<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-3"><metadata><meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-6773/metadata.xml" scheme="" /></metadata><kop><titel>PROVINCIAAL BLAD</titel><subtitel>Officiële uitgave van de provincie Zuid-Holland</subtitel></kop><provinciaalblad><kop><titel>Openstellingsbesluit subsidie soortenmanagementplannen Zuid-Holland 2026</titel></kop><regeling><aanhef><preambule><al>Gedeputeerde staten van Zuid-Holland; </al><al /><al>Gelet op:</al><lijst><li><li.nr>–</li.nr><al>de Regeling specifieke uitkering versnelling natuurinclusief isoleren;</al></li><li><li.nr>–</li.nr><al>artikel 1.3, vierde lid, van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland;</al></li><li><li.nr>–</li.nr><al>de artikelen 3.1 en 3.2, eerste lid, van de Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016;</al></li></lijst><al>Overwegende dat het wenselijk is om projectsubsidies te kunnen verstrekken om het instrument soortenmanagementplan te stimuleren, om bij te dragen aan het versterken van de staat van instandhouding van beschermde diersoorten in het plangebied en het versnellen van de energiebesparende isolatie van gebouwen in het plangebied;</al><al /><al>Besluiten vast te stellen het volgende besluit:</al><al /><al><nadruk type="vet">Openstellingsbesluit subsidie soortenmanagementplannen Zuid-Holland 2026</nadruk></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen </titel></kop><al>In dit openstellingsbesluit wordt verstaan onder:</al><lijst><li><li.nr>–</li.nr><al><nadruk type="cur">Asv:</nadruk> Algemene subsidieverordening Zuid-Holland;</al></li><li><li.nr>–</li.nr><al><nadruk type="cur">gebiedsgerichte omgevingsvergunning:</nadruk> omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteiten, bedoeld in de artikelen 11.37, eerste lid, 11.39, eerste lid, 11.46, eerste lid, 11.47, eerste lid, en 11.54, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, binnen een plangebied, waarbij maatregelen worden genomen die het functioneel leefgebied van de beschermde soorten, ongeacht de aard van de negatieve effecten van de toegestane activiteiten, versterken;</al></li><li><li.nr>–</li.nr><al><nadruk type="cur">plangebied:</nadruk> specifiek gebied waarop het soortenmanagementplan betrekking heeft;</al></li><li><li.nr>–</li.nr><al><nadruk type="cur">soortenmanagementplan:</nadruk> beleidsplan gericht op het versterken van de staat van instandhouding van beschermde diersoorten binnen een gemeente, berustend op ecologisch onderzoek, dat wordt opgesteld met als doel het dienen als onderbouwing voor het aanvragen van een gebiedsgerichte omgevingsvergunning ten aanzien van het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g van de Omgevingswet, ter versnelling van de energiebesparende isolatie van de thermische schil van gebouwen in de gebouwde omgeving.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidie kan worden verstrekt voor het voorbereiden, opstellen, implementeren of monitoren van een soortenmanagementplan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Subsidie als bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt in de vorm van een projectsubsidie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De activiteit draagt bij aan het versterken van de staat van instandhouding van beschermde diersoorten in het plangebied en leidt tot het versnellen van de energiebesparende isolatie van gebouwen in het plangebied.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Doelgroep</titel></kop><al>Subsidie op grond van dit openstellingsbesluit kan uitsluitend worden aangevraagd door gemeenten in de provincie Zuid-Holland genoemd in Bijlage II behorende bij de Regeling specifieke uitkering versnelling natuurinclusief isoleren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Subsidievereisten</titel></kop><al>Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, in aanmerking te komen voldoen de maatregelen in het soortenmanagementplan van het plangebied aan de volgende vereisten:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de maatregelen zijn gericht op het versterken van de staat van instandhouding van beschermde diersoorten die voorkomen in het plangebied;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de maatregelen leiden tot versnelling van de energiebesparende isolatie van de gebouwen in het plangebied.