__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1184f8273a244032947c09b06f392531__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3962d55e7a9b435586084f4c80c6eff1__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fc7b5a9fa5b7429282160adde26760d7__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e076fca1a2f345ad934d167468b45417__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d7589a53306746058331b3ca61dccd01__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5bb98cd8973241b9abd3a48dd3a29dbc__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_19a76899d4cd4b069615f3fc733f6644__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f99a9404198c4054889265ce79cd9b46__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_6293fc4823f84e8eab63330ab238fa96__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_528ca3f90f5a4644a449b36827a33691__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_8b8f1139de264587a40c865438ac2c1d__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_994a7f4f689d4f618b7fc9df72cc3e70__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_40b854ae5405410db899aa17c52dbecc__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_f5e04736397e49f484f8161e63202184__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_96158e6e65ef45d186071c92983ca535__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_7bfdd24d4f994ce3bc0584d997f7cdc1__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_24ee92db61444d1a8e05ae2dcf58d33c__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ee0427a44fe44ac08ffc0441d1cde928__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3e14a97dcbc946d8b63a77b890edae97__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_f92e7f611b564e67aed543f4512e5566__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_53c4ee8c30df4f71ad4cb68a60d88b25__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_0b7fdd82131e4a50b0c732eab0643f8c__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_96158e6e65ef45d186071c92983ca535__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_99f1a09e7e014f6ca09d7624dee64cc7__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7b0d9b4fccee4e6ca1eea40ced5f4c38__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_234973cdf3ec419d83d0e5c882f96c46__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_567ab7ecfaa0490a9aa53951a323c586__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e17b2b15672b4ce09f4726691a43f1ee__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ef4e2daf0a53450eb6a99725f5498edc__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2b79397e6e0f4af780e33317a4b3bfa3__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b48ff9179e974142842b63fe77d7ffbb__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_165dd0b609e6467a80af865c71e0dc46__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_df65daa39d914c64be46262a406d64d7__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c7dab3620e494785bb5f0619968541ad__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_fa7362ba66c54fd1a05752b2ddc1294d__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_223b95d782a14ae5b61391f80465e2ee__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_ad2d7734cefb43388a3347f686e32a47__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_b3790290988f42c28495fb341fa8eaab__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_504987921cc14b3aa09b71df43358df6__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_a728a3effc2f41d48871276c004015b3__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_b3790290988f42c28495fb341fa8eaab__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_d2eb08eda9cb4aeab4aa2cff11a929df__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_f693d6177f654d629521a899666d0c62__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_3b4f7b0610cf409c9dfc1214cfc272d6__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_96158e6e65ef45d186071c92983ca535__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6984aaf120b84e3888a6b9494dfb9c08__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_cb573415d4f24316bbb0ace763814a00__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_27543cf24a0f45e089e0be41ac0faf47__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4f6f6c71eecc4df38076f4f3906316dc__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_c5ebb37dc76c44c1a54852e0bcf4a537__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_54a96326a94342d0b169b0e3810e2d4a__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_73ca4543fab94bcd9d5c9a80198884b6__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_65c991176ff94454ae273286de3df9e9__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_995b388eaba6464e85e4300df7b1b345__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ab5d74b5f6104efaaa2b25fd38816c7b__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0f0762793bb247bba6f3db061e304a45__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_f5a815d967334e5d8da7efe10f518462__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_54012878f0764527a50b08d92d0a9c53__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_8e9330ae983944edb26447c21b9b9d4c__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ccedd5c985a448d9bcfb596ea4c65b6a__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_903a88bbe69442c2ac28bbba2ee51d19__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_689ce1479fb9404b9d1a1b25210b509a__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_54c02ea1a0654efab2c480894abf1589__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c5aadd86cdbb48e7989d87c84c503cae__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_481ecbdb389c47f3bef4fe3d418ac51d__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_b64b254f0d0a4114a910aa6106d9b45d__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_294eb0e5ea084312882e92600785da15__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_11daa17bfe984e69b8398e1e0861f11c__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_4d8123cf16d64b83905855d0a754f08c__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4dbca3bcafbf436686fd42380f8d9bd2__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5d6d6bc037bb4daca7398b733b86f61b__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a5926f890b2d431f9b7f11dae409a414__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_dca63edfd86c4ac18c185842a61c852d__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_e83a264b242746c9b5420dd5dabe7295__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_b708d1b0924447f38aac059dac3102a6__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1d7fa14c96664de9a4e75d654b1f6489__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_cde5a6c8eca241b28e39db599c37d399__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a918fbd03eeb464f8bb8bf7020d272c7__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_be1df66c63e4482dbe54831d5ea84ab1__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_51ef9885b3084d3f9b895f79ca530f5c__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9ded222b123b4ad9b9dea809eb4c4ffb__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_6330c9085cef4452b405fd9cf6e71395__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_b1202e1088e24469830ddf6bb4cd8c23__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_761e02f39e174ece9538acc58d9d4ba1__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_a9a56d246ef544e38835740e6894332f__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_7179daec0a604af3b99fbd01a549419b__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_39b3ed03516f43b88feb56bd8a1a613b__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_40358ecfb78541eea9235c551c83305c__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_c1bf45cc293d4c918ad88b57d4e78f91__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_374dede1ff8c46c7806112cde9ecbb98__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_860b7dd072754820a1805cf9a2bcfae2__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_3b48f4f8b1ef44deb930b9286d0da98e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_00d0ce48deae4939924152e06c1e5c3f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_3242124c6e764cb0b41813bd7f565131__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_f7d285fd266c4ffebb21e0d70ccbbdc8__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_fedb9115c56447db8a59208efc157bd0__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a7fdf48015ce4f11a4ad716a47ddf1fd__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_863adef51a9744ed94b424ccf6903286__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_b5691abfe6ec4bd893bfe08566256bff__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e089b793ade14597961836ff4445d0de__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_dc2ed908104e4623825601c376dd1b3c__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_554ca3b068ec46fe85884a7d50bac60e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_8ffa21c68ed949c095aecde5d244e726__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_1947d859de324e06b625d31874b8c7cd__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_417852b33a544c9ab8fb8ad494f71347__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_88725ab934bc4e22bf60e77d3bef6101__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_d7ace37882d843569b4c1c52f4c27635__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_4d8123cf16d64b83905855d0a754f08c__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_e9b44751b5cc4a409e93fdf80a62988a/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_e9b44751b5cc4a409e93fdf80a62988a/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_0f2d7ccc01eb4be992d8abe56edd5e52__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_528ca3f90f5a4644a449b36827a33691__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_f86d73bbbb974aedade0e8a97c2ab322/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_f86d73bbbb974aedade0e8a97c2ab322/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_652be54217d8450c9132ae3faa06ae6d__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_96158e6e65ef45d186071c92983ca535__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_81ba0ffc72bb4b40ab432a67d7e919f6/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_81ba0ffc72bb4b40ab432a67d7e919f6/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_34d8c96725324ed0b1bb68e94bfc3ce9__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_b3790290988f42c28495fb341fa8eaab__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_6e975ea55e8642438f64fa899f4e37a0/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_6e975ea55e8642438f64fa899f4e37a0/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_c09b09ea7be04e8cac77564d2a51f80d__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_99db90ce762a418f8f0e7cb361bc448f__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_86d08de2cab84dc18e4ed040655b6433/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_86d08de2cab84dc18e4ed040655b6433/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_246ef8aa58944277bbe9bccf358d1c0c__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_990246abdc8f41be9234d4775af72150__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_d308ad97fc794a539cf0d7df78afbb74__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_cc8969ad85834568b99782d9d0f082fe__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_54c44832b25b45f686c6a1341e7721e2__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_7754f01538f5448a8f4c257ccdb525f7__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_7afb4038e69c483aaff31e07e888041d__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_e69c6acc3d5e4d8c8a625d28988413c8__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_af0e643a7741470f968cfe728f891210__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0431918c18d24613bbb6201c155897a6__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_18b2b3a717d64023ac1f4b11bb1fabe4__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_15dc6b7e792f427f89c097c11d40946e__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_4ea14097a7f9438a92daca9eb64b96c6__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b9f40a6cf8ff49f899dbf7b02c3651e1__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f8a47b58a73446a39e5dcb2b2f36dac5__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d7ff085eda6b4c2495600a63a5d8e0b0__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e2db9fe80cda4fc9855a095376a39c8b__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_9f9f23bc35324206b138bca8f1ab659f__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_65019e96dc2b4f9b86ea1c0c52f219d9__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_774919fe370943a6a24099097b4a9619__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_aaa96245b11f4d92b92599327b2ccf13__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_447856a396d24387bf6740ce0e803262__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_bd796037c7074bbbb13f65d3a75ecb80__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_47d10e7842de4d4ca76b94743de26bc7__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_2a9ec1cc1c4d4fc78a8318e4a9628148__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_8f09844cfc1240049d14515b61029bb9__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_e92e3cff1cd54adf83fadd49f47c587f__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_205f527c120c432abba4431e64e33c10__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_58d4fad8b51e49e3bc21a23b7bf2cfc6__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_3d6827605dab4a909113f2421804340b__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_99db90ce762a418f8f0e7cb361bc448f__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_c2c209cd85674c9eadcb008a6e8a945a__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_d0b095b3af2e4362b691235c7042ac2f__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_d3dbda0db79447c9ba71789a0600f831__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1bb52e00390a442193e31b80fc422123__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_53f50215e941499bae74d2d3ffb79926__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4161933f483446f09775f3a88ea4a24a__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e5ff4650abd24f58bcbf4f9a349495e6__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_28b9b6731f1f40408628e3dd5cf9b02d__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0819d444465d4b9e8059a2927f5961c1__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_7db33966043f433d94a44cc8ecbcb670__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_392efdcc630d4d3ab3554717033b3bc7__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_947fef33316c46cd954fef0ba9f4ed6c__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2ed4ba62b466411285327301a259b233__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ddf9e6bf958c450f9bddf46b716e65d6__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_66c9d54108f4411c9c6f984f598b3664__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_1c6dd15a8bfa442fbb95119bceaa14a5__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-21.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_33635b3c587147ee8acb9c8c50712b1e__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_356a1a70be1f4582bec95a737df4e365__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_94435942c2df4efd80739166b561b84f__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c6fd9348d4904680b24b8033a18b0814__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_71054a86a54e45a8b2470ff278eb1e2a__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_d5b0d59a11774b8d9b3383f11b010cf9__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_876d6e21c0e34951aebdad39054b57ab__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_87b2c695d54646e385b90f76cd5e7fb2__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_039714125cc84b1e908c817b29e2d128__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_e602e0048bcc458da100909ee0f19d2e__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_e20d4152bcd3476b841fffea84928fb3__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_5af3a801a4a140cc89d8b8c6e4d1aa7c__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_4d8123cf16d64b83905855d0a754f08c__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_6443d7a38faf44eea3572a28165336d1__cmp_A" eId="cmp_AB">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>AB</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_AB" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0847-e16f7ce974f24ea6ada3baf4cc6983ac/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0847-e16f7ce974f24ea6ada3baf4cc6983ac/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Someren</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_a0eb0cc536a442568f4c94c75fd84f44__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Someren bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_33f6ad22a8e849d7b2087b539a7cd72b__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_c39b6d1b91f744faa157217e16e205d0__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_b07eeefb8a8446db84cfbeba1e202a2e__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_e3e83eef93284e85bcc208ea9ef18fcd__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_60b8174ab9d9466d9ccf8444955ccc73__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_d72ecc98e211400abf04faf9215247b3__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4fb78966ff6443ef80e0ad80360ae0a7__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a5d94c37c1374f739cebecabeb377767__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4a9b8795b7b94dd3b2f10f4cda38d334__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5d28f81d475a473bb2baa0420118b410__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_fab0fd2d986e4600a1e465250db69aa5__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e0775a7dee424621b350d91bd9a6bd07__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f4bdf80f6f4a41698edb47c77b8d1ebd__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8adb1e2372a24c9586958d6c2bd0a9cc__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_072e7098600643e8b603d31b2a5cf80f__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e276a9584e764d088dbc33bcd7e4e866__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a5ddb500fcdc4ac5b867c62b41a22635__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_03765e9f5b8c4914acef2533236f7ff5__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_98e8436f3e3746aab9085af8470a05cc__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_423f90bfec9d414f8e042bfe48273b17__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5c9feecaa2224e16bbd79d41018f7e8e__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7a117bdbc6ec4a0989371edaa01c108f__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_221b06f19f754a09bddde7ec8f436791__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_77fb0977514d4996ba7f4747a0fd6c41__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_61c10936bf8c4391bf082fe2a776c243__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7f53a493de514b22bdda4968b5b1f244__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9c9fe8387ef948caa5d4af4f2af837b7__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2e42638789944f2bbb3d67cdf90b9ff5__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_94c09f38bf5b4f0a960ae5c98e991167__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6dbca9c55e7442f8bd7300457da8752f__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_df73c3171d97433f9d3ea3cdf0dd5a6c__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b243b333f573486c95bc33b3f7902f29__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_639d497a27564511a9c49b23df230f06__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_389d1b6904224f3a8a42181c039a7a63__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_666146ea3fa640039bb6e6bca6f153d0__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_c9e8b00065c54450bf8a58138ce34430__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_ea9e1bd632ed445197fe60e9260a28e4__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_54378a3ec78a4d168c27c6c93aa86766__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1837af4dbf0c4cb4bde6c60dd7e46112__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e31b3824859c4834a1e9c25da03ea49b__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c5b7130d70b340cbae880a93302d9e2a__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e65e0111e0394d16b6fbb3bcab16d218__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_bbe0967ac43d48fca77b57409fbc02f9__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_fd069bae81054d90a8d295e12a6d9352__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_99876857e88b4b8384128ffae6fcd274__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_8132908702d44fca9856248abd8780db__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_ca639c112fe3436c90f33f5a47c45803__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_dbf74a7337564369ad5fc4fe9a38747b__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2401be9c4edf4d14930ab8fe31a6176b__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2d5c7e521c4d4535ab5e7c0bc94e3604__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_53061423dc82420e9dd160c8bfc4b372__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f36cf2238ac54076a0ef9a021f06acd7__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_24654c8d47a5492088c15b6fbef001c7__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_6bbed1e94ed549f8b378d96eb0ccd006__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_6d3386cb056d436bbfb8e3809dac21a6__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1688bdbeafd84ff0bb22b0212352a069__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f58bdedfd80141e6ad67565602ff347a__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b116ed135a8b4e0ca58cf181db95519b__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c7bfdfcb4794486ebd6569a7d1210b32__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_8546205575a7427aa6b4175f6a3168a6__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_4d63be530fe64ebea2dc99f99de7570e__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_91f8e88db1024adcb9b705df77d1b941__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a481748912d7486aa31255172bab98ce__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ab4cfe80db5b48d3806033b3c20ce0b6__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d93eb57515f740aabcc20d84a9d24d44__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2d6be576d4934f23a7f5538e8bd82238__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_9a4aafdc3feb46788241a801854b37a2__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_c19b945c001e4235b93a2cf4f2e99df5__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f293346ab16f4d19b2c819ee7fe431ac__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5dd5d10ed3c74bf3a65177dfbee79b3e__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_74667d9e28f34106a1b1db5ef15e929f__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_97c14c0217e042c5827d3e27a0fb160c__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f3ad71952838485aa0e743b07a8d0e2b__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4176285dda614bb7857167f0ed41c8b8__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d93e6caa60cd432a9d1ca3f56ca0eed2__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_4e7bdca3a7274b30b44a5ea5a01ce6ac__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_12e8e44cc58f4172b8bb63b6f6c9ca2d__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_c69e86a43d0e43bab3776023690303dd__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_43b6258f5b664d8384f3da4a7552142d__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_9ec2e4b194ff43ba833ae890e736c6b7__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_920d4a43a328453b86f3fba96db5a97b__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_2e472d3c34c446fbbf2e9d08384d4620__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_092d5b11a92247c6a93f89decd81643e__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d87b3fbbea8c4270bf59f292475fb294__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_61f4a102c3c6454c816cd58fcd4307fd__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_45fc8e861ef747da99c21f6712f9c260__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_bf65a53fa853461b93c4670a7279305b__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_280a50b3fc8444a997e3628922443881__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_42f391e1fe96470197e760b295a64a6a__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8bd9391538734c1f9bc29d7664094aec__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1617c98b7c594b4fa00c4819e39c4e5f__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_de079cae4e8648e0a6342d682459b0a8__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_2e472d3c34c446fbbf2e9d08384d4620__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a1a975860e1f4911b935af6ac3bb4270__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_0406178c8f904d288321b1f416ad7fc7__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_c04351ad6c42427c8a107bbe086afdaf__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_dab0f0e568cd4c9681063a48df857ccb__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_b87de739db394433954f6973f9006e75__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e6e2441300f840e591f69fac1cc397a8__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9250c514db984ecdb28fc003aa94e48d__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b347d3e85a1d46bbbdbf4d88d30da299__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a7d790592ed7487cbcd47da549a26c0d__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_62b41e11920047f38869722f5c32eb1e__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_9d763e04b5e5456f8d38b3bf73d61ec9__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_82d0f6559a814e96875ce09b0e23b368__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_b87de739db394433954f6973f9006e75__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_7abb839229b840e798deabb50db366e2__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_18217d463b2f4114b9a60bb7a120f1fa__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_26f3d8f867ac4bf5b4aa16dcb2c3ebcb__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_32c32c6430fa4a6aa804c22c5e408e88__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6ee92966846c48fb842ba75ec00d2438__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_88bc97f505664e41a524f20b60b8b025__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_516abaa864294f1ab09963aa67618c14__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3fa28a309fef41fb8618fa931b6d1dd4__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_254d49bbc250462f986a8fe355f626d6__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bc57bb74aae348cbb4df1ccacf5c7d20__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ecae107d75804c72a813ddc4d5c14c4d__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_d34ee5a884ee4574bf174f002b061410__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_0f8e3c1be33f4163acb8385d3bb98dd0__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_61d444b5390e43e9ab41558d3eb476b6__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_1a543622545d4eba813e7461b26952f1__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_aa2ddf23efba4d99afb19a6adbe4ea55__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_cd247eb7c2594fa78ca4186abc155044__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_1a543622545d4eba813e7461b26952f1__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_94dadb3b586f4e608dd240a529604841__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_4a28dcd57e8a4b7aa3a39ba17fe3eb2d__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_f842934e36f0423696579c6bd368d5b0__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_b87de739db394433954f6973f9006e75__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a8030ce4dade4b7384d0f04491259ae2__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1a6789a22bbe41869a3a119864f1c8ae__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_245fe9bc1a0f45238fe9334a546711eb__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ab9f8cc995b942b6aed19bb5519b59ed__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_342c9815fc364d06a6ae0030f41fc64c__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_73f16ecaf5d544e3aa113705575626cf__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_36ff5c060e2a448aa9896ca8b1f8c50a__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b0d477f1f75e4136a4667dbff90088c9__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_712e351640c44b8b90634a14db164ffa__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0314f30bfe2a4998b38e05732a852fc5__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_aff7c3ffd22a4a1a913d654651a9578e__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_ac7b87a15d1841998b0eb879b94acee4__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_9cbb805f615b4528bf9a56f081244667__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4bdb8e2ec11746e6bc2eb6ccdf1174cc__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8bdd4356cd584b7bb063106a77d0e4ea__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4f36ea2ff360446093146795dce1e332__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_51bec345ef8f42fca3e829800bf8d3b4__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a8dd370807b94f768d25326ab1ea18f4__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_52ed0b79cdb2444c9ea808ab3d44e3da__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_809a06f5e9214311b2f2f783e5eafbb2__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_04a74a61999b4c9eb5bd0325b03b5ca9__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_dbe2dfc1d63d46c698ecbb7bb4feb238__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_d7560f4dbfad4e64bd78efd746a78799__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_cbb4d3087d314d68bf808c29b45c06e7__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0003a8c3165744aa987db9936e7f6cf0__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1f53bc1ec21948fdab891a27eed23576__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_05183c1e54f746e6b8acd3ee9b743b15__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0f07a20013ee48b183ca05ab78625bc8__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_8eacc44a255a47de982ce70e18507712__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_a6e7c603fb6a4c4d8926d6d9db205a6c__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_40df6f290a614f01951449ea5c852907__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_460f539bbf2a40c1aa1ac9924c4447bc__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f430a38733d54925828480122ca5509d__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5aa85777ec564c4d9d1f2456a0c01f12__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_301b71270df54269bb90f0c939abf492__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8e6d7c59f1814579806a150ce8d1237f__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_a2bdb110ab534cf39a228835f22abdd4__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_a48c1262515d465c8e0cfd6eda011a4f__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_070caddb78cb47848e0a2c96f3188f96__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_b238a826947e4540bdf28ce61e6cabf1__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_1b35ae248da34558b1a65e93647a1ebc__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_cb5bf5ba5b694ae7a9eb96840cc590dd__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_6e8c58c6fc2b4a7289c9be7f8551439e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_1cc40a4faedd43c8bbaa96c67092059f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_21cb9ef9d1544715a2aacd6278c240ec__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_848968458ac24d1299adcdbd39fe4c4a__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_c85d01124a12494eabdecbb93086d38f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_895c5c03735246719829f7ee35d27231__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_4a9486c294c94f59915b70530fda4890__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_169fe9263dd54562941fd4296d129853__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_68be911b1f4b4807b55c4cad2b62cb74__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_b3aaaf9fd09844719fb52a2ffa14f411__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_db709befd02d4a808137a9a7e224217e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_d113485e4fcb40168d0ae8dabaf185d5__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_f4c8994c39eb479e8350d6105b932843__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_f8f297229a3e4e06833a6cae75d396c0__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_32b632c326604150a58f6479d3b66e89__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_cd66e71deacc46238335f69c9a26e74d__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_5feb3aa433974b6ba1d73d756656c942__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_1a3f1612582247ea8ca54f83b36a011f__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_050c033e88ea429c986cac6ebddf96b0__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_c756190c7f5a420b8d086b7639138f3b__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_cbb4d3087d314d68bf808c29b45c06e7__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_9c1549ffc7cc4721a80fe2d67691084d/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_9c1549ffc7cc4721a80fe2d67691084d/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_b026160667994c2583e66acf879214ec__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_2e472d3c34c446fbbf2e9d08384d4620__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_4029966ed3e24a9a82c452bea72a91ea/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_4029966ed3e24a9a82c452bea72a91ea/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_7697d81a175c40b2b0da5e4e6f4e76c6__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_b87de739db394433954f6973f9006e75__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_c64edb3ecfc142909d044ee76f18a96d/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_c64edb3ecfc142909d044ee76f18a96d/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_0fca24ff24474ab7aff74ad4c4ee9789__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_1a543622545d4eba813e7461b26952f1__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_07805d21772e435486295083381f516a/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_07805d21772e435486295083381f516a/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_76f1e6d8d16b462ebf5fce23f77bded5__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_9ec2e4b194ff43ba833ae890e736c6b7__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_efed553035ff4d21a782b0b90d253cf0/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_efed553035ff4d21a782b0b90d253cf0/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_0933dd12d9cc44139b886438532567b5__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_2559c1a74f4b4d7c9688457516fa77b1__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_e73dcf231aa448249b297b64f965096a__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_9664e8ef906d40a2895d97a644523cb6__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_29d45919849e4122973c3210e3c6cbf8__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_f0ab23af210a45ba834be8b8cf2d9c6d__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_7daaf7dc764546749954e0abb04da2e6__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_2d139b8b097c41888e1b10c731adbfe7__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_843f1492ba28449b91ae6fe1fd51ca14__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d695ee618b3048ea9dfa5d72b90369f6__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_17a646c6688947598af7ce1cc7f0113d__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1673d27ccd6b4a2d903a585b39213204__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_f8d3e389ae904c0c8d8a47fb76fd49e2__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_86ac2c9ed7044c569ee5ac4ea1a7f17e__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9a2af3d352bb4e0096db3722dc2b5d89__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_07a95d25c54b4099864145fdf7e80463__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ee41a1ff15fc429385785dd43e690e53__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_211fe5b04a8d4605b583b0d4b0a92355__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_502dcaba8737452d99d404cd8d82ef4d__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_d003508afd174fc5b15150afa449aa52__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_ebeb767fa0ea42ab8b2262d95a2121c6__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5961cfa37e5f41dfad5aabb78fd5c236__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_7b9441faf6314cb0b88d9da94a9609b3__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8c17d8b1562c4bd297581236d8a2e80a__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_dd4f78de25c64c9b8f796123b8be9d1c__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_c7c460161a4f4f06b357bc23409d1881__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_1c55a9657ba74e1292292626ab16f6cc__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_43174f33fcd5405f93f7f76f7911e04f__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_549c67153e0c4c82a97dc14a9c39c5f6__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_769623f35a03480daaf55186edde2c5a__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_9ec2e4b194ff43ba833ae890e736c6b7__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_bc52446357f34bb6983803de0743b3ba__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_236e2997dbb24053841c69a813e8c95e__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_c5d09336bead4f579200a03e4f349caf__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a672dd621b3b4935ad9bb7d81221d737__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e888f1f610454438958ef6c157012aca__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_016b9100237f4afd80d5e03977028205__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e17dbf1643a24915ab80ea1dd9891c9b__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_63933279bfc74a50b932973abe64fb6c__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_892dec35b86c4e84bd29feef4e4eeb44__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_75c71c681e0c48818cfd93d7d97b9608__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_77c7980ad80741259ee8545721c3eb77__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_b04dfe7da009439dbedd2a010e57b221__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7eef77ce62474b8987c6d0d75d615a92__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d35dd8376a134f3db9a1c995c6e6cd44__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8f8f07439822456aa030e29b2894fc8d__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_1bf5ff6af0264e78bb9784af7725b060__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-22.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_134c4ee773eb4072b66b9b3f60807316__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_504da3a8814148c8802d6510af8d099b__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8dfd99a27afc4eb28aa2cdfb2ff1b9ea__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_716b27cb594c47c5827f9d03d51326f5__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5c3b5e77762a46118ea66192a98dcd27__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_e68a9df6f120483097392ea4b8cc286a__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3fb587acafb347da9f0ad257e845d703__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_131f24f30cca417cb80ef782ea2312ee__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0a0eec78d370446ba30386d7a00e8569__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_5c2b57b5ba2648c6ae77f6078bbc742c__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_66ebd8569c4b446ebd0e10d57e1b658d__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_d2ce072df167420397f9849e51acfbef__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_cbb4d3087d314d68bf808c29b45c06e7__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_43ed2cf2fb054758bcf5984c058b1d19__cmp_A" eId="cmp_AC">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>AC</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_AC" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0848-00bcddb18ce34947a30db5186c7b2dcd/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0848-00bcddb18ce34947a30db5186c7b2dcd/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Son en Breugel</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_1fa67c9ae4534d61bc2ffce89347b665__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Son en Breugel bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_7f83afa4afe64ca8bf8f5d3710cfcf48__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_d9ee4a32d0be4598a9bad44a6b64017d__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_30342efcd2d5413aa7e52c28f7f7a369__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_8052f2adce154cb7917c2b1157ed8ac1__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_8f0c4ce0040b49dd949934122664ae03__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_708dd3dbcda848ca89b12da9068326f0__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1f4f3069c65f40ea901c86737c2b8501__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d3af4991c0ad4746bd22cdb2a4a12b74__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8582268ef53746128383bb5daaff368c__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1dbb4132ceea4b9f8cd760a57abd89dd__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5cd5aae4ad0f4b589810e23d63632711__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_68370533ebe04e8a816dbc1bc0bb5f57__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f1ee10d18f6344b9ac060c1c8d9e12aa__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_22b292b210de4953a6d6d256b5675d89__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_181fe1f50efb49be9a5392bf260f1f54__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_fc2a2cb8b06845468cf3148ec85a6a4f__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_58b44e26dabb4ef19040aaec0dd96eaf__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d6f78d7a76564e7299a85cfdfcc845e3__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_a576a86383a04bcaaf99438351b95998__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_863ce00d3f0941c792d3637c7ab9f376__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_281f0451cecf4922b6c6a2b373361b73__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_297060874fbf4233ba4af531b248478f__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f2bd24e3a99745d49e0cd01eb9772dc4__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_777426cfd76445cbaa89603ae5885542__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a45b01d1ed044a7382247df1513508dd__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9255bf5917d34a7a83274837d7cf7715__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0bdc068216184a78bfeced4fa374e615__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c937f28a491741219a4f5ced62d71811__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_42c9947965bf454b9ac203e661f1867e__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9a0faa2f76164716964d8686a5a8d3ae__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_15157ee9c71a42a1976d6df01441ee7a__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_17e9931dc2f6468798323419ad19433a__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9b05db1d524f45cd919f27added176b2__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_77c078cff84d4959ba7e76d07520691a__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_369fd2ddf01a47d582585f8d1303582c__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_b0959f3cf335427883c230a25bd1aa23__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_a306b7b172c041d2be3d258fc6f16aeb__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f99634285e33407a99ac49cc17fa73e2__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b9a5647752f646c19d24966d1c5bf808__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a2dee85cb1f5436ea161e03c2e1fbe6a__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_86c3b21d83a94e96b4b621ac48629832__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_463b62b562234b79941e40220f57d308__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8c85f649ca294460a8a596c6665dd5b4__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4c34f7341fb44965b61fbb3d7dc0335d__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_08b02d2cdbde44f5ac24e87d2a36b345__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_30bd21c1294e493a8efe1f8656c36450__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_5efdd14d86b14c2fb816818753e8e5c5__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9c7d9e6cd523453f9e2242b73bc3f10e__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b3aaf97322064e8e818d1ea28c680798__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6d607064a6664204b6019d821a73d0e5__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3d6c438bc47e419890031d6e5277564e__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_13219d0a570443359f0906a3061f4a2d__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_9016f910833c49fc9fb30bbc7006b743__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_f4864282f9814746a2fddc205e54d1f8__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_a5f26f72dd31485eaebcea497a5ccd40__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0aee7809ca8f4eca81af74fca333570b__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_833a39d8393645b5ad5196a7600695b3__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f0ae000c26be44dc94327bf2b382c56c__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0e04479a785343bca363e68dc097e346__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_94c50b758aae48d793cd42cc730f7be6__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_cf83c7beb76d4a2cb4d052d6dbecd5ab__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_392a1841c3be491d9ffd3af2add9f8c5__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b6bad94fba9f4afeaface899884ec955__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_abdf1b89b0b14593911b247951cfe51d__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_42d64f882ffc44b6a625ffe451cd719e__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_108e7ca9b8514d05be89b32552e4e64f__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_c5c4a57514ba41c6a51328b8db805567__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_73548b9e4e40455cb23384257853d608__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2786f4cda8b74662ad6d0eb8d7a7d1af__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_94da5888398a41be922878ee04d36dbd__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_55f8d05889ec492ba0ebe29938f633ef__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b624aaff16074aacab6b8f5faf935093__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8af8fd82738a434bb5d46d1153bf5d14__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d372fc4ada5a4748be72c113e68d7feb__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_146907a8aa014484ade436a5c92fe39d__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_2f96fc5eb55a409a80b1b87c00b4908e__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_f8625145495648f78dc5c2bccd46366b__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_8634323ee1a04402aef781f063b287f4__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_c83c1a105fb547bdb4822938c6a2db7b__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_79e4e2356927408aa3d95ec37d8e6657__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_1e2623864f014deca0ae0610dcc5a778__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_fb72224e8d45486a8ff20ddcd1f5dae2__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d5be4f48c6f34bf381a01ef0efd4146b__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1df29291760a48349e6ac7eb541292c7__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a511600f77cb47d5b80e72ce9979cdce__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6729857ef8e74dab9b1df14122c52b3e__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ca5fd57b0bd8465eb8dda9f8a9c710bc__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0e68b9b1ad0a4979afb782c86096e71a__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d393627d510240ba96afc52946c9e506__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e12afa91f9d446fc84c2a0f20d45057c__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a158669612614553837a6e1f732229ae__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_fc2bd85959284f98814bc01afb0ff697__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_fb72224e8d45486a8ff20ddcd1f5dae2__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_796bb3bb0b2546f69f81ae1001afd556__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_3ddbb4a8c9254faa9153495a445ddb7b__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_21e0c37049114eebb2d7f57ae6da9f96__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_0dd36a29197b4288ad11978867f2819c__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_683ad3bbd49c4a0cb2d6b405fbc20bce__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d308995d53c1498182378d55d8bb4c5a__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_376041c1c1164268a8d77a71f281275e__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_611b7ddb233a4398b2616e49d487bad2__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0d816f1d261a4927860523c7804cd3e4__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_c5f760e7df22482cb952060341699084__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_7cfd99c127a441d58fbfef0f7b78ab1d__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_1504599f88f14963b13c4269733834de__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_683ad3bbd49c4a0cb2d6b405fbc20bce__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9152e6484c0149d687a38a79970eac54__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_727067c9b017464a817c986a5f8571e2__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5bc09d43ca2f42dab1af19cbb98f95ac__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_88979b8258ad4b0f8ab449c3d983e866__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_cedd8277ff214709a331c6e2428f6296__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_06f0ce67607340ab80b5416e645f34d5__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_91d5853f510241159aa8164763b6ee2b__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2bf319679de649a29fc8b673fb26048a__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b55b43ea20a445ceba228c6e0fab491f__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c11f02a774ed449292fb00ce72005301__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a0f25daa8a974802b19d6c2488cba2ae__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_5cfa1ee80d9c4c848f0638d91068e247__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_626e85c31f2c44d4a3494bc45550f2a8__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_755238828dd04a21bad542ca79ec44eb__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_41af47ea86e947289ef8e487e8696dc1__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_253165c9995b440a8dfefdc114b250c6__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_41d848a952a54918a5b82659261aab6c__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_41af47ea86e947289ef8e487e8696dc1__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_a575a57461b14aa2aae919135a9ce3fc__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_021291401d244cf795b2dc4986e59b1e__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_c8b1f32dd1cf4f6eb65fade952ef7dd9__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_683ad3bbd49c4a0cb2d6b405fbc20bce__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_cec554751d7043c3846d598c116c39db__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5798305a2b264ee38b703a3b807258aa__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ab93aa2af67442d2b1f1c7a121cb99d1__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_30a59b74d2c945788730d9f36fb919e1__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_59894469d7ae42aea9f44ab6786ef7c7__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_9801ecf654bc4d4697ae44355accd83f__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_d5d91ba656904bc7a2280a098d3978ed__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ae4ecb655bd444e48bb6bf7248179388__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6aaedb2b2bda4846902b0ddf70922ee0__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f6a3e839cf5b4b528e7dbe0503f57644__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8f21f9824c4c4b4393d656b25ec1f654__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_d427ebf11c0240cc956141a742bebbbc__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_b0f28daa02f8494cb456ea9b17430a36__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_8f1125edc31b49f897519defd1f3f571__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1502e722d2874065bc22da53232df3ee__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2ba34f94ecd5435c82ee0ea16021b3a3__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a36e1c054ae947c0a89a590fb0f5a10f__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b90d4ee85e6c4be69f3b4357d38c5830__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3232a201d5164126bcbad6da5760685a__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_dc73e1a5b7ed497881ca25ee75da03cf__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_fbd7df3fa7eb40faa10abc029efe4592__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_6a6b521ccffe4cf0b3ba164f037913f5__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_2cdd9173fcb44dec93b942dc0f17e9f2__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_491a80779ae3442e878b1f6f8df2eaec__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6d0e23881e3f4b1ab97b0d23678c1682__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_dc174ee899ab46d1a5166bdf5633fec7__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_00f5bb5b6c60467291afb59fed4c9a2f__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_cf78df54548f482abc33b4ace8a6f502__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_8212839736c14a8198eabd9059fc8560__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_531ded22bb3d464ca68cd0fb547aad97__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_27e5caa781b9455f95ee30a77bf166ae__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_bf8dc2ba3d20414db2b89d3586cd0f82__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_04add79bc44243599cd4566b5af4a58d__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d19cd11303794f7ca6798b08141d1c79__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_afc5813da7884a37ab5cf77bc01e3258__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d6c21d0e20204d348209a94c7c35e387__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_428c78463f0040faa2181c26bec576bd__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_a65d4da1c1ef474a858cc2844c0900c0__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_4fa62767d4584a88831a5b59cecb9cd6__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_11ea1b5b1a924179ac63a96098853058__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_a1f135f234c44895897f785fa11e6af6__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_5217daf630a24327b8211aadb8091d0f__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_0ecde0b1d3b04789b1cc4fe6be6a7ec0__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_6e8cb1aa82cf4990905d940070717494__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_714ba122dcfb4b209ee94d191e58c49f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_825468b737d84065b88c6d299ecce1c7__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_bfb77caddf3e43d4b7ff67f780e028aa__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_87376de3857f48cf8814c50b63fe2377__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_208c87076cbf4fc2b29da99822625da9__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_37ce8a93e088434dacfc443defe59bb7__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest met een relatief eenvoudige techniek wordt bewerkt, zoals aanrijking met stro, opslaan, rijpen, composteren, tot een capaciteit van 25.000 m3 mest per jaar;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_28a90239238145aba3038d67b2e2ab61__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit gericht op het verwerken of behandelen van dierlijke mest en de vergisting van plantaardige producten, als bedoeld in artikelen 3.90 en 3.225 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_4809ea95929c40f4b56b7e572df7d33f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_36f8b329863a406e87ac95fd37fc30ef__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_d69e4ef641ef4649abb2f8bf613894da__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_7941c3e6da5b4eb1a7f6e2b962798800__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_dd11b7e589d0486dbf8c49caa88505f8__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_7c014431ad994008a929295ff1f97476__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_ccaddf6312bb4efe97b9c10cd0ed6b4b__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_3f770ecfaa474470b7c283c4bcdef132__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_453f03316d34402dbda22a3a1c722075__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_23711360ea4e493e9f18c928567671de__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_819162701d994d5a95ab50c29423ead0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_491a80779ae3442e878b1f6f8df2eaec__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_731b2347e7434ae8817edcf59817f0f7/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_731b2347e7434ae8817edcf59817f0f7/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_bf1830f47560471481290c10d4767025__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_fb72224e8d45486a8ff20ddcd1f5dae2__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_4039c67b699743968c227e10f3303d8f/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_4039c67b699743968c227e10f3303d8f/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_f9162bf32bc04165b18be6d1b9ada6d2__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_683ad3bbd49c4a0cb2d6b405fbc20bce__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_01e417be7aa641c6ab822dba4429155b/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_01e417be7aa641c6ab822dba4429155b/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_3bb5bf58306d4ff8907b45d8220a7329__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_41af47ea86e947289ef8e487e8696dc1__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_a4541fa8051c4b18bbb25f0f3048d2be/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_a4541fa8051c4b18bbb25f0f3048d2be/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_d7f2755e875548d69d65a03e12e91dd1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_79e4e2356927408aa3d95ec37d8e6657__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_ba76e9bdf8c14539b9f3f000d76ea30f/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_ba76e9bdf8c14539b9f3f000d76ea30f/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_dbb4538b5c9747bab7ff000da8a7fe99__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_527fa88bce014749be5ea704c787a2b1__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_347445547d53477ca514342f022c48c2__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_77eab87e99b44060b94c87dda96cf27d__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_b18bf628f8a342f480c4a4f0b2bdd1af__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_6e7d5eb6b6fe4a98869ad8787fb3ba0d__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_4097c9e842774f469bd659c020932b89__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_99e81ad73154435e8cdad9aafe7f4d81__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_bf1b010c09c14d798c6ce7c66ddbf47f__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_468a39437d334391a1951228746b20ae__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1aef550eaf2e4d85a99b69431482db7e__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5360dd938d854c71834b841e8805fbfc__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_048b64be95a148eca4045a2c48cc06e4__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a95070c70c4a462aa277d87003e4cfda__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1596ce0cf7a941179a4cf5cd99d36872__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7520d86f159541999fbc554e178b872d__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d08d9e653d72429385d47dae4a9b4f5d__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_d53be448cf794b4e8bd07c2929dd0748__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_feef724999da46b09a6fa786cc3f9b73__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_1f88eeb46caa40b9b40ffb518a562c9b__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_66fcbce179c04a30b9a7906e62709af5__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e913c11764aa46e3aae77fae59214cfa__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_94f828a2481e43f082bca8ea5618799d__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_98c59f8671fa4087a1223e57e92404fa__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_3fdfc58a871d4e2aa5529661c866ad1c__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_ec9c78eedf0f4bad888f3a50de51e88a__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_812bbf9033cc41e5a19717f5d4173c33__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_1fce9263c2fc4d3b93a45db7fe999c30__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_acdc3e5bcc3e4b8984d17dd385c279c8__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_5c1ef19a58f14ab4bc2a0093fb94413b__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_79e4e2356927408aa3d95ec37d8e6657__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_e6e0dc84035c417d82157cdff3ea7728__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_947f98fe2e47477a8351eddf575bab4b__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_29ba4672ec2844c39d0d7a52f9a389b0__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0da4f54118f546b9a4ebada97636ab6e__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f6880588237b43ed8955cddcbb0cf6e4__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1b2a9b43dc2a405f8ea08eaccf732cac__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_cccc67405f3f4bcd8dc026025dfca42c__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c26ce7d77b5d48a5bae3619fde6ca254__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_93cf000a8e0b4e5385eb0e109996b862__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_47752dee33b24f2cb3c804e927bf37f6__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_43f091e9ffc04cf5ba455ddb8a416523__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_920dbf31d1df45678d729883ae4e03f9__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d4d6f9fd76d743148f6cdaef6563e608__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5dc8d99e80224ece8998af0bd98ae9ab__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d9e95df4876d4fe2be7d85c8912dde7c__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_1e186272344c4a5cb17e4b37d2b0b406__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-23.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6f4a97e78f5b49eeae927b5cc6005f97__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_a0464ca083b34293b8a01f38dcf942bb__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_96f748cc24ea4f2099a7328e876c5c01__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ab227c0efd7a4170b6c8d0499033ab37__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8329036257e24303962c0b852c9053e0__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_59a7f3068d2647ebb5d4978030ba4ba8__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1155ef1afac94a0eb908d9a73aae9115__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2cbf167132484e32b934195c0f5823b6__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_903534e6db26445a8280b04e30a167cd__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_f2fdcea581af40f4b56e63dfcae93769__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_d59cc85945ee4ad68a3e64240a96550b__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_78d7f8a8dfe143d2b09fd9e2b0d4a90a__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_491a80779ae3442e878b1f6f8df2eaec__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_7a0f2e212cf84e5f9b81d4b68a9b7c31__cmp_A" eId="cmp_AD">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>AD</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_AD" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0851-ea83fc44f6304728a516d0063a50c3ff/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0851-ea83fc44f6304728a516d0063a50c3ff/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Steenbergen</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_9b7a980dbcfd4e4fbb66145d79d614bf__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Steenbergen bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_61ccc96b7e6e476d95cf7edbb4e3e87f__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_0617f9a6bf2541cfb6e5e587e1471a3e__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_05aa5629eef240f19af29f490c5ae74d__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_ec92a9391eaa4be1b36e57a86037bdea__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_e2013219083c470c98c705a699b69efc__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_fe16e451911d4473b16d45919645f6e7__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9dba94e75ce3471d90087dcbd943f896__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_298c796ae0e3476b94bbfa595c72e37d__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_926f45d634c545beaafab33e9864876e__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ec15f9329384421681e672124532050f__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_2190ffbb62ff4626b8d6ceabdfb0f76f__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5abc2fcbf6134bf68a0eda8c595d88df__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_69c3ebb5f0a84e4db7da4cd22ef6973e__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_44735ed1c49f4c26997ef121fd9193ff__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_05d961b669eb4635a8f0dd0a290d0764__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ea34da9fc9964350a956d5c2917b58f1__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_0c832b47b2b54378b2c7993171125d00__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bcf2af0bb93946508141a4c9280ef8ce__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_44ab197151274824b9eee05d25816012__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_db27691609fa4a4aac2f2a94000edfa0__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a9c3246ff7aa41838507cc1b3f054a11__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_50d9ecebb10e4f43a52261634327dd12__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d56a95e298e042d08e9825799783d3b9__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6c56cae412f9429d93bda5a073a51d8f__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_05c9692f4b124838be207cc3d93efad5__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_53f27fe3eac4460fb984872bae240ea3__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f838c23754294e6db54c385e16b0e453__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5f3e6515668a43ed961127073890e071__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_907ef42e759b41239a8915481a1e8822__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_72890ab26cac4c83bbc9b58eb58536a2__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9e4780476d75411d894b1bce623cbc72__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_39b96c557d8d4d4584be05e6c99792c5__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_42be45bc179446baa658af8902274947__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_15e9eea71c004d938653d5cdec23a18f__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e01a2b63719b43dd8eed2ff4fbf4ac63__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_8eab750df5c64736931439bcedc881bd__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_e39026554b2447f1aa0f5c06dea530e0__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e4355be902f54198a329864021eb0b2b__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_43ea3d71a973485eb4b2db5eb92b3d17__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_494d65c3eb5341fa9d75f1e67c63ad91__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0a54d933dffe4841973943be4043c875__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_7cc9e5efe98c4b85ad391abfc381c32d__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_461113e0fb6540ffa6d98f52639588d8__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_16e73b03f6ec4d6ea6b5e7b934850841__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f943993aa5844ad18b32c8fbc44cf45c__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_dee76dd05def43c9b3410c8c8290f6c1__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_0097b56c1c4143afb6f2f2fdbe513c3d__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f698b3b5f2e14dc788f3ec2a17df84f0__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5dc6b5660426442280526120b2ebbd0e__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a03cb6c445474ecc95ff3fbce4f927f0__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_318aa59511dc461eb7da652f8f432089__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_880348521ef84420b5297dd992d1b872__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_f7b8f3631b2547f688489e1f29f4d779__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_e3ad629d50a146d994b55ea9ee503971__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_01043675faaf4fe2aaad1f41e55b6b8d__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_93c5917280b349e2a9c8ad79341a39b4__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_07b064e400ca4ae588491fb1d8a7aa19__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_62f5ebdc4ccc4e0ab208d06ffcaeb031__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_444cadffabc141cfa56cf5369dbdd03e__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_efab995a53f54f109e3fab71ef76618d__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_8a36a0aefbe54280b5b03d946ea53290__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0b5200cde869450b94da3124230293a6__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_cf84633407e54dd3b30a13642fe7946e__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_308b2fa168314082a36d52d2af2f35eb__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_62158e8ca029459d9ee769d4a9a90343__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9cda417cb3c0490387beaf41cd76f207__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_17325a47a6fa4008bbd18d784915d3f9__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_513dd9b010344b67919085ef294b90f5__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3aadceb9a1284e55880316afe2ec72aa__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b4bac69ff2ad4b98802e64030149226c__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_44fa185955e34b63bf611e7e219633ac__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_109040d93ad2415c9e59fd8e95a7ac7f__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_953a13fa825e48e6be41a36a37c3cc6b__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3feb8917e64a44e6b202fc3290977cbd__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a3228266a67c413ba83958ce3186a7b4__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_7fe6b7ba320d43aeae521f9c7e18cf2c__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_4660549e3dbb456d86963b37be10fb8b__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_16a65e37b674464fbef05de600795538__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_7d898e1cfd66460a80bb6db7420c9823__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_eea5783f4b444a6ead56207ca7554b4e__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_7fbf25df009e4eadb2e153a08da37239__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_3421ec62c76d43d682134892a77993d8__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3ff6f91d07a4475787b210775abc1a0b__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c933c9f78f3747e6899248d5e6e2da07__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_187c11ffddb942c9961d1d4be6f7b6cf__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_934acda2c2414c9d8110dd904f982be2__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1eaeaaabac91400abdcd992caa2309d5__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_30b3f3183f224881861d02593baa65e1__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_92cdac8121c54125a613d5251ef109bc__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7288558c0209467281438513afa11610__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_935621a640bd4c49bf1b07a07ce4f210__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_b8d0e0f666494d5687c2bef3ca5c8f70__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_3421ec62c76d43d682134892a77993d8__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_34416ec2c6694cedb0d09385ae60eb5d__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_858041a9bbfd4f1e9e32913e81f5cb3b__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_8f2823c6eecc41fd9b2f79db30fdcc21__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_557b0e679c294f37bc4e80f329e26185__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_bb14f0c516894d078e442fd4674fdae5__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ab304f89c17d4478be9a987566e4ee65__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_523e7b1dc01f4700bac21523a30fa3a4__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e654b1bfea624216a5f8f4a45be74e08__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b64ae4c73222438daa589c56d47a78b1__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_ed917a59caf34776b3c4d424d013f139__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_7269d08ce477409aa83e21e46f3113de__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_689bdb9380e046169cd50143be3f4f31__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_bb14f0c516894d078e442fd4674fdae5__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3a9ee28b43b44678a1e20878b7180233__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9bf564cea7c54b5495f81c6169709866__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e748f7f043b240dcb7d7c139dd345d10__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_55d5fdc153374a81b72e42f784c7985c__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_bdd27c46532b4ef0b8ddbab160cb73ed__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6132a955bacc4020b82da3b9f29e32fb__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f9a7fcb2d4c34aac91a5267a4a359748__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7f6ae2f58f234892a84436a3b6cfa29f__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_474b6474d8bf41d2ab545d9026964dbe__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b82c6e909d05425796954b0fe0b392ab__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4340127b3a0c4ee3a44fe397b693ba02__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_1841fac2f1ec467c9dbfb4337a91b7f4__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_5d2ad8fabe6d46bebb5b814f22ff3bc0__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_b7e1f3862eba477fb65f702cf8469fa9__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_37eb2e3ca28f406388644368265437af__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0357996c6e1e4bedab21101684dcf38b__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_6c068dd660154af9a2e0d82926ca5ab1__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_37eb2e3ca28f406388644368265437af__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_527cc42bf74847ff9e8e4ac3fc66c7d8__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_372deed6fcdf4b89b7bb83e37a9f846b__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_19e8147214614fa0a1bf9a9a55e0bea1__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_bb14f0c516894d078e442fd4674fdae5__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5d50ea73174744e1bef5a60f508928f8__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6a0d5dda68a944faa1dfb9574c253c2f__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d77476d58d0546569e48a232d176b934__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5f18066a22f54d4ca972eb9abe125228__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_4e9bde82b77d411185e549750319385a__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij - niet van toepassing in deze gemeente</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Gereserveerd/>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_0748423c64754a2abb3ba2fb7427b14e__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_3f952b6ee381456cb9d97b87bef013c4__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_ea30107b93ad46da9c8fb26532c5a01e__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_c84ea3d57be04d008d4ced32d4cd4ec2__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_21eb69ebdc9c4b88b20de4dd115dfefa__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_329756427e0c46268c00dbd756057b35__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_61d898424e7240548f02484baeaf1556__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_06bd71ace2974631a94a98dae0fbe477__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ca6f8ae12a604286af85202417f9f148__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_8af13d74fea34422831d348c4093165c__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_af4bf1f26ff1486f9c78f9da9cb2849e__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f3277f335f9f422daae5889c1e488cbb__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1522acfaab4a4e5fabbf9f37b9743080__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_91de64b9e1aa45bc8448bc07b12a4ccc__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3c3bfbbd84764283bd6dd74d4b9afa2a__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c06afb7bb87d4a9fba3455e25d3f2150__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_82ddd1bb97ef4ffe85cfceaea4619eed__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_3395837e483b46e0aca2e862f8925cc5__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_08342f2afb24494c9afc30960adf4bd6__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_325ffecdc3794c8093cb5a957d1e96a7__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_edfdc8fce9914693b417d676d5ae3533__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_9534a8178fcb470793c66ef2b156eab3__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_348b71ef4a92442291abe522dd5c3863__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_640fa911b55f4e54b0069f70eacfc0f0__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_f05796c09b9d4cee93692646f6835046__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_611ddb677e144af39cf165899506dbfc__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_3066349703a24ff6945cf2fcf663f3e7__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_effa3e54c3454bb5abaaccd45e568488__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_c27ac7acbe2045eaa24d8e410ad8859f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_b305ce5d5a2849c4a545b323a4159786__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_45f7fb05565049e8bac28d78c5e6ebef__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest met een relatief eenvoudige techniek wordt bewerkt, zoals aanrijking met stro, opslaan, rijpen, composteren, tot een capaciteit van 25.000 m3 mest per jaar;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_22a0f23aa1744f8d8542673ac058fbf1__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit gericht op het verwerken of behandelen van dierlijke mest en de vergisting van plantaardige producten, als bedoeld in artikelen 3.90 en 3.225 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_299604bd2b9d4ce695f6f4be287328f4__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_7b80fd8b315146b589fc318d6f64d660__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_8b47851511284f91ac6ea3681ad468a0__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_613dbe7908f8444082dac98db40a5f76__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a3a17be736d54ca3840be2fc16dba8bc__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_16b2f4a44c9a447cb3bc32fddf358a2c__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_ecbb9604fc08480495eade143f6663b5__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_530349cbbb214512b685c8f7073944f6__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_2e5dcc27226f46e296aca44534547b54__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_641eea33997941c4896c3ec9b6645a7b__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_23ead20436d145eb88514ac3543d0787__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_21eb69ebdc9c4b88b20de4dd115dfefa__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_f132a26a5b99425f9ca02b1ab967eaec/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_f132a26a5b99425f9ca02b1ab967eaec/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_b42ad8e60d7140a6a5b5581b468fc7e1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_3421ec62c76d43d682134892a77993d8__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_c09cc0462bae488f857e97d8e841f80e/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_c09cc0462bae488f857e97d8e841f80e/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_6e6423d0b471468bb18bbcaa804d62d3__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_bb14f0c516894d078e442fd4674fdae5__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_0eb18874a20e439ebd62ea360e074467/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_0eb18874a20e439ebd62ea360e074467/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e55053ad1baf45ffbcc1d311d0e6c7cc__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_37eb2e3ca28f406388644368265437af__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_8778c242ed574492b903cd01d01c2012/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_8778c242ed574492b903cd01d01c2012/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a91f032dc85a41d699fb4479e7fe2aa7__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_eea5783f4b444a6ead56207ca7554b4e__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_e3797b60afd541f2ab60f9d0b65150d9/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_e3797b60afd541f2ab60f9d0b65150d9/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_a576743d8c564a3692eee5667ca5587d__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_09215e427c594818976c5826fcc00a37__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_a6f76340ea1f41e684cd17121dd0bb69__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_78405cc6036d4f5b97d9d29333481463__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_136f078609b8417a98fde42b92514a8f__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_b10905acf4674b08a9f46e57e01f6ab1__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_99b72a98b82c4c6d980b6adbbcad336c__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_41f18a33ecdf47bbb65766e4e5117d21__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_82708090b2a0474798077904f931b823__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_051ebb43932c42b7a8e884ea130fecc6__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_100fcd373e844ba6b3feac0acba88641__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d21b7c7287b6406488199db4ba9c598d__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_60ead6d7bbbe40ba83ade349f731bb2e__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b992ee0d40104324a6852b9570be0783__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6f67ef43310349ecae3842524537499d__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fd7387920ba148a1add5405a20c005ef__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e1f588a92a5e4b758d87b61afdf5078d__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_b36133ad08c84f159e501e02ddc12af4__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4160d4e519354d68a19195bbca3a4633__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_c6d8272b6bbb47b69197bc895fc689ca__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_cbce5d8afa4545e7afdd89f8341cc2f3__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6df36fca0d4b4c05a136a5d5b0bb93bd__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6b09397948af4bd49e9c80b193650563__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ff727b3bd2de4a33a237453d68008b01__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_bc34a0c4a5b84c8689aa25bcee878fd5__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_55c95c6848e2470197c8290c62630966__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_eeda2eb2a1c84675b4426328c780d519__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_1e3a39dc8b124108a287b6b061c5b2b8__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_5748cd74a4394211a12375afc9601300__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_58d4229ca0a746ebb1c5d165a743544a__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_eea5783f4b444a6ead56207ca7554b4e__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_7d9ca1d623c04c698f4308f3ba2cc7d9__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_02e18c72f5784b28b9c8ab706cbff792__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_ee44d89c0fd8404cb6e1fb1b289e8cc8__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4870c0b9d1594c41b24402658f0636e0__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_0e82b7f24bc94a488701b42a5b26c7af__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f4b2926a15e8492a8d2c05096dbeeb8e__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_cb0efbc572c94001b58ff7eed9f24c5a__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4c51127de2ce4153947882c64136a7d8__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_388527cecf5f4aa09d5fd002b2ee880b__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_ed4b1fd53bad49ed8102071647ab99d4__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_3f1b1eeae151414287735630be7d851b__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_7aa90f338c634d5c96150ea6ae1ceb86__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_a0701552d13c4633be6e94c05f04f9aa__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_21eb69ebdc9c4b88b20de4dd115dfefa__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_872b350003154f4180ded05547b105f7__cmp_A" eId="cmp_AE">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>AE</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_AE" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0855-0a332d9da6054d268e6388f2c458ac70/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0855-0a332d9da6054d268e6388f2c458ac70/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Tilburg</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_c9abd0fc4f594613b92a266814932217__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Tilburg bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_65c01536785f428e992fa3a18b6d0bde__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_3b8fa8d5f6e04ab7a5e60ef19bebdead__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_e793d15456d943c0bde1ac0ee634c2e1__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_4731ba86519a426195ca249c9b82cef4__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_1212b0ef35fe4745a30bc97ba5a151f1__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_ff8e0548247b45f192be91b6f7430369__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_08d9f87463494ae1ba61b2081f4ea7aa__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_95090e1a33854113a805e04d644d8c90__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2b98c08d09c249cc8ba564d883df6f5a__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ce287a92048345d0b5badad7cc88348e__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_12930c10edeb437288b28bd88c0d2ae0__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_42a6b5e39c55409196d58c2599153b81__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_08b39762961a4ad38528099760478d50__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_860edba5238e4ae0962ebfe9d9127d80__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a366b049affe462cb814adb45fb8bcbd__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_52439e885bf34abdab1fd67bab528b18__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b3dd444dadd6451084c08bb20b38cbca__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_69202657a3ed4cdbb8bef322f061e361__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_a368dddb121d4549894a705fa2dbea99__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_d90b9585d014430ab53a47e864a69978__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_335646ec998a47d1930842ffb54712f0__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5287a9ad44524aed9e13a41a3c123620__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4b00ce81c74441fd9c1fa2f5d338aa5d__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c786c1ff24654ecaabf60ff84559395c__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5d520b05de4b4c09874dd1f01d18284a__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3eab49270bf142d5bc802d8201df65e7__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0e50d4db5839411b86f241f2d6007668__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_975c015224ed4e2eb9e8ebf9f9bcbac0__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_eaa3176d7f2247058e790d48d2c915a8__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_33ae92173d2d4e9f88fdf7fc771aaa87__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ca394a1fde034305a8fc0a23ac88fe02__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d8384e36221e4da58d302bc6bd2e7523__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_34f783deeec546c99af8a573e068fa66__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_be23c4484e354a3ca121057c685a6c41__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_88bfc44ee84b442bb8c9338a83d31964__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_8286d229ff9c43e5a19fe753f50f2a6c__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_cc9154b46b7b4e36a3320b3807078fb7__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_243e6a37d269490885dbdfa5c434d021__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3ac02feed5aa426794351baf0ec9a81a__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_dc08ffebcd2c4cf0a18048afd533fde1__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_14563732579d471abda343bc2ea672c0__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9133296dbaac4200accd9e56bf27f9f2__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5ed2e64869604f3c9556d56455e1fe05__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a568a701004541e686576a2a2fec4528__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6525e9d4775442ed8078d56fd2ab645f__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_9960be68b45b45af84d1589cd3c67c36__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_da472d83f7ec4c6ba7c40ca76a08ddf1__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_644130a23a6043d6b8370bde4e1a0659__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d886ad2284fb4873a50879f9d2d7931e__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d351caf0a625448a80a6bbcce7c4d1e8__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4129324470d9427ca1b4f749915e3412__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4b10f56303f244f39535ff97db338a6a__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_2fbd73ab48e24d78a4a04bb4c54f124f__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_d124cceb150d4c88a38060d2552f73ae__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_1dfa74ad40184718bf16b92b702957e8__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_344aecad297d4e6aa7e1f923793500f2__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d8479a413a684971883c783bea3912fc__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8838898288aa4664957febe10d8d4dd3__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_47a747358b994a1f8244d79cd650e32b__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_03e409bf7ebc4b31a75aa6bf58333cdc__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_d9d78c53cfd24deb83a683acd23493f1__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_39ae41331eb24306b313d64d595f0ef6__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_aed8d6535f6e4d5583136dc2324391cd__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0b1218f73d42402ca97f2e534c1841e8__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d3d577c22d1b4be88d6b70d8eb84fc08__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bac59922893b4db19eea94b361fb017d__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_02395261d5044026b13de16cc067259a__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_9bb504a2b89c4916a3485f841f54f31d__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8b12bd35be354a87bc8156e1d2a7104a__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_40012848a00a4b318f015f60ff03adef__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_af1816bb4f4e46e08f4b009084651b5a__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_2bfd479e706a40838357f78fa5f0e502__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f7c8ff738bd84113b9f514155ba9085c__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_aebd9936ba3f43eab90a0d5e92be0b98__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_cc284c9a4e5e4a50b254656a3d07ee85__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_980da07654834cf3b6718198e4afb716__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_9b1ca52a8ff6470b9cb5c4def5caba3f__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_b361576e182644db9df07eb4550bddec__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_af759aad01e441af9a2da6a6c1e2bc69__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_17941ffc53394b6096c54a1dec9f3502__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_8e015d7156874e138172733cf5cf2102__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_d54f8fcb922149a1b4017840d6b271ff__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_94809c6755f74bf8ad224cdd690648b7__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_dc8635766bb6402498ce0fe8f61c40a2__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7f14740af9ea4c7f8b8071884bd0cf80__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_720b10a72c224cff8336bf4003b91481__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_00a78be84f40431bbbc80bff03081fb1__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_02e3f62290014179bc018baf2a5cd5ae__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_91be89621f14420a90c19f39af4947e6__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6f3a23725b8144e883bb805f0ba86210__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_34ce03433cb643ee9ed3d82d0ca01e18__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_545d989107a245d1aa025c465fb09458__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_d54f8fcb922149a1b4017840d6b271ff__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0300d2707a0f4224a61216a462f3a7a2__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_f46b4962e4c64be89cbbc10dd5c53af8__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_2ffe9fcce0224f37a79eaf5751b3489e__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_ed542601b3f54a8ab1dee96e220ac6b3__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_1362d66c1fe642cd8996c42bab4bc8a5__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_134b337a283147bc950313c5dfc3481b__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8a187edede58419b899885870c262408__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9c5436c50be6481fa18d066945aae37b__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_684f13234d354587ae5f5eb995faf7c6__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_0798e34865914f8c8ea2154924d4f5ba__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_1c80e24f3d21473bbe0f712d5eac1581__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_550b6ed540574d668c7a3e772bc544e4__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_1362d66c1fe642cd8996c42bab4bc8a5__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f9bf75af33b84628b73734ed9bf7cff8__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7ea0752aa47b41979f517af4c5fcbbcb__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_74179cec4e7245619697ade70ccae6e2__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_abd81f8102304b72802fa81944369988__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_01dae3177bdb41a7b2c5cb36a158b44a__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_991274611d494b27853aae255eed552d__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_467ae4f0ab2a41748377b19f5a96fe88__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_39e8bf3e9855482cb88369d68418cce1__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_647f356823eb41f0bdc549e02489d64b__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger  is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bf2d5df63c474892814c2eb07d7b541d__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d63666ad41594715b08c6276e178323a__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_63eaad4ff0d942caa1f3fa939c66fba4__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_bdc7007e0d854648a149449fb5bda162__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_0a06372438a448c99fe900b4dac56302__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_7f20c63e68ac41aea667bc2d3941fd80__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_63b77cba0a714ebba4b4889558f10b53__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_42c34844d0ae42858a55354b43d3c10c__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_7f20c63e68ac41aea667bc2d3941fd80__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_f8ede7c3ae974f81879c780f1dee400c__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_52685c8932e64ed48edc8ffe69edf3b8__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_1e4cf2b2957a40b4a83da3ad71808a8b__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_1362d66c1fe642cd8996c42bab4bc8a5__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_91c9ab5edb154b4180962ed44347bfaa__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_17f27e1cca2942348682cb3ca2fc45ee__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3eac0eb36eb446789c1445b36ddcf156__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_958a7ddabd564fbfa091259c9fbfaeb2__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_b0235497c4a24233bb320804508926b3__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_b5d4d6562bf14acfa7a646d999cae8dc__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_19106f2f81b14accb88fe5fd4e92cfa5__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6ed7dde18aa54f57b83e2418a48004f6__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_bd6a38b83c174e088bad176f7dd55aae__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ddcd1c1d974140c2b78f0378abe9e89d__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_bd5be3ed39d74c95bbb8c41142d8de5e__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_40be99d2b09f4495857fe14a34cee76c__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_3f5375013f284f3f96554c1fa4461097__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9bda7cb56cb94ac7b60e6f44f646b989__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7916913eef7f44cc8ef79befd580b63f__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e42bc6471b704627a45b21b547e97c42__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_61b5184008ec429abe7666a77dde1081__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_91346686643d4fd9802296ff7004487a__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_85a9f69484ed4bd58d1b86dadfeaa26f__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_7e02c105594b46e29fc67610d807deb6__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_44163b72e884465fab8fe3f0f76e33b9__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_4edf5e633c7b49f7a71588611f70effe__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_91bd4fd0e7a846b7a305b7e059e06c13__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_773d15b2e602417880021fbba2583d55__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e0457c5468a24e0fa6603c4e9fa4edf2__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2d69d79a5bec4afca7fab1a93c41ceda__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_db305bc55af94305a1897e6535501f33__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_88c46821104f44b1bfa236e3437b7662__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_7d0ad163e6ae4d029d8bfa40a0762c5b__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_4561ce42c4ec472aa83159f0b48b27a0__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5717a959722c42d49f75557aca21de83__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_dfb3a26106ce428791966810b6558912__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_13429503bb3c41feae58866d03a65357__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4825f6d1a77e4d328c500ef352d54020__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a7c4eaaf5a5a4867bc984fb4ab3e970d__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e7e205e4e55443169fb839e65eb23b23__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_b89cd918bb2640388ef004854881b71f__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_4db35130fc104e56881fe852c4c290ee__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_957cd1821f004bc29470804deecfc7a1__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_83f7887b207447a4bce5abd78e23d00d__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_2a7b61591d4e4083ac904f20ff6cab2f__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_65e638da71cf4b9eb27dcd419ef636cd__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_21edd546203f45a9af6ec7ed05d261e2__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_3f41f16d801c4679bb06021f4a3896b4__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a744b4c31183488dbd91ad76de4803b5__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_c34e2df2e3874a468cb9af482c3e703e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_f93acf7868d04861a3cdb8f615a20afa__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_01e46376ff5e4f38bc8ad49466264994__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_4ed10d1faf8f4918997acdee3d9b1b54__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_d1d23f23d063480ea1b72416522e9741__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_f24b53a18e394f5ab91e77fd036dedec__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_b53ea4338abc449fbca2d9219b96236e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_ddca5dfbc02b43d5bf4ffdb30ee857d9__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_0655c52a1d674e0e9d287c32dd7d78ea__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_436e4ba4437744bb84e25e289b9c320d__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_ce5a3d772d7447efb2685292ea2cd84d__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_161757d157894f2dbd5b58433bb95f3a__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a830a4ab180f4064b1869df1d00cab26__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_d73ac01951894f4eb27e49dd3206cc66__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_7fb443c7976b488e85c0a1dba15ee36c__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_6d214ce2548f4cbdb7fe05d1b5c5ab5c__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_df2d9ed6e8b04a14b86f0c320acc6511__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_773d15b2e602417880021fbba2583d55__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_4a391f3162d843dcb900e49a9de2f667/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_4a391f3162d843dcb900e49a9de2f667/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_84506e3741134732b71f345ae9c7dc9d__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_d54f8fcb922149a1b4017840d6b271ff__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_e53b0d466cc540dab51423e24a5255e4/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_e53b0d466cc540dab51423e24a5255e4/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_84d885ee4f3e42dca1730326162b3e71__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_1362d66c1fe642cd8996c42bab4bc8a5__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_aefad7b26fd14e1f8619b7462045b51f/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_aefad7b26fd14e1f8619b7462045b51f/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_704b4675296b4c2f81ccafe24aebeb3c__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_7f20c63e68ac41aea667bc2d3941fd80__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_b163a13d2f67412285a2611f75fb76b1/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_b163a13d2f67412285a2611f75fb76b1/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_99170159bffd48b3a236b0502208705c__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_17941ffc53394b6096c54a1dec9f3502__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_76e2bdc571eb448190f418defbfffb83/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_76e2bdc571eb448190f418defbfffb83/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_ae5a5b9d44724c1bb6e930e410ecf89c__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_0b46175fda344f5984b8a14e8168ce07__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_9af91981f4904f8ea82e4c25e048cc77__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_8d702e37e2774032954384ae7fb8dc84__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_1abf525f48ae49f58e0a368e6a8e555e__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_d9c77968db384599ada79dac57c433c2__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_e85bb4fd3bc84e93907e2bb58951db8a__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_3015da0467b046e8b07d5fb418943627__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_648dfb81e2c74f2ba5747e8328cc58a9__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b2590febbfee4101bbfe9db61591cf60__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9ebb3c55e8b64fb388144130db1fd76d__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ec5e06ffb80e47b69650e5393bb24984__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_fe4a399860f141d7b0c8ac9e2120a866__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b564c63ef61b4f1ba1cb53622ef22ac3__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3829d48d774b44e7be04a647427693db__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_64db2996153d47e6845371941e387bf7__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c53f812ea28a45309125e8b6c2beba93__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_57606ad32d9c4c99aecac724dbabd0fb__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c54af798055944658f6fe57346f23a4e__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_823ad268908a490bbccd638169f7ec2f__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_072c0225aa214456a1ea158e600273ee__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9702b03cb9814ef7a40edbc93bd445be__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ad917a69cfdb46949b0fe7602a581ff2__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6fe52a794f3b4526963ecd4a4a709cb2__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_39698adf00c847d18ef79b36cca660c5__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_46fe7f1e8bc74d5bac4a3f206dc94f85__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_b18e2a5fd64b475da1ba3b05b3a27af3__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_721c632043c4465493d1f4fb628fb3ae__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_e75d69c32ef04f258b62859279c3d8e2__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_e507e56d9b5d40dbbee3c2b82042b8db__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_17941ffc53394b6096c54a1dec9f3502__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_21f6373fb2814b9db52eab86236fc49f__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_3fb4b694e28b4a0e8d7517e1f50218f6__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_fdb48682f06f4699869a7a70165db5c7__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d8ebf2bf9400456b971928dffa918e02__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_8ad2d9c0285d4a608b475174808c9a75__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a6d916ca046d4a0d9fbab2084908ff4a__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_42d4f5d0c6704c598f2164fded0ac68e__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c64d59070c29420a888a30ba3e10603b__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f479e3a4bcfb44a789085b27bd36abce__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_552d2f10d1284778b36d2fd26d8b2137__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_b6220399996a4c1bac915f0d026d0f5b__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_60d2df54138a43e3a3c4be921cc11ec1__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8765d95cae6c4cb3a770620cc5629b5c__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_763a5608b78640fab7262d7302664ede__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_023f14b7e9474b6fae6ce05a837b45a6__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_a2f8f6316a124d20a1258dacb7ac3ebe__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-24.