<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-3"><metadata><meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-6373/metadata.xml" scheme="" /></metadata><kop><titel>PROVINCIAAL BLAD</titel><subtitel>Officiële uitgave van de provincie Zuid-Holland</subtitel></kop><provinciaalblad><kop><titel>Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 31 maart 2026, PZH-2026-888464753 tot het wijzigen van § 2.6 Ecologische verbindingen en NNN- gronden van de Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016 </titel></kop><regeling><aanhef><preambule><al>Gedeputeerde staten van Zuid-Holland;</al><al /><al>Gelet op artikel 1.3, vierde lid, van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland;</al><al /><al>De EU-kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst (PbEU 2012, C8);</al><al /><al>Overwegende dat het wenselijk is om § 2.6 Ecologische verbindingen en NNN- gronden van de Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016 te actualiseren om daarmee de paragraaf beter te laten aansluiten bij de Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Natuur- en Landschap 2013 en het Aangepast Handelingskader voor de realisatie van het Natuurnetwerk Nederland in Zuid-Holland;</al><al /><al><nadruk type="vet">Besluiten:</nadruk></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>I</nr><titel /></kop><al>De Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016 wordt als volgt gewijzigd:</al><al /><al>Paragraaf 2.6 Ecologische verbindingen en NNN-gronden komt te luiden:</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">§ 2.6 Pachtafkoop en grondverwerving NNN</nadruk></nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 2.6.1 begripsbepalingen </nadruk></al><lijst><li><li.nr>-</li.nr><al>beheertype: beheertype zoals opgenomen in het natuurbeheerplan Zuid-Holland; </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>DAEB Kaderregeling: EU-kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst (PbEU 2012, C 8);</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>functieverandering: omzetting van de gebruiksfunctie van grond, niet zijnde natuur, naar natuurterrein en het vestigen van een kwalitatieve verplichting; </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>natuurbeheer: beheer van grond met als doel de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende plant- en diersoorten;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>natuurbeheerplan: plan als bedoeld in artikel 1.3 van de Subsidieregeling Natuur- en Landschapsbeheer Zuid-Holland;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>NNN: Natuurnetwerk Nederland, zijnde een samenhangend netwerk van natuurgebieden van nationaal en internationaal belang als opgenomen en begrensd in de provinciale omgevingsverordening;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>natuurterrein: binnen de provincie gelegen gronden met als hoofdfunctie natuur die in het natuurbeheerplan is aangeduid, alsmede grond waarvoor reeds een subsidie is verleend op grond van deze paragraaf dan wel op grond van artikel 15 van de Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap Zuid-Holland 2013;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>verwerving: verkrijging van het recht van eigendom door middel van koop of ruil;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>waardevermindering: verschil tussen enerzijds de marktwaarde van de grond, bij verwerving en anderzijds de marktwaarde van de grond, na omzetting in natuurterrein, gebaseerd op een onafhankelijke taxatie opgesteld door een onafhankelijke NRVT-erkende taxateur met specifieke deskundigheid op agrarisch gebied.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 2.6.2 Subsidiabele activiteiten</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die gericht zijn op:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>het verwerven van grond;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>het pachtvrij of erfpachtvrij maken van grond;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>functieverandering van grond, niet zijnde grond die wordt gebruikt als bouwland, blijvend grasland of blijvende teelt, naar natuurterrein. </al></li></lijst></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt verstrekt in de vorm van een projectsubsidie.</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>De subsidie als bedoeld in het eerste lid draagt bij aan de realisatie van een samenhangend en verbindend netwerk van duurzaam te behouden natuurgebieden. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 2.6.3 Doelgroep</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Subsidie als bedoeld in artikel 2.6.2 wordt uitsluitend verstrekt aan degene die voldoende aannemelijk maakt dat hij duurzaam natuurbeheer kan en zal verrichten; </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Onverminderd het eerste lid wordt subsidie als bedoeld in artikel 2.6.2, eerste lid, onder c, uitsluitend verstrekt aan natuurlijke personen die geen onderneming drijven. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 2.6.4 Weigeringsgronden</nadruk></al><al>Subsidie wordt geweigerd indien:</al><al /><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>het project betrekking heeft op grond waarvan reeds duurzaam geborgd is dat deze als natuur in stand wordt gehouden;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de pachtovereenkomst tegen het einde van de termijn loopt en door de verpachter zonder vergoedingsplicht kan worden opgezegd op één van de in artikel 7:370 BW, lid 1 sub a tot en met d genoemde gronden;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>het project de uitvoering betreft van wettelijke taken, regelingen of verplichtingen die uit convenanten voortvloeien;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 10.000,- voor de subsidiabele activiteiten als genoemd in 2.6.2. lid 1 onder a en b en minder bedraagt dan € 2.500,- voor de subsidiabele activiteiten als genoemd in 2.6.2. lid 1 onder c;</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>ten aanzien van de subsidieaanvrager een bevel tot terugvordering uitstaat krachtens een eerder bevel van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard;</al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>de subsidieontvanger een ondernemer in moeilijkheden is als bedoeld in punt 20 van de Richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden (Pb EU 2024 C49).</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 2.6.5 Subsidievereisten </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.6.2 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>het project heeft betrekking op grond die is aangegeven op de kaart in bijlage 3.</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>onverminderd artikel 2.2 van de Asv wordt het volgende bij de subsidieaanvraag gevoegd:</al><lijst><li><li.nr>i.</li.nr><al>een inrichtingsschets waaruit tenminste het beoogde beheertype en de oppervlakte van de te realiseren natuur blijkt van de gronden waarvoor subsidie is aangevraagd;</al></li><li><li.nr>ii.</li.nr><al>een realisatieplan dat tenminste het volgende omvat: </al><lijst><li><li.nr>-</li.nr><al>een beschrijving op welke wijze de aanvrager voornemens is het ontstane natuurterrein op deze gronden te ontwikkelen en te beheren; </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>een tijdsplanning waarbinnen met beheer van het beoogde beheertype wordt gestart. </al></li></lijst></li></lijst></li></lijst></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Onverminderd het eerste lid wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.6.2, eerste lid, onder b, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de aanvrager is eigenaar van de grond waarop de pacht of erfpacht is gevestigd;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de pacht of erfpacht was reeds gevestigd op de grond op het moment dat de aanvrager het recht op eigendom van de grond verkreeg, dan wel was gevestigd voor 1990;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>de beëindiging van de pacht of erfpacht is nodig om natuurbeheer mogelijk te maken overeenkomstig het beoogde beheertype.</al></li></lijst></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>In afwijking van artikel 2.3 eerste lid van de Asv wordt een subsidieaanvraag ingediend:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>uiterlijk op de dag voor het passeren van de leveringsakte, voor de projecten als bedoeld in artikel 2.6.2 onder a;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>uiterlijk op de dag voor de beëindiging van de pachtovereenkomst, voor de projecten als bedoeld in artikel 2.6.2 onder b. </al></li></lijst></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 2.6.6 Subsidiabele kosten </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:</al><al /><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>bij verwerving de waardevermindering van de grond, blijkend uit een taxatie door een onafhankelijke NRVT-erkende taxateur;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de kosten voor het vrijmaken van het terrein van pacht of erfpacht, waaronder een reële vergoeding voor de derving van de inkomsten van de pachter, blijkend uit een taxatie door een onafhankelijke NRVT-erkende taxateur;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>bij functieverandering de kosten voor de omzetting van grond in natuurterrein, bestaande uit ten hoogste het verschil in de getaxeerde marktwaarde van de grond en de getaxeerde marktwaarde van de grond na de beoogde functieverandering blijkend uit een taxatie door een onafhankelijke NRVT-erkende taxateur;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>veilingkosten;</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>overdrachtsbelasting voor zover geen kwijtschelding of vermindering wordt verleend;</al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>kosten voor bodemonderzoek;</al></li><li><li.nr>g.</li.nr><al>kadasterkosten;</al></li><li><li.nr>h.</li.nr><al>notariskosten;</al></li><li><li.nr>i.</li.nr><al>bemiddelingskosten;</al></li><li><li.nr>j.