<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-3"><metadata><meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-4943/metadata.xml" scheme="" /></metadata><kop><titel>PROVINCIAAL BLAD</titel><subtitel>Officiële uitgave van de provincie Limburg</subtitel></kop><provinciaalblad><kop><titel>Nadere subsidieregels Regio Deal ‘Regio onder druk!</titel></kop><regeling><aanhef><preambule><al>Gedeputeerde Staten van Limburg</al><al /><al>maken ter voldoening aan het bepaalde in de Provinciewet en de Algemene Subsidieverordening Provincie Limburg 2023 e.v. bekend dat zij in hun vergadering van 17 maart 2026 hebben vastgesteld:</al><al /><al><nadruk type="vet">NADERE SUBSIDIEREGELS Regio Deal ‘Regio onder druk!’</nadruk></al><al /></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen </titel></kop><al>Voor de toepassing van de regeling wordt verstaan onder:</al><al><nadruk type="vet"><nadruk type="ondlijn">ASV</nadruk></nadruk>: de vigerende algemene subsidieverordening van de provincie Limburg, thans de Algemene Subsidieverordening Provincie Limburg 2023 e.v.;</al><al><nadruk type="vet"><nadruk type="ondlijn">Beleidsregels Subsidies</nadruk></nadruk>: de vigerende beleidsregels subsidies van de provincie Limburg, thans de Beleidsregels Subsidies vastgesteld op 5 november 2019;</al><al><nadruk type="vet"><nadruk type="ondlijn">Convenant</nadruk></nadruk>: het convenant inzake de Regio Deal Midden-Limburg dat de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Minister van Economische Zaken, de Minister van Justitie en Veiligheid, de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport hebben gesloten met ons en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Nederweert, Roerdalen, Roermond, Leudal, Weert, Echt-Susteren en Maasgouw;</al><al><nadruk type="vet"><nadruk type="ondlijn">Project</nadruk></nadruk>: in de tijd begrensde activiteit of geheel van activiteiten gericht op een vooraf gedefinieerde prestatie;</al><al><nadruk type="vet"><nadruk type="ondlijn">Regio Deal</nadruk></nadruk>: de door de provincie Limburg en de aan SML deelnemende gemeenten aangevraagde en toegekende rijksbijdrage om de kwaliteit van leven, wonen en werken van inwoners en ondernemers in de regio Midden-Limburg te verbeteren;</al><al><nadruk type="vet"><nadruk type="ondlijn">Regio Deal Bureau Midden-Limburg</nadruk></nadruk>: de werkeenheid die de provincie Limburg en SML bijstaat bij de uitvoering van de Regio Deal;</al><al><nadruk type="vet"><nadruk type="ondlijn">Regio Midden-Limburg</nadruk></nadruk>: het grondgebied van de Midden-Limburgse gemeenten Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert gezamenlijk.</al><al><nadruk type="vet"><nadruk type="ondlijn">Regio Provincie Overleg</nadruk></nadruk>: het overleg tussen de gedeputeerde die verantwoordelijk is voor uitvoering van de Regio Deal en een vertegenwoordiger van iedere aan het SML deelnemende gemeente inzake (onder meer) het nemen van besluiten;</al><al><nadruk type="vet"><nadruk type="ondlijn">SML</nadruk></nadruk>: het Samenwerkingsverband Midden-Limburg, zijnde een netwerksamenwerking van de Midden-Limburgse gemeenten Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert, georganiseerd rondom de werkvelden Economie, Energie, Ruimte, Mobiliteit,Recreatie en toerisme, en Wonen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Doelstelling/doel van de regeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Regio Deal is bedoeld om een structuurversterking te realiseren, die impact heeft op de brede welvaart in de hele regio Midden-Limburg. Met de Regio Deal streven Gedeputeerde Staten en SML naar een duurzame verbetering van woon-, werk- en leefomgeving voor de inwoners, het bedrijfsleven en het onderwijs, met een krachtige regionale samenwerking als bijvangst. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het Convenant zijn specifieke doelen op vier gebieden opgenomen waar de Regio Deal voor bedoeld is: </al><lijst><li><li.nr>2.1</li.nr><al>Leefbaarheid: </al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Verbeteren leefbaarheid van de wijken, kernen en het buitengebied. </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Tegengaan van ondermijning, zowel repressief als preventief. </al></li></lijst></li><li><li.nr>2.2</li.nr><al>Landschap en klimaatadaptatie: </al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Het behouden en versterken van landschappelijke kwaliteit en waarden. </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Meer klimaatadaptief bebouwd en onbebouwd gebied (met betrekking tot hitte, droogte en wateroverlast). </al></li></lijst></li><li><li.nr>2.3</li.nr><al>Economie, Onderwijs en Arbeidsmarkt: </al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Zo veel mogelijk passend opgeleide mensen te behouden en in te zetten voor de regio Midden-Limburg. </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Een structuurversterking van de regionale economie (organiserend vermogen, innovatiekracht, arbeidsproductiviteit omhoog). </al></li></lijst></li><li><li.nr>2.4</li.nr><al>Regionale samenwerking: </al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Betere samenwerking tussen overheidspartners en binnen de triple helix (overheid, onderwijs en ondernemers) door meer afstemming tussen verschillende samenwerkingsverbanden. </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Meer regionale afstemming en sturing op gezamenlijke opgaven en doelen. </al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Doelgroep/aanvrager </titel></kop><al>Voor subsidie komen uitsluitend in aanmerking Projecten van (een groep van) Nederlands Limburgse gemeenten in de Regio Midden-Limburg en/of (een groep van) rechtspersonen, maatschappen of vennootschappen, die activiteiten ontplooien en/of gevestigd zijn in de Regio Midden-Limburg en/of onderwijsinstellingen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Criteria </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Algemene subsidiecriteria </titel></kop><al>Om voor