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0fcbde1e0fe444e1a0f024ac571df05b__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_0cf0bfd3dd2d4b31a79feacd1609ea39__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a64a15720e22435695a9162b22206509__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_63c887e157d141c4bbdbe4f25407bbab__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c7c6835c447a49a4aa240b2440b1a58e__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_9356adf3969b4225848a9ab56b40b637__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1552d7018f60429386736730af76d5ac__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_19a4756882d64e8d8ef6d31481ff90db__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_11f7178fc5214cfdb36719386741cc56__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_21b772fe37a94b7d94edff0f38466a5b__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_865844a9c1ba4d828fda7a6c7848d5d6__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_2f50699ca1c14ee69560576341838306__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_773d15b2e602417880021fbba2583d55__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_7d81d1e0dde74898a3d1731be68bd07e__cmp_A" eId="cmp_AF">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>AF</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_AF" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0858-07daf0e751664a289c1ff9290a462b77/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0858-07daf0e751664a289c1ff9290a462b77/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Valkenswaard</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_c9f4ee5a7c1c4783afb6b2502e658a17__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Valkenswaard bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_ab919dd4df3944b9b4331302e2efe1d6__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_e84cdec884d94fb98f9805d0426a6274__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_4019f7d69a17447e9258a117d9157731__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_8afb7421f65e4156a68edd261240930a__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_272c06f8d5bf4ffda9c4c9cf5d90cef4__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_699046ae855c4601bc036aa6d511a1fb__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3037e8f627aa41639b2355504d285299__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_71f31ca2670247ca94e0da22ac125ff2__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6e54228d2afc428a9acdd4804622c19d__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_88d01c38f1974d68b1e8133592b85dee__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1fcc5b4d93f548eb95e356b8b9c50ba6__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_241b33fbee0f4ef794a1c12c18147621__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2ac690fd01f844359249fc576dd12388__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bbb4e8cd3e0e4c4892febae477d2964c__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d25d2ca223c842d999f566330603f84b__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e43a6e0ef39c4e42b1d1be2596426c83__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_65b2727df20f4ea793d2bb232b6d1adc__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2a1a64c398464a9f97e42391ae86a23b__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_cbf84761f2f34786add537e053107f16__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_6bed2a457c9f45abbfaa20d4d48ccf6b__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b5a42a68f8d5427197298d8cb9a3532c__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b6dcb6daa1d74618a251401b47369f49__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_fac99dff0e9d4513a42af0b477f31b39__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_44393549ef864d4686bac0dd72d86703__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_154ea3e61aa84103ba4fc9fbbaa92fba__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d0506309ffe5423aaa52d918655bfc0b__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_2165c100ea6e4f8da66a8f52b7fd7fae__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_cb92ca625ff64efc9cdc890ae3c21a48__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_011d8fe15de54e1db707b7dd88607bce__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f2876b6eb23c4aacbdda79365dbb1fb9__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5aa503ffe41746cb912d6bd32e8e0c51__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9369fc5f0c97452f989670cbb7c1d3f8__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_669113ef4139475aa7bce5101f3df376__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_06d3c925bfdb4f08bebc4f481368ceab__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_705d2c8b9d1c4dc6be0f576eda24e86e__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_0dfcbca0419846f392f5609d2453c834__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_c7e752a92cd14a58b15bc95eaed46fb1__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7ed36e00a5354ed1b71e8a5445844adc__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5a7ca05c268c4f618f6ab8b55783eefa__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_91b0c59d15fc44d3b56b332190f7c7f0__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f7953d5d59d84459936be7058fb61e5c__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_cff117ad71874d66a0b6f5b018b46133__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9d8ccc11ec9543b7a595bd0281883f41__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c7b0afa528524c9e9645b5fc843c6996__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fccbd9d53f7743a3bf3a528543ce36f6__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_e932012495074242a1045035b5fe7158__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_95b24e7745f24c5ba4e0abab15153071__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ea11a7c4d51e4be9a4c936a6ffaa0a5a__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_342d20c4bf864c5c97813edf9cd431c7__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_dc2edbccd11940b480d0e2909a4c673e__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1cdb249a9b814b878e7f8aad4f5bdaa9__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_772d1281a06141c585770a1d57669259__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_8d9d3fba5a1f48fe9eb313b926ead959__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_e240ad356917461a82f03210cd4c4ed1__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_899c50c8665341bba35ca589b63a9a28__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_69a80070174a4fb88162f2b3aa04460c__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a4ecd26bc26a476aaf81e880c26ef718__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9848c86e91a345ec98da5ea1d09fd462__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_db810a68cb94404db55c2e257eaea173__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_fc4276448ec14cd299fa4abf7b1b7c7e__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_51b1f0c6598c406795a4f4c92a34904a__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_df456ba358d64b4f9a81c09ee7d86c3e__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_509843e494e44fa19f152a39535aa0dd__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4053a3ff422747a2bd0c54d5e9f244c6__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a61f494157d547b7bea476d3918c8690__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0b209a883c11475c8999911fe563d0fa__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_bfafe48fa29a42f384e8c36c0627f760__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_36b61e7b9f344007b95f745377fe6222__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_269881965ea449d9a398956b81c9c5d2__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_123ec2cd7b19417f99159da0a121d3c8__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f48e565253634035bcf32f1df835b788__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_fb22f24e963d42a5827edf021407f577__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c5fb4595159648d597b47790ed0a7700__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6f1e03659033481c9a568f15f49e2866__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d6f62c2dcd9e402c8dae6683b4b3a024__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_b56f5c8bed26422c9ed51df924f4044d__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_b8ff32faf22c41bfb35bf1adc486869e__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_5940a1bc4f6b47288a6a0edf2bc5b93e__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_0681263c997f460c8f84b6b1e1eba452__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_9424fceb49de447d804e8158cede4c20__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_052d6bd063b94f7f800d0c826aea278f__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_f0c2985e01a74b09901a32e347e5906e__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2d034740654c46a0a85ed39997c1d86f__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_cd47292f470e485db111a0731d3e4667__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9b1d7ec141704405b921ba4dca9c2942__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f77b8e5195e74026b06ac9126a4bb7dc__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6de4cfd28278410d8bd59f61e73ea752__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6ce2b0a8519c4e0daea10ceb8b52718a__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_00042cb169b7423a9d461badd13f2fc6__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_93d83d6c41414c10a9a066f9ed9f704e__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_fbc013d3d3b2487cadb81d35cc58ec12__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_f8bd3da0f9c84dc7a34f23fe3989ad56__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_f0c2985e01a74b09901a32e347e5906e__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9c45e6ea94d9485696adea353e827c65__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_92d063631ddd4b84bf4e50e18fd8ffa1__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_9a636fa26d0d442c972f8277b8f13382__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_807167d6ad8a4e14a291daccea79a371__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_344ca148823f4b70af940e339309088b__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_06b8d5b61b0640318a2afb9b8259e723__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_85ef722d7dec4b6bade2a1148e343b0d__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e81337839ca24953883acf9f319c1df2__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f2604aed57a74859b54dfcfa68796b61__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_f020435795744cf696668a0ec094c859__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_07836961a3bb4fd5b010decd51feed7b__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_a2143fd7b65c4789911edaf9e9df20ef__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_344ca148823f4b70af940e339309088b__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_000a42a74c97464395d31e183e5dd77b__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c0adbcbe0848435f8437a186ccf6e0c1__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_7b0e55537eda4e768cd15e73970d5b1d__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8436800c59a8494fb04a6b8dc0b44066__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a480900da2b24d6bb02de99c98e575ad__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2fb5a9be994f41ebbbca2bb29909c12e__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_374872e303aa421081821c092bb0583d__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9693a356f51c4addab98771fe608cc64__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8e103b3453e941ff8617d49d7db7ebff__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1d5bbe266a9d4bc6bb51e02db0c66293__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_81c85a9f7c494da681d0272de5e6cc0a__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_67922e52995c4acd8c25415b11088ba6__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_96ff24ec13bd4c9e97fd01d6b96b9b83__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_a2224af0d6344fb3bc03e1e5456bd6d9__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_c4d2b1486e0d4fe792daae2b62e73dee__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_12caacc5a6394c578fe3af44e52554b4__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_d4062f8523b3474f9dd644b6b9a1f8de__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_c4d2b1486e0d4fe792daae2b62e73dee__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_8561a817b5be40bfb08139794a979abf__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_0906a9a88e8d42ca83679067061a8b31__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_15f396965c96495a9641a9ca836ac004__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_344ca148823f4b70af940e339309088b__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ad798b0b22ee4005a0adb06d25b4779a__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2b3a5b5e35a848548eed65dd3220f7e5__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_7ff59a221c6245ee9abf02bc474497ef__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d8a0a1bc826b4a709dfa55a43ee394cf__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_cc53024754da4a6fa22c28fdcdd3d23c__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_41757c250b7e4f688634069518176ee6__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_6667739e1a2e4081a92df11d0605aa1a__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_cd3e4bb793dd4453a67a23e3e674f7dd__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e29a3eb214644da9a2c476824e943e9e__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_725c8eaa461949c0aaef528f9892c48f__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d2a1f4fa59a94419a91509e50e108409__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_35f9ab61607f436c97d1b7f1b4ba4053__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_acdd51abb0e14fa5950f29998445d698__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_746b4f15832b40f688ae3e3bf6ee4264__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_09e73312f9004b919a498f0fa32c5273__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b12fb122545843959880116330020034__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a90224041b204688b362650ea56258fa__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e6f1c1ca632349009223595d0c7099ea__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9bf74175f85a48b185b839de5a110c3b__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_64a0121d3f3547aba7de08fa73b254cd__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_7b03efb4f6224ad5af6ad9a138b90c1b__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_070ae2ee43d74f7881311aec336cc0a4__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_de7d0dd33a164e2491ba6f742ab4fd20__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_157f1edfa2004e45a420515f3ec8e98c__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9b23e916a6074bd0b41b6adf86f2969e__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_662209a2a5a7434b965a962e40d6c209__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f79915e393f844e8b6aff673b2ee58dc__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_399327ebd91f424ab747ecfb4d2bebdb__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_34739749e372442da42548adc41339b7__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_7bad13be1886484c9f30115684a57924__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_67e40f67f2cc48baa1a348d2f536c4f3__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_28a6ad00e0a340a3985f0cff5ad18310__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e93bcc81cae641d2b1e8a0f05e994f48__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a2a7c5ca6407490eb87cb8d3bc882189__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d5a7e681f0384caa9f80a809aeb9cc36__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7e0dd04458c8445098889458e73f0bf2__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_b9d5da45a51a40899a06432f2b451f85__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_3c40138e55c34e5488cc8074477896dc__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_933c937a44cf47cb9ef73ab965dd68b0__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_330afd9c04e8415dbc185a16c25ab676__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_579d26d3a1224244b68cd7f165f3fc82__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_7f990b242dc842cbb8e955ce5d15405a__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_e77dc939ebdb42ccb77e882fe86e2539__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_bc2e88c72801420f87344fcca1dbca4f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_9c12e0a0c0d04565b83d2d40c88be58b__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_44f9dcb37f54438c9589152be91596be__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_d877c640fe1c48ebb46c19cc24591654__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_55a5ff9a46704d2494468d4d13dc0eea__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_3d96a9a1afc146369fbba8c35129a739__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_12b2892682584b418501c6820e912fa2__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_3a2913e00b604f3c9f041aba20db7555__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_fd1b3bbcc4cc47f99fc5a1b1d4a7a94c__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_423215d7daba42ffb2a3026a5d1b67cd__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_779f1e7e1e274ed9b10605718388263a__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_88624e45399c462991868097a0385331__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_82071477bd55478ab47b9066d6dd7966__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_acb81655729e46f7a0c80a1c83f2affc__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_2e33116c27514f77a1a779008ca9553d__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_3c4d479cb0a44274949bd66bc2bed879__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_143c2bae55d04d2cb5385e73d8e8d58c__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_ff8fab47246d42c9ba934f29270aeccd__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_ef3b626c1d1842eea10312ea23ec5fd5__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_157f1edfa2004e45a420515f3ec8e98c__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_cb3eccb9d3fe4c538dfeb95b502d7383/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_cb3eccb9d3fe4c538dfeb95b502d7383/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e3777d742c5b4515a330734b08c9f6ef__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_f0c2985e01a74b09901a32e347e5906e__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_31db9f5d162640f4b61d1fbebc8ee262/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_31db9f5d162640f4b61d1fbebc8ee262/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_284cb3437f75439ba17703bf334530f4__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_344ca148823f4b70af940e339309088b__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_445596539cb74fe4b9e94dba74a97ed1/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_445596539cb74fe4b9e94dba74a97ed1/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_4c22c63084494f29beeaf849b36bac45__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_c4d2b1486e0d4fe792daae2b62e73dee__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_459d02ef2178431aaad88f3d7bc37ace/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_459d02ef2178431aaad88f3d7bc37ace/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_64cec8671edc4e16bac96a515e9d8c0b__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_9424fceb49de447d804e8158cede4c20__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_d29a1966e66e432cad69ffc8c8dbe163/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_d29a1966e66e432cad69ffc8c8dbe163/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_9d0df6e810d4417896f62d3c20a38760__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_e232239886e344c39efcce33a89680ee__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_fe787192436a4abebdb055f0ed20e546__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_ef8fa819616e49ae8b3caf6935ca5911__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_991f1ee86bcd4a2a994db41b772cda75__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_e9341ecc4c0d41a787a73c4e80154975__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_96c19278a2a94485a441f3b77962d412__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_30213494b22e494a91ed6ad0a556c1db__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_c9f085b6629046449d0bab8ce79e3434__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1ba1becd56b24100ba8c9345d8095647__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_cb326dfa47a74198b441390f459d68d5__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b5cfc1c3ca024d70a18d0bdb341e4b5f__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_35696f93a6b248889091427b91f94eac__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3dc933fe0cec452aacb636af9c8e9591__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1b2133b01d8343f59e76294003a9a86e__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_736c5ffb0fe344a49717530cb98526c5__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f112f1c383fe403489253ea5eae84237__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_95e59b479615499a9d84444211a40127__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3768ac78b3244fa4a8dc657105361ca1__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_9edd8da551f041e094cba82c17c288ba__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_07411f17572f4671af2feb7a98000e4e__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_38ec2872c999498db13e7f7761aa7f85__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_137ac92a00f24e64b80460c5ea7a23c8__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_130a4201d79743cabcd67606491b4cf1__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_78f4d4c5c7e64b04a4978037effb59b9__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_f7e9221a2f1e46e1ba953c1372dcc658__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_0fe0fedaf23c4748b131ff220ed11650__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_947cd25680a04474b2ab0312ff97b4bd__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_2d1e0e036acb4441ab7b36cdc2734129__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_3bb7bdc38e12476a9f8d4fbc591cbea0__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_9424fceb49de447d804e8158cede4c20__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_d7d0a9f43eeb4d8dbc5585a27fb813c4__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_f51a67cda77b4f4bb777734c80620cd0__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_1e452ec389734540acbb5b5de382bc84__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ef56151cd9c04e5bae4a3c2be5ecfc77__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1826d822b70e48eeb87f12522955dee4__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_80bd88447d294c3e8091633a74a2f3fc__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_afa59647f7bb474e8388a238df849369__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e3f009357d0844cd94d63ced9ce4ba03__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_abf84a2dce7d421ab9146a1fd79624bd__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_2af56629e940483abe75dbf77ce97277__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_6670829f11e349d1aa2562fbe910efdd__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_4222c1d852e440dca2ffacf50b2f2df0__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b1f7cca785a34789aad5acbd66d9b921__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_530a503859474cb0ba7e1e418b185070__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5e2f7a4291164327a75ae7038224d779__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_26e0a7f3b18242649c9d78035878ba0a__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-25.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_af869df0b93d41419cf1f328deb14184__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_64909de58bd542af8a5cac40f6979e4e__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f3fee7e9ad474b41b4daac62b1531d1f__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1f5821a080144d10a4b7a119f04dbc27__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f214563703714a53bbab899f1724fe90__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_fa3d86dc4b6049599fbc23cb6be59c09__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_16ca50095400413a8e2c304254aa1da1__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6fb5689672244aa69dc08f1476cfe81e__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b764ec5cbed6425eb9640ad7bcd05975__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_aed3f89ae6404fea8b9d4c997b7f3c11__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_8505597850d1489db96a35c10066dd8c__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_474eaba1b52a4069837acc5082b29ab9__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_157f1edfa2004e45a420515f3ec8e98c__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_a7cb357a824a418994bb14b0bf62eb35__cmp_A" eId="cmp_AG">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>AG</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_AG" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0861-e183ff6aaf3c42df93f5f2375d2ba3bd/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0861-e183ff6aaf3c42df93f5f2375d2ba3bd/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Veldhoven</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_b52944531e554ffbb2ee264e37b24893__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Veldhoven bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_879b162493fc4feb934432f42030c9b1__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_0be7e92be6924736be2e5641d9bf8ea7__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_d4f1e7c1b43e4ee1b409d4a899d249b5__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_dc7f29ddcbdf479e97d0d27e6bf47ff6__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_f186a74b9e414ba9979cafdf4315d421__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_c3e46e3b5d884d6080ae7fe6969b5caf__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4ed7db61ae54422487b902ff6af02bcc__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_19571541fe5c460daf0e60bbc308510c__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b8e1d07f618b4f4bb2d67fc96cd0dc1e__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8ca222ed9342407b87db231be69d2d60__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_dfc84fbe101d459abef4dba7a1a6756d__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_adc51b10d062443e9ca6fdc1ddce1644__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_872371c0a1e948cba136cf9c6d8d9e41__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7e5c53ef275444bd9bcb7d433e7e77c3__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f4538b3af237463792cf4ee2cfda2011__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ca2849434af14a1d9bb1fb29d6fefebe__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_35203ffaae134cb5a3bafab9065c3a72__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f8b83a2d0f0c414b9692e5a950122e55__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_7342f0a625934fbc8214e9e13070c8bc__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_57c0e1d5ad274868a97d4fb5a788daf7__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f22d1bca4cfe45ada6f315db2ec0151d__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_57abb800cc5f4e50abba9e24c9afb1e1__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_cc57d322fbc049f2b1d0300800a632ec__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1eba4908f4284a1bbd3822fdc399ae66__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_daeeb0458a8840b6a28b259da3eb44fd__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d5f0c7826b6741ef97ef47913de25d02__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f0afd3a6add4877902f3203e0d8bd6c__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_bbee6e5e59204f9fb2edc11d1fac490d__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ff2c1966c3b24449beb9dc38421b5d3c__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2e44b811ed8c490f904927b862ffe037__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_27150555849b478bb1eae5eb2a5588b2__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a37881ca54a241faa33256441c2a0ddb__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1f11c64e84f445d78ec39fab686f3721__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_adac768af317410e9eaeeda5d03f5eed__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_48a2370c27be4d35af2b6140a165bd8e__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_740fe396080e4cf79ce61a1391c10973__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_9ed1e842022a4583af44c906841c6961__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_846681a1cfeb436787f6ba4fd353e44f__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_814cb88ea7b4497b8787752832e437e3__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_83e01ce5decb4c469230cea0b0a772cc__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3fe21cb5703646ac9b813ef66fd12fed__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9aa9218c51294945aaa1846848a21b95__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d501e7f787f1471682f7044d690073cd__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_933812e058ef44ac9035ee8e045e40ed__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7f5477b2bc0d4acb94f0b33ce5ee82d8__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_b28d33a9213843b0b940182cf4ca1f72__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_81cfeb1f207144c389386b3e3b4fae60__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_91fe49f382154e10a0c6e98a49e13311__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_baad9a75d0404ba59cb05a38ec010636__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_551292a3016045ecac26ce3f2b0ea4c0__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b8c77c9c33db4057b4752b105e8e5faf__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_967edb4b1f924a49868a6013aed5bddc__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_0edfa07a96d14edfa865feb75755eeed__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_10a59cb9a2e048d084999416f663dc6e__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_ada22bf9d98b40cc8bb3cf5b69fa2695__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3ce8e15912a249e58a1a5a2e6699722f__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_be9fda073b294491a19695bcdd14c30c__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2a927a45808940939cd51fa3dd7610c5__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f1a508af88514026bcdb7c1d53835f97__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_1b2943835a0e484785a9f9f9630f25f5__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_3321ca31a1b3401a968a474a12680f99__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a8e9cbe38c324f4b9dc45e5913e743a9__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_8ef5e4371bee4ee888d3c98216b3e242__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6e006b81a84a4432a2056db76fadd909__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_14bd3168ae29411299e28a88cfdb7efc__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1e3d15994fbd417397fc3db250fcaefd__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_d869bf8740c74cae901b9c8738788f95__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_a5b8f842adb940fb9e52d0492a75f8d1__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c4b74ed16428471c8cbb13b73b0deb98__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_7498322b9264470986b149b64f1e355e__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bb433e39f5614b988c16e9040b896a0f__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a8f775166e4242acbcb7a0143836136b__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ce17324b7ab046fdbc2c7ecb53343a74__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e2cfa43a21ae4afcbc3121fd86e9b628__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_86c631c4e6a04995b5a6acf972dac2d2__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_ac4301031ac7450dbf7f7c7d7bb07531__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_74544ff72b5a41bb8366e647b050bbc2__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_97b65bb657194d9ca07f597b1529e898__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_40200ce369464417b0bbbe5de7f88b64__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_9abfa4f48d41455b9272d6f3f1504468__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_c91eb0bee13f4b918477d1f310abc488__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_6d1495a86905417f86658cbe2d86f37e__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e01a0951e4e14d05821e62ae19c5262c__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d18d0aa1469a4db2b234dcf0cd4184a6__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e5a19773186c401aaf680fc1fca96049__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_999c6daa665c4d1c9a3a0fa81dcf2a32__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5c95c6500ad94e9fb934be57ab20968f__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_186a5a8ba3c74176bbeeb61dbb5520cf__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b00333374236404e89014573ca344770__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e303ef29e24f454ba2bbc4cf637cf77d__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_38234e22eb1f4d35bfce5eae2916172d__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_6640e8656e934dbd8a49c96778e56fc9__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_6d1495a86905417f86658cbe2d86f37e__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_980c9e4c86004b7bba88bad016bba3ac__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_830e4a90c16847ba8d348071d26a6a85__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_9fa7d0174b7c4a71b034a1d72115eabb__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_5749dac91e79464793416394635b36df__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_96da4d031e2c42219c0cf82e77bb097f__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_aafb08474f0543c5bd7c4b587d498fdd__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_edb30c2683854e00bf3f36f1a882ecb0__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_464a83bb78924d47a1a482422b72f650__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_78acfcc3729440dc8d21b798c919564d__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_889175399d754320a5a82125e2c3fac1__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_28bf605c18cd4fb7ba7cc86a1cc72638__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_489d5eaf0c9b4ee5a5f3de7fa18c812c__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_96da4d031e2c42219c0cf82e77bb097f__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_04b2bea980c9477fa6e04ddaa4e50720__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b040dba6a9fe4dfba17d28f94108df6c__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6c6218ad005f4a45a346edc74a86cc86__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_15c23508dbd0455e9ce2f81f033e377d__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c404c61e3fad499db988ccd0179b6909__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1eabd83f8b224d6689c87c05478169d4__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_593dd432eebe4417ae8d2433ebb2e996__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_49452b9b12a441d4ad5cbe3b8eb88a68__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_34b74aa6a9304ed4ba473e80d140e4c2__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_03eb6d9dd6ec4cd2aa0d41ac2da7e15c__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c6492de40b594bd7b83776866e290181__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_b1cf3e297e15411ab9548c8bd3c45c55__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_0232a29e09ed4c54add302ebdf142997__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_eb8eddaa7751433dab55df354c6217cd__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_3446ca6af6744cc49f15ceb31a46f29a__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_2af2f3f63023458eb0c996a4ad12981b__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_62ba04baaecd4e78b213d8685a93974f__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_3446ca6af6744cc49f15ceb31a46f29a__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_8e81eba9d483498c887d736639b60db6__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_9de546ad7f1b40ea96dd5758ec5ca089__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_c22c449e39634b3fabf4a3e8d6a214f8__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_96da4d031e2c42219c0cf82e77bb097f__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b1276a337bec4602b51a07a4dd54854a__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c5117385bd974e3d817303e95a2be00b__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_475057d591274d15b11459ee2c325ea3__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1f21f50241c44a208bdea4686342907e__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_7b20522a480e42ea82ef5bd13a4c7e72__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_b52b24f500da41f5a6c937a05f438dfd__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_4b0673b00d17409abf7bc1840223a58d__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f03709e620274cf9856c23d65ed87ca1__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c81c76151d74421d8cc06d52e9fdf304__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8031a6ebffed41a3aaa225d9f7021f6e__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_651fd7a2c3e04cf69224464dcf2828d8__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_0feca8caa7d749ec8a313247bd5f1f5b__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_4eaa17e3f8eb49d2b0cbe4a5066aba92__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6167c2847995485fa85f0274ba139f79__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f3690dab05044bb7ae00b6914310d313__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_997ce42f75a14f4397c308fad8bd7ae3__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_63d1d26d5b334b26a78669b87a74fe9c__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4909fa520d3642b79aa7b040c9be97d1__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3777ecd392c646bc90f09b4b6178c8b8__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_26864238623b4ca09d0139f0d7fe33ba__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_9390929d817749e9a95d2ab6dcb69773__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_14afcad00900430b933d186fbdb2a12b__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_835ebb39bd4b41aca90c3a7c4d527f65__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_49142efdb0cc46d08d9e3d52e2fe15c5__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ac7cf94fe47c4e7c811df207e7589abf__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_74e3b15683574739b86535699c8f192b__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3a6736a2482848cdb4242b5f383918ec__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1f031c8e8324452eba268faa0f52dbb5__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_22e0f32984cf4ff6a143cf2cb67e87a7__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_f76fb5f8c5a048be82542ee91bd5598b__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ff2500d1d92f4a07b5d58c6b54121462__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4cc6ecff2eee4ea1b383518ce082e705__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_63078adcb3194a0d941d80ddab271218__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e7701b05a9e740dc91ccfc72f6e5c9b4__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_75902d8f63b649508449a74e42d3849e__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_138a7cbf4e1446b8b37e0277feef5dec__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_e096c7b4568a4fc29acc0327659764b0__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_1a08407a869c469da0182f50c15f41e9__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_6868514b9d934d22844ea833891921de__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_06b289f0debc4cb2ae783848f0ea94d9__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_b83cfc12bb514706a8eaf78b2b459809__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_dac5cd7e69904693bc660367940d5faa__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_f4a4f5b9283e4af58ccc8bb3e0fbd774__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e29651df8a4040b9b58f83d8581e9103__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_c20cd3c1c8874ccbb33d641c6ede40bc__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_7495e35bdfbb4432a81afaf19f0ca381__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a12bb6351bfa471c80be86f9b16f39a1__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_8451c620ce1c4177ac8ac3e56379b030__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_fff6478254d948e5a42ec6b1f102e3eb__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_540f01d64387477fb8b11361d8f425c1__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_4f21820338ed4518b726b66d097ad7ac__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_7c66cd05d2e4454da0fb563d6f1dfac2__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e7ebd0a919db4011b5f04b35fa54a05e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_edcd6a851c0c4849923eb6385f8752d8__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_5e694d998cc94a0e8019e37b2ab958a2__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a8af8d29f79a43a48f2f2166da42f5f6__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_4101467f4e864d029e3f627f095d0330__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_95fb7f50d6c048fcaf1ef822e2649839__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_1aadfd1fcc5040f6921c1445dc2abb8a__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_4492fc2810a04fb5a78ae3cff38dff2f__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_df012c4caa7942d5bcd8b2e5511ce4be__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_8ccc2a98756145599ae28fd69325e767__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_49142efdb0cc46d08d9e3d52e2fe15c5__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_371b3644551c4a2f9bed8a058d78de5a/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_371b3644551c4a2f9bed8a058d78de5a/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_06e934163ed0408c90835018ae39bc0b__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_6d1495a86905417f86658cbe2d86f37e__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_39c7c4ca191249fb9f1fa09454d570fa/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_39c7c4ca191249fb9f1fa09454d570fa/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e235f8e31ab6422abc4c3e5829ed58b8__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_96da4d031e2c42219c0cf82e77bb097f__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_6a3441e3bf5346ada43cc5de23a8f8a4/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_6a3441e3bf5346ada43cc5de23a8f8a4/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_eb166e094e1d4403bc86206ea111e8ad__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_3446ca6af6744cc49f15ceb31a46f29a__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_7521f900da194e9fbcffec7947e8f938/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_7521f900da194e9fbcffec7947e8f938/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_cc0ff01b025f4c969a9c62d160f7ef0a__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_9abfa4f48d41455b9272d6f3f1504468__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_efc147c03ef84fa3b9874567e3315f7c/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_efc147c03ef84fa3b9874567e3315f7c/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_84b9aad05a2a4eef86733da88787e467__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_00d5f39cbaba41fbb0a70fed2025c42b__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_d4226ddfd76e475989dae6691bbc3106__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_a0cef2390e9d490ca5cbe55b025417bd__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_4a76b1c96ad04256bb4fa16c79f08e1f__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_3c6fc6bbc4394873adb3f46ac431ece5__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_462bdb2a611644bb8f82ce96dfc49da9__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_4bf9d7751be848d4b87f11e950516d85__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_8bf5dc8bd82f4f85b6b87be51e9b6786__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_64d65b9f0df84a63a281c0719726774e__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c0e249db49334fa888632a804dd05e3c__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6bad5df0bd744c43825a05922e66edbf__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_71adb1a9eec04cf8b9efbc68d4ac9963__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d4974e975d2249ecb06de9a7ecd501c7__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_92caf6e4913649fbb1563c9f916b9d14__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_82c8462a2cb54d9ea3a1e0b35bfbc2bc__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4daf24285e37463cb8cd08a8f3b1f3bc__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_74349cada7574bb2978ee5bd2efced60__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fc443f1568584d63bb5be6563a6bad16__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_c82d7ee57f7549c9bd655a25b6b44f39__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_9081cb143f274f529f5c4094079b3a99__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ac681c9a1f03460db126f84e818694f7__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4d45cda6e8ba488a90bb263af99bd9b3__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_637d1814cb444299aed2620d250e3477__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_85bf355528f54e3ebb5a254f334ef006__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_c210606310e4468fb3c196cba95462ac__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_8515a182c51c47e183ff2c903b1e57e9__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_428f796771a244fa993cf151f1a14b72__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_7c69edc363f44ad7bc57cdd045df2277__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_67bce25fb6a341b2a40e87372dfd90de__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_9abfa4f48d41455b9272d6f3f1504468__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_80ab8cb20cf34344ad2cb7dcb5cba1a7__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_50c245e3324f4a3699c265a5c143a458__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_40525c9c6bef4bd1b88d49451f58c1ed__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d6fb4cea94c74cfb970fcafdc20983d4__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b79e7de350284d04872c1121df9a0aca__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_334fcd6091714b4db3923b48295f7d5a__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a2d5df87dd7f4113b2599d589d665efa__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_796b3f0b031c4f318d6f185c3fd9c36c__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_03b88e527b0e48069fafd87b621d86cd__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_2f894a647f8a4c658088197260b8a4bb__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_ee3ed36a28e74ecb89751663090a7826__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_6db9aa379abe4fb599d0cda6960acae0__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_670b910daef9450db2ce72ad07bf334d__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_82786889ebe640fba44753ac7855ccc3__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0c7fbeb3119b4d05ac7fd607184fa8b7__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_4a5aa7b334544dad9d57f1df6232e866__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-26.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_15fccdbf6e4748149a1bfda09cc42728__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_67725909ff8c4d5ea3dce19dfdd667c0__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e7d7b5ee9d6e46b1909b8df07afd118e__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a977a2d535264e51a376216caaabe1d9__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a088c1c20fd449b897292270a4defb01__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_766dd7b751ce4aacad78c0ce1b9f3fb4__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8f4ff90ecee8499dba32947c309a32ae__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_87aef527e3314aeb94aac4e47b60c9c7__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3366165470fc4e6c92a3fcb1331ff33b__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_0d1324c08179403298facc3b395b54b5__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_512de9e2d06b4611b9dd9e241f375c14__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_8a78ffcbfe3e44bd9359ba0e3c2d6dd6__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_49142efdb0cc46d08d9e3d52e2fe15c5__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_4859ebed828242099d60c349043e4f1e__cmp_A" eId="cmp_AH">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>AH</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_AH" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0865-b91fedf4c3c346698956534a1c141b2f/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0865-b91fedf4c3c346698956534a1c141b2f/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Vught</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_657661802d3b4215924411fc06ef6bec__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Vught bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_d22f8c5fb61a4962928b8be8027f6cca__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_437c7179b67f478284545cf41cdbb528__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_553e415536ac41579724d2f3374d917e__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_251296697270409d9edbdc7a6da7ea9e__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_5962ccf3c3fd44adbaf554b6d9b13ff7__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_b2afaf7005804d5d914e54d144580758__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3d9f825575994d038c52abfe91e86227__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_34048535d3ef4dd295824f2d81e4d6ff__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_621fb2337d934d2eb04c6a39e5fdbc04__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a5f3d3acc28f4688b123e7d0bd21b928__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_7e4bb67567064a6690c8394b8ff53aea__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3ee3a625ea2a4bf49a19c04166cac34d__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_cbfa9fe1e1d846d9a4d869a67fb13ac1__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_01da41dfe00f4b84afa692c7b739ebed__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ae23892a9ccc4b3d9c101fd9ae8fd05b__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_03653ada881541528342a3849aabb57d__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a655b546b989488da3e89b3b09d6f7f0__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2a8ca78ae4c6498d936b8caaa86796be__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_06105a32d9f04169adcfe29fad45edd1__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_90282ccc54c549cda530ab1812d433c5__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_8cbc387b016444d7a3978b6419e8315b__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e977ba140dfe473fa54daf4e38f56f45__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5d17b3d2fe73473081895e00543d38e4__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7c86b02f69644400bb9c66aebea2d080__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1968145fc6d14b1582f75846992f7e7e__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b85632ceb6ea4b81bd1054022421ed18__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9d39c1b709ae45c1beacef4e0473f28e__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ddc228b974c741469bd531de3b89a9b8__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b3fb4c5f17d04537a46c66b9f6c7eb64__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_39d79809021044eaaf8557e1fa707a05__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_02605ae1043b4e5781e1550a42b02c7a__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_70c98c2deaba482786478e34bdd12287__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_52882e7b9bfa4dd1a981ba09ea31409b__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b8e6f5b4ba104c468b9cac0d8fa7076d__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_341d311bfc49467cb3ef7467ebce3115__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_06fd80e7eb0e44a0b8dc61239726cb21__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_81253e6782c3464cbad409d22e460a67__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_bbb3b90c346c42e69f4af793611ac2a3__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3487417557cb4361a98131857eb9ce2c__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5f0184d524014eff8b1f9c5caaf39297__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5fd8aec6862b4abdbfc312df71906704__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5cbd9f5d779748f9b28b1b43beb76d44__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2f253e127119461f93348f75dcdda67c__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_63e2a67ad8ae4219b0320aebe311711c__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_78fd3d22a9144b31936fc815bb7f9b5f__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_13f1797d54f24bdfbcc28231615028db__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_603528007aa741b0bdeb707102d4b666__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d20039d604564039a214db9da5ed7044__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_858ceb6e7d124702ae548dc98133d90f__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_691471b550eb4b539da7a34117752d6b__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1a09b06bc6a441feb5fa6b13a97c3f23__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f95fe10b54c844099291192fda3bcd01__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_9d53e12e5d48419ba4760a28b6d31ee5__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_899a41a9627b4316afd57c3a9bc4b579__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_7c6ab064dfa44fff9d173b6ff190b49e__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5ea8bbb0c7c74cc3b2d9f564b67c602b__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_27696090359c49b5ade31da1ebb3d0d9__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2f1834af1bb84daea1247926be567997__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_040b1c6c1a154c6686d5911527e9da99__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_edb414a95c864d32b2c6e176ce923fdb__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_26c39d88181e42b782a35a5e964222c3__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e502850732d74e918a8eaf70107bf876__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e937f00893974c1d9e2f97d6b2e64d60__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7724f48c585a4bf2b520689e024b6325__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_aa34d11f1ba84a8985841b0712c5c831__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bd8ee3af30b84a3c9e64704c874d9fd2__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_9ef12a025c3140b69c0db51b04570f48__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_bc73d461e3404e7098ca5a67d30771a7__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c1fd7e4f617c4859ab269329e01b568c__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_7aa25ea22fe54593b3d2213b9ed9269a__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d84ee8efc056463abebb29f9d4e9ff9f__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5c52b8a6043d40308fe8f01f179bcbe5__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d9b0ef971eaf4a5283ad631f6afa98b2__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_acd8dc61a75841fc9afe0f62da2f5772__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_444d04100ceb487597dda0c575a5dffd__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_a2492ffb21f44f79881ee778d742ddfa__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_97175f41a81747fa923f6e73d999bf4c__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_a6b8451e8f70442ea1bf6fdbfee5238e__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_710689d608404da1a8a39a4dd3ce1a2b__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_eb11621563824d9a9e862e0693b94e3d__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_9eeee40baa92420790d1bf17f37c50f1__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_37acbf2c378048858cc5047698e4077a__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1206a3cce8ea4504935fcf09108a3e93__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_cf5c95140d7f4b219e2bff221bdb79d3__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9aa453f3f7d94ddc9cded6889a389a67__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ee922fc299a9464fa126a6539eeb2abf__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5489c9c396af4285a032ae2a8bda2bf5__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_582a4fcd4e1345eda0d69a91563ed1a0__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d923169e93a441c6b9db215406a8c724__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f537963f59b14108842d7e9b58e48f2f__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_277a0c7159d84a5184fe6dd8f99a2938__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_a49ff777119446e380e2a388ba0140fc__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_37acbf2c378048858cc5047698e4077a__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ad5efff5670d4ec78d632211a42e7a39__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_275a38840d664cc1a8db5fe14a00021a__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_269159d3829f4df79cc471d0475b257a__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_276e58634a0940869c1bb533fcbb4cc3__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_ecf33c89ee414f8c9560997129504fbf__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1287c97b83c141deb05752e83fa7bf04__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e3281398911a41edaf28b6e6ea188385__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9a77370c60c443929a6cf8e71a0ad620__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_97e79b6c2a8347b4b1621528aef2ea50__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_f4bcd8f9eee74f5aa3c5a63078b6e0c4__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_1a0208ce93d94c139253fbf13b87f5cc__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_082a0a81161e445d97a82978b54f7cf7__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_ecf33c89ee414f8c9560997129504fbf__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3de6fad653434b1fb6686b8bf8d12d11__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e4f81f192efd4d85b0a45c8ca48a2f68__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_af2bd1fd2c9e47178c1d35c1bf93fcdd__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0bffbd85157044d0a7864ccfc385ffa9__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_add1d506da364d53ba0fa8dddc951712__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c5d24959194c4927976266402278fc31__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_0d99b4f036854ee68d0f6b753af9c85a__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_245fc8b995094217b4eaa2674a92b54f__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_88cdb7b34f6f4fd79a244b9379025e53__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_726b65f14c1c4eeba32fcc81e9fb4d7c__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f6c418540614aeb84f83be91f62e5fe__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_c87b6a5bb7c2497595e833e77efa6590__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_0e6161a1808741bea4d539a7931aaaa4__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_3e1944cef31e4d13ba8a1731e5df9218__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_496494a1b4a046cb80915fbabdcb3460__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f49901d1664a4fe4887a643753b8d505__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_f96430020f004932bd35c03ccd529856__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_496494a1b4a046cb80915fbabdcb3460__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_db7c75b2a542440cb4acb32b66ca2b10__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_e5b457727591498298fd01d6b38f2419__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_c40d5096ab67457e927f5a5792006436__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_ecf33c89ee414f8c9560997129504fbf__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_47f6784fcf854b85b641f573f9d0e958__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7757c3f2792a4f8d92d17d915714e757__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_31e0ed702ac840978c9f1413c9eeee82__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_28ea7a2e12ba4c7eb635bad882df659f__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_2e6cde465d364a079599edccb6369e45__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_c9dafe7046ad4b2089410dd46215e589__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_a0439413ed37466f83b2e6f24788477a__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d4c202754f6f4e379cb85fd11ec44e6a__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1b782a6053fe444fb538163e9f641311__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_834d1a50e6ef45a4a1bde019c570720a__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_eae4c2bf436842568374e29af65c711c__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_475e104e85bd4233b8bdcd5072fcda7a__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_b7c80b9108a940b3b9cb4b90c9ed7bba__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ea77515154a54477821b188292a38697__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f0102e0b601440fcbf50b77f6f378259__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f1cc1d4d89094f87a64117e9576a55ec__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8fc20ea553d14e96a86db308f4e9af17__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_61e7ff622c79461b962ec5215ccfd03e__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b46638dbb6654f82aa3e4d6de00c3799__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_16013f682051476590ce043f722d6554__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_538d1dfdf72440c9bfb0f85d7800ab37__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_00bb1d51e535431fa5ffe169b4b78f61__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_be6d94ce73944069a0dbdf19a5eff6dd__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_3271069d7b06488abc8b61fb0c0934fd__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4497fd028a9b4d04b0695050acc73afa__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d30c06d9e3fa4973a43179228fa4c83e__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c1d1280f54924dc58c61456693e5f86e__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8743615f486a44e9a0139142fa4e31eb__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_7ff0f4e3dc0d43c889ba3a00cd0460d0__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_3037ebbc04514617959a6a88c68e47fe__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f7ba1aa2eec84774b4990cb3b45367ac__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9e008a738ec34b20a863857bee7d262a__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e0a90d743d9443c3a42dc68d73c52737__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_91bd79fe22024d7e9014cbeb8becda92__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2bb62255a096475fb08df45e0d3cb65c__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_24d5d1840c5d4c14a1176b894bbf289f__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_616e075fe51b45ffb974c84ff48ef514__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_8f6f93612f1c48109ff248415ff98a3c__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_b1303afcd0df49039d9646fbe95fd3ad__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_4d98ab052e244076b7153324ae886c18__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_63ee73caa85e438c9c9e5b5b73e51032__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_d8c5cbb32353434cb2a6d0908be19023__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_ef33aab9fbc64fe7a65f1d27f61a9fa6__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_b308f5ea81034251a9c9c0fa2d1f3c97__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_f1f8232a32e54b66b2496b4af7658a72__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_3440995c15b241beb90d22086e192034__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_006eea0569504bf6ab5d7f574dc5fd0e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_cbd8e8e01f0d4656a533edf3c6b1f0be__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_9cd6a5e505b0477d85bc51afb641ef91__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_3fe51e0814304615a64f87b232dafe89__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_f84fba9dd7dd40a98c091b99f924df74__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_3b2a56f32dd8475b93adc49362b06f71__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_40d96fe616fc412ba3654a72f568a303__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_6d3bbf6723c14f7cbdc8ab56adbd951f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_5c7b00b2d8b94028b6b10b0b879a3357__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_c0828e92d6604dbaa8c41ca56dfe5385__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_3318a45288284f6292a370b0e1d73c8d__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_651aeca8da9d49728502d231546d9f31__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_56ea4c280a424e3e9c8e09a9ab116039__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_befb0e1b203841a69c8f633967945e79__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_6089c807ddd8446287b1d67cb857297d__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_919396624e324c78a57dcead0692b61e__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_3271069d7b06488abc8b61fb0c0934fd__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_5296f88f848347eea679f6c28554e959/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_5296f88f848347eea679f6c28554e959/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_f399b4c80c05450fad3ffbeb0bc93966__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_37acbf2c378048858cc5047698e4077a__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_b5a44d05e32c44debc05dfcd6ced62d0/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_b5a44d05e32c44debc05dfcd6ced62d0/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_f20638e6fd1e4b3ea1f66e23adcb426a__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_ecf33c89ee414f8c9560997129504fbf__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_00e761dfb83844ab8dca332ade29f3ce/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_00e761dfb83844ab8dca332ade29f3ce/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_cd147824abb244ec88bbbb5f12fb9845__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_496494a1b4a046cb80915fbabdcb3460__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_30cb06bd0b84429eb4c24fa567087d87/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_30cb06bd0b84429eb4c24fa567087d87/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e9e5d5aac1e144d6a8bd9b96f30d18e6__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_eb11621563824d9a9e862e0693b94e3d__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_eeb146a0e8e64335a6beb68a401a23ae/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_eeb146a0e8e64335a6beb68a401a23ae/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_7d9a3942544d4abda9abba2ce38e8f81__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_0eca11305b6442ee8d3b9c804d78e96b__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_1871c9304bfe4e288cb13acc1ff42ae2__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_8d7f095fe4174019a605da130ba9bbc3__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_777c30d0fdd1409bbd857463a743d6b3__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_75ef1b9bc91846f4a9bbdda4cf3152de__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_7e75c5d4c7e5401e9180f60da3dcb079__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_11d80dc08fd34deea2a3a4f5fb841447__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_f62c850249d241439df4f300535f142d__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_499d4165ea3a4082a0aefdd2e6ec4677__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_7d0cf0a785f94f61b66cd9e4ca99f129__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e40c5e9bbefd4646836ffbd34eb3024f__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_bd8c5659443d49bc951173a992919d7f__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9cd5593a593b4212b66b4931f9b89192__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b26aba85216647d99dab7d49182a5026__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_04bada8866f64b8b9accdd576ed3791d__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c9d6d319540846f9a74f6754b22e0a82__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_03281ca964ea48ada469ee2b3f271859__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5d13f060ecb344f48e345fdf758be0a4__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_69aa2987b9644f9f97d07b65659f76ba__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_bd3a7019df9e41a78b9ffec75c52291c__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b83f32986bf5441f97f3164c7e656c7b__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4250607a61694fae9aa5bc90991a4131__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_473fd39af1d74739b18aef3f6478840a__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_5d555c00b5fa4c8d8f80523b2b976c29__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_3ff0e5ef3ca24933b5367c2e2a67ce42__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_4979c4ddfac94b8b951e0918101b4c74__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_7c51ed7045cd47eba3a8a3528eeb3ab4__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_4786bca5318d4dc795f506c3cfaf17eb__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_d5102a5a0e3449c289857e8cfb3daef9__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_eb11621563824d9a9e862e0693b94e3d__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_19bf20b414184ea09ead43150b8318c1__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_8fa898e0a87c4830b6f5c96db4db71ee__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_ff380fca6f6142babeefefc03155df9c__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c2fad170c5af4562aa656c747ef981dc__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_bf2f287e08a042ecab14f6aa0ff140b5__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e5b259a7fada4ce1be852ebe3d11c340__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e5531c7417a74c9da5f22b5e50e80d81__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_57732ea7951148028b1943d5cb2c8a30__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9e9371049db3499a9c588e0dc599deee__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_c26d702b55984854a012a647961c9a1b__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_399cd588c7d14bf5be1e0ea2b891074b__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_e2e32a4b0146401b9538bcf3fc4ee394__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_62cbb2db084c4d97adc6d61090f3549e__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_640aad171c4d4f2fa821eb98d8aa1749__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_37a7fbdacf2846908cb353b9ed3b6bde__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_184241ae8425474b94f2c358a415a204__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-27.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c714538df5114e2b959e901561f8652c__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_6ecbf95901504b6fa86d613e3b827f20__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e4c7e5c992b24416b537c2e22b726132__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8218a795d6934231a7a64874a4d4acbb__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e6d08df8a4734b5fa372050356ff8062__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_4b5d286d564f44a8bb08d936f1ea7e2f__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9879dfba3ce54fcfbe6ef9cfd336efe5__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e8d282e54646442d8ed2a255c0c54aed__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8077589aa48b442fbb42305477c8f0ad__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_7aa7c3eb7b094c2ab07d09ed11846d6b__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_9234ceab7060431cad2ac3eaf901938a__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_612cfcc3182048a3a2b15f23404cde34__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_3271069d7b06488abc8b61fb0c0934fd__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_3fedbe5f9a24453c96247471f01f088b__cmp_A" eId="cmp_AI">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>AI</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_AI" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0866-806b24fffbe14c52853e78dbe5d1ec21/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0866-806b24fffbe14c52853e78dbe5d1ec21/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Waalre</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_9274f57f13134f12bb2b9c5cd1ce9f0e__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Waalre bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_c613d0db1cb44001977e66912826328f__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_50058769ce384c6a89936430289946e6__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_a3b3d05c219d4870b987152eaf626c01__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_3b0c0b6dab464fc9bc69411e38bc9f0d__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_8fdfe1a5f1d74bcda9c22d98e74c342b__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_1e803202b1d64a46b37c25e20638d3b5__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b7149d877d77486c974d8dd8235ffc6c__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a79477101541478c81b304127eaf7bcd__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_652e6a5fd5dd4ba392f29a127d89d6a6__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_89e7312b2dc449869cac412d9e1e19b1__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_8c8b0a65cb5f459eb0043b3dbfe92891__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c3d228b40e6f4e6394db92722029071e__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f5dd8b61862a45f3a37b4396de4a71e4__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_969d2b9fecae4b9085264e5ba16e84d1__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9027896b9c274d4ab01bb3a1cc0108aa__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_475d6d641fb24807be15f69d638ec4cb__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_131341c7551f4de0a31a41e7dc38df5a__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e2de4b5199a04fb3b9c2e293b96fb9d5__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_cede869a5d6b4e8c895b391c3a8fa6ac__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_6e28f8deea914b008e7f27256a68ccb2__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_dec15ab9cc694d94b1bfee79877e96ed__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_acb62b2cbbf4423693bf7e7ddbd95892__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_42a621c457c543ef8819dd23cb102d17__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e15de08e9d4e497a9bd89c87f69ee6c3__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_24c5a5c4a0e34724b6be527f0b8c8cfb__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3df486b00b464d4198a5374ed03b37b1__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_51deec4a5d1d421ebb458402776559fc__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b998eefe456c490fa9f038db29064a7f__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a272dfec3eb54c9db1b22f72f9ba8d77__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_17547d2464f84b2093a073911e63749d__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e4a5604f44f640ceb894f07a30b09866__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_747e7c12828e41e1a9738fa4557fdca2__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_350fd7dfa9c64fc4979d9902e9083ef7__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_04df797512224d8593eb18c69e9bcc63__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_bc4242de9d3844bf817d6469599542ad__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_aa16eb7e2bc44c7eb840083502415242__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_b19b14e8b2404365b310a4f516748e63__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_79fb9cab009f4c109e449db70a5305ae__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f015c340de724f9b821b3758aa24e0e3__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_45dd49c1e9ff46539b149528f3db2c72__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e7da6fa848694d43aaa3b46e8e549788__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0173040a91fb4437aa2c8d276a2458ff__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_79df99d3a05445eb9a7be26ac17e0844__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6578a0275c4a40df956195d5c8d446ed__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f92033c574d947348aa94c9d68306bcb__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_1affc8a4d8c041988fdc90be32220548__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_b0f3328ebd0646a894b79f7463108fae__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_dc2ac821e1a9424695b9c311b1bb2d7e__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6844c4927b5b4baf88fac5c2da1ee6dc__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a9e55610983947a39936e5a7bd1d22c8__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_55cb8eccdf6b4d7b922fed0a5f733cba__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4cf6887145f04a29aec165df0588749a__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_0cb5f6a673464ff9941e55eb47b77a75__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_050110bc7b704cbcb6a170a9a35b648d__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_41d96272b3574a4b8f1a1d12c9bd83eb__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_50de9d2e863646899ff5315548317689__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9c5e8428406c40a7b0234cb599ce3fcc__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_58749ef6ef884942b1a09e2e3817f0d7__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_863c07e576364c458ce5b6415f862b0f__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_a2eaf8b32b184f488f749647fca6d399__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_49943ede5fe14d8389adb2e91d04c36f__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_37531237f3554e6faadaf4348f0e4b7a__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_32fa7c16e49c449685e8b227b07381dd__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4b1136d45a6f41f2a56b46a6707fe4e9__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5772c054eadd4c48bdcb8f9230706ff0__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_07127cded1774ce4a0b3b328ae483f26__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_4241fccd94d242aa9b121ba4141480ff__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_bfdbc70b17cd4b61a2d6c811a714ae89__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0a06dd7740324c15aa7552e375690766__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_cb77c2032ec14cde962e9d2af33428f5__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f826b06f32d244149f75cd5cd36f02f3__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d317b8d7a3ac40688d86c92b8aa92487__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8854442859684c2a8eeac845aa32c15a__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_729fa737b48a4803aed909c4445c601d__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c2ede3269cff4e5c8baef3a375bc75ec__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_3f7ade073dff4a7ea71ad44c8d0d1154__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_3dc93abddd684be19b28a93a8b62221e__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_3b2b30ad598e47c09dbb8b9e8ac5f673__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_1742783e13594906a862c9e80dd25271__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_45f435c998f9404f889eb64e14ce98de__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_483906b096b14c4cb3c05a53d08189e8__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_0d964e3cfffc4f5d9ab0cdb9bed7d3f1__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_aff079bfa99a4266a6663736c2802c7f__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3cec638cc3184c89ac1efb380fdfc846__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_17048a02b75744d48dd7d56d38a15e1b__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6b8da972a5d34cd38864f003d6423818__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4bc3d78f429a4506836735ed05dd0ddd__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5e5d5e0e80d84404b2e3d47c12389382__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3156ee6b54824859879e675154a2fd44__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_18df2d6333194b8abd790a36cc713d60__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_71e7630779944b12a1294d26be6afb8d__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_af8a2f9a79f747ca9e0be99e5dd288ec__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_0d964e3cfffc4f5d9ab0cdb9bed7d3f1__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f726b120a14f4c0d9e5ba1f814195d0d__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_c6d835ba61d54136b90635e3b685787d__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_b536f22c618b445ba8e1d8f1bc987506__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_964e7a9998934bc587bdacac8df3f69c__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_4cee1dae18de437b98f9867366065fee__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ad1c7c00c365416ba4587ceda58d21ae__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6cc7ea27bd1647afb9ad657bd49b152d__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_18884d89f5094f50bb9a179160ec854f__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c2a14fb09e8246e68866edf57a129c5d__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_e2da9646ecb1438db9a4c5eb7cd6d33c__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_bf4bac590c174b7b94082a6f9520aee3__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_685266632e184caabe3b7a442398f10c__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_4cee1dae18de437b98f9867366065fee__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9a8ac0b75b094fd197a1ea80bc234932__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d1029756b11b4ad1a6e7d6c6e59783d1__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_989ef1cd2b3a4d38a31c9b511a9fa439__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3694b57e3b034d7abd4fdeb47ff7e1a3__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_445939155e674ff19d19f667e881d4da__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a87ac2466f964671a173ed85448aea0d__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_7c91a6315c2b48c88ea568065b3286f6__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_06c66c1dd7e445dd80104376c06f3c93__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ae49dd774af649ee9b286b4022205046__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d02c596dbca2402d9ff765966a1b933e__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_27f45c584b104bc0a197f683c8d1b23d__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_6192eb546f1c4549ba59c3ee00187a8e__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_a359ed8d030644d5a1cfc735975f3ebc__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_921ff7eed5b24eda92eebe9d5fc5992c__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_c3aa630fd6124d63963f87531980cedb__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_cffc8686c3d54de299c099c099b487d1__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_6d2aa177e02c40e49b1bcb68ad556fc3__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_c3aa630fd6124d63963f87531980cedb__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_47110f7d80b74c078bd1366b1775de7b__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_049e56b25a1142adb23f3442fe76fae6__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_70cf61e9e5344c8d999d748d3df09769__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_4cee1dae18de437b98f9867366065fee__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f2ec8b01625e403c9f144474e4e0d30a__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1078b34fa8d24470b65d130223d4a644__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5748f47584a64959b7453a94a3134523__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_875fec62a10749dfa8895e783c8c8e59__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_1af871ba14b4422cb77af1fa388700f8__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_29d69be09add4b1e9303a2a0f9b044f8__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_ae0686a956864e7da12e4e2b476d719c__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c0a561cec5354662833ecbc63479adf5__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_afcc1bb27d5246148e4671258bc03f85__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b67d6e5a77654a509a867f421a50ebda__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_78883978dc204ce3aebc9af2a32a3958__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_a39c93ba2070496a9e92bea264e8968b__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_5fbd11c1bf4d4d358d2b89d6f8e15483__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_dd68df816a824703bc547518d620b5cb__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_73899c898b4349538b7973059871c062__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d6249a42014a4d15a2316e566e69166f__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_cccb87ecc6d046848de95030c627198e__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_50dd4a9f39a44ab7846deab8c284b0f4__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d22b8d21154b4dc6ba33cf2529e6bbb1__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_fca3e25bfbb442ebaaffe5af41ab36e8__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_6cd39d32fa024ca88795e57794434fe2__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_5957c4efe20f4705a6a1b3a57669ba40__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_c746873a785a4a07934cfae14763b747__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_28675ab7b7f640e894c5ec9f0f9da0f0__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c958f1a00df74ab2a0d057734e255c98__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c8097bcd65d14f62a0bfe51debe1c002__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9f7fa1a56b714f519657704aad7ae744__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_15f43efafad64ba7823d8c5ef6adff42__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_2baf2cf2c9a845bc867cc6465ff35178__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_ee233f1e80dc4602bf545b9bd39a4453__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e45d046ffd084874aafa155436245b7d__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3fb9b5f8e4674e1981dad942695fd52a__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1d5b7d1e4c594299a0a6c0ed9cf43375__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6deaed77c08349698034ca1d0e0a9d2b__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_95426f3f4abd427d8100b226ff294545__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d4402cdf86b044748850ca14c53708ac__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_1a08b24f4ff641c9b79a3cc743a56874__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_d9ef282501f84a479a20806f95a19b3d__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_188431a6276a4a3582cf2e81cae5e68f__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_bdeda42528a34ae68ef9dbda23dfab6b__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_3b8d0e0f45254739b37b9ed96c5d5bea__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_b75cb427e53f44dfa5b55fc210bb890d__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_16a73e0e4fe6493a8fdd52a440537b0f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_038fe43021eb43ada0c7d21fbd50acba__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_4dcc0f2777054fdab38c3e4e4e2e0bdd__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_67b74de3e71848ed831135ff1139a05e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_358283eb998f4e1d8d4673284a74cb45__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_8012518f97f748c18cfc54c42e5c60e5__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_8ba69bad5dba4683a7d06933cec7bd7c__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_709188d2fc5c4dfd919f2d69c2514b1b__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_678640ed75fa4e76943f0d7660d18caa__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_b04cd92ca0214dc1b473883837f83397__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_27a4e091f561448fb9de028319c143bd__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e7301da748f442d5b79514cd87617048__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_1c081010362a4cd4b769acdae7f7369f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e30388b027d34e3684bb142c76bb52ce__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_f551cdd0c38b472fa959435640daa7ec__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_bd94ff7097344505bbb4719ec2f024e4__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_acaea1a999744c25bd82e1379386e629__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_226e7e6b4dbf4d439e1e1ee0aa37d62d__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_5f14451f55b84bccb7e230c843d2f5f8__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_0cea82ed0e024efaa4b2482fe3eb7e37__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_28675ab7b7f640e894c5ec9f0f9da0f0__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_912e4ac32e054e71bc8d69bf98a6010e/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_912e4ac32e054e71bc8d69bf98a6010e/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_d3dc553222bc4701b250f2b0f259c0c8__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_0d964e3cfffc4f5d9ab0cdb9bed7d3f1__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_23870b2da5a84fbf9f1e2c976a109368/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_23870b2da5a84fbf9f1e2c976a109368/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_338fc7f517a8450f992f5e3e78652444__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_4cee1dae18de437b98f9867366065fee__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_0dda1d8575ab48e39a0ddda7f10a0b3f/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_0dda1d8575ab48e39a0ddda7f10a0b3f/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_aaa5122a05504c25a1137bbc42919b8e__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_c3aa630fd6124d63963f87531980cedb__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_842bb919858a4461bd0ca66416598fed/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_842bb919858a4461bd0ca66416598fed/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_4497bda0dcff4a2ea2887bd6d0637ab0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_45f435c998f9404f889eb64e14ce98de__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_8a71fc432b8e4d0a912383ed215854af/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_8a71fc432b8e4d0a912383ed215854af/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_4ad0fdf48a9f4efaa143b3cd22169fef__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_18abe8324e594ab4aeb0cf62abfe0d24__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_566a608b36ac40c78fbb1c43c8670801__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_16fba2d40a1f4b5c8e0fdd92dfd9a29c__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_42b06ca49da24ad0ab710509c2793017__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_ff698a6a4f8f4cfeb4c9a1388cf40555__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_4244ee3faac449ab9bdc3aaf77679e7d__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_c67e41662aaf4c50a2e8dd29172b21b9__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_15197b7f3c7448ecb885a2adf32357c2__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_408666dc22d94015af5590585e22176e__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c308026833084f2e92aeff5db9b86e07__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_591fa50dc6a74426b000d38d8a22cc4e__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_3535fe6b312a465b9d81ac72b28d38fb__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1a98a16f9b5f47298bf9702c565e3d7e__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d98b4a80b68f42aab44d4f64eb6d0589__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9e7e189bdd774941a1eec338fd2da220__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_69e1087f74c5465aa343a21cc8400a91__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_c2ed2c2e670b4bcb8cb3d5914db36da3__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a54a010798544943b784e2157381c4a1__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_0587468f2d484b13b4218592eddf63b7__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_055fc8eb6d914274a64f996f77466312__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3f385f9f51314f069bfc8bc868e7e801__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6b0d0ba21b89409783e80702648f021a__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_08f3d7acaea34544bab67d4b95c127ac__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_8fa705c6a2e042e58af494a3f232cb0e__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_2849d0f3f379452c91862084e9c031c6__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_24069245697d4c3090edac25b933b57a__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_12e307c03b9f4eda9c89e2b940ac438a__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_1f96ef41309a4f01befe7c4efe58318c__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_48ffbc0bc4c34f5181c72ceaebb3c06f__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_45f435c998f9404f889eb64e14ce98de__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_4229f9b0b6f1428cab1bbd52b3365f59__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_5373bdee4e9e4cf6a2e8a3aebe0a8acd__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_f95d55239b2d428c8a9dfda88f564058__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ce3241b038c74978896cfd4f53e65042__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9e47ec8d3237406dbb4bd6fdd158c20c__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7531be3402a2416a80e88a83044225c1__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e742fd535fa345518cba6231f4c341a3__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a2ecdf4d0f174398a77ced500a48512b__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d9f3292919994641bfece16a435f7331__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_7ba1836355014c189b37ab2ee72e9658__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_468f7393d9e84a2fbe7f80e0fa154ef9__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_071dd82cb7b14264a648ba4986b16c2c__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1ad07b7721e047a0b93d95914f5a2ffc__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_36f2dbe45ce84512bfc000eabf03b421__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5bbfd8ec3c5b429d91a4d88a4a8a3d8f__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_4af74bdf86d1444b9e8406929bf42fd2__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-28.