<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-3"><metadata><meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-4653/metadata.xml" scheme="" /></metadata><kop><titel>PROVINCIAAL BLAD</titel><subtitel>Officiële uitgave van de provincie Zeeland</subtitel></kop><provinciaalblad><kop><titel>Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland houdende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023</titel></kop><regeling><aanhef><preambule><al><nadruk type="vet">Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland van 17 maart 2026, kenmerk 817565, houdende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023.</nadruk></al><al /><al><nadruk type="cur">Gedeputeerde staten van Zeeland,</nadruk></al><al /><lijst><li><li.nr>-</li.nr><al>overwegende dat gedeputeerde staten in het coalitieakkoord 2023-2027: ‘Met Zeeland, voor Zeeland!’, het belang van cultureel erfgoed onderkennen, maar ook benadrukken dat het onderhoud van gebouwd erfgoed een grote uitdaging is, en zij in de vastgestelde Uitvoeringsagenda Cultuur &amp; Erfgoed 2025-2032 religieus erfgoed hebben benoemd tot prioritaire beleidsdoelstelling en zich committeren aan de inzet voor een goede basis op orde voor cultureel erfgoed; </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>overwegende dat de ondersteuning van gemeenten in hun taken voor cultureel erfgoed onderdeel hiervan is;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>overwegende dat alle 13 gemeenten een afgeronde kerkenvisie hebben, waarin zij hun gemeentelijk religieus erfgoed hebben geïnventariseerd;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>overwegende dat gedeputeerde staten de gemeenten willen stimuleren tot planvorming, kennisdeling en beleidsontwikkeling gericht op het toekomstbestendig maken van het gemeentelijk religieus erfgoed;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>overwegende dat zij daartoe een hoofdstuk aan het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023 wensen toe te voegen;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>gelet op artikel 7 van de Algemene subsidieverordening Zeeland 2023;</al></li></lijst><al>besluiten vast te stellen de navolgende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>I</nr><titel /></kop><al>Na hoofdstuk 46 wordt een hoofdstuk toegevoegd, luidende: </al><al /><al><nadruk type="vet">Hoofdstuk 47 Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidie voor toekomstbestendig religieus erfgoed</nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 47.1 Begripsbepalingen</nadruk></al><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>cultuurhistorische waardestelling: het identificeren en duiden van de cultuurhistorische waarden van een object, zo mogelijk in relatie tot elkaar en in relatie tot waarden van soortgelijke objecten en hun omgeving;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>gemeentelijk religieus erfgoed: het totaal aan religieuze gebouwen en bijhorend interieur van cultuurhistorische waarde dat zich binnen een gemeente bevindt;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>herbestemming: het geven van een andere functie aan een bestaand pand, met als doel de economische potentie van erfgoed te benutten;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>religieus gebouw: gebouw van cultuurhistorische waarde dat doelbewust als gebedshuis is gebouwd en gebruikt wordt of werd voor de uitingen van een geloofsgemeenschap;</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>verduurzaming: het treffen van maatregelen voor het verminderen van het energieverbruik en het opwekken van duurzame energie.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 47.2 Subsidiabele activiteiten</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Subsidie kan worden verstrekt voor planvorming, kennisdeling en beleidsontwikkeling gericht op het toekomstbestendig maken van het gemeentelijk religieus erfgoed.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De activiteiten hebben betrekking op:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>één of meer van de volgende thema’s:</al><lijst><li><li.nr>i.</li.nr><al>herbestemming van religieuze gebouwen;</al></li><li><li.nr>ii.</li.nr><al>verduurzaming van religieuze gebouwen;</al></li><li><li.nr>iii.</li.nr><al>koppeling van religieuze gebouwen aan maatschappelijke opgaven;</al></li><li><li.nr>iv.