een subsidie in aanmerking te komen, dient aan alle volgende algemene criteria te worden voldaan en te blijven voldoen gedurende de gehele subsidieperiode: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>Het Project sluit aan bij minimaal één van de vier programmalijnen – gebaseerd op de specifieke doelen – als bedoeld in artikel 2 van het Convenant. </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>Het Project geeft invulling of levert een bijdrage aan minimaal één van de resultaten als omgeschreven in artikel 3 van het Convenant. </al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>Het Project heeft een regionale impact op de Regio Midden-Limburg en kan worden opgeschaald naar een breder – al dan niet regio-overstijgend – samenwerkingsverband. </al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>Het Project voldoet aan alle onderstaande vijf beoordelingscriteria: </al><lijst><li><li.nr>I.</li.nr><al>Impact op brede welvaart; </al><al>Het Project beoogt een positief effect op indicatoren van brede welvaart in de Regio Midden-Limburg, en wordt getoetst op: </al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Economische aspecten: draagt het Project bij aan werkgelegenheid, innovatie en/of economische groei in de Regio Midden-Limburg? </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Sociale aspecten: verbetert het Project de leefbaarheid, sociale cohesie en/of opleidingsmogelijkheden? </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Ecologische effecten: heeft het Project een positieve invloed op duurzaamheid, klimaat en circulariteit? </al></li></lijst></li><li><li.nr>II.</li.nr><al>Regionale samenwerking; </al><al>Het Project beoogt de partners in de Regio Midden-Limburg incidenteel en structureel beter te laten samenwerken, waarbij wordt getoetst op: </al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Het aantal en de diversiteit van partners (onderwijs, overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties); </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>De afstemming en synergie met bestaande (regionale) alternatieven; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>De duurzaamheid van de samenwerking na afloop van het Project; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>De gezamenlijke inbreng in en commitment aan het Project. </al></li></lijst></li><li><li.nr>III.</li.nr><al> Financiële haalbaarheid en duurzaamheid, waarbij wordt getoetst op; </al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Cofinanciering; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>De kosten-batenanalyse (de verhouding tussen de kosten en de te verwachten impact); </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Het (verwachte) multiplier-effect: levert de subsidie meer maatschappelijke of economische waarde op? </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>De duurzame financiering na afloop van de Regio Deal. </al></li></lijst></li><li><li.nr>IV.</li.nr><al> Uitvoeringsgereedheid;</al><al>Het Project moet uitvoeringsgereed zijn, waarbij wordt getoetst op: </al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Het Project moet direct uitvoerbaar zijn na toekenning van de subsidie; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>De risico’s zijn in kaart gebracht en er zijn maatregelen genomen om deze risico’s te beheersen; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>De benodigde middelen en randvoorwaarden zijn aanwezig om het Project tijdig te starten en succesvol af te ronden. </al></li></lijst></li><li><li.nr>V.</li.nr><al> Innovatie en impact: </al><al>Het Project wordt getoetst op de volgende aspecten: </al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Het Project introduceert een vernieuwende aanpak of technologie; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Succesvolle resultaten van het Project kunnen elders in de Regio MiddenLimburg worden toegepast, en/of worden gebruikt om van elkaar te leren; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>De impact van het Project: hoe lokaal en/of regionaal is het te verwachten effect? </al></li></lijst></li></lijst></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>De aanvrager onderbouwt hoe de continuïteit van (het resultaat respectievelijk de impact van) het Project geborgd wordt na afloop van de subsidieperiode. </al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>Indien de aanvraag wordt gedaan door een collectief, dan wordt de aanvraag door middel van een schriftelijke verklaring gesteund door het desbetreffende collectief.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verplichtingen subsidieontvanger </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger dient te voldoen aan de verplichtingen genoemd in artikel 20, 21, 24 en 25 van de ASV. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidieontvanger conformeert zich aan de uitgangspunten die zijn gekoppeld aan de Regio Deal. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidieontvanger verleent medewerking aan controles, waaronder in ieder geval maar niet uitsluitend bedoeld wordt de controles als bedoeld in artikel 27, eerste lid, onder b, van de ASV. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De subsidieontvanger dient binnen twee maanden na ontvangst van de subsidieverleningsbeschikking te starten. In de Subsidieverleningsbeschikking kan een andere termijn worden bepaald. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De activiteiten binnen het Project dienen uiterlijk op 31 december 2028 te zijn afgerond. De Projectactiviteiten en de kosten moeten bij afsluiting volledig gerealiseerd zijn.