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0bfe89df297f4261805601792fa25e3c__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_94eb1a74306542fe91318131d0451af1__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6493961010d04bd2960a629b7aeb44d5__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_35e68b215d0146d0b5a1254662ac1ce7__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6e3faf00ddf040b0874040205328f88d__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_2e3fd06e2a714357bfbc45d6681eb942__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ffe02362fcf64bbfa41380f99bd6764c__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_047fd846df8e438cb66998725f2374c9__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ece51fe402224f94b666712598493489__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_52cdda0ef92f4206a54b32df6189f21b__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_a110a354eeb14033a0944df0f8a316bd__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_8e5d509c9ea344359e2b778fabb1963c__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_28675ab7b7f640e894c5ec9f0f9da0f0__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_540e8d04204b400ab1c1942905dd3f3e__cmp_A" eId="cmp_AJ">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>AJ</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_AJ" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0867-898dfce02914425fa23abb27ba72880f/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0867-898dfce02914425fa23abb27ba72880f/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Waalwijk</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_ccc98f45b2f74a7591b0468d901d1a4a__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Waalwijk bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_96ffd090139f47c487a044f3de7a4b89__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_e5a559cb9c104b94b06aa8d184d08740__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_e860e5b8588d4c94abe12d1eee074ed0__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_2713f67fda4a4471a8a7dc727b63b151__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_88f84cb031d94285b970e3ad15329e03__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_84664b7a6c7e425f9a980e2863c0d610__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ca8e2355a2a7472193944c4b99d4bf5f__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_473f6419f8704435be3312cce3db9427__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a5692fbbf8c547f78a31d0c1d0b46ec1__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_cd1095bf0151483aa3a8eb1b5168fab2__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c0a1198b55e2456d8c8510138a4287f4__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_58ae725f184146e48f066036d219f230__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_bd4b3033e718430f8083f4a035dabb68__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_371593ff53434ecca9387f56e1e9d47c__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f33442ab4dc64512b8f24c2deb4b5298__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_02d4c5394eed4f3db2815062cb4519b4__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ec9f6ffec5d840f1be1e420a8bc95886__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_56ea73036e804893aea7eda7d8f119b6__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_67d02416980f4a8082aabd1c4ea600c4__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_8d2bc9d4a2264b2bb42044844bf5f8c4__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_02c20753a3fe4a01966bb0519358b6d8__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_97e9adc35d8044fb96e073a28957a546__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9abc1055475c4995b2f64cd6829a4e8f__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b926e86f74904c818d3d6063b7ddabfa__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e50cf95b71cf4e059df3f76ae050bc4b__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fa02273bea3e40088071398499a83d4c__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_22fb3eb39c984093a501e60f4ec16d9d__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4a8216122b824b78b1e43cf9b5501d19__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_72138920792c4bf282bf3470785d179f__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6f51c2bb92df4be3a2b8f4142910a390__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_17f8e9caa4cf49f8b826c5cee73fb3f4__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_312d8020767f4734a410fe865f07d483__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_32a46daf2c2e4562b4cf74a7f98242b0__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_52c32d11854b478584dd9c5a1f4ea4f6__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_501fc09367384593b1db714a66be8026__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_67f9f06f690247689eda57f511e00300__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_e48ee30859e54bb08d43e72c834312f4__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3d6b05c197fa461c8e1caaccd81cd534__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e62687f8ef8c4e7a97aa8ddd09fc17cc__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3a714e1e254d4c88bbb2dcc4c3a6fce1__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_de5c600e37534f8098a3276c934ff052__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5eeeda4e011143259f979ea394a6d6a3__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b6b3bcc8001b4670b02eccb2ff461986__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3efe437da6f9437e9d5fe560b5ea5f15__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7a3d026ed4644ddfad9c7aac636557a8__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_3b98a9f242984838be0790c625b4177c__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_6fc5d4b793ad40a7a43599320ec95f4d__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f61a622eec13443c9aa3ce6b91b991b4__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2c1fdcf8ed344d6e94e1776d80af76c9__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_56dbfb4fd48040a58cafab9d6e89803c__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4ca177cedaaf49eab0b3928e76098200__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9733919b9d7a497a92e2edfeb7b11f32__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_d2fba8fb532e47b0889c37c23e8759a9__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_759312dc13434d3f93e3ee4d14139e59__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_3f3bb673101648f5a7936a58a4de98a2__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2b502efe937b45569928b8866b9ff629__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_925b9c2de7934f94be4d8525ef617eae__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_44d412c908dc4e6f93a9e128270299a9__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a770ce1cfdec40f9968ac444faff2ffa__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_f5ba90d6ca0a406e92dc3a1b248e7e59__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_a2b90867ece4408188d7ef3467569610__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e4b9e0bedee34a589e0f01d57fc3ae98__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_178148d92bf3467ca31b4b96c31eccd8__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d6eb95701c044b03bdbc31bcb0b321f9__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_94a19a6db3594dd8b59d446763f380c5__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e37a809f88274923bfd94ab49327c5af__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_0cbc4264fac5493a92d390edbc5e99a3__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_ecbc1d429be6463daaaca344168dbe34__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_57d74134fa67421992ae2ee47ab1fc02__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ab20de51689c421b94a360475135d45b__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_20a213bb923440b19e31903bf0e12f68__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_08e25e43ad7740e4bc39047f03a032ca__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_35e938341e6b4956b01282ca524f559d__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_738c50cc86cb48948b9f6a966c3dc5e8__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4e885409ca3a4281ba422bd6f53d058b__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_afe146ddf24e4202be00a954d371994a__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_042cbed66313483789636bea3f7428e2__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_04f492c58dac4d318f8766e593c2f99a__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_f5af90fe75ef4ff38075c12b17ccaab0__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_090db1b4d5994147be9242ea61610eca__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_7df3f3be78c34755bfd7862266537809__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_af285f8778bb46abab4c4a656c166a62__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_98c1a99f5e85481ea98457c174979592__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6ca4237008ec428f83cc303379fe8f8e__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_66485852a16341b1842f61c40cf0a084__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e89ea67c1af34ec184e46c719991f53c__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c2204c3dca224bb1a5374b7ddfb14a7e__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c78a84698c1d4c0986525457b60df7ce__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_fbc81e19dcb7471090f3774619412c5d__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_934251a3cac742c5a4bb2545ac48673c__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3bf61fd3d504499ea6419d732ca01a61__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_bbc1b664ab984bf99fe130d7c9a6d324__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_af285f8778bb46abab4c4a656c166a62__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_60dbd98451644843895135668a7c6b74__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_fc32117c5b7446f082f6b549babd1d5c__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_0f7d36a8a30b48788ffa234bd70748e5__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_9e5c43391dda45e5b091379d03fd9ae0__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_a1fc2ac127f44e40afaeaf121b9b17ed__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f04abfc55ad74b409000a4d21d22a7d8__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f72bb3aeec874ffa9eb38bbe0050ca35__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3a65245379e94e99bf938d476119dcd7__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_77c0f201877e47ae88e8aa939d7edd4b__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_073453fdb1564eb0b7d29056ce465a8f__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_60c16f1c50ab4aa38c116bae204b93fc__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_5cb1a923256b40efb01b9781f019d9dc__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_a1fc2ac127f44e40afaeaf121b9b17ed__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_671c5024c73e49b09e9b7ddc5164434a__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e062724922fa4affb5468b83ee5c4a80__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a769413d058940a4a69cbcf04b40c29d__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1b19c9a4651e413697e0f15a38b7eba6__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_472d0045d05f4c77b22b9275e2aeea29__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_74c085a821c445d4bb2d1301aef7d75e__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_7598e11b38f5471eb33be07924d76b32__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bacd439aa3b04183b47cc0ea81421512__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_79c2493059bc4151817f881133cfb3e7__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c1d2a06b8e3d49c790154452f15bb82b__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9dbda7c6e3794dbd996699fc907d00b3__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_16967ee70b8c4fc9aa4dc3acebfc48c2__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_d51a4793f0e44f67b831198c8198adcb__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_d6864c508512417b886bee7c2fb6ffd4__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_60a97dbafd054f7eb93deaf09b16d138__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ac229e2540c34ba6a8f93082fd8bfdb5__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_7065f4a6a8b14fbca12a61c38423ba5e__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_60a97dbafd054f7eb93deaf09b16d138__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_1f65b04f22de4d27a4222f5ebcc56a8e__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_1867efe4447d425083f3567889f4a626__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_1292fb9604b145fbac04c0848ced2ae8__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_a1fc2ac127f44e40afaeaf121b9b17ed__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e57430c6da5548acb8abb2887a467096__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d4e8297ffa9c44519668adbd548ecea3__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ef39ce19ec0f4f08a1576d72ed50a01d__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_490c881a2d2e457a8f4c29720a544716__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_e6546e1eb5464d7a8395b092f1b1fe28__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij - niet van toepassing in deze gemeente</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Gereserveerd/>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_25f544382b1f4e10bc5f1424236e46e4__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_64f4251424824e5180b31bbfb831f478__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_6ea84d198d0e475187077d7e82b51679__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_e12b450b568d4b558f764d9e1c2c64f5__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_bb4f280cc9354398a87be5c163f57154__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_74069b06107549c2897a6c185fc55232__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8fb2de90d2f94209a10a893e982b479c__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2173f4a856a0494b8d225afb34094983__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4e989e93d39046a79dabfc922eeb9c74__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_a3499bbb41714601ad75756e0036aa66__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_0bf590f0e5a64170b5e52cdee8cf2c3e__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d9a0ab19ac4a41a282a2b0fc19e7b782__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_07d9459db7f04b7ebdb40251cb95001a__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_03b5cf7e8e4045ceaa93f6265b17a83d__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c50c35c9c1734ae8ba7ff889bbeafdc5__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f57530a5d70f46be804b5681a1b1b61c__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c11855e3af1b461cb5d40168b275573b__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_c8aae6d45782412b8e5406c57bd6264e__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_141d81c28e4e4f5db90c9340f5241b60__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_02613b63fb3c43b5bb3decd42508279e__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_12db77e127624c4fb0a7b6cc3bec09b2__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_14fda9c53aa94039b9a01a9068d1f5b8__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_09ab8254eae94849a92977cb80a06b3d__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_624ab1818c864ce3b9dc84ad0f772fb1__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_99b981d6835848e5a568623bb91933c2__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_fa2ee59f2e624cbb9ff84c9eecaaaf11__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_c9c5155e31014a0b9d51ca03586f5a9e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_cfbfb8ed26254d8e9c009fbc16be4659__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_575259d817e5471b92e559c7b07454dc__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_0082e13f50344e8ab92d5dee05050cef__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_84538604aff54a5c869fadaa1acfcfdf__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_b528705bd48343199f1de162a5207d9d__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_3243241de8b2496a8b3b020117ba73b8__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_fca2db694ba74fd7b6cdd585f126ce27__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_8c5572b5da154b0a870345c461ecabe4__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_3fe45f51a1664bc5b4ee19163489b0c2__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_d038e1dd56104ced974115e03a242e24__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e4b8106fd997415eb03ed20dfc0e29ff__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_18136ae9cf424bc583e9bdada313423b__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_db1aec6c9be444d08f866ebabf1cd33c__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_d9fe85a9bf524bada84ad3fecde8df56__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_2c0d1b8c0e6f4ef08e350af5d805b76b__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_469c38ae74744cdeacb652fa2b386ad3__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_bb4f280cc9354398a87be5c163f57154__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_8931917fd2cb4764b857bd4adbc9f5ad/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_8931917fd2cb4764b857bd4adbc9f5ad/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_fb6c249f0fec4a55bfac49956f58fbe9__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_af285f8778bb46abab4c4a656c166a62__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_f3f51a37bf9740be908d946d4b1ec591/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_f3f51a37bf9740be908d946d4b1ec591/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a444adb2d3294ecb943372bc18845e9e__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_a1fc2ac127f44e40afaeaf121b9b17ed__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_6a9e569a41d04e7e88989d10143b1118/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_6a9e569a41d04e7e88989d10143b1118/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e22af5e605df48609f76ed104246e587__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_60a97dbafd054f7eb93deaf09b16d138__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_e4048fe7388d42fbb5750cb1235c3708/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_e4048fe7388d42fbb5750cb1235c3708/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_9804faa08fac40d4abc4fc00ea9ec24e__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_090db1b4d5994147be9242ea61610eca__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_9ca7c99ce4e743378e14c9e032e9931f/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_9ca7c99ce4e743378e14c9e032e9931f/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_8e44c608ce12449aacca4dd9d5c0b54a__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_75e019de3da44c4b8dc7e413f312bc3a__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_217e4cd8576c4b9dbd13f697958a178f__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_b05ba2212cc2404db13c2997ec57b272__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_5fd0ec610720444f91d54ae4b0a5c125__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_4fb523b91de24abfab098ecbd7e4f2ad__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_b971788a86474842a6d8136674723099__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_e96c802d294f4a27b38ca281eb769a7b__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_945724f4aab44e48ae049ebecaeab69a__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3607b732c79e4e4b972a307978df308a__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_074562103cef4ce3a0ccc9fa555fade4__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_95c0ca8aa15c47dfb0d068c7f7d1918f__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_a13d0e07410942f88f15ed1ae0d52665__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a034c6733a49488caec9dfccb4797e39__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d89bd1cbe1eb49ea8218e07bb76a72c1__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a09e6e4e75c54d61be98a9e12d309c80__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f215780b14064235bdbd9d80dcfdea35__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_9e2c19f409474c22a7b58d5837f375b5__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8d4f1124f2fd43e9852ca96a252ce7bd__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_8ed7ff8d2b714af7b0af662f35f80a99__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_f5db46d89c02401699842d15802d8ee1__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_79807a629119469b9079d90002acfd6e__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_70094adc27334428a8cb9a80931297f3__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8695b088b506468ca2cd65fcda46f77f__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_0cc82d0a51394f0aa63bb7221c9dc207__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_d470500bdee149a081df6caef4c41e74__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_0e0682c15de14beeaab7a0b75c40fd91__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_31ec50a3857943909c967d144bd3db27__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_08149841a89545358578e2a1ca694581__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_f3da9014ae4140c481b4c01141ae464e__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_090db1b4d5994147be9242ea61610eca__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_a570c6ab803d4f9fb46414a38b1ea46b__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_f880394b67c5491389eeccdeef2426d5__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_fc81292ac8754cfe983b6b5840a9c1d3__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c331114f44ad4b4f9829703459135ee2__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d61eeb2e20e640adba10835d3ce385c9__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3bb0f60fdfd64ec3b211073e57a4642e__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b2d3c571b5a84aa28135bb6786eb741c__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_304fac87b6754e4f95d08988fb27f75b__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7c495af486fd4571af6724d2e4d119ee__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_6b35c1f528664eb393c75714161233fd__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_845810fa21cc48c8b3afe67915c13c79__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_a4758fae283c490cab0dd099b9a3e286__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_7e9ab34175f842c292cd7638e75511c7__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_bb4f280cc9354398a87be5c163f57154__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_6405c0d5fb6943849fddf2986d20c3a9__cmp_A" eId="cmp_AK">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>AK</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_AK" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0873-b1f7d5fecc82454f9bc4d3249f92c1ef/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0873-b1f7d5fecc82454f9bc4d3249f92c1ef/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Woensdrecht</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_d0b8cd68428d406880e1047204772421__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Woensdrecht bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_182c3f7fd7fc4867ae3d5d2c31fe3881__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_42503ea612d84ff588498f2f2fe9d163__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_f1d4d88770f4407cba3a21928fbdd2cc__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_ce37a84c9a4b4eaab13ffaf332e54923__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_b7077ce1495e4c3891a877aaf9400a8d__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_d92d517193624fafb86faeca87f5c338__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b1828996b2f04a9bb278592c37b920f4__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_eead1b4ef47a43e68322debb9404999e__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b52529b858f24871b995d6e3637a3276__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_eba0211709dc49c2aa139d43b1dab84f__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_59c25bfc67cf48b58b0ddbfb1be60de6__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9b6c59ee0b91450b9a044a38fe37fd64__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_33b491ba179e4f2898172356ab427135__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_248da073e1764d62b9c2daa86aff799e__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_40dbf9594f2b407199358373ea2c6962__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_43758f0577024d1c888725aa80dc10cd__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_87d7a5d3e65a4d439e6e95fe95f72c91__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_19a2b1cf1b64457d9df2257efbeaab3d__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_59688d662a1f46a7a0c860dbe8ef6a9e__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_f20a53be595c4087a20c7749ac810a57__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_bdfa5a80ffa04c2ebacf7c0cb60479b9__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a1e66e4618f342bdb539c48d483424a1__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_61bc07eaaf964feab54d7c6d7eb5e5c5__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9871c962317c48fcb6048bb2b67fbf16__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_62db523df51447ae8e0fcad2dcdda94b__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c1bb6bbdd71e4c758040f0c3ae85a3cd__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a8ed9adb6bea48efa01b13c0e3e5c1ef__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_243346092ef943c4a063348b3ee17d3d__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_7681056feef645a28d8d67caeca8a15a__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_117536fcabd243d7a8e17381751294bb__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_37a3ee7e01004c509aec9b146aff6c7e__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b6472c008f824cda8d57bdb7bf08421d__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9b0028db310943548751f53af244902e__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_64bc3cc6faeb4655b31d5d5fafd34a8b__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_bba7bbfcf7a24962986007b68cc7753f__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_b5fc3cde03954501b318b04bff332196__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_c0614d3b3aed4e519ef0f7f3f6488ecd__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_56ff82f690d04008a8f21f9a30a88a13__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_624fb18be75440d3a64eeb227c30b8cb__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e841b6bbcc9346288ece01b2d7a34dc5__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6105db3b20a743fbb0d11dcede5399c9__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_7e81db9f76fd4691a8aef3632206be61__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5b150dfb53bd42c9be52275eb16b9a92__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_027b3a90f5c0495abb9400d754f08126__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6171a842c2a04675909899f6ee0799b3__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_e59f65fbe27d4f79a21864d0bb7b9b78__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_57652a67ae244800b6eff95a14d657a5__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a913a1680a034c979bc481d64a245c2f__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_fe1153ea30514e34864f112d725a5df2__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_81391649939847979af584712575e9fe__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_41c54aa5064f438ebb2665168ccd6129__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ca323009037049028693637225ff99e7__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_308e51f2cb894640970c75395b17b68f__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_3761ee0cd0ec4fbea39d060572f6345b__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_b972d7ca5dde42e6b09fffe63cb5aab9__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_af90a98c95a34f248b1ed0c884d8d645__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6b7c6821c7324a728823b12e17879b24__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d612134f6a964221abe4e7298ee0e2d4__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_402041ccd42d49489dde38fee87bcacf__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_6c73177b34854467a6ba0c54a2af05f6__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_14f92c2b262f4612bb4a2f171638d1ef__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_fbff4c6bda0b43ffb56a5bd6ba88ce68__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_652444b348ed4d00a56acf296405efbc__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_cd16b01839d44bbdb13345ee89968f72__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1c7e172e1df04a819cbd56df1f01c435__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fbbf81b808704e17aadc93e8a42f421d__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_2463450942cb43f8ba8489817dbaedc8__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_52b7e866a5b8409b8cbaaa1af3aafeec__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a7c9c367c4b24b478ce187204e9f94c2__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e37624bd0bb648d780099efcb66582ab__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4c905c4820fa41d08087d8a43477a99c__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1dc105b77fc7465784d91d3bc84f40e9__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f6794f1b58634b4daaa602fec18632b2__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_edb9e363706249f1a8efa648dc0be071__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_05d935796bef40d3a35feb1362b6bb3d__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_92e56bca3a40417e9f42d0d2dd49a85c__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_f36aaef901a64570aebd7ac7f7b4f6a0__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_1e9b5007a2114e8ca74d20b22aa7022a__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_1e44a70bb401404ca0ee1d4bfe337f47__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_a9ab76d2fd194a679363b04f8a62787b__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_2ac1c49d55aa4c54b2ef57ab6b6df7a9__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_d7b047bade2346e3887c68635b75d70a__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d86c2403fe0c47e1896d6d62ae09db43__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9e225fc97d2a42fa92561ef35ce51461__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9535113c386a41a9addb7001d64a3315__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_118758b45b914876b09f2730ec60d0e7__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0529e38bc8e6419d8ec37779a29f67b6__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_bc2a4a9649c2495593fe7292cade245e__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_cdc241443397410fa3c96054978071cc__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_294b589415f046ecb10dfe9154020bdf__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_64244e63583f4c59bcd9001b682bd3cb__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_7121dd48ecee41b9a23d83694eb373f3__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_d7b047bade2346e3887c68635b75d70a__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_be4bae3444c4406c916a8973af1af697__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_3077d4c9170644738a7f8d8e85f1d442__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_6fdc80f3fcdc49ab86b18a9d12d95ef3__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_a8f2d56b657c4d4fa14e0838c70f03a7__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_a4a87beb706d453dab2a18c5a05ab6a5__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0e3c876facc5408d8c838e27c3117e84__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c679474d7d164685b1d9a4185e524bd8__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_70ea8fd5dcc24e198a26aa042997ad48__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f91d01342af6427791b1a7d9b29e1e37__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_87faef0b6ae54ff1aa1bb6b9df0ae2b8__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_3439131aaa4442b89b0c63852ee874c0__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_a238e0d1e5e64dddb93a3615d799aed2__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_a4a87beb706d453dab2a18c5a05ab6a5__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b561dfa68fcb425486fa9f2f4e28f9ef__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_24622838af0b47339a9e724a91f65147__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c9c0106c07ad408f972d63576c0b5ea6__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bd144d7acbfc4de39dc3983e4994dad0__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_df81eef26b994287958fabee1c4ab6dd__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_96fe19f00bf04667835afc6d8f33b30a__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ae3e18f3affc4caf8c133fbadb83a218__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_822538be0c8548f59395acd4541a361b__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2b12a6ca78084b0ca3bdde4e5dcd7f05__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_208483ad3c2749f3ba85b2f2a2a5b969__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_cde23895fdf94402b4070256161edaad__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_08bc4b432a6b4df69c9c9ed3b55329a5__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_1ed76e636c434785805a07debed7ead0__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_e925554b4d8b4d1fb59336351ea2c3bc__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_88a38c3cdb244b648f575f53a26c8066__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b07452f3bea047c986834aec877e990d__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_2138ca791488417f988276229aca015b__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_88a38c3cdb244b648f575f53a26c8066__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_5b2bddffe6084a2face9bf45c839393e__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_dffcb646b69648e1af9969f1f8749db5__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_f20584fff5484e93bd0dc892740ec9b4__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_a4a87beb706d453dab2a18c5a05ab6a5__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1f8102c1a6d74e768f4c16be4ddc3903__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0b570359899d47f49ca1f2c5c917f5a9__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9b96f0027d6049b2813ba5395734ea96__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_da8dc6241c2a4c229f819a944d55f5a9__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_f08f5cdb8f9d485a8a9985002b9874f6__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij - niet van toepassing in deze gemeente</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Gereserveerd/>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_ecda8b48b96e4b4c9ed9cd0d613d8a87__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_0a316fd920c94d57b522634465721e17__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_232131cbf4984b408cb4bacf075b59e6__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_14233b75da7d45119285971f47afb4f5__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_4b7e2eaf505d4eb4bbde3de47a3d17ba__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e58cd7b5dd5f4ec29a1f9a63917c7d4f__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e5a3ba214c034ad6bdf812905d0a76d4__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1c0ed6841cc0460faad5b6cb3674e688__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_dfefae05b9524844b44ab9bb381f958d__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_f88b41ad24f84a449f416129d0e99fc0__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_9efc61ed3225450bbe7f7bb88975add1__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_35d0433b6a8049f4813bbac2a2f64a0f__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_eb3894917e6c4135937cbf4a9ce64e45__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d2d5ebda8bfc4c6ba1508ea99161e7f3__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f884540bb8474a73b1c2a03533be7a3b__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2caaaf8d96534144a07fc75af7d7606a__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_20c18979d69d465b9a637d3c1e8b9921__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_69d72fc2a45f47219223d8cb99a3d01d__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_84073e0bb5b0455c83d083ccf8e61540__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_60ff9335e83347b7be6b55192cea4d06__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_12a408a4a246495f9589c2cbd3258474__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_05367cfa86a549edad24d17ee9f0ff45__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_33c7927930fb49fba02345a063bfc1fc__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_6a0e5e3f48bf4b198fa9adc0dcf2c345__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_2cc8307e589d4834bd9e2396b4fb5eeb__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_20d2bb4b63ff40429557ee1c2c68cc63__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_94049a4cc30d4983ba6bf9049b10ede3__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_63538c76243f45f3afb035cac557df84__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_0142a15dfb5e47e9a76e7536494d1267__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_ca44fbf21d214031b45b4653f9955a0e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_b77d90d1be384438afc67a6e92cd07f7__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_3581a7ed74b84fd9997ec28b396e564f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_0a1d726678a9481a9b81014847794c65__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_cc69d66bf88f43068743634547706b4e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_8415913f0f364718997c2d805c65fdbb__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_65f866c57448497ba245798dad29e072__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_67e23110a9884c45ba0934bb009d5bae__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_3d5b2c6d64a24b09a4f373e735346ca6__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_80be7298abda4eb4803e538bd790d716__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_4045eea88f79493783bd755d3c24f1ee__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_c7a1effd0ff04f5b885df62311740297__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_f2ca13b76f8342fdb50b7bd60bb7670d__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_4dfabc1bad3d4aa886a8996630c33518__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_4b7e2eaf505d4eb4bbde3de47a3d17ba__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_cb10ff5e22ed47db94d99134de1df7b5/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_cb10ff5e22ed47db94d99134de1df7b5/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_6dac8776b3d7455f846a046a088257ec__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_d7b047bade2346e3887c68635b75d70a__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_c543fe3394cf41958b22a5760a341ef7/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_c543fe3394cf41958b22a5760a341ef7/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_d605e68b83f14f7f8184eee75a2fb27a__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_a4a87beb706d453dab2a18c5a05ab6a5__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_dfb8301a54eb4a958b4659dc01fa5501/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_dfb8301a54eb4a958b4659dc01fa5501/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_eb5c1686dcf34c43b03c736c5407fa83__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_88a38c3cdb244b648f575f53a26c8066__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_a1d65a8ccb644c7b803c687e00726635/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_a1d65a8ccb644c7b803c687e00726635/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e4102e7d1f7c42f5930e9ac8da48129c__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_a9ab76d2fd194a679363b04f8a62787b__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_4e438533e65b42b5af88740d41aa37cb/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_4e438533e65b42b5af88740d41aa37cb/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_39acf1310b99473fa9c80ba3de1f86c3__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_0d820115d7e848d4b81fb06fa15da074__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_6c066633e75e475692941ef129b5cd5d__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_44d1310e967447ea90c0f1ae039ee28f__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_1fd4c3f806eb487a90bc3b49f5c8e876__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_b9d950ee25cb47ec9bf7b482f945587c__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_2d152f0a8f2c485281d6d8970878238d__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_7a728031c26c43dda3afa8753826da92__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_ce509454ed444a83ab080981aa2a9273__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5430f742ab254ae3b4a41b6b8a2f6b90__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4f0450343aae4a11b83f698821992fc7__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d9ccebb8e8344e54b8430b866d59bd0f__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_989db535e0644b66b43605b7bb6169bd__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8bf5136954a1441590ce8e8b81c67172__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_00fe95d740bf4eada4992514b637c5eb__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a7340223cb314dc886ef71612eb7c8e2__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_eba8f17ddc9f4efa8ca05944f71e8d80__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_b5ecbd7db8ae4abeb20705e9285d9849__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bb8ae5c6ca934e21a5b3e6927fc1200a__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_3ae2efcbde824234ba9ad874d526fe20__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_21a7e9e941e046faa2ee3167a514d75c__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4286994c4d5b445da31712219821f157__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2482680e5aca4fa49fcfa5ed54b03598__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fd85e95f615f4957b9caf1d77bdb21d9__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_8d5aeff964f346919b5aec49908d6fd7__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_db0e878e162d4c50bb7af6a20c77df88__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_b26d1457bb104407b80087013b7c03d0__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_0035943775d34aada690878cc67f240c__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_cb71e7f16ff644be86814cc09f3c58a7__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_af04cc77b0074bd6b01028de431d21db__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_a9ab76d2fd194a679363b04f8a62787b__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_91b45edf9daa419483ea46af447644dd__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_9df782116b07488c8a7a16df4286a08f__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_854824cf95e5446090124c123a60f555__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8c7afd410d884842996ef94779cf5c60__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_0b7fd3dcc502449b8e345a85cb1c6c1c__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_857faa42954949c291dafd938afa4212__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5720235bea1b47dcb0505d54e7a74dec__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ed6bca232a2f44aba34ab936740fc38d__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_765048b2a72c4b68a0d3616724d36cf2__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_9f4fc1f8712942578c440edd07471eb5__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_f72cf7890ff5405c9f78cd14860d7f3f__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_baaee2104cdc4df387bfb420a41ab1b6__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_b848628121ee4712912b611a4a5abdb5__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_4b7e2eaf505d4eb4bbde3de47a3d17ba__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_ebab1c69f8d24c12959d8544d3287d1a__cmp_A" eId="cmp_AL">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>AL</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_AL" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0879-4be87f1e4cb041d9b6b62796053a70ad/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm0879-4be87f1e4cb041d9b6b62796053a70ad/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Zundert</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_3f4a4839614146139e550da77bd4a3a4__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Zundert bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_f416964fff9a456090dfc6b69ee20ec8__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_d9ba1cefee904e70910f39fd7b2a6a10__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_26a53a56e8bf4dd4b40875d34f51e2a0__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_044b5f5caac447058379277fbb771f31__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_b5fdebb95120424f91acc1b1719d29e8__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_c2cae9831ac94778a6c3c7f3bec421e0__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_65e22db52c394e428df030c0c1bdcb85__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a51b12f9441d48c2844e1eacf0f7e6c2__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ec2fe90322f14ed2aa9d98ee3f319b6c__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1528750c182e4b0d9a57c9577364c049__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d9e5ccf6f3b94fb5a21ba1ac6405231d__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4e7974aa52274a8fb875fd4ab36f2cc9__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_aaab0b93f1db46a4a07eb06270c25893__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_329794f97dc84656a26ac945de772f12__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_fb550edb44dc488399b82efa96f0f24b__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_bc0cd5ce995a403d8b17a053a45a7481__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_cad54d8ebffc4c178d59be770b7aef8c__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_df183e34ccfe4e6fb08a70c3563fa252__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_8d3794f2bade42219cd17d8fec821ea9__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_906d6d4d69984f13b4e029cd9baed0c4__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_68cf50bb38b04995af844181ab7d9f5d__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4af592fcec664d6c8a7a1cf54ec1fd86__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_be4d857a838749de8463f04ae9956825__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5d5a3a9fce15496eb05406c8c57ae864__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_57e8cf644f354d168bc3cd55e1e50f6b__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d53a48c0b07540a4a81fc57f3e5fa6ac__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1d5677022bef4a398978cb278155fe23__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1c1234ba2e324c88aa341e05bde700b5__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a096f2c9a17f43b68f0e7d7f2102b016__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5afd408888bc4c8480d4c7077e6c1fba__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d4d11317e9584d678b9489a15a2dc4e7__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5fe1df14176e447b817315e0e2c19b0d__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9e7ad7e0e8154d85a25150b8e93dba67__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c33fbc1f792749f399ec6a2ca987b48c__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_dfd6e75962a04f169144e581617df458__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_e1f24514c8384713977811f8fba651a0__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_f7290a59c4274e1aacad49d611c731c3__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_cece55dbd46a485884a155aacbe8aa24__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5a9318ee1a364ba88e18490840d9de6a__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e4c0e4d15bc0484f8a1a7bfb57e5ec82__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c7b6195af4a646218818dd936f4d94bd__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9efa098d4beb4008870f9806d38f2819__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a07b142f8d5e4ad7a3b69ac661e7dcf3__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4ea088d000ee41e99fafa62ec4390dac__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b44a5c6bd6c34352a54224848914800a__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_64e2ea15de174236902445cb3b7d904b__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_1a633f0fc379425fa85aea07649ec935__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b9c83240664041a08ce349bdf4970b5b__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5f4a6674c0b546779ac834bfdacb4c4d__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2e36ae6852a8412093899e45500ade08__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4c834e9a32814e20acdb7f76ef97e467__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4256aee9051946ab838b1feb7dd81f83__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_3521298733b1427bb1cf16e0abc7059c__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_6f43bf4551ac4603a62a79e5e1b3a113__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_6f6ab25de3524778913448e0c1f85653__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e9847e6d7fcb40e593577ce8b7a7d5a6__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a7ae746ce9ec4764a7c5d94c1f230f6d__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_895c68c17688436ea2062017abd7be4e__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_324acad1938f4f5f91b4cf82c588362a__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_063f5511d01d43ff9fd97fea578aaaba__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_60a5f0aacda549c98e136f8e97b0f670__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ca188091df4246238bb62249b3ab0d13__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_61f7fc78af584b4c8e2bf7913b7cca0a__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5b2b24ed48e44526b4ca2433f3b75bec__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_7ea162bbacff466e87be81fc5b04ebf4__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9fe1817d6fd64184a2e47db83fb3e514__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_da51eca24524489489e6951f2e797a0d__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_a98513ade3754e468b5a56f809983e66__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8a5663880c174cc9bbd71614a4ff8693__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3c834fcc92124ebc82d2556c15352ce9__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_183dbad282604c1290b7555027de610b__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6ba896aa22be482883f00eed91b00ff5__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_da8f26627fd846c5921ff8f086b4638a__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9e440f1e1e9b42f4861466244d4b48b2__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e4175a264bfd4c2fa7d0f2c72ea8f57d__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_da59557f740b46a4b0cc1b60e3f40f8e__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_4bea474c76a5447093c97ab8e986d7c1__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_9ce32c6089bc49f0b9f0f070ec01ea85__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_4d011732adae41cf83665108ba973ef7__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_39e45662f652409684f00d2fe96c74bf__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_54e00c2df6ec4f85b541df3388ded762__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_60d31feab63c44da920d5ce5c995d5bf__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_074581976c77467ba8596a7cae1c0bb3__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_caa9828753384979ab03f0abf43cc8d5__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_17cdafaeb708489885d19ad63dc206d8__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b7b4ab57e20242a6a593707bb2761957__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d0fd46b07e76490eaa9b5f2db37be23c__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_73d95d3ca03145b2b2ea4c029ca904d9__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_7b4298ce3c534103a3eb0fc5583104ad__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_29d0591c6d0e4b749061cc124fab70a5__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_fb688ce9c6984572930b4692deea2048__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_09ff7802d3774b9c9246d69ea1986ef6__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_60d31feab63c44da920d5ce5c995d5bf__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_537543fe0f9c449696d14a543f73e993__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_8fa3b384dd2d42fc98422c8a01e4990d__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_152a059c0bdc4d54a7b4173f69312dc8__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_dd1af6ae849249078f0efbbb72b7d288__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_afdb96befbff43cf83258aacaf4bcaac__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f186bc93a5314f9fb16716bcec3aa2ee__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f0e0c803fd6c401abbfc539962903843__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_30b8fddeb02f48338cdde2fdafc9e340__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_30169a829bda42cc846ac13f42d01f2b__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_9e0a415a33d34cc683cac3066697e42e__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_ad0d3332e71a4d3babd4c276f19964a9__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_4f70f42528524eec8c23de9b4753aa97__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_afdb96befbff43cf83258aacaf4bcaac__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e10cb0c4e33d4754a841014544a1fc96__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_705154b51b3d4b938e27c7e0953ccc39__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_cba132be20fb4f6397606f9afb77ac2a__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_86b92e105bd343f8b63ac7c8e4d92b9a__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_54b2f2f80b9a46ed8f4e5f34c6841e54__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e1cf2f0eaad1491c9419c94b3d931714__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6a33118dc38f408bb823c6939ef2dcc9__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d746c99a03a44e9c98d27bb628b7bd71__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d6f8e3e10e5a4a50affdf1793e9a6237__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fd9aee3102bb4f6faa98134d888268a8__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f6ec69def03f4541bfd204bf8987c58d__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_b4f5b0820c014e658d1b40077d2519ca__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_ce117806c2904d16af234cca621ffc42__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_8d8e1fa161bf48b493646f666537767f__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_e89505af8e774b6399fd8f3039defd8f__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_db4260ada2134d7db7038b3e18c60291__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_885f4de0ba7f4914832b906709fc19ca__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_e89505af8e774b6399fd8f3039defd8f__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_92fbe06cc52b4235b5be1eccb81fd921__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_ef3071a578494946b136e4b16b132f3e__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_cfa8b5b1ea064b118a435828aebdac19__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_afdb96befbff43cf83258aacaf4bcaac__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e9660e7fab4e480cae473dba977a5bec__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0c9e89bb371440cb89edfe1b553ade8d__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f62b095865f746cd88198dc9aec5a343__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4114027a97f640779baf72a61923a7fb__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_0d4fc7344e394fe68852c3eae57419bc__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_703fc2113da249c1bd0a6130718e37e1__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_57076883a23b4fc7ba431baec7fe2029__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_dfd672fbf59b45f0a6a009569b2f0cb6__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_92eb7ab75949482ea63300551579f2aa__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c5823c0f4e394da5aa625dc60d210461__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_860ba3d268b64196b33795e03d9b3f74__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_c6f0d9b411494fc7958dc84f12e0a39a__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_4f4fbda2c2e64227a36a09df0e62ec68__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_623017de321d4329b0e33d697e13d3ca__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5de6eb8c24fc4172bc45319cf7a32731__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_0a5f4b19fa1840f8823ddb48a7bab4d5__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c25d8446a62a4892b5daec4bfe189296__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c472a028aa1347349bf9a280131da8b4__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_7a247166f17847b1886c774d0bffc826__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_93a5d4768b604e2094958e3574e3bac9__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_e21ed5ab0c114626b74b1726dc856879__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_1cd14ca791c4441598581bdcf9d9cdb1__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_567af965c72b45a29424cbe7dc669562__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_ecd3572b32054974b5c07812574aaf28__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_de1a1dac66e54948b29c4b8ea5756c91__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_05b1a297768f4688a7d446926ccce4f0__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_8961ccaac3444802a08c0871093b5bc9__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_fb455a4a992e4848baae28f2ed885268__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_f30f4963ea944258a60366552fdb554b__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_80839e6f9f844564aca9ce2a4589b921__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d8b92d5f37384481a14979f4794469b4__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c770ca7949294f438bd95dd782cb4401__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d754c40195d74da0b9fbef495760996f__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4bd60a89803f43558026bb6d8da83210__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_29d73018d22e43fba9be7dddc42a1243__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_db267fbc753e44aab737bf1d5c8f2d7f__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_6d0a7569c39f4ad190262e94c95f1ae9__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_755c8864fd064115b9f6124fe17ba0ff__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_1c2fa5573d3644c9988f284b4a499d67__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_afe48b5852fe410787531d71a40c5104__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_fbdd11521adc41cabc2c9b8915682ec2__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_3c8f1c0b7cd049778761bd15be223d9a__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_0067b058b69c42929136b8100ce4646d__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_587040947ee848aa982455a520f43356__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_5c245953761747d49d9869f074758d84__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_0b52f4567b85484a8f6546f87f72d797__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e15cd782f7ed4ebfa802609ffe089f53__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_5288380680ae4416a1629bd23d1c4f7a__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_dc84d2f83e0c4189b918a4a6949fae10__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_c74707c446274e6b86a52b22c3308231__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_483a283d45d54229bb092f4b68574e97__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_8752bb117440473180dc622f60e6e07d__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_38460f8255f54afdbea5dcb35580bf9f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_55772bf490324f3391ce867025496937__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_d4a28695473b40deaf3ee258b2237b4c__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e185ba9e62d945e5856c306fb2abd508__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_2b4929fdfd92481683dfeb518ffbf4d2__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_08abea7fc67142daad34b051506f1d15__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_4e09a53aff6748618112d960f6ccc2b8__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_846fa86bfe9f4b05995dd4e63b4de530__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_f5635d0d214b4468ab72fae8d04f6837__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_8bc889887de74749bdc2fa69c049cfa7__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_ecd3572b32054974b5c07812574aaf28__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_0f775deabffd4206aca5ffb3ebe8a81f/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_0f775deabffd4206aca5ffb3ebe8a81f/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_64b4a3a21fe84858bd177d0c84b0bfed__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_60d31feab63c44da920d5ce5c995d5bf__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_b30d72e9057c41e881285478074aed94/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_b30d72e9057c41e881285478074aed94/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_af363639ec9740efb5ca4cbc4a776ec1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_afdb96befbff43cf83258aacaf4bcaac__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_664c27acc60a439086cc14993304874a/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_664c27acc60a439086cc14993304874a/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_92a7f65a03084ac6a0924b2e88528542__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_e89505af8e774b6399fd8f3039defd8f__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_a91333ea2fba4d8e9f6700df8bbd84bd/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_a91333ea2fba4d8e9f6700df8bbd84bd/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_dab5c5ed08cd4b2c8a4e1aee0423a04c__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_39e45662f652409684f00d2fe96c74bf__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_eba0abbb540240feb9a128b711293a20/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_eba0abbb540240feb9a128b711293a20/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_56bedf40ba324bc6840fca2de98f36c1__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_aa5d6e53c3834a4e9acd4fe3960d4d6b__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_15fe04d9da444b468942e63d9be61037__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_5341a891fe5942b3aed8e53c04684205__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_e90e900cde98413cbcd7b9c4a47edb1d__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_817316312baf4e5c81f6fe3ae0139f82__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_86e8ffae964446cdacdc10fcd5c509d4__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_2dde614d84d14b759ad50afab5bf72f2__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_0699ec551f264f399ce77bd659a4012c__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7fd9e7ff1028443eaf26d0c6538222ee__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c59181bebda34616a87af474c5a382a7__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_15f61990bf8348558fbed41b08257c21__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_44e8211e2698466db4566b9e0eddd111__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3dd58f2695dd47bcb4f1ac38adae92b9__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_26c3a7dd8c6348a8a163fb85e9b3c50d__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8b2d2cd1e1bd4c41a9a546bd87d16439__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9fa9661b50874f0d9cf53d62e8476494__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_fc39b9290eb64786ac6642244c107336__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_62a84cb18ac74a10a0b9c710b09bb976__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_3f8db58427de4ec6ab596d04a7892566__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_85e361b2ffb84c309ce13047ae12b2d3__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6abfd95ad5d44a07b5b830b8c6c1d202__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e21b0ae5f6bd472f8f10ea4ed8317345__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a05787a7d9de451793e0504cebd76150__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_da8677e4caae4f5b875d94411f8eddfa__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_90be1c06e1e643c597ba2ef3219c4ddc__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_f7ba514d5a8449b485e76b146e324ab6__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_98be6300e3794cccbb3f19a8ff3c8095__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_3cb902dfc0134bada28c93121f93efdc__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_b8bfab6a67dc41b2aed3f9fe326c8140__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_39e45662f652409684f00d2fe96c74bf__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_a1ea4047c6ed495393aa70b4f412f7b9__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_4f30c22d568c4b6083ef26cb37d428f1__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_0bc0eeb91bf040c7b7fb7c7659ccb050__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_64c9a4953fa14df993761558d5044e2b__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a47b5aa24213481096e1a5cfa24141fd__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ae39c3d0e1c54634a791da276ad0da58__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7748145f184c42db913d2c902043a1e4__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b32901562b21466bbd56b081bdc0342e__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_095ee57414b14415964fc074a0fe9e63__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_1443ebe650ea4a0b8e49cfac2d2efaea__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_92639476f7a44976afd486352bc98630__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_6f7efd0c6f4349e48e8e4862c9e2f1f7__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_263d8828ce4d4a6a95e72224366e2e47__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_cc901d41e521421e9f6582bdff8adf69__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_66d78f364ec248eea43bc0309ef61f9f__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_46d86a8fd5ff404092a800c9f4e37c81__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-29.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f6f3cede71f44b3aa03ac28e267208ef__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_f5bd9d019c91455b94cf195e1c58d053__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_48e0b7ed621a49ae98ccbf2131342300__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5111b6e202a74a53ab97cb5f4073fb54__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6df889bb2a544e3597e59f0865204e7f__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_86d24867cfdd494aa62fc5bf968d2be2__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_486a61da3eee441ba3976914daace239__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a6e32fca62df4a748c3510b48ac7a8b6__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_75d34b4615d64bac869dce28817f525d__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_ace9d115e5284395bb864d88132cdd58__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_0b359b54b8b24ff783607d92dcc72376__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_16627feb2cac463d944a26d2d33098bc__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_ecd3572b32054974b5c07812574aaf28__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_64455909328346f7adcfcc4f9b42d008__cmp_A" eId="cmp_AM">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>AM</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_AM" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm1652-d5ac680742034a2a8cab4f8de8a94281/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm1652-d5ac680742034a2a8cab4f8de8a94281/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Gemert-Bakel</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_fe33f76b24f8498b83621e762c8f130e__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Gemert-Bakel bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_f262db205f5e436fbffd7219b64bbd11__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_54c6d5580b4d4fe296e8537a53c4020e__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_5f4832584ec0490b9f2df4b31ced5c1e__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_579274ce4fdb45fdb4de9e756a41ac5d__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_325a810d1907478eb371b390e84fc57b__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_441fe82e444b44d3b0202579385160ab__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f9e5a65f92ec48ca86864bddbe891256__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6505282bb2cb4edba0ccabd6ceb63ce9__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7c136e4cc08248e4b2b7aafe2cbec270__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c1596268467740118c75e8db23d9c166__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_bec78079441e4148b0770270b1925b00__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0acee50779ab4711a575d8cf492513db__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c6a6be4d46374fd691d683914d670f24__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3013a2f2389845789c8a851c60ade399__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e2a74f6474894edd807f918f753c4944__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_cb46f7006dbf4f7fa151c6c66ad55e44__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_edb81ea0684f45a0bc314b2cdaa40603__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_271e6083d99149e59b41192250c2804c__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_e4985c18b17d4739bb067e7f497279ea__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_a4f571cfb06c45a88cfd3843d3b42772__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b1880f6adae842cc9c55c12ba0f0f58a__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f580c1180f8347fb9e58bb4f4719d0f9__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_dc9b9382337c459098e83e4786dbfd1e__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6c98ea567b334984a18fe3fb4d073133__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_54de1f824eaf45d1a3503154a8752ffb__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b98cd34d2ae94d8a8a810c6c7c2ebf81__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_53295872afa14a92bd86cc7fa442f238__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b111d5bf52f44061a6d5fb03d819682a__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_bb889a0640e04a7b9f4b3296b1cc8f27__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b4744e3dddda4e249c7c8f871b3a82f3__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_07bb713d939c457cbc7ead83f30fa10e__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f17059f10a404630bf42e3f4a9e58091__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_919ac861fe66475db7308ae95d5d93a0__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f346657fe28647cf9b731859e1ae3e58__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3d0ee050a6fd4ab189d81dd9c8e09c60__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_bfa16c2db83c4502910bed0fd78bdf6a__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_d2c932ce45bf4a11b4f4ccf16f38a2bb__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7022a660e7ae4e279ea98c4fddc36b69__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_db8f65abc6024c1fae09aa3098cdf303__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_414d62ae4690488e854cf267ea20ded7__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e5c3dd4703224191a6e2ed706e5b9468__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f047f7c6082746dfa6c92ed1f7afdc4c__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ae5f4999f899437d96b89cefd7ed83ec__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3e2c53b5afc14294800fbace39ff103e__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ad403a84a344421f856ef8eee04b6ad7__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_f55c1477609e416c9c78d5c5b0f171a7__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_0ad0b8e5aee04b2896c0231d6f40eb71__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_449842a2acf840849be4e1389037bdf0__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e98e8a5d153849f1acf67af9fa3c93e3__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_60ba3a9f8e084ff39b654d4ae5280272__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7347ec2cf25f4eb5af61d0f90705ec9c__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_fcb44e5cdc3249cda4d5271dca869e72__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_29eae253518348e98e0704148c9bd338__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_01124b373ee645c1923e296f46636f72__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_05408a4948184d0698c71558587c76d8__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7856ea1727ed440099cba12ddb97c06e__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e43c86c3a05745939e9f1ed35ca5e9e5__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_940ea8c5bd3649e3a96f73ef22c76d20__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b8c1f10f51be4a88b94fc3724b6ea507__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_d07ae44eee944494b627f4a21f295d7f__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_439bf89ed786427a84f3e7740429262f__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6fd1086c89d44d768dfe265fc7dc737f__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_8115b0a0ffcd4e74a89c980ddcbc2dec__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8834d8001a7343a898ffb0ecf100e26c__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_7d1fed774d924681bfca6edb90899458__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9f5530b71f91487cb56228d3f31a9379__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_778d4ac1394d41749dfe1f0b6aaa5ebb__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_52ec7348b36d43b8aceec83c10f33f02__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d0e7b9113ed14c3e9116fd676f1f16a5__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_63a6ec6e366f4244a18b723447bca06a__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c42856f7b4d444fd8fdcb8c84de677f0__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_7b949c5198fe422c9d6275bbc54c59d9__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_27bb328e6c584560ab499d6f22b06d41__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e7ae973d6f5741e088b1df32cd1a2e01__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_abd0bd13c9c14dd69c14167a217ec8f3__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_9610e8521e814530b98efd5f84bbf05e__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_98e7d5dfb0094b5381ce020a2698f802__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_49bf7dd75e4e411a8e9521386628588b__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_023b77794df941b4abd3d2511bf8e60e__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_257b01dd4862407dab8740ee4037c042__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_d6d196ccbd1c4ebcb382f95bdbaefef3__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_f332f48916584646abbc32ec304c298b__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_509ba94e00564cc7a7467b0e67b1ca7c__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_bd6b867cdc6e481ea8a58aeed9ed6a0f__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_905d537c14a0489081c7f9b021a887c1__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c10ea58b08cb44a180afd61956c33c62__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_2e80ec0baaf44c75af13ebb7ba7139ca__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f4f8350d1c384d7dbbc714b0ee940fb5__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_918731a927cf4cc1b574efade5e63b9c__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_62b1afe8d64f4561955f60590cf5817f__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_23cf27242bb745b7a02ba6bc68da09a5__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_a8583f8f04b5483facc65e6371b633fa__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_f332f48916584646abbc32ec304c298b__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e9a183c8862f4f02932d9e43efa34a97__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_b29aa2b892d74dbca6c20cd0976ab2c5__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_40e23a844cf94b418bd23320ed4e1f7d__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_4b443e4f5b8743bb9cf3651ce850d4ca__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_16a4ffdd9fa9404085554cb96cc46c66__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_602e2a6cd72f4971a7fc26966405f71e__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b4400850dcd84e8fbab2aee2a8b0fcec__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_7316a62f1a0a4a859a7d1f03545b540a__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5a60f157840c467d9f13fbc7a1a8fc35__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_8630e8b5e24d4bbdb98f4f1cf434d66a__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_2ef012c7114946ffa21933d48ff25092__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_daa41e9fd0ac441f8decfa7d9c48f4d8__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_16a4ffdd9fa9404085554cb96cc46c66__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_14725a481a7d4a69b5323dcbf70bee9f__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c38c17459c3e40f7b029be1c54cb06fe__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_8f391e2a80d948c89a666d046e630248__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_42ef1fd4512042109d53d55164087142__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_8c9063cabdff4e84a59b2e72e47182c1__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2e246a09b39841ba95b9f92da4c6050b__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_dd75fffbd7064ae5ac608de590e7c9a2__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_639bbd07c81243a192e9b66778e490d7__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1f63251c04754ca6a95032fe9567b13d__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_311dbde27d7142b0b1472d192b37fa8d__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a7550e6f25514ea2a45adc97f1305de5__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_c33e6d9a3bbc416b8e7606ad941285ff__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_3b2668c2d32b41bd9e55b361ecb7c4f1__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_8f65b9dfbb114862b680ae2fb3607474__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_22cbfcbde0274f42a704973f27f48702__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b7e6de15e4084cf28b07ad81107963e9__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_b74e9e30b64e49ef8e8e42952bf25b7d__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_22cbfcbde0274f42a704973f27f48702__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_fea746dc6e294e5e9a017194fe00d263__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_1570b011eb4b4de5b2587a858494f932__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_c7a852279a084cad94ed17c561240416__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_16a4ffdd9fa9404085554cb96cc46c66__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_950c42abafbd442cb73f18c4e5733c2f__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_84de904d49994110ad80177091e96b73__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e952a4190ee3462c85f7e9625b33cdd0__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_cf567b475a734cc98f3b9fff98a794b6__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_d0143859a65f40ff984a2d85607c7ee3__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_456af06f32f4450ca3ac76c0c731076c__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_93df7c3bd0364b4680ff90a2f0887fc4__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_66caeebaa77b4a838cf604e73803dcbe__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4933d28710db43dea85b21ac8d5f9655__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_08709dc1f6564ecdb2eb05dcca975ee8__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2b8f3491643d4b5e803c8d1939af4bfb__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_6138ad09c5ca40a393b2da4e1ed6eb96__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_3ab3655af58a496a8e5c198dc26a4e9c__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1af7b330831e4952b20e90dbdd577ad6__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b8701f4c0ca042fca6cac622de12b0e2__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6b3a4f60767c456f98ab6c552d015e84__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f0c24bc2c8e344428e5388f353f8b4f0__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f2de5612ff514622ae43d3c8370fd664__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0eb6092cda9d47a78a813bc2a5d64209__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_e4d5890b1f4347ee8f0b30d41b6d45be__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_0caef613cc6c447e99af7e3818996450__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_568b4b1d65ea4e6c9755c56c26c98d15__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_08d65633637847048d3895dbfe738c7a__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_e720f4d5dbef494f95d27090b92d4128__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e0cab8cfe1cc4592a1516b4a8dceca91__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_31b8af3e7534407dabb3e78ecda4a438__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_0509027784b2402ea43a3ffc0fc3b0cf__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a0b04e888387413db4fbe994405be51e__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_7cf97c8eb0104af88eec022f15e2f46d__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_acc114d265ea49059fec34414d1468a0__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c8a3f979617d4ba5bdcd3faf11132d37__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ff39b7b73e574b84bbec4e5137d05ab5__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6663e06c270c475db26cefbdbed1a737__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4078f189930547aba87ba8a0e3d92ec1__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3f9b47b67b294452aede135a4fe832f9__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_36c0d6df6c5c4938b639f70076cb7299__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_3c9147e59a0c45db970365c5b43d87a9__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_204d90c80c9042fa84dcaa701f6c2daf__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_ec75ce86d8454e82aa80bd9af1d1421b__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_8d85235de7b54517a80d7173ae1523f1__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_720b75d7d5114f13b283825284b010c4__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_2102c9e294e34a58a687634fd889cf68__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_734b95082b734fe283e3e6b25d40a208__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_4dad97f2bf1040b4a66e52bf5fb39397__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_0385f7fafff740779cb6ca0dec1dcc5b__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_05a1f84ed79a49cf9bcc6a954b7cb006__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e483c408d32a4288899d7a7075e2d031__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_6ab999e6763c4b2e9c639cb676db3c3a__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_ca64ec27b2ce497ca9d823a32b2d84da__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_c180ef560d514247b39d6f71e6135259__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_842c8a98558144269fef9fb07d0295e9__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_4157157d430446739b824415c794a911__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_b3402d8b8fed4f359961727397c7302e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_93c4fb139e4b4d8ca6d4d614f924c637__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_558f028890ac452fbf0595a1cd2da7f5__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_fe82bb1e249e4bd1aad5b134114f023d__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_0732eece7e9e44f09cf7b3d6ff42cd0f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_1e7b9056826d456cb0bbc4f0ee2a21fa__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_5ee7b34d35204af68e77a28e3c173176__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_687151018d8b4e839636a5e7a55d9242__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_c412c8d7c8b443fe9cd744e4a18bf716__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_751c7b2b5f6f4fe298238c22114a432f__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_e720f4d5dbef494f95d27090b92d4128__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_8126310f952840708d59a2a20e7ae70e/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_8126310f952840708d59a2a20e7ae70e/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_28dea4a5f2ed40349389f952c90683b9__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_f332f48916584646abbc32ec304c298b__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_6502bd47934e4a409fa05e54b24c75b4/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_6502bd47934e4a409fa05e54b24c75b4/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_37566f1c455a4f5fac87b1928a2290b0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_16a4ffdd9fa9404085554cb96cc46c66__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_668e93a5d89a455e842ff1ed94d71541/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_668e93a5d89a455e842ff1ed94d71541/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_6e05b7bb21de41f7aca43a2c4f1e2f91__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_22cbfcbde0274f42a704973f27f48702__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_3876bff00070474ebec4a11afb7a8e5b/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_3876bff00070474ebec4a11afb7a8e5b/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_af5fb6d5d64540df9223080946b8e4a2__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_257b01dd4862407dab8740ee4037c042__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_23a9ab3c9d54435ab2da4a3b0a71efcc/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_23a9ab3c9d54435ab2da4a3b0a71efcc/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_52961b1746d14f6cb34206593f455bab__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_6f0602dc6416466d94b8dcbd741a68f9__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_3929abbc593d4e5d9ff047055c5f86f2__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_fc94eb10db484028b24645739768f52f__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_d4385b1d38c6450db18c6469216a2fb1__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_c78228465198407aa8b28ef2ee70728a__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_6ee0379bdad34fcdaf7d1f379934105b__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_9313826bf6ee4f8791007f3c0914f57e__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_bf8c5692cdf24772871b1add501ce33e__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_274179cd7a404f74bf41a7d0420be844__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f5edc1880b7b4bb8b622996714235a33__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4542509894174a78bfdba756586822f1__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_76e271852a514f7ebf8edd3599381583__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f8ba4a1ecc324e238b4f0bc005cbf38e__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_22139627437a437eb2477c439a5c212d__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5f094f290f3f49acb9af29ba7dd7c447__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_83d216bccfda4abb9f336eb960e3304f__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_2652d377bcb24dcaa72648579c1720e4__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1f73a54c5daf4e36887f6c01e5bbb997__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_3f7bce7464684fd1a78c2999ea260730__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_c6ab71992c0d4251b910413ae806d529__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_12f72920ca434d1bb677ecd057d7f0a4__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6911add71f4044669613b5b76c1a19ed__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f1e7d6e6bc92425d8553996c003090a9__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_848ac186b60d4a0da70fdd1e76c15f3d__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_9d9eb0dfe6b945e9a9890aa86dac703d__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_addeceb1ead84e52aa5c33d9717fd133__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_995429ee50f34cc4a8ea86599b62124c__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_5a6e6009110746e997227d5ca0241b78__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_e969fd99fd0e4bc3b2d66eb1b477db33__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_257b01dd4862407dab8740ee4037c042__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_6e9b0561a03e4a07be61adbaac5946de__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_413558d1ace845e1b6ee9c3ef6a9e368__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_102543a1521e480e9cc0220eb3e80075__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_92fb886eaa134faca9c6e0799436463e__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_dda5e113a9834e0b93763cfdbecf61cd__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_280d25224da546c7a8e9cd4d9d797ce1__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4435ddc705914a4bb30493a15993934d__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7535534e1d674054a5d0041868f98439__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5e6700e96d4048259598ce12d16794b3__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_a000dd1a715c4306bb34ae672a460a24__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_915c7e56154840eb82a05a709f8276e4__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_34db506d11be4062af1c3a2cc9541582__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_60d70658e7ba433883f5287f9335ab53__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e29d9bceb6904e3197601c97424a40e9__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_edd0ea639be4452fabbfa58a4a43e2c3__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_43487d0c94574f0e85e3b95bfda46d15__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-30.