</li.nr><al>cultuurhistorische waardestelling van monumentale en niet-monumentale religieuze gebouwen; en</al></li></lijst></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>beide van de volgende thema’s:</al><lijst><li><li.nr>i.</li.nr><al>ondersteuning van eigenaren van religieuze gebouwen;</al></li><li><li.nr>ii.</li.nr><al>kennisdeling van en communicatie over activiteiten als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a.</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 47.3 Doelgroep</nadruk></al><al>Subsidie wordt slechts verstrekt aan een gemeente binnen de provincie Zeeland. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 47.4 Weigeringsgronden</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>In afwijking van artikel 1.2.1, tweede lid, aanhef en onderdeel a, wordt een subsidie niet verstrekt indien met de uitvoering van de activiteiten is begonnen vóór de datum van indiening van een subsidieaanvraag.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Onverminderd artikel 1.2.1, tweede lid, aanhef en onderdeel b tot en met d, wordt subsidie niet verstrekt indien op grond van dit hoofdstuk in dezelfde openstellingsperiode reeds een subsidie is verstrekt aan de aanvrager.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 47.5 Subsidievereisten</nadruk></al><al>Om voor subsidie als bedoeld in artikel 47.2 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de planvorming, kennisdeling en beleidsontwikkeling, bedoeld in artikel 47.2, eerste lid, richt zich niet slechts op individuele religieuze gebouwen, maar heeft collectieve waarde voor het gemeentelijk religieus erfgoed;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>uit de planning blijkt dat de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, starten in 2026.</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>uit de planning blijkt dat de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, binnen een jaar na subsidieverlening kunnen worden afgerond.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 47.6 Niet-subsidiabele kosten </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>In afwijking van artikel 1.3.2 zijn personeelskosten van de aanvrager niet subsidiabel.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1.3.1 en 1.3.3 komen niet voor subsidie in aanmerking: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>kosten voor onderhoud ten behoeve van religieuze gebouwen;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>kosten voor restauratie ten behoeve van religieuze gebouwen; </al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>kosten voor verduurzamingsmaatregelen;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>kosten gemaakt vóór indiening van de aanvraag;</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>kosten waarvoor reeds een subsidie of andere financiële bijdrage is verleend.</al></li></lijst></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 47.7 Subsidiehoogte </nadruk></al><al>De subsidie voor de activiteiten, bedoeld in artikel 47.2, bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 10.000 per aanvraag. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 47.8 Subsidieaanvraag</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De subsidieaanvraag wordt bij gedeputeerde staten ingediend door gebruik te maken van een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier subsidie toekomstbestendig religieus erfgoed. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Onverminderd artikel 1.4.2, tweede lid, bevat de subsidieaanvraag in ieder geval:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>een projectplan als bedoeld in artikel 1.4.2, tweede lid, van maximaal vier pagina’s A4, waarin tenminste het volgende wordt beschreven: </al><lijst><li><li.nr>i.</li.nr><al>een omschrijving van het project, waaronder de projectopzet, de doelgroep en de uit te voeren activiteiten onderverdeeld in de toegepaste thema’s, bedoeld in artikel 47.2, tweede lid, onderdeel a en b;</al></li><li><li.nr>ii.</li.nr><al>een toelichting op de collectieve waarde voor het gemeentelijk religieus erfgoed, van de geplande planvorming, kennisdeling en beleidsontwikkeling, bedoeld in artikel 47.2;</al></li><li><li.nr>iii.