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In aanvulling op artikel 2.6 van de Asv wordt de subsidie geweigerd als aan de aanvrager voor de te subsidiëren activiteit, bedoeld in artikel 2, eerste lid, reeds subsidie is verstrekt op grond van het Openstellingsbesluit subsidie soortenmanagementplannen Zuid-Holland 2024 of het Openstellingsbesluit subsidie soortenmanagementplannen Zuid-Holland 2025 en het bedrag dat op grond van Bijlage II behorende bij de Regeling specifieke uitkering versnelling natuurinclusief isoleren voor die gemeente beschikbaar is, wordt overschreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 2.6, eerste lid, onder a van de Asv, wordt een subsidie niet geweigerd indien met de uitvoering van de activiteit, bedoeld in het eerste lid van artikel 2, is gestart na 1 januari 2021.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Aanvraagperiode</titel></kop><al>In afwijking van artikel 2.3, eerste lid, van de Asv, worden subsidieaanvragen ingediend van 1 mei tot en met 30 oktober 2026.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Deelplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde staten stellen het deelplafond voor de periode, genoemd in artikel 6, vast op € 6.897.643,-.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Subsidiehoogte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van de subsidie bedraagt per gemeente het bedrag dat op grond van Bijlage II behorende bij de Regeling specifieke uitkering versnelling natuurinclusief isoleren, voor die gemeente beschikbaar is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid, bedraagt de hoogte van de subsidie voor een gemeente waaraan subsidie is verstrekt op grond van het Openstellingsbesluit subsidie soortenmanagementplannen Zuid-Holland 2024 of het Openstellingsbesluit subsidie soortenmanagementplannen Zuid-Holland 2025, ten hoogste het bedrag dat in Bijlage II behorende bij de Regeling specifieke uitkering versnelling natuurinclusief isoleren voor die gemeente is opgenomen minus het verstrekte bedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Subsidiabele kosten</titel></kop><al>Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de kosten voor de activiteiten die gericht zijn op het voorbereiden, opstellen, implementeren of monitoren van soortenmanagementplannen voor subsidie in aanmerking, waaronder de kosten voor:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>het benodigde ecologisch onderzoek voor het opstellen van het soortenmanagementplan;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>het opstellen van een soortenmanagementplan;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>het opleiden en begeleiden van vrijwilligers ten behoeve van inventarisatie of monitoring van de betrokken beschermde soorten;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>de implementatie en monitoring van het soortenmanagementplan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verplichtingen van de subsidie-ontvanger</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1.4 van de Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016 heeft de subsidie-ontvanger in ieder geval de volgende verplichtingen:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de voor het soortenmanagementplan verzamelde ecologische data worden in de Nationale Databank Flora en Fauna ingevoerd;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de verstrekte subsidie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, is uiterlijk op 31 december 2030 door de betreffende gemeente besteed.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin het besluit wordt geplaatst.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Werkingsduur en overgangsrecht</titel></kop><al>Dit besluit vervalt op 31 december 2027, met dien verstande dat dit besluit van kracht blijft voor subsidies die voor die datum zijn aangevraagd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit subsidie soortenmanagementplannen Zuid-Holland 2026.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><ondertekening><!--al naar functie elementen vertaald (inhoudelijk gedeeltelijk onjuist)--><functie>Den Haag, 14 april 2026</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie /><functie>Gedeputeerde staten van Zuid-Holland</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie /><functie>drs. M.J.A. van Bijnen MBA, secretaris</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie /><functie>M.E. van Leeuwen, plv. voorzitter</functie></ondertekening><ondertekening><functie /></ondertekening><ondertekening><functie /></ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label /><nr /><titel>Toelichting behorende bij het besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 14 april 2026, PZH-2026-889170888, tot vaststelling van het Openstellingsbesluit subsidie soortenmanagementplannen Zuid-Holland 2026 onder de Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016 (Openstellingsbesluit subsidie soortenmanagementplannen Zuid-Holland 2026)</titel></kop><al><nadruk type="vet">I.