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6f75bdd09c23456c935d7880b10eb795__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_da2a90e6d7fe4735b85790dc3abe614b__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0c2d7c5e00774e59b1730d3a8e4c21cf__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2d361a50c9f34b84b24eb4acbaaa1959__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a366fd9ee0664251b186d385ed905f5f__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_93082c0f177d4228ae6b402e87040578__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c4b9a055557b4690af8104dc1011d47e__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_845685ef7f8e4477a7a6cec5df637488__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_cdc3ad5c74ba4bfe9b1a564233a2db9b__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_303ae811b2d1426789ac7015f50a54ec__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_d28471d1360d4284a5dc85ef05d4d350__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_e40101c7a1e94830a61c8a60436fb2c1__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_e720f4d5dbef494f95d27090b92d4128__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_1eece40e88dc4a3c932f8fbbaa7c6bd1__cmp_A" eId="cmp_AN">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>AN</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_AN" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm1655-8b3269ed15864a83a0503ca001fbdcd6/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm1655-8b3269ed15864a83a0503ca001fbdcd6/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Halderberge</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_2279366cf9434029bcae5c2d7d6e5d6d__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Halderberge bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_6cf6bebac8e64ca4b1d0a3b49421bc63__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_7b0103e7a7204264980763f604abe89f__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_102ea2ef272147c49c1e2c3aa24119df__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_66cddcd5d6d545bc8502c389b4e9ee0b__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_3f37b358505b4a67af8e4e7a02776932__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_bb984912564144c6b243ebf19b7e71ac__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_da7bcd5a95a64fd390ad582f9561d73c__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ab4c4e224b9f4e47bac8b299a14a6e6f__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d25bcb4405ac4915ad481ae855f3d318__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7ed8bf415661494aab099a01a005ac51__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_64417ce6ac6a46b295790a7fe0b321e4__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3c4a34ffc4f04d42979ca9c6c86ad070__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b0451b4b1af9461db89ad7a4181f9cce__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_badcdac8fac041f280473be756c24faf__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5553bc0b23ed4f3896acf3b3d5655470__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_bfe53de150e44b14bdbf3f43bee7244d__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_92c177c612fa482fb419cd9e2daa3e8b__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7fc352af9ae64fb1becfbac4a17debd8__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_7c11ef3a19114255b8f7dd08e64d0339__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_c82a7ff025b042c890ceb63c7d3ed8c3__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_146b58752e384f5aa410f59d1ac5fa0c__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7c487bf18c5242cca632961e6e6b0792__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b9fd5be865d44c64b1bd6ce145da8a36__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d606eacb475f4ef08de39285dd3cd356__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5af32c0ca14b4dd3b34ee72099fddfdb__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_05236d7273294bcc816d499bcba96d6e__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_111f72c14efb48bfb7e90e2366989bac__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2c3c434ee0a04908870c2204389ce833__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_177dc03832134f88857db9009edadb0a__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ed83e0fe615144b59d5f1bfc4e8c89f5__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fcfb3c3458684d2c8ddf53eabbf6d206__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ec561cfccfd44ad8a8a981783bdbb732__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3d975d1b6b8d459d936ce85a3156104c__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_82f8dc6ace0743a4b632e4981d3be598__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6159b3f2a7e849299e64778148fee263__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_00df28e1cfeb42bdb141ed06500c4a53__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_5c35cb45e76d4e5c9934c15c4f4f2c01__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f323bf453762412698e2225441ba4f04__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_0868b1801d224fea99ae48d682b9c50f__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e4e1119963284b1eb3242c1df2ae2366__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_826838a0c1204faba6f35f10bd152cae__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_125684b06df347e0aac89ac88ac04eca__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_aca68c6ff54249889831980f4a3b34b1__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_96258aee46cc44778d3d46fadbc0cb06__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a3f9d9d4a67e4f1fa5bc5b5cf90bbf55__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_aead5db057b84be082b3faff59d84870__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_a0affaa641d64dbeafc3c0d25cc0198d__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_fde7c1339c9a4c7badb426d01d9050f0__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_76e2dcc4cfae4de6b1661d73fa9b181f__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_218ffba0940841aea663bcced439542f__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_89845f7592144c6fa7abfc53d9da84e0__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4bfb5d5a8fe241b283e7eebbfb9e7e1f__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_7472c2e415864c82bae847e126e9bc9d__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_417b28a39a5f482dbc73a37ce0e309a6__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_07c33b3484a249bca490fb535578bc94__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_cca0afdb729e4382855f6d2563c91797__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f942b4257f1748fb9e4ac1a3a4887b18__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d0e7574e8cec4fd190aeb29bc8d18826__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4f768299c2f64a8c9ac11d5dafc8ceb9__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_289364f1bc324c699e2b63a04987f682__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_43c25614dd604b94ba38c547c8d581d0__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_359087de7add46818da637e104c550c5__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_51b8a4ff52d644048435c11b914a617a__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_71ee1836c9834c139e8525df28ced042__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_574bb076e70244b7939fbc658f567232__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_26f14c10017f4a33b158b4dd7ff8629a__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_7d9c4489529346f199b5b3ae515372ef__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_456cccb603e4411b944e4785b825dd43__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1ffb11d3c2e94e2c87663b606b2db53b__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f043bf1c24324f90ad9426f70c7bb2f0__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_53c0d549cc8d47c0b1a7d681d371b1d7__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6ba7d7e31c7548ecb45463e641d7b0b6__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_59544d812642438786db704822e4da72__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2220b7f7f8d646ad9d841bc0c840d9ac__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_476a4c3f4fe545d099d955b7b2207407__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_6848d779861741f6be5259dfc55f96e4__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_978bdbc69d2b47b4801a6bc4f21c579b__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_9a8d5ea6bf87402cb5da84cf0cae5120__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_1e32bd636b7e4d4ab14d6b1215e824bd__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_5dbb0f76c1ef4e6294ba543d31de7d78__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_d443642605d743358d2e28dfef634702__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_b6e9d377695d48d98d63a01eb1133f10__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1f9ff959937d46239e0a60943bc7a973__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_8f2c01fb99004c6e860d224c89c9cf74__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_51f3c4713130496ab2bf4b33758e8162__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_db67ae5ac2a84ab48bd0cf59cb1410ef__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_138f5dd36a4941ba9cbe36adc89c944e__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_17355e1bc9ea43cd8c586f31f4e06976__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_8498454d0a334bf2a503a53f3c89f375__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_75e9535f2061480cb263a64e5c7ec6b3__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_8e88ac15f1e34660a80a5f751987ea7c__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_83da1d11c4af4443b7c8f91700ededf2__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_b6e9d377695d48d98d63a01eb1133f10__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_7c8c0e9711574c45b0c35ffa2c89f8b1__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_2c8a2930c40248539ae3a882be744c4a__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_1819e040dcab46dfbc78b465110aee41__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_39eeee0291114cbfa24b08ed869f1916__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_7ca44ccb6da946a8afc2470b425325b4__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f3f04454e5e444dc9e894c5a7f2a29c5__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d9090a13115440d3b1afc8589da94456__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4eb5c204a3e440c2bfcb66c70087b421__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_78a0b70f531b4cc6b230db0447d6658d__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_be02dc675ddb456880e735197874bbb6__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_2cf930527dbb484388a3f20135471b37__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_e703d59c7cea42a893c496d0a57d9ce0__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_7ca44ccb6da946a8afc2470b425325b4__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d32e031ded1844e285a8cf5ea05f7e74__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_430151838b224e3b94c3092d50565e99__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_fe47ca4b1c5e4f3fa75ded999370ee87__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_551c210d72a24b49bd460fa6e273fc13__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a6e2b4f792844e15923f71059d0d1a22__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_15cf3f67f13c43d6be6f8f899e6f4d46__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5deb3056ccce40e9b3e82b4b5a620f23__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_043bb19f32af4ee49115f55c2c66d7c4__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7aecdc78acb74954a404f0c69eeb0036__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_023b3d10736c4b478196048bee0c4b65__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a7ca15d8fc764d3f8db811b220e0231e__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_69e81bb9c1c842528e5d44c87a7d3f59__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_460fcdea2c034842a2b3175019e2c4a6__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_af248aaa4b21413985a7cfc600e33175__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_a19125dcb027423a8ff152792b355e3f__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b1ed23df7adc4abfa41cca1a79ba9dbd__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_a84c6fd20cb44d16bdc700fc73173783__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_a19125dcb027423a8ff152792b355e3f__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_a150969c05cb4a41a77ffce9e8571412__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_250a3ab266b649e1ad7059bc60e15c65__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_23b6e07fe8d84ca3b3af5a5095d5f028__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_7ca44ccb6da946a8afc2470b425325b4__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c8a2f6e043434e56b7f32e37b7c7abed__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_972581870c814d9187f31060e1eb776f__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_fd0106bdddc1498c9c1f81d256397576__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_85256ef2aca648de9b867af85252a5cb__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_76239ced1cf8469db789468d4dcb8351__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij - niet van toepassing in deze gemeente</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Gereserveerd/>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_6b69aba6e7854d78809745bb6397f124__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_cd1a9e8067db491983a8ae50402e31a6__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_df0397a1c47142969b9e3121462f7020__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_153c4da1e48045249f1c2dc955fa321d__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_5fedec9cead74fbcbe6b1fb71171f6d4__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5ec7c96041264199aab4de9828627cd6__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_142ff8b416644f1d80a46fb957f3b362__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b226b0b201924ea88b92df30d89aa4ea__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e5c58c5d223445ea82403b8bf3b9712c__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_addd85d6d112479d918793b40d2353aa__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_9e6a611085484c27bb713a8004b897a7__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2906e0d9919c48349f92afbd4e9728bd__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_15f9bb4f765a4898ba52baefdae77d16__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9dc9451bc7874f24a4d6e35608c93dc8__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_229ca043674342b39e2219c013d84383__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d32412dc0bc04792a46bab51add96590__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_fdfe0f4b517a43a9ba6de7352e0e880f__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_d4e661e90e3c4ed2ac712efd3f0fe347__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_ce959af50f7644599c3415af68431904__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_25184fcbc7e94c0f91237b540b7f356d__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_204b8551bd87479ebdc1fd34ee57e339__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_af9c2018721b488ca7fae6a5e5765d64__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_d31ee0032f484208b24a00ba00c72e33__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_648477e181714acaa739c395dc1cc7cb__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_5f08dc50a54b4b7cb212c7bda6a64005__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_1d39f48a20a34d1289fa21d9475fa27c__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_97bfeb306486410e8bf2351c1ff8daf5__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_4aab25f97fd04433b803af6477469e8a__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_c4c26e2dae034a99a8335b9903f51f68__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_d8eed8411a88434ca03c456a6a31cf23__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_242415baaca245f888953bddd8466cd1__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e7e36e323d5f4f7eaa69cb0277349cf4__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_728a00c084cd4d74b3a2cf45bcbc1eb0__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_7f0f55562f664fde92168d9a76f078b1__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e09ce9dd8188445da20d08e81d1c7b8f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_beed55c6533f48a19aa3b1115c5ff4f5__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_0204b27f685d4b438dffbaf9dbeab375__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_106a42b1b9eb4503befbcafe5a9b9042__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_cb6ca871e8c04bc2bf4590b7b209a50c__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_48821f141175498b843258611709ca9f__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_80827a0c6d4f472ba3c3210b22baf3c4__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_b4683ba20a164a4d8ba7f1fe72ef52d6__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_22b06a47891b415b9cdec74d4b222863__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_5fedec9cead74fbcbe6b1fb71171f6d4__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_122985e732a54aa5a690449acb6d94e7/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_122985e732a54aa5a690449acb6d94e7/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e60937f11a154f4c980c6bc6d1b1df93__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_b6e9d377695d48d98d63a01eb1133f10__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_2131a1f478fc4a89b7af2cb71038deba/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_2131a1f478fc4a89b7af2cb71038deba/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_75895da7a28b48cb8a6730f86611f04d__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_7ca44ccb6da946a8afc2470b425325b4__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_96bf921f1cee4928be57f2b7e1a9e3e7/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_96bf921f1cee4928be57f2b7e1a9e3e7/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_51e5c6cf9f3e40edb258fcf663a200b5__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_a19125dcb027423a8ff152792b355e3f__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_0c7576aacf9b4c0a9e0801e5153ab661/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_0c7576aacf9b4c0a9e0801e5153ab661/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_4d5873bae6a34a808ba1a03773b72274__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_5dbb0f76c1ef4e6294ba543d31de7d78__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_89dd6e4b024f4f46b1b16b7e337d96d0/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_89dd6e4b024f4f46b1b16b7e337d96d0/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_4850e13067df478a80c3c0b1f589343f__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_cda04ae49c664bdf8b46422257537967__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_a3d536d94ab74a21ab4904dac87d1fb2__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_f37fd175d0664dfbaec1a5e4a1e465b0__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_0b824ee141a94d61854de1a3854feb53__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_0cce65a2be184037ba671792e2934dea__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_a470e6cdcd884f3a9b642216efaacdba__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_67a189218ed54fe988b29b79ea0d9158__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_5e5907e17f2243efa8c9f3320d81fe85__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_161ea480bbb74cd099c5448f7b45bcf9__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_37031a283f924f1fa857018d01237a70__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3b7e6c0ea2d6499fac79d6cabe45226c__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_a8245010f7e44868a44338fffab3f8ca__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ba4e628b4ca944c7a02e5a48b2d4516a__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_368d969a932147b39b5fc682a6bc803f__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fab2e791da644bf5a9a65268b3d0de17__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_105fb1fcd2f44bb386fe80f98d6021b4__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_1d4c394c70d5420c9b71b21d8bf9f88d__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ab240324c39b491f9f88ef4aa620fec9__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_0c4340720d954e44a67f67edf03c4074__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_83efd75a04d146c893181a9e9169a04f__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_baf6fe7ac8844b429d754604b211aacb__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e93b52308a3a41d69ccad2e0c125fcfe__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2ebfd8145efc4dcfb21ccd41286ccb65__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_6e5de6ecc17a4fa1802feaf445e65544__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_c7819887d2b54f178508dae55f8382a0__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_f7c3174130db4c778dbb8484e4713e0d__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_95cf145e0797416591b59d4a64518337__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_1c57d968598146ba8e328571cc10530b__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_8b89887e127642c18935a5d7e2b8961c__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_5dbb0f76c1ef4e6294ba543d31de7d78__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_6f0490f4bf4e4fcb92c06ed079361451__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_a79310fc0b8543d88465716db67c9500__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_8c69fe3f579743e1881002ae8f1595d7__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4b5138d5ab634fba93651b3a48fb7b34__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_31729c6cd9424aa79e6bc5bfe33a1c43__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a90171f278194fa882f73ac0935f7bbc__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_dc3e1040dc164cd8852625d0d24a1384__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_97034088006346f68bf54c8b4f9bebf4__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_18eee3878c244c0eb9006cff952f6053__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_65247b9051644531a20b33ba308977e9__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_9b366813bcac4560a76aaf4a644b9ba2__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_986442c851d648bf998666e3f035fa00__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_283208021cf643abaa7196462b34b9e0__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_5fedec9cead74fbcbe6b1fb71171f6d4__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_0b29330ed2c44d4eb1ca726f75a23a10__cmp_A" eId="cmp_AO">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>AO</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_AO" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm1658-3bd520fcabdf49e2bb8716ffaab2a3f7/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm1658-3bd520fcabdf49e2bb8716ffaab2a3f7/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Heeze-Leende</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_aff180cdcdc149bd80ee3b3098b4fdf3__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Heeze-Leende bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_4cf44d01aece4e00b79089321da621c1__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_8b74de77fc0c4e22a082f3170cc20361__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_a91dd0a76d704408861d54ce82df0abe__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_b8ef058b4f0a4db4835d39d7bc0a89f1__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_85297caf45a14ab1b9bbf75ed751b589__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_537326c259584634986533bd297a29c0__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e3ad718de96a4a3db1d0fa8cce366aec__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_15f1bf621d704403a0bf282fd6924db4__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0a43bd15a3f943e4bc5111855dfb7093__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fd310f0cbe0f4338859c044f63883f5b__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_8d372c8bfe734792b7e93b46716b315c__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_85af4d9288974a89863a97b88b68ba19__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_64b1585576ea405cb6089d8eec391d37__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c9ac2cc0b4364c7abfe43ade307465f9__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_67b934704b0e4dafb4340d949f4481a6__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_753d2983ee05477e8642fd1951e57b7a__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_7d2346b6f40048e7970da78230bc2ff4__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6043f902fe8e46b4b8e5970787f9fc5f__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_6a41b3e62ff34fba9e8c00c27b8ad4ba__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_3703658d29d54897b1880d10d6f6fbfd__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b30e283b15064888a48579044fd0fba9__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7b16e8e7f470457c9649ac79c192c086__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_fcefd61a448f40c68daa405722afcfdd__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7ec48ad19a2d402e82eae5dd9dd01935__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_561fe6d4231c409ab72cc0b440bf79dd__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_69c4b3391bf645cabd0294baa22b3975__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e77bb06527b84066895612b2d3d2e31e__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_37689e47e9124897a0ae57d895b188ac__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_724cda136c834372a9502b2ae1a087c1__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_38afedc0826b4a0d9b6be2f13deefbda__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6b3ef1b44bd940eaafd64bc9d477ffe2__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f380d3b9ce86424badf8c792872c44a1__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0d4f4b01967d4d3bb2d00f702802be0a__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_edbdd5d4447e4c73a240e536fca2a339__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d391c0a581a244aeafa3cf5250b10198__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_b63e4db155e5485c8c483d6fb1e16a15__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_51ffc1f226c141b68f8744f105d80462__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9a2a1a69afad4e8a8215d124fb3955a3__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3ecb885af3da4638a9deb472ed2eca6f__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_68d5c58a0df24b9db02f088883479e9f__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f96939813f0143ba80768cdaaf8ecb07__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_29f44b8f5cde412d8f2b095726963ce4__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8f52b58f05e243b2958278517dcebac4__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a6e746a2f6dc487eb41aae1822aaaf79__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f31758fb75ce4a36a901fcf811f6db6d__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_f500eab50d504f5d8fde836bd2d7c5cd__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_81b7037374974f75a14add10fdb4e64c__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_497c7191a81c4eafa36c18db32d0953f__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_496b9898b6e64f719478b23216b47372__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_90c931017ab34b6d8a8db20ba17682b6__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_de19e830e845465c84aa9889c056053f__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_cf5a958e58544a8fa6825657c2fc60a0__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_3616be9e1d7548dc967e58ebec81a86e__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_47e13786650b45468ce8ea74636486e6__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_fca4733408a94d44bf08eb3e6af2e6ee__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b156ec382ae24742aead393e3bcc4e0f__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4ec17b1444af4d298816b2982a0582e4__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9d28e3c55a754275a88a56290d9896e3__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7cf9a2c6a1eb4d588f9d3147fba4acb9__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_ef8e947927a04b639c300fbc2b7cb4ae__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_a21dcf77af0a4802b2b4facc31443b01__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c3051863e3534896a4df3d67d1684df9__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ce10c96973c94456ae021076e2e991e1__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_139792ff463243e4abc0d6b00a2e806f__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3457a93400f34b218f834b359f5b8630__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9a2874b6bd5c44329ed7d71755b05dae__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_04e1e000fdc341d387152728e2c97cdb__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_60237d86201849659ad3f2a7f0f8868b__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_33a93c4bac21443cac71024ae75b6191__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_7d81579a03134c4292c3ef1424060b11__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c23da275c6bc4f7c94984791323940e9__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_62c5a39b28c84e4bb8340e1e8eea6944__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_48f7a6b2df914926b04807159f179429__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f4bad800c64d4578af5dbc743c23c604__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_891301e5f9d6445f894aeabdd7f8f5e8__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_ec9e03d6cdd947bcbb1c859dcf05bf77__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_941d32c5b75141eeabd4ce498b3fc945__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_74ef124d8b4e4ce2a41bf1362dd86b84__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_9b47edd9691e4db0b4f3fb08ebef505a__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_b9272ba794bf4e638c6429c6e28ae106__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_0d5535ad5fce4a9f8bacfd749df8a472__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_49b7d65c919548efa5983ea8c2250b98__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_db38dbd24d884cee8e6e42172ed06980__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_700347e9dddd4916901167b50ffdd59d__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0d8f2796eabf4154897be0ab6538128f__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5cdf319e44bd4805b3de69ffb6291cd0__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4327871b80f74832b13b97e0dc753ab0__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c8b2e379462b4264a9c3a4e9abb32c12__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_86c884aff6364d7fbc4340d61301dd1e__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b58eb30f4a92498dac34c1ff1bec262f__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b76cae931e09437caf2659ed31def891__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_b495e0fefe394f28a928725c4765d40b__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_49b7d65c919548efa5983ea8c2250b98__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_8d11a298e0c34ca4ba53aa5919b21967__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_ca64b88e04144a61b8f20033da72948c__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_70d403be5dff4ee38903b32850b8d3c3__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_58e4baf6a75b46dfa2990828f7866b08__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_dc66cc4d665046579bbbcc8fe04542be__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_cc96a463b1ea470cb23dc52938245a52__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c1e9cb93d1ec45cead86253bafcd2873__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_8a0114a19576470893bbdbea112a0b0a__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6bee28167c034855b53a51f3f4820c94__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_d4d58421521e4235b865906b63dc727c__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_776f93e0ebae4df68f0b7e392beb3ff0__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_5b807655b7b44f5c8ed94a9b657f61a7__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_dc66cc4d665046579bbbcc8fe04542be__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e245e75afb2a47ae8cd225d1f76b69ae__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4c5b49de33894d0cab8225bd8baec5ae__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b462c9d2ea1049ceb7f4eac160f2f246__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9948185d52b04d2a90241e0cf51d0ef2__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6bd68cfa2a1b4240b79b2c70007ded6c__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1ab91de9ee73437ebbf34b2e1371720e__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_df106131f45d445a84de1f5d03e09ac5__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1b15296354c54eb6ad86bfaab7650233__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2fe20b6ffe8148368d82cd8cf7058637__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e8bfdc3d940e4084839cf0dfb6e9f916__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ea5f3d01ed0a4921a07376a5ce2eac0e__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_e1763204301945a083d866251f2bee36__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_5c4de9b15c294b41a80cb3156fc32e04__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_224de8154de849859e112e53c2ee5087__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_090b88d445ea4401a607e1ad724fb33e__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1a5444b2f99d490482c4cf982f6a7169__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_c268fd7d02104d10af1d1fb414689fe2__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_090b88d445ea4401a607e1ad724fb33e__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_edf8dc11747f437f804fdec94b685edc__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_6d696963ffdc44fb98b6ed471a124a89__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_45b659ae309244e3a2a7f2b1598b5ed8__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_dc66cc4d665046579bbbcc8fe04542be__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_724fec69dcf541399123c4ae85edb1d9__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_53aeb67c52834b5dabd55c07b2deb7ea__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_70f23a4b93bb43959e44f7f4636dba91__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c3c58bb277f94e62bb9e91aabc2772da__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_a4b8d63654db47a0a7e46dd727eb74b8__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_c0376a10d988474fb9abb8c4bc8251b0__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_fb454a5780c74b73b8f07e3aa7a92405__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b5ec80c580914f98bb62f0e2d799cb5d__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_04bbe56a251542278435ebc70b66837a__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_56c5a77177c547c9820538e1f2aeddc6__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_fb1ba556a5414b95a2b0930066cd5aba__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_a098032a633f4346bbde317532c482a3__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_db83bd1bd6cc4064a685863d8883211b__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b23348cf41014b1b987da113c02df2e1__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_66dbfeb349f84a86b5aaa98bc4b8707d__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_83c751cf461848798af5f19758350b9f__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bbf61242b6c04a2283be743c8aadac22__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e22544c244a946259cd8689bc47cfad5__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_77b314e7256549e88767fb7054a4aadd__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_cd39839e2f884897bcf05da00500056d__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_956bff07f3684268bccc1f3638f71373__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_9cf70360608c4978ba1a0c568a7da6af__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_d40fe59df57e432c8b3154a9f6582b82__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_e55c5c93e8ff4e3db5b218571fcbffe4__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0c292ae6ba7b468facc110c33489b903__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8b948bd1fbbf4758a6675f3a70eba4cc__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_884c4fb5259b49dd8bd514f6d2d61664__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_66cc8bd2f0eb4f8fbe39e6d0adab5ea7__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_3f506366bd69498fabd373de634bfc43__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_edf52ce365b74be2916a7ea3677fa444__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d0864f77ccc44a0d86246e61a8c1ccab__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_52d1c8bd592b4796b59db92ca40ba4ec__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c3268a857eab46409284d31c7513b412__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_fa75245eeb4e4fd88c8639a03d584eb9__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c81ad8b6da7d4a3292b621e5762389e1__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_cab669f87f404accacdd9bf76e1db53d__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_ca2787f310be44c194a1a839040d5903__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_9d42bfd34e2141a381cbf306d2fed9f0__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_9a8be49442b347ba838f53962c504c35__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_123bcfd9dcb3412fbdf42a99f44f25b5__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_7943bdc2106d4ecdbf37d943c43ff8e4__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_1ae8268e2ec543259e43540755c5c093__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_1e6dc340386f42969ffa5432ad261c39__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_57573e8b37ee4ea7ade8b62e467c264e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_d839bf8600ba42d08dad9afee380c80a__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_7b5930cebdc04d5d88a61789620f742a__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_0a16f0825de54bd9a65273d4cef03390__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_4a1104c734224989a3d85aff17ba4879__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_7a943df37dac47c8b8f78615bcf018db__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a1b2f530eab6430fbaf79c39d5ecb38f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_812995c493c040a5b88737f4d06a1d06__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_d21c5d6a4b564f0ab92283d50f7a9e55__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_b94be633de974ad288618c0ec4bccdaa__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_ff29377eed6b4618937071513628345a__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_5026a5dd512e4d409961d0476d8d2c6f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_34f81c83ca1f44049bcf924b3c02b187__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_b588803fa57341959a0de16d82fe2f7d__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_07bdfc8f6bf148fd8d3d7b70b445f8f6__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_bbc0b73c64544788a4faeb15c39bd0be__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_0053232d506d4fb7b2a363518e120216__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_e96631133e7242f4926913d388ad084c__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_c7d738b425404e88bf0c4e379298ccfa__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_e55c5c93e8ff4e3db5b218571fcbffe4__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_f91c996775984dac90b22903aec7ed68/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_f91c996775984dac90b22903aec7ed68/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_fd911c4bc5194eb9a75cf7bbff3a11e5__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_49b7d65c919548efa5983ea8c2250b98__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_8a6a1e6d7c0c430d883ff195630fcb86/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_8a6a1e6d7c0c430d883ff195630fcb86/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_0989f9e68cfd435a92897af220f6dcf5__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_dc66cc4d665046579bbbcc8fe04542be__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_08f8604a432d47468a277efda53b8143/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_08f8604a432d47468a277efda53b8143/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e548c5b1580e4f4a9754bb45e42f0cdd__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_090b88d445ea4401a607e1ad724fb33e__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_5d88d739b74940379d4d044e4bb6be01/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_5d88d739b74940379d4d044e4bb6be01/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_86eece28cf504b76aa89bda3d01efef5__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_b9272ba794bf4e638c6429c6e28ae106__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_5f8d98fc61b6490695ec0e903ef3d151/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_5f8d98fc61b6490695ec0e903ef3d151/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_b49d0aad84be435c935a1e7d0e4df51a__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_04d76a4fed1b4921947e9cb9cee3efcb__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_f10fc65cf544489c8b8bc4a8aa75fb26__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_ac49d2f7266d42eb9c63f38ecde18fed__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_701e5b54180b4e47b3a79a55dcd8e9c6__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_fa089abfab154eb68531209449920944__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_35ee832aae044130beda0b0f54471f59__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_8138aef04f844e2abaa42e9739265ce0__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_cba1677b86b9460b8171ff2e0788991a__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_42f4bd82310b48b9967b91f729fa59e4__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5b2e2805a062409a95ded8ab34c58250__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_98d5e30664784240b97877e418863e1e__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_533bf4a0fe50437bbea4ff910875c5b6__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7f6e2e2d4295468f845d31046124719a__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_365756e60418461f98a5c503539afc07__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c31cf92fb3a64296bec4e098d4a0783f__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a26272c728ae40f4b7ba02a324af096a__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_97648763836b45f389b52be89b1691c3__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_18bae7a58b204e53a18454db528f2629__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_639ca362b5e24da0a302c87b0a83f5b2__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_51b9533ce2184e6ab02c9be412ce23c0__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c2704541f1684fd29c77037963d5ce49__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b181a69d45f8463eaba25739c7708c6b__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bb0c5dbf2d594d0eac70ba5f6bab3e8d__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_60b7e226c1444771b027ae068cfae740__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_66dfcf024e2843e4905a39223d40f1b8__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_1f3d9257bb0d49a6bb6ea7e10619d9d1__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_01e89b14fc6143d58793767c39e74302__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_5821da7f91204721916b06cc38b7e4b6__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_f32d6ea432a248969726b8597dacec88__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_b9272ba794bf4e638c6429c6e28ae106__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_9600b8d46918407c90e08d1e638d8387__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_ad5d0e14d75045c3b7339387156ebbdd__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_d52a52cb5f4e40a7820671922c0dd402__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ad6cc89bd8f3464a822584cd02b3be17__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_eed68b73ef5b428194e5ec0ae4a12e98__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1afe3f88b64a432f9f11492c2040a23d__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2d7d9a66647f4081b60b54428fae9138__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_42ed42e7ea1e4efd8c6907b1fe914b23__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e161b2d2b0994e8f8211d36ccc86a5c9__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_fcd372c1eb6b4650ad6c8721d3269365__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_cb1d0f741e0b4b709a2c7fd8391f028c__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_93ab8da822fc465f89565a18755ed9be__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0d08551dd2464f629d5b2efcd8256ba0__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_aaf4ca63a1474dbcbccb3e73e8354e69__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_af620c809d7d427489903eafe6d9680f__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_57eb29ee67f546f0818a9dd43828b4c2__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-31.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_92719af5397846509120ddebdb06ac33__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_f1626e21ecac47b190afd8c0a33280f5__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d4d5ad99fef248e2b5a4c5b523904fd4__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_70ab7587367245a4bfe6ce19699ffa46__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7f63ffbd491648469d408aa9e0e184d4__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_158f55abe3cf4b6a9467c6abfb548f31__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8af9abcf05fe4e1c875f7c5852cd6456__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1add532a7b644437a016999b7ed98075__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_028359ae4a5a4f829cdae0715f1a193d__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_622e5ec06d2145049bdb3fd4449baf61__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_a91d6a08d62d4a9b8bef1d8fa526ddd3__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_7aa6d908647142aa80bb2c9df7426dd9__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_e55c5c93e8ff4e3db5b218571fcbffe4__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_1c49b58fa28c47e6ab9dfffe468624ad__cmp_A" eId="cmp_AP">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>AP</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_AP" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm1659-993a63a30ddc4001ae340f079679182f/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm1659-993a63a30ddc4001ae340f079679182f/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Laarbeek</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_65a6c983f7dc42dc92767901d6072c07__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Laarbeek bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_34a1d18ebff44acea258cc922b745e5f__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_1dffda942f0a4d749f00255bb35fac9f__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_f8c6eb83e72d4a16890b88a914b1be03__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_29797d2925fa49a58c24b21facfed6cb__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_a5776c1727f04b3ab87e20c4c9159fcc__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_115bf2be64c443478b181b5d5ebcc2c5__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f6671007498d4522ab0c9a79603a4eef__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_321f05c113a54e7c824be7c611fe8ac8__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_133f0f51b2754b4ba063db189610698f__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_162ae343fd444bcdb6ea884e6e7059ce__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_863990a8698849e692f7a68c0361a7d6__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_76ba0c1f01144142a0cb0c9c46e85d89__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2fe2fcd407204501847b3b0eb7a4f260__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_df45682eb0cc4282ad138d140202a33f__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_2c744bb9d7d248a3a084b8d0eed9eeb7__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a97e89ab486048a2891def01e4e3b1a2__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_02f352554e5c466bbcc7ea2ad37813a6__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_de9b9f6cd6da4010972c0630e6afe2f1__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_1e821efc5bdc483e830fcf816f16532a__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_593303f9f9164dbaa3404a1cb609bbf6__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4faea8b92198418faa31d1aef47761e4__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6c2dd066bee94dfa977eb05cac84d3c7__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ae5c6fd46b624ab5bc2b794023bdd8f2__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_573599c4ee8744a581e8666bfa18f4f0__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_527f21a964784c6fadd823d9bc2ec1ed__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_18b5e8ffcf3c46bcb17f7a468cdff68b__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_7f98ecef77a34f72ab687a346c8c01e5__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1ba4487c047b49259830ddd07978b174__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_929e900990ac4d00bb85129b99ac5588__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_cc76a96706b64359bb5770650b7cd2c3__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c7d8080f52b04d8dbc338bafacc312bd__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8397099d886146dfb6d90e2ec5116565__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4a4f790b6bc944ca975fbfd3848db1c1__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_82717d9c870f422783ab4cdfc530d6f7__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_7209dcd2d84f40a18fc938615004266c__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_1fc2d8caa185473d9a3fa269f953ae4f__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_bc3d00aed36d4ccfb1d0e89cc1b2b289__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d3ed298d27ef415f80667d7263ff866d__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_334fb156d67b4c7fb942eebf64753706__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e301f37147c047ff895a9595ef9e5cec__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e5f14741697d4aafb3d70704aaaa1138__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ff23d132def24675b6f082bae2b0688f__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_806ea633a1bc4c228e6260266ae0105b__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4a25ec02833142119e9c7cfeef1b7866__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e4e42a62dba54c37a5543c1c34ee369a__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_de11a00ce36f402fa0e94deb8d1bcf19__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_6194cf8d57424536aa5d9e4b1913eaf2__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5c09de8a1dfd490ea33a748f9f1af622__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_0c1dca2e63934da6a3ab31c8d7c6c62d__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_104bf407e81b49868898a2f2c15d4d89__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6175f0b0afa1445d9c5c50e4e9308ab3__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9714ae53d00843289d2ae9e0c7ad312b__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_fd59dd25a18447f5adde63cb8ec3a1ab__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_799354e5dcda4c6ca0eb03213c9a1564__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_a30a9c17196b42cb979bcb670e59d708__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ba61ce5046ed469b98ae2c3af1c03548__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_93dfb80c05964dabb447a641e327b358__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6c3fba26498c411a8624117f31e7df8a__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_95cae75a063d4a8ab53b6f11b1e4e12f__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_5fbc233673114aa2b3609b399d9f7b78__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_7aa6d60f27c14404a5efe9cfd741ffb8__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_111af36576bc4b49b6b9c7884cec175e__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_aef7c84d1f6149b8a53ba3f15548da0c__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_985c36567b144a4995e712fe02f07a7d__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3edad3fc47cc4a36844efe6c9e553a61__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4c03831c91434f9684e41415a546aced__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_1964c5a85fed4f28adf4b1548c964ff7__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_350b272b3d154a17963fb74178934f6f__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9fa17c1e1b384ba981874386d497c2f2__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_28dadc8afa184967b22ac86774e90278__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1c9b37eb22ba4994ba046d5ea2b3dc63__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c2a74f33db594be0857a0dc9f73b0891__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2a9ef41099e849268d5e4857f09f7e23__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_98245807c79544e095dc8e0b44be4c87__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_46537aa014e448d3a4b59c8f9db6e8e7__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_5e5a5caa3bf9495f800defe2761e1c46__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_399eef1e18a045738c735cc3b0d2a5eb__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_f5d420ada0c6444385375ea962804c84__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_f2d3114655964473b5ee5c0e19eacaf9__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_e6c1352d6428492db4e2c078fb684576__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_1fb47d8de00b49efbea3d01027d51030__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_eec8203d6e18404a9587ee15fe64878a__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7584bab706ba430cb60de666da7afdd4__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a07441a13b6b4442a29dcbbc450ab156__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ba31e1e41eef4867894cebad44abab79__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_73e47bd8a70548b999fd98b973d84e0a__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f124e9f129b04acdb56845a9894501a8__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ceac2063468741698461121fb7efa692__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2cd2d6d0564b4ff082cdd70f2c51bcc1__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c92e239bf10d4f8ba595f7d3a04f662d__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4a97bf34a4eb44deaa49cb54729b3d74__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_393c1d45cad943fd835827b635745df7__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_eec8203d6e18404a9587ee15fe64878a__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_93a2722b7d1d481d8a30192a03e6ce9a__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_aa90b4f4ec9641beb965d24249c88963__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_e4311229b2774d79b37b06af1fab8df7__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_1974cf066d7649389029e73894700b0c__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_d3d9146fc4cc45ed8f7a3dd268ddea83__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f9f25d1a56d43a4a43789e65ef60086__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b0e05817a8524277931062196a90c210__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_510aea58337b41f991a1b514b1a5cba2__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_47538769a62b48309d8a95f540616ad8__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_87e0ef63ceb3480e831441f37a20ff96__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_1cd722a841b048ed88c88b421070c966__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_d3936b50a929496a90fe033c478747ca__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_d3d9146fc4cc45ed8f7a3dd268ddea83__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_536b53818a224b638c22a7f013d482f5__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_89238fc9946c47d3b74a2cc4b35a856c__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f41ed9637acd4799ae3de3685dc00081__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_282a3cb82f2942a58c67c948f2a91cd6__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_7ec933ad9e0043798f326e212251cda0__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2a83f2e2850c4d4c8de7660984dde90e__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2d1d7b214ba1443abff7f502f8d62351__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_604c0469eb96438ca244b40ee42839c2__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8743553a88ee434f838126ed6084cc8d__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a8106dea98de44e4abe392ba7c70f015__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b0aff00c3fd74c988c8933b33529312e__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_69cf795a0d4c440096ae852ca74e790e__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_eb22b84cb4ec4b7c95503c060cf334cc__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_c9ef283a5c3a40e3a20a2cdc96ae7794__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_438d3254a8254a56b0f9d48acefdbd9b__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_35867d0683194d4cbd6c9f906badc148__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_351b8e3e9fa04597bf713a8994678efa__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_438d3254a8254a56b0f9d48acefdbd9b__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_251445c873764f459da5097f7ac02701__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_7a4e4925e3534f18b20a3501bf552a42__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_3b12c37b16ef4d38ba3af69b0b44554c__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_d3d9146fc4cc45ed8f7a3dd268ddea83__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f002dd438d944f5a83128d0638db7766__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_123f117360b44a84bf9bbb3830a00191__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_23552bb145a34636a2235ed02e25cf84__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2cd9c17a23484a0a8e3612a6590005f5__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_71ef04d5571741da8e97b84f6c3c9587__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_11de857b92404e88b887f01d629e5a88__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_cda9020561f84905bb149ca1f9a18163__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f01e7219a0e645c1879839a8ee70ba16__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_bf018862ed36404cbdbe3bca5a944d02__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2527b701230b47209a1333e9e6070788__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7d70e3152856482bb1e4c434afc9d0cc__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_d0e5651cb1024c0da1a752e422c78f08__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_c1bf7edc7ac44aeb9649e729e66aa313__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_95df58c6693c4081817efa2d555a59a0__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0a1f7a64f58f4031b0f404299d6e5e6c__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_8133a4a9fd4e41ff88605888e977d68f__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fb65e547e3814deeab9d331c9f8e2aef__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_609056de491041d6ab598f837584253c__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5d096a5d5b6d45eda9a48d0138a61e3e__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_1e91bbb5ae0245bc9a48d89a1bb08115__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_40ab0d45fe6140829ba020784f2c7674__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_17e9da4680f143378500899d963c5382__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_95887fa42cfe47a09ea86285168c054d__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_fc161da65dd04c809a78b5528e1dc64b__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_7ad7f28a83364985b3d9e83a10726022__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e1ac598546be41e0840d27f6cc33a460__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_8d7cc4a075f846ed8070a104c2d77481__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7608e5952a2e44308f2622dd208c7db7__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_abf8cef9b5f3472bb500d09f3443d1f3__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_adc537556eb9434bafaa2e771f056a19__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_509a7654188748bbac926ec3c017a4ad__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_87b7f9e339af491f9de0ba2fb24fdfc2__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_19cc7083a3d148b791ca38e449864aed__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ce55ecec7a3d4535bd6337e5f2cc70ec__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d968f4e384744b0fbebce163998e0768__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_65afc37bdda04524bb03fdc74df836b9__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_3f2ef2840c044206bd12efc2249453da__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_41d008ae572b4cbe80fcfa211c332574__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_fdda7f15a27f4d35bc581d3c16f943fa__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_5f9c09cc185c49cc975076eb8d108f7b__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_db4f31cf6f1e41d7bd11863b2a26e601__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_e24a66ae78d04c8bb5806d411797254e__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_282285e7fcca460bbfd9626235502b11__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_616c05b3ef224124825c6bb62aaa79f9__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_4b449a5da79a4c708d4c3a04c9d0cb15__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_f6e32d0fa36840adb127bed5bbff2526__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_04edb3163a4b4ad59043b1c79d39234d__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_bd4b15c3092b465ebcc4c6a811d8070c__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_73b2cfb3aeaa407bbdf1e9d61e04d3cf__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_98a8b85a91694d7982f9277c5c25e40d__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_53361ac7cc89477eae087de2f78947e2__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_9c8c719283aa4e468a9cbd84187405d6__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_034ba431b40649818a6059815feea022__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_fdc4fdc8a2ba4888abc8f79a25e161c2__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a014f47d9e784853a814515792ff047c__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_d96b7e40fa26403eb44c69f91dad2b30__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_1daa908d0b844215bcfdba0eb0fcc2cd__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_033797f592e24d98a0f3f43c5d3212fa__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_905415d80af043fbbe02748497013284__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_51946c689827405995289143322114b6__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_2b65481486a14c4a887818b93204a59e__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_76107a11ef084cc0b149228448220228__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_fc161da65dd04c809a78b5528e1dc64b__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_15d9f587ab22480d8e697881fe29b4e8/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_15d9f587ab22480d8e697881fe29b4e8/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_1a7086ea4dba41289aa5d88d89f44cd6__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_eec8203d6e18404a9587ee15fe64878a__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_c39b9dafffb348c9bea8eb6d3e1462ec/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_c39b9dafffb348c9bea8eb6d3e1462ec/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_5ec95837fd9e4ac7a3684e7cd086b80e__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_d3d9146fc4cc45ed8f7a3dd268ddea83__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_eeef1721f06a4584ad752c89b1e925db/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_eeef1721f06a4584ad752c89b1e925db/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_dcb41aa03d5542f1a28fdc55e7080e7e__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_438d3254a8254a56b0f9d48acefdbd9b__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_a9ddbee7420949e2a67555c0ba7c83c5/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_a9ddbee7420949e2a67555c0ba7c83c5/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_08564dd20c954b57a9a4ee47988e2585__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_e6c1352d6428492db4e2c078fb684576__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_89888c309e974753a599abe09282fc49/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_89888c309e974753a599abe09282fc49/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_22a9792c564a45229dcd3a8296b6ec07__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_3b4366686b004ac782199a94bb1d04ab__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_875a09dd06714acba44f53d1fe56030c__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_2c0abef31f3e405dabe243e052125de8__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_6fb3a944084e447686f3605948bc6f57__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_171ab146f8d4405f9d1d4711b1341038__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_42ab2e1c3e73481986b2faadf449362e__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_863f1e5df71640dc9e3c2fc1e9bf1e7d__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_48b2a48969d44ad588c17bc4fc121b8a__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_bd1ecdf534c641b892f54035b69b8fc2__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b8ca27d4efa74bf2bb498f418b6948ec__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8ca746d5280b48e2951ad4a86926e7de__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_0341fb76f3534a58a135a04c2ebd1685__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_070843b65f4a4f648e2fb7b8db52d57e__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_64e083facfd34c74bdf870d1ae090b37__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6c2024ce11ea4ffbb8e1e3fdeec73132__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_02c810a8a98040f2851e464656ecbd5f__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_928771d8b69346ef9038cd8aa3aed561__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ffef3d847fb54e7cb12b410bb0a511a2__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_c7786a2e25344de9b64f32d317df9fcf__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_6c66aad03e354b75a5619a20a8e4e224__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f85b563778344784a273cd10266b844a__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_401fc606962c4425bb457b6ba2ea004f__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ec56b18633084596ae07879ffe49b043__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_1acac7a17d64454883aac05c809c4434__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_a29f4191f54b4f6bab451a7b25139801__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_bad60144bb194a9cbb8263ac295e3eeb__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_da0d3a123984463b964a41d12bfd8a97__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_4917b18fc1524b88a179b74e2119b59d__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_43aed843218c48e2a413b6a9e2904657__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_e6c1352d6428492db4e2c078fb684576__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_9058ea56d9604cf5b9414f8f72c74a45__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_f772e479fee943d5891982772dde9436__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_f2b292e711c44d618329db7afe83d327__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a7147889a7c94d3d92ebf7905290d1fb__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2bae8c5b871a412e86c0de14ba5c9c2f__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7f976ae1dde4421691310fb2e72ef2ad__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_45e2944246ba471198b4159f941f2177__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0864c4178c04471599419d1146d5c63f__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_db87e52e03674b108586984342b699fa__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_2db0b2616ed04eb4beeabf934204011d__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_37631c8521fa4a49a3057fc4a8c745b3__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_4a2793a054d64bb5a69c25d6b6b386ad__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_14d22ed6e941457085446d357aa932fb__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_df1a65b4fc7847e0bce4c9c504dd53cd__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_baa4d7f896544414a0baa1cdbcf08951__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_e03186b069bc412999e3293965afd165__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-32.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a87ce08b174041b4931a54b6f23f9d4d__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_1e586abf94704a5b96fb19d1b9504faf__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5354532002c24126b3b7b18b5027a499__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c7b9fd9a758b4a2d882c4373bf97cdda__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_cacceabfeb7c427a96630f7439fb71e5__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_7b028be5fc4f48b3915b7857671db366__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_59aea07c34c749ebae7578d4d7bfc6d6__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_536a2c9b701b4e5e90be06f4cd422328__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_aa858ac7eba849aa9eee5f02cb9fd448__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_aae64a94dcab4a9b954b0d2706af66be__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_a7123c4b5a944a4caea96826ab1d47a0__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_02c014ac97e342b28dfe7df946dc836a__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_fc161da65dd04c809a78b5528e1dc64b__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_b11be24718f846d087ca06710e052092__cmp_A" eId="cmp_AQ">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>AQ</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_AQ" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm1667-72d9f18d69bc4a618ef9fa4cfb0e0130/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm1667-72d9f18d69bc4a618ef9fa4cfb0e0130/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Reusel-De Mierden</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_64865b941c14456cbd12398427d7e192__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Reusel-De Mierden bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_88b6959960a54cf481c623f32136a370__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_2c101473975d463a9e1d022f519e2afa__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_e282c028922943b29ee6fc6ccae12f00__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_2792b025f49d4d96829b8cf81d3227e7__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_5c2b3b7ea99143e5ad2a7b8a67758d35__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_c9a105ff1f6841999241370809fcefe4__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f8cd0eb9458b4b16823aa5d87938afbc__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f245fc3b442740e98eb316e5115a1091__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5b9ccf7278ac47dab20bf27e3693a554__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5db71459b4b04b92afd283591aa3f47b__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a34daa3eb516493498520f556356c782__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_64b3a8d831a44e6ba9d736fd2735f548__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3bbc8bbd0d3f49f28b25937aaa52c8c2__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_92859832a1444a01993eff3f9e858fed__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9aceb3d492774441baeb022f754d4749__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1bdf2413556f4636ad330d91f7a87314__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6233bae650904162b470f6ae2c610e74__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b95df04efed648178095f2651e16a93d__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_885e82b83eb84767afe4754036e407fc__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_5c73043ddbca4e9893f1d0b3a38a6d8a__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c048ced5d2bd4a8ca745e0e72c893758__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3763b4671a9b4994a732dfc10745c414__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_674d8e95cd5448b0bfa439d8272f60b9__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_41c458bcecd0452a84f0273e02184b33__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_55213d49ec4c408d8511c9e4c509fb34__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3c9075ae332f467f9dfe83d6f904a109__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e9de16b423a04cd49b63607fd66889d4__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2e5c6183d0aa4883809cc114e90af382__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_fdbc0e4725c048f89a6dc591dbb582e1__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_601785ad324d4254b0d20c49d92f9801__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_cd035045359f4056a916a4b64485de87__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d83ea8c629aa4808a675fcc38f855793__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_45c0deb7289b4dfea8bd53abc3cdbd47__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b668c857bdd343a6836e1181f683730d__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0213efd445a246b78879ae3736348b3b__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_2f747decfe234ef994bb7786d8182209__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_b250ff91daa148559db7607aabf9f894__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9bdd4653e18d4614a624c61602659d0a__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d3409dc11062416596575485bd6ae341__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_83011a955c564fa9a4b2d9eb123e8f4a__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d61dfc7cec0240cbb51f4566a588d4a8__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c8ede873878645baa6b366cb72b6bc29__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0e5af2eb04b54a45b719e66a6e2e980f__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_0b99a5d80f5a4f66bd94e494dc7f0da7__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_59d2147555c547d5877d20a2ae843af2__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_604017059baa438bb47e9fd2c9575f7d__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_176a94ce07374a009864d5c6a16e9a4d__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5795ae2a75ba468b8beb1532d69b908b__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ee5c0272a9dd4eaabbb21693dae1936a__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7a3a0e08934141c8a91206f732f4d94f__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_18869fee40d047efbedfb57103442416__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9bdf472cfbb843d58956ac992a6f0f4b__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_e6f66f37e1ac472ab88e2be813c39aac__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_b4994c676f3746fb84f5451ae2dc0904__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_93270320ad094ad88836cd93c5aa0fcc__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b18e0124a43f461aad4794d74bf640f2__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_cd9049c86adc43ae9042311dd6f4af6f__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8f74c6211a6c46ff892eba5c8649f770__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8cee100e43554d0faa3193e72b3a28d8__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_5722f8e4ce8a4b5880dcad6ad3c64c8c__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_f383dcc0bc04457d975fd61ac785acfd__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6b9ec7fb67954572811efbea48837188__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a663178d9ab7481e8c105d47cd0bcd1d__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_10d4aac972de4e1ca14fece624b422ad__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_928806720d6645beb807dddf25134d63__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4fcb2b02fffd44e7837e5b7f77c17bf5__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_29c4600a0d6a41289e170594be9289f3__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_5621c7d637ee4fc982c2cc86d7fed4f0__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_abb60b445a254ee599c315ccd567bbfd__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_bdfafb7d638c42e88f9bf9ef816cccc4__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0e12ec9e3b1c49a78970afbdb4013f92__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_fe83c596906a4b59b2b15dcfbd71ffef__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_11b7d477803d477c9c95612ada01a53f__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_aab4b526ea27419984fc82b6c6f872c5__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c53200d5d3f1421594b7af891da06915__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_7756ac42992548b88995652b15b5ceb4__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_57a2d4dc6ef841a79f6a83617ffc0211__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_682b996498d34f3997c9133b8d41b2a9__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_a4efebe078564e3c85e4179d2a348368__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_f96a4ec74a724786a4533fd58690abbd__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_76b4593c8f6c47eea97e257edc0309ec__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_fb0d18baee754e26838c5e561679a1a3__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_123e61ea88a94527b86aa97e4f4f8d1e__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2d213f61850d4b8dadfb564512ac55a0__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3f396a58bfda47a5a45cdfa95169160a__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e7c3ada10d1c42089585ba3b1f7d8ef5__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_bc816a8551364e8b844ad5eedaa54d79__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_dd2e898dee1b48459fd9ca869222beeb__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c524cc1cc9f74d159b54a162bcf474f9__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0bac9a20ba1b463b9d333ef4cdfa272c__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_2aa9a7d173b54f53929b9e3576cdfd80__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_2622c8694b1b4a7ca7f9986a5b745b0c__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_fb0d18baee754e26838c5e561679a1a3__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b925640505ee4b0a92f8a31c3e5a31d2__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_8069c1069993470dbefbb17d72c157e3__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_a6f44b7ea36c4155b7d7bb137b72b631__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_d95dbf65cbfa42c5a6b4d0de159da108__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_2203c7e83ecc499a9690b1b341475f64__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_8a46a8d6aa584e0a98f5febc46ff4ecf__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a03b1619716b4f0ba71d33f811596c95__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d8fba5dd75de42a3872d4ff0ce67304b__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_130968cc0f144d9ba0ad5da24d8b43e9__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_91df2656d6ca497fbea27f11692dd5fe__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_b48114707b854826b51914e89d3631c7__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_6e8dd900b842452988156079f1f8f270__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_2203c7e83ecc499a9690b1b341475f64__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_18a649a951574f79adc6c3639eaa8023__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_74a353334e4d434183950fb918733f97__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_dda7a7eb3c2844b5b5b2aa6283ce03b8__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_21bd6d18ce104634938099548bfd2461__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_48390aa3039547ddb11d7b37aad4215a__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e575565fc5d04511b048c3977a0d5756__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e47142cabc29420cb4d8c9f0b48b7bf5__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_97eedddfb1af490396327f829304c571__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a30dd2ca26bd42aeb4938d62533a98cd__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_cdf16f3c33924285822b4ee0f67e27b6__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d0df442e65e744bd9d6645a04f8f5233__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_6160a9b38bcd4eb3943abc4b6e3a028e__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_69fb0699d19c49a6826b7b3360a04507__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_e3aaa258d5f3435283132085d08eae3e__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_984bf8696145409ba4ef585c86c7aa78__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e819f605433242c985bf0407b12b6afd__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_9fddd918e2d54789b8322aeee5c48df2__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_984bf8696145409ba4ef585c86c7aa78__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_f2ed31d3043247dab94f6bf68d728399__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_62cae1b117b947da88a8b7f6104af843__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_011b9d5f571c46029d3b9e00be13b5e0__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_2203c7e83ecc499a9690b1b341475f64__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3a66838c8d5340fd8a0203b88db48228__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4f040eec64334c0fa9b0fd3e3ecd7ed0__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e593aaa43a824e5d96ee1b8b18e77e64__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ec6128664eaa45f0a262f8652c8558cc__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_8bb09b8112ef48ae93b1727d15c166d7__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_d23bc83b9eec4f9e946e78afc3d02264__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_6c457951fad041e5973e1523ca98a2f3__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3593d023462f4488be5a9fe25f9efb69__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ccfd007932cb49358178e9eee67cbfa7__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b67b9d4678574b24a6f2ecb42363345a__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a001cf0879864958951948bb33dc1446__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_6ef8fc8c312e40278339a726b6425f3f__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_86c535fad7df44d688530ff2a6302677__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b0ad01a4aa584fccb0bbb11bba514356__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_373178f6322048b7b0e2b49b0b5ebd39__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_597e0efa44d24c8e961d695ec1f07a3a__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c61b7baa55d84948a7153ad068d8320b__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d93ebd8f83a143e88a618f100c2922e2__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d37c24c8f73744a18c15b51317e1fa2e__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_fa52249ee9fe4a2fb93b12ffc0520048__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_18489d53212f444b9851eeb88e389352__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_17846b7087db4de38360ee79a90a0c75__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_7564608786e04a639bb2a7c7fdd5371d__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_b82330460fb841e19c0fe639e1cf4695__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_fcfd970ef9ff48dbb0d423c7c34aeb72__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_baa9f039a2a34a3785bf7b1a5345e202__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2431976d70bb41f69f3739899014759d__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_eb36c5fd8de5441b97a3975f18ecb396__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_0808fde07b5740a3b17251a4c8aba4a3__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_a770534fde5b4d20b704586469fcbbab__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_48283d479c1d476284eff809030c6e84__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_060cb4a6e36e4e77973dddd21c30b2e9__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0c406ac5873f470ba09744e631874c0d__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_196b23223682454294e389f9ee8cbdfd__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c914ee01912846a28f6aeac197ab712c__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6600ca4fc96846979a4b95bccc25bc93__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_842ce996bf424405b7b41c89f82c5e74__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_5a6d44b24c7044b489290d40ff8e9c4f__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_930ac9c36bc84f97be34af3f549d8df2__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_b5fece08caa44b1385710a687a841a0c__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_26cb40045727472d8604ae84c0916560__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_21ce4d51354347e295d8b1e7b7db0831__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_6feffb683e2a44139af4466fd7e648d9__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_da7d17fa24f54de9b549babee8eec7b5__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_eec3d69898a345509844aa635078e845__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_64984a4ad36e4bb6bb1e4cf3648c9080__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_5eafde05320944ada34cba8177305f4b__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_f984df193d8b481a8b8fb9fc7690c427__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_7cbcdc2afce5455e8104318027985cb5__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a6b26637eb0543508751163650ecf7b0__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_83eb4071091547d691f67aa435858606__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_584f89b5e975485b81842b38e05b5f42__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_efb9dd28f7de43d38a3d822714f05d12__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e2cf3aadbd524ec690dfb7feb41774b5__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_0d31a11c9642430db50aa8a24b16a33e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_50a89470707346629b70836f93a38033__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_00ce351f25db48c09706e1aa7258bded__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_243302b30eca460b8e499becad58e0b1__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_037d848b7ef44a2da9d114f6713435cc__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_8d997f1bc8254a8c8ae01afb0df00bf6__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_4be7de051d6c4416a9414ea37b1d9844__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_5b6ef3793378481dad8e6fb74d563f3d__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_b82330460fb841e19c0fe639e1cf4695__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_680b46b6107642a6bb5bb4d088b41b7b/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_680b46b6107642a6bb5bb4d088b41b7b/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_d5b9f2cf121349ef83cc8b4d52843113__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_fb0d18baee754e26838c5e561679a1a3__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_6ed5756a67654f618c7fe271ae8e6f15/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_6ed5756a67654f618c7fe271ae8e6f15/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_8e59c86cb6c641d096e823fd938d9ab0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_2203c7e83ecc499a9690b1b341475f64__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_a8bdadaddcf74a7c924261895c6c6184/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_a8bdadaddcf74a7c924261895c6c6184/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_d1189960453f4df59d3194f22e670b0f__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_984bf8696145409ba4ef585c86c7aa78__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_1dbed4d87a754da4a4d137c7db9ddbe2/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_1dbed4d87a754da4a4d137c7db9ddbe2/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_d24711de4492418292eeccc9c27fc2cc__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_f96a4ec74a724786a4533fd58690abbd__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_e587ae7bf42848b2b5c5b8d73a5fe930/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_e587ae7bf42848b2b5c5b8d73a5fe930/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_625da1486bd846f2a3b819bed6b0550d__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_d910e93966504680b10ddcced78ae080__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_655929c975b2462a99ad6df67e43fbe8__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_91eb7dcc255b493d9d0e55f2cc5c3a59__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_d07c3c97b175482facf9fba89724c75c__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_7740bc31ae77436db2b7c8ce7e65f1c7__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_13df47939ba242f48354477f504851c3__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_f2dd319c5f994eb097f8d9f3d904e212__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_2f3bd6a0e577446f827f717cde3da053__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a6a6b638149a4c9f823e239128600393__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5bdd852678494d81a7b4502781ea2e6c__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ab95748e27b6452eb85572ccd6a2a8bf__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_ac2aadd58840487bbe61fb320dda5310__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_231966d4c2f74003961794648a2c87c0__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_889434ee6bdb47c0815a9cf1aa1b5777__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fec46d69fa7a4278864d149742a60483__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5153e1e0bcf24d8db25c2badc42e8d17__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_d94c865d4af94d7c81e4ff713017b731__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e65a9b9f8cb045fa8e392191b73b59a4__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_54772388781b4a36b24080f0e928e5d8__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_18b333beb5c74bf6be4be3559ae634ac__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1cf669acfa3144249da2c09d5e4c6c1f__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_bac728a12b244aebbf008ba648bd4adb__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b966087925d64e238293d81acc445afa__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_5fd0e4131709464ea92debc9abf2b89e__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_beff0857ad894165aaa207c5e9e2ad94__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_3a0a989a4e514ab69ba889e6c81ee76b__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_e5c049ef7d8144da83b9559c94e58950__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_271c858446c34ab9b2bf597742366078__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_7d559146b90043b2bae0bfafcc266de1__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_f96a4ec74a724786a4533fd58690abbd__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_f30ef325102c490aa0f7819d870c5a8b__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_dcb06068c6af4375a08dcb962fa4791d__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_fcc1c0524b3d471488b298cf028227d9__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d5170e46aad744ae8e06c64b1635482a__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_cbb92b1513204b009693f752fd64e36d__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7f90bee060414c23a97bad1bef5171d3__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5aefc88d875141c98b4cd6d8797ff4eb__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_09f5f425369b462f94a467cd1211c189__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b8d1e017935d418bb5da167ec14eb3a1__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_a7b23eea73fa4a53980cce088ca91746__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_2ca155cfe56443dbb66064bb18c0b7a1__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_53c207d894154b95befcaed851024389__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_32838ad08f5147d3be1c625c5272537a__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d4cc45e2f30946de9204a2bf245ff07c__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_892cb62fba2f41738e33dad5ccb730c8__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_7b76f394233f43e18e45cc0cc590acfc__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-33.