</li.nr><al>kosten voor de afkoop van landinrichtingsrente, voor zover niet meegenomen in de waardevermindering als bedoeld onder a;</al></li><li><li.nr>k.</li.nr><al>kosten voor het opstellen van een controleverklaring door een accountant, indien deze noodzakelijk is voor de subsidieverantwoording.</al></li></lijst></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 2.6.7 Subsidiehoogte</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De hoogte van de subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.6.2, eerste lid, onder a, bedraagt 100% van de subsidiabele kosten bedoeld in artikel 2.6.6 onder a en d tot en met k.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De hoogte van de subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.6.2, eerste lid onder b bedraagt 100% van de subsidiabele kosten bedoeld in artikel 2.6.6 onder b en g tot en met k.</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>De hoogte van de subsidie voor de activiteit bedoeld in artikel 2.6.2, eerste lid, onder c, bedraagt 100% van de subsidiabele kosten bedoeld in artikel 2.6.6, eerste lid, onder c.</al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>De hoogte van de subsidie voor kosten voor bodemonderzoek bedoeld in artikel 2.6.6, eerste lid onder f bedraagt 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 5.000,-;</al></li><li><li.nr>5.</li.nr><al>De taxatie bedoeld in artikel 2.6.6, eerste lid, onder a, b en c, wordt in opdracht van de provincie uitgevoerd.</al></li><li><li.nr>6.</li.nr><al>Subsidie als bedoeld in de voorgaande leden, wordt zoveel lager verstrekt als noodzakelijk om betaling boven de werkelijke kosten of de maximale toelaatbare vergoeding op grond van Europese regelgeving of deze paragraaf te voorkomen.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 2.6.8 Kwalitatieve verplichtingen van de subsidieontvanger</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>In aanvulling op artikel 1.4 wordt aan de subsidieontvanger de verplichting opgelegd dat voor de activiteiten als bedoeld in artikel 2.6.2 eerste lid onder a of c, binnen een termijn van een jaar na de datum van verzending van de beschikking tot subsidieverstrekking een overeenkomst tussen de begunstigde en de provincie Zuid-Holland wordt afgesloten waarin is opgenomen: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de verplichting van de eigenaar om voor onbepaalde tijd de ontwikkeling dan wel instandhouding te dulden van het op grond van het natuurbeheerplan aangegeven beheertype;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de verplichting van de eigenaar de betreffende grond na inrichting niet te gebruiken of te doen gebruiken als landbouwgrond en datgene na te laten wat de ontwikkeling en instandhouding van het op grond van het natuurbeheerplan te realiseren beheertype in gevaar brengt of verstoort;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>dat de verplichtingen, bedoeld onder a en b, zullen overgaan op degenen die het terrein onder bijzondere of algemene titel zullen verkrijgen en dat mede gebonden zullen zijn degenen die van de rechthebbende een recht op gebruik van het goed zullen krijgen;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>dat de verplichtingen, bedoeld onder a en b, als kwalitatieve verplichting als bedoeld in artikel 6:252 BW zullen worden ingeschreven in de openbare registers.</al></li></lijst></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 2.6.9 Verplichtingen van de subsidieontvanger</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>In aanvulling op artikel 2.6.8 worden aan de subsidieontvanger de volgende verplichtingen opgelegd:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>verwerft de grond dan wel beëindigt de pacht binnen een in de beschikking te bepalen termijn;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>werkt samen met de beheerders van omliggende natuurterreinen om tot een samenhangend beheer te komen;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>het natuurterrein mag niet zonder toestemming van gedeputeerde staten worden vervreemd, in erfpacht uitgegeven, of belast met zakelijke rechten;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>houdt gedurende 10 jaar na subsidieverlening alle gegevens inzake de subsidieverstrekking beschikbaar;</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>houdt een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4.37, eerste lid, onder b, van de Awb en overlegt deze desgevraagd aan gedeputeerde staten;</al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>eventuele opbrengsten van economische activiteiten uit exploitatie van het terrein worden aangewend ten behoeve van het beheer.</al></li></lijst></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Van de verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, onder a tot en met f, kan door gedeputeerde staten worden afgeweken of uitstel worden verleend voor zover een verplichting onredelijk bezwarend is. </al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Voor subsidie op grond van artikel 2.6.2 eerste lid onder c zijn onderdeel a en b en de onderdelen d tot en met f van het eerste lid niet van toepassing. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 2.6.10 Subsidievaststelling en verantwoording</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Gelet op artikel 7.1, eerste lid, onder e, van de Asv stellen gedeputeerde staten subsidies bedoeld in artikel 2.6.2, eerste lid, onder a of b, ingevolge de DAEB-kaderregeling vast op basis van prestaties en gerealiseerde kosten.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>In aanvulling op paragraaf 4 van de Asv toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>een afschrift van de notariële akte betreffende de kwalitatieve verplichting, bedoeld in artikel 2.6.8 en de inschrijving daarvan in de openbare registers; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>indien sprake is van economische activiteiten, een overzicht van de wijze waarop de opbrengsten, bedoeld in artikel 2.6.9, eerste lid onder f, ten goede zijn gekomen aan het project. </al></li></lijst></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Onverminderd het eerste lid, overlegt de subsidieontvanger van een subsidie: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>als bedoeld in artikel 2.6.2, onder a: een afschrift van de leveringsakte van de grond en de inschrijving daarvan in de openbare registers; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>als bedoeld in artikel 2.6.2, onder b: een afschrift van de overeenkomst tot beëindiging van de pachtovereenkomst of een afschrift van de uitspraak van de pachtkamer tot ontbinding van de pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 7:377 Burgerlijk Wetboek; </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>II</nr><titel /></kop><al>De kaart in bijlage 3 behorende bij artikel 2.6.5 van de Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016 wordt vervangen door de kaarten in bijlage I bij dit wijzigingsbesluit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>III</nr><titel /></kop><al>De Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016, zoals deze luidde op de dag voorafgaande aan de dag van inwerkingtreden van dit besluit, blijft van toepassing op subsidies die voor de datum van inwerkingtreden van dit besluit zijn aangevraagd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>IV</nr><titel /></kop><al>Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin dit besluit wordt geplaatst.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><ondertekening><!--al naar functie elementen vertaald (inhoudelijk gedeeltelijk onjuist)--><functie>Den Haag, 31 maart 2026</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>Gedeputeerde staten van Zuid-Holland</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>drs. M.J.A. van Bijnen MBA</functie><functie>secretaris </functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>M.E. van Leeuwen</functie><functie>plv. voorzitter</functie></ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>I</nr><titel> bij de wijziging Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016</titel></kop><al /><al><nadruk type="vet">“Bijlage 3 behorende bij artikel 2.6.5, lid 1 onder a, van de Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016”</nadruk></al><al /><al><plaatje><illustratie formaat="png" naam="prb-2026-6373-1.png" type="foto" breedte="15cm" id="i2d51401b-ff04-4d44-898f-61c7ec8cd14c" hoogte="17.50cm" /></plaatje></al><al /></bijlage><nota-toelichting><kop><label>TOELICHTING</label><nr /><titel /></kop><al><nadruk type="vet">Algemeen</nadruk></al><al /><al>Doel van deze paragraaf is door het stimuleren van grondverwerving, pachtbeëindiging of functieverandering een bijdrage te leveren aan het realiseren van natuur binnen het NNN. Daarmee levert het een bijdrage aan de doelstellingen voor de inrichting en verwerving van het NNN. De subsidie is alleen mogelijk voor (aangekochte) grond die moet worden omgevormd tot natuur.</al><al /><al>Zowel voor waardevermindering van de grond, voor de pachtafkoop, als voor de bijkomende kosten voorziet de regeling in een subsidie tot 100 % van de werkelijke kosten. Voor functieverandering voorziet de regeling in een subsidie voor de waardevermindering die het gevolg is van de omzetting van de gebruiksfunctie van grond, niet zijnde natuur, naar natuur. </al><al /><al>De binnen deze regeling aangekochte grond moet na verwerving ingericht en beheert worden volgens het aangemerkte beheertype in het natuurbeheerplan. Voor de inrichtingskosten van de aangekochte percelen kan subsidie worden aangevraagd op grond van hoofdstuk 3 van de Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Natuur- en Landschap Zuid-Holland 2013. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikelsgewijs</nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 2.6.3 Doelgroep</nadruk></al><al>De doelgroep is ruim. Een ieder kan subsidie aanvragen. Zowel natuurbeheerorganisaties, Staatsbosbeheer, particuliere grondbezitters als agrariërs of agrarische collectieven kunnen een aanvraag indienen. Voorwaarde is dat zij duurzaam natuurbeheer kunnen verrichten.