<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-3"><metadata><meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-14611/metadata.xml" scheme="" /></metadata><kop><titel>PROVINCIAAL BLAD</titel><subtitel>Officiële uitgave van de provincie Zuid-Holland</subtitel></kop><provinciaalblad><kop><titel>Besluit van Provinciale Staten van Zuid-Holland van 3 juni 2026, nr. 7824 tot wijziging van het Delegatiebesluit Zuid-Hollandse Omgevingsverordening herziening 2025</titel></kop><regeling><aanhef><preambule><al>Provinciale Staten van Zuid-Holland,</al><al /><al>Gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten van 26 mei 2026, met het besluitnummer PZH-2026-887454085;</al><al /><al>Gelet op Artikel 2.8 van de Omgevingswet;</al><al /><al>Besluiten:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>I</nr><titel /></kop><al>Het Delegatiebesluit Zuid-Hollandse Omgevingsverordening wordt als volgt gewijzigd:</al><al /><al>A</al><al>Na artikel 1.2 wordt artikel 1.3 ingevoegd, luidende:</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 1.3 Adviesplichten van gedeputeerde staten voor omgevingsvergunningen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit</nadruk></al><al>Gedeputeerde staten kunnen aangewezen gevallen op grond artikel 16.15a, onder d, van de Omgevingswet voor de toepassing van artikel 4.25, eerste lid, onder g, van het Omgevingsbesluit in bijlage XX van de toelichting van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening opnemen.</al><al /><al>B</al><al>In artikel 2.1 wordt «In aanvulling op artikel 2.22, tweede lid, van de Omgevingswet kunnen gedeputeerde staten» vervangen door «Gedeputeerde staten kunnen».</al><al /><al>C</al><al>Artikel 2.2, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:</al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>«bijlage VI, onder A.1» wordt vervangen door «bijlage VII, onder A».</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Na «provinciale» wordt «en regionale» ingevoegd.</al></li></lijst><al>D</al><al>Afdeling 3 komt te vervallen.</al><al /><al>E</al><al>In artikel 3.5, derde lid wordt «meldingplicht» vervangen door «meldingsplicht».</al><al /><al>F</al><al>In artikel 4.1 wordt «A1» vervangen door «A.1».</al><al /><al>G</al><al>In artikel 5.2, eerste lid wordt «B1» vervangen door «B.1».</al><al /><al>H</al><al> In artikel 5.2, tweede lid wordt «B2» vervangen door «B.2».</al><al /><al>I</al><al> In artikel 6.1, eerste lid wordt «A1» vervangen door «A.1».</al><al /><al>J</al><al> In artikel 6.1, tweede lid wordt «A2» vervangen door «A.2».</al><al /><al>K</al><al> In artikel 6.2, eerste lid wordt «B1» vervangen door «B.1».</al><al /><al>L</al><al> In artikel 6.2, tweede lid wordt «B2» vervangen door «B.2».</al><al /><al>M</al><al>Na § 6.5 wordt § 6.6 Energie ingevoegd met artikel 6.7 luidende:</al><al /><al>§ 6.6 Energie</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 6.7 Locatie- en milieucriteria collectieve energievoorzieningen</nadruk></al><al>Gedeputeerde Staten stellen in bijlage IX, onder F, locatie- en milieucriteria waaronder de collectieve energievoorzieningen ruimtelijke inpasbaar zijn vast. Deze regels worden vastgesteld binnen twaalf maanden na inwerkingtreding van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>II</nr><titel /></kop><al>Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na uitgifte van het Provinciaal blad waarin dit besluit is bekendgemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>III</nr><titel /></kop><al>Dit besluit wordt aangehaald als: Wijziging Delegatiebesluit Zuid-Hollandse Omgevingsverordening herziening 2025.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><ondertekening><!