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9c25e699fcec48a688403f86c338a987__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_578434b547f048d0809b1f1a57b08f67__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0837669185d54081b72849a343627272__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3d97f9883a10422f90103a0d08836c71__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ebf15a95ab0241b0ae4cdc25b6f3d356__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_79c1ec223aa3441483d7df039b4f7d28__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5091be100afc4122aa85c1dd403410b7__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9413bab6041c41f59682cb0764a8f120__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_cdb919bb1a114f6c8635e57fa2781cad__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_d167133e5b824d4f8592c6a2466d023f__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_248179c57f5c4a3c8f938640246c8a13__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_566d43038e85417a8d698d0bd0258f86__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_b82330460fb841e19c0fe639e1cf4695__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_44dbe1c52ea341b9ba09dc8e439c02e8__cmp_A" eId="cmp_AR">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>AR</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_AR" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm1674-c1903b4c5a454ac69e130d353ac2be13/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm1674-c1903b4c5a454ac69e130d353ac2be13/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Roosendaal</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_fc558dc224ed472293cab69e831ec4e1__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Roosendaal bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_7880869897f24a0fa10f83d412df3a67__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_b893936b89bd45b5bdf140984b4477fa__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_3044ae41c594476d8119e26bdcccc32b__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_c0f5abb0dca844baad7e27102eae5b9c__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_1d91998341594341a3fa03afdadf1715__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_a9a1657f7c134f409c22a736f6f579b3__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_af13bd485ae746a294895d92251d3fc9__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_acef84cdc69f4bb199f0bebb6b771ec3__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7b108d8430734a3da0d49a0b81bf57b6__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d59ecff630404bc1814b8f5347920b65__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_2289477115994f3082f88b01a81a0a1b__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ff68e535905b4d6fb01a2fc2bf31cbf4__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_aaea3750de1649ccb4679fdc6b41fb30__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7a608c8321b54bcda62cdba76b150b46__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_101dd4921b2c4ed28d5d3151aaf77e31__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_78a536d58baf4e469fd4d6d7455f9142__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_329f2ae3e5bf411a97c03c98891ceffc__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3be8a13960804f55951b7692d73249c0__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_7ba597a2d6094d1099dd7b4f2f130638__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_4f67169f67ee44a9a29cf413d0d8baee__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_14398092d194441c845646461badbea0__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4943b8a541e14c57b4020382025d1a61__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_495112973be144f18de94325247fa83d__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_62f37fda867e40cd810f3a2c08212095__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6bc8697e9cf841149d4d25e837481189__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_07256393ad2843bf8db09bb8972b6ce9__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4c2be7dec7984481a987cad1c80de9b6__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1d9ebcdd06174fe79b8570bc16d4a959__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_cd05a41958a04092944e1f5f8538adf6__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_57956cfea7f24e3a89f2f3b17c967341__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e1cbe8a867a149368bb9e47299e6d2dc__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_30464864ba9740658fdb1e77d7a60ca5__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_01a9b1634d79400385534c884b0c82b4__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b82e6f2da6f94c0f857e3a756f81a85c__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5afb6a54611c4eda82f14927378a5291__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_cc2fffece4c34c7b8d4ff0ee6f35d678__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_e39e45849fa044af993c00cf3f7dbe30__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d16467993dd34b67b8e0c0aba4a39817__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_717cce06c60e4c9aa2316f4416f64b38__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c9b92bc633414967bcfca773a5ddead7__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0d452bb2aeee42a5a1511fe4f9d7ad9a__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_32824890a640417fbcc25de78c90eab2__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ed23bca86a0c46e786bcf04bb3af3609__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b9809294d4c14fbf87c7a91e37d07094__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fc6d1692093f4ed48d4fd1e957ef8c23__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_063c367a92f0489bb9e438ee6e9e0205__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_27794166c2c34424b3736162cfc50965__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_968257dbbb6a4c5e8ad62c94532b0329__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9b107c43af354679b3ecdb7aca8508bb__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0b1072f1a50f42248cdace55f365ac0a__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f40fa73176f34de5b721cbc748ff0058__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5b7381b7f37748cfbd4dd5728106eb7b__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_49cd8b9a2e2b4b9cbc29441b1e4b9ebd__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_7610706bda3244628da3c4a97d9b099a__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_392245fe9efa46579481e4ffc7113e0a__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c34aa5ab8b324142bc0e7310a3edf370__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c172d301ed784c08a3596f107710c99a__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_18d65005c6fd4c3cb8b799d830a3b459__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f2bb4a9764a245f393b5cfdb630ebe22__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_6b2cc0ed4fb94d79b100418729ac991c__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_f27fa90a20be45c7beab93362e93ebc2__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_2778ce9c7b564dad89bb1b594ef74a72__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_397dde3ea6324b73b353f36393896936__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_26b586e64bcb478b9cbc629155a37fa6__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f6f83ee76bd548ccaf61fbdb39c23bfb__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_79782ef152c448e4ba2476f9c1c6185c__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_35a6f0fbc18c4bf3aba3740f18918ee4__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_7d2840310152448e9c689b95cb349e34__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_aa9a6c3b027d49308583a80ed9d6e556__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_96a522811f294c85b6b892b0d0297c1b__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c7ad4474e0bd4bd58305ca345bdff0de__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f5e24c7867944734b06f22dd4bf0d247__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_09a63e2c49424f2dacc7b3ca18b8e1a0__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6f6c22694d8442dfb6e4f4dea5905a69__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3ed26ca191fc40f2a4f47dbc2af56fb6__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_75a60ea5cc6c4934b3e67fdc529cfa39__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_94f4279723934f5fa7ac6bdbf95be20d__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_9e7f175425f242b399a9d12f05b9dd7c__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_24c5cb3c02f94eb5976a62c118763b94__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_ae02567f049a4050a426baccce916e9a__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_c79d081dd813478082aad5e4bad71780__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_d9e857e606c544c3b0276bbc4405e783__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_fa3b2831475b43d6b68ebcd8e39f82b0__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_cf6d1018cca14eaa99246c8f6ace4146__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_005fadaa6c824b3b872eb457ab053e17__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6dc9dd1e75b147cfa3ac7a077106c6c8__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e16e99f92fa84b5d817da12572255e09__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0f5f1117e4c84968bfc40f2b2463c703__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c46d724dfb304d8c930cf5bc9a6ad458__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_270c19cd801b4997858f28353422e46b__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_fc3febb56caa4fa4bb47ef823249bbb1__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_6d7db91f9cb54f00916c92eca09fd424__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_d9e857e606c544c3b0276bbc4405e783__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_52c7eb4cae9f4fa092fe5c32c811aecf__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_df0448c03e7f4e46a8ef62f12c6cf4a4__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_1ce0e1f0a607457d859c241f10a8a5b9__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_9d04d2d47b174859ba61637ba19812d7__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_a192a032ab274fe99c0df909f0d41484__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a22437d31f084edebd08f73ce0dbf11e__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3f0053f378c24158a849bafeb44b8205__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f494ec6319d547158f631690346f2ed3__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1b3b3d7eeb08451dad79838d5908a80e__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_0d058a7a49c3413eb308a4f8a4edeab1__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_b1a7ee1f57d749af9c4ac00dbc729a75__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_eb86db9c1ba84fd9842be47da776a457__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_a192a032ab274fe99c0df909f0d41484__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_eeb447f78dc04c6ca7f90e3fdc0fef5a__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b4fd4ea5c7e447af8d4a90b119503ec0__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b7f567458cc742ce9dbb288beca54592__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_30df3f17ed48403ca0c2e43e1b8b60eb__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5624a94d3f144b17bc7078e1c403b25d__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a743f97f56ad4a08b234322b3e5ce4b6__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_56f236aa325148f38fe7fad021dd6e10__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c8b7ce2a3a10495886ea138fca92751e__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a5f3c235605f491692c7d131b9ad72a8__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_03618689d32245dca1a5d99bf35bbc2f__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1be116b6a3e1497da052c4e3c1baef57__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_02c7020518d3456bab085c16b6429334__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_5076a18fea31402daf37748d20f6628b__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_e9405843741d4d78b5e8ea429b5490b0__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_1a8aa074b9cd4f0e90db8e61efa9e8a9__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f600823b5081407d90263c3ef8e79395__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_4b017e2db1e54821a079883d9eaee967__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_1a8aa074b9cd4f0e90db8e61efa9e8a9__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_e7b5817eccb343be9c899fca5d906451__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_e52ec68545b24f9e91288dd9b70fceab__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_8618fd9bd2b44382bc340ac24d44ee2a__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_a192a032ab274fe99c0df909f0d41484__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_75d74da8eea14a6c92631d06fb98d232__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_24ecc14e08ea4d31817eca9163484bf4__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e5c42b2c6cc3497bbb49ccb51a4dc01d__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_cd6add96bbf04414acff942ed00cf432__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_9525ebd5dc414abaaf02f703ff2ea3b7__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij - niet van toepassing in deze gemeente</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Gereserveerd/>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_1b06234b79994d1fb42789e57b998df4__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_ba7dcd69e6284eafa1401d02f022c7bc__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_f5bc04f25c2e482f99afa1189f5505a0__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_60338f7d70444fbf9c28d46e28e92b11__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_cedadaecdcd840c598b843f74a06360b__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_571b5c566ec24ff6b8bbf55521a5c2bb__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_89e8408139d34846bae3f441fd9c07b5__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f3ce106f5aa248bfa237a1a9975e972d__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b424ada324b24a6d976d6611a4ef4f28__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_e4ca0e9facc447218bec07fee9025024__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_97dca100dc564c45816d80e8ddf964a8__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c11b9bda4359488189934e5b2111fb2d__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e77ecf660efc4ab8b253c71baa34ccff__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_20ccb444b5344b6e843897c361d21a24__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_46f8e94fc313456188810f444b526ab8__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_886debe86de14275ad17d5d134808276__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_33fd06d0713e4b79ae928c66c1e054e7__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_494274d21cb74d78956d2947f9a8f051__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_19b2e23f782f4b6cb807dd9fc2f0e437__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_5b53024574da4332ac04c9ba093065ba__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_ddeb3e3b1cf648bcb2f411fcf4841f6d__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_0d078ed6e4e745fa875038d623c679b4__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_daf7071c13d9423881bc9bdbd60ad9ba__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_16e7fd0deb594cdf959183f323a6807d__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_ee783357e71e44749208619850dafad1__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_1cc986f5eeae4faaa2e331a6b4ea6be6__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_306aacd975f8415583b1b9fbcb260378__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_1c69a440505f47fa9ed79860a7eaaa1e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_65748c00404149a689035f9217c665e5__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_5160bb9aefb141f9a83f11bf71825206__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_d8ae6e2ff1a743d99e4cb6b5968cbc2b__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a2c60ca9fa654925a626b39518873f6e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a880abf80843447e8dba8cc2b60b046e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_c9a2ec8e1ca64af3adfccc4253332293__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_9d56f00781b44493a5c39924d870a9e0__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_4da49542fd6c41c6891bd01f526a54d9__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_d0a033ec2a8749c0a3f7f86daed41416__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_df2cb6757e9e4a2ca1e7b6347fe1dffb__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_3f26646623d941cfb46731200078139e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_2db0941018394c99a109c8ea3bba172a__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_a373dcd0f40442498fb5c358546bf1a1__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_05d52b86fd6d4f0fa99cc084f5e76c05__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_c51bd8b04d0948d48b2a7c86c4fa4db6__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_cedadaecdcd840c598b843f74a06360b__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_4c26d558508e4c95be75c2277a573914/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_4c26d558508e4c95be75c2277a573914/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_989c4834d0c345c795cc828737d45e74__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_d9e857e606c544c3b0276bbc4405e783__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_8f04ee4e2deb497cb5128e359aed876c/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_8f04ee4e2deb497cb5128e359aed876c/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_f4a697c46aa942ba90029b810a3e76b1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_a192a032ab274fe99c0df909f0d41484__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_49b50882673e4ec0a14ad72218a948bd/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_49b50882673e4ec0a14ad72218a948bd/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_0c4c82f5163142dd9fb0cfde2fb5dda8__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_1a8aa074b9cd4f0e90db8e61efa9e8a9__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_ae5c8ddb935c4a4fa9a1ae306c6b1b73/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_ae5c8ddb935c4a4fa9a1ae306c6b1b73/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_b6d21558f83a4c7298f04a2c75f91ba6__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_ae02567f049a4050a426baccce916e9a__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_9f68139e65394eea951dc247befc14d1/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_9f68139e65394eea951dc247befc14d1/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_b2371749826c467a96c2f8fe6b0ba64b__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_eebbca0361d345f6b6b4ef19c3135be2__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_b55fe0185fdf4f5fb5572ad25581cd93__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_1ab87cd3157e40e3b02e4235252dc1ad__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_828ef4a3676742d0a0c669895c1d6839__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_ab27bae5dd504deaae4db7a362b14091__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_ae9598b6f02247c5a251ff836e0e2bcc__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_d0785068446d4c9e9dd442549a9c4988__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_cdfc11127dbd4576a31f804c88f97153__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_264089fe5e8b44dfab5715b6f6344f50__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_72fc0445e3ba465cac6662b9d1a10abd__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_593c29317a3f4c3587dd8cbe283703e4__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_fac5af252def4be3a76a9fe23816ef8a__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_daea45e9078e455a8f9a1b3a66f46096__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_429b25dcb03e4cec807f599a0ff336e9__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_70afe0c567b042019617ff31b1a2ebbc__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a5502a6316df48799cd0bf1a9ac78a39__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_687e9101ed044d80b4ebd3f68c4ce875__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_59bae6db7ccb415b85129e390f931c9d__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_e9957cb13a7b41e68d31e33f37309d0b__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_52faffedd8094453ada5f1b8751ce85c__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_07b94b209e134637849dde8c18583af2__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_57f69f9a42d7497298129316bdfd533d__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f04760950ed8439783b86ba6d68eab81__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_d78367359c364ba8add43a48890f8cc3__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_01ad4f52fc8a43aaa3208e654db524c7__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_c540263a0bb34fd6b75a6ce37df874ca__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_9413005adead4fb1953ddc331c4e451a__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_fee6fd32c93c43a2a8e452d1c789d92d__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_158282248e664c2984c2788a28ed3937__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_ae02567f049a4050a426baccce916e9a__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_d860a4901bb143ac8384f1932a5c0606__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_b83a63b268cf4011ab55e340fc8f24d5__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_5a404434cacc4267953c33fa74474536__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d2098e7b037b4038ace4d735cbfc0990__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_8ee29d526999443da8dc7cfb8743e77c__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3d0ee873750e44a1a7445dbdd01fcd49__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_89b6b3a8dcc64f75abe8cceb584d0a34__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2ac027e98f3640059332486b71c82129__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e0b8dee1a8144e06934e3883e66fbde9__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_e4d65c04f1df42f2a11223a89f4cc787__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_2640b12cfcfb4ca993a3ff43c00c5378__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_41ab95285fa046dc9dcb64c91dd12330__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_e12d3e787bf84635828ce463191d47b7__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_cedadaecdcd840c598b843f74a06360b__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_d851a9b47deb499d9417337e7898a413__cmp_A" eId="cmp_AS">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>AS</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_AS" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm1706-8be4e299f79949a7adb6fe4e189e562b/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm1706-8be4e299f79949a7adb6fe4e189e562b/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Cranendonck</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_672e7e01243c45e48f8ac8c3a6fbdabf__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Cranendonck bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_77226cecc8a54a74aa5d96bf2f46c03a__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_b6e3faa4522644629b663b340c834d15__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_9a247237e3c348babd5107b4cb7f0b10__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_6e77ae0a64da45d592bf9e1e508e907e__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_32958f7c331f48d7826eb190f4e31f73__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_31e2ee6cdf2a4be78d32c4c846adc11f__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_31192336ea1645ef8fa1ee02648c0e3a__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_18794e4f30384e86b194a45ad06c6b34__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1b3a53cb49ff44739f2e96565e9bc95e__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_592d58bf0ef84a8a845c6dec59d93873__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_8665f904d9c1473381d041f27e7ad9ad__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_38909ad509be40e1ad2811d5cda69c98__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5387d56c66e54b9d806f1afc4fd838dc__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b621fb17e419496f98b9f2e51cddd8b9__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_56e916d31b1f4c278ca892ad32d5639f__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f02c75699ecb4507a0f6c54ef02a7e99__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6f34cffd425842fa921bb8907f2bce7c__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4fbc526a19c6491a878119f6be4b250b__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_b3b2b7cb5ba04d30b26c6bcb56e21569__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_a4bc263dd5f14b37942348b3acf216ac__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0ceb0031d5ea4bb29754c78196e23b1f__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a06f884268e341f0b7b04e4914a7937e__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6ae602fd545540c5bc424e5d137d6e09__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f89bacbdbbaa480c93b68c2488fc2aee__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_95f2cd40d95946e6b6c90b78bc3e022e__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ec9aafef5dab4be3a0aec6cacc3de4e4__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_619b2afc43ee4a5da17a0159e63b9671__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6b37fb14b34348d2a66f6b378020a3e2__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9ab5232c100f42358c3c2fba190d354e__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_697d02440e544605b18674f1ee4b3445__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_43ddbba896324ab89fbb9292bacde12a__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3cb721e6cb2f4b80b24801f483a3fadb__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2661add339de48338ef6171269f93663__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a40af909ca6d4755a9644162784a8301__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0dc9526a32594bcb889f6894a9f64737__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_b394bd2402bf4dd389b5141168c56e6a__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_a46e96b0743649cab84ef0ebbfacc7e7__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ca2dbf21f4b84fdda1add1ee93383dbd__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_24207c94067e435092828ede1b7c66f1__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fda35e7caf1440799bc270f367ae0c43__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_06c11761a51645eeaa40a00d671363c1__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6ab454eb6c7a4f28a8063dc1f37502ef__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7b306c54b164412f90c4e4ae2dac1f21__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_42fc279d7861435f90fe9ad3eb326362__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fed2a241ec7548daba97a5a4230fa1e6__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_c853658154a243ddb2990ec96ea3e999__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_d186cd599e864653ac5a8ca34f2f25b3__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b559eb4af21b424393fed874a627dde5__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d111f546e72d41e9aafecb618c81baa0__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e07b2ca4ed544a6392608846584bcf5e__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_31ef21bf60a64437b09afad019562fe1__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3d7829b9f7a94364ba6597889737725d__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_7d8b5f8771874cf79ba58a2576e663ba__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_3aa4d33d7c0c4f6fb334966b8bdcbd95__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_7a23916379a441eb8cb4eecb8293d828__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_70265bcb981f4cbbbd84b3d7fb0665ad__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_72d4319f9a384329bcf885a3429ab188__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9f0919027e084f8aae29cfa4c520936b__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f1a5d717e92d48949d713151d6b93f75__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_525c80d0b1f24d8dbf0c0d15e47e973a__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_3788a4884326422ab02db97191c8375e__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_8a71e3a04e5f427c95105925081a84b2__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_71c545882c1947b490038d329c871ad8__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6c1d2f846b464e2190c13a4e1025aabd__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_87ef446836904f199113fd9cedead689__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_83561288cc6a45c29c74d1ac6439f33b__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_9d367cfffc0d4ca2821dc6d0b5177a8e__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_7190620d3d4b487d871f1920ab1fc172__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_124a3034dd6d48bc981fd2860554bf4a__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2efb6718faed40b8b3f26468915cabeb__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8b243e7906254e2691813a0188c0d677__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_42ccc051f1b243f98caa8866573df3d5__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7373d81d6a5b46ecafd6c29d260c9546__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6d8d49f4dc124eb6856d85c0f2726f57__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9d62adbf839f467abb4a062d9b745448__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_1e9bce4485d440b3b5701244ef79faa4__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_a89862a4dfd44f089edc263a3cb61e1a__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_b6b7f3a47e094b24ad58184558ee0c5f__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_900e294156be42768f613f11291a5d01__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_d8162de3a0a34a80b0a2db117d3496b7__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_20da5679e6b34eb19ff91ce866f11250__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_92d05b3d8861400299347c7c7c2e7e2e__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f54c04ebaed9475491caa012a66ff083__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d6d6a1a89cc24d4791b90114cc4b5ead__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a438efd6727f4246abde6f733e1d3c8c__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8f52b06714d24322ac29ffb405228b4e__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_dc39fd6127db44bdb5700c7b8447da94__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4b148f7aeeff44d6b238c48b0e51e4ae__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_15fbbd024b2f482581f7d535392b60fb__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_183c9bb64b7d432d87f885250602d7e0__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c947112285f344d5afba6e292bf8be9e__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_709ef2b5f69e4c748171aa0781af3909__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_92d05b3d8861400299347c7c7c2e7e2e__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_45a69a3310194869bbd567041aa56a86__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_040f4dfd4ead47f4ba840e4387c780ec__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_f0ae146de32843b3819d970ae1461fee__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_e4039e7177b84a0e94751ae79f348512__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_b9f159ac8dc44ae79cad7c02ddf48f23__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_2bb2006978f9429ea0c51fde154aa3c0__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0914996ee31048a4a5029ede36f23c14__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_bbf62f492daa4294820100aa82005a59__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0e433c4062bf4af1b0ee4ba51d78a551__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_3646a04b8f0c4f249fdcf14fe621ad6c__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_4c1993e4e5944e16bdfb8393a1bebe0a__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_1a95030f10694314a83fc2d745f98dce__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_b9f159ac8dc44ae79cad7c02ddf48f23__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_50b0b02b808a43eb9b339b3c8cd518c9__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a9bbda23fdf6407f9d437324d1365c53__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1ee301c204a748929abe9836d3222859__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ac4f0126a28b427fa5d09fa8b1ccfc91__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1c5bb4a576dd439b898479883cdf7460__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4018cbcfd9b94cd8bb8ce9ce44ea7b21__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_0ff3b4c501db4172a341a0d8c0454373__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f265ce8a5e0c4af1a0816a97dd373377__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige,  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_57c9c22ab4c64a2d8a92d872d49eb15e__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_388eb387842d4526869e200baaa9d307__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_869ef68fea3e4e5ab0bf502912e6fede__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_e202028f881141a8a39e66786eab9a82__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_91eeab16a7d643b2a97392eeb3aa0915__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_186b9b8873f6478dbf6cf8f010bb5ab9__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_eaf770ccee68480fa985df72bcee0f7a__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_cec2630489b14f2080d8f46abe399a4e__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_3b2e8c9057ca4cbaae4508c8b71ed35c__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_eaf770ccee68480fa985df72bcee0f7a__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_43fe2bdc00214c89b28349f151f347d5__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_b0a070a95df3408da681bc3007e90aae__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_020ecd28425f4331b642e83faf70723d__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_b9f159ac8dc44ae79cad7c02ddf48f23__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1f3ea2561e774d5bac2ecfcbe6f1536e__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_cab065acedae4a35b6d916930df3fd60__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1deeda8e1258444a8887e2e9abb3749d__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_08d29ab3d6e64955ae203ec663b96399__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_8ce27b21bdce4be58ec052692f03dd48__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_c8df6e7b386847e495052f164155c314__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_15341bda09bf463194764aec6044cf27__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_19c5923ec4a144f5bbcab3979afb71ff__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_344f8efb2d15417b85448986e18b9d9b__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c8ec1fd0d3fe4ca2a028cf674f4291ce__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_52a05a278b6f4318b3fe0d6391f14b19__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_0d45957bad734617ad5f2b0add97ff3c__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_1993396e2e6d47598ce1cd5b657f8d88__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_fdac7a69e3eb4872af82069e2595528d__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5ec587970daf4d11983dc99258d99400__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2109f3af3ff94d9e953463460f41c4a2__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5153a74295534da591b2f4a5e0b118b7__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_72caa3d099304a2d8d1eaba798e665bc__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e9272dab679b4adb98ec810a8d4a82d2__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_440c5a17209549f997e0f826196989de__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_8dd79ca8e100478499cbe2d1de4e78fe__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_83a17531932b48828d22829864f47da4__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_b3ded6cc1e2d483d8db61f9f5c138b51__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_e2f8f921650e44a7b98878397f3524bc__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3b5b3784a0cb4ce99dadcf7ea9ece06d__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_37c65db9d0ca45a19936bb7dd35ff5e4__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b43b209bf79d478189f3b818092f2c92__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_25fcbe35fc3a4f5aba633a9d18160e31__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_635c7827bd194f54809f587340ff76f7__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_197f9790af3d4b90a60d3acbacc7fbfc__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0da7fa4aaaaa494d89fa50d6dfcff2c3__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_36fcbe668b564c27b2c5ff9ebcc4dddf__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_224fe6d3842942acbba3a8c98b84e775__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6282dac3059f44f0b880231734b13fed__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_72b12dad3e804a08ac0868d955d6ea24__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_afd29f581bfc4c87bfa2f59462351e55__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_350132556ce248d8a3ee7d75dc802559__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_695815b915f54495b4105af28ae7e9c8__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_3789cb113fe34dac960acc30977ea670__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_e368c42b13e14f8e97829bd9f051b804__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_81262c52ca7e4a4fa44b3e19b5f93d1f__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_3480264abf9c4c7fb93d548a3471adf7__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_14c23c6c4ffa44ce824113ea4c37d5b1__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_26846a7daf50417499d729746940214f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_523984e2f1af43659388c6b3ba327db6__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_08625f570ccb41fa93966f08671dcd0e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_7cb642d3c06c44299a344587b61d30c8__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a8943e2f71be45bdba35a9b42c80ae05__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_5ccc76185c4346739da9aa9a9d8a1b3b__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_8506a903a31740bea4ee8aa437a5b23e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_88fe6aff556d453c8fc74b495fda01eb__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a8d4ca1a47494e9ea78c9cb1d9785622__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_1d33f4e0fc0548ddb709c3551b976866__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_ae1365e044ba4e258abb42d289a8bbbb__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_daaba7e5462d4c2ab1b8a195c8e6dce9__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_423e67c4de064f44bc21421e11162cb1__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_4e3d1d8dbe7f44fb978cebdcad684cd6__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_8bb98f98abf849d6b2b64de87780bc4a__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_ae67a25348f64c2c8925a0729ea0e4c5__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_b134b7fd159c4134a32eb44131116b41__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_352d2d4931dd4be0b785a707cc197794__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_3eb9118be685420a9294b5c12b9a9625__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_e2f8f921650e44a7b98878397f3524bc__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_5c50f9e3939b46168dca17bb2ef42fb8/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_5c50f9e3939b46168dca17bb2ef42fb8/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_69e8f6caed7241e1b4e8750e86f184e7__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_92d05b3d8861400299347c7c7c2e7e2e__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_e501612a11e943959634f920d526ba5f/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_e501612a11e943959634f920d526ba5f/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a42e86a24fd647ef8ae95dceaabcb656__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_b9f159ac8dc44ae79cad7c02ddf48f23__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_452b76e7beec4474b86a299346081bec/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_452b76e7beec4474b86a299346081bec/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_c8bf593047b1472c9da4aef80aa7b4c6__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_eaf770ccee68480fa985df72bcee0f7a__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_eb00221457ec45ba9e3915e4994b2b4d/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_eb00221457ec45ba9e3915e4994b2b4d/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_ac2026ea4b784214bd04cec49bf5141d__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_d8162de3a0a34a80b0a2db117d3496b7__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_e18d762f5fc54f1ba0456c745a877b6c/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_e18d762f5fc54f1ba0456c745a877b6c/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_acac70cd3aaf42a0b47915d6c71bc36c__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_9cf7a2b2983f447abb746a65a88d69d0__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_20fd955a19cb4ddebef39747c62f65cc__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_e4f4af5ef4e94eac96d526af82257d28__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_17018c4f4f7e4c79b7e857f66fd276b7__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_1c0bf7414ca249ddb83776c379d92b88__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_3365cb9cee2d45b48d8e689af9cbc63e__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_26f9850c52b442fdb95b8d3f14ee0496__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_223c54b58dd74a98b608ecc4e1352299__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_77498e8001444f83ba967fb8f3358c5d__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_43887bc4b8354fe8a74556076294cca9__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e0a6089ce9954084a447ad2dadf22273__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_bc6420d1a8774bd4ad066851bdb6c308__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e5307ea80d394ee198606b1b4d03c3d7__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d294703954b54f88902135773c194b43__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f8d677cc4dde4560a796f90e82b15f6b__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6cdbdb7fa3484b85ad38d3435bf48c90__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_ef2d18990913427ea165a0331f32522c__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f10fb30d29c3471d9f955d7805f958bc__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_96435117bb524cea82f5b3802ec9e127__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_40a535d9b7194d78ba117e8e24ab02b0__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1ccdd13342024bf594dbb7d78320fc91__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f6b5554d1b44431eae297382a773c10b__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_97ebeea7c43d4371a0e13807b28da75b__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_42f0540d4001486080d28a9213625c2e__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_e69cee875ff14cc6856ae31fb6b4820b__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_cac818dac47848be97ac71f06d0ef1e0__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_52c528c14fd74b599db19bc1f1889224__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_b46e3667151b45af90581b268a955f37__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_d76a3f0c74b649648f4774f3934250d0__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_d8162de3a0a34a80b0a2db117d3496b7__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_cc6bc0aa8b9e4ffeb80856ea1cd739c5__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_2640a83a9b184cc3bc439ce6b72e6a5b__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_e05f8e0887c240788ae8fdb9bded040c__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d9ccf531cef3400b8a4d35e546d058dc__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f818c9304d554068a03f045f29cdfbde__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_28baa5d7b87a406aab3a982e7653af24__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7b20defbebbc4162ae1e0496a5203bf9__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5f0f9ac697734b2c819d587bd6515443__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1090f62405b2427fbed4bac5c377f3a6__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_bc0028eec5414230a941be26d11dc4e3__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_dcba01a18e8c4433a23ef03a3d58ac27__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_6a8908b2df604035af6ff6b3a70c7284__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a59b4381dbee4380b7a3e867612d99c6__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b05748de704d4b91bfa3ccdba6acae13__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_28fc898066b347928996f331e9f43101__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_e834d418223e4c0b8befc51f536693ce__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-34.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_51f96d22775b459a9e132c9892da1433__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_c223967ef9ca4277be3da0db33a43e99__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7ae38d0b89914bd28ecb0e80fa4d1caa__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c60f28ff7d53460ab559f82905e9a281__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_51d33fd5e0e94be8b05b9fd11d1c59c1__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_4d3c6b29d6a24a3dbb10a55c2334d8d9__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5912f406a75b456f937fc0fd32fb5aca__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5b6f6451921c4daa8b8f3454303d850b__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c3ad864a9acc448391b0f2a957a28d1e__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_17027f1048ee415c88e878b2e0a3849c__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_43515528ad554e3bb4a00a969ca4a17b__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_b49136476dac48108aa1dc282fee6a37__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_e2f8f921650e44a7b98878397f3524bc__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_2e758cad29e742ee8b62145f9f6f9e2c__cmp_A" eId="cmp_AT">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>AT</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_AT" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm1709-8179e61185b342bb84ba3fbbecf7848c/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm1709-8179e61185b342bb84ba3fbbecf7848c/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Moerdijk</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_ab4276bb71e143528c55427262ab2532__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Moerdijk bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_e0f5572b3377452b8ca61fcc505505b7__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_daacfe214be548a38aca31001bca5640__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_3e942668e5a74080a7989bb4e1c1e7a1__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_01f4bb13edce4d97b51aaf65c8e67e8c__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_a9d186d476924a8dad77c9463209ff26__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_0f344b94ca924873b21ead04906c5505__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5562203b41b84ca7bb7af807ef65da79__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b67ff741d53240fdb15d09b49400c283__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6c175acd41fc449fa406fbd9adc8668e__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ac1d183fdf424c519097aa62553af1d9__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9af45ee233bb4970a3c13277ec0b5628__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_45e147265fc542d98b512ae841336576__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d6f2dfa6b9ab4c0a9944f3cbe6cd0356__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d918aff6b0cf4a1ebebd5132ccbb483e__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f3c807f745e44d72b4eb3d7daa6cdbfa__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b9650e6d2316446e8736a0eea1bf3f8b__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_210602224ffc4d89820f427adcae5a26__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_cf7d7d2fcdcd4761b85b85a7c141ffa4__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_277aa33575694d02922936fac8f00d84__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_f0384db2917f475b86d726c2b9a3df2f__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_fc11335ed60d42a7969e443226da0599__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7ca8c611ae454d0c9cf3987ab9d7e87d__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_94fd2145021a478f8fdce8b3f19855ab__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b46ab92c637d4f668088c6b3ea9dfa1a__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d726622fb5fe4ee0ba799c13b8a8d509__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2214d4e073da4b6db78a9555ef7ae62c__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_475d2a361e91484e8f352e907717d9a4__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d34091a6706d4a4b9e4a815010681bb9__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4f92c2db751e4f60878318a2f5bbbc93__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0a3cbfed809d4e14bdb42cc328aecdbb__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_47531731e63348b8997271593e5d8d20__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_afd8332cd966462db490e57885c1ab0c__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f58a15180f7342e799f945b0e743f097__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_62285dd676fa488cb02fc1048b017c37__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d19f03b4793244829b0baf022a6c78a2__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_6766663faf7c49019f7766f1b0643848__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_5aeeb49acc2a4feda558dbae6ea41f35__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_cc5827c982744230a1857b0af83529d8__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2c90aec8a5ea470592e32f46969b3d7e__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9c640e99af404691b577803ba229dfaa__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7afaefe00f944807a82b45dc214da9db__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f36143a47a94ca0a52e8b8d2cba3843__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f84d9d867dd34159a646b22925329360__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_87ce6c04c30a4048b1eb0a20b87ea0c9__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5d40c6fadd46439093fd66cfbe520aed__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_ed55af82c348437f920d5e8ccd646ff4__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_7e7b896a3e3a44ec852b214b7e556ad1__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c77a89ca6e3b47fba53044476201eb17__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1bebacfe3f644ab388f27a21aab3fa0f__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9e46d15675cd4375b43f8cebceb521bc__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_83f370a519824592809565c00e2c894e__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_03ab9938c4d04bb4ab5da1f7b74f6f54__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_7bc525cc385848688fdbea5655d0551e__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_af448cb4820c456e86d06da1d6ece585__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_c64aa332d88f4325bbf74fbaaaa64aac__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2829cdd4357c46e4881f4bc4106ae10b__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ff5e53b55ae34574b37ee52a6be818b7__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f8ca1541bf8a47189bea723c32ccd5d7__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c068b26207584387a735685e18d54b9c__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_08b39d4368a54e748b030d2f2d151b88__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_585c7e92811c451bae9a3ef87a55c37c__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_747df09b5fc240109adf5b8f8e1b21c1__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_7f3c9cd5bf16442cb4a6cbf0646bd15e__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_37ee672c1c4c4b449632257436c2ffc8__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b15fdfd968ba43c68f097bcf8aa67068__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_67d8e4dd3962495abb7eae3154447dc5__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_e915fcae81754926bed10b9cd6aaf148__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_533a3c0b7ce8489bbbbae5e996e5f647__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9f52dcd6a3db40e7b6bc919fd8e72f99__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a1183f0d721e4b80aa8cc26d9e535f0c__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bf53586cef2741049bf357d9e7b1bfde__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_64ff012329494e4d81c5c41f82f950f1__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_41629aafc3394438bccb81a356277c75__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_828ac1284af24b9c843d4304f08fade2__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6740e35a0bb9448db9359972c90ccce8__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_f39f622cf60b47e0acbdc189a6f3de5e__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_1a8072f42a72425fbef92fddfa44ddb5__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_c43e2471701d4566b8951f4eb3a9dcc5__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_44f3ca77e5b641369c4686e792f1f54b__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_b9e54127f6b64519bd77c9bffd17f530__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_a757dd5c26d34cc781516ab393861cb9__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_18fa07bdc3794255beb8773ed89820b5__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_aaf3d77908004a8292fa8c87d43964f3__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_adb6cd09d4ac48a88233256aedc1039d__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f81a26ca46d748aebc0016f2d6f4b6d8__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0bbf81fc35694091bea7179da1e4ad26__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_46f4cf7d45a74e5aa115962ba2e65713__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_dc3488f397874298b8ef3a8fa6461094__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_616640ec5bbf4019bf99b18c315e1e99__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8b6c9b301a344e26b3f67899ffffe0f1__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f7eb5d55febf485885a905f9dece9bbf__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_b74d7e6e1fe84c2dbf10350e275830f9__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_18fa07bdc3794255beb8773ed89820b5__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_de44ea4e584244f69b853866eb328f97__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_f1299aac8922477dbdfb2424356c1adf__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_84d4787102c54b3988aaa995e0f0c641__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_3a8365d9bbeb446484022b8b88704027__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_91e9be0f51a445d89c537fb6b6546f6f__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_8448974b1ce748809479c53a8a640c19__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_abcb4d7f6326472c917a343cc9685c8a__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e078f0e1f2f544bc84bc1f9fa047aaa5__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9dbdc865c55a4a8c902c8a6ba61798d4__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_0147478ce85a4048b7d8ca1cf06d67aa__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_7f4a84f9830041f0b18760c1672dc0a6__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_1794ff0e3ee04249bcd35b935934ecd4__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_91e9be0f51a445d89c537fb6b6546f6f__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_94f1de15a44d4e4ba830d639aa01d3ea__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_93a521a60a0b4e9c980d3519d4fac9ef__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c9412c788a514244bdc2d02df3a6f240__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2a6b9ebb15194d6b810bd724d07f6571__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6142fc676dbb45dc950b772730f22cae__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3989419e64a74677a74f15be0c753bd2__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_01d673dd2a184e93b2b7c8552a6bf54c__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6faa3e2bbcf7400e8a94f7ef18919020__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6d4282b73f264aa1bff072724ffa7003__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6d16d7f553724dae9f77f65596926205__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e9a8a44a11b54e27885bc7df076253a4__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_715f0cf550ab481ba95ac89444b6d347__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_7b17270d837042eda8baa5d6e8debd12__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_90cbde2720b0489aa5a4aa97e42ed1a7__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_349b3ba0c8a340b19c2495b581a03830__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4a9515a7bf3f4b92bfcd3367b87d52d1__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_26a7930aff244c27aadab4275ea96744__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_349b3ba0c8a340b19c2495b581a03830__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_19fb51d65b5441ccb2def1a5ed211b71__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_8b2571d97617403e90e2f8046c63c2f7__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_cc744ea3843c4018ae455eeaa6c659c5__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_91e9be0f51a445d89c537fb6b6546f6f__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_bf0173b6763b4ff382be6616caeb5a3e__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1c30ceb2b5594155b7003226f821e8ee__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_afbb363d54754873b4a5526670257ff9__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_43a055fe15db41f79339e4b1ae3fed66__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_78858fc91180413d99d6bd1a144ee1f0__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij - niet van toepassing in deze gemeente</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Gereserveerd/>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_0d1fc711b39d42a3a40d1e2e05537b73__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_af5586ae6e804652a25c84957b980057__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_4c3b715e4a724c4aba92d3b4af06ed23__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_507102cbf3f14584b66e731fcadc53a8__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_6414cd494ff844e78450bf5ab73b3bbc__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4a65beec9ff74076b31669252bec75b1__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_44fe9e816de84efc8e38be5741cd98ef__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_08c443e6cecf47c6a09ff287b30cc374__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_295629911c904ce39c6ecc53f9c46406__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_e7079d75e41a4118a9d122762adb144f__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_98250555d82146f1b5357d606c2ccbbf__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3def9cbdd1b4442eacdaa00218bb83dd__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a16b5fbf5fbb4e1a8f14e4ead910927a__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a28d1c66257a412e84ee710481a2c5a2__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_37ce73831f87476cac37b982812a5850__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_49a26885ba314f8a9e0dabf053e5c27a__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8cf634f9376a49f68e4eea7f7c17b17e__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_f9942555159f44978d0f623692179dd3__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_d8bf11a73e3342d0853881ece72a363f__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_3800edc044534bbb9a1ea7f1a1dc5024__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_c177496205674878890a90d2970df632__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_a2aa67abcb8b456caee20f6a5826a3e5__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_6b69fbae8eef471c81a72652cdd5cfee__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_0eab9a060cc7482a823947ecf51b4930__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_4e5ff43c411d4ee29da7105cc650ec4d__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_42ce8851529f4efeaf0a7dce41452ada__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_fc2e0429233a44bebe518af72c971d7b__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_499d21ead20b45b29fda34d31811ec27__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a5fd06283cb440fabf57ae625af333c7__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_b97967cc69c44081b538f031f5039b59__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_6591b02c1c1b4b4ba3522e6bd2721324__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_d0139af7890d4a9ebad5ae4f9caab8b0__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_cceb752d2e934312b39b4e6e459e56fd__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_0f94e324e33046c2b7d9fc99e76dac03__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_dbc19db6510a425e8529d61e3ffba286__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_046db125e25946f89060708bfdb8cddc__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_bfc2b3e2453944458580b229db559e69__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_6d41ab98b8a34091b1b9c96cc3816a4a__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_00ac6bbf6cf549cabfc2971a5f7bb10c__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_477dc55f50914c1ca4e504ddd100a251__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_7661445f61264e988b42ddc555ee83a2__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_c02d84ef98fe45ec8bce81a296b14571__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_f2a53a88c3cf4107b20af54223b86fe3__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_6414cd494ff844e78450bf5ab73b3bbc__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_222524ccbbde47a69b5d5f9c2043ad2a/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_222524ccbbde47a69b5d5f9c2043ad2a/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_9037db91739b46fcb25bd33ea6c71b0e__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_18fa07bdc3794255beb8773ed89820b5__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_b7ab8dd2dacf4f39950d869fd57b2c93/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_b7ab8dd2dacf4f39950d869fd57b2c93/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_72452aeeeb3f4b3cbd4554796a3bf2bf__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_91e9be0f51a445d89c537fb6b6546f6f__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_a878b3ee67f844d7bcbe2a6405a93c60/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_a878b3ee67f844d7bcbe2a6405a93c60/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_6240b4fbc272494dbc87a349fd659be3__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_349b3ba0c8a340b19c2495b581a03830__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_91df500340cc42928fcaf8476e0ef755/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_91df500340cc42928fcaf8476e0ef755/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_5fe60113ecdb47b9a2ffd8a5f815278c__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_b9e54127f6b64519bd77c9bffd17f530__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_b7c53dd42cca439981c94a5829907a1e/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_b7c53dd42cca439981c94a5829907a1e/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_f8cb24262f43446983a60b2aa7138e5b__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_3a770feb43a3463d99105d66479aea14__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_f9e8e45c760f4e8aa8e6ac2d483c567b__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_3a4084be2e7a40509cae57061154c7e5__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_57730ef028714e29a253e71a24512263__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_9df50a8487e94577beb33f2eb980c139__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_22ba27e33d1f41eb874b695f3923b5d0__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_7c1afa3e4c054f21b00a4bb9aebf1902__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_79f719bbddee42e6a874b6d27daf8b01__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1456aa8104b544f6a913349105c5d163__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ad39441286e5454aa8624b911435d11f__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1e27514387974df88ad18b636bb3038e__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_37b7f5b3cf27401a88cc7d1fb5bc9b9e__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a502ea7514f640f3ad119df1cee66738__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_548de45073be4d59842454ab72cf0314__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7f0c21fcd898454eb66f5751395a8a9b__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0164e3dc2a3d4b56adedbadc6e2b3686__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_5ac5cf9c081b49a89c86f0f5a853da53__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_da6a950cf59a4afeb5e6e902e333e583__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_442939c5a3334c63ac743df76d688e74__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_a036caca4515449fb81cd837664978ff__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_07977271486e42b8b3793312598e4e36__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4a1371d8707841ceaebf379058023acc__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fbca8d149230444a886d546de8061d4a__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_ea3473671e8a4c4e874678b91c910c38__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_19a08e8bb8dc4ae69c320a43089af1df__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_95cd488673634601bb97654e9f3af5f5__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_96a5ca3488a64c66b5d7c9bc886de0a6__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_f542fdab72a14cc3bae3760633ad8e53__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_67c6ca4d0b3f4ee1b7aca5edfebe785d__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_b9e54127f6b64519bd77c9bffd17f530__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_c0b8cf6ec70841c29d71e39845e0f7e1__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_fa3f82663605473a9a62b4d2005bf217__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_e30e46cf81a64cea852f558183f274ca__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a356af2d1e804d5786fe6267f1db4cad__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_796f981bf37846b9a2a59faf0f128779__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_989c6cfb96eb410a9d2633651d2603ac__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c328855a31c04d6fa44864db801f9218__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2b1589aa76ef471884217954d42f675b__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5301004be006441c89523cce7a178320__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_d5b60b85e4ae4aba8c6cb52cc7359c6c__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_7d2ef110d8154774b9c11ead749207d6__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_30706f83c4e941e79a49116b407780c7__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_ea4cef88fb4b426783b80cd6bd334568__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_6414cd494ff844e78450bf5ab73b3bbc__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_db1170d782654a53901810f04643d54e__cmp_A" eId="cmp_AU">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>AU</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_AU" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm1719-4758567844774572bc3c196b3f6a2e96/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm1719-4758567844774572bc3c196b3f6a2e96/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Drimmelen</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_38894d2826e142c484e17a4997ff7b4d__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Drimmelen bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_74946fcefccd40079fbcc484c6120a6e__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_a5a75a046c0041df879be846ba9fe5de__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_f0777d9fa4b54a0ba32f7572fca1498e__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_14a0de4def754b73ae2970c5fd39ee06__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_2a68d5ff40cf4ecfa43f93c68bd61711__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_6d8f14adc79948e5ae31ff6c4bd82653__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_64f3aba057cf4848a457337c8b07526a__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e700709968944e419f631810097a17b4__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_435f336cdc054732816877e4e07173f9__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bdff8e6cd50148cab3e175582770c8e2__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3758de70a76b4c7d94ae38da8c84bef4__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_fa118d9454c94572abc92562aa1000c6__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c356f825188141f89b6786c24caf4508__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_503703cb210b47d288faaa18e479d249__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4c38cc4d75cc4647bf20a95677ac3fde__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ddd96e45d9b6447795af059601446bc9__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3ffbf9be07f843b4bc2603d6df42dbab__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ca414ced5c2e420e80dca8ed4edcc211__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_2cfe200a54d44f5ea78dde33d54f2d05__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_2fd535dea6294c70a235635ba7491885__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_13bf371b8bff4b55840569671eb3eea4__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b884fcc583794a4ba1658af5a243b170__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_7b2645690c1a4d42908579ea0fa25267__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b40ee7aa47f34a9096744d52d43c5189__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_89a93021106b4d658508b776fff6ca69__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_416a821c5a46444cb481b705fc17530e__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b48e41b925f646398156d171bea89b61__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_dc7e5dd4c9b84bb7b46113ada6f0f43e__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_bbec2b7e40de4a159b81467557a18415__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e5d96b7725a042eb9fa644e18208e5b5__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5fda0f98e59145ec837206a25b57ce96__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f9fb86a44f8142b0938a03ef673284a9__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5ac03bd3e564415aa4eb037c83461a29__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_de35b00777ca44d0bff2619ed65701a1__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_8bf92321625b4306a56d16547e65b914__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_b35bf1d4832a478ca747c1ef865891cf__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_425589e592224df1ba34d799734f5b52__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_33da94c039994b0ba58cf48461687580__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_74d50bb3519c4382a3af08547b3f8753__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e73cb952220149ad8655386e80bb56b1__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_cdbf87baaeca4705bafb463430184ccf__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4425277ef3164671ac3c2a8581a938d8__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8d7844431f764d538d0b46ce8b56f8d9__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4b293f2d692b4c01a4e0d607f87246c3__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c86feb24ddbb420f9f47bedffdfa78bd__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_5c65386678d8499988a8ba5371ffab3a__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_0975d13173324850b9ee88193317385f__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_76bd10b6de054c0bb1e74ce5477bbe0f__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_af825687ef9e4e0980448f7d8b44912b__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2c81e4b94fef4890913c76eb95e6c2d6__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4e25ccc1f85649fdbaa4394b87705079__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b2811e1375eb47bf86bc6ca2591e5f82__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_b168f4e7194b48cfba3200833d1be022__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_d0ce17d1600843b2adf610137a46867d__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_d51feacb4ede439cb0f891175c12c892__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2660975074264e57bf4bdcf01e89f556__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_19aa890a128f4046ba660ffec3a88c29__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2215902856f64005ba830ae32cc20596__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_cdc590e7e0594f178cd214223a4d01b7__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_c05dbb961852404bb2dfcf1ddcef2433__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_61efc223f77e471c88c520d9f3cff53c__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_826da06a460f4a8dbc95210e047cdb40__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9c154c0fdcfe4efbab2d6094e4efa4d4__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3a6e855781024e7d9b928d55c3b66832__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9a5e5e66ea614a63bbca0feda6e57243__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d0feca05d4564c33b51f1ccd8d99f0ad__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_da4915a1d45c4146ba4a23c5a067493f__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_02c57f1e83cc471abc5a7b248724485c__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0ac5348e589d4cb1b84c7f4f2b3e6f1c__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_fd8431ac974c4b8ebce90c966313fd58__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_364d80e2d5c24f7b87bf2c1b266e0af4__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1e318a31b17f4d929e9bd12537698439__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1ba4826aed154d83bd3a011897029d37__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_8350bec704a74bb6b78caed51928bc0d__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ee0ae6dea4ce46d2b10fcd18c010f8e7__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_65e5fce622184e14899cac24082b1333__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_c7aa6b3ff5734ee0bc0f724c6493b1d0__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_b480390a56c94d4bb126864bc86641e8__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_73c72e58de2d4fc69cc9aab2bc57b8b0__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_bb1f46f14c374a8795ac5a998882e7bd__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_34f5bfb368af47909f3cd0add7a93730__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_505c6a7901f84676b11f5b61ed472dbc__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f4d132a39d694a2590c7e690c3f877b0__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9986f23b21634f58b1718addb0ec2191__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6d0ab27b5ee540e9a02ba2e078d33335__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_18022b807c604a00bd91fe7f74928464__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_db04aaf94e0048de9cd76894d27c8308__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ba0891c4820e4d50b67fdd819b6253ea__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ac7a4052d5ad452d9dad5633d0d7d53e__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b7aa9578380744f1bb3f3b15b36f82c1__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_163e6e137f864d5a91eed861e1fbcf86__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_84883e243a04416896b9ca300d572ccf__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_505c6a7901f84676b11f5b61ed472dbc__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_8f7fa934489a4ae68e9b99ff4f3fc456__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_9bf98dce2177450bbe6964e2e84874e9__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_0cfdb0b85caa4e1aa9b261c616bb1552__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_1fc1136ebc1c40d6923ef28b0e089f53__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_891b63591a324554b534e31e0f4abf88__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3d10d265d22640528b0f93e10664f0ed__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_04e47dae7a1b45fea6d01c3799c19adf__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_85ecfd826ea848e98abb82b5210d74e8__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a90128b9b2a94991800d9f16566776ae__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_a6026ba46dda4853a6e77bf8b2a62d39__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_d690b58122be49078a6b95c348581243__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_3f939938308b410faa9dc6099579d925__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_891b63591a324554b534e31e0f4abf88__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_084edae9dcde433894e1b1c4f1431c36__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1c3bc03b68fb4f7eb078b2d22cfa0fb3__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d6dadcda4f224b2bb5a9391e85950543__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8d659dac6d904a7d9ab837fed125f646__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_61f23e8fb42d49439e8de0834ae8814b__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8fb5f0c6a49641cbb27953a76c18edcb__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e86809d41ebf41f58102fb7cf10a89e1__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5ea2601793604614b7efa8b7c29812b8__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_596ca1cc104c4891b148d0133607efe8__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6b1f268d11684891a290356e868cc71d__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e7b5a93bda924fcf9c5acad0df7c7fd3__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_5c8c74e6e54f410f89268dfe70b2f6fd__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_6e0b8fb163044f71a5443344e313cc33__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_554463dddcb24e18a14b4a603cf2b9ab__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_fecbd6ee6f3d4da2b3a1945675c41671__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0121f3bdeee44dd3a7188c34f7b42dc7__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_dd8460bd0c6f4bd6930efa0c32e37879__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_fecbd6ee6f3d4da2b3a1945675c41671__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_7fe3009d9d284a3c8d42b9e18e7be7a8__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_4b850346efd24a08a38e70c2b3d007ec__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_92835921301a4fe386d7bc386189b0a4__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_891b63591a324554b534e31e0f4abf88__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e96f987a4d6748d3ae847dfd8364530a__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1e0da557d6304d328c8b363df48cb1f2__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e576c80e11a94054a967c80e8e50452a__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d93ea6dee30e407da631be2a544ef414__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_5365907eaa9347ff8bb2417e15f6eb15__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij - niet van toepassing in deze gemeente</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Gereserveerd/>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_97fa9cee8c2949ee8f71692563106971__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_e6200076ed204c998fcf778fe5419978__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_b122d05e789f450eab234bf091ef23e8__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_d59adb54164f44ba98b463926fa820e8__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_886cafbd744945689620f3a5c6d64abe__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5c0539821c1a42ebb549115d39942da4__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3677ab830f4d4a0f9489ac1f13fc79f1__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_0b6f9f05f6274685b9b151c1b9530857__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_660bc99134ec43d6b0d5f2110fb24e0e__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_445b92f8a0074cdd9daa26dc437c075e__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_2e925b31c460440892e68d2220435bab__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bd2b36bb95a14843a7bd249069b14bdc__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0291e323c8d04171b3b7fc593808e6c1__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_cdb373a35244402899ac5d3a63df3ed5__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c98d3ecf2c964a80b259c3aa6f6cf09a__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_630f0b4b01b941ebabd2d6aa4a9597be__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0b65dc56b32142b38432551d36895381__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_5ce938c2613c4b31bfb131b74da82642__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_3e66183ecdf04cf8a82a7c2e2f48db6c__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_ab2bc75b5ef944898489950982fb6dc1__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_78cffdd13ed242a881f66d136763e96b__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_8e6baf662d874cf3a1c17fbe1b626f4f__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_dd5a35432d404cd0ae9f26a5c1f33317__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_164b03252c384aeabdf6395df1d3e3c0__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_823c8b27ac0d41fcbbc5d97ad1201eee__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_c2154f3f64714fdf8b7a27b106f32b29__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_8d7f5b01927844d4a356dec9aaa829ea__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_01151960e25b44ada656c6b131cd1e92__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_bf00d0aae8004b2f9a52923216394f1a__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_93358fa0ce1c4d9f94ebd903e5572494__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_6408d8af97b941ea9c2c30aab7a20074__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a2b7c9b421904cc7904fd10945ab6186__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_c927d21a703c4a0088264009bb1d5758__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_db962ee381024a92954ea88f0b5a1c78__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_1a2112ba8751464594f672e5dc14696d__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_b9bd4415ec974d46a36aeb82084c1fd8__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_dca2a3c1336542abb529925bf7b27955__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_8f6172f5a03e4b7e95c1499224a40453__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_51e505989faa4fa8968cfcd1f911eefd__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_a5fa9925283f4834b3492ae542dabae2__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_144968678fea4e8e9e9cde31afdf3ddc__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_b0830e7038ad4f6c9769bb3782334b7a__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_d3afae00bf7d47e39a11492a77fb672f__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_886cafbd744945689620f3a5c6d64abe__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_e61e447b4c7f420a989d64aaf2050cf9/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_e61e447b4c7f420a989d64aaf2050cf9/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_61ac089a0aa449d9a24c3dba5bd38b66__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_505c6a7901f84676b11f5b61ed472dbc__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_7e2f2f6c0db74570b93b5570f03c5cb8/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_7e2f2f6c0db74570b93b5570f03c5cb8/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_96549f0df31942aba405e66e8ad6852f__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_891b63591a324554b534e31e0f4abf88__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_104546f9ed2b45f48271fcc714b676dd/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_104546f9ed2b45f48271fcc714b676dd/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_4da1a24317644438b7fb1ad0c834d1d8__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_fecbd6ee6f3d4da2b3a1945675c41671__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_86238a4c898f4f6a84c7901f3e1f4470/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_86238a4c898f4f6a84c7901f3e1f4470/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_4667466c49b844af96d860caff102248__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_bb1f46f14c374a8795ac5a998882e7bd__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_525c0fa21dc043d6a84589e79b590749/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_525c0fa21dc043d6a84589e79b590749/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_be408ec5ec09448cae5e8209fb87eba7__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_c3ebdcf340a049a38ce63a6e86c5069e__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_e3f9b41aa01f4cda9012e15cb3f8431a__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_87d97a401c7f48efb1feb3660bcf8f7b__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_9f6340dd182748088a26b345c1a00ce6__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_de07fbd7c2a443d980f8286286ebe108__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_7d2b2e17ac1741d3b1e931e1abf384a4__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_baa034156c3842b4a24adfed3fb6639f__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_4f0c8d595c714eba909964eaa3c0c21b__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0c6900499fcd495095dbf6471a3558d5__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3bfbef07388f4736bb94ba0be9d5c909__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_911f76db76774b80a52a61e6ead81ffd__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_642a94aeda2e4d428aba68343a5a12c8__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8d0592cc0e90466fb90a173c8975c5d2__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b8e3517ece6546348990808f59805af9__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_22d020b09f014448bfb8823322c11cd6__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_edc4b75fcb8c410faa3e4ee57162054a__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_691b82c55c8146fbad482a4789103d54__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_83090a99e0994ff6bf7ecbb9405ddaa7__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_c6a853d43ee14cd19d2d808179cf26ca__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_8633866a00574004b14f315d36d33af1__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_03cc3459a75b4b78920a23aaf687dc6d__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9187b9cf6ef6445d8343d4770352da88__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_557b8bc120824c959342776b9c320cb5__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_ddc6327069094c29b34ab8479c066e2f__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_da512b6b13834b3caa0d69204f3a7abe__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_d1f64f03cb11469ca7d807487a8c316f__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_5ad98df0cad94aa180759565f7b1be23__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_39d4f66f52404d4c9fcf9d7e27c458f7__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_aa9f432b39fc4febbb2be9bd5cfca611__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_bb1f46f14c374a8795ac5a998882e7bd__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_abe9a54bb4ee4b10a30e6e1ff25c66c2__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_38f4f316352c434585e4a09b40927c2c__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_6e57b681bf994c02b0ac9123fa689c91__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_748120337cb345c58eb1ea9bbae0a9e2__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6992075c8d8f4752a46b634f1814bd6e__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8dd24487598742c79f45ab72b453c54c__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b142f0e2e6ac44b6adb7bc5e40d3b2f4__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fe9b7fa87ce4403cb508219a0bf38097__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_535ec5e146724d919e946df223232145__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_92ec4cd207c3443cbd7712cb8c9d66d5__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_d95d369c289e446d826a46ffe819fb9e__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_8da0b0bf1cf745c186bd5f10a706f074__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_224780ad3d754f7ea2973dc5df7732c0__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_886cafbd744945689620f3a5c6d64abe__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_014da666ecc14a9fa9da0c325a02a902__cmp_A" eId="cmp_AV">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>AV</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_AV" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm1721-a7c98a96b72f46d78adfee3e992933eb/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm1721-a7c98a96b72f46d78adfee3e992933eb/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Bernheze</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_c59f92a3c9894f16acc259654590b08b__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Bernheze bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_534ba43cb4b447feb150047745e25a8b__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_e75c2eab8eb946f8bce034173c31cae8__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_192f97f74ca04929a8e76a50377f302a__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_db82816a052b429b9cdf3d96b5567f07__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_bed223f5f77e40799beff5c2268ef24f__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_812d45f61b6541b3844d6b3ed781a073__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4e310d23b6ff4dfcb9414b8025fa5cfe__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_0baf7c1b08764d47940151e1ba465b79__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_856716e62d954d75ae8e3cc38ad720e6__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_50f436c1477d48519d5d707ebd89bad6__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_88ed39527deb4477aa60847530d4d1d4__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_51743204b0ad44bcabfd9c3a1d1a5d85__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_93e1c06184894edab6b44648b9f31bb3__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1b317c0b6a8245f5b03be0ec13563b7c__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_7696c8c008ef4108aeaa38abce1d0dba__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4e0cb5a3ac29472294515d41455f2e7f__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_7469c36886404e36834d158f687717cd__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ce049dbe3d6649c6b997388ed5c65733__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_35608ea31b2c4824b50a40d9b76da097__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_686229a667244d74a5bb81b649f98c05__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_260b7c83c3bb4bbb978f098c8e169148__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_29c1a02ee52a4fed82a9c193737fe61e__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ced30568a3fe47c78a33329598620470__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_56d483f1e8554faabdc93982e7ffbeed__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_56f2a792656644e1bd0d48bfbe230ea6__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9e7c0c4ac7354f0fa71f4dc265a2311a__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_453cc3e19b5540949b026d3e22d864ae__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4aa68de77f55455591c3229b69f95650__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4b050278855440fd89992546b0554906__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bf7877586e934aa7a9ca4180a01b007a__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5b8e23904f614ed5b0ed07d00fbe111f__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f9ba986154bd4f8eac657bd2310836b6__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a4f834f209764d7facd2714ff079ddef__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4e273e33b2664fad9c2f1c116a77908b__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5c2520e0a47649cda310b4749898b9e2__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_9a16432955504b32a07fdc486731b03b__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_6173159450fb4c5ea8a5091a47945a1d__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_05fa7b923a02410f9d0d8433e1121c62__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_0d65adbe590449ed8b8e5ce235a59e30__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d74d5afc664740e1bc762bad2e230c8d__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2374d5e311644310adb13caacbc4b427__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6b3e91fa608e4e2f9cbf428e7b4e8899__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_65f8cc40272e442ca59aa016b47d1332__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_82a9f0497b1a43b3afeceb856b52aede__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_cbd368895d6946e2bc4553220b4e5632__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_a625245e417a45b39c3013ac7ab1231f__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_3780a1ee495d41dc975fe822af5cff49__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_96cb60118ce943e78c40c6b6d1bc2153__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_246c9213c77a41ae97d0af9be0efce1c__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4cb22e70069341cf8fe997e88136b995__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_356141db8af54ae0bd6463cb5fdfff5c__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c01603906713462ea34277457aa3a7e8__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_2129b375fd70460cb97fafdb65ca9413__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_ea5b6d31a28541d3be20f56da69f274a__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_8068f39d612044238b7e8f978ada2d66__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4f7ea595ca714a719c5f72162cb20fed__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_8035a89c029b4b5eadf1da269b81d2ed__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7d02597d1c3a4c4d9e50f28f3a6a532f__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_98fc58870db3406bbf4509df20299494__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_f3a7642807634a718bc3c07a8881115a__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_e687db1a6da84d17831b8a386db74105__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_601f710d30df4820b74dcc594e0597f3__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_09baf9292085426c8ea6611cd639a26c__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4684959058cc46e3a238530c9caa48b1__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b9646c00f3ae44449e7a97553abca0b9__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3940e1731353455e90fb9a9246f7bd9d__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_f33d93e0e82242b7b7e80524d2a4d831__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_664b43ccaaf042bdac3e551c2010c7f7__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d72c977fdba64a328660732d99907a1f__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c7c834fa59de4cb28eb957396eaa3dd8__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2a224a31336d44c1926453a964a9fb09__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_564c5f339cf24d8290d6045e2cada61a__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_54a85131a9144feaba463fde037c2c6a__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_230642e1a4f24ece9069ede1f843497e__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_79ffc6b7530740e7ba02c8ccb8362286__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_0ceb72227289428e80f8ea9e52ed0cb3__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_db90aa96c1ca4921bed1803a18827855__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_90f7c576aa074f9baf868fe431b0468b__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_16dae14a23eb41bd86a70a5d07fed123__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_d25e8a11a0814e2aae3130860bca25a2__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_e7eb12d2ea0147fabab0fc38945b198e__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_207d3643ff2c4fb3aa5c7106a10ac037__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f81ee4dfe37a49738dc16b67fcd31cb4__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f4429fd26511410ab55133f41b52525a__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_64211bf6a7da4c5bb3c04d52eb686b27__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a0112bccc058418c88a8dc352556ebd6__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_86e908e2f58e4d38b611b36b4694836a__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_06007b628d2c4049be4e249951dbe81d__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c163fc8e8bbd48d699df3cc88d284283__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8fe65b46ad7d4ab2843d6cb74ee1042e__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_13308e68ebb64b54a84ff92f02eb55be__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_50d2a72dbfd24dbebe9f0bd1b84cce85__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_207d3643ff2c4fb3aa5c7106a10ac037__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_8c3455cc6a3b4ec8a6a939882c841651__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_c2cfa3a48fba422dbdb11276fad903ed__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_8e02c2fe9d234e76a58b1b78934f36d6__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_97d5a8e556084604bfbc065aa349defa__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_71f876e14efc4723ae93c40f2eff142d__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_db34e956e2e24e95be64c748ded47f95__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_54cd552b98414ade8dcea01b4fd061af__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d9443001381d45e98094642ab8628be1__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4b86a28d4d67401690bb5b7b9cd233a9__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_0694238fe6be4c6daa4b232028012467__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_743d231b739240b6a5f0b1393276d4f0__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_94da5f7e4b8842f6bd7a32ae5bba1c55__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_71f876e14efc4723ae93c40f2eff142d__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3dfccc7f1a584bc893bad00c9c70bb36__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ea638dfd63e1437495094135dbe7f065__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_791f6a7d98a445c786faae5c899522ca__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_10d4632d5e3743e48c235325fa02d1d2__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e3378537aedd42a78e6a77005205a09c__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b3ace162adfc476481c852122b1f1697__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_15891efc566e43f6a808d94182c9960e__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_63825790b2e04160a1bab0ab57e1a1a1__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_522e085dbe1d4733be5120e932cb09ee__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_472ccc6860cb45c9bb4b0fd0ffd5cc0d__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_80ecae6367634abba5daeb7a7d28844a__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_2a80ff962cb6408bb4fccbb4d999d8d7__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_be3038d5b077440587d59234fe4fbc67__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_4b142a918d6d4752997f193310851740__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_8d11e0c3f1ad47abbb6b48b28a7f0080__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_33b886a287924b1a92e702c3637aee1f__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_be6d4c3233de447191edb2e5c2831032__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_8d11e0c3f1ad47abbb6b48b28a7f0080__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_ecee6f08ace5470b9c006966245d19da__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_34dfaceda27b4758bd222405c39c01e3__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_b0f55ead43804c3d9f28aad10164c1b5__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_71f876e14efc4723ae93c40f2eff142d__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0114ce076db14614a5d729dd834fa06d__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e2f01ec5d52744848beb2f5e57020af5__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_37de7160453141a9ac343085b6dd9dfa__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_809b5b819b1645969fac16c449ee796b__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_0b81015957fb40beaf9f4a25aab0790b__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_4b6c968f208b48948724993ddeb6d8de__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_72077470e12a4be6aec4d6731def957a__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d374ea7b63c2457da606bc6e75cd0c0a__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_8f43ef7fbb8540159433f6690c18b42a__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0d44c6f6af3e4142b2136eb787546502__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3d230720968e44228636bd64b28bc9dd__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_e4f5905de11d4f10b685f653a98289a6__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_fac83c034b63478cb7f15bd988a32dbf__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a720cfbf20a044b6ad009329d8dc29be__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0c542bea824f4bd9a9f85e875606d0a0__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f0e8d637ccc143c3a6d7d40f799ed300__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c72f285110da4e99bbba5e9722fe1fa9__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_292697253dfb48bd838025c4173a9381__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f8b572a619294feeb82e6c8390fb8877__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_55ac24f7149443e7ae18dd93dcd3bb9a__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_3cd1923562d841c4a9ad364cdb0e6c16__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_57b8c02413f543fca041b86c61e9ff6c__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_dadffe2877a34dc8b9aae8dab483ace5__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_76483c5b0e4c4a4c96aa4e6b31c87ef8__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0faff0e3639c4a5e9efe307e943b824d__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8240b1a35d80452ab3101369661f5a67__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_deaa68cc106b4c6fb088ac6fd7f90613__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4a2f15e967f44b0b841c21c9455197ff__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_77cae9e0b2ff4c91957f161ec3b1a34a__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_639def5b64d0451ebaa877bb655ed493__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5b27407a64dc47cdbb833a6d551de630__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_275e2bcc78894395bb7aff064c9b2bd9__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_93cc5ee8060b47ee9ebbea2a42177cea__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9f3575d5ee0e44d8a891b2daf1098669__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_db681a529f1d40f88749becdabcfd4c2__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a21500715a70483abbc5d5cbe8ab5da6__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_2f2dc29e713d4abab1500aa168167cad__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_6d984f73efdd42a18e3b5b49c2e7af33__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_ae7bac60962f451fb04c7cad8894bb5e__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_74cb46ad198442f0a47a436ccec0691d__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_c6b1c80768fb48018ac2ec5f4f5bfa8e__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_660fbf298e84454c9168a0209e9b9f60__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_9f0d912bd623428cb8e3aa9e8488e42c__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_5467a858dd8147c99bf6d0f9b54ac09b__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_2e378244646d4744851811ddfd1bba23__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_48685155a50e4e31b14c3f6156b82b03__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_9c536b6c7c784179ad43945e0652b7b2__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_d17920e76bcd416e96e621ae6a776afe__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_82ac2782f4304c5792f02f36a057a242__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_f00d28970bb044879cf4839f682e712c__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_938181af1c6a4efda5badf983153d668__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_c500a0897fb5485bbe0915ab52715e24__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_2e45a1f084384027a4201e0561b5ddf1__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_3ee6412365514a90a9f78575cd98ec4c__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_2aae02d1422d4b939c3d600e1f7e0fc7__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_40b9e9c357224068a4c0a18229c29119__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_9e604b06229d4e62b50130616953b76b__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_2f1e2969e23049b683a303cf59668353__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_ff90851664fd4d00ad367e927b52c6c4__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_ead3cd2ef35f4d7fa566b955f1c40c83__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_2041e4a2eb904aa19bbff1f45ca73d14__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_d971629ac2e5458eb330d5cd4e6f4338__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_76483c5b0e4c4a4c96aa4e6b31c87ef8__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_72f2b04cca384c5fac1211a034442aa3/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_72f2b04cca384c5fac1211a034442aa3/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_b65447b65ce941488b05f91c245cad1d__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_207d3643ff2c4fb3aa5c7106a10ac037__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_213f2fb04e3f404b968c0a305d4673c5/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_213f2fb04e3f404b968c0a305d4673c5/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_f24229c3fb604f198cf082d4f1e12fc8__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_71f876e14efc4723ae93c40f2eff142d__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_ab0afa631f5d4b25abc46109eaa5fb84/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_ab0afa631f5d4b25abc46109eaa5fb84/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_4b556e7125d44610b529e45231257652__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_8d11e0c3f1ad47abbb6b48b28a7f0080__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_8efd623299b24768ab62d53bfa9f0a8f/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_8efd623299b24768ab62d53bfa9f0a8f/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a780be003aaf4d66b6acca6866ea1238__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_d25e8a11a0814e2aae3130860bca25a2__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_455cfb4b994c47fa924f31e5f063e17a/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_455cfb4b994c47fa924f31e5f063e17a/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_56238491b0da41779510f0658577f22b__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_e665bb047511430a8a143cb4159d500f__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_004266d17cfa447180d4029e1b1a337a__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_bdbf50dd4d654067bf6a8fb3b0416cb5__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_af10f5f9708849578931bc54cec91afb__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_3994d833c0f54f9f98351a5d6a22a7c0__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_f9db5c25fd2940578bbea3aeefcea872__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_79eca8a39a6346179310ed9916e902c8__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_3eb3d79dd4914bb9897c3086cbeb5e0f__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_33b03e82e9464d289acf415340dcfa77__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_74e8da9721844afd82bc3a89380212f0__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_989d21bf3d754775ba1d6a9e4935b821__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_02425409c56f480f9e430cce8039c851__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_55dd68845f6a4df1a9fc62b3ee873a0b__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c85129e29fef4b0788a853db51fc0e31__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4bab956d6116455781ce1c94989e9522__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_53c64f429dfa4009a85e37dae272f747__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_21c78e83c48243abaaf7a252e98ea72c__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1cf000123dc545769ca7cccec92e9f96__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_5ba2776c21784610bcf2bb065ae68472__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_b7ce5cc7d4e448d29b8960b7a06cafbb__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b741e26029b04db08d2b254c99646898__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6674ff89cf7b468b9ea987a1093aa49c__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_55f8bc9e6c5b4d3d957b726913c2483e__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_a35555adba44477f8a8b6e9ab3a431a6__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_6a74b20deb5542738a0121d3af8b4849__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_b41faa8a72bf4ceca79d19dcae0ec696__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_10619269a0f34e2f896950c7f177e8ac__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_581e93e90e734948a6f5aa585e0622d4__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_dc99fcea2b814244b55ba7f84d7e3f4a__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_d25e8a11a0814e2aae3130860bca25a2__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_19eb73536bed41eea044c67d0a17514f__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_ba5686ee89054a928f274d9e6eb18ff1__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_f7a568d48c134e638861ab4dfe469059__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_693c023c61df4480ae8a5864ba3d9639__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_bb2f1406f1884a33bcfdd55e149e2d3c__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e1e65c37bf3a493db5c03ac99b76b269__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9b81f13223cd46789342ae6172cb1cb3__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fcbb4bb9729d44209d18cea5dc95353b__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ce30aaa5c1514bdca39053ac5ec99d3b__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_a40c5f96fd3e4d059041058921cfa1e4__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_0843601ac995497b8d1efd12af3454e6__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_f6526af0e71e49d4af81aae648a220bc__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_392b7f61817f4d979dd1f2f00d46d9fc__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_941ffe4195b948b7a842086463d1a836__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_12d1fc58b8ec49f2acb7f9f536b207c9__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_22603a29bb38402d8f6fe0336b05e173__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-35.