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien de subsidieontvanger meer dan € 25.000,00 aan subsidie verleend krijgt, en het Project een looptijd heeft van meer dan één jaar, dient de subsidieontvanger ieder jaar een tussenrapportage in. De subsidieverleningsbeschikking vermeldt de specifieke datum respectievelijk data voor het aanleveren van deze tussenrapportage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Afwijzingsgronden </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidie wordt naast de in artikel 4:25 en artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde gevallen in ieder geval geweigerd, indien:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>het Regio Provincie Overleg geen goedkeuring heeft gegeven aan het project ofwel het project afwijkt van de beoordeling en goedkeuring van het Regio Provincie Overleg;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het doel waarvoor de subsidie is aangevraagd;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>de subsidie, naar het oordeel van Gedeputeerde Staten een steunmaatregel vormt in de zin van artikel 107, eerste lid, van het VWEU, die onverenigbaar is met de gemeenschappelijke markt</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>het Project niet aansluit bij de doelstelling van deze nadere subsidieregels zoals gesteld in artikel 2;</al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>het Project niet is gericht op de doelgroep zoals gesteld in artikel 3 van deze nadere regels;</al></li><li><li.nr>g.</li.nr><al>niet wordt voldaan aan (één van) de criteria in artikel 4 van deze nadere regels;</al></li><li><li.nr>h.</li.nr><al>de subsidieaanvraag is ontvangen buiten de periode zoals vermeld in artikel 13 van deze nadere regels;</al></li><li><li.nr>i.</li.nr><al>er sprake is van de situatie en voorwaarden als bedoeld in artikel 3 Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidie kan naast de in artikel 4:25 en artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht in ieder geval worden geweigerd indien:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de Provincie Limburg de activiteiten/het Project reeds op een andere wijze subsidieert/financiert;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de activiteiten van de aanvrager niet in overwegende mate gericht zijn op de regio Midden-Limburg dan wel Nederlandse provincie Limburg en/of aanwijsbaar ten goede komen aan ingezetenen van de Nederlandse provincie Limburg of op een andere wijze het belang van de Nederlandse provincie Limburg dienen;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden –hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden- kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de continuïteit van de activiteiten van de aanvrager niet voldoende is gewaarborgd;</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>de aanvrager geregistreerd staat wegens misbruik en/of oneigenlijk gebruik van een eerder door de Provincie Limburg verstrekte subsidie.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Financiële aspecten </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Subsidieplafond </titel></kop><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de looptijd van deze nadere subsidieregels vast.</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>De wijze van verdeling van het subsidieplafond kunt u raadplegen op op <extref doc="https://www.limburg.nl/loket/subsidies/subsidieplafonds/"><nadruk type="ondlijn">https://www.limburg.nl/loket/subsidies/subsidieplafonds/</nadruk></extref>.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Subsidiebedrag en cofinanciering </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het subsidiebedrag bedraagt maximaal 50% van de totale subsidiabele Projectkosten, tenzij:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>Projecten uitsluitend uitgevoerd worden door (een deel van) de aan SML deelnemende gemeenten en/of de Provincie Limburg al dan niet in hoedanigheid van een samenwerkingsorganisatie: het subsidiebedrag bedraagt in dat geval maximaal 100% van de totale subsidiabele Projectkosten. </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>Projecten waaraan private en/of publiekrechtelijke partij(en) en ook één of meer aan SML deelnemende gemeenten en/of de Provincie Limburg deelneemt: het subsidiebedrag bedraagt in dat geval maximaal 75% van de totale subsidiabele </al><al>Projectkosten, mits:</al><lijst><li><li.nr>i.</li.nr><al>Het aandeel van één of meer aan SML deelnemende gemeenten en/of de Provincie Limburg in het Project dat percentage rechtvaardigt, en </al></li><li><li.nr>ii.</li.nr><al>Er minimaal 25% eigen inbreng van de private en/of publiekrechtelijke partij(en) aantoonbaar is.</al></li></lijst></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>Uit de subsidieaanvraag onderbouwd blijkt dat de private en/of publiekrechtelijke partij(en) zelf niet de vereiste 25% respectievelijk 50% van het Project kan financieren, zulks ter beoordeling van Gedeputeerde Staten, en:</al><lijst><li><li.nr>i.</li.nr><al>Het Project een aantoonbare bovenregionale of structurele impact heeft op de brede welvaart in Midden-Limburg,</al></li><li><li.nr>ii.</li.nr><al>Het Project concrete en meetbare resultaten oplevert binnen de looptijd van de Regio Deal, en</al></li><li><li.nr>iii.</li.nr><al>Het Regio Provincie Overleg hierover een positief advies heeft uitgebracht.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de beoordeling van de cofinanciering door private en/of publiekrechtelijke partij(en) – anders dan de aan SML deelnemende gemeenten en de Provincie Limburg – passen Gedeputeerde Staten de Richtlijnen voor Cofinanciering binnen de Regio Deal Midden-Limburg (versie 8 mei 2025) toe (Bijlage 1).