</nadruk><nadruk type="vet">Algemeen</nadruk></al><al /><al>Binnen de provincie Zuid-Holland ligt er een zeer omvangrijke verduurzamingsopgave, waarvoor het nodig is om de komende jaren op grote schaal bestaande woningen en gebouwen te gaan isoleren. Bij gebiedsontwikkeling, woningbouw, renovatie en verduurzaming krijgen initiatiefnemers vaak te maken met beschermde diersoorten, zoals vleermuizen en inheemse vogels. De beschermde soorten binnen het stedelijk gebied staan onder druk. Als provincie zijn wij verantwoordelijk voor een goede staat van instandhouding van deze soorten. Daarom moet de initiatiefnemer een omgevingsvergunning voor flora en fauna activiteiten aanvragen op het moment dat er bijvoorbeeld bij het isoleren van gebouwen negatieve effecten kunnen ontstaan op de aanwezige beschermde soorten. Dit is verplicht op grond van de Omgevingswet. </al><al /><al>Een alternatieve vorm van omgevingsvergunning voor flora en fauna activiteiten kan verkregen worden met een soortenmanagementplan (SMP). Dit is een vorm van proactieve soortenbescherming waarbij gebiedsgericht wordt gekeken waar soorten voorkomen en hoe hier schade aan de populatie geminimaliseerd kan worden én hoe de (lokale) populatie langdurig kan worden beschermd en kan worden versterkt. Door een uitgebreid, jaarrond ecologisch onderzoek worden alle mogelijke populaties in kaart gebracht en gevolgd. Naar aanleiding hiervan worden er ook maatregelen getroffen, zoals het creëren van alternatieve verblijfplaatsen en kraamverblijven voor vleermuizen of het plaatsen van nestkasten of het creëren van een valse spouwmuur waar (vooral) vleermuizen graag in verblijven. Bij goedkeuring van een SMP kan de omgevingsdienst een gebiedsgerichte omgevingsvergunning verlenen die voor langere tijd geldig is. Met deze gebiedsbrede aanpak heeft een SMP als voordeel dat het een structurele borging en vooruitgang van beschermde dieren oplevert en tegelijkertijd ruimte biedt voor ruimtelijke ontwikkelingen.</al><al /><al>De middelen kunnen ook voor lopende SMP-trajecten worden ingezet. Zo kan het bijvoorbeeld voorkomen dat een SMP al is opgesteld, maar dat er nog compenserende of mitigerende handelingen moeten worden verricht. Bij een nog verder gevorderd SMP-traject zouden de middelen bijvoorbeeld kunnen worden besteed aan monitoring van de stand van de beschermde diersoorten. Kosten die zijn gemaakt voor activiteiten die zijn gestart na 1 januari 2021 komen in aanmerking voor financiering. De middelen dienen uiterlijk 31 december 2030 door de gemeente te zijn besteed. </al><al /><al>Het Openstellingsbesluit subsidie Soortenmanagementplannen 2026 (hierna: openstellingsbesluit) biedt financiële ondersteuning aan Zuid-Hollandse gemeenten die een soortenmanagementplan willen opstellen.</al><al /><al><nadruk type="vet">II.</nadruk><nadruk type="vet">Artikelsgewijs </nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 1 Begripsbepalingen</nadruk></al><al><nadruk type="vet">Onder b Gebiedsgerichte omgevingsvergunning</nadruk></al><al>Bij de inzet van een gebiedsgerichte omgevingsvergunning wordt beoogd om zowel een soort duurzaam te beschermen als ruimte te verschaffen voor ontwikkelingen waarvan op voorhand nog niet precies duidelijk is hoe, waar en wanneer deze zullen worden uitgevoerd. De gebiedsgerichte omgevingsvergunning behelst als het ware overcompensatie: ook al weet de aanvrager vooraf nog niet precies wat hij tijdens het uitvoeren van activiteiten allemaal zal aantreffen, vast staat dat hij vooraf duidelijk heeft kunnen maken dat de situatie van de soorten na het uitvoeren van activiteiten niet gelijk zal blijven, maar beter zal worden. Het is daarbij belangrijk om de meest wezenlijke functionaliteiten van een gebied voor het voortbestaan van de soort in beeld te hebben. Als een soort, afhankelijk van de tijd van het jaar, verschillende gebieden gebruikt dan moeten de verschillende functies afzonderlijk in beeld zijn. Het gaat hierbij dus nadrukkelijk om het behoud van de soort, niet het individu. De inventarisatie die aan het soortenmanagementplan voorafgaat hoeft derhalve niet tot op grote zekerheid ook het laatste individu in beeld te hebben gebracht. Belangrijke verblijfplaatsen moeten wel in beeld zijn.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 9 Subsidiabele kosten</nadruk></al><al>In artikel 7 was in voorgaande regelingen bepaald dat een SMP, om te voldoen aan de voorwaarden van deze specifieke uitkering ten minste het volledig stedelijk gebied van één gemeente moet dekken. Deze eis is komen te vervallen.</al></nota-toelichting></regeling></provinciaalblad></officiele-publicatie>