<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-3"><metadata><meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-12469/metadata.xml" scheme="" /></metadata><kop><titel>PROVINCIAAL BLAD</titel><subtitel>Officiële uitgave van de provincie Zuid-Holland</subtitel></kop><provinciaalblad><kop><titel>Besluit van gedeputeerde staten van 7 juli 2026, PZH-2026-893003132, houdende vaststelling van het Openstellingsbesluit bestrijding invasieve exoten (Openstellingsbesluit bestrijding invasieve exoten Zuid-Holland 2026)</titel></kop><regeling><aanhef><preambule><al>Gedeputeerde staten van Zuid-Holland,</al><al /><al>Gelet op de artikelen 4:25 en 4:26 van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 3.1 en 3.2 van de Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016 en de artikelen 1.3, vierde lid, en 1.4, eerste lid, van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland; </al><al /><al>Overwegende dat het wenselijk is plant- en diersoorten die van nature niet in Zuid-Holland voorkomen terug te dringen;</al><al /><al>Besluiten vast te stellen het volgende besluit:</al><al /><al><nadruk type="vet">Openstellingsbesluit bestrijding invasieve exoten Zuid-Holland 2026</nadruk></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit openstellingsbesluit wordt verstaan onder:</al><al><nadruk type="cur">Asv</nadruk>: Algemene subsidieverordening Zuid-Holland;</al><al><nadruk type