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Cofinanciering kan bestaan uit de inbreng in financiële middelen en/of inbreng in natura, mits deze inbreng aantoonbaar, controleerbaar en herleidbaar is naar subsidiabele projectkosten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Subsidiabele en niet subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Uitsluitend kosten die direct gerelateerd zijn aan de uitvoering van het Project komen voor subsidie in aanmerking. Dit impliceert dat kosten gedurende de looptijd van het project in beginsel voor subsidie in aanmerking komen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidiabele kostensoorten bestaan uit: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>Loonkosten: </al><al>Loonkosten zien op het bruto fiscale loon inclusief vakantie– en eindejaarsuitkering, functioneringstoelage en arbeidsmarkttoelage, en de pensioenafdrachten werkgever en werknemer. Het maximale subsidiabele uurtarief bedraagt de algemeen geldend maximale bezoldigingsnorm gedeeld door 1.650 productieve uren per jaar, zijnde het vastgestelde aantal productieve uren per fulltime dienstverband, dan wel een evenredig deel van deze norm, indien het dienstverband van kortere duur is of indien sprake is van een dienstverband met een kleinere omvang dan een fulltime dienstverband. Dit maximale uurtarief geldt voor alle direct bij de subsidiabele activiteit betrokken personen in dienstverband bij de subsidieontvanger. </al><al>Daarnaast kunnen subsidiabele uurtarieven door de subsidieaanvrager worden berekend op basis van integrale kostensystematiek. Voor de toepassing van de berekeningswijze op basis van integrale kostensystematiek gelden de volgende voorwaarden: </al><lijst><li><li.nr>I.</li.nr><al>de berekeningswijze is gebaseerd op bedrijfseconomische en maatschappelijk aanvaardbare grondslagen; </al></li><li><li.nr>II.</li.nr><al>de berekeningswijze is vooraf goedgekeurd door de accountant. (bijvoorbeeld bij goedgekeurde jaarrekening).</al></li></lijst></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>Afschrijvingskosten van machines en apparatuur: </al><al>Kosten die de economische waardevermindering weergeven van een nieuwe investering (machines en apparatuur) die specifiek gericht op het Project plaatsvindt. Voor deze kosten geldt dat 30% van de investering op jaarbasis subsidiabel is tot een maximum van 90% in totaal. De toerekenbaarheid van de kosten aan het Project hangt derhalve af van de looptijd van het Project. </al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>Kosten van materialen en hulpmiddelen. </al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>Kosten derden: </al><al>Op factuurbasis aantoonbare aan derden verschuldigde kosten die direct voor de subsidiabele activiteit worden gemaakt. </al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>Vrijwilligersvergoedingen: </al><al>Kosten voor vrijwilligers zijn alleen subsidiabel indien hier daadwerkelijk een vergoeding voor plaatsvindt en is beperkt tot een maximaal bedrag van € 4,50 per uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Niet-subsidiabel is/zijn: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>btw die door de aanvrager op grond van de Wet op de Omzetbelasting 1968 dan wel op grond van de opvolger van die wet verrekenbaar is, </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>btw die door de op grond van de Wet op het BTW compensatiefonds dan wel op grond van een opvolger van die wet compensabel is; </al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>kosten die samenhangen met financiële en/of contractuele verplichtingen aangegaan voordat een Projectsubsidie is aangevraagd, met uitzondering van voorbereidingskosten (zoals kosten voor onderzoek, voorlichtingsactiviteiten of het ontwikkelen van plannen met betrekking tot de in de aanvraag genoemde activiteiten), tenzij in nadere regels anders is bepaald; </al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>kosten die uit anderen hoofde zijn of worden gedekt; </al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>kosten van gerechtelijke procedures, boetes of sancties; </al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>Onvoorziene kosten zonder een concrete omschrijving waarom en waarvoor deze kosten zijn gemaakt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Bevoorschotting en uitbetaling</titel></kop><al>Bevoorschotting van de Projecten met een duur van één jaar of minder vindt plaats conform de Beleidsregels Subsidies: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>Bij subsidies &lt; € 25.000,00 én door Gedeputeerde Staten aangewezen subsidies van € 25.000,00 of meer die direct, zonder voorafgaande subsidieverleningsbeschikking worden vastgesteld, zal het totale subsidiebedrag binnen zes weken na verzenddatum van de beschikking in één keer worden overgemaakt op de rekening van de subsidieontvanger. </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>Bij Projectsubsidies vanaf € 25.000,00 zal bij de subsidieverleningsbeschikking een voorschot worden verleend van 90%. Dit voorschot zal binnen zes weken na verzenddatum van de beschikking worden overgemaakt op de rekening van de subsidieontvanger. </al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>Bij Projectsubsidies vanaf € 125.000,00 zal bij de subsidieverlening op basis van de ingediende liquiditeitsprognose van de subsidieontvanger, een schema van de bevoorschotting worden opgenomen tot maximaal 90%. De momenten van uitbetaling van de voorschotten zullen worden opgenomen in de subsidieverleningsbeschikking.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Aanvraagprocedure </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Principeaanvraag </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een potentiële aanvrager dient een principeaanvraag met alle bijbehorende documenten, zoals genoemd in artikel 11 van de ASV en artikel 12 van deze nadere regels, in bij het Regio Deal Bureau Midden-Limburg. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Regio Deal Bureau Midden-Limburg legt periodiek alle principeaanvragen met bijbehorende documenten voor aan het Regio Provincie Overleg. Het Regio Provincie Overleg beoordeelt de principeaanvragen die zij heeft ontvangen van het Regio Deal Bureau Midden-Limburg aan de hand van de vijf beoordelingscriteria zoals gesteld in artikel 4, onder d, van deze nadere regels. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na een beoordeling en goedkeuring door het Regio Provincie Overleg kan de aanvrager een aanvraag indienen bij Gedeputeerde Staten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Indienen aanvraag </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een subsidieaanvraag kan uitsluitend worden ingediend bij Gedeputeerde Staten met gebruikmaking van het standaard (digitaal) aanvraagformulier dat geplaatst is op de website van de Provincie Limburg: www.limburg.nl/subsidies onder ‘Actuele subsidieregelingen’.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het standaard (digitaal) aanvraagformulier dient volledig ingevuld en rechtsgeldig ondertekend te worden en te zijn voorzien van alle bijlagen zoals aangegeven op het formulier en dient bij voorkeur digitaal, middels eHerkenning (aanvragen van organisaties) of DigiD (aanvragen van particulieren), te worden ingediend. Een aanvraag per e-mail is niet mogelijk en zal niet in behandeling worden genomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een aanvraag voor een Projectsubsidie gaat in ieder geval vergezeld van: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>Een activiteitenplan met een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, de doelen en resultaten die daarmee worden nagestreefd en een toelichting hoe de activiteiten aan dat doel c.q. resultaat bijdragen; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>Een begroting, omvattende een overzicht van alle realistisch geraamde kosten, met betrekking tot de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd en een dekkingsplan voor de kosten van die activiteiten. Indien bij een aanvraag voor een projectsubsidie bij de bepaling van de kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, dienen deze tarieven door de subsidieaanvrager te worden berekend met gebruikmaking van door Gedeputeerde Staten vast te stellen standaardberekeningswijzen. Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van door Gedeputeerde Staten te bepalen definities; </al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>Een indicatie van de liquiditeitsbehoefte gedurende de looptijd van het Project indien het een aanvraag voor een Projectsubsidie van € 125.000,00 of meer betreft.</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>Een onderbouwing hoe de continuïteit van (het resultaat respectievelijk de impact van) het Project geborgd wordt na afloop van de subsidieperiode. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een aanvrager voor dezelfde begrote uitgaven tevens subsidie heeft aangevraagd bij een of meer andere bestuursorganen, dient hij dit bij de aanvraag aan te geven onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag/aanvragen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De aanvrager dient desgewenst op verzoek van Gedeputeerde Staten een beschrijving te geven van eventuele organisatorische verbanden met andere rechtspersonen en van eventuele banden van financiële aard die blijvend van invloed kunnen zijn op de hoogte van de kosten van subsidiabele activiteiten en/of op de inkomsten daaruit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Termijn voor indienen aanvraag </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieaanvraag kan vanaf het moment van inwerkingtreding van deze nadere regels worden ingediend en dient uiterlijk 2 maanden na goedkeuring Regio Provincie Overleg te zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de datum van ontvangst is de datum van de ontvangststempel van de provincie Limburg bepalend en bij digitale aanvragen de datum van digitale ontvangst.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Verantwoording van de subsidie </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Verantwoording subsidies tot € 25.000,00</titel></kop><al>Subsidies tot € 25.000,- worden zonder voorafgaande subsidieverlening door Gedeputeerde Staten direct vastgesteld en steekproefsgewijs wordt gecontroleerd of de activiteit(en) waarvoor subsidie is verstrekt, is/zijn verricht conform de opgelegde verplichtingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Verantwoording subsidies vanaf € 25.000,00 tot € 125.000,00</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteit(en) waarvoor de subsidie is verleend, is/zijn verricht en dat de bij de subsidieverlening aangegeven activiteit(en) is/zijn gerealiseerd overeenkomstig de opgelegde verplichtingen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gedeputeerde Staten kunnen in de verleningsbeschikking bepalen dat ook andere, of minder dan de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Verantwoording subsidies vanaf € 125.000,00</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag tot vaststelling bevat: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteit(en) waarvoor de subsidie is verleend, is/zijn verricht en dat de bij de subsidieverlening aangegeven activiteit(en) is/zijn gerealiseerd overeenkomstig de opgelegde verplichtingen; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>een overzicht van de activiteit(en) en de hieraan verbonden kosten en opbrengsten (financieel verslag of jaarrekening). Wanneer een ontvanger van een exploitatiesubsidie zijn inkomsten in overwegende mate ontleent aan de provinciale subsidie, is artikel 4:77 juncto 4:76 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing op het financieel verslag; </al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>het financieel verslag en het activiteitenverslag moeten voorzien zijn van een controleverklaring van een onafhankelijke accountant. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gedeputeerde Staten kunnen in de verleningsbeschikking bepalen dat ook andere, of minder dan de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Verantwoording via de SiSa-systematiek </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidies aan (mede)overheden gefinancierd uit middelen die het Rijk aan de Provincie Limburg ter beschikking stelt om specifiek beleid van het Rijk uit te voeren (de zogenaamde specifieke uitkeringen), eventueel aangevuld met provinciale middelen, worden verantwoord volgens de krachtens de financiële verhoudingswet en aanverwante regelgeving vormgegeven SiSa-systematiek. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast de verantwoording dient de subsidieontvanger ook een inhoudelijk verslag te overleggen waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht overeenkomstig de opgelegde verplichtingen. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Aanvraagtermijn vaststelling van de subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Aanvraagtermijn vaststelling van de subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de subsidie niet al direct bij de verlening, zonder voorafgaande verleningsbeschikking, is vastgesteld, dient schriftelijk een bevoegdelijk ondertekende aanvraag tot subsidievaststelling te worden ingediend bij Gedeputeerde Staten binnen zes maanden na afloop van de activiteit of het tijdvak waarvoor subsidie is verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet tijdig is ontvangen, kunnen Gedeputeerde Staten na een eenmalig rappel overgaan tot ambtshalve vaststelling. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Hardheidsclausule </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet beslissen Gedeputeerde Staten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien toepassing van het bepaalde in deze nadere regels, naar het oordeel van Gedeputeerde Staten, tot kennelijke onbillijkheden leidt, dan kunnen Gedeputeerde Staten van enige bepaling afwijken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Inwerkingtreding, beëindiging en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze Nadere subsidieregels treden in werking met ingang van 7 april 2026.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze Nadere subsidieregels vervallen met ingang van 1 januari 2029, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op subsidieaanvragen die vóór die datum zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten en subsidiebesluiten die vóór die datum zijn genomen, ook voor de volgende stappen in het subsidietraject.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze regeling kan worden aangehaald als “Nadere subsidieregels Regio Deal ‘Regio onder druk!’".</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><ondertekening><!--al naar functie elementen vertaald (inhoudelijk gedeeltelijk onjuist)--><functie>Aldus besloten in de vergadering van Gedeputeerde Staten, gehouden op 17 maart 2026</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>Gedeputeerde Staten voornoemd</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>de voorzitter, </functie><functie>de heer E.G.M. Roemer</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>secretaris</functie><functie>de heer D.F. Timmer </functie></ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1:</nr><titel>Richtlijnen voor Cofinanciering binnen de Regio Deal Midden-Limburg (versie 8 mei 2025).</titel></kop><al><nadruk type="vet">Doelstelling van Cofinanciering</nadruk></al><al>De Regio Deal Midden-Limburg is bedoeld om regionale samenwerking te versterken en een hefboomeffect te creëren door investeringen uit verschillende bronnen te bundelen. Cofinanciering vergroot de impact van de Regio en maakt het mogelijk om meer dan de beschikbare 40 miljoen euro te mobiliseren. De bijdrage van de regiodealpartners bestaat uit een gezamenlijke cofinanciering van 20 miljoen: 10 miljoen euro afkomstig van de provincie en 10 Miljoen euro in de vorm van een garantstelling van de zeven Midden-Limburgse gemeenten.</al><al /><al>Binnen de Regio Deal onderscheiden we twee vormen van cofinanciering:</al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De cofinanciering van de publieke regiodealpartners (provincie en gemeenten), die vooraf in de vorm van garantstellingen of reserveringen beschikbaar wordt gesteld aan de Regio Deal;</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De cofinanciering die ingebracht wordt via projecten die vanuit de Regio Deal worden gefinancierd.</al></li></lijst><al>In deze richtlijnen wordt uiteengezet hoe met deze twee vormen van cofinanciering wordt omgegaan binnen de Regio Deal Midden-Limburg. Hiervoor worden eerst een aantal uitgangspunten geformuleerd waarop het kader voor cofinanciering verder is gebaseerd.</al><al /><al><nadruk type="vet">Uitgangspunten voor Cofinanciering</nadruk></al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Maximale inzet van middelen voor projecten</nadruk>: Hoe meer projecten gefinancierd kunnen worden uit de beschikbare middelen, hoe groter de impact op de regio.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Hefboomwerking</nadruk>: De Regio Deal-middelen dienen als katalysator voor extra publieke en private investeringen.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Gedeelde verantwoordelijkheid</nadruk>: Gemeenten, provincie, marktpartijen en maatschappelijke organisaties dragen gezamenlijk bij aan de financiering van projecten.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Flexibiliteit indien nodig</nadruk>: Niet alle projecten zullen aan de standaard cofinancieringseis kunnen voldoen. Afwijking van de cofinancieringseis is mogelijk, mits gemotiveerd en onder voorwaarden.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Rechtszekerheid en naleving regelgeving</nadruk>: Het kader voor cofinanciering voldoet aan geldende wet- en regelgeving, zoals vastgelegd in het convenant en de Algemene wet bestuursrecht.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Cofinanciering (garantstelling) regiodealpartners</nadruk></al><al>De cofinanciering van de publieke regiodealpartners (provincie en gemeenten) is vormgegeven als een garantstelling die volledig wordt overgeboekt aan de kassier van de Regio Deal (provincie Limburg) op vooraf afgesproken momenten. Deze middelen vergroten het totale beschikbare budget van de Regio Deal tot 40 miljoen euro, bestemd voor projecten en uitvoeringskosten.