--al naar functie elementen vertaald (inhoudelijk gedeeltelijk onjuist)--><functie>Den Haag, 3 juni 2026 </functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>Provinciale Staten van Zuid-Holland,</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>Griffier </functie><functie>drs. B.S.M. Sepers </functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>Voorzitter</functie><functie>mr. A.W. Kolff</functie></ondertekening><ondertekening><functie /></ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting:</label><nr /><titel /></kop><al>Artikel I</al><al /><al>Onderdeel A</al><al>Op grond artikel 4.25, eerste lid, onder g, van het Omgevingsbesluit in combinatie met artikel 16.15a, onder d, van de Omgevingswet, wordt de mogelijkheid geboden aan Gedeputeerde Staten om gevallen (van provinciaal belang en als dat belang niet op een doelmatige en doeltreffende wijze door het gemeentebestuur kan worden behartigd) aan te wijzen van aanvragen om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor zij adviseur zijn. Dit moet in een door een bestuursorgaan van de provincie openbaar gemaakt document. De ZHOV kan zo’n document zijn. Aangezien deze lijst is gekoppeld aan artikelen in de ZHOV is handiger om deze lijst ook onderdeel te maken van de ZHOV. Daarmee is beter gegarandeerd dat de lijst ook (mee) wordt aangepast op het moment dat er wijzigingen van de betreffende artikelen zijn. De lijst is met de Wijziging Zuid-Hollandse Omgevingsverordening herziening 2025 opgenomen in een bijlage van de toelichting van de ZHOV. Met deze wijziging van het delegatiebesluit en toevoeging van dit artikel blijft het mogelijk dat als Gedeputeerde Staten over een aanpassing van de lijst besluiten, ze deze ook in de ZHOV kunnen opnemen.</al><al /><al>Onderdeel B</al><al>In artikel 2.1 van het delegatiebesluit wordt een aanpassing gedaan zodat het artikel weer in overeenstemming is met de Omgevingswet. Met de Wet van 16 oktober 2023, houdende wetstechnische wijzigingen en andere wijzigingen van ondergeschikte aard in de Omgevingswet en enkele wetten die daarmee verband houden (Verzamelwet Omgevingswet 2023) is het tweede lid van artikel 2.22 van de Omgevingswet komen te vervallen. Dit lid gaf verwarring met de algemene bepaling in artikel 2.8 van de Omgevingswet. Hierdoor is dit lid uiteindelijk komen te vervallen<noot><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II, 2022-2023, 36367, nr. 3, blz 3 en blz 13</noot.al></noot>. Artikel 2.1 van het delegatiebesluit is nu gebaseerd op het algemene delegatie artikel 2.8 van de Omgevingswet. Qua formulering komt en kwam het artikel 2.1 van het delegatiebesluit met het vervallen tweede lid van artikel 2.22 van de Omgevingswet. Er is geen andere werking beoogd.</al><al /><al>Onderdeel C</al><al>In artikel 2.2, eerste lid wordt een foute verwijzing hersteld. De bijlage met provinciale en regionale vaarwegen in de ZHOV is bijlage VII, onder A. De delegatie was bedoeld van toepassing te zijn op alle in de bijlage genoemde vaarwegen. Dit betreft dus ook de regionale vaarwegen uit de lijst A.2.</al><al /><al>Onderdeel D</al><al>Met het Besluit van Provinciale Staten van Zuid-Holland van 11 december 2024, nr. 7698, tot wijziging van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening in verband met de jaarlijkse herziening voor het jaar 2024 is afdeling 3.5 Ontgassen van binnenschepen uit de ZHOV komen te vervallen. De afdeling kon en moest vervallen omdat het Rijk inmiddels uitputtende regels heeft vastgesteld voor dit onderwerp. In het delegatiebesluit stond nog de mogelijkheid voor Gedeputeerde Staten om enkele regels te stellen over het ontgassen van binnenschepen. Het ging om het aanwijzen van stoffen en het kunnen stellen van nadere regels, en het eventueel aanwijzen van vergunningvrije gevallen. Deze mogelijkheden zijn niet meer nodig nu er geen regels over ontgassen van binnenschepen in de ZHOV staan of kunnen worden opgenomen. Daarom komt ook afdeling 3 uit het delegatiebesluit te vervallen.</al><al /><al>Onderdeel E t/m L</al><al>Dit betreffen kleine correcties van een spelfout en verwijzingen die consequent gemaakt worden in het delegatiebesluit (bijvoorbeeld: A1 wordt A.1)</al></nota-toelichting></regeling></provinciaalblad></officiele-publicatie>