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1f122898866e4935aa752a2710782497__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_f9e6ca7e87d948ac849fd505dc3ff5d5__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e73e8baf8192444da97d0919d3e1f8e1__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_484aeb82272a43b7b28d0bc483fa7cc3__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2fddc10b30e142949787d7c5ba7e6072__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_d9c8bae4f5144398aadb005e5a41a9e6__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0d8f6ab5ede647c5b6f7cd525bda282e__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3b6d95949b9049bf842f1bb848d60d46__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_17e7c657aaba4a97b509cc16500052d7__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_0cc8a09e78de4e47bb2f6fc924e27154__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_512f8fb6700f4feabe1212427f80d3cd__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_fcfb3f21bb4a447fba5e9cdb775b8aa0__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_76483c5b0e4c4a4c96aa4e6b31c87ef8__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_9cee842a88014d67bd2841f30f4c6d83__cmp_A" eId="cmp_AW">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>AW</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_AW" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm1723-557c812f111c4c1aa017e0dc1ac9c2ae/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm1723-557c812f111c4c1aa017e0dc1ac9c2ae/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Alphen-Chaam</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_e94a58deb77e4643aef2cdb2add31dc2__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Alphen-Chaam bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_a584bffbffc44ee086beab640d8ebb7c__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_c4a0b751e66b496c82dfe99f47359c40__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_a33da5c63c1c43d59d556f1cd1c26324__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_5f3260a20f524d4ba5d576965d236134__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_2ccbaf2f307a44b6a83c58d90f85f837__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_b97edda627a64cfd9f96f0b7aac15791__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c62cbc7aca124fd5b6b0df21de772a4a__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_35f3ea749ceb4c52aa089d37cfa6a502__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_29cc0c6d25ef476b83626a53ddeb435f__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_44d236a782384852b524b2b64a543adc__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6bc48ab2babb43139ba44352cca4d5f0__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7009180cc42e431999618e2c740c26af__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3c5087975de949f48e56958e73b780ac__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_51c31c5f84ea4159b479bf4e9e2713f6__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_da4dfcd7bf464e28b329e9d5ac3d28c0__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_803649f6502249979ee878203d18ba9b__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1163f690f99b462a88fdfaf37fa67e50__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_409005e8cd8c44938ccdf1d387a5ff51__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_4cb0d146ceff412e8bbf3de3846e76fe__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_e26573f73b93409b956cc84c69a5332e__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e93eb336b5544adb87beb4fab76452dc__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ad25081a478341d0a2a28aee676b5dc3__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f7425f7ffd5744f9bb48992d4bfb577a__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6b8bce8ca3a44e7b820d6b784c48f684__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fb8ffce2d4574375a5156e81eddab17c__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8be7916c9800442192effecc4dadea79__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_42d05f64e239418fb88b6956606b51a1__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_93f6b48cf5ef4a4cafa1df17abf9735f__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f8bedcd778be45559165239129c77b7f__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_469002588463482d8a62d1cb1aba1850__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e562b9fc761e4f2c9a19dfb662939842__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>  heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_57de7dc3525d44c197180020c81a0501__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3c9b1fadaede4de99e7aca0d1f14cc0f__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e8753e7093cf45f9884abac7ceebb29a__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1815e2e13bc94db4b7482f277ada8838__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_01ac6a1d5b3e44b8ab42a86625d6e909__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_7528c82c49564b74a97021d96cc0f7a2__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2c47834a5d2842f5826e2b94d17d9c1d__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6b977a953fb2462cad64e915ee0e0fc4__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bec877bb1fef44548a557f3f5a7c6b15__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c5034359c4c44600bb7e09a62e403c25__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9d66b81b7c8e441b9acf5eaed1f0c334__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2ee63e4bbc4d4078912f99f45544a7a5__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_33309e1ba5af4eb285600e2193377bd6__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a98bf7e4742b49b18a10a894ab5b577a__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_9f21d8fe56da4ff097fa7b785448b72c__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_d388da70d894471e830d93d9063c4e41__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5b031b3cce1a4d11a6705b46873decf0__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_65c6fc53aa6049318f857d7ff281fe45__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_129f86fd73ce4ebe827c2c94ab522ba4__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a200f0fa6741493f81b57b5b74ded197__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f3eedfcfab7741799f8a93808486ae5b__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_d8ee7d039e19488992df4af84303b849__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_c4bb890b65554a46b1f067d20ff9a437__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_a37056d3a6be4f43b4c5a47cd1e54cdd__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_89a95d40d2e442a19225a0e95f335da6__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3e850647c6494c67a2e0b6110378270e__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e66e0bc61fa0464882f3dd8f4ec46105__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_95a584fcb204406cb58a2c7b5cae88dd__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_1c6245c018d64de5a526ac914a84580c__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_22bd56dcd4194e70853d3b5bedd6e687__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6da89936af734b9bbb3d774602d08c22__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_010ace0e46eb4fc0a73e7a3a2847f647__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_027facf4b6314906b86c2b7529954a5a__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_111804cc3f834473b3171091ce0ec649__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_92f0dc7a1941482885753673f3e4793f__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_c9b2b9bdcee14cb3afcd1a0e09ef261b__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_256b99673bb94181a3227223a65881fc__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_cf1de7374b76471e9746222a2cf06095__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b5d33d2be1f747de942a10f701f5e2d8__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3658a781a3e14d2cb9af71b3018fff77__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e5f87220b4dc4c8db495362fa538b95c__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b34131ac3f6d455aaedc77035c5c7bcb__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_398d979735b2440a96a541701bf5ba42__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_304b19eff9c14f029efd349168a078f3__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_2e70592afc50428d8678049080f3c91b__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_c56d4675d9a3410f97f0a92b1d4893d6__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_836dbb4feb314d61b535f0d1bf8f32f6__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_1d6b0be3f2b34941a226fc6f47138c26__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_9c5f5d2469564a9ba14e6ced144d3295__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_ba1940cc177c4e43832c743a999921ac__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_33412133bbe94f61be7ef7926f39d6a9__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_06879fb5f67740969873a9022073b5c3__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_42b4cfb685034c1da8ed34f810058236__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6ed50808341640b591498118cddb4ec2__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_77250ccb4ef741ce9d7ea262e8142f0b__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_be6a2ead150849558cbd7536e87f3528__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_fe5c7ec09f2944dd8c8b6587facdbc27__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_8697a47e4f3d4e7a8836bdf640d820e8__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f9be5f06acca4418af11eb871b039e9d__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_069e7273f57b4db99f842b6eb7228d2a__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_4212649c271c47849ce00a8b01d6e32f__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_33412133bbe94f61be7ef7926f39d6a9__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ce2ca5c464494175b76e12c173e6f7d7__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_90b941c0cbc74458ac7a3d86efc90f15__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_d988871908c742178fdfc536508a5df2__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_84a257fdc7114191bb39d3505a657fa3__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_005d88dc9804462eb44d3832a204ed19__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_560c5ec2a25847cebf0db400ca45326f__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c8a743d7b48b4cd083ca2fa52b2170a1__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9a87e0d9b0b1457e86b640899a9cd227__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_644ca47932174d8b9201dd7690ec5751__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_10ed294509704fc18e7d189933afa650__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_40bf1893c75c4982b8d7f29df2ea7df6__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_313601623b26410a844738fbede0259a__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_005d88dc9804462eb44d3832a204ed19__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6bb7337e7c39415a953215f414e7d84a__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e9cbb55a961e44498108a512a68d2d23__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_222710537dfd4d5ca61707847957f968__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c5c2db13a8e2480ea60547496f82dfaa__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_87e3f835d61d47478b2ce830a66e5c46__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_276214ed85a64e888128b363e748f985__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_acc3508ae15f4004b5872d80360df940__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6fd1898de0e54a938a74023c961ff9a2__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_da83f6ae7bf743e5b681cfd8c6359fa4__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger  is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8a57a3b025654b08a3e4705bd32d8935__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_31a3650fc9e84a9bbee904056a557a8a__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_2ab5318839a5432086ba99038dfc0287__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_6b724f4cedb14ce9a11a738c45013ac4__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_f28870c3635b49edbeded7ab32b9bf23__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_8371f13bf45246728c141d1f338f06ab__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_506834886286430e9e6280d3bb57ce25__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_eb51444fa4b844e2834e02b08ff4f67a__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_8371f13bf45246728c141d1f338f06ab__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_2130c87a2b284ed2832e9232bad26dca__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_444e9874e89147ba8a480ca4c493d394__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_6b5f369b9574424aa92cfa73714caf87__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_005d88dc9804462eb44d3832a204ed19__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_915883810d07433d82fd8df97d1d33ce__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c11e56d9df8b4dcdbac556817cc14105__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_353bd5f4307741fca27a169e5a7d385c__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c40df1a278c64b9dacbaf042699a2906__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_a6064b593c324e14bb2fdbe6d0ead315__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_313615dab93a4e06945b6c46e3b6d562__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_f4ea735bae8a46ada511dcba28230826__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0e70c12b854049ab839dc52bb6c7537c__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_30de5edaa53a45aebe2b72e4bd8ec199__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3abab3527f724da78bb7d29cb723dd78__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f061b64810e34cad8febb72d29568fd7__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_cee78a0cd01548699dd674854dd52e9a__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_4fb4287bdfe141cc898d5a5ba31f6c3c__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_711892a9c8b44a8e8b07f8770fae99fd__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_cea53ee0177444d7a9560c23e0d867c7__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9e5e89ab802543b28ccdbea9fe4ee0e9__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a71e3b908db34cb586e1935dab91bdb4__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_56a4fcaae11b491f921e94450f70aa5b__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e506a094bf504be2837e5bd7b1a60c59__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_87e749a2e5bf46df84ea024fb7be4bd5__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_0a68b2add2c1434d9f89d74bc5fb7b40__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_72ed1032023a477eba368cfdcb3f2377__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_d962944804ab4839ab206b69b206e2f8__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_70565600f0f44b19a223324474318b04__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_be7afe27a4b741f8822a793e695a3db0__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3df5cf2f743c4bf4a9b9434e1a584466__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_927dc1781f024a5f9a1fd665cc806c25__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_065cd2b4d3114677b347dba9b7940662__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_358899cf633f46eea1850338aca3b850__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_3cc232d176854f3a95395036bc560272__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0a47b90b5cbb49df933dafe4713f1f24__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_aa6e4e064b1a48dca81a88ee18626e8c__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ca276b9035a948e883c48dddeca5fffa__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b461959dfcaa437fabf529d10ca98321__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1bc0cc3e4ae9444fb3102c052c383df1__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_164cf1e3036b49beb032a9a4647ffb4f__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_55b436b1579e4cdb8764b36fa82aa2db__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_959ebb38ca5d4421af749fafbc46d3ab__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_a25f66047cf84fa49aae885080381308__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_f51a4d6418b240d4bb697ae4ca3e1679__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_74a44158239d44a9918b7950214661f1__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_52070ceacb8e4e4b9056331d833799a8__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_2cd86d7084ab4fbdb7f1760320fe1f34__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_705df615ac81465a9e32dd613dcc0650__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_938dded9721f4156a970d4142bdf11da__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_32c2553076df42a8a3f88cd93f233370__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_423e74e4665244458052fe8045f69e7f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_f3f8f57c150c413ab110cf06e9fabdf2__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_4f88b6929296422d950595446d0e84f3__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a04c709862f842d9a736235368c03d1e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest met een relatief eenvoudige techniek wordt bewerkt, zoals aanrijking met stro, opslaan, rijpen, composteren, tot een capaciteit van 25.000 m3 mest per jaar;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_84ef9129bad34c568c65a36e427b270a__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit gericht op het verwerken of behandelen van dierlijke mest en de vergisting van plantaardige producten, als bedoeld in artikelen 3.90 en 3.225 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_0007fc8335f74988bfed0b202145b593__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_ea85c081505642e688a8af4ad7f3c5dc__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_783afef6876047aeb8aeb4efabea87ea__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_80376105a25a439ea7de404d3b4e0b2c__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_dd40d70b7d054311af49bdb1bcedf14f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_ffd0404865da47ebbfee12fb7b986043__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_807592dfc76f4a989293aca51daa9dca__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_48fc05acc5304057af0d49920d90ec11__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_ef32d94b9a87481099ba5c1c4125894b__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_8cd406c1154a4c2ca971cb6d6e3c0789__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_3f19fd0856354a8f89c11ac7eab85902__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_70565600f0f44b19a223324474318b04__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_8daa970ad2ea41efaf16d4f8ec822773/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_8daa970ad2ea41efaf16d4f8ec822773/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_ab0759c643c5404e8fac5fc6acbfd83c__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_33412133bbe94f61be7ef7926f39d6a9__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_fd84fd1b40aa4eb99fce35a6db381009/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_fd84fd1b40aa4eb99fce35a6db381009/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_dfaf985e73c547a3a608533029e5b42f__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_005d88dc9804462eb44d3832a204ed19__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_8bb21c88db94450aaf450440712b54c5/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_8bb21c88db94450aaf450440712b54c5/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_d9fc12a8fd744f748b6c8d298eb8bed1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_8371f13bf45246728c141d1f338f06ab__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_faff972087324dd681c7d1b4b0eb85ff/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_faff972087324dd681c7d1b4b0eb85ff/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_52e2dc789d094cecb5fcd6e5b1e5697e__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_9c5f5d2469564a9ba14e6ced144d3295__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_53bcf21eb27d485d8ce5e0ce3ceb4912/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_53bcf21eb27d485d8ce5e0ce3ceb4912/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_308b92241f4e47fc8fee18dc1628bce1__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_e1bd932610284da3857abdf17c8d5c0a__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_fb45e1c365b2401ea2a4c6cd2e55e467__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_6af65a09acfd41d2ad84dc9cd83df498__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_ec9d0d95f1da4943a64982e20c4f3bc8__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_45fd04dd680a45a98fb7145cd3074b70__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_58d0c475a4b149b8b08446734f856bb7__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_b72093b2788e4074aa7b1adc540c4ab8__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_a3ce7e1a67d8469dac20b16053f3e592__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5d75aa88798c498aae0a1c35f749f576__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b9352c51b5a446709ff110e6e3b2f552__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_dbbaba5472724b2aaf13a67addcd2c19__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_7aae7476c7fb49eb8d32506190d1cfa3__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0a8d8246ed0d4e59834e46bb3e882c10__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d0ad4b9c62f340318551e1ca7d13481c__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_954ceec9d2d24990bd29142b3aef75dc__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_410f160daa5840009a60c3bebea6fada__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_580649b1d33a4184aa3b3448ae3cd757__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_664aeb07cb90422b813e7507e295ec78__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_95196d4dcf7b4a1899baa1ed9b3376d5__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_13448cb47de74855aee41adc1aac811d__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5c070764cafa4885bcde1c7cb538e433__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_36027d350eb14b649599a86f91ede0e9__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5985a96fdaba48bdb73afb37249ff47d__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_ce40ab97515840eca85712a65fd3f357__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_7ae5c2aed78a4b6d8ea913d3aade36da__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_7256ab3459534b14ac01dcf3f559a003__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_54d361e328f4432780f25f442e96cec7__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_4ed308533d8544b9a8875fb57748c1e9__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_1844d9b4a72b40948cf310066322f96f__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_9c5f5d2469564a9ba14e6ced144d3295__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_0b64bfe984f84adabc164ceddfede9c1__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_372ff36162c641a5b8066655910a7f14__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_9ad0445ab14744a3963f22c0c4442c3d__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_fb15f5d7364c456194d78a60f1ad3489__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_93d495f5a0024f84a1c8f217d69b7d51__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_094b7a626006498190a7b7d4f8ee2dd2__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_58d3bf7e15904ff3b15fcd37ac5f9b62__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7ffe29175ba449868b7d581d62e775fb__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f321ab8a14b84f5096f1e6cf58c030a0__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_a22875ea0e7a43c0a0aa6a756ebe0f98__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_93d1dba14ed249a080396da94134362b__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_95bb767824d543d4a3878305742714a6__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8c2915e6af714d41985699623c56647e__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5f8818a5e56a4816b8e6f284495f87f4__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c8ab456e7ccf48968df0016e30c0661e__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_30355e8a827943f58a5639e4a0684d12__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-36.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7125ca8bb1d0422b8143db5702953f9a__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_25cfc2ba32424ecab96af5537d2dc882__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_242a1fc0ca6b4d73aba8ddbc23fcba74__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_63a37e101d7245798cdfd31b1abf2298__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_40c372e990714571b9d148d8172ecfcb__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_bee25b4d44224c66a0d2f548166bae3d__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b036577f74c84216ab1435041b541a5a__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5d37aeb2883044c0a1f8f99712c99948__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2de92801b9a640aa97f80c75e725137a__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_e775e15d1c124feeb5fcb51707a01c2d__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_712fd87dc0124fce9dd3c61224a69cd4__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_3e8be4e7a32f4f6a9375621342a846fe__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_70565600f0f44b19a223324474318b04__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_4aee673588d04464aef74d49d3dd5fe2__cmp_A" eId="cmp_AX">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>AX</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_AX" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm1724-34c51f47c77d4139b2714a5b992690ca/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm1724-34c51f47c77d4139b2714a5b992690ca/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Bergeijk</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_eb7b5a2bb4074ecf824a9c9385fee874__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Bergeijk bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_7e552c49a09b425ea19624583ee622b0__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_5bd3ba0b54b34de89b50260e46de0b84__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_cb2a03e2db9847cdb715ef406e2e1052__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_ca1400c865534819b5b68ee8ec78be02__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_ab56cdea39bb4af0928103c40ba07687__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_b1734e950aa14d838e297f95b451d041__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1e3e8d7da92749a0968daaaace066c82__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_0f3e839d08444f619ff96c7f68a70e57__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_15fb6302ed31468dbb325b3926da940a__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_22f39d4b3dc74fc299c3fc2a7dbcc832__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9e9064627ec54137a60ec2c85e249dcc__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_47c2c463378c4c4d8f4e142493168aa9__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5ee8e7ee814d43039177a7e3572016d3__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c679ba3872ce481ca95d118781603b5e__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_06cc3884cfe04f6c86351f8b08a272da__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_89a5c48286d54be1aa8a89d1249de0a2__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f22115f826b14abcb4c130a502a221d4__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2d24e286d3c1412381a7fb4f78ff288b__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_9234bfcf92ba4e5098e822451586abc8__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_d9b2f49c32f1497885769f42f2c6a676__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_43509128aa6f4c2392c0502b88e4d2a3__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b1ce4c1ed1c74e8192f8fd0258421918__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_142c6c2d4f444d8689d1351596d5af75__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_794826c4943f49718fc7e10ccd223083__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9ec356964ec343ce8f7288b4f8336c7a__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a2e2e9053f324811b13c18a17f7a95d1__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b1a2858f2ef44ec2bf6b184a14f1b1a4__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3b8a5deb7fd34e7592d0bf09b333f996__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b57adfae8f2d415898e49f06f0b68287__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1948ebbbef05434db670e0d89d067412__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1fd97ff0b00048d7b248d283c07fbcdb__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3625ea1a81fa4d7dacf75f57a779a0be__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e13238e5a76f4fe496934cf68b8b8f6c__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d2db76ea69d94158a22ee4f4c3f5a3e9__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_678c00549dbb45fcb87f0a109785e9cc__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_e4f1320fc7e84a2ea24a82f0aed4594c__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_453ee3ed655942288992af817b37ace8__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_557f52ec0cb34084bc0f99867cd6f672__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9d486ce22a3c4b91b74482400bdcd52b__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6edc9508c39a42399452655945f16132__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6f6f63f3d35442eeb4c8f1e73bd0d83c__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f94c7da8c98546f8b8a72e92efc58a09__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2e183e741a2b4cb28b41058e208a5c50__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4b740bb2a6134f05b45662a354b45432__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b54739e9f38748d49c2c4d79645507f4__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_a5a8e9c96ce845e48c7d74606c72632c__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_7609abb970ef4c6ab7bdb518f06e1ace__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7f30ce8d04c34e92acc5d7879d888fb6__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_7e83a620f3614471a731bd2b9dbd8f02__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fbbdc9c73a28434899466ab8c1b56867__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2866da329ad24b77985b51fbb0e90ed8__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_14286ceb2e3c417cb7b4fa2571dfbc89__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_92ce966927d544e9a2655d9947f8be38__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_624a67db9fff4ad2831a82246740ce15__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_353281d881cb459980ae18a7be7fb0c6__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e0b50d553d3044aa8d558a78650ad9b0__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ba55429ad2574d73b5f9682a5d87f1fd__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2ec96a1625a04c1a8ac574b985250674__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2fdf1d6db0954b478c698fe615804fba__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_774a16dadf0040a999201552eec05543__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_13d3716a574f415199643cc8f19109c5__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d04676f132ba484e8fd7f16d9d0ae346__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0f156bf5175844e7b4b467a90a7f3cb9__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3c4bd66ec8044be7a747d4f60193681f__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_dd647374236d41669960582b9f2676b4__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_93e9319493fc46a3a62caa2e382e6872__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_ec1bc0f12b0d49e5bdf75cac72db16e4__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_80194e4782af4532b38a3b17e447e9a2__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_322f4080b97d4926b56109dc28360ba3__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_7838c6bd8fc543888ff34cc02a760326__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_787ffeeb5e984f34a852df345ea6ab25__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_7bc72cc5c5164f94b773f8a224264427__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_048c3d83abe24aad9acd99ed523693a1__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b3ed10905384433bbe67a2a2ce14b56b__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4bc32998f1544111a99ab80a6e68c85d__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_241ca071a4374a229c7297bd90c1353d__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_cfca8cf91c7842e4b55d8883add310da__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_bfcdc2bffdc04576b65d7e6a46733ca1__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_290bcbd1fa464aae9eab85a37ed97109__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_8f9501e3782a4a6b962bc1a579c10e08__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_f4f8a82703174be999ad7029b6760dd8__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_81326472d22646e4a0a698059a80ae01__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5083a34168534b338b3678d7ac36c1a8__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_085073258c954303898e541cd55aaaa3__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_cb8eea9582624651b0cb55e4c5ef5e5d__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_32e4b025daa1475c9ac9f9c2bcbad76a__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_edca1ef1e24e4ea4b0a4c35001e6fb75__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f49224b7fe964863a926b1287d5f0586__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_075fb7a81dac4414a80b89b7d691de02__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_23a61485805747659e757a0fb1222e57__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5a2868a8c4a84c498377082e3504e39c__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_08eead75306847b399dbc368ce49ec62__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_81326472d22646e4a0a698059a80ae01__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c4210afa297c4c5584312e66fb3bcde7__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_9fbcb9fc97ac4300b4727951450db749__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_c93f9a9ba299463aad4d2441bd57fe54__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_f19a1428d52e4d7e99d53fe999ab47fb__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_e7721635ed324780ba6891290a81f190__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_fa7071c82e9f4812ad2481f87b04b27f__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0c5e127c8bf149a095787e6f7169459a__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_320ca6ddb6eb4d4db65584284f665512__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7895dd688d02438883a49471fb4b494d__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_91662fdd558d48c285cf6a134c7211f2__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_6d0e55835db3400195a005a9d335b4cd__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_11da47dbb9224fb5b98459ac30e8e789__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_e7721635ed324780ba6891290a81f190__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_59d614ac29df48989273d055eb7c9e2e__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_00409763df344162a723e99ddda783d4__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4d490ad3231e49c5942b4312f07b73e3__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6c92666b7e374468a1edf180b1c5c033__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_2986499133a848c59efd4374d7198ed1__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_db117d788ee8499a8039043a2d27549b__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1c32c2e54372436a8cacc27914ce2645__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8d7accfee0d244f7940b8a267a709d12__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_37b32e766eee484fb95c03674c8c364e__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6c951b716d964ce5a9efc02437646936__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_022b31dc7423422582a7e0bbc357b824__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_e2f76be7d81148fc9654c4724771890e__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_7609508cd8714529a757dfc6938dd704__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_4b0783202ce645e9ab081435e9491963__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_21e530fcdb16485a82ff0e86a0111c1b__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_464e04f3cfe544b8b03ee991cb75d59a__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_79f5a42a9fb54429b5ecc4278e0da022__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_21e530fcdb16485a82ff0e86a0111c1b__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_fbfda30e55324dd2a1deca0668cbf774__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_0b108bae4e404d6e8c582f9aec8185bc__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_6e0585f2e8df44458c9df2422c7bc499__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_e7721635ed324780ba6891290a81f190__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_cccc74ae566344eb90e9a1eaa0c4de89__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3d5d602aad3b486296808a2de3ae6f26__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_13ba8c509e2d4a00aed87689dff86515__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_04f3e4a8e58842979317de77de500caa__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_b09cc3a41336424d8073c5b7e71b0aa1__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_8eb80e7da7ad4a8d8d7a880c2b23d1b3__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_f771e6181db344058f95a5ed9d2d4c07__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_99e0bd0820e645ab88effcf87e344727__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e1fb67e93d1045e08c7913dfe9d5dbf8__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_42f4c4af5d754c87b327277e93cb1925__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_515cfa8546974c52a44ff9a52b9c2846__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_42f327a17ca242d48515495619437ba5__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_2bb58b8ff74f4f60b6479e364d9f5953__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d0c86365704746299f01811a7ff48ba0__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ed1016bae2874bcd9e4f024b4909400a__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_86d1ec31e0384db0b2ae04e38e6cfdf5__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_44d43bf1f096463dacd464dbfd192d7b__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_cbc68c39c7d54e86ba724efe3e059fc1__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ebe6ef59d9d2411cbd9982fbe41fd970__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_e324d9fc38564b96bc3bb513df0e770a__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_bbb77d3c87d544109d51c7ee0e19411b__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_7f5ea8519a154bf8836321512464d864__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_32e72faad155474cbd89315a61de89ae__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_d70fdde4b0db4437b05bd75e6be8cc18__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f3fc49e60e8b4f4f8b2406f1f793cda5__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_767a7d29179746fba41e131c00cb7891__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2026afbbbc69440bb2a1f212b30aa192__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_dfce847f00dd4393a24b15dfe0dad226__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_0caa06737b7b489b99c9d0c6587ca479__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_e53077ffd27d48048c623dd6c05c70f1__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bcf2476a2ea74ebb87e6067c4c0a3620__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_acaa11d1e6f24ecb8aa4b2660ce93526__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6adf152356e54bb0af3abd3253dd1feb__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e96a550c78054798ae35cc125773af2a__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_21cdfbd878dc4d429d0b0832418282be__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_aef32de04357470a9ecf148a927bb65e__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_f0cd29e9448c46ab87a094ab53e9bb50__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_c7dd3aa8619a4fd08c5cd1f5158331ef__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_c0ac0198e2104f01a9823a33db7a3cef__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_7f6d938d626446f29ea512f27390feef__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_307c0aabde7f400d9a5b9d1ad2f37543__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_40f91043b4f3465caf9492359973957f__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_2e77c293e38d44da91dceb3ea5798d36__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e1f743abfc8f4b12b110c40e04c7ad86__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_52f1dd1953a04c56a807d4035ea42a3b__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_da547c6752014e71b21deb31f5b7029a__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_ba681caa198842a0b7d693c402da4643__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_70943e21ba9d4eddb84e405f1ebfcc57__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_69af575a62ce47d79c2c5846c573b6aa__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_3b9b9c66f880408f9be2bbf160fd563b__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest met een relatief eenvoudige techniek wordt bewerkt, zoals aanrijking met stro, opslaan, rijpen, composteren, tot een capaciteit van 25.000 m3 mest per jaar;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_4737c776f5dd484ba6cbb5d32e5cfa88__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit gericht op het verwerken of behandelen van dierlijke mest en de vergisting van plantaardige producten, als bedoeld in artikelen 3.90 en 3.225 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a877929dbe284193bca11c035402383e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_6be865702e13410cb34f29626e372c52__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_dc78256dfc0d46f6bd8b6fab939f78e0__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_ee463e7ba0b84162863abd0cf8214e24__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_1964039d586d4726b41e1ba8d2272cb0__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a529e07db414441abc21e8aa15d40a2d__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_23f99a20d25e447bb412770ed461b89c__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_60dee89e173148f9853ff07991eaae36__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_c494d4d7adfd4042ad854dd58fb2ff4b__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_cb2eee326e874369b3d8c4480481b66b__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_ea6f5748d0894f19a6fdb470ac573be0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_d70fdde4b0db4437b05bd75e6be8cc18__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_eaeed4ac3a864c09b56879290e0094d9/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_eaeed4ac3a864c09b56879290e0094d9/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_6e6d2a16e85a4f8c9aa5b1843c3f5042__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_81326472d22646e4a0a698059a80ae01__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_9d3c2d87edcd418e95a098addd869593/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_9d3c2d87edcd418e95a098addd869593/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_9559aa625b394e18a9faf5c4f1bdc171__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_e7721635ed324780ba6891290a81f190__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_d752f59a61234060bc662bdb85ebaa55/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_d752f59a61234060bc662bdb85ebaa55/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_78fc071b533a4178aadeb9323fdea2b1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_21e530fcdb16485a82ff0e86a0111c1b__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_36271667eeea4343bae9b0ce9624c644/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_36271667eeea4343bae9b0ce9624c644/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_fd0affdbffd3473d8aeb769d26dc4738__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_8f9501e3782a4a6b962bc1a579c10e08__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_4ff68c6d04984e3e8afcda6b0764461c/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_4ff68c6d04984e3e8afcda6b0764461c/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_6149e346034447b7b6450d7652e3a970__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_3afa2ac8c637404fb67603530ec074a7__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_c0fc67bb9d884e018ab928eeb920139d__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_f46744b24933478aaa81c0f66fca500b__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_12e92fc0fc4f4fe58c9cfbaaeb7e125a__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_aa71389760814f4a8a71c49d645146a3__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_f97235b2941d4571a828b124c0486165__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_33c98f6138d84d78909e2fa3d3a7aa08__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_4f03fbede98f4505b9c8a87674342f4f__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_55f179dd165c4227ae323a6c287f281a__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_39676b78179a44dea231fc8486fb8acc__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_66bf66a6b65a478f9b0b25782d043ae3__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_986446dcb95b46129d784934aa4c8377__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_28f392d7508b4da6925f359341f57d58__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_60fc5556c1a641c9adbc2fb1ec58ee3a__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_de887c71b92b4ddea0255c03758a0460__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1a41ff47b16a4b038fa94d0188b0ee5c__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_8de4caa90f844a62b39b942c1a78acba__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f51bcced5dea40f18b4bbafa2f165948__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_f65ca6506aff4c3fb5c59a7570bd0656__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_1e7c65cf45754a05a406e6c68ea80c3e__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_bf87ae499425453083047e0f2ae6cc57__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_821d042525b74224a80b250a69bdfd35__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_597ed3f8add2413da4f9bf37c93aa60d__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_3eb3275af2f04521bb93d8bb7ce08306__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_ede5eb98ab1b4b95911a451f0b71d5b2__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_4f281071c72343f6ad89cb8b62b6d9f1__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_d14412a59199476a8eff094338e333c2__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_9129be9b10da472598c34416c3627fcc__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_8138b92b83114d29a02d5280b213ca47__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_8f9501e3782a4a6b962bc1a579c10e08__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_5987a50f05f34ce8ae527e3f2bc1e941__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_c4dbea8ac8f64d2abac83e66b7a5cb33__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_04585544917d4766a88104abeb9d833d__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_535b6408c8884cbcaf59a5fb80614c32__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b7703a23eaab479dab1efa2e5ecefb66__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_25ee8a4d1e5c4f6d8e7a4711d6e6b859__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c5433fda8e7946bdb1f2e9eaa363b65d__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_786bfba913c948d5ae97f10df3f5c44c__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d2fe39102192452baabfe46f646f203c__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_0a382f665d5e4a0db04a834913108001__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_cd8c4f9d34944201982575ec2b085adb__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_7094893dfa9f427a962e8dc2b7108f1a__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_33e56f467a0e4f2aaa6a74967a96e60a__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_24b27bcbeff347b58f3ac08320e76e0e__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d54c9c7c9bca491b9c8cb5e9f444462f__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_2b954336259a418a97a8bbe8c1de009f__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-37.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_bf26e04ac9674d97903f6b43027196ae__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_fca67b0a8af64e84a5e379bb919d03d8__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ce4ea01a74084471b1a20fa58d194003__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8332b4da5e3849adb4db3e462718b0f4__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6b35b137abab45b285ea84cb47665b35__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_d1f0afdeb9c742659c69c87b9e67e525__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_cdd13aa7b339483094d061b66df978d6__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_342165145d054ea8b56231572fdfe7ce__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4eb44a24d4b74babb3c51b4d5f28860a__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_b87fca0fbec04d6d9b6f0791674f1726__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_81e89ee416444208a9ce7b7dfbae44ca__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_039ae6f0b15145f5855adda4a8abc756__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_d70fdde4b0db4437b05bd75e6be8cc18__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_cd388eba74064ea8828f1bfcddd1f34d__cmp_A" eId="cmp_AY">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>AY</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_AY" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm1728-387aa05428a64e0aad1cd7d0c224dc08/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm1728-387aa05428a64e0aad1cd7d0c224dc08/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Bladel</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_0fd928789eb84d7aabe9cbd9eae1e88f__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Bladel bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_734468c7cab241e38572c489c78ea5c5__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_1a79586c24fa47b9861d23ce9ba6d4f8__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_09df67f021804b9f81bd62c45b9bb083__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_3990601ae98d4d31ba8ac6ec110d0c5a__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_62d20e8515c74787b9e865e9b68c18bd__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_41bfae97490443d0b59712767c8dbf5c__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_59360086ead94d12aa54924cf21f8e27__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5f7578e2624c41b688f88af7dd127f17__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_47d393d2c0c4447d9457027d50246d5e__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_52f4e647604d40069016d4f30caa54ea__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_dc2f4977b4494269884df8da1b16eb5e__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5256ca225db24f9cb7ff5ca924c5c57f__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b49933256e1842768db2d46753d6c0dc__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d9713b4efd254f06bc5e7ae7828a3227__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_39a0fc48986a49f5bc9f034606b8bd6c__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f808b3c169aa4dc9b2b275c962937de5__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_97ced05232ca40b5aeb4074c3ce9bfd4__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_799c7b8a43fd4831aab2ac108f841bb2__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_dd58dac34da7447bb256625127369ee3__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_0b1408623e0f4fd5909b59e8fe6993ca__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_075382277b954ce08466443c896ee238__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d3616689f32d4bbb8e9738ecc7289c7f__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d8fe8cfbf00f4ab38df03ca359d5a819__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b8516424fb624fdfab6cf75c3d671711__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7caa450aa78a46a3b3af0640a62ab862__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_dae8a9ac0d6c4a069d4bef1af0990af4__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_516949f00aa341dfa6b9443c652100ba__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_08257dfca4834dd4b77d7d79624c1b2f__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_0d5dbfa5f9c24baa9cb1afcbd8b06fa6__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0ed5c9ada48c40fe901aecc975992e7b__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bceec57c788d4c57a92a7b7db80023f3__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b4f4431308de463fa33db22a8d04a8b0__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_faadf5e4afe6408596dbe905e810fc29__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0184227ed0c046b9b09b135a3d2d84e8__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0f7d226374154adf800becf719596770__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_d87e9e8c7786472084ee8d7c479a5c72__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_11a7fd14278c47179136d060618b5e47__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e3f535b98c024cea8dcc216754629704__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_7f63efbabe8f497498e3a7f2744ccb4c__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b5146fec97854842a8b84098c253c789__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7ccaef9f3d344617842126cf0a945711__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_35e24cd269b6408b8a11bef9efcf1cf8__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2f0ae1692a45421dabd6bf1ad62ea1c9__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e523ca27ace34543a885af8460171c7f__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_aefc794305c94ff19798c09d97d63887__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_5d4db27dbce0442ead2678a15276607c__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_5561cc32dfc1416e82df7f270171c082__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c61fd84cd4c74bcd9c3f9fecd2e4ec05__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f355f59356f74da895572c8d9e92cc85__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bad85e6557f14fd788fb32a9a5a172e9__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7a1d6f68b5ca4446b514486b805f26ce__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_2fe972f84b8c4dbe81a3b26d030ed53b__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_a0dde14631e04412b2845d2de80d1798__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_a93b921799b949d8ada66289b4525e23__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_0396b0a16fb941f3afbb03ced59af847__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_86d89eb6da354169864c781a9c4e610c__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_267de57e287d4a54b4b00c9f0bfa50cc__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_02120dfa4b0d4502bc488d2511fda425__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7bc07622a6cf4e94b5ba564d945af24f__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_c49768cd2f7a4203bb2875135b349b6e__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_2a0706d7ae6c40199610375b676a6e17__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4b7bb8509b5741c28058a9afba931984__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_7c007491ef8c48858cf6f0f7000c10a3__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_74d6229598244bb99e37e00339607a56__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_71ffde5752a3465f9f0a4fe27ff5dabd__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e2fbaa78f8c1443c923bac296200cf96__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_0eeb396b3d7f468181262689f342840a__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_5b05403d0a2647c2bfe3825b085cb49c__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3e155931598049b9b40498dbd84bdd26__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e281a3584add43d88f24689a6f479343__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6667c8f9eebc4431896b0f429bbc50ef__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d1fb82ef97c14a5fb5191a78edffcf3f__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f04f78a47b764e838ab8a59c8fcc94d6__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ff226e8d32d341cf957b3d5c667ad29c__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f869e0519e404737a79dab5268af3b49__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_e011f4417d3140489cf3564a801a5a5e__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_a124898dfe2c45edaeadecfd60c80d1d__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_14ff424663cc414ba623ece5c72e53cb__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_eedbc5b7d31d4635a888fdf521a82ab7__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_ad4541a4065f4a79a7fba8a78c260831__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_9bc6d5d8407c4a31ab76eb599a2b8d67__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_b45407bdeeb64289a5fe6cfdf601909e__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_94fa9fd1b49e4fa88566098b06f09d43__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3a0cae3c28ff49329627dce76fc06ef2__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8f0d76ffac3945e48733695ed79f337a__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_98d79b574d7d4066b45106629fe4c0db__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b5529d6418d4488394d48b66b3799e81__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6727eac4bc5245bb8c29804cafd97f5d__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f869e3810bc94ec387583fc48c34d9fd__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f471e49edb114d9f8f45c2d665325e6b__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_263ee9d82e31429bb158fc6d1e8af2d9__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_aafbaa3f834643ec8d1ef453c3e4dfa4__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_b45407bdeeb64289a5fe6cfdf601909e__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_802d7e923eec4a41b91c28e6972a93fa__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_9856365e76984b40a892d45862c225ee__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_178bd35732bb460a8c8d5e4ffd0a51fd__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_5fb5619e73f34d13b504985d9d766c9b__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_3f50eeafb9ec4e05b4e94193a9ff46f2__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ed6f483d84184b0b8cde5b87c4e0b41a__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_13ec36314ba24e4183b22a20f5ec6e43__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_57b050446892430a93088b170d0c2f09__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_07016b8ef59b4e14bfdb4f2113b43d8f__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_24fb1620e9304f52a9a9436fab8d6822__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_2f4e6ca0dd024a51b31e4899073d06f2__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_37256c928e634f04978583fe521d4fbd__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_3f50eeafb9ec4e05b4e94193a9ff46f2__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_958d4db0fc514fee92bf360d0ae1e6dc__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_34de339ef41647c1a24abe662f663093__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d2b3c41872d94453974b8cb8bfbdb408__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_df2533b0c044485d8ed3038b1adb60f5__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1c3e3b74f3b04a5ebeaccf19da1fd8f5__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6e19ef5581a8450c908e82412d7473cb__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1310f5f50e9c43419379ce160906e764__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1f7e014c8d8c4285805b962d287f5cee__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f8fbd1355019428293c53a9109abadfb__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2020c9e4ba744e8eb3cb8de8dc422361__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a990a5208a50490493bd8a79b30c5d17__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_71676518a31e42c38ddfbf1ca3148e3f__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_c286843be5414b499f311387bf36b450__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_b109640e5c1747498e96c839b916008a__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_94db9f7ed7594c09ad057ba1f50d4e53__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9a6d725960a94e3b90d22005e97bc1c7__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_617e6130bcf64b88b0978fdbecec6c4a__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_94db9f7ed7594c09ad057ba1f50d4e53__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_04adf57fc0dd4e7ebd60419548102182__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_00586abf252c484a9268b9fa1398e456__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_21a7768456134d3a91ab411e6cf9cf7a__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_3f50eeafb9ec4e05b4e94193a9ff46f2__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_00a7489b8c8e43588c2c16fec9ef58e3__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7ab5e29d26cc4e62bd2c95e9a37b6961__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6adf4094236546909b1472e0df5c5eb6__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ed5cb713cf734365ae7f45ef54f0dadb__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_a00568463c30433998e68cf365836b0c__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_db190d6ba70748e59d74466b8da7b49b__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_4c426ad5dcda42ca86f7382f32509439__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1bba02a477f844dba4828efda9215f46__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6f84c83d0d0a4ee8a8c2473b6bda41cf__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_09cfae55a99f4030b6872ce6975e11ce__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_857639e943364ca1970c9b968020d101__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_c3198b50432d43f9a6e004c4bd8e3284__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_d4936d1da27b4315b679912bdf44d264__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_411f8a6ecd9c4f6b8e173362fb2bbc59__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_83a8201851cc48d4832b08923e113560__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_630ed59952c44372bcbcaaa7f8ece450__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_cbf17998bd814bc8bb4cc8b5247537f9__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0f30ffc85f62419fa0c998065e8a7627__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_57f9af17702e461987103cfb2a88b166__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_cf78bcf251b749d484785c6d24c14e4f__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_e8c3baeed62846f7ac3c6a93ae061301__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_5c08a981d40f41399de86f70b8e477b6__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_8905614bfd4d4076a919f7bec8c7ae73__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_db6053d74e4145eb8485b7c9b9ba3ecd__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ce8884b5939840beaf9c081d2cb479a0__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_cf6f34b98d2a43638cb04e5cc786ea65__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a237cdb0784641e2ba8729660601b6f2__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9bc2cd3dde954c31812a4dda8d877f95__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_95e51b754037448fadc8d30c73a96b7b__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_7b22b7e5eb7044808aa1317a1c5d07c3__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d0d78d876b8843fa87ecea429673ab27__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_319792bef83a441995df923317adaa88__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_42962d73786445eeb6ae3f95de1f2e09__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a4562763da5441b58ee33b7ac95fd9a9__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5ac4c5311a8a4f659d85a46805c23f4e__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ed6f00618c41453ab92c9e599a7691cb__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_869897a9f7f24d42a853860e8c56580a__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_50c074897f99493d86a1aa2435139e33__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_b3ac47c583c540ddb6393edc82513c77__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_4949b76a48e84875947fed2e0cc60841__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_9df6cf25812245a1a182b0ab2b881511__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_f8fb06a33a994e8d923fda6bd6dd9b63__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_11469d50ab6045be8bffefb78185c141__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_32e0cb45b6ab49dbb7fbca2e98879a5d__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_21af7ab99cc9416d98ad089e3cdb5608__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_76da6d6fbc914caf9d512d9bb8349a05__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_83303e07788b41a7a2dd16a9396a6954__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_3a2f87e769ee40e287b5b87b9f58adbe__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_6604514132a64fad8ec9a08f8c6c9370__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_598c46be590c4c8f87f07c303f0ce621__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_5426c0a132db4f2c9e220c2e71870467__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_db00a4c6c76f4eec922b4ef6988822f7__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_ba2e8dcef9434b40a84df5449cb8b69b__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_ef8845c6ba61436399a6657ae4568730__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_13a8ae08afa84ee4af085a401ba5e2a0__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_8e805c6b0b9a49cca4571a0281efb180__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_53137f2d5d80453cbd0fabfe9dfbedf2__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a037d78160d34c03b176a8ca5cffa435__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_d899795321bd4f68bcb274a2f55c5855__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_3ddfcb13e7194fc28122987735f8e30b__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_4b8c011c7a5c4596a3255aee95dd4858__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_a881b20669604e8cb8ad50bf5257c7db__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_db6053d74e4145eb8485b7c9b9ba3ecd__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_f42a029bb1384b1ba9bc74034d608f73/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_f42a029bb1384b1ba9bc74034d608f73/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_669de4e2f3b34f05a66ff0c59ac14b78__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_b45407bdeeb64289a5fe6cfdf601909e__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_5956a03dff9d4fffaa93a2d09cc2a9fc/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_5956a03dff9d4fffaa93a2d09cc2a9fc/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_ef1a42243709485ba9d1fd3bd0ace2c9__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_3f50eeafb9ec4e05b4e94193a9ff46f2__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_81dc3bf67d01439685b89c89a5976cd6/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_81dc3bf67d01439685b89c89a5976cd6/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_08f0bd94e76b456299a8e59cd6ec7454__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_94db9f7ed7594c09ad057ba1f50d4e53__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_a61ceaaffa0a4823ac640ce626104782/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_a61ceaaffa0a4823ac640ce626104782/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_994bb90bf9d04dc0b0b24d7770f8106c__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_ad4541a4065f4a79a7fba8a78c260831__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_e6df2b12fc6148a4b59da7e2c2327cdd/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_e6df2b12fc6148a4b59da7e2c2327cdd/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_53bb6662465b4de58393c83960131541__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_3b4b2d5d84ae4da39cecf3158287c130__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_e5b0bb41a2164f60a935e27b84fa0483__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_a2e5271ffa3c48d0abd99245c42e18d5__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_9eae644abbfc4ba6b7607fd2ddddc12f__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_6bdd1800d04049559ab5bc5c1645b343__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_97f65067adbf4678aae6810e9fa8860c__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_8b955df529264ab49d51e2d6bb5968d0__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_3c2edcc6f99e4dc384c8d41ddbb053e3__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_102e633dd98c48d1b59cb84b97d6c812__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d1ea46a9e5ef4a008e9a32367401de51__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d00729f3a0614a0d958bc8ba3351dbef__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_d7ff6230bbaa42769f509407a4aad6c7__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_69e4d98a28634f8d94c9eaba6b48c4bb__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_13e5fa9deb734cf69054619da900c490__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e5e128f58a6c4039944abe6245935c58__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_cf76c93cfb6444e985591890392003eb__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_408656611522415ea57281140d4bc537__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4f8273f0da7d43fda536d4ad0da2a0bb__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_abb92ed2f5c84298bbb7571da58d7140__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_ace758efcb084d6990f4f1252b7375b5__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0358cc2d99f24f9288ed589e5b06d0ab__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_517c2ff134df42dfaf00dafcb2d663fb__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_dcfba5aa387b4bf292382c76d390d694__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_7fe3a3f53b9142a28a28b4955bdef539__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_10c7c03254c4442898fd8a51c4c12d8a__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_ce3aa626506c4168991cbc8000d9becb__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_8e04e5dc945443a8b8a925eea2057e12__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_cb59b51ebd414533b040d622ec73d29b__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_ac8f639b537e4e8caf3d4d3b4f108caf__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_ad4541a4065f4a79a7fba8a78c260831__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_6ca5ec0907934dbe9b216fb1baeda527__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_2d2e88edc8ea4fdab78625473fc97c29__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_13775a6bdf1944ac89b749f7a8d1453e__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7197c6b6539441608ce076a3fa58c63b__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ce17a4279a9f49f7972a8c22243449ca__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a525ef63fec54a208e1f65aad017d3be__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_573c2bc128ce496184894a384b5644b3__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_33ece1709e9047e999c32837aa232125__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8304927f0e4d441eb4510f767f7386c5__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_bc6e95d11a854d6a87f913da5d8d8873__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_3d858b3e73d14489b2bddb03075b531c__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_badf1edaaab0437d8d2e4c4e8fb084ea__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a128d355d18340eb95ddeb5a44589b66__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_477373e12b72477bbdab231558379f34__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_246fbb5642e44487827ff896c04140d1__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_59947bad3f7f4d37a6a5f14e9cf9f61c__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-38.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_20506fd7eb9b4fd09d1f89e80f3f33a2__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_018f6a3dfe0e413b96047bea1743bd0a__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a633ce47b7f542ee96a12faa8204a0ad__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3516cbad534949b086c22a6f15ddbae9__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1a455445d5ff4574bf98515e0190b700__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_412f94da51714b51b1513ea4036d7ef4__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9c4a27558ba747debc63794444b1bdac__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3f74b20202a8482a93fe2e4cafa69d1e__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_32c6fa28ade64aeab5054d571d926844__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_5f5bf195d5c2467c824854c27c0a1910__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_f97b0466dfd145838d6ad498a573f0a9__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_ec89264c30ea47e88c275a5d9956dca0__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_db6053d74e4145eb8485b7c9b9ba3ecd__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_cc365ee897a4441ba4bcb8ffd95bd8f5__cmp_A" eId="cmp_AZ">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>AZ</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_AZ" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm1771-7394d2f1c3ab4f9eb062dbbeb2bae0c6/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm1771-7394d2f1c3ab4f9eb062dbbeb2bae0c6/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Geldrop-Mierlo</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_574a85086b404330b8a0341069ff0d88__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Geldrop-Mierlo bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_0ed693063b7c4ba680552a8ba671dedd__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_795d41ac85b74a889707b137fc08f35d__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_ee445ee0e35942e692c543e2033ecd65__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_6f28f2d2785f4a5bac25a383105f376c__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_3bca71b59b794fb9afe71c7cc5288fd7__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_a77b060415f74fc8aeea7e4f5d66f9ab__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2a836a25474a4589bdd141c26e992ccb__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_39187e6a917d481a9447ba2093f3b769__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9c1d27d990b94365b4933b8b1404206a__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1cea005be1e7445aac4ec2a9b9029683__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_bb7fa499fe1746e3a70fb64afdf51188__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8380a6362fc94be39b238fdbe04f586f__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e3a9b2b7606546e7bada49b9fdc001ca__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d9501c21d9d4409a8c8227b09ebea9c7__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e42c64bd699e4decb2b006f8addee74a__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3d8b547da03c44e7937a806865fc93c2__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6cfb687f2f3e489c87bc707af64a3d0c__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_83de9f9b3ea0406693e8dbd5ae84f46d__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_5ab5b02549dc47aca636285e9d2829b0__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_f42589fbd30a4cf6baf67647279f9a16__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3ebdd374a4a24f5787c991f96014e713__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_06c679ee882e4719b93ca4a40bd848dc__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_8e23c0ceeee7478cbe081159931ee922__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_078c69fbc74b4947a30b03d4d58250b7__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a70e399f97ae4919a1b139046839d4ff__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f74f47237ee74dd981ac91ab6c95bbf3__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e2102888bfdd41f2968d19f338aedc7f__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_08c99f2937824b10bc1377cad8488bdd__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_515e57ab610e4c7c948a89196eaa5171__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8c0aad1d3e2e4128bbf02147ad09f4c6__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_954182e0e66a464581299e087a075954__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_878a4b4222df4047ab193aa5887b3425__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1f2c3cd11373459ead918331971875a5__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e1f605b44f60441694fd1de295d4625a__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b5be4dddd5e840d08c960fb0f1fbe72a__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_79482053f13d4ac1b6615204311bc701__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_e6d6d9c8e1b34c16a63f95a82febbac0__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c9fc4bad9c304c7f8690520f827f5898__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_610e5377992147d7ad557ea5dcba0d8f__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_00c26a1b7f814d269eda886e733ea9cf__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_11cb783e09e54f27b8bf2dd7cf166e92__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_321a9dd05d834cac952ca7b41f7caee1__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c9f90d7a55864699aa24a82c98f4a717__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_0a379e25c02d41a2bcfa263fb821926c__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5d91da11799340088e447b8607b1660c__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_090e41c6aac24370b50c2fab439432ad__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_8a0dcf648b3e4d77969f7675a09df6a1__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6218effbf1364927869f02e807d3f00b__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_cd83c48af3a0400db14e34bfd2fc7ea4__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8bd74d6a33ac40f58df55971328da8a9__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_251844d7259b4c408e137508feb6d545__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f7f32250e3134ff7a79c60fb7478f129__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_5fe1e931605344e4a13e1567e1a258da__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_ab507970c25147eeb56a34993155d1d7__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_58b36970917e41f88b064ae7855c56a3__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9d20122252b14ca488f08370b52362e1__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2ceaa08b36e14acba1619c4cd589905d__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7ccee03609a94a719a3d2b4770bc1edd__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2deb7ef6d7cf4600b420becf06133c3c__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_0028f856aa5c49e8bda982f95f38e4da__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_6d1b7fb1bfb84d8d9746212d71b41171__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d476a8651bf94ea7b84727ec97216221__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_28e0f2f9725745f18fe62fb6bfe95476__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_14a66ef156b34031bf7853c42961f3ae__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6ae565f6b44a4f9da64ad0a6fbf61085__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8fe46c0ae3ec4dc2a286f5da8b71014c__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_1907477bb28a4b18b489a2495496df29__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_718130b68ee041f2a6be16583ab8996e__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_eb5fe181cc34432db04cef69614bdb28__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_cea04db5c2474fc98d6491e45cc9c0e2__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a5ecccc4609a4a5cbea0cbf047aaa74a__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_978b4e568e7b4b0493db91f9e677e33d__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_cbf2c64bec3044d98d6880fea8a429db__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4977705c34154642934169f5588f291e__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_200d86ac20814811a5e1b030b7b5d32d__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_574307cff5774d719945d7d8905e1dd3__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_decd4d9fe3a8455a8c42e760b2569865__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_2cd79b65ddae4d47a83e1acd59c03499__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_b751833e920440ee8b58664f8a445335__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_e84297ca9804459081807ce26d65ffd5__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_b8f0627edc4d45a89c61e4c87100e2cb__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_67cf7e6e907a41368f9faa3bb22d91d7__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d98e4f8ab45940da956b9f56c223878c__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2b8cc48fa5624d4eb3e2d59878aa951e__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c8d9777daff54cba8f70259bb4eacf1f__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9ffb7a1f22144dac9a479dd559778ede__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_33ab2d5d9114453ba145d2a2ebf15b51__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_915440ea686d41cd9310268a8370d130__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_51a0bd07d0534b029f59bd147540e463__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_857aac7c86c74f109c955d3b22b26e70__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_14c90b2081614fc0b792890ca12bf22d__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_c108a477efc44283b6f7e3b3b6bf4b45__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_67cf7e6e907a41368f9faa3bb22d91d7__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6aea163c72a84f7098aa6d461bb5ee0d__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_72390b84d371411da3b4e2d869ef05e2__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_c25285892ad74be9b015a76d7a65f52e__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_b5834c25b8ff4a8980d35e4e62e08247__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_c5c79ead548b44d386e22f6852b4e54d__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c213956611fe42c393bcc446302d3454__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ed7cc3db60724944bf3066a7cb57ee63__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_7496a3779553464abda940b90e29e41f__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0d0a1318ed964a47bd53fdd5335d2bb1__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_d2b4ca2a0b5b4326bb3767398b83972f__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_46d58302018f46f581f6f5158262caa2__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_f656a5b5dba1457fbd33dfe02e26bc4d__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_c5c79ead548b44d386e22f6852b4e54d__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0034407040a14b0a8536117189642083__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_566394b2974b4ef4b6e8227820f8d66d__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c96a6d0b1e84455f8adac8d337bf9505__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b1b1ce36801d449db91909b550ec637b__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e545de4ce9e74006bc0a1b293f8b3633__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_78cd32a52036431b87b27676b1b1d259__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e28e1535d9f3423aa9f8f3d4e5beee47__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8cbb97c5503049fda47f8d0b351dd4da__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3d8a98a068b642ddb57c809f12df7300__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_03e345bb78ce42c9ab3c81a19b5f9203__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_dea5a1c9eb6949d3b70d693c78bea1b6__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_8dee1cf253a54ec2bcb8f3d42b085a7f__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_37405bef4b484295884a8de7e6fd5d0d__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_61451b9e795745f2a576de63f6a1874d__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_b164b30ce8f64ee5b0130b4571ec54bc__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1febda3ccb994bc785bfa1c9093899a6__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_18255362755c4042bb24e3ecee0f2f83__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_b164b30ce8f64ee5b0130b4571ec54bc__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_ee5e736c56ef4567a9ba44f0bbd256fa__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_8b30941f4c9c47c990d0da7b7a29e7d7__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_4e26801655054bc9b8a870a6cf406b69__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_c5c79ead548b44d386e22f6852b4e54d__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_53cb41c293a14fd5b730ba3ac6078a23__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_db449a8ed3974851b5aa6420274d1778__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_309194abb5e04c6185f02f7658f7f2cd__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_183b5966c04b41f29cb071509f4b9bc6__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_db5ea70deff546708884729d45dc7c56__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_bb692a1fb4214b758084c870173992ce__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_4f0764e9a08746fba3b7f19c9b43698d__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_64fad21c7e1c4aa19a3a444340ed1902__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d6e697c228894bc69cfe0849d919353a__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_be4c7ea564bc424090b6b939ebc2a0df__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_46ee395d2089460abf2fb558b8d59a3d__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_f918df11ef384a42b9312b6ee6ed47ae__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_d8d04e1b72034b16b5c8b97870b83fa0__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5d2f646012254f27aabccf090f39f281__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_85a1df850bf84205918b328b86384656__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c1850023b9ac4e299b4f688bc5a465b6__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_51a305fe50e84b94adcc5b6a3796b06e__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_7ce50443285143b2acfea7eba85d4cc3__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9c8774f6469d4aed8daae18f5b41e882__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_d71decad37ee4051bc5b23400f5b5757__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_912d35522d8d4f2aa4587d78aad36339__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_f84cceacd0eb45faa78d6d07ad3f7ee8__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_839ccafd04c04da0b793c1eb9d49b06b__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_9053b4e890944fca905e11f7ad167e68__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_88ad7b61d8234c72b0ec9ce211a735ef__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e376b076b34343c28336cd437cd84acd__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_43e9ff44558f4934a653656c1ceb1cb9__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9a27a1cf32b94b6785644912e704b657__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_5301abe7057e430bad7457783a949bfa__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_9bba3219d2b34aa19861012696c35642__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0506ac17cb3141f7a6ce53a16b6cba63__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_14bd3cc9db284ad69813db5cb1a2b3ce__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4fa465f633074f1ca3148629cf4e8069__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f6b2e3ce378d4e5cad68dd9cecc1ebe2__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4117d20ca1d34eeda053a6d0261f6b46__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2b25c695684f4980b95ad14d9ed60a1a__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_0d63fc2dec1a4e1abfdc497a84ff51e5__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_8f4b4480863b44b2a9f177798adb1d42__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_398210457de749a8947cc3bf5eb24e1e__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_72e60a2604644b6b97ae986dc98ae243__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_de4ab1bda30941d08c9ac2539437538e__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_197056cb28094a2589a9bd89c111f91b__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_f0772a8a0b854ae098fead32f12792a6__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e952cc403017412c817123fb0f764193__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_95db6a7f61b14e119828e2c6c6ed762c__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_0253d23e4ebe42bebdf14b03bdd556f4__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_5779b233fb0c417c93b31f58034306e9__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_baf257943d0049ceab71b2109d30581a__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_903841e0fd6f4240867d119d74ae5316__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a7c49b98aaad4343aa540f0c470fa050__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_2d78f5c2573f45a1ac07d3d0b2fc4509__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_45df5a1d41524b29be894d28eb4d9df5__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_24dd2d2a8edd49d7a9f19c01994cab5a__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_41d6857720cc4892bda06dcd2c04b64a__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_83ad6229fab44af0b1460e4c971ce54e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_5e8116d328a54ddb955598a0888ac508__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a43232d72e4846fc8e7833abf51cf7d4__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_b110730b7c5e47f585650b0df0891c1e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_1ac04106f62244e492d9aeebf5cd3316__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_c8bb19c77417448ba155a1ba5cd69e26__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_e307320ee4224c6abaebb4a638c80c41__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_5476b3144db34eafb51844b46d315ecf__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_9053b4e890944fca905e11f7ad167e68__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_228c9bcb376345a8825be8f747a1a2f3/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_228c9bcb376345a8825be8f747a1a2f3/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_4558732083494d5a8e75d6f1e1c0d857__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_67cf7e6e907a41368f9faa3bb22d91d7__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_0b7955ea403a4abbaa4ef3a33d705d42/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_0b7955ea403a4abbaa4ef3a33d705d42/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_30a8a14559c04cbfb6b3bebb0545272e__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_c5c79ead548b44d386e22f6852b4e54d__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_d5884a6be55f4061aef90bc43e0c6952/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_d5884a6be55f4061aef90bc43e0c6952/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_1aa07b509d024c61b736f081cba2c60a__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_b164b30ce8f64ee5b0130b4571ec54bc__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_d8f6f285b6d04ebb84a6e9d63cfedd80/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_d8f6f285b6d04ebb84a6e9d63cfedd80/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_7bbeab568ed445219028fe878b5595f4__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_e84297ca9804459081807ce26d65ffd5__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_8eda9971a6e14f42bd84c09ba81c3449/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_8eda9971a6e14f42bd84c09ba81c3449/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_28304be5bd694ba5a0189417fd28d3c1__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_1df07211dcac441c8faae77a89d2c7b8__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_6a4f1dd8b51a40aba653da1a7640efd5__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_07d6056c862245a89688bc60e7054971__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_7673bcb41e9b43459776a5c35767e894__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_a96195be6fd84e37b76681a471d32115__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_1fe1a27a02e54e959634b9e4a4ebea48__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_19c3faae3daf49f5b8b6d1015b7d8753__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_962eba4742d746219fc964781de5b2c1__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b0f60f4d835e4cfc81a423cf3527b45e__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9847b26f79f443468bc925a471a8daab__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a3fc1c2a3f6541b29456cc7ce03ad740__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_4151adb4385a4c2fbf5d86e5663cd280__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_bd381d450fa14a0bb0bfab230d21ad7f__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_03d89cd823524bf190d14e2ed52da5ce__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7ec526d7013e43028906995ce3dfe105__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5422d68e9299480cabb694c4ba889c5c__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_d46db12dc5a04d208e22528d7e727666__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f9ff5ca791ec41c7b9fe4a12e676a7ee__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_c266f6e82ed844d2ab855c15bc5c907a__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_4fa776f2bfc348afa0a791f7ed4f183f__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_efd54b9d9a5b40e0a6a8f99870ba15e3__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4edae0c605cf4af9b2ff58683ca2fc48__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_541e37a636be441fba2ca57e47b33962__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_143f70b1a53f4546a66ea3f4382c51f1__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_4ef7cd1edeee4ff48cbd4cde6df00d5b__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_2ca030e66471433ba52146563e76ca6f__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_1c1ec97e36534ac59dcf5bfd5d6b4164__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_48506729737a434094271a16fcfc8bca__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_3a2a091b7ee44886b466cfe94dec0593__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_e84297ca9804459081807ce26d65ffd5__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_0a5a77069d09456b8659676ca66db096__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_35767b5eda5d44448f8044da309e910e__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_bcde5892e04e4ef198ec6f137b110290__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0d5a5ada163f4ecda9caa857c3f61fdd__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c2aab95ef2024818bf524c30eab0f8fb__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_22d6182184154d51812084d87b3a4700__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2f6a5f5da04f46428cc70ae70f73bb82__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_572618396e87482c95e2b451253fcaf9__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2faf4cb2dea849bfbf75169e0754e114__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_b553dc87bf244faa8513e85a0316fad3__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_ee07d3a3b6094db4affdc9f83bed804b__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_c0e6c1cc28ae4c9b93221902cdc3aeb8__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a334a4524c3b43088bf995e6855be7c7__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_445db1cd992c448abaf48fc19f06d37e__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3d51ee094c1d460780bef5d8182bca03__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_14e526220fba477bb6ab3217ad241b7e__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-39.