</al><al /><al>In het tweede lid ligt daarentegen vast dat de subsidie voor functieverandering van grond, (niet zijnde landbouwareaal) naar natuur uitsluitend bedoeld is voor natuurlijke personen die geen onderneming drijven. Bij natuurlijke personen die een onderneming drijven, gaat het om rechtsvormen zonder rechtspersoonlijkheid, zoals een eenmanszaak, vennootschap onder firma, maatschap of commanditaire vennootschap. De reden voor de beperking tot natuurlijke personen die geen onderneming drijven, is dat bij een subsidie voor deze natuurlijke personen geen sprake is van staatssteun. Bij een subsidie voor natuurlijke personen die een onderneming drijven, zou wel sprake zijn van staatssteun. Voor deze steun bestaat op dit moment geen adequate grondslag.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 2.6.4 Weigeringsgronden</nadruk></al><al>Subsidie wordt niet verstrekt voor de verwerving of pachtvrij maken van grond die al natuur is. Of dit het geval is kan blijken uit de bestemming van de natuur al dan niet in combinatie met wat er in de praktijk voor beheer wordt gevoerd op die grond. Grondverwerving, pachtbeëindiging of functieverandering waartoe de subsidieaanvrager reeds uit andere hoofden verplicht is komt niet voor subsidie in aanmerking. In dat geval zou immers het stimulerend effect van de subsidie ontbreken omdat de aanvrager de grond ook zonder subsidie reeds moet verwerven.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 2.6.5 Subsidievereisten</nadruk></al><al>In beginsel is de paragraaf opgesteld voor nog te realiseren natuur die reeds op grond van het natuurbeheerplan als zodanig is aangewezen. In sommige gevallen zal het echter ook wenselijk zijn bepaalde grond te subsidiëren zodat deze kan worden opgenomen in het natuurnetwerk. Voor deze gronden geldt dat deze naar oordeel van Gedeputeerde Staten, op basis van een ecologische onderbouwing, op termijn zijn toe te voegen aan het NNN.</al><al /><al>Om voor subsidie voor beëindiging van de pachtovereenkomst in aanmerking te komen moet de beëindiging van de pacht of erfpacht noodzakelijk zijn om het natuurbeheer mogelijk te maken. De subsidie staat alleen open voor eigenaren die niet zelf hun gronden hebben verpacht, maar deze in verpachte staat in eigendom hebben verkregen. Een uitzondering geldt voor pacht die is gevestigd vóór 1990. Voor die tijd was het NNN nog niet vastgelegd en konden eigenaren dus niet weten welke gronden als te realiseren natuur zouden worden aangemerkt. Met het landelijke Natuurbeleidsplan 1990 werd dit vastgelegd. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 2.6.6 Subsidiabele kosten</nadruk></al><al>De kadasterkosten die worden gesubsidieerd betreffen zowel de inschrijving van de leveringsakte bij overdracht, de inschrijving van de kwalitatieve verplichting in het register als eventuele kosten die gepaard gaan met het beëindigen van de pacht of erfpacht. </al><al /><al>De notariskosten omvatten onder andere de kosten voor het opstellen van een leveringsakte voor de overdracht van de grond en voor het opstellen van een notariële akte voor het vestigen van de kwalitatieve verplichting. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 2.6.8 Kwalitatieve verplichtingen </nadruk></al><al>Op grond van dit artikel is de subsidieontvanger verplicht een kwalitatieve verplichting te vestigen op de verworven grond. Daartoe wordt een uitvoeringsovereenkomst afgesloten waarin de kwalitatieve verplichting is opgenomen inclusief de verplichting om deze verplichting in te schrijven in de registers. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 2.6.10 Verantwoording</nadruk></al><al /><al><nadruk type="cur">eerste lid</nadruk></al><al>Deze bepaling maakt duidelijk dat anders dan gebruikelijk is, de definitieve vaststelling van de subsidie steeds zal plaatsvinden op basis van werkelijke kosten. De reden dat op dit punt wordt afgeweken van de Algemene Subsidieverordening Zuid-Holland is dat hiermee onrechtmatige staatsteun wordt voorkomen. In haar besluit over de modelregeling grondverwerving (SA.64168) heeft de Europese Commissie de aankoop van terreinen voor de realisering van het NNN gekwalificeerd als dienst van algemeen economisch belang. Zie punt 62 en verder<noot type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Besluit van 3 juni 2022, C (2022) 3485, SA.64168 (2022/N)</noot.al></noot> van het besluit. Het pachtvrij of erfpachtvrij maken van grond is onderdeel van deze modelregeling. Vandaar dat Gedeputeerde Staten de subsidies voor het verwerven van de eigendom van grond of het (erf)pachtvrij maken van grond vaststellen op basis van prestaties en gerealiseerde kosten. </al><al /><al>Voor de functieverandering van grond naar natuur geldt dat deze geen staatssteun oplevert, aangezien deze subsidie alleen wordt verstrekt aan natuurlijke personen die geen onderneming drijven. </al></nota-toelichting></regeling></provinciaalblad></officiele-publicatie>