</li.nr><al>een realistische projectplanning;</al></li></lijst></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>een sluitende (meerjaren)begroting als bedoeld in artikel 1.4.3;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>in geval van externe inhuur: een offerte voorzien van uitgewerkte prijsopgave met uren en uurtarieven.</al></li></lijst></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 47.9 Indieningstermijn </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De aanvraag wordt bij gedeputeerde staten ingediend binnen de openstellingsperiode van 13 april 2026 tot en met 1 oktober 2026.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Subsidieaanvragen die op de uiterste indieningsdatum niet volledig zijn ontvangen, worden afgewezen.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 47.10 Subsidieplafond </nadruk></al><al>Gedeputeerde staten stellen het subsidieplafond voor de openstellingsperiode, bedoeld in artikel 47.9, vast op € 130.000.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 47.11 Verdeelmethode </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Het subsidieplafond wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Indien een aanvraag niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de aanvraag volledig is als datum van binnenkomst.</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige aanvragen plaats door middel van loting. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 47.12 Beslistermijn </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Gedeputeerde staten beslissen op de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van de volledige aanvraag.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Gedeputeerde staten kunnen de beslissing eenmaal voor ten hoogste vier weken verdagen.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 47.13 Subsidieverplichtingen</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Onverminderd het bepaalde in § 1.6, is de subsidieontvanger verplicht: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend te starten in 2026;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend binnen één jaar na verlening van de subsidie af te ronden. </al></li></lijst></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Op schriftelijk gemotiveerd verzoek van de aanvrager, ingediend uiterlijk vier weken voor het verstrijken van de in het eerste lid, onderdeel b gestelde termijn, kunnen gedeputeerde staten afwijken van het eerste lid, onderdeel b. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>II</nr><titel /></kop><al>Onder vernummering van de paragrafen 47.1 en 47.2 tot respectievelijk de paragrafen 48.1 en 48.2 en van de artikelen 47.1.1 en 47.2.1 tot respectievelijk de artikelen 48.1.1 en 48.2.1, wordt Hoofdstuk 47 Slotbepalingen gewijzigd in: Hoofdstuk 48 Slotbepalingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>III</nr><titel /></kop><al>Na de toelichting op hoofdstuk 46 wordt een toelichting toegevoegd, luidende:</al><al /><al><nadruk type="vet">Toelichting op hoofdstuk 47 Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidie voor toekomstbestendig religieus erfgoed</nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Algemene toelichting</nadruk></nadruk></al><al>Alle 13 Zeeuwse gemeenten hebben sinds kort een Kerkenvisie, een beleidsstuk met daarin een inventarisatie van alle kerkgebouwen in de gemeenten en voor een aantal gemeenten een uitgewerkte aanpak hoe om te gaan met de kerken. De gemeenten hebben de ambitie om hun kerkenvisies om te zetten naar praktische activiteiten en maatregelen. Hiervoor hebben ze ondersteuning gevraagd van de provincie. Omdat iedere gemeente een andere situatie heeft, willen we tegemoetkomen aan hun vraag, door een open subsidieregeling in te richten, waaruit elke gemeente eenmaal een subsidiebedrag kan aanvragen. </al><al>Dit sluit aan bij verschillende beleidsdoelen in de Uitvoeringsagenda Cultuur &amp; Erfgoed 2025-2032. Onder het thema ‘Basis op orde’, is het doel gesteld om te werken aan de restauratieachterstand in Zeeland en goed onderhoud van monumenten te stimuleren. Het doel is gemeenten te ondersteunen bij hun aanpak voor religieus erfgoed, om zo leegstand en verval van kerkgebouwen van cultuurhistorische waarde te verminderen. </al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Artikelsgewijze toelichting</nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="vet">Artikel 47.2 Subsidiabele activiteiten </nadruk></al><al>Deze subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op het toekomstbestendig maken van gemeentelijk religieus erfgoed, zoals gedefinieerd in artikel 47.1 onder b. De subsidiabele activiteiten zijn onderverdeeld in de volgende drie overkoepelende doelen: planvorming, kennisdeling en beleidsontwikkeling. </al><al>Met planvorming wordt beoogd dat minstens meerdere kerkgebouwen ondersteund worden in het voorbereiden van een herbestemmingstraject, verduurzamingsplannen of andere ontwikkelplannen die ertoe leiden dat het kerkgebouw voor langere tijd in stand wordt gehouden. </al><al>Met kennisdeling wordt beoogd dat het netwerk van kerkeigenaren, vrijwilligers en andere betrokkenen wordt versterkt en ondersteund. Daarnaast wordt hiermee beoogd dat opgehaalde ervaringen en kennis tussen gemeenten, andere overheidsinstanties en erfgoedorganisaties wordt gedeeld en uitgewisseld. </al><al>Met beleidsontwikkeling wordt beoogd dat het project gericht is op het doorontwikkelen, borgen en vaststellen van beleid voor religieus erfgoed, ter vervolg op de eerder opgestelde kerkenvisie. </al><al>Deze drie overkoepelende doelen worden bewerkstelligd door activiteiten gericht op de thema's benoemd in artikel 47.2, lid 2. Activiteiten waaraan gedacht kan worden binnen deze thema's zijn: </al><al /><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al /><lijst><li><li.nr>i.</li.nr><al><nadruk type="vet">Activiteiten m.b.t. herbestemming van religieuze gebouwen van cultuurhistorie waarde</nadruk>:</al><al>Onderzoek naar mogelijkheden van herbestemming tot maatschappelijk vastgoed. Onderzoeken naar overkoepelend herbestemmingsbeleid voor religieuze gebouwen. </al></li><li><li.nr>ii.</li.nr><al><nadruk type="vet">Activiteiten m.b.t. verduurzaming van religieuze gebouwen van cultuurhistorie waarde: </nadruk></al><al>Kennisdeling over verduurzaming, onderzoeken overkoepelend duurzaamheidsbeleid voor religieuze gebouwen, begeleiding van kerkeigenaren bij de planvorming voor verduurzaming. Let op: voor het verkrijgen van een duurzaamheidsadvies verwijzen we u door naar het Klimaat-ontzorgingsprogramma van de Provincie Zeeland:<extref doc="https://www.zeeland.nl/onderwerpen/energie-en-klimaat/klimop"><nadruk type="ondlijn">Het Klimaat-ontzorgingsprogramma 'KlimOp' | Provincie Zeeland</nadruk></extref>. </al></li><li><li.nr>iii.</li.nr><al><nadruk type="vet">Activiteiten m.b.t. koppeling religieuze gebouwen aan maatschappelijke opgaven: </nadruk></al><al>Onderzoeken naar de inzet van religieus erfgoed voor oplossingen voor maatschappelijke opgaven (w.o. klimaatadaptatie, woningbouw, sociale cohesie, zorg, verschraling van voorzieningen), afstemming Omgevingsplan en -visie om deze koppelingen mogelijk te maken. </al></li><li><li.nr>iv.</li.nr><al><nadruk type="vet">Activiteiten m.b.t. waardestelling van monumentale en niet-monumentale religieuze gebouwen </nadruk></al><al>Onderzoek naar cultuurhistorische en sociaal-maatschappelijke waardestelling van religieuze gebouwen met en zonder monumentale status en het borgen van deze waarden in het Omgevingsplan en de Omgevingsvisie. </al></li></lijst></li><li><li.nr>b.</li.nr><al /><lijst><li><li.nr>i.</li.nr><al><nadruk type="vet">Activiteiten m.b.t. ondersteuning van eigenaren van religieuze gebouwen van cultuurhistorische waarde: </nadruk></al><al>Kennisdeling met eigenaren van religieus erfgoed over herbestemming en verduurzaming, inrichten vragenloket, opzetten campagne voor promotie herbestemming en verduurzaming van religieus erfgoed.</al></li><li><li.nr>ii.</li.nr><al><nadruk type="vet">Activiteiten m.b.t. kennisdeling en communicatie over de bovengenoemde activiteiten a i t/m iv: </nadruk></al><al>Inzet communicatiemiddelen, organisatie van evenementen en dergelijke. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>IV</nr><titel /></kop><al>Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><ondertekening><!--al naar functie elementen vertaald (inhoudelijk gedeeltelijk onjuist)--><functie>Aldus vastgesteld in de vergadering van gedeputeerde staten van 17 maart 2026.</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>H.M. de Jonge, voorzitter</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>Drs. M.C.J. Franken, secretaris</functie></ondertekening></regeling-sluiting></regeling></provinciaalblad></officiele-publicatie>