</al><al /><al>Elke publieke regiodealpartner draagt in drie tranches bij:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>1e tranche: 40% van de toegezegde cofinanciering, over te maken uiterlijk begin september 2025;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>2e tranche: 40% op een later moment in de uitvoering (voorjaar 2026);</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>3e tranche: de resterende 20% in de laatste fase van de Regio Deal (nog te bepalen).</al></li></lijst><al>Deze opbouw sluit aan bij de fasering van subsidierondes binnen de Regio Deal. De volledige inleg van de partners zorgt er bovendien voor dat de eis van het Rijk van 50% cofinanciering direct is geborgd. De bijdragen van het Rijk, de provincie en de gemeenten worden beheerd door de kassier van de Regio Deal.</al><al /><al><nadruk type="vet">Cofinanciering via projecten</nadruk></al><al>Aan de uitgavenkant verstrekt de Regio Deal subsidie aan partijen die projecten uitvoeren die bijdragen aan de doelstellingen van de Regio Deal. Omdat de bijdrage van het Rijk al mede is geborgd via de inbreng van provincie en gemeenten (de gezamenlijke cofinanciering van 20 miljoen euro), zouden projecten in theorie volledig (100%) uit het beschikbare budget van 40 miljoen euro gefinancierd kunnen worden.</al><al>In de praktijk is dit echter onwenselijk. 100% subsidiering kent meerdere nadelen:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Aanvragers lopen zelf geen financieel risico en zijn daardoor mogelijk minder gemotiveerd om impactvolle resultaten te behalen.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Eigen financiële inzet toont aan dat een partij belang hecht aan de uitkomsten van het project.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Volledige subsidiering trekt ook partijen aan die primair hun eigen organisatie willen financieren in plaats van bij te dragen aan regionale doelen.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Er ontstaat dan een risico op verschuiving van belangen, waarbij het eigen belang boven het regiobelang komt te staan.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Zulke situaties vragen meer sturing en bijstelling vanuit het regiodealbureau, wat leidt tot hogere uitvoeringskosten.</al></li></lijst><al>Kortom: om kwalitatieve projecten met impact te realiseren, is eigen investering van aanvragers essentieel. Daarmee wordt bovendien extra geïnvesteerd in de regio, in lijn met het uitgangspunt van hefboomwerking.</al><al>Tegelijkertijd geldt dat provincie en gemeenten gezamenlijk al 20 miljoen euro aan middelen beschikbaar hebben gesteld aan de Regio Deal. In veel gevallen zullen zij ook als partner betrokken zijn bij de uitvoering van projecten binnen de vier inhoudelijke pijlers van het convenant. Het ligt dan niet voor de hand om hen op projectniveau opnieuw om financiële bijdrage te vragen. Het is voldoende om te verwijzen naar hun eerder ingebracht aandeel in het collectieve fonds.</al><al /><al><nadruk type="vet">Conclusie</nadruk></al><al>100% subsidiering van projecten is niet wenselijk vanwege de hierboven genoemde nadelen. Tegelijk is het ook niet altijd haalbaar of bestuurlijk wenselijk om bij projecten met uitsluitend regiodealpartners opnieuw financiële inbreng te eisen. Bovendien is het doel van de Regio Deal het aanjagen van verandering en vernieuwing. Dat lukt beter wanneer projecten ook buiten de looptijd kunnen voortbestaan, en dat wordt lastiger als nu alles volledig wordt bekostigd.</al><al /><al><nadruk type="vet">Oplossing</nadruk></al><al>Tijdens het Netwerkberaad van 7 mei 2025 is daarom afgesproken om een differentiatie in cofinanciering toe te passen. Hierbij worden projecten met uitsluitend regiodealpartners uitgezonderd van de algemene cofinancieringseis.</al><al /><al><nadruk type="vet">Uitgangspunten:</nadruk></al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Voor reguliere projecten geldt: maximaal 50% subsidie en minimaal 50% cofinanciering door de projectdeelnemers zelf. Dit bevordert de hefboomwerking en stimuleert eigen betrokkenheid.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Voor projecten met uitsluitend publieke regiodealpartners (gemeenten en provincie) geldt: 100% subsidiering is mogelijk, omdat deze partners al een financiële bijdrage hebben geleverd aan de Regio Deal.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Voor uitzonderlijke projecten met aantoonbare meerwaarde voor de regio, waarbij cofinanciering niet haalbaar is, kan het Bestuurlijk Gremium besluiten om af te wijken van de standaard 50%-eis en een hogere subsidie toe te kennen.</al></li></lijst><al>In de volgende paragraaf wordt uitgewerkt hoe deze differentiatie concreet wordt toegepast. Differentiatie van Cofinancieringseisen</al><al>Om recht te doen aan verschillende typen projecten en de betrokkenheid van verschillende partijen, is differentiatie in de cofinancieringseisen noodzakelijk. Dit maakt een doelgerichte, transparante en rechtmatige inzet van de Regio Deal middelen mogelijk. We onderscheiden drie hoofdcategorieën:</al><al /><al><nadruk type="vet">Categorie 1: Projecten met zowel publieke regiodealpartners (gemeenten en provincie) als andere publieke of private partijen</nadruk></al><al>Uitgangspunt voor deze categorie is dat elk project minimaal 50% van de kosten zelf financiert. De overige 50% kan vanuit de Regio Deal worden gesubsidieerd.</al><al>Bij projecten waarbij ook publieke regiodealpartners (gemeenten en provincie) deelnemen, kunnen deze partners hun eerder ingebrachte bijdrage aan de Regio Deal ‘hergebruiken’ binnen het project. Dat betekent dat initiatiefnemers in zulke gemengde projecten de mogelijkheid hebben om tot 75% subsidie te ontvangen, mits het aandeel van publieke regiodealpartners in het project dat rechtvaardigt. Zo blijft de vereiste van aanvullende inbreng van externe partijen (minimaal 25%) bestaan, wat de hefboomwerking in stand houdt, terwijl tegelijkertijd recht wordt gedaan aan de reeds geleverde bijdrage van de publieke regiodealpartners.