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1302b74b538c455e86b98167b8f15363__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_57dce211594a44268e3ba0166d10ecf6__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8a954497557f4083acbee4adc2d43386__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e7f7bbc501c64654ad30b86e32fbdfb0__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ae35ca33de9340a189078462ff67f782__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_d94d6557023f4956b0c8cfb10934fb99__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1e9c29b2fe4f4a49b80546504944659e__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_357308faa734429ebc61c28f87f6ca11__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e63fe8a40c1d46b3b670f7cbdaba83f4__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_13a39efbadfe4ebfa8d3d221e9e4b05d__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_79cc94f01fca46d2bc5d52c0a528a952__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_83eaca7087784adc9fefd47f09e95098__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_9053b4e890944fca905e11f7ad167e68__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_17cf39064cd94020b32695701d2f12b8__cmp_A" eId="cmp_BA">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>BA</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_BA" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm1948-af33eef1dd3647e088c0b8c3069172a9/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm1948-af33eef1dd3647e088c0b8c3069172a9/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Meierijstad</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_7cbad0d719904d84966e60b989454f7a__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Meierijstad bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_25184f4b330147d2aa2a0eaf6f7dcc1a__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_2d98671ad9784f4d90d5011cd04dd499__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_1e3f737455834c98945c4b473db3993f__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_a701852a69d4475d8c98a47b42779b09__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_9a06aaf57a654b8c96fae1bdff1b3bf7__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_d0e3a73dc5a949669bc3a9aa1542d6e9__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_176d27da4fa44f9aa46f74454ef0e272__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_81c01565b5e9461190c803ea98cc3766__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_32fec5bf1bbf41b795ba686ed8d882a8__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_009865d76fa54cffbcab40744e700597__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_27074a36c40645a6b402224acb2b6c58__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a4ad0aa0119d494394cee7d7881d6d64__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_52e5e54e81244e71a373dbf2d617676a__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2de9b1c8c5ee497fa23d24f7727dcbde__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e9c74fd5be3049a38c9cb1473057ec38__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5d543b082087494690b89c1f7e2aa8d5__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9904f106759547f5bd38cad6236bdc0a__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8b5a98aeb16840608437835e5973226f__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_bb84ae3f7d274c0ebcec6732f987bb2a__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_cf1fa5e397044c61a9fec8cc41cd4932__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3f03f268698d4a149644baeb3cde3840__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_654d53aa77ad42a99c925509fc52709a__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_784e42bd62b146e7b60a51ae872fad1c__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5eccf5bc905742009b2ae7bb9516984e__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8b2e43643e0e4d60ba332861b05439f6__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1a1aea42a11649a4a3c13cd6e3985535__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_45b0327d21f047fbb046a5ad5127edce__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0315ec34d6384713af8fdf2962074db5__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f8d2473d02e1441888a3e37378acf218__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b3551ac9b47b474f8e65ae0d70cc1857__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f7121f3f78dc43c190333e7313d97034__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6d5e3012b8624bb689e63b3cda278be5__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_848207881d9042a680164e3fc84ef459__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ec72c65c2b8b46708996c68caa5cba7e__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f001033d543e44e99b8203b36a6f4421__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_770448b393dd4dcc92257edc2a479769__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_37fa34b05dc24bb88e743a79e5f2c7cc__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_46e969706124456f96ad10c5db119e20__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c665112685bb4dafa362d715266264ae__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_09de8d0a3cae4211aac0ac8254d1d14f__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_434da06101ee4beb9d341c481bf29484__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_062116857e1f44cc9af9d3fc639018f0__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_98f9e39700d94167a0dd15af899ad6cd__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b1ee228290104db196feea01c1322253__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_00c45c804d4a4d75883d4702322be395__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_05024d2bebf64b71b26634daa6a991c4__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_8106ce5b57ff492db0cb0214a132c07a__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_db91124fcb9547f1938464f287f411f8__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f2c4a6ba9dab4283bed42c82339a1bbf__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ae1ae44be4134bbe8fdfe4c6a3a6d81c__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_034b54ac68b6456ea2464457bec05b01__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4672eaf803bf4d5893e74ac7abe760bb__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_f7363930069d47d28ddc70961fcdaaeb__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_dbcb49a6a3524668bd2c88f93e93e8de__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_df514f8ccf284f698ce08986ee8a45ee__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1bf400b4135b49aaaa189dd8c8277066__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5dafe3d4c1694411865acf82ae5da454__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f9b09b7d8cbe42ba9586ba2a677fa2a7__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3628173a8ab24c8fb06a6df75c024abd__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_2d4d9c4351894647b5379eb74d05e466__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_56b156591e95481fac891273bc922998__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5cfae5159559465c82db9d9dbbb58998__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0da6e57d32af473fb2a914fe7d4bfc3b__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ef9da0545fe84f31b0fa93ee9c5c72ec__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_acc746ab4949457f833122a49b00dfc4__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c8588624f70c4666b091ff34de714def__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_94a504fcd97e4229b167fbc498a148c7__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_48330467f09f41a9b78d1d1c0d609bc5__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f97c4d06d98d46729e910a7c1c998d78__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_d14f7a1afaa64d74abea2e4fd34eec08__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_cebea0760fb44c7bb150626d6e8571d0__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f4612555164943cab6b6f4bffb9c0c71__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c3307f941b3448bfba3d533397f4434f__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6abd159623754e38bf29b573965a79d4__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_729b2276b6404f07adf13640fd34493c__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_5e516dde3c2742c4941d8e89a0e9ff90__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_9ea19a43c34f4a89842bbf3a6203c0ad__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_b9b67add69b744baac3c5fa74606bf09__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_4f04f782ddac4a3fa767f731e07e3288__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_dda3d2c7a9c24308958646fbf2af9ee3__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_41429e48eb4e4d999b26e2f6d3f23555__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_9a5e9d9f623d4ab1bccd423a93796ea8__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0c0e5d4b1e7843c0a0164c3e16b8c89e__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f7016ea9b8fc4027a5b46282f7fcbbed__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_57091efc17e54792bc63a7237b862fbf__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a73517579ad64052bfee674d726db645__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_57dcd4118e6044899bf40690d1974483__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7d95ad4dc7f64965b10e206eec50fe7f__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e0dff4843df0491dbd393cb1dda900a2__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f1c3ddc6a07e4e75b004053d478ad3a3__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e77ba4e5baac48f980720d1bc8a8cbb2__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_0ab7acfb7ec14f1f965a2fdf8ded06a8__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_9a5e9d9f623d4ab1bccd423a93796ea8__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_85f25d801b1a4ad59bb72382b7a61293__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_af69eced497c4372ad28393145391cfc__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_1a7fb5d0a7a64881a20f03858566174a__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_cdbd2d002d2b45eabdb37b42100e7725__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_f762208706264a0ea421eecad86d219b__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_17bf640abb4849ea9d6dc98dfd238e51__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_53be9c1dcc694c2b99ddae2f3f15c67e__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b5127af926b8418895f7a77d63d20f9b__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_003d5727b714480da05a582e4740a9e0__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_79a27aa16268423f8090c5905743a1f0__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_e8653bd27bfb4d60b7345d74a6d3f4f4__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_18974ef0732e4e3a9c4bb637d30dfb33__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_f762208706264a0ea421eecad86d219b__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6c81acb8ca444a7bb933c29cf5ee82ad__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4d0db35b748c4a56a13d7b74876c1d3f__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_73a31c79958441a5b6290d6aebfed13a__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_28e7b68b06af44f7ad006ccc1319ca34__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f518736c21f04d8fab39d8650ee10c88__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_40bd9a24e7574d35939ac38fd9d190f1__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b40a772885c84bf6978d5cd2eb454908__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0c822d368e8b41b9bdce8d41369cb877__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_da66b5296f0f41c795eb81111f3a8bc1__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ffcc07b91f24492c892a138838258f60__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c997fd29afd54828bde9081451a0eb3d__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_9afe208261ee4650b5dc9202443a78fb__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_b398eaa26b224dbfb8100f45a669a7fa__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_8efdc7c42ad34786882613e6752d417f__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_2677192b55744ceebe0e62fa7e5e9d3f__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_d2ec491f0187489cb0a676f047722c51__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_f88bf1001f304c248900570f6a26edf4__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_2677192b55744ceebe0e62fa7e5e9d3f__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_3caa08b5b3a0424db51045d6995fc4e5__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_8686e45a4bfe4c94867d0f941d91e3f5__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_019d20122ae84b04aa10aef8fe77bf0d__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_f762208706264a0ea421eecad86d219b__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_35c2c0d4394e4beabb6b7ad383e84838__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b564d990c9e9441799bbcaf90c7cbe7c__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c144a4324bf0455387470f5bab1a3e51__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5337fbc753e4410bae986edb10eb8016__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_571a5866200c46d8a6d228ee4deaf81d__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_0f0d264ecda64abb92a26332b4634235__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_e9cd473d395e437b98ea6b31787d651e__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4a84edfcc90c4a27b519a459eb8580b2__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_130b94ce622f486c9f24d6f3b5e20648__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7777fad633c0477988409244aa519bfc__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1978ce97938e4cf9b0123bc0867781d8__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_0c56ea1804974cc7b62c5759a8ccd225__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_0abe459544ac4e5681fdde6366334296__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_266f016d840e48b38aa289dd23a33721__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2b32b4fcade349dcb515258419c33cd1__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_8466fe1706f14710b6dcd2ddb2278df8__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0a4c082311b742d19de5ec2abe8a44c0__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_8a99cca6b1214215a32813b8987f3bd2__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_4fc8727ba2894288aafa18fa2ee34953__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_bea8f53564d24bd8a54d49018ebfa753__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_e02cf58f7b62462b9bfd4e5dba94b8bc__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_f719313acea54e62bcef408b585699b3__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_664b4d17ffbc4c2ca9122d29e787615e__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_468b94cfc719423f9678b6409b57f33a__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_59de467bcf754ffba87508ae88757dd8__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_fb1732c02dd5498a9b6c342a97380dae__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_816cb714bcff40bcb61423cb0ee8e3f4__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c863cca8d4824f3ab90773e703268ed9__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_2e56ede398104884991e7192e63ee029__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_20a2e101d7d642e289060094fc8db8a8__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2cb98608d6df44e0a5b86aabfc52020c__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_492c8bedae444d73badf9a87e036bae4__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5b0de239247748e79d4d28ea98e6ceba__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_561cc9af069d41c7a3268d03ff58186d__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_05625b907f994a209f61113b2839d3e7__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_309ab6f97e954865bf6d8cb9318f12c1__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_6a0c22031df54e22bfc18934c77d1d57__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_1d8d604e7ae34da58cf86dc2c46efcb0__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_7402569f72104f29a266d1cafedec44c__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_63f08c5cb97847f8a843ec4171e8eeb6__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_842d7b6b14c14eb4aded53729e4361c7__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_e791a234926b414d92c0e5acf5e068fa__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_12bed5fba10c4d7ebe33784e5f42e907__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_1325254ba8a241ddaff87887b69ec41b__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_91d45002153a43599bd86fea4b289e61__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_1d5af3f961f041ada2ee24a7a8ff66c9__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_13ed0320e2444efeb84a37cc40e7c0ef__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_b6ea385a77e24251b622634291dc726a__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_0e9edd4bc6d24d81bb7d09e9c987294b__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_ed09adbc13bc4ac5ae66ad37f773c005__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_085c0eaaf1384683853b335f9c0a3675__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_0cfc19b0858b4752b85cbd6e98463862__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_228639c08dd84f85b1aa27c60f979b2e__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e6fe4b06587e4b1b9f984457b81a2d44__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_868e8f44555d4ccc97713598c42c7d1a__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_fd598dc2ea224310a2de4a9298922c05__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_81239f8ba214456d97bfe28a0bfd0880__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_892f816a926b4f999c063705805c2fa1__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_6497f89955904b9b89b6183a69cf33a5__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_d8f0ecb5990941ff8f816fa262c6956c__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_676833b6447a43f8bd987124e446f523__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_2052eda99ad848d29dd3b9ed48634713__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_468b94cfc719423f9678b6409b57f33a__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_1af98c2c8b864d109f22519d930f82dc/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_1af98c2c8b864d109f22519d930f82dc/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_81c06542a7914801a0ad78a24488db1c__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_9a5e9d9f623d4ab1bccd423a93796ea8__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_4fca971575404b3096aa51067e45288f/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_4fca971575404b3096aa51067e45288f/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_cf8db8e03c5d43adb549642babba008f__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_f762208706264a0ea421eecad86d219b__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_cf14dd30537547cb96ef70f1abf29319/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_cf14dd30537547cb96ef70f1abf29319/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_1e38f9e3b1164b3eb99cf8d35a58a77c__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_2677192b55744ceebe0e62fa7e5e9d3f__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_fc5722e185b74b8782ec14a59e82b298/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_fc5722e185b74b8782ec14a59e82b298/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_6f7cf098688645a9949abb64704466c7__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_dda3d2c7a9c24308958646fbf2af9ee3__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_40183e775e8d400f9588d84dd3257d72/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_40183e775e8d400f9588d84dd3257d72/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_3bba7a9dc938411fae4b79b058f4951a__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_f004297e724c4cf391dac6b755972e3c__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_88cf69d9e2c3403eb98034863c274a59__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_1b9a10e6936a440ea2eae3f1c77e8b4a__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_3372bdcb9c044ae6a799087b7c48dc87__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_85ef55cf8df74970b898ca7ada4af28d__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_93e3a9c7e74643e5a20416c5ad887347__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_d9681e600ecc4ade909895fee0b199ff__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_9594e3f808c745e1b1d2c26b0e0c6c62__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1aa142d3e8884186875f4d7e7639b474__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4ada73358c504430a9e6b7324b9b4abd__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_72b62f2b256241c4a6e140710f0861f7__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_c8a93f87e6674620ac11d773fbc76396__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_4af98dbede7f45aa8cb1cf19dd6fbcac__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e3a2c17427d04b34950f7c1c7f12ef1b__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_367a663168f1454dacd8b5993d8ebdde__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_231b291b6294439c8a272ef1ac95ef85__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_88270da2f81b4adf8cfd9a708a1dbb64__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_86f6ffc4394341adac6a10a09a2a3164__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_d91d46b657434aae87219bab2ec58b20__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_63d23ad33c364657b8e33c81eaef5726__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a023a1e489d143b8b222e2449673c3ec__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_0a4f9e0ce281404b93af7770e05cd153__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_64c1ff7793b64b5eb34ffc9b05ac1a80__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_20f42edd7ad341be95adfccb725ce2b2__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_b7e8a343b8fb471994e02a4b72894db6__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_46bff4897cbd4f0c9ec3709913d7bdbf__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_e285d90d3de342b78ec0ffdc9d7ca245__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_91c20990a6f146ae990b40e902c44cf3__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_3706003fcac14647b2500261951419fb__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_dda3d2c7a9c24308958646fbf2af9ee3__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_aba02acd0da044fcbf37fa2840cde73a__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_c2d43d29d36a438caa96dfa04fcec7f9__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_8cc51a3dbec841b8b6513b6d20329b3c__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9e0b72f1e46e43759ec0f9e3e55e9a33__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_767166ba815e464da3865869a48e60b0__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_430c119ecb9c4dc8a14419e53d3bd784__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_cdf9092d11ad46a8ba491a1a6bd502d0__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c21cbb2ede0e45f4a77028fe9358ce8f__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6461a160dc72469a80c848f7e221600f__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_b51d7a20654243119015624eaea4266b__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_d6ae8c110fb6464f976fa4e052acf8ce__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_0811a84e1f244f79afc59b73d194cd50__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1f786e1daa904e7f9d3b4858e26262a0__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f9baa1a843df468d8e9655a893c3a366__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8ca617566099425fafa528c98cec59cc__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_98b4f838be2f4d829dca45f7663eb88a__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-40.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_75bfd8cbd87149089bb748520b2a82cc__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_2a18579323a74ed48f91c60d9b08fbf0__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e4bb9a26730841099ba317a1f728340c__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_04f6254843b4431280adba3adb8c5c7c__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_766947c9fc5f41bc9fe6aa486d03b30d__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_52f4008bd2dd474498fe627cad2836c9__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c87f1f5cb5a74d7c9bc35768155393a6__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_55288d2f71ce4327985001d39753a037__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_cc84e6918658402d921dd6205ea615eb__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_09f3df1a95924977b09d2c7794e6179e__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_f75c7163ab7b40c6baac5117d14148c2__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_8147472a0c5f4b8fab80adc52d6cd032__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_468b94cfc719423f9678b6409b57f33a__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_38c9aa0579bd48afadc8e0199a8be699__cmp_A" eId="cmp_BB">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>BB</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_BB" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm1959-29b9dff0c31e4efbb81da8ab8d20c593/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm1959-29b9dff0c31e4efbb81da8ab8d20c593/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Altena</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_a2420300941849bd98c6e307618bb9d1__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Altena bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_ae93f75618424413a8d3bc538d602007__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_d42de159885b4ef5861c6830e299922c__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_b0308ae9383a42f8b4ea86942cfcdd6a__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_7e20313e0bb64205a4ea6ab92290b0d7__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_515780b7db5f43089b3f176c58c04a7c__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_df659db738b6498188b8e7e06d790a31__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8359baac9b8e4bfcae71113fb5df547e__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b5d0d1f2682b4b5db4d693466f4f9b3a__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6a40e99c6bcf4bc79e616f60bbac7885__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4d2f8bf3a35c4ec0b1de9435b64edb49__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e249f566884c4ccaa208e7aea3d49ec7__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_82d21ce37ec64153936f12e8f448ab20__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a8cbf1d778404155b9d1d45ffdeb4af9__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4c8df4b3f5264a8ea340a5d780e2062a__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f47f19b7b164f79927f7a38dd1980b7__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_83c4e06d3e914e8abf8bb7b7846e0436__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ffd4217964074e25ae2086d00ffbd0f3__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b98a0daea8934a9188022f8ba4c925bd__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_71d81036040b4c7cbf70c9bb2fc772bf__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_95c6c348b1864d54961cbd43e8d35fbb__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b9c89721180a49e7838ce0a9897eff5d__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b32c93eb8b1746dc9e5a71c97b1cc663__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5abccfe57a0a4cc689df4725fd901f85__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_274f809753b9498293e22e1e088c2e35__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4d4470af4be341f381d0d8fea46f8004__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b90d7ffbb22142aab8d45bc6ddf13e95__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_248c02d1220a447a9e699d7c24bbafd0__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_56f23b4344524d3db7a1f0ef0d681c8e__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ef82620f7fb3403cbdf99f50cbcb5f64__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8114d4e362244db2a2b9325fb6be3737__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_41ab44391b6841b099772641e7774d84__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_39967ebc4c5b445a87381eebab5b5c22__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_67e1ce349ca0405b9e0ea0e37e49e1a7__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_8b533a41eef244cb960790a8241c5da5__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_188705adc3fb41fba9aa76c2d4b8ead6__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_558b9e0dc2894361ae4f4e280ab58f07__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_2d8ede5c948d43049c56d7a1b142bab2__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d1d797942a1b4d5d86cb48e2f707c3a3__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1c93ff4441ac43caa2b4266ccb7a6fbf__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_52017d54aff24267bd9fc23c1898aab4__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_094695cca08f43dda9553d80f8338d76__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b2cb04a54c6d46d2b168a4a60c4db123__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_265d5afbf2aa49a3994ee6e70400f9f5__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_64b5f07956644ff3a22ab3ea8e436f7c__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a9402e17d63c4792aabe19cecc1d5839__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_2df0c64acf7146348eb2ba267955fafc__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_5f1190a3da9049feb032dc22c0313ab8__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8bd5f845e5cd48ae81f601e5ab090037__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3a11bf61ce7f4261a13c17871e300a84__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9cbc51e3721241ffa01bc58d9bb04797__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_dc52df3afe4c4ab2805fd56ad54ac5e3__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_c612527dfd524ed694c1ea4fb32b076b__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_a17c0db003c24f3ba55a407adc28979d__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_879dc6d4cb434ab395c7af8df377dd9c__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_43f5889efb4b453984d795eb95db75d9__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_2bd965340b8d4ad0b7e4e4d88d6ac579__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_49852fc0137c43e2a6e3418c29768ac6__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1c00d15bea7d4ae4b6b748284e60a846__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f1827b167deb4250b3885a632450dc55__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_a4e0be5496d24f009d65d6d40546f410__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_adef059df58c4e71a6f9ad56e1109e6c__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_8a5725696dce4258bc552c7d8632d57e__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f033cad98e95418f8baebc2425dab73d__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_21c710d8ed8a4fe1a43ee41cecf2fe1b__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5d6b7a4427f6444b9d4725c2367cdb16__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_55dd14885c8044f2ac333aca54745630__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_adc78224556045c086e091065fbd2b07__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_fd46a86ad9a145469b3b6f88122d406e__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6ab42ee43b6048468d69d3cbff8a164c__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_70550507bdfa4fbfb89b513a6c7af5eb__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4bff4f0008a94553a39dc1d3bb079fcb__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a8ae30f128f84aed825c945015014da0__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_5d951615edd74dc9a535efb9b116f002__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_8c95e0570caf45899f928e7e72ebd289__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8daff935d8664a0ba282e886a5cab1f3__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_026505ac8b12426b8dbb2c9741c8eb29__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_1295423db9914601b19238ae33742174__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_2fd99d63f7864049aca2bd5529145c14__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_033eb9f9124b438db2571162c7abc835__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_456e846b809b4d8fb72a4c21417f299a__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_320710170b5742b18c7bf8b9d8a0beb0__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_7fa6159866924b71942759b28554a698__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0f8b1107c7ba4cff9b86283ed9f05c72__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_057e1b008bc04210ae6cf398ff3ff125__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4efc95cbf90d4592947cd1307b76cd8b__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_224e24d8fd7c4ad0b018ec052943680a__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_56ee4d1320ea4de19c307da63c091bbe__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e15a2d2a9b9345778fb01a486b414dee__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6f198d72f610486b859384500d7e22fb__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_cef20c5e1fa640788d12250025c1082f__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9756ccef3110436fa410336db538e13e__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_711f518694324f25a978dd9d764425e3__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_7fa6159866924b71942759b28554a698__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a589e23f109f4dbc886e988f243f7a23__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_a102ecaba9494e448a76b75733c1557f__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_cbbe86e30d87484086c7eb5f338580e4__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_9e263bb956fc484d96f3807fb9a70dc5__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_14eda51e253547d6abbf10e40809a3bb__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_888d0573eeb2473e8ae4d1a1831528a6__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b632c2b7d4bd41e8b92955b600671ab3__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3f5d352385584c54a6b1cc6a6dd630d3__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3c3eccde6fab4862b1dcaa51392dbaba__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_a1ae20ae4d984cb1b5b91af50aec50ef__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_ab0dbe2b7e6c41b3a36130e31a267304__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_53168ef6f54e4209bc08cc2b790a77f1__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_14eda51e253547d6abbf10e40809a3bb__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_917c782653144e789b295f6cda1cc7b9__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_306ed67565be4aa3abc0d6cdda773433__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_cab9e88ae65d4c92a6c2b4699b8f5332__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_91c298aa524d4e008458f6704b38a482__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1199d953d267488cb3f512b18511e43a__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_fc420db4946a4f87be21b23c912940a7__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e115dc672c6341a3a20c8a5c85973fe3__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_95e4eecd615f4ce48e3d531b67ed3541__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bd4aa38b70b44b1a87b774a2d8614b0a__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_66700384627b4f80b286041d8a40edf3__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_cc586c8078a84da7879702e71870a7ad__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_1fceca251bb44813b1a7998187b55428__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_927f77c1962345d6b422c1a9ecf0408b__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_dc665de8ec004e2ead850afd38680ba7__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_fc2e7858061e42aab740a06f75205c25__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_526155ca27a0455c967aacd06452a3e9__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_e02c95559bc9486ab0b6f45c347a93d6__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_fc2e7858061e42aab740a06f75205c25__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_bab027bbddd74626a90206a5379f2337__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_07d4361c91874f6da17dee60b32b5c8e__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_920e3517fdcf49209e6c19075f4a4f3e__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_14eda51e253547d6abbf10e40809a3bb__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_10fe20ce60e54aea8b70aa6e9a736214__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9b2e6b864ab1493e94dbbc8126a02978__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c3009fa4e6b742feb9fb219b23981b5c__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c7ed170a3f814efb8ac98d6ede4545f0__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_25d2e92953a74704b819d19718b4b362__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij - niet van toepassing in deze gemeente</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Gereserveerd/>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_b3de9741ab9d4310a5370b01d035db61__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_1a50540c97a5496db3ea49eab880c677__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_dd88c21c2825430fbc40a4436194aed5__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_0613297ae82749aa87d17c404a0b05c6__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_c686ce5b3191438b81a136c4f887762d__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1a187dbdaef4496c8834ddb1585d0a3b__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_cbe5fe121c564f05bfedb4aedfd76b7a__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c25f6e5482044902ae6d1e36ea87f167__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_106c95777d504270beec68b814f16351__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_262893d2e4f34f4b97a359d3da1f22cc__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_6aa933b77b6044dbbdd76a1c7cca7751__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f57fd136a520443498d588954e4349de__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b504fb0c6ece41f580ddbba4fc40d64b__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6317ae8eaaa04ccc9a9c59e50815dad7__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_3d6d0be119b74dd2b9ad1ad90e73a5f8__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_08877d8dbb804e948591c8aaf06c02a3__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_408cc2d7f77540a7ab15ef0b98e33235__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_e51ebd3cec554eb0b2d4425cbb84037a__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_84abd1f024814e298ab095c0a7fc9533__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_cb2743aea9344d1b8bd8e56b91c3f40e__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_9f0f043c138c44ea89a9ade2016baafd__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_457f46d7702e44c4a69b18bde4fd8674__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_44c3df0c61cd471389bdcfcd13db9a06__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_70a74ec89e5447feb2563eba40c19544__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_d8bfbdfdd34d47a59ec874a757f115bb__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_69f70a4d6ca84b2f8b955223d9980227__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e3d5a10bfafa4501be843bf4fb6bd75b__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_fa50bbf214a04fdab19b6827aa3490b7__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_0946d64f971f44f0bcd5953bbe1ab30b__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_6e35ac120e77477cbef43c23d21fcf4f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_96ddd696b60546e9afd80def118959ab__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_aad259ef15934237accabc32332f6b7f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_02d2cb68a1f24d1cbeeb6a3b65feabca__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_acda42f317634ca095fd9afbe1dc6a2f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_d3dc0ed10fbe4772bff726fdb373f0cd__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_bf08574f453a4a928331047f5c899a79__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_96858d4344154a07888e423e0537c8a5__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_8177d5ee116540c1b5ca93e7da7dd233__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e3931f91781c43b8840d4ed88e72fa08__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_d7ba8d68034d448e83bf90c934ae0d5f__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_19e19c40175e48dfa88a9180fdd6d9cb__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_f0ffbf60bd2149c2bc1bd10afe39bacb__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_cd75b2625c2146ae86b9ca7f1b3b83e4__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_c686ce5b3191438b81a136c4f887762d__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_7735f4051ca049f0ac8ce9480de039d8/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_7735f4051ca049f0ac8ce9480de039d8/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e83a2d3879e34b949be013f9fb3fc208__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_7fa6159866924b71942759b28554a698__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_b2a4abdc5c9f4c8a9a4c804a148481f3/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_b2a4abdc5c9f4c8a9a4c804a148481f3/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_27d36ad6502e44709fa839feb7cc370c__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_14eda51e253547d6abbf10e40809a3bb__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_3020f3bc5a8b4108a3a0261a7af6ab7c/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_3020f3bc5a8b4108a3a0261a7af6ab7c/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_ab27d880ce044cdfa380d28b1041d1cb__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_fc2e7858061e42aab740a06f75205c25__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_c47a8d68075d470898ea54cb3f274f57/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_c47a8d68075d470898ea54cb3f274f57/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_d569118bc57d4816bdc6c2235151e0a0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_456e846b809b4d8fb72a4c21417f299a__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_63d9492ed2534210ab92e640bce9fe93/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_63d9492ed2534210ab92e640bce9fe93/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_bfed35c56a424cf0b306ff4d46632ca1__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_66c992651da84f6abc6553f70804717d__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_300e3f9fbda04b5fb919c68e20ae2a96__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_add756df8693414cbd5d39460491e193__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_8b932febc4944c098f049f01b1ec18e4__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_3c11518b75864c669919a45fe1df1f90__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_13e332657c3345bf827444ba15c98b75__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_feb15512c0eb4d73978d195d35a781c5__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_3cee2c1028d6448999bcf58387bd7932__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3a1c7223f7194df087352855757fc39b__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6ba25f96b7514bbb9286fbb3c3665df3__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_182355e4cf764a10b42620e7376a2aa1__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_f99743dd1adf494fa92bfff32f5d2b65__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_60432addf05a4996b52a3a7cf95939a0__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_1d39543ea9894f2a9b658ba4244f833f__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5c02d5c7fccf4bcaa38ffae1b439e688__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ac58e76941dd49909b612e95c5718eaa__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_80aac2a47e7a4b2a890831a77899c018__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_89f12551b31a407c97b80ffda35d39a6__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_e2ddcc7787a24b8fa2880d881ad7f154__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_4c635268b9c544adb7b6c79565e4f353__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c5d8900ced8747008022ecccf6329791__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_8bebcb63399f4c5fa6be93f0256151a5__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fa8febdebd864761a75ce6599a647958__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_c632cf2266984d01ae9cadc08a2593fb__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_588d6683cbf344d881c0c2afc287fd84__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_1ad0a543ae9544cb8f784bc94b4d903f__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_f32453d41fde4fa7bda2058ffd059706__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_89db93113b9648c5a70976dcb13612e3__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_fc3822b5966b49ecbcd7174a3a8d1e2a__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_456e846b809b4d8fb72a4c21417f299a__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_02411637cee14270a128c4673ea5f2f0__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_1a46f1b8d1784001a7262974e569fc1f__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_19fefce093594fc5800d49ed2667cda0__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_002848ebbcf343e9a5e915a9de361174__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a2c440bf007b48b1a149436a2bd58967__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_60427547ee284d619cd8d909d5f24e5a__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_72a461a77eb846a1a97815697e1a0d53__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4d606858a0a14fc0b21665e92453d9f4__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6d91759956d9415ea1087e89fc7e8362__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_a8555bcd5c4d459880ad4bca94242054__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_0a015501ee624677a80807993fe684b0__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_110603a53ae445a9850f92d5bef0e59b__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_0628e69b4c2648e1a408f6ef0ad3b65a__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_c686ce5b3191438b81a136c4f887762d__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_7e8e0a12a76141e5ad27b407b8fb092f__cmp_A" eId="cmp_BC">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>BC</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_BC" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm1982-2b49bd3565b1401d9810fc56ece438b3/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm1982-2b49bd3565b1401d9810fc56ece438b3/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Land van Cuijk</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_fc2cedd0e2244f39bc68cba4235b55d4__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Land van Cuijk bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_6078d534bd8c49b4b42314bbcbb48e5d__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_821cda57a9ca4755a33edea3ee91522c__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_c48aefb3132e4e66a809119a7e2cc204__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_d5674e70f7934671a6d1c836ef29676c__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_44c3aa1d3cd14706b0827351ed24b799__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_6d5485f994b746c883acbe739cb82396__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6177e769f97b472a8b18df6985e2fe79__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_fe6341dafdc645c8913e60c655c34aca__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8157b49fbacd4bcb8f9be239da6edcbc__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a52ae89afb58443486d57243741170db__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f95c08c45ac94a4ead75126d4b8d8896__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3ff08d6a39754338952938e086b72fa0__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f3f95d43721740dcb21e8033bb2f3ae2__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1dabd1eaac63463bbed30026b62c7f3a__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_43941003666e4f93946c2618f9b160ff__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0fef118cdd664f56bf4274e2216d8712__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c0fef513e4194c1da165e7786b96d613__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_46ea42b698b9411293d6eeb038fb9b27__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_ccaf6a24ed3b460dafa673571bf992ac__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_55d6a8e8ab9e417ca10640dbd955aac3__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f6f9fa74f0e440bebedbb2979f1c52d7__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d4ea904faebc435dbf4b80d4abe3595a__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6c45e15eb593494594add4ef8e63c717__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6528dd24ea504927a58a22974bf51c53__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4dc407941cb14e70a8f1d066d7585d2d__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_9a626a3845af423e84c4f524146344e1__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a6ff141955b44d91abe019601e29f436__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_be19081ffbe045eea8515b98d99652a2__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_57e48c7dc5184b7bb4d565c683999886__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 2.1; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_07027d1cc62a4b4ab355f1e9906f1169__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_591310dcf6e64f5e91a0a6e2d1bb2ff3__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3dc3d4c3190a4839819b639e141baf57__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2654afdbb830413ea9f4e215ab413ec6__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b91f9ce544f443b791667de91507941f__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b34443dbbe4a4cfb919c580cc0f7d4af__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_9ac49cd9837849ccb1b694fa816fab17__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_50ef951a83e840efa5fafa0c539ed7c9__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_39ada53ae4b349b8b94dcc60ccd9b51b__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_377eb71e64194b668c168d85ce7d70f1__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_72a36fc399b8400fa6049116481cea42__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b24c98b0a4ca4075907f85e592b2f962__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9ce97ebec77d4326aa03f8844cb392ed__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_97a1a07a9b6a4e9baa0b4a74734efce6__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4a53f5f1cef24b75b8b19267a41ac3d1__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_78312a3e8b1f4fcc8faaa5110e722f19__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_8aca3c5e56194e66846adebe272b2b86__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_f371b09ab77f45b888e4e94f3b575c72__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_88c5124cf7f94fd999079d61ad83a1a5__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ca0c1f81795641c8a4c94d0559bb8ac1__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ed286a4d4f1d42b593da2ae8bcfb16a5__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4ab5cce9629749809058ec7f9de72cad__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_60e4e735653249618a37815d565e9a8c__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_f6b37e4157fa41d4831a96a4478661c0__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_9b8aa898086b45c4891829fa69321c81__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_4889357acaa042349e550052f42d9b87__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0cad836693184a288bbb1a0b8613645e__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f67d5093575b4850ba0de868fe177567__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_af72dc79f1e74de8be6a6cf1cba4aa33__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_3806dddb95ac4281ab4b153de8f5edda__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_73445ae6ad784e1cb12f8f668490352a__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_bb6793fda6c643f294392c954f535784__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b6233b901d8b496abbb3542068ea89e5__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_dd2b3b719f834557b443555ccfe25cd7__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ec928a94495847b5a298b4798fd9b29c__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_61f3ea9c6b9d41f0aafb50305a4c5141__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_500ba332a4c645c4988321cbf9bf95ef__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_a6cb3440cf994a69aeb1c302e8cd75fe__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_5e83dc3aa9814ef8b69559799b01e754__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_81473e1d5dc2487a945b4a31a1fa1d0e__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_863164fe584a4ea2a313ab7ab34a15c6__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a239475952cd489eb09b85e1808fd90b__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_e7999fc7f3a349839cf61e44b1c55120__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_54af3d3c3bb248d0a6a7faf3a252359f__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_32cbfae395b947ebb2c5ee4d0e53ba22__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_aa7a5e7c106b4b6ba17db4ae34c1d591__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_cb6b0aa21aaf4795a4c051c6ac9d232c__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_1277cc60f8974214b8a9c3dfa61d46a2__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_8f6b814515ce42e18906a7566dabb8ab__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_2794b9f144654b2d9ab4e9485de580ad__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_434f5ec4885b4ad396fd0dfefb68282d__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_fb6dc431709e4281a9384d556abf3b00__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_a9107c0d201d4192925d40bcad1e0926__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_659d11b1720b44acb00630c1752e65b1__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c259b2bb481a478e93a17a9bfd5a1472__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_85776b6dd1c94646a993ba2044e1b10a__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c04ba774628c4c47b270430f43f8ce67__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_251d40ed81e042c199d7c6baf8fe8166__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ee0a064ef09547e59aa463733690e599__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_6e30c7bc0ad840df9e2472bed1e35056__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f18870b128534e82a0bc64eb8f5a3886__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_87e679dbe5d044d1acf4a77af53b7047__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_13dbbedc43fb4a329c345bc5ab2d7049__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_a9107c0d201d4192925d40bcad1e0926__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_38acc7ced5b74f55acb2792ada2dbecf__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_d45546efad5c489682c97d513f3880ae__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_b8b78c2439a748aaac531529ab837b58__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_89a0ed1f4d57450387336091abe71bb1__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_419ba28cb73b4f9f9748c6373e0113b5__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_51d57436e4254326983670c824fba726__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ac250e9b183b41638c053d426c0bf3f0__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_a796df1925044ebda5a223214692df1b__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f8240aea82cc477783aed4edf44af5e4__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_b8de841059cb4b028ac4ac7a25c2e180__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_d4a6daa38e5c4282a630bd6369bc106d__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_1b3cf3cb29054c22a88b589533dd2d2b__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_419ba28cb73b4f9f9748c6373e0113b5__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_089fa67fb1ce4fb09657ab68db5227de__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_726eff86d7414fe2862d47ce6ff0a00a__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9e42bd23d4054189ae1ee3ffda45955f__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b4f51e7b34724e9dbf295743bae90912__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f1e38e4bb01f4e3faf6017a84c9b9bb9__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ce038a3a693240b7b5789a34335b87f2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ad046dcd985d4815aa6754ecc102b3d6__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b18eae30fef74168a16b3e6e9d6f03e9__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f259447b45da42c7ab873c3aae594287__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5cd91ccaca0a4e6fbc586420a1bacaed__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_746afbbbbcba4f658fa60e45eeef021a__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_eb8377f016c9423d96ab6c0bcb44375d__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_fe038925f2ae456caa70929ac6ec55bb__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_5ef4d4191d8743a6adb07587a98829c2__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_d1a03e5a96d848ff902a553fb3793095__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3830c83314c944f3a4fffa5fc861c963__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_a91941fa9aae4f738994b6877de166a6__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_d1a03e5a96d848ff902a553fb3793095__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_7b1719d7f93a4da1b7f367ff0269757d__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_f8ad28964b514c57b8714ada918c06bf__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_8010e8549fdc4e93b544abd8aef5d1da__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_419ba28cb73b4f9f9748c6373e0113b5__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ffc30e192afa40c79701e82cc13b31c2__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b22f9d6f14c047ea904ef1443ce31e7f__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f61fb600f9e8420e982204729f227489__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_20b596a4878647c4a0049c20ec95ade8__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_7a4f274c56254eb595df09b3d780c7bb__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_483f0590f61646a794277b36d516ce87__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_0c60c728af2c40769da14289c5fff3e3__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_90a2193466124334b4bd425bb34be9ec__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_80eb559befd0485f8ed586a64734d205__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_be958bfb4af742c8a8e0e6dc106e9f9e__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_e0e3713fd4b547939dab97c67ba9d4a6__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_1c204eae1fdd44c1bc2dece5993d615d__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_3ab4f1fb2b8f452db68ccbe98e0cfcfc__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f9a9016fcb034cde93b38734273ffb34__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8ad524537cd641c49de6360b40e3249a__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_5326aa6bee0c4045bf3b0561d233f225__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d7721e95e1284280beb5ef5cca37c2df__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0768a13689a94a4d84097b666b058d22__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_616621c4ebb84a7e8e8b828a538c42a1__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_a0919ec935824e0cb3464ad8cc2c2b07__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_886cd3b2e047494e8093352e8f56fd5f__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_e939d22504324f919381e95e44985ceb__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_28c0870f672f492981fba6badbe31bfa__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_6821c8b9edcc441dbd5eb534944b42cf__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6deb585b06ab4a2d869e1e5a6e4f76bc__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6f69ee98a34847368d47fb77037d5def__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_42b7f389836341609867fbcebb39f2e6__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_d26fda00a10c46bd9e708f05e3b67861__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_b1c10c4f0eff4e1fb8cc31c410afa995__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_d3e566611aa24b8d9039190668e374bd__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_23501d5068874dc29b4d421d55892bf5__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_3a55b3e928de4f8a933b8e799e1a4ccf__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b54b5c92add84067b1fbb3ca5285b922__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2f8d36f0697642359f6229d92fb27c48__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_45c4d3c9632a492ea77c142c2e7ea47d__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a53247f7be524ed7a241478e7778bef4__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_44cf33c815b24af8b6c06f77385d340d__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_02b7bba11b654ba39b1bd2b6d6efd488__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_1edb507653104bcdb918d2f629d68edb__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_6ae14be06afc43d2866a930b1ba1767e__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_2308a03f03834d009fc0049dd94ac1fc__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_7571e24293f24d72b2c9da80a83ea076__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_dc73f908cd434720a3c105fe20d64d9b__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_653639e045c84a1995c3d1ef5c86af3b__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_703a66bb569e4117879c1db3c9838f35__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_2e47f84eb4ef4179a473b96c67b9ef39__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_7251858d83544637a72598db436857c1__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_93fd7cde41b34210a153e17176c734c2__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_2db85301266b4fc68f16b8cc6feb24c9__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_86b1043178d44bbdb935de3876aaa591__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest wordt behandeld tot een capaciteit van 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_6369c51c54cf4af59cc91ca591f9888c__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest per jaar wordt behandeld, inclusief het vergisten van mest;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_53eccc5c1f4b4761ba5531a74906acf7__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_65b95085a4e64f33b7ec7b2c4c470b88__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_f02884d50c554785a5cc696e37042101__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_3275dcf545374cfb966fc930457e9291__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e53ab622083340be900f0c920ae56913__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het houden van paarden; </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_4b2fd829bbb94808be02260700508423__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_584a42a2c9804911aa0605e50db6d8d7__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_965ccf69afa64838b93f4957f27a7cdb__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_140021ecaf414df3a29827c091ba3311__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_36f41c7e9ffc4a6194e819f16447ee53__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_118a525d800d4223ae0f301b82d4d853__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_6821c8b9edcc441dbd5eb534944b42cf__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_8a39a2ae49b4432f870d3d677611c74c/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_8a39a2ae49b4432f870d3d677611c74c/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a2ceb8b80ae74a38a619aafd3a23bcc9__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_a9107c0d201d4192925d40bcad1e0926__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_fe0fbd7c6b584542ad491ae1328e16f7/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_fe0fbd7c6b584542ad491ae1328e16f7/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_febda37ed306482281a7ba1052b79ae1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_419ba28cb73b4f9f9748c6373e0113b5__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_fb58bbff6d734c58884c580a15cb3556/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_fb58bbff6d734c58884c580a15cb3556/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_578c4e31d8aa41809bba66e5c858ea21__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_d1a03e5a96d848ff902a553fb3793095__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_12c6531929ee491f9e726367d103c310/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_12c6531929ee491f9e726367d103c310/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_4d043e016f404e8d828f404aed7c5e44__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_434f5ec4885b4ad396fd0dfefb68282d__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_38ef20f8d10a4f52981ff801ca342f48/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_38ef20f8d10a4f52981ff801ca342f48/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_1f85f5f7b30b424ca815d26cfd1f64c2__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_0eb849b0db40427a9be7f97922391bcb__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_f426e9d1422445c2b845d0377af366e4__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_4b4c57b4638f45b49f5f98ba46f6c75e__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_4991c581cc474848bbcc6c1f8f66f1af__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_ef2a785aecc54a40b5915777983dfee8__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_ad3d9792c27842038105ff0910aec8e5__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_7a2471eb0e1c4491becd430f226c6a54__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_949a87d01e0f4b66920309d3341ba11a__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ce5c340ccd46468086fc25158f1ef976__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_48d1e67a630a43b98eba98aa2e91a462__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_de2e19d39ef24220a41daff9d24af0b5__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_b631f0580e3145e49d140c397412485e__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_0ffd6426c6e3476799b1c6d5a0355ee1__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_50f943f780f744e5b199bf0b4d645760__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3a8ae528a6854ce7bca8e24e38300df2__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_752c881acd5a42e4b99348d07540a767__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_ec877dd2e9de48988e69dfb33ef1c47f__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ba1df5489a384cf2ab862b7b3cb694d2__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_6338735d8fb14fa8a8fe16ad21c734ce__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_3d604b13f61c4dd7a888e8b4e1cf2942__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c9ae34734d1545439a8f3480963091c5__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_4b3418b8364d4e7a91126750e5aed0f6__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_36cd149f23cd41b28c6a64f7a4929d86__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_e8f9f2144895485aaa833faddcc6be16__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_174a57d4c9e240a286a260b173414adb__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_afeeea2abb1548059b2bb6d77ed5053e__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_61096a03e7324f08b33ccdddec6bfc76__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_fae0bd770dcb4f1b8d6ada31bef3a026__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_ddd909bea25a4fadab6392827253f828__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_434f5ec4885b4ad396fd0dfefb68282d__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_3249fbb5a41d4accba5984f9fa2f8ca6__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_4432ca2b972344bb96358b8458a8ea3b__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_f5eecd936954445f9e3d8875e6846865__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ac00aed56e4644249b3e0c4430768305__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_12eed1e4ad04444fac7ccfa66896e04e__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8f7e731382fa4ecb886110f304063c19__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_7e0409c96a724ed1a2a69f9aaa4ed272__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_048b648c5124473d8663bbf23ba5deee__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_81968d4c3bf3444588c42a3bad1189ff__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_3ec11922c74746ea8be905d15e4c6b28__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_f308c9c7769e4c76bd7bf57eaa62cd10__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_d236099cf06f452fa70efe6f4b54c719__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_84ea06d5bccb488b8bd630c1ffbd6a54__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_56136827c9634a9181a00869fb69e868__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3d8e03d93e21445685e569adcf7ada76__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_87cd220f8874466bb5e3ef9af30dc6a7__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-41.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_416c92c415bb4970916ebd8f08755269__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_e9373a02321f4b5fa18ae5d320f419fa__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_18f13bfcfc034b4d8443c2ded8d6e7dc__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_23bca47e964946dba2fa37694fc704d2__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_6d5551fde7fc4216bdab3f9802726eb2__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_57d7bcfa33bd4e1fa0e4f339a70c9738__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_44ba4b1196dd4406895513556fae3815__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a646a30e5e654c4c8915ae1449a09159__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ca6d3b205c784b1e94f965ab7cec08ee__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_d2bc76a979094f6dbc15749839f3dc33__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_cc17104bd7174aa8b7f351f2d1e6cac9__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_8ca72bb385a948bea4e1a79278e438ed__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_6821c8b9edcc441dbd5eb534944b42cf__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage wId="pv30_7c3f2c3db4d54193bb6068130d29385e__cmp_A" eId="cmp_BD">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>BD</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling_BD" was="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm1991-d57b2bcaab824b1291913a98c3b54302/nld@2025-07-17;2" wordt="/akn/nl/act/pv30/2023/tijdelijkdeel-gm1991-d57b2bcaab824b1291913a98c3b54302/nld@2026-05-15;3">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingTijdelijkdeel schemaversie="1.2.0">
		<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
		  <Al>Voorbeschermingsregels - gemeente Maashorst</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam wId="body" eId="body">
		  <Conditie>
		    <Artikel wId="pv30_26298e4c3ea4487bb5f64dc4d0370485__art_o_1" eId="art_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Maashorst bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Conditie>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_139fabbfd1bd46eab832581aadcdb7bf__chp_1" eId="chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_32dc739d45844f4c935f740acb6e52db__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I">Bijlage I</IntRef> bevat de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit  besluit.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_ffa51cb2d8e34f0d9c91393120e91596__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in de regels van dit  voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant per 1 januari 2024.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_ea55800a9d5640fb9970719cd3b06648__chp_2" eId="chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_389c0d859d1440c2b761127f789b032d__chp_2__art_2.1" eId="chp_2__art_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_c6efd4a25217428a8e4c71d35ddad258__chp_2__art_2.1__para_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ee3d4607a55c42d7b3e8024a8b173976__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ae7197ad0fb24c61810a6613cf848df1__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>raadpleging van het bodeminformatiesysteem van de gemeente; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f379a377e72f4f4098496bb0d0ccfbc7__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d2ed10977d544e14a587316d24e80c38__chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_359348205f2441fbaaee2a252aeed9bb__chp_2__art_2.1__para_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b2c83c6ea42a48f9b4ff22e03674746a__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f455a1118bde4f22b9f8982f49c34490__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m<sup>2</sup> ; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_bd0f645161bb48dcbe9489214450a9d1__chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_67ed1caaa0a14ef78b7a1482200c7562__chp_2__art_2.1__para_3" eId="chp_2__art_2.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> als het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8db74bff7fd94b9bbcb99b3d5a59237b__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_61b6577804e743d5ace0d2f3cad5f807__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in Bijlage 5 Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant overschrijdt; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_62b105feb93e41d39065a3746ea7b380__chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup> poriënverzadigd bodemvolume de  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">voorkeurswaarde grondwater</IntRef> overschrijdt, bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van die verordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_46ababc4cd7d49dea5936e9476350af2__chp_2__art_2.2" eId="chp_2__art_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_a851e43d34e64acdbde86c23c7fbac72__chp_2__art_2.2__para_1" eId="chp_2__art_2.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verrichten van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 op een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">mobiele verontreinigingssituatie</IntRef> is verboden tenzij de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet is gelegen op het perceel waarop wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9ed7a6f20edf4117a2ee6d837922b887__chp_2__art_2.2__para_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing wanneer uit een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_51ef565eaceb4b349f2ae5bc6d7d8981__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_fc06d0c1b1ef4b26ac09264288b06e41__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a90ffcc831ec4c1995f0c73f76d6df49__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2969b5d5e53745a7ab027f8b749ceb2e__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>als gevaar voor het grondwater aanwezig is, de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is uitgevoerd; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_740ba5da0193439e998c44a66fcbd257__chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_46ce8484f174463c8045b2179db95ced__chp_2__art_2.2__para_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor aanvang van de bouwactiviteit, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_f72e51796f44487db26ab4cd83d31c85__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_26f5ea01ea5446aea02782e2af0496bd__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 3; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_0ce953d7c6244775a716ee4834f74073__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de resultaten van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_abe26ba1ed384164b5137e2c002ef76a__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef> heeft uitgevoerd; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_2df45a652f4945aa9f2c471d3502d7e6__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_a553d0671f4e45fe90a4851ff2a53924__chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__art_2.2__para_3__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_cf376beef8684899bccb669506a6a09f__chp_2__art_2.2__para_4" eId="chp_2__art_2.2__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_b63dffcc02134c02800f6320186eec93__chp_2__art_2.2__para_5" eId="chp_2__art_2.2__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</IntRef>, zijn uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_f27680904a804256b21cefbf0a1b0e7d__chp_2__art_2.3" eId="chp_2__art_2.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_4b0cc280a1e74ee5816ac95a2deab9ec__chp_2__art_2.3__para_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met gevolgen voor  het watersysteem wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het  belang van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c4c9fd737d0b44148a763859bfd7e7ba__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ca9ccccd90054a56974aec7d42c19131__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en  waterschaarste; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_be7d558ee2a44ba9a09e9e3a7712d8f4__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van  watersystemen; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_56b8b5723c96417ba9c46280ce03b247__chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.3__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_ac39937f0b7f46c39feaddb4891c4fc5__chp_2__art_2.3__para_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_13a920b9186644219eafb1f6da5dd9eb__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_08856b5033224123acb91d5c8ad27e45__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s,  stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale  waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende  krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4c05db6c7cdf4c788355c8bd602c28bb__chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de  grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_297bca45e13b47a98bea4b01e1abfdaf__chp_2__art_2.4" eId="chp_2__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_39ba4a99923b435482f0fe20d54a364d__chp_2__art_2.4__para_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als voor het uitvoeren van een bodemsanering als bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">bronaanpak</IntRef> als bedoeld in artikel 3.51 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, geldt dat:  </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b9255e561fb94423be555d4255fbd409__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_9a0baa13bfc545a792fe3dac94747986__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gekozen saneringsmethode de grondwaterkwaliteit verbetert; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_aabf51d628914b309f0b214752caf471__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>indien nodig geborgd wordt dat de saneringsmethode bijdraagt aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_198b5734524141f591fd56b49d817708__chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__art_2.4__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>de saneringsmethode afdekken met een afdeklaag die bestaat uit een laag grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet is toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_9faf836445264c54b9fd186a93fad4a0__chp_2__art_2.4__para_2" eId="chp_2__art_2.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van een bodemsanering in een kwetsbaar gebied en het een mobiele verontreinigende stof betreft in het grondwater die in staat is een kwetsbaar gebied te beïnvloeden als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_2da7672817d64981a36327cb94a03e1e__chp_2__art_2.5" eId="chp_2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden op of in de bodem te lozen, indien daarbij stoffen zonder  doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_b3ee5e38e4a2437697acd092e7b680e2__chp_2__art_2.6" eId="chp_2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_2c64c35a2d234e2b826a8091b0d4d064__chp_2__art_2.6__para_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het lozen van afvalwater op of in de bodem dat afkomstig is van een  bodemsanering of grondwatersanering is toegestaan als is voldaan aan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1583578e17154d8ab6a7a72b94939b47__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_42b58b9e316a49f0808addc539b31d9d__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit  leefomgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_13bcf7f50eaf47a0a550e933e71d5d3b__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>ten minste vier weken voor het begin van de activiteit en ten minste vier  weken voor wijziging van de activiteit worden aan het college van burgemeester  en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8b82f7cd116e44a9a9e15619e0d4c664__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_2dda226a71fc4a2dbd0e6b6312f022d9__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_3c9e3a6437334e42829cd2632d844e30__chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte begindatum van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_a311ebe8841b4eddad474798b2c8e11c__chp_2__art_2.6__para_2" eId="chp_2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het lozen van afvalwater  op of in de bodem afkomstig van een onderzoek voorafgaand aan een  grondwatersanering of graven in de bodem met een kwaliteit boven de  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6157ebb732824cc5bed88fb7b0ee9517__chp_2__art_2.6__para_3" eId="chp_2__art_2.6__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste en tweede lid is niet van toepassing als:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_de694fe9191f4091be78d4a63404f933__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b601b75487cf43ca9cd95d5ca3e76ea1__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het grondverzet ten hoogste 25 m<sup>3</sup> bedraagt; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c3b68b82baf848e18f960a5665172c78__chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.6__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het lozen van grondwater dat afkomstig is van een ontwatering, niet langer  dan 48 uur duurt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_97b561cf3c3944eeb36d791fae4ba3c6__chp_2__art_2.7" eId="chp_2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_f27f44a0beaf4849b5b2fa0b16e75a64__chp_2__art_2.7__para_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In geval van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar  verspreidingsrisico is het verrichten van een activiteit alleen toegestaan als  in het belang van het bodem- en het watersysteem mitigerende maatregelen worden  genomen, die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_85c672f957bb470d88dbd7261901da0f__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_2366638f0f0541f694fefdee63d2bdeb__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om verdere verontreiniging van de  bodem en het grondwater te voorkomen of te beperken; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_3c1a81b211dd4511a9272fa06d5a86b0__chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>in samenhang met het verrichten van de activiteit de verontreiniging  ongedaan maken, als dat redelijkerwijs mogelijk is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_665504ae432e45b4a8c0852b60946f58__chp_2__art_2.7__para_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van een historische bodemverontreiniging als voorafgaand aan de  inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld dat bij het huidige dan wel  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de  verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier  dat spoedige sanering noodzakelijk is, wat blijkt uit:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ad03716cf2dc48f5a64517f497373576__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_fe0efc17d4fe428facd57278f8edffb7__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een beschikking, vastgesteld krachtens artikel 29, eerste lid, juncto  artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de  inwerkingtreding van de Omgevingswet; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5103a3b17d594f13aa8f21a7a3982fcd__chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_4184f5e698b14151b4597978e3c60c53__chp_3" eId="chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_14ef4c082ef84c919df1b4747cb46683__chp_3__art_3.1" eId="chp_3__art_3.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_584620aaaad9457889baf828575bd87a__chp_3__art_3.1__para_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locaties <IntIoRef wId="pv30_c773db10b85f48b9ab85113b225a3d99__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_27ccb02ebe9c4fb7896c5c19a378e2a9__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> en <IntIoRef wId="pv30_94ebfc20818b4344a5fe577c1f3883a3__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__ref_o_2" ref="pv30_d7582581b8f7445cb8707c65830d071e__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> is het verboden om voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef>:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_366a199e57bc4b67a860fab4d090315b__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_af5f9cfdb51b4ff79c412d4d33ba516c__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_cca8a3530d52437e97227043b0ce1872__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> te vergroten; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_63ce77d1a9a34869b132db6465343082__chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.1__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- meerlaags te huisvesten, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar twee bouwlagen zijn toegestaan.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_1d92a74f85654df4accef8c08123a3a8__chp_3__art_3.1__para_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte bouwwerk of bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>  geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_74d448e410964f558b47097a72490068__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_b6b0d5df2a8145cf82eb8f9a19c2160a__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d8df52fb2a5f40eeb3e06670bfc0ea46__chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_936fa260cdf943afb0d9c35e81db455b__chp_3__art_3.1__para_3" eId="chp_3__art_3.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een extensieve <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> gevestigd in de locatie <IntIoRef wId="pv30_cfc31638235d4a2ea7329290415da90f__chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.1__para_3__ref_o_1" ref="pv30_d7582581b8f7445cb8707c65830d071e__ref_1">Beperkingen veehouderij</IntIoRef> een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verlenen als die  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> voldoet aan artikel 5.65, derde lid van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_6f33b83b7fe04ed2a6f0e155337df63d__chp_3__art_3.1__para_4" eId="chp_3__art_3.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de veehouderij in de vigerende Omgevingsverordening Noord-Brabant buiten de locatie Stedelijk gebied en de locatie Beperkingen veehouderij ligt. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_eac0f30d79d445bb9dcc62b9163c61a8__chp_3__art_3.1__para_5" eId="chp_3__art_3.1__para_5">
			<LidNummer>5</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_a63b9324d7df43c6b366212bc052ad5e__chp_3__art_3.2" eId="chp_3__art_3.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_28b5abdfac604416b1089ff123283a29__chp_3__art_3.2__para_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_15895c0e9d5e493a989f140ca68bea3d__chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_1__ref_o_1" ref="pv30_04b7b5e1ac1b45b28dfc3824371fe52c__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_2521b018dc854f71af977419e006eb1a__chp_3__art_3.2__para_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor geiten geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7b62e1436a7f4b969316a0cccfda187d__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_32eae0406e3345618126037062b2533f__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_18009777f0284068a99d5c29f25d4ccb__chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.2__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd op grond van een vóór 7 juli 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_086edc5035ca4c749712fd8970c8a6a4__chp_3__art_3.3" eId="chp_3__art_3.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_849e6d7799004866bd58f9ba2e489e72__chp_3__art_3.3__para_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_6a6267505f5c4ef89472e7d169fe17de__chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_1__ref_o_1" ref="pv30_04b7b5e1ac1b45b28dfc3824371fe52c__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> is het verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> te vergroten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_700ad575b2714197a4d12c7afe34a12d__chp_3__art_3.3__para_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_14805139c2494d5dab33470033ca9f40__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_88f32fc7b71547238a9f3bcbcd6cc955__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e7ebb8729d0c4cc293ce06790b8e5ca6__chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_de736c08bd734129b8a96a924f55f3e3__chp_3__art_3.3__para_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_1de6cf7c2fcf41fbadb12504643797f2__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_8d9a25c7dd7143e0bee6eb58215fc571__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5e1f1095d213436b8d40ff0babede63f__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">gezonde leefomgeving</IntRef>, inpasbaar in de omgeving; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_fa0c56c56a6d41b3921ccafdbf2ab280__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_3" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige gebouwen in een bebouwingscontour geur niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt  dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen  worden getroffen door de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, en die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_249a8f0842194cf0b3f6ab0b9e7439bb__chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_o_4" eId="chp_3__art_3.3__para_3__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>dieren worden alleen op de grond gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_88544930a8334af083887e4aae3295c7__chp_3__art_3.3__para_4" eId="chp_3__art_3.3__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">zorgvuldige veehouderij</IntRef>  als is voldaan aan de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_78e7bbcfe82c49f588ea6c09d9cfc826__chp_3__art_3.4" eId="chp_3__art_3.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.4</Nummer>
			<Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_6bc7d4eaf7a3465a804a22ce0977e427__chp_3__art_3.4__para_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_130b906af4354844a35b9c2e816eabd2__chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_1__ref_o_1" ref="pv30_e66848c8dfd141d9a5f9672c5c2f5f94__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> geldt een verbod om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> of glastuinbouwbedrijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_03a16484e6fb4823b78f4d795cf53ac4__chp_3__art_3.4__para_2" eId="chp_3__art_3.4__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">veehouderij</IntRef> die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit feitelijk en legaal binnen de locatie  <IntIoRef wId="pv30_0a3be32e98764bf583eecb84c37c61a8__chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.4__para_2__ref_o_1" ref="pv30_e66848c8dfd141d9a5f9672c5c2f5f94__ref_1">Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt uitgeoefend, conform de verleende omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of bij gebreke daarvan conform de melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel wId="pv30_460ff04e80654665a42b6e41f8facbf1__chp_3__art_3.5" eId="chp_3__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_2b12d393bcce49abb4d4272aa8abfd5e__chp_3__art_3.5__para_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_70aaf4f8f80244a2acd5b5586a82ac2f__chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_1__ref_o_1" ref="pv30_04b7b5e1ac1b45b28dfc3824371fe52c__ref_1">Landelijk gebied</IntIoRef> geldt een verbod om de bestaande  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> te vergroten, behalve in het geval dat de activiteit uitsluitend wordt verricht voor ter plaatse geproduceerde mest.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_586c08dd44e04343ba5ff3990abc3f03__chp_3__art_3.5__para_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">mestbehandeling</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">mestvergisting</IntRef> en  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> geldt de oppervlakte van: </Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a156af762f25469baef30e8306412774__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_87f67992224f41e484f2150ff410fed9__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bouwwerken die op 13 juni 2017 legaal in gebruik waren voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef> of gebouwd konden worden voor die activiteit op grond van een vóór 13 juni 2017 verleende omgevingsvergunning; </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_dd3f385dd732449abcf9d0a4d29e7975__chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_3__art_3.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>onbebouwde grond die op 13 juni 2017 legaal mag worden gebruikt voor  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">mestbewerking</IntRef>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_3c54c97c66d743658231c12699c9a726__chp_4" eId="chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_78c32ab705d34acd9020d62e935689c9__chp_4__art_4.1" eId="chp_4__art_4.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>4.1</Nummer>
			<Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_4bedca0a3080460ba60983798fe64510__chp_4__art_4.1__para_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In aanvulling op artikel 3.3 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">Zorgvuldige veehouderij</IntRef> wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, in het geval er sprake is van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren alleen verleend als bewijs is overlegd dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_a2560b2f877d46149314dfcd55727a1c__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_e83355d54e404769b6ee7c71d24c504e__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>binnen hetzelfde deelgebied binnen de locatie Stalderingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">hokdierhouderij</IntRef> is gesaneerd door sloop of functieverandering waarbij het gebruik als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> juridisch en feitelijk is beëindigd; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_95ab4f640fef4fe4ba0e1a7aaa00bc02__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de oppervlakte van het te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren bedraagt: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_98fd788c05c2431199464051ae2be553__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_9acf7e4e78224f9e9cceca03599b6197__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>bij sloop, ten minste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_2e4577c3b90148b5999f4c0c473f0348__chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>bij functieverandering, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0a735d3691094ced9bd5c1d4708d23dc__chp_4__art_4.1__para_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande oppervlakte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> voor hokdieren geldt de oppervlakte die:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_09e0007663374138a55cd8cc8d34671c__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_25521b29781c4cc9b312816829e8e016__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op 17 maart 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_d1f429c7c55a4fad9834e9b2221e6f7c__chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_4__art_4.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f3b896bbd5b44ceda7bf99cf1b7f7d8f__chp_4__art_4.1__para_3" eId="chp_4__art_4.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het bepalen van de oppervlakte op te richten of te saneren <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef>, bedoeld in het eerste lid, tellen de inpandige voorzieningen van een  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">dierenverblijf</IntRef> mee.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_f7bce39466f5436685631fb13760f10f__chp_4__art_4.1__para_4" eId="chp_4__art_4.1__para_4">
			<LidNummer>4</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het bewijs dat aan de voorwaarden uit het eerste lid is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk wId="pv30_7ee0c398c0fe403cad735f40940af15c__chp_5" eId="chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="pv30_5987120355634064a6bf3152ff2edcb5__chp_5__art_5.1" eId="chp_5__art_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="pv30_7311cc71575548e6a9c821b0a73301bb__chp_5__art_5.1__para_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1">
			<LidNummer>1</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen de locatie <IntIoRef wId="pv30_1a0f9374532443cfaaa4902d44fa3080__chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_1__ref_o_1" ref="pv30_fc4739eae9fa4f56b3460426d462ad67__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> is een toename van de bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_0f96b2edc0b94727865995e8aba1cb57__chp_5__art_5.1__para_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2">
			<LidNummer>2</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Als bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> geldt de oppervlakte van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_59b6ec0dee264ad787c49eae84ffac5c__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_c1fe7e9fcfbb432bad48aaaa04d104f9__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>de bebouwing die: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_7def00f55a45478eae65544990af3c03__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="pv30_ae8e7f296e33413fb26dd0a090d3d5e4__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>op 4 maart 2023 legaal in gebruik was voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_8664ea54fe3441ba9d21f8a39a4e9071__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd of in gebruik mag worden genomen voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e98cab89ca594a3894e7ef7351bf275b__chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>de onbebouwde grond die op 4 maart 2023 legaal voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef>  in gebruik was of die krachtens een voor 4 maart 2023 verleende omgevingsvergunning voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">grootschalige logistiek</IntRef> in gebruik mag worden genomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="pv30_5a4221d089054fb29e1f8b9115b0d6bd__chp_5__art_5.1__para_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3">
			<LidNummer>3</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders voor een bestaand grootschalig logistiek bedrijf een omgevingsvergunning verlenen voor een omgevingsplanactiviteit, als dit nodig is vanuit een evenwichtige toedeling van functies en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef>  toeneemt door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_8eac7f36daa4405dbf19b91913a87249__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_ef5351cac5bf4e709ccfb0b371d130dd__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een intensivering van gebruik en bebouwing op het bestaande bedrijfsperceel, rekening houdend met meervoudig ruimtegebruik; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ae64fa61e2b2465ea03559e8378ebb3a__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een redelijke uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel, in het geval dat: </Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="pv30_ea64e58b37eb4a96b481d6071ab88fd2__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="pv30_bca5e1b762174642b5d3c68437aa4744__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1.</LiNummer>
				  <Al>intensivering en meervoudig ruimtegebruik op het bestaande bouwperceel niet of onvoldoende mogelijk is; </Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_ccc5eccf32c3488eba84fc012922d1a7__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2.</LiNummer>
				  <Al>de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">regionale meerwaarde</IntRef>  van het bedrijf wordt betrokken; en</Al>
				</Li>
				<Li wId="pv30_ed7f4437bca34a5397caeecf8a832224__chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_5__art_5.1__para_3__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3.</LiNummer>
				  <Al>in de 5 jaar voor aanvraag van de omgevingsvergunning feitelijk geen toename van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">gebruiksoppervlakte</IntRef> heeft plaatsgevonden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage wId="pv30_070ab60127bb42479409a67c1fcc0b6a__cmp_I" eId="cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_2863a01ee4fb4aadab5ae208aefc1d47__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Begrippenlijst</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_c91a4209458a4cf1855038cdf1ad9bff__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" renvooi:wIdAsIdentifier="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
			<Begrip wId="pv30_c65a84f9b48743b5b22b625a9b589836__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>instrument dat door Gedeputeerde Staten als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_601d350d109f4bf09a0f0fd74766b89f__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>bronaanpak</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>sanering gericht op het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit het vaste deel van de bodem, in zowel de onverzadigde als verzadigde zone, naar het grondwater, overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregel, bedoeld in artikel 5.23 Milieubelastende activiteit bodemsanering met risico voor het grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_9970a16179fe4329b5b18c6ae48663b2__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>dierenverblijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebouw dat gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.201 of artikel 3.202 Besluit activiteiten leefomgeving, of de melding, bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a9f1dca858ff498698cf6c952c127fec__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>gebruiksoppervlakte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_2329c73864b64eae840bedcfc8099676__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>gezonde leefomgeving</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_3b46371cf86a4fdfac0b89331fb208e6__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_4eb615cd8feb4701a00737a8fdb7bc39__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>hokdierhouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij, met uitzondering van het houden van nertsen, melkrundvee en schapen;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_e7956e498c0f4135be98ccef7fa04c08__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>mestbehandeling</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>activiteit waarbij mest met een relatief eenvoudige techniek wordt bewerkt, zoals aanrijking met stro, opslaan, rijpen, composteren, tot een capaciteit van 25.000 m3 mest per jaar;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_0305c989aabb4d51a85c6ffde75da435__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>mestbewerking</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit gericht op het verwerken of behandelen van dierlijke mest en de vergisting van plantaardige producten, als bedoeld in artikelen 3.90 en 3.225 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_3cd56f2112944d1285c07bcdedaf84b8__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>mestvergisting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>omzetten van mest, al dan niet in combinatie met co-producten, in biogas en digestaat;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_c6d033a2c59045ae9fb9b999136d89fb__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>mobiele verontreinigingssituatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich hebben verspreid naar het grondwater en aanleiding geven tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_ed3f445b42d24f0c859151414c886df1__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>regionale meerwaarde</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van een bedrijf in de regio, gelet op de herkomst van het bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt, in combinatie met de meerwaarde die het bedrijf heeft vanwege de bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatopgave, energietransitie, duurzaamheid, duurzaam ruimtegebruik, circulaire economie;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_8fc9380241304eb79c6042e6cba0b733__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>beoordeling van de mate van gevaar voor het grondwater van een bodemverontreiniging bij een mobiele verontreinigingssituatie om vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk zijn;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_741805d4e611414f92a821acc5232d44__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouwhuisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a3057d6e50954c68a62276554ff47dee__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>voorkeurswaarde grondwater</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>concentratie aan verontreinigende stof waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_aa826b39991f4344be17235e9818b448__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>Zorgvuldige veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage wId="pv30_6fe37e4c38ab41c380bcc981437137c8__cmp_II" eId="cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="pv30_1addbdfe9da44c42a36636375b2957d1__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst wId="pv30_df103413ac1b41579390c71321bcd19a__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip wId="pv30_922f0021f75f4dcbb97c2e1af99dff59__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beperking grootschalige logistiek</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_fc4739eae9fa4f56b3460426d462ad67__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_41ffc524ae6f4356861b50ba1892127a/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_41ffc524ae6f4356861b50ba1892127a/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_a48a6631de0d4c92a58ea3ec857c02cb__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beperkingen veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_d7582581b8f7445cb8707c65830d071e__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_a6e9204684354a848a3d48160dd0fad5/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_a6e9204684354a848a3d48160dd0fad5/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_4d8509a7e8724d3e9f37ab89faa3a168__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>Landelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_04b7b5e1ac1b45b28dfc3824371fe52c__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_c725d14f63aa4ccdaa8afd9b095eb33d/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_c725d14f63aa4ccdaa8afd9b095eb33d/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_8e36a065cccf4eb58ba8548963462f69__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_e66848c8dfd141d9a5f9672c5c2f5f94__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_dc7cf715c6e44eae9f2546c9b1b079eb/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_dc7cf715c6e44eae9f2546c9b1b079eb/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip wId="pv30_329b41ad3ffb4caa856290fa2c5bb30b__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>Stedelijk gebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                          <ExtIoRef wId="pv30_27ccb02ebe9c4fb7896c5c19a378e2a9__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_16a937bc15344c23b6c72914bd44eb95/nld@2023-12-07;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc">/join/id/regdata/pv30/2023/locatiegroep_16a937bc15344c23b6c72914bd44eb95/nld@2023-12-07;1</ExtIoRef>
                                       </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting wId="recital" eId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="pv30_361447818c2648a3b34cdbf11e55b387__genrecital__content_o_1" eId="genrecital__content_o_1">
		      <Inhoud>
			<Al>De Omgevingswet biedt in artikel 4.16 Omgevingswet de mogelijkheid voor de  provincie om ter voorbereiding op het vaststellen van instructieregels uit  voorbescherming een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit  kunnen voorbeschermingsregels worden opgenomen voor het omgevingsplan van  gemeenten. Deze voorbeschermingsregels gelden voor de duur van 1 jaar en 6  maanden, tenzij binnen die termijn instructieregels in de provinciale  omgevingsverordening worden vastgesteld. Dan blijven de voorbeschermingsregels  gelden totdat de instructieregels zijn verwerkt in het omgevingsplan. De  provincie maakt in dit besluit gebruik van deze bevoegdheid.</Al>
			<Al>Het gaat daarbij wel om speciale situaties die vanwege de inwerkingtreding  van de Omgevingswet ontstaat. In dit geval gaat het om het laten voortbestaan  van regels die onder het oude recht reeds bestonden, maar die vanwege de  Omgevingswet, zonder dit besluit, zouden vervallen. Het gaat om regels ter  vervanging van de:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="pv30_152c7743616a47ee95d5cfd957c29b9a__genrecital__content_o_1__list_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1">
			  <Li wId="pv30_d381ddacb53e4c4fb2f7d0c77aab63aa__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Wet bodembescherming (Wbb): onder het recht zoals dat gold voor 1 januari  2024 waren Gedeputeerde Staten bevoegd voor de uitoefening van bevoegdheden  rondom bodemsaneringen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de  Wbb, werd ook het voorkomen of het saneren van grondwaterverontreiniging  betrokken. De Omgevingswet heeft de bevoegdheid voor bodemsanering aan gemeenten  toebedeeld. Provincies blijven echter bevoegd ten aanzien van het grondwater. De  wetgever heeft aangegeven dat provincies hiervoor desgewenst zelf burger  bindende regels kunnen vaststellen. Indachtig de bevoegdheidsverdeling in de  Omgevingswet, kiest de provincie Noord-Brabant er voor dat gemeenten hiervoor  regels opnemen in het omgevingsplan.  Om een 'gat' in de regelgeving te  voorkomen, is het noodzakelijk dat de provincie daarvoor voorbeschermingsregels  vaststelt. Gemeenten hebben de instructieregels die voor dit onderwerp zijn  opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant immers nog niet in het  omgevingsplan kunnen verwerken. </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="pv30_b92d536d0fc34f0d99ed71d7f609d50c__genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="genrecital__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			    <LiNummer>●</LiNummer>
			    <Al>Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV): In paragraaf 2.7.2, 2.7.3  en afdeling 2.8 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen,  gebaseerd op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening. Deze regels  gelden in afwijking van of in aanvulling op de regels van het gemeentelijke  bestemmingsplan. Gemeenten moeten de regels toepassen bij het verlenen van een  omgevingsvergunning bouwen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt  de IOV. Voort wijzigt het wettelijke systeem aanzienlijk. De huidige  omgevingsvergunning bouwen wordt gesplitst in een omgevingsvergunning voor de  bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. De  gemeente is het bevoegde gezag om regels te stellen aan  omgevingsplanactiviteiten. In de Memorie van toelichting op de Invoeringswet is  uitvoerig ingegaan op de mogelijkheden om de huidige rechtstreeks werkende  regels uit de Wro onder de Omgevingswet voort te zetten. Naast de mogelijkheid  om algemene regels voor activiteiten op te nemen in de Omgevingsverordening, is  gewezen op het vaststellen van voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan.  Dit laatste heeft als voordeel dat de regels beter kenbaar zijn voor burgers en  initiatiefnemers en dat de regels, conform huidige systematiek, worden betrokken  bij de afweging of een activiteit gelet op een evenwichtige toedeling van  functies aan locaties en het borgen van een veilige, gezonde leefomgeving met  omgevingskwaliteit, aanvaardbaar is. In de IOV zijn rechtstreeks werkende regels  opgenomen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen (waaronder ook  het geitenmoratorium), mestbewerking en grootschalige logistiek. Die huidige  regels zijn naar voorbeschermingsregels omgezet en waar nodig  aangepast.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Er is sprake van een speciale situatie omdat op 1 januari 2024 zowel deze  voorbeschermingsregels als de Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking  treden. In deze Omgevingsverordening zijn ook al de instructieregels opgenomen  met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Dit is nodig omdat de Omgevingswet  geen overgangsrecht kent voor provinciale verordeningen. Bij de bekendmaking  wordt daarom eerst het voorbereidingsbesluit bekend gemaakt en pas daarna de  Omgevingsverordening, zodat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. </Al>
			<Al>
                                    <b>Rechtsgevolg</b>
                                 </Al>
			<Al>De regels gelden <i>in aanvulling op</i> de regels zoals opgenomen in het  omgevingsplan van rechtswege of <i>in afwijking van</i> de regels in dat plan.  Als er strijd is tussen de voorbeschermingsregels en de regels in het  omgevingsplan van rechtswege, moet toepassing gegeven worden aan de  voorbeschermingsregels. Dit volgt uit de voorrangsbepaling die in dit besluit is  opgenomen.<br/>Bij strijd met de voorbeschermingsregels moet een  omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geweigerd worden. Het is  niet mogelijk om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse  omgevingsplanactiviteit van de regels af te wijken (artikel 8.0b van het Besluit  kwaliteit leefomgeving). </Al>
			<Al>Voorbeschermingsregels kunnen zich alleen richten op wat op grond van het  vigerende omgevingsplan mogelijk is. De regels kunnen geen nieuwe activiteiten  of ontwikkelingen reguleren. De huidige rechtstreeks werkende regels zijn daarom  op onderdelen aangepast, passend bij het systeem van de Omgevingswet. </Al>
			<Al>De voorbeschermingsregels vervallen van rechtswege als het omgevingsplan  conform de instructieregels is aangepast. Op termijn is het de bedoeling dat de  provincie ervoor zorgt dat de voorbeschermingsregels dan niet meer zichtbaar  zijn als tijdelijk regelingdeel voor die betreffende gemeente (of dat  betreffende onderwerp). Op dit moment is dat nog niet mogelijk in het DSO en het  is ook nog niet duidelijk of het mogelijk gaat zijn voor een gedeelte van het  grondgebied de voorbeschermingsregels niet meer te tonen en of het per onderwerp  mogelijk wordt. Als de instructieregels door een gemeente in het omgevingsplan  verwerkt zijn wordt op dat moment gekeken op welke wijze het beste inzichtelijk  gemaakt kan worden dat (een gedeelte van) de voorbeschermingsregels zijn  vervallen. Een gemeente kan hier ook om verzoeken. </Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="pv30_43d2aa4ce49d4728b554170890abd12a__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>1</Nummer>
			<Opschrift>Voorbeschermingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_d32efb16d0fa46ee857bfb58ba278852__artrecital__div_1__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Locaties Omgevingsverordening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de locaties die zijn opgenomen in het voorbereidingsbesluit geldt de versie zoals deel van de Omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. De locaties zijn als service ook gekoppeld aan de voorbeschermingsregels. Dat is niet gedaan bij de locatie Stalderingsgebied, omdat één stalderingsgebied geldt voor meerdere gemeenten en de locaties in deze voorbeschermingsregels maximaal het ambtsgebied kunnen betreffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_b692f8e5c7794a02b1242875c2bae083__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>2</Nummer>
			<Opschrift>Grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_7324c3003e1b42819db7523884c2c4ec__artrecital__div_2__content_o_1" eId="artrecital__div_2__content_o_1">
			<Inhoud>
			  <Al>Met de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarin  opgenomen kaders voor de beoordeling of een grond- of grondwaterverontreiniging  aanleiding geeft tot het nemen van (sanerende) maatregelen (inclusief de  uitvoering daarvan).</Al>
			  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) stelt de  doelen voor het grondwater. Met het wegvallen van de Wbb vormt de KRW daarmee  het uitgangspunt voor het beoordelen of een bodem-of grondwaterverontreiniging  een gevaar oplevert voor het grondwater en daarmee aanleiding geeft tot het  vaststellen van maatregelen. De provincie moet op grond van artikel 3.8 van de  Omgevingswet met het Regionaal Waterprogramma uitvoering geven aan de KRW en  GWR. Maatregelen ter uitvoering van de KRW en GWR landen uiteindelijk zowel in  het Regionaal Waterprogramma, Waterbeheerprogramma als Nationaal Waterprogramma.  Van de provincie wordt op grond van artikel 3.8 van de Omgevingswet ook regie  verwacht om met het totaal aan KRW-maatregelen de doelen te behalen. De KRW kent  een verscheidenheid aan maatregelen. Dit zijn zeker niet alleen sanerende  maatregelen. Een maatregel kan ook inhouden dat er in de omgevingsverordening  direct werkende regels of instructieregels opgenomen worden voor activiteiten  die de KRW-doelen voor grondwater bedreigen. Of juist regels voor activiteiten  die als ‘natuurlijk moment’ benut kunnen worden om de KRW-doelen te behalen.</Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet vindt er voorts een bevoegdheidsverschuiving plaats  voor bodemsanering van provincie naar gemeenten. Alleen locaties met een  bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat er onaanvaardbare risico’s zijn  (spoedlocaties) en de locaties die nu in uitvoering zijn, blijven onder de  bevoegdheid vallen van de provincie (overgangsrecht). Voor verontreinigingen in de vaste bodem stelt het Rijk algemene regels op,  waar de gemeente verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en  handhaving. Wanneer de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed wordt door een  verontreiniging in de vaste bodem of in het grondwater kan de provincie hiervoor  regels stellen.</Al>
			  <Al>De bescherming van de grondwaterkwaliteit is een gezamenlijke  verantwoordelijkheid van provincie, gemeenten en waterschappen. Hierbij is er  een regierol voor de provincie, gelet op de specifiek aan de provincie  (wettelijk) toegekende taken. De provincie is op grond van de Omgevingswet  verantwoordelijk voor de kwaliteit en bescherming van het grondwater evenals het  behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen in grondwaterlichamen. Hiertoe is een beleidskader opgesteld wat is opgenomen in het regionaal  waterprogrammawaarin -gebiedsgericht- is afgewogen welk beschermingsniveau tegen  verontreiniging van het grondwater gewenst is. Het beleidskader legt vast op  welke wijze bepaald wordt of er maatregelen gericht op een bodem- of  grondwaterverontreiniging noodzakelijk zijn en waar dit geborgd moet worden door  het stellen van (instructie)regels aan activiteiten. Los van deze wettelijke taak, is de bescherming van grondwater en  grondwaterlichamen ook gemeentegrens overstijgend. Het is een provinciaal belang  om het grondwater in geheel Noord-Brabant op eenzelfde wijze te beschermen,  waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan grondwater als bron voor ons  drinkwater. Daarom zijn er in de Omgevingsverordening Noord-Brabant rechtstreeks  werkende regels (hoofdstuk 3) en instructieregels opgenomen richting gemeenten  en waterschappen voor de uitoefening van hun bevoegdheden.</Al>
			  <Al>Uitgangspunt is dat regels noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er  achteruitgang van de grondwaterkwaliteit plaatsvindt (preventieve maatregelen)  of om de grondwaterkwaliteit te verbeteren (curatieve maatregelen), als er  sprake is van gevaar voor het grondwater, of als gevaar niet valt uit te  sluiten. Of er sprake is van gevaar is niet alleen afhankelijk van de stof (omvang en  concentratie van een verontreiniging) maar wordt gerelateerd aan de mate waarin  het naast een bedreiging van het grondwater als geheel ook één van de  doelstellingen m.b.t. de kwetsbare gebieden (oppervlaktewaterlichaam, water  bestemd voor menselijke consumptie en natte natuur) kan bedreigen.</Al>
			  <Al>Doordat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een 'gat' ontstaat in de  bescherming van het grondwater tegen verontreiniging worden er door middel van  een voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan  vastgesteld. Hierdoor gelden deze regels direct op 1 januari 2024. Door te werken met voorbeschermingsregels voor het omgevingsplan is het niet  nodig om een strenge termijn te stellen aan gemeenten om het omgevingsplan aan  de instructieregels aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_e91c146512ca439aba5e1d0a7da2e48a__artrecital__div_2__content_2.1" eId="artrecital__div_2__content_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemonderzoek bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <b>Bouwactiviteit</b>
                                    </Al>
			  <Al>De regeling richt zich op het bouwen van een gebouw dat geheel of  gedeeltelijk de bodem raakt inclusief de daaraan grenzende tuin of aangrenzend  terrein, met uitzondering van een uitbreiding of wijziging van gebouwen kleiner  dan 50 m<sup>2</sup> of een bijbehorend bouwwerk kleiner dan 50 m<sup>2</sup>.  Dit sluit aan bij het toepassingsbereik van het bouwen op een bodemgevoelige  locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving  (Bkl).</Al>
			  <Al>Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 5.89g  Bkl speelt in tegenstelling tot dit artikel, ook eventuele blootstelling een  rol. Het dient aannemelijk te zijn dat er meer dan twee uur per dag  aaneengesloten personen aanwezig zullen zijn. Deze voorwaarde is niet opgenomen  in deze verordening omdat deze paragraaf gaat over het bouwen op een locatie  waarbij een aanwezige bodem- of grondwaterverontreiniging risico's met zich  meebrengt voor het grondwater. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van  personen in het gebouw geen rol. Deze paragraaf is daarom ook gericht op elke  bouwactiviteit van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Voorafgaand bodemonderzoek</b>
                                    </Al>
			  <Al>Voorafgaand bodemonderzoek is nodig om te bepalen of er sprake is van een  mobiele verontreinigingssituatie. Vaak is er al voldoende bodeminformatie  beschikbaar om vast te stellen of er sprake is van een mobiele  verontreinigingssituatie. Ook informatie uit een beschikking op grond van de Wet  bodembescherming kan gebruikt worden. Het gaat hier dan om een beschikking  krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming,  waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de  bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van  zodanige risico's voor mens, plant of dier, dat spoedige sanering noodzakelijk  is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. De beschikkingen waarin is  vastgesteld dat wel een spoedige sanering noodzakelijk zijn, vallen onder het  overgangsrecht en hierop blijft de Wet bodembescherming van toepassing.</Al>
			  <Al>Als bovenstaande bodeminformatie niet beschikbaar is, is een voorafgaand  bodemonderzoek aan de orde als bedoeld in paragraaf 5.2.2. van het Besluit  activiteiten leefomgeving (Bal). Dit bodemonderzoek zal overigens vaak ook al op grond van het omgevingsplan  verplicht zijn bij een meldingsplichtige bouwactiviteit of een bouwactiviteit  waarbij een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit  wordt aangevraagd. Als het bijvoorbeeld ook om een bodemgevoelig gebouw gaat,  dan is bodemonderzoek op grond van Artikel 5.89 k Bkl of Artikel 5.89 l Bkl  verplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Mobiele verontreinigingssituatie</b>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een mobiele verontreinigingssituatie worden er concentraties van een  verontreinigende stof uit de bodem in het grondwater aangetroffen, waarbij  risico's voor het grondwater op voorhand niet uit te sluiten zijn. Als er sprake  is van een mobiele verontreinigingssituatie moet er een risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit uitgevoerd worden om de risico's voor het grondwater in  kaart te brengen. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of en welke  curatieve maatregelen er getroffen moeten worden door de initiatiefnemer.  Kwetsbare gebieden kunnen bij lage concentraties van verontreinigende stoffen  bedreigd worden. De door het Rijk in artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit  leefomgeving opgenomen signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering,  biedt niet altijd voldoende bescherming voor de KRW-doelen. De mobiele  verontreinigingssituatie onderscheidt daarom criteria die van toepassing zijn op  de algemene grondwaterkwaliteit en op kwetsbare gebieden. Dit vertaalt zich naar  de volgende definitie. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als  het grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_adffb7c60e5643608cf5d74612226ff4__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_0cf712be72b449efb07501bae5cec60a__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering, zoals bedoeld in Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, overschrijdt. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_f0fe872b0137458cb9c8504eb309a5ae__artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>In of binnen 100 meter van een kwetsbaar gebied zoals aangewezen in de  omgevingsverordening, de verontreinigende stof in minimaal 100 m<sup>3</sup>  poriënverzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater, zoals bedoeld in  Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, overschrijdt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering</i>
                                    </Al>
			  <Al>De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is een door het Rijk  in artikel 4.12a van het Bkl geïntroduceerd begrip en is gelijk aan de  interventiewaarde grondwaterkwaliteit. Het Rijk geeft deze waarde mee aan zowel  de provincie als de waterbeheerders om rekening mee te houden bij de overweging  of een grondwatersanering als maatregel vastgesteld moet worden in de  waterprogramma's. De provincie heeft de signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering overgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant in  Bijlage 5 Gevaarlijke verontreinigende stoffen. Zodoende kan de provincie voor  verontreinigende stoffen waar een signaleringsparameter ontbreekt eventueel een  waarde laten afleiden als dat nodig mocht blijken. Ook maakt opname van deze  parameter in de omgevingsverordening het mogelijk om lokaal hiervan af te  wijken, bijvoorbeeld als dit volgt uit gebiedsspecifiek beleid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Voorkeurswaarde</i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorkeurswaarde vertegenwoordigt de concentratie waarboven er sprake is  van verontreiniging van het grondwater. De provincie heeft dit begrip in het  Regionaal Waterprogramma geïntroduceerd. Voor het definiëren van de  voorkeurswaarde heeft de provincie de waarden voor grondwater benut die het Rijk  in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen heeft en die de waarde  vertegenwoordigen waar sprake is van verontreiniging van het grondwater (zie  Omgevingsverordening Noord-Brabant, Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het  grondwater).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsspecifiek beleid 'De Kempen'</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor De Kempen geldt een afwijkende signaleringsparameter beoordeling  grondwatersanering en voorkeurswaarde voor zink en cadmium. Hiermee is de  beleidsregel gebiedswaarden De Kempen Noord-Brabant (10 juli 2015) voor wat  betreft het grondwater voortgezet. In het gebied De Kempen komt door de  specifieke situatie verhoogde concentraties van zink en cadmium voor en zijn  maatregelen niet altijd nodig of mogelijk zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_bc5e3b6a40e1411782b821659663b960__artrecital__div_2__content_2.2" eId="artrecital__div_2__content_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwactiviteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met het bouwverbod wordt beoogd dat bij het bouwen op een mobiele  verontreinigingssituatie:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_12844120a574431280878407ad5c3203__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_636f68df339e4a45a3ed3294d620b22b__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd als bedoeld in  Paragraaf 3.4.2 Inhoudelijke regels Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant; en </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_819d4b27e45341d9a695863cbb16a878__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>De maatregelen volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit worden  getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het is aan de gemeente om in het omgevingsplan het bouwverbod op te  nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Uitvoeren risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is niet aan de  orde als de bron van verontreiniging van het grondwater niet gelegen is op het  perceel waarop gebouwd wordt. Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt of 1) geen maatregelen of  2) een bron(zone) aanpak, eventueel aangevuld met een grondwatersanering. Van  degene die een bouwactiviteit verricht kan niet verlangd worden om een bron aan  te pakken van een verontreiniging in het grondwater als deze niet op zijn eigen  perceel gelegen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bron bovenstrooms  gelegen is. Om die reden is een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit niet  zinvol als de maatregelen die eruit volgen toch niet van de initiatiefnemer  verlangd kunnen worden. Overigens kan het wel voorkomen dat een bouwactiviteit  gepaard gaat met een grondwateronttrekking en vanuit de regels voor  grondwateronttrekkingen wel de eventuele beïnvloeding van de verontreiniging in  het grondwater beschouwd wordt om te voorkomen dat verspreiding leidt tot een  risico voor het grondwater.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Maatregelen treffen alvorens er gebouwd wordt</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het bouwverbod bepaalt dat als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  maatregelen volgen, deze uitgevoerd moeten worden alvorens er gebouwd mag  worden. Het is nodig dat het college van burgemeester en wethouders hierover  geïnformeerd worden, voordat met de bouwactiviteit wordt gestart. Het gaat  daarbij in ieder geval om de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek en de  risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. Deze gegevens stellen de gemeente in  staat om de regels van het bouwverbod te handhaven. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit geen maatregelen volgen,  kan er direct gestart worden met bouwen. In dat geval is het niet nodig  informatie te overleggen. Er volgen geen maatregelen uit de risicobeoordeling  grondwaterkwaliteit indien gevaar voor het grondwater uit te sluiten is.</Al>
			  <Al>Uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit kunnen twee maatregelen  volgen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_c24272a740d24e638396e9e866261444__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_a30c3b10ff404a83a75b4ffff42f1e05__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een bronaanpak op het perceel waarop de activiteit plaatsvindt  overeenkomstig de regels voor saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 3.48h  van het Besluit activiteiten leefomgeving, vindt plaats met inachtneming van de  voorbeschermingsregels opgenomen in artikel 2.4 Milieubelastende activiteit met  risico voor het grondwater, als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit  blijkt dat gevaar voor het grondwater niet uit te sluiten is of als gevaar voor  het grondwater aanwezig is. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_6bb102af6bdf4a71a6ecfcd4b85ad149__artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.2__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>Een grondwatersanering, overeenkomstig paragraaf 3.4.3 Inhoudelijke regels  grondwatersanering van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, vindt plaats als  uit de risicobeoordeling blijkt dat gevaar voor het grondwater aanwezig  is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Indien er een bodemsanering getroffen moet worden, volgt uit op grond van  artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediende  evaluatieverslag conform de BRL SIKB 6000 dat de maatregel uitgevoerd is.</Al>
			  <Al>Gedeputeerde Staten willen bij beëindiging van de grondwatersanering gegevens  en bescheiden ontvangen, waaruit blijkt dat de grondwatersanering uitgevoerd is.  Indien de grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de  omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.52 van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant, maakt Gedeputeerde Staten dit kenbaar aan de initiatiefnemer.  Gedeputeerde Staten zal van deze mededeling een kopie overhandigen aan het  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			  <Al>Bij het uitvoeren van een bodemsanering wordt er vaak ontgraven. Dit kan ook  gepaard gaan met de bouwactiviteit zelf. Bouwen is toegestaan indien dit de  sanering niet belemmerd. De gemeente kan dit voor een bodemsanering beoordelen  op grond van de melding zoals bedoeld in Artikel 4.1236 van het Besluit  activiteiten leefomgeving opgenomen gegevens.</Al>
			  <Al>Bij een grondwatersanering blijkt uit de vergunningvoorschriften of de bouw  de sanering niet belemmerd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Start bouwactiviteit</i>
                                    </Al>
			  <Al>Op grond van deze regel geldt een informatieplicht dat degene die de  maatregelen uitvoert, volgend uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, het  college van burgemeester en wethouders informeert als deze maatregelen getroffen  zijn. Zodoende is de gemeente in staat om toe te zien op de regels van het  bouwverbod.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_dc7589f9ed1347d19fc3503a0e090462__artrecital__div_2__content_2.3" eId="artrecital__div_2__content_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit met gevolgen voor het watersysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Milieubelastende activiteiten kunnen verschillende gevolgen voor het  watersysteem hebben. Zo kan een lozing van afvalwater vanuit een  milieubelastende activiteit op of in de bodem of in een voorziening voor de  inzameling en het transport van afvalwater (veelal een vuilwaterriool of een  hemelwaterstelsel) uiteindelijk nadelige gevolgen hebben voor de chemische of  ecologische kwaliteit van watersystemen. Bij lozingen op de bodem kunnen de  geloosde stoffen naar het grondwater doorsijpelen en kan wateroverlast optreden.  Bij lozingen in vuilwaterriolen en hemelwaterstelsels komt het water  uiteindelijk vaak in het oppervlaktewater terecht, waar het tot zowel  kwaliteits- als kwantiteitseffecten kan leiden. Bij toepassing van bodemenergie  kan onttrekking of inbreng van warmte zowel bij open als gesloten systemen  gevolgen voor het grondwater hebben. Het aanbrengen van omvangrijke verhardingen  of het brengen van grote hoeveelheden water in de bodem kan gevolgen hebben voor  de grondwaterstand.</Al>
			  <Al>Voor de milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in  het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen is een beoordelingsregel  opgenomen in artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit artikel  voorziet in de opname van een beoordelingsregel in het omgevingsplan voor  milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen die in het  omgevingsplan zijn aangewezen en waarvoor op grond van het omgevingsplan een  omgevingsvergunning verplicht is.</Al>
			  <Al>De beoordelingsregel is identiek aan de beoordelingsregel zoals bedoeld in  artikel 8.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met deze beoordelingsregel  worden de gevolgen voor het watersysteem bij het beoordelen van de  milieubelastende activiteit betrokken. Hierbij wordt vooral gedacht aan het  beïnvloeden van de grondwaterstand of het oppervlaktewaterpeil, wat gevolgen kan  hebben voor de doelstellingen voor de kwantitatieve toestand van het  grondwatersysteem, de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen of voor  de maatschappelijke functie drinkwaterwinning. Dergelijke gevolgen voor het  watersysteem kunnen binnen het oogmerk van de beoordeling van de  milieubelastende activiteit vallen, namelijk voor zover ze ook als gevolgen voor  de veiligheid, gezondheid of het milieu zijn te karakteriseren. In dat geval  moeten ze ook worden betrokken bij de beoordeling.</Al>
			  <Al>Het artikel borgt daarnaast dat rekening wordt gehouden met het beleid dat is  vastgelegd in waterprogramma's bij het beoordelen van de aanvraag om een  omgevingsvergunning die gevolgen heeft voor het watersysteem. Dit draagt bij aan  een goede implementatie van de kaderrichtlijn water.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_24b7783d08464eab9cd204e552774e79__artrecital__div_2__content_2.4" eId="artrecital__div_2__content_2.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Milieubelastende activiteit bodemsanering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In een aantal situaties waar de milieubelastende activiteit bodemsanering als  bedoeld in artikel 3.48h van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt  voorgeschreven, kunnen er maatwerkregels in het omgevingsplan worden gesteld.  Het gaat om de volgende situaties:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_223c8610308b4be38bae75ae6133af95__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_eea81fe86296482ebd208a37f43592d6__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats in een kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in  Artikel 3.49 Risicobeoordeling kwetsbaar gebied van de Omgevingsverordening  Noord-Brabant; of </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_8c78941ee51942afaf0ee91e751034ed__artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_2__content_2.4__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>De bodemsanering vindt plaats ter uitvoering van een bronaanpak, zoals  bedoeld in Artikel 3.51 Maatregelen na uitvoering risicobeoordeling van de  Omgevingsverordening Noord-Brabant.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De maatwerkregels hebben tot gevolg dat de bodemsanering ook oog heeft voor  het beschermen van het watersysteem.</Al>
			  <Al>Totdat gemeenten het omgevingsplan conform de Omgevingsverordening hebben  aangepast, is in dit artikel een maatwerkregel opgenomen voor de  milieubelastende activiteit bodemsanering. Zoals uit de Nota van Toelichting van  het Aanvullingsbesluit Bodem in paragraaf 6.2 blijkt kunnen de regels voor  saneren van de bodem in het Bal gebruikt worden voor het uitvoeren van een  bronaanpak, al dan niet in combinatie met maatwerkregels en/of  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>De maatwerkregel zorgt ervoor dat de saneringsmethode (standaardmethode of  alternatieve methode via maatwerkvoorschrift) (ook) leidt tot het beheren,  beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging uit de bodem  naar het grondwater. Het aanbrengen van een afdeklaag is hiervoor alleen  voldoende als het een afdeklaag betreft als bedoeld in artikel 4.1241, derde  lid, onder a van het Bal waarbij aannemelijk is dat de verhardingslaag leidt tot  het beheren, beperken of ongedaan maken van de inbreng van de verontreiniging  uit de bodem naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_0a79cfd10ced48c89f9f468bcd70d25f__artrecital__div_2__content_2.5" eId="artrecital__div_2__content_2.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod rechtstreeks lozen in grondwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn er geen rijksregels die een verbod  op het rechtstreeks lozen in de bodem inhouden. Het huidige artikel 2.2 van het  Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en Besluit lozen buiten inrichtingen  (Blbi), waarin is geregeld dat bij de toegestane lozingen dit nooit rechtstreeks  naar het grondwater mag plaatsvinden zonder doorsijpeling door de bodem of  ondergrond, keert niet terug.</Al>
			  <Al>Artikel 2.2 van het Abm/Blbi gaf uitvoering aan één van de overwegingen van  de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Artikel 11, onder j van de KRW is gesteld dat,  met uitzondering van een aantal situaties, lidstaten er zorg voor moeten dragen  dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd  mogen worden in het grondwater.</Al>
			  <Al>De waterprogramma's dienen maatregelen vast te stellen ter uitvoering van  Artikel 11 KRW. De provincie dient uiteindelijk met het Regionaal Waterprogramma  te voldoen aan de KRW. Hiermee is het aan de provincie om de regie te nemen en  te zorgen dat het verbod op rechtstreeks lozen geborgd blijft.</Al>
			  <Al>Deze maatwerkregel richt zich op activiteiten waar afvalwater kan vrijkomen  dat vervolgens geloosd wordt op of in de bodem. Deze activiteiten worden zowel  in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening als dit  omgevingsplan gereguleerd. Het gaat te ver om alle activiteiten te benoemen.  Daarom wordt volstaan met een algemene verwijzing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_3a5eb0d0d97948f08c5afc879ba7045d__artrecital__div_2__content_2.6" eId="artrecital__div_2__content_2.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen verontreinigd grondwater op of in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel worden eisen gesteld aan de kwaliteit van grondwater dat op  of in de bodem geloosd wordt en dat afkomstig is van een bodem- of  grondwatersanering dan wel van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering, inclusief het daarbij  gaande bodemonderzoek. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  saneringen zijn nu opgenomen in artikel 22.139 van de bruidsschat van het  omgevingsplan. Om te voorkomen dat de bruidsschatregels niet in het omgevingsplan worden  opgenomen, is deze voorbeschermingsregel opgenomen.</Al>
			  <Al>In Artikel 3.1 van zowel het Activiteitenbesluit Milieubeheer en Besluit  lozen buiten inrichtingen waren eisen gesteld aan het lozen van afvalwater  afkomstig van ontwatering, waaronder het graven in de bodem. Aan het lozen van  afvalwater afkomstig van ontwatering worden weinig eisen gesteld omdat dit  veelal schoon water betreft dat met eenvoudige filtering geloosd kan worden op  of in de bodem. De regels voor het lozen van grondwater afkomstig van  ontwatering zijn opgenomen in Artikel 22.140 van de bruidsschat van het  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Bij het graven in verontreinigende bodem is de kans echter groot dat het  grondwater dat vrijkomt ook verontreinigende stoffen bevat. Onder de Wet  bodembescherming dient bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van  ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan en kom je automatisch in het  saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van  grondwater afkomstig van een sanering hier van toepassing is. Onder de  Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in  verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van  toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de  bodem geloosd wordt. Deze regels in dit artikel zorgen ervoor dat er voor  grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde  emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_e807926ded3c4676af415c73de847bbf__artrecital__div_2__content_2.7" eId="artrecital__div_2__content_2.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel zorgt ervoor dat de in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen  bruidsschatregel voor het omgevingsplan met regels voor activiteiten op een  locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  behouden blijft. De regel breidt het toepassingsbereik van de bruidsschatregels  ook uit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Toepassingsbereik</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in paragraaf 22.3.7.3 opgenomen bruidsschatregel voor het omgevingsplan  gaat over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet- spoedlocaties.  Of er sprake is van een locatie met historische bodemverontreiniging zonder  onaanvaardbaar risico blijkt volgens de bruidsschatregel uit een beschikking  welke is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste  lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van  de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In de provincie Noord-Brabant zijn ook veel gevallen van verontreiniging waar  op basis van nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een ernstige  verontreiniging, maar waarvoor geen beschikking is afgegeven. Dat zou betekenen  dat de bruidsschatregel voor het omgevingsplan maar op een beperkt aantal  bekende locaties in Noord- Brabant met een bodemverontreiniging toeziet. De  provincie zorgt er met dit artikel voor dat het omgevingsplan ook voor locaties  waar op grond van nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is vastgesteld dat er  sprake is van een historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico  regelt dat er op een natuurlijk moment maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mitigerende maatregelen bodem- en watersysteem</i>
                                    </Al>
			  <Al>De maatregelen die in de bruidsschatregel voor het omgevingsplan van de  initiatiefnemer van een activiteit op een historische bodemverontreiniging  zonder onaanvaardbaar risico verlangd worden, zijn in het belang van bescherming  van de bodem en vragen om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of  beperken. Als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang  met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt.  Hiermee wordt aangesloten bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013  die aangeeft dat veelal bij een ontwikkeling alsnog gesaneerd moet worden.</Al>
			  <Al>In principe is de verzadigde zone (lees: grondwater) onderdeel van de bodem  en zijn de maatregelen dus net zo zeer in het belang van de bescherming van het  grondwater en zouden maatregelen zich dan ook net zo zeer moeten richten op het  voorkomen of beperken van verdere verspreiding van het grondwater. De provincie  hecht er waarde aan dat een natuurlijk moment benut wordt om bekende  bodemverontreinigingen met risico's voor het grondwater alsnog aan te pakken of  om op zijn minst maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het  grondwater voorkomen of beperken. Zodoende zorgt dit artikel ervoor dat de  maatregelen niet alleen het belang van de bodem dienen, maar ook het  watersysteem. Bovendien is expliciet gemaakt dat de maatregelen niet alleen  verdere verontreiniging van de bodem dienen te voorkomen of beperken, maar ook  van het grondwater. Het gaat hierbij zowel om verontreiniging van het grondwater  vanuit een mobiele bodemverontreiniging, als verdere verontreiniging van het  grondwater vanuit een reeds in het grondwater aanwezige verontreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_3119112962b441ac845b7faebb000390__artrecital__div_3" eId="artrecital__div_3">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>3</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_d6cd3b63e7ba4d72b1da3de2963b87d0__artrecital__div_3__content_3.1" eId="artrecital__div_3__content_3.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veehouderijen gevestigd binnen <IntIoRef wId="pv30_40b36dd9f91d485fa0adec71a94638ec__artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.1__ref_o_1" ref="pv30_27ccb02ebe9c4fb7896c5c19a378e2a9__ref_1">Stedelijk gebied</IntIoRef> of in Beperkingen veehouderij geldt het zogenaamde 'slot op de muur' en bestaan er geen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit betekent dat er geen toename kan plaatsvinden van de oppervlakte van bestaande bouwwerken. De term bouwwerk omvat zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Een uitloop van een dierenverblijf is een bouwwerk en wordt met deze voorbeschermingsregels gereguleerd. Uitbreiding van de oppervlakte van bouwwerken is ook niet toegestaan voor het ontwikkelen van nevenfuncties of voor het uitbreiden van een agrarische neventak bij een gemengd agrarisch bedrijf.</Al>
			  <Al>Achterliggende reden voor dit beleid is dat het beleid binnen voornoemde gebieden is gericht op sanering van de veehouderij-activiteit, vanuit redenen van gezondheid en het garanderen van een goed woon - en leefklimaat of vanwege natuurdoelstellingen. Het (blijven) bieden van ontwikkelingsruimte staat haaks op dat doel. Naast een toename van de oppervlakte voor bouwwerken is ook de toename van de oppervlakte dierenverblijf door omzetting van een bestaand gebouw niet mogelijk. Als een ondernemer een nevenfunctie naast de veehouderij wil opstarten, is dat alleen mogelijk binnen het aanwezige bouwvolume, bijvoorbeeld door bebouwing die eerst ten dienste stond van de veehouderij in te zetten voor de gewenste nevenfunctie. Op die manier is een geleidelijke overgang van veehouderij naar een andere functie mogelijk.</Al>
			  <Al>In het derde lid is een bevoegdheid opgenomen voor het college van B&amp;W om een omgevingsvergunning te verlenen voor extensieve veehouderijen in Beperkingen veehouderij die voldoen aan een norm van 2,75 GVE/ha. In het algemeen zijn dit melkrundveehouderijen die vanwege het toepassen van beweiding passen in zones rondom natuurgebieden. Het betreft een bevoegdheid en geen verplichting. Als de veehouderij is gevestigd in een zone rondom een woonkern, verwacht de provincie dat gemeenten een belangrijk gewicht toekennen aan de borging van een goed woon- en leefklimaat en de hierboven geschetste saneringsdoelstelling.</Al>
			  <Al>In het vierde lid is bepaald dat het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt voor een veehouderij die in de vigerende Omgevingsverordening niet is gelegen binnen de locaties Stedelijk gebied en Beperkingen veehouderij. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als met een kaartaanpassing van de Omgevingsverordening de begrenzing van de locaties Stedelijk gebied of Beperkingen veehouderij wordt aangepast.</Al>
			  <Al>Het eerste lid onder a blijft buiten toepassing voor zover een bouwwerk wordt opgericht om te voldoen aan een wettelijke verplichting om maatregelen te treffen die emissies beperken en is aangetoond dat het treffen van die voorziening feitelijk niet mogelijk is door het saneren van een aanwezig bouwwerk of door de voorziening inpandig te realiseren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_1ecce09c443b4eb9b7f325dd7155953f__artrecital__div_3__content_3.2" eId="artrecital__div_3__content_3.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod geitenhouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om vanuit voorzorg de ontwikkeling van  geitenhouderijen tegen te gaan.</Al>
			  <Al>Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies,  RIVM 2017-0062) blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor  mensen die in een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. Het is  onbekend waardoor dit verhoogde risico ontstaat zodat vervolgonderzoek nodig is  naar de oorzaak van dit risico. De resultaten van dat onderzoek komen pas op  termijn beschikbaar.</Al>
			  <Al>Het Kabinet geeft in zijn reactie op dit rapport (Kamerbrief van 16 juni  2017, DGAN-DAD / 17078454) aan deze verhoogde ziektedruk zorgelijk te vinden en  dat het daarom in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het  nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en bij de  besluitvorming over vergunningen rekening houdt met deze zorgelijke signalen. De  Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij brief van 4 juli 2017, kenmerk  IenM/BSK-2017/168269, aangegeven dat provincies en gemeenten op grond van het  hen ter beschikking staande instrumentarium een moratorium kunnen instellen.</Al>
			  <Al>Mede op verzoek van gemeenten en vanwege de noodzaak voor een uniforme aanpak  van geitenhouderijen binnen de provincie is daarom een regeling in de  verordening opgenomen om de ontwikkeling van geitenhouderijen en met name een  uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf tijdelijk tegen te gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_e4723ca21fb44ddb83d1edf14ba3aed0__artrecital__div_3__content_3.3" eId="artrecital__div_3__content_3.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgvuldige veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vanuit het streven naar een sterke en maatschappelijk gewaardeerde  veehouderij bevat dit artikel voorwaarden voor de ontwikkeling van een  veehouderij.</Al>
			  <Al>De voorbeschermingsregels richten zich op het stellen van voorwaarden aan de  toename van de oppervlakte van dierenverblijf binnen het bouwperceel of het in  gebruik nemen van gebouwen die eerder niet als dierenverblijf in gebruik waren.  Kernbegrip is het begrip dierenverblijf. Dit begrip is gedefinieerd in de  begripsbepalingen. Het gaat om een <i>gebouw </i>waarvoor een  publiekrechtelijke toestemming is verleend voor het houden van dieren.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Zorgvuldige veehouderij</i>
                                    </Al>
			  <Al>Ontwikkeling op het bouwperceel is mogelijk als er op bedrijfsniveau sprake  is van (een ontwikkeling naar) een zorgvuldige veehouderij. Dit doet een  ondernemer door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die deze  ontwikkeling ondersteunen. Die maatregelen zijn uitgewerkt in de Brabantse  zorgvuldigheidsscore veehouderij (BZV). De BZV stuurt, stimuleert en  objectiveert de ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij. Het idee daarbij is  dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen die de  inpasbaarheid van het bedrijf in de omgeving verbeteren. De ondernemer heeft  daarbij keuzevrijheid in welke maatregelen het beste passen bij zijn  bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Door de eisen periodiek aan te  passen aan de meest moderne inzichten en mogelijkheden, wordt de transitie  ondersteund. De BZV is door Gedeputeerde Staten als beleidsregel  vastgesteld.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Gebiedsnormen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vanuit de draagkracht van het gebied zijn normen voor geur op gebiedsniveau  opgenomen. Deze normen geven invulling aan de grenzen die vanuit gebiedsniveau  aan individuele ontwikkelruimte gesteld worden.</Al>
			  <Al>De geurnormen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat er op gebiedsniveau,  geen nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan een  afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. Door voor het aspect  geurhinder onder voorwaarde van een proportionele bijdrage aan de afname van  geurhinder ontwikkelingen toe te staan neemt de overbelasting af. Maatregelen op  het gebied van geurhinder hebben over het algemeen ook een verlagend effect op  emissie van fijnstof.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen van een proportionele bijdrage aan de afname van de  achtergrondbelasting, in de situaties waarin deze reeds hoger is dan de daarvoor  gegeven normen, is de ‘Nadere informatie over de proportionele bijdrage van een  veehouderij aan de afname van een overbelasting’ vastgesteld. Veehouderijen die,  bijvoorbeeld door de afstand tot een geurgevoelig object, beperkt bijdragen aan  een cumulatieve overbelasting (achtergrond) op dat object worden hierdoor niet  beperkt. Gemeenten kunnen hiervoor een zogenaamde afkapwaarde gebruiken. Als er voor een diercategorie in de Omgevingsregeling en volgens de laatste  milieutechnische inzichten geen geschikte geuremissiefactor beschikbaar is,  wordt die diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing  gelaten.</Al>
			  <Al>De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de  toetswaarde voor geur, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur  op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en  jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de  gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische  uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten  binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt. Wij wijzen er daarbij op dat  de rechter binnen het ruimtelijk spoor een ruimere interpretatie geeft aan het  begrip geurgevoelig object uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het is nog niet  bekend hoe de rechter hiermee omgaat onder de Omgevingswet. Het is zinvol om die  uitleg bij de planvorming te betrekken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Wat is een substantiële bijdrage en wat is een proportionele  afname?</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de praktijk zijn er bij een aanvraag vaak maar enkele veehouderijen die  een substantiële bijdrage leveren aan een cumulatieve overbelasting  (achtergrondbelasting) op een geurgevoelig object. Dit zijn bijvoorbeeld de  veehouderijen die samen ca. 80% of meer van deze geurbelasting veroorzaken. De  bedrijven worden geselecteerd op afnemende bijdrage aan de overbelasting. De  gemeente beoordeeld of de selectie correct is.</Al>
			  <Al>Als de veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd een substantiële  bijdrage levert aan de overbelasting, wordt van dit bedrijf gevraagd om minimaal  de eigen bijdrage aan de overbelasting te compenseren. Bij de bepaling van deze  eigen bijdrage aan de afname van de overbelasting wordt, voor zover aanwezig,  rekening gehouden met de bijdrage van de andere substantieel bijdragende  veehouderijen (proportioneel). De gevraagde afname is proportioneel in relatie  tot de bijdrage van de andere substantieel bijdragende bedrijven.</Al>
			  <Al>
                                       <i>één keer bijdragen aan de afname</i>
                                    </Al>
			  <Al>De referentie voor de beoordeling is de vergunde situatie (bouwvergunning) op  21 september 2013. Dit is de datum van inwerkingtreding van het  voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij. Wanneer alle substantieel  bijdragende bedrijven zich, sinds de referentiedatum, een nieuwe vergunning  hebben gekregen, wordt de provinciale geurnorm niet meer overschreden. Bij de  gemeenten kan de informatie over veehouderijen ten tijde van de  referentiesituatie worden opgevraagd. Het door de gemeenten bijgehouden  Kernregistratie dierenverblijven is daarbij een hulpmiddel. Met behulp van de  referentiesituatie wordt de benodigde bijdrage aan de afname van de  geurbelasting van elke veehouderij bepaald. Op deze manier, uitgaand van de  vergunning situatie ten tijde van de referentiedatum, hoeft een veehouderij maar  één keer zijn bijdrage aan de afname van de overbelasting te leveren. Als een verhoogde achtergrondbelasting niet binnen afzienbare tijd wordt  opgelost, is het wenselijk om dit knelpunt actief op te lossen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Mogelijke werkwijzen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Hieronder zijn mogelijke werkwijzen (Optie A en B) beschreven om te  onderzoeken of wordt voldaan aan de regeling. Er zijn ook andere werkwijzen zijn  denkbaar en toelaatbaar. Gemeenten zijn bevoegd gezag en bepalen zelf welke  benadering zij kiezen.</Al>
			  <Al>Optie A: Gemeentebrede- of gebiedsgerichte benadering</Al>
			  <Al>Gemeenten voldoen aan de vereisten van de regeling als aangetoond wordt dat  de eigen geurnormen voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van de provinciale  gebiedsnorm optreden én dat alle bestaande overschrijdingen worden weggenomen.  Een nadere toetsing op geur is dan overbodig. </Al>
			  <Al>Optie B: Individuele benadering</Al>
			  <Al>Bij de individuele benadering wordt door de aanvrager in eerste instantie  onderzocht of en waar sprake is van overschrijding(en) van de provinciale  gebiedsnormen (binnen en buiten de bebouwingscontour geur, zoals vastgelegd in  het Omgevingsplan). Vervolgens wordt nagegaan of de bijdrage van de veehouderij  substantieel is op deze overschrijding(en). Als de bijdrage van de veehouderij  substantieel is dan wordt tot slot onderzocht welke verlaging nodig is om de  bijdrage van de veehouderij aan de overschrijding(en) proportioneel te laten  afnemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Meerlaags bouwen</i>
                                    </Al>
			  <Al>Er zijn regels opgenomen gericht op het tegen gaan van etage stallen en  meerlaags bouwen. Deze bepaling vindt haar grondslag in het megastallen debat  uit 2010. Dit artikel bevat een <i>gebruiksbepaling </i>dat dieren alleen op  de grond gehouden mogen worden. Dit betekent dat het niet is toegestaan een  verdieping van een gebouw te gebruiken voor het houden van dieren of door hokken  bovenop elkaar te stapelen. Doordat het houden van dieren is gekoppeld aan 'het  houden op de grond', geldt dat er niet meer dieren gehouden mogen worden dan de  vigerende regelgeving, waaronder het Besluit houders van dieren, toelaat  gebaseerd op de grondoppervlakte waar de dieren worden gehouden.</Al>
			  <Al>Het is niet de bedoeling dat deze gebruiksbepaling het oprichten van  voorzieningen ten behoeve van dierenwelzijn beperkt. Daarom is expliciet  opgenomen dat dergelijke voorzieningen uiteraard opgericht kunnen worden. Het is  niet mogelijk om deze voorzieningen vervolgens in te brengen om meer dieren te  gaan houden omdat dat strijdig is met de gebruiksbepaling. Met andere woorden:  het is mogelijk om dieren meer ruimte te bieden dan in de wet- en regelgeving is  voorgeschreven door het aanbrengen van voorzieningen -zoals een plateau- maar  het is niet mogelijk deze voorzieningen vervolgens mee te tellen als oppervlakte  om meer dieren te houden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_ba230e5e221e46049c69a5d654ff575a__artrecital__div_3__content_3.4" eId="artrecital__div_3__content_3.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het verleden is subsidie verleend voor de sanering van diverse agrarische  bedrijven. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde  opgenomen dat op de locatie een passende functie wordt gelegd die voorkomt dat  de gesaneerde functie terugkomt. Dit is in overeenkomsten vastgelegd maar nog  niet altijd ook planologisch geborgd. Insteek van deze regels is om te voorkomen  dat op die locaties eenzelfde functie of activiteit terugkeert. Regelingen  waarbij dit speelt zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_b944383d6c1f49db98203c16e12502bb__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_773b05f0ffb948fda1992593b0258a22__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_ad3ad68bde024f788b9f078d372719b7__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling Beëindiging Intensieve Veehouderijen (BIV) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_c3b45c94ee5644c488e59d812a14e795__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_3" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden (GTB)  </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_e787fa2e07b24f02aa94a2b31c6a88f0__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_eb1aa962908442949130368b4883bbaf__artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_o_4" eId="artrecital__div_3__content_3.4__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN)</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De locaties waar deze regelingen zijn toegepast, zijn met behulp van de  basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) op kaart gezet. In die gevallen  waarbij het adres inmiddels niet meer bestaat, is de locatie zo nauwkeurig  mogelijk bepaald. De locaties is als stip, met een doorsnede van 50 meter op de  kaart gezet.</Al>
			  <Al>Op sommige van deze locaties is na de sanering een andere veehouderijtak  achtergebleven of is omgeschakeld naar een melkrundveehouderij. Voor deze  bestaande veehouderijen, die op 01-01-2024 beschikken over een  omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of die conform de  verrichte melding in bedrijf zijn, is in het tweede lid een uitzondering  opgenomen op verbod een gebruiks- of bouwactiviteit te verrichten voor een  veehouderij. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="pv30_ae1822bdc7584b29a9af00e70b9ac04b__artrecital__div_3__content_3.5" eId="artrecital__div_3__content_3.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Mestbewerking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat mestbewerking een industriële  activiteit betreft die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor  geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden is de ontwikkeling van  deze niet-agrarische functie mogelijk op een bestaand bouwperceel in Landelijk  gebied. Dat kan als nevenfunctie op het bouwperceel van een agrarisch (technisch  hulp)bedrijf maar ook als zelfstandige functie op een andere daarvoor geschikte  locatie. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn daarvoor voorwaarden  opgenomen in de daarvoor vastgestelde instructieregels. De  voorbeschermingsregels zijn niet gericht op het mogelijk maken van dat soort  initiatieven. De voorbeschermingsregels zijn vastgesteld om te voorkomen dat er  in het landelijk gebied initiatieven voor mestbewerking ontstaan, die niet  passen binnen het provinciale beleid. Omdat het beleid de vestiging van  mestbewerking op bedrijventerreinen wil ondersteunen, richten de  voorbeschermingsregels voor mestbewerking zich alleen op initiatieven in het  Landelijk gebied voor de bewerking van mest die niet ter plaatse is  geproduceerd. Mestopslag valt niet onder de werking van dit artikel.</Al>
			  <Al>Er geldt een verbod op een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor  mestbewerking, mestbehandeling en mestvergisting op een perceel in het  buitengebied. Een toename van de gebruiksoppervlakte is mogelijk door het  oprichten van bebouwing, het in gebruik nemen van bestaande bebouwing of het in  gebruik nemen van onbebouwde grond voor mestbewerkingsactiviteiten of  mestbehandeling en -vergisting. Het gaat daarbij zowel over gebouwen als  bouwwerken. </Al>
			  <Al>De <i>gebruiksoppervlakte</i> is: <br/>bruikbare oppervlakte, geschikt voor  het beoogde gebruik als bedoeld in NEN 2580 </Al>
			  <Al>Er is specifiek voor ‘gebruiksoppervlakte’ gekozen zodat ook een eventuele  ontwikkeling van mestbewerking in kelders, op etages of onbebouwde grond hiermee  gereguleerd wordt. </Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de regels is in het tweede lid aangegeven wat in dit  artikel wordt verstaan onder bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking,  mestbehandeling en mestvergisting. De peildatum is bepaald op 13 juni 2017. Op  deze datum is de regeling door gedeputeerde staten vastgesteld en aan  provinciale staten aangeboden voor vaststelling en dus openbaar gemaakt.  <br/>Onder bestaande gebruiksoppervlakte wordt ook begrepen een gedeelte van een  bouwwerk dat op 13 juni 2017 legaal in gebruik was voor mestbewerking. Soms  vindt mestbewerking plaats in een gedeelte van een grotere loods.</Al>
			  <Al>In de nationale regelgeving wordt ook gesproken over mest<i>ver</i>werking.  Mestverwerking betreft het afzetten van mest buiten de daarvoor beschikbare  landbouwgrond. Hierbij is de term mestverwerking gericht op een beleidsmatige  doelstelling en niet op de activiteit zelf. Om aan het doel voor mestverwerken  te voldoen, is het nodig dat de mest wordt bewerkt. </Al>
			  <Al>Dit artikel gaat altijd over mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde  mest (ook wel mest van derden of elders geproduceerde mest genoemd). Bewerking  of behandeling van de ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde  mest (ook wel eigen mest genoemd) maakt deel uit van de agrarische  bedrijfsvoering en is mogelijk binnen het voor de veehouderij toegestane  bouwperceel. Dit sluit aan op het beleidsuitgangspunt dat het wenselijk is dat  mest zo spoedig als mogelijk een bewerking ondergaat zodat het in een stabiele  vorm kan worden opgeslagen of aangewend, zodat de emissies en  (gezondheids)risico's minder worden en het stalklimaat verbetert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_e25f8320c96d45d481719e70110a47a7__artrecital__div_4" eId="artrecital__div_4">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>4</Nummer>
			<Opschrift>Landbouw Stalderen veehouderij</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_4b85b51b189e44dda6eebb1195198772__artrecital__div_4__content_4.1" eId="artrecital__div_4__content_4.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Stalderen veehouderij</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Binnen Stalderingsgebied gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van  hokdierhouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale  concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de  oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er  elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Er zijn twee  belangrijke overwegingen om tot staldering over te gaan. Dit zijn:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_9e4bf69ed6e34d979033a9566af8bf73__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1">
			    <Li wId="pv30_f66cca0ddeb3491685b22fd6d82b1a8d__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van verdere regionale concentratie</i>: De veehouderij, het  sterkst de varkenshouderij, heeft zich de afgelopen jaren geconcentreerd in  delen van Oost- en Midden-Brabant. Hierdoor is, ondanks de afgenomen emissies en  overlast per dier, de druk op mens en natuur in deze delen van Brabant  onvoldoende afgenomen. Om een verdere concentratie van de veehouderij tegen te  gaan, is het nodig om op regionale schaal de omvang van de veestapel te  begrenzen, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar  zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Het is in het belang van de  veehouderij en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van  de veehouderij snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke  waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling  van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer  dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_1a1c654246714856be3d7ca09d48a95e__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>Tegengaan van leegstand</i>: Uit het onderzoek 'Leegstand agrarisch  vastgoed Noord-Brabant' (Alterra, maart 2016) blijkt dat de problematiek van  leegstand zich de komende jaren vooral manifesteert in het oosten en zuiden van  Brabant waar veel veehouderijen aanwezig zijn. Kansen en mogelijkheden voor  hergebruik zijn daarbij beperkt. Het voorkomen en opheffen van leegstand is  daarom belangrijk. Zowel uit oogpunt van landschappelijke kwaliteit als vanuit  veiligheid (criminaliteit). Net als in andere economische sectoren is de sector  daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Gelet op de omvang van de  opgave, vinden wij het echter gewenst om het tegengaan van leegstand te  ondersteunen. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik is het niet wenselijk om de bouw  van nieuw agrarisch vastgoed onverminderd door te laten gaan. Aan de andere kant  is agrarisch hergebruik van de vrijkomende opstallen vaak niet wenselijk omdat  het oudere stalsystemen betreft of omdat de opstallen op minder gunstige  locaties liggen. Daarom omhelst het voorstel dat niet meer functioneel vastgoed  wordt gesaneerd. Met stalderen leggen wij in eerste instantie een koppeling  tussen het oprichten van dierverblijven op de ene plek en de sloop op een andere  plek. Dit vermindert toekomstige leegstand omdat het daarbij om dierverblijven  gaat die nu nog in gebruik zijn.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De urgentie ligt vooral in Oost en Midden-Brabant. Staldering beperkt zich  dan ook tot deze delen van de provincie, de gemeenten die onderdeel uitmaken van  het Concentratiegebied Zuid uit de meststoffenwet, aangepast aan de actuele  gemeentelijke grenzen. Om de werking van de eerder in de verordening opgenomen rechtstreeks werkende  regels voort te zetten, zijn voorbeschermingsregels vastgesteld die in het  tijdelijke regelingendeel van het gemeentelijke omgevingsplan zijn geplaatst.  Als een omgevingsplan is vastgesteld conform de opgenomen instructieregels,  wordt het genomen voorbereidingsbesluit ingetrokken waardoor de  voorbeschermingsregels vervallen.</Al>
			  <Al>Er worden op regionale schaal zes Stalderingsgebieden onderscheiden. Hierbij  is bewust gekozen voor sturing op regionale schaal. Sturing op gemeentelijke  schaal betekent feitelijk dat er voor ondernemers weinig of soms zelfs geen  ontwikkelingsruimte meer aanwezig is. Dat is niet wenselijk.  Ontwikkelingsmogelijkheden op individuele bedrijven zijn nodig om de transitie  naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen. Dit neemt niet weg dat op lokale  schaal gebieden aangewezen kunnen worden waar een gemeente geen  ontwikkelingsmogelijkheden wil bieden.</Al>
			  <Al>De zes stalderingsgebieden zijn te vinden in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van 1 januari 2024. Ook in de volgende afbeelding zijn de stalderingsgebieden te zien.</Al>
			  <Figuur wId="pv30_3b093d554ac54389823f0a25baaaa9a9__artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__img_o_1">
			    <Titel>Stalderingsgebieden</Titel>
			    <Illustratie naam="prb-2026-8332-42.JPG" breedte="1039" hoogte="585" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="96"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <b>Dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Stalderen is vereist bij een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor  hokdieren op een bouwperceel. Er moet dan elders een oppervlakte dierenverblijf  gesaneerd worden. Deze sanering is mogelijk doordat er elders een dierenverblijf  wordt gesloopt of doordat het gebruik als dierenverblijf planologisch wordt  verboden door herbestemming. Er gelden verschillende normen voor sloop en  hergebruik. Bij sloop geldt dat er tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht  of in gebruik wordt genomen, moet zijn gesloopt. Bij herbestemming moet er ten minste 200% van de oppervlakte die wordt  opgericht of in gebruik wordt genomen, planologisch zijn herbestemd. Voor  herbestemming is een hoger percentage vastgesteld omdat er geen kosten voor  sloop gemaakt worden en de herbestemming een bepaalde waarde  vertegenwoordigd. Er is gekozen voor een differentiatie in de inbreng van stalderingsmeters bij  stalderen omdat bij hergebruik de ondernemer geen sloopkosten hoeft te  maken.</Al>
			  <Al>Onder sloop wordt verstaan het afbreken van de agrarische bedrijfsgebouwen,  het afvoeren van puin en afval, het inventariseren en selectief verwijderen van  asbesthoudende materialen, het verwijderen van putten en fundering en  egalisering van het perceel. De sloop mag uitsluitend worden uitgevoerd als aan  de daarvoor geldende regels is voldaan (veelal melding waaraan eventueel  voorwaarden zijn verbonden).</Al>
			  <Al>De definitie van dierenverblijf is opgenomen in de begripsbepalingen.  Essentie is dat er alleen sprake is van een dierenverblijf als het een  <i>gebouw </i>is waarvoor een publiekrechtelijke toestemming is verleend voor  het houden van dieren. Vanuit het streven naar een zo eenvoudig mogelijke en  eenduidige regeling, is het niet gewenst om onderscheid te maken binnen een  gebouw tussen delen waar wel en waar geen dieren worden gehouden. Daarom is in  het tweede lid opgenomen dat het gaat om de oppervlakte van het gehele gebouw  waarbinnen dieren gehouden mogen worden, dus inclusief de inpandige  voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, opslagruimte, luchtwassers en  dergelijke.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Hokdieren</b>
                                    </Al>
			  <Al>De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen.  Dat is: <i>een veehouderij met uitzondering van een melkrundveehouderij en  schapenhouderij.</i></Al>
			  <Al>Onder <i>melkrundveehouderij </i>verstaan wij de volgende diercategorieën  uit de Omgevingsregeling, met tussen haakjes de bijbehorende code:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_21ba1b70d11e444093d7808e5e3c0b63__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2">
			    <Li wId="pv30_874b1534f517402eb7cfcadb41d11cb3__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (HA1) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_54666b9a711845bcb57b35c4213dfb37__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (HA2) </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_13097b8361c643c6855aa35aa17ccfce__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_2__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor  natuurbeheer</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Melkveehouderijen zijn vooralsnog uitgezonderd omdat er momenteel landelijk  een aantal maatregelen worden getroffen (Wet grondgebonden groei  melkveehouderij, fosfaatrechten) die de intensiteit en omvang van deze sector  sturen. Wij monitoren de ontwikkelingen in deze sector. Als blijkt dat de  concentratie in deze gebieden ondanks de nationale maatregelen blijft toenemen,  dan kan ook voor deze sector staldering worden ingesteld.</Al>
			  <Al>In de praktijk komt het steeds vaker voor dat er gespecialiseerde bedrijven  ontstaan voor de <i>opfok van jongvee</i>. Voor jongvee ten behoeve van de  melkrundveehouderij geldt dat ook zij gereguleerd worden door fosfaatrechten en  het Stelsel verantwoorde groei melkveehouderij. Dat betekent dat er in geval van  gespecialiseerde opfok van jongvee voor de melkrundveehouderij geen toepassing  gegeven hoeft te worden aan staldering. Of daarvan sprake is blijkt uit de  melding of omgevingsvergunning die de ondernemer nodig heeft. De ondernemer moet  <i>blijvend beschikken </i>over fosfaatrechten voor het houden van jongvee  (het betreft categorieën 100, 101 en 102 in de meststoffenwet zonder  vrijstelling als vleesveehouder). In het niet ondenkbare geval dat een  ondernemer na verloop van tijd ook andere dieren wil gaan houden dan alleen  jongvee voor de melkveehouderij en als dat omschakeling betekent naar een  hokdierbedrijf, geldt de stalderingseis echter onverkort. Als een ondernemer  andere dieren wil houden moet hij daarvan melding doen of aanvraag  omgevingsvergunning. Op het moment dat een bedrijf melding doet of een  vergunning aanvraagt voor een andere diercategorie (die wel onder hokdieren valt  zoals zoogkoeien of mestkalveren), dan is er bezien vanuit de verordening sprake  van een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren door  gebruiksverandering van een bestaande opstal en zijn de rechtstreeks werkende  regels uit de verordening van toepassing.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Bestaand dierenverblijf</b>
                                    </Al>
			  <Al>Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten  of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, bewijs moet  overleggen dat er elders bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of  herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte  dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal  wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw.</Al>
			  <Al>Bij herbestemming geldt dat feitelijk en juridisch geborgd moet zijn dat er  geen dieren meer gehouden kunnen worden in het gebouw. Dit betekent derhalve dat  er geen veehouderij functie of activiteit meer is toegelaten op de locatie en in  de gebouwen. Dit vergt dat de wijziging van het omgevingsplan doorlopen moet  zijn waarin dit geborgd is. Het is niet voldoende dat een procedure tot  herziening is gestart of dat is toegezegd dat de procedure doorlopen wordt. In geval van sloop geldt dat het dierenverblijf daadwerkelijk gesloopt moet  zijn. Het is niet voldoende als er een verklaring wordt afgegeven dat op termijn  gesloopt wordt.</Al>
			  <Al>Voor staldering kunnen alleen bestaande dierenverblijven worden ingezet. Als  ook al reeds langer leegstaande stallen ingezet kunnen worden, blijft immers  groei van de veestapel binnen een gebied mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben in  een beleidsregel uitgewerkt wat onder bestaand dierenverblijf valt. Die  beleidsregel hanteren zij bij de uitgifte van het bewijs dat aan de  stalderingsvoorwaarden is voldaan. Het moet gaan om dierenverblijven die ten  minste drie jaar legaal en onafgebroken bedrijfsmatig zijn gebruikt voor het  houden van hokdieren in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de uitgifte  van het stalderingsbewijs door Gedeputeerde Staten. Dit betekent niet dat er  gedurende de drie jaar onafgebroken dieren zijn gehouden. Binnen normale  bedrijfscycli komt het voor dat er perioden zijn dat er geen dieren op een  bedrijf aanwezig zijn of dat er vanwege renovatie tijdelijk een periode geen  dieren aanwezig waren. Voor het te stalderen dierenverblijf mag voorts geen  sloopverplichting bestaan vanuit een subsidieregeling, waaraan het bedrijf heeft  meegedaan.</Al>
			  <Al>
                                       <b>Uitvoering stalderen</b>
                                    </Al>
			  <Al>De uitvoering van staldering wordt ondersteund met:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="pv30_815e54426b1444efb3ed6eca4a6f178d__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3">
			    <Li wId="pv30_0fdcaaa0e2b2412b9d98c0075f435a22__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_1">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een stalderingsloket</i>: Dit loket geeft namens Gedeputeerde Staten  het stalderingsbewijs uit. Voor de uitvoering van de regeling hebben  Gedeputeerde Staten een beleidsregel vastgesteld. Het loket controleert en ziet  toe op een correcte uitvoering van staldering. Op deze manier wordt de  uitvoering voor de gemeenten aanzienlijk vereenvoudigd. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_4f77c5a50089438eb733ea0327ac3519__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_2">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een registratiesysteem</i>: Staldering vergt een goede administratie.  Een dierenverblijf kan uiteraard maar 1 keer ingezet worden. Het  stalderingsloket verzorgt deze registratie. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_b9d46ff3027a4bc7b3a75355bdb5acc1__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_3">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een investeringsfonds en ondersteuningsnetwerk transitie  veehouderij</i>: de provincie wil de transitie in de veehouderij via een breed,  samenhangend pakket versnellen. Het stellen van regels voor staldering maakt  daar deel vanuit. Het is daarbij gewenst de extra lasten die deze aanpassingen  met zich meebrengen voor de veehouderijsector behapbaar te houden, zodat  daadwerkelijk de dynamiek ontstaat die nodig is om tot de gewenste transitie te  komen. Om die reden is een investeringsfonds ingesteld, dat samen met partijen  uit de veehouderijsector via financiële arrangementen, veehouders ondersteunt.  In samenhang daarmee is een ondersteuningsnetwerk ingericht dat stoppende  veehouders -samen met andere partijen uit de sector en gemeenten- helpt bij  onder andere sloop, asbestsanering, herbestemming van de locatie en het vinden  van nieuwe economische functies. </Al>
			    </Li>
			    <Li wId="pv30_5eefdfca699441e1b6fb6a17380a2507__artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4" eId="artrecital__div_4__content_4.1__list_o_3__item_o_4">
			      <LiNummer>●</LiNummer>
			      <Al>
                                             <i>een beleidsregel </i>waarin Gedeputeerde Staten de werkwijze voor de  afgifte van een stalderingsbewijs hebben vastgelegd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="pv30_bd9afa69424d428b93cd86f8ea678aa8__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5">
		      <Kop>
			<Label>Hoofdstuk</Label>
			<Nummer>5</Nummer>
			<Opschrift>Grootschalige logistiek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="pv30_95bfd9a17426432fa2bb65dc295c6d2e__artrecital__div_5__content_5.1" eId="artrecital__div_5__content_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod ontwikkeling grootschalige logistiek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In regionaal verband zijn afspraken gemaakt voor een selectief  clusteringsbeleid voor grootschalige logistiek. Gekoppeld aan dat beleid worden  de mogelijkheden voor de ontwikkeling van grootschalige logistiek binnen <IntIoRef wId="pv30_50aa02d4045b49ca88a61cd79342fbb4__artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" eId="artrecital__div_5__content_5.1__ref_o_1" ref="pv30_fc4739eae9fa4f56b3460426d462ad67__ref_1">Beperking grootschalige logistiek</IntIoRef> beperkt. Door ontwikkelingen waarbij de  gebruiksoppervlakte van grootschalige logistiek toeneemt alleen mogelijk te  maken met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, is er voor  burgemeester en wethouders een mogelijkheid om af te wegen of een ontwikkeling,  gelet op de impact op de omgeving, wenselijk is. Daarom is in het eerste lid een  verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige  logistiek. Gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de  gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.</Al>
			  <Al>Het derde lid bevat de bevoegdheid voor het college van B&amp;W om onder  voorwaarden een uitzondering te maken op het verbod uit het eerste lid. Hierbij  speelt altijd eerst de afweging of intensivering van het in gebruik zijnde  perceel kan voorzien in de behoefte. Als dat niet mogelijk blijkt, biedt de  regeling afwegingsruimte aan gemeenten om in een concreet geval een redelijke  uitbreiding mogelijk te maken. Wat redelijk is, verschilt per situatie en is  afhankelijk van verschillende factoren, zoals voorgeschiedenis, het effect op  omliggende functies en waarden waaronder landschap en mobiliteit, regionale  meerwaarde, behoefte, noodzaak voor de bedrijfsvoering etc. Gelet op het  gezamenlijk met gemeenten en regio's ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid  wordt de ontwikkeling in regionaal overleg afgestemd of past die binnen reeds  gemaakte regionale afspraken. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingTijdelijkdeel>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
      </BesluitCompact>
    </Provinciaalblad>
  </OfficielePublicatie>
</OfficielePublicatie>