</al><al>Deze werkwijze voorkomt dat partners twee keer hoeven te betalen voor hetzelfde project en maakt deelname aan projecten aantrekkelijker. Tegelijk blijft er druk op het organiseren van medefinanciering van buiten de Regio Deal, bijvoorbeeld via marktpartijen, maatschappelijke organisaties of andere overheden.</al><al /><al><nadruk type="vet">Categorie 2: Projecten met uitsluitend regiodealpartners</nadruk></al><al>Wanneer een project volledig wordt uitgevoerd door regiodealpartners (provincie en/of gemeenten), kunnen de kosten volledig (100%) worden gesubsidieerd. De betrokken partners hebben immers al hun aandeel geleverd via de inleg in de Regio Deal en hoeven dit niet nogmaals op projectniveau te doen.</al><al>Indien de projectuitvoering plaatsvindt via een samenwerkingsorganisatie waarin alleen regiodealpartners deelnemen (zoals OML of Pio Weerterland), kan ook 100% subsidie worden verstrekt. Wanneer niet alle regiodealpartners formeel deel uitmaken van de samenwerkingsorganisatie, maar wél als partner deelnemen aan het project, kan dit worden geborgd via een samenwerkingsovereenkomst. Zolang álle deelnemende partijen aan het project regiodealpartner zijn (al dan niet via zo’n overeenkomst), blijft volledige subsidiëring mogelijk.</al><al /><al><nadruk type="vet">Categorie 3: Projecten met bijzondere regionale of bovenregionale meerwaarde</nadruk></al><al>In uitzonderlijke gevallen kan het Bestuurlijk Gremium besluiten om af te wijken van de standaard cofinancieringseis. Dit geldt voor projecten die:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>aantoonbaar geen mogelijkheid hebben tot het organiseren van 50% cofinanciering;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>een bovengemiddelde regionale of bovenregionale impact hebben;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>een structureel effect hebben op de regio (ook ná afloop van de Regio Deal);</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>en duidelijke, concrete resultaten opleveren.</al></li></lijst><al>Als een aanvrager aangeeft minder dan 50% cofinanciering te kunnen realiseren, beoordeelt het Bestuurlijk Gremium of afwijken gerechtvaardigd is op basis van bovenstaande criteria. Wanneer ten minste twee van de vier voorwaarden aantoonbaar van toepassing zijn, kan het Gremium besluiten tot een lagere cofinancieringseis.</al><al>Bij zulke besluiten geldt het uitgangspunt van rechtsgelijkheid: vergelijkbare gevallen moeten gelijk worden behandeld. Er moet daarom zorgvuldig worden gedocumenteerd op welke gronden het besluit is genomen.</al><al /><al><nadruk type="vet">Alternatieve Bronnen van Cofinanciering</nadruk></al><al>Naast directe financiële bijdragen kunnen ook andere vormen van cofinanciering worden ingebracht. Deze vormen zijn belangrijk om voldoende investeringsruimte te creëren en kunnen helpen om aan de cofinancieringseis te voldoen. Het gaat onder andere om:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Inbreng in natura</nadruk>: zoals grond, infrastructuur, gebouwen, apparatuur of ander materieel. De waarde hiervan wordt berekend op basis van afschrijvingswaarde of marktwaarde, mits onderbouwd.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Personele inzet</nadruk>: ureninzet van medewerkers kan worden opgevoerd als cofinanciering, mits deze inzet direct gekoppeld is aan het project en aantoonbaar wordt gemaakt (bijvoorbeeld via urenregistratie).</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Aanvullende subsidies</nadruk>: bijdragen uit Europese, nationale of provinciale programma’s kunnen worden meegeteld als cofinanciering, mits deze niet afkomstig zijn uit de Regio Deal zelf.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Private investeringen</nadruk>: bijvoorbeeld via publiek-private samenwerking, waarbij bedrijven middelen of expertise inbrengen.</al></li></lijst><al>Het is belangrijk dat de waarde van alternatieve vormen van cofinanciering transparant en controleerbaar is. De indiener van het projectvoorstel dient dit te onderbouwen in de projectaanvraag. Het Regiodealbureau beoordeelt de onderbouwing en kan aanvullende informatie vragen.</al><al /><al><nadruk type="vet">Monitoring en Verantwoording van Regio Deal middelen</nadruk></al><al>De besteding van Regio Deal middelen, inclusief de cofinanciering, wordt zorgvuldig gemonitord en verantwoord. Dit gebeurt op twee niveaus:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Cofinanciering van regiodealpartners aan de kassier:</nadruk></al><al>Het Regiodealbureau stelt een meerjarige begroting op voor de uitgaven en inkomsten van de Regio Deal. De bijdragen van de provincie en gemeenten die bij de kassier zijn ondergebracht, worden hierin opgenomen. Jaarlijks rapporteert het Regiodealbureau aan het Bestuurlijke Gremium de realisatie van zowel uitgaven als inkomsten.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Cofinanciering via projecten:</nadruk></al><al>Het Regiodealbureau stelt een beheerbestand op waar alle gefinancierde projecten in worden opgenomen. Hierin worden per project de goedgekeurde subsidie, de voortgang, de cofinanciering en de gerealiseerde resultaten bijgehouden. Het Regiodealbureau heeft op deze voortdurend inzicht in de stand van zaken en kan dit meenemen in rapportages en verantwoording richting het Rijk, het Bestuurlijk Gremium en andere betrokkenen.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Conclusie</nadruk></al><al>Het vragen van cofinanciering is essentieel om de impact van de Regio Deal Midden-Limburg te maximaliseren. Door in beginsel een cofinanciering van 50% te vragen, blijft de Regio Deal functioneren als aanjager in plaats van als volledige financier. Dit versterkt de regionale samenwerking, stimuleert investeringen van buiten en vergroot de kans op structurele voortzetting van initiatieven.</al><al>Tegelijk is flexibiliteit nodig om recht te doen aan de situatie van regiodealpartners en om ruimte te bieden aan projecten met uitzonderlijke meerwaarde. Binnen de gestelde kaders zijn daarom afwijkingen mogelijk, mits goed gemotiveerd en zorgvuldig onderbouwd.</al></bijlage></regeling></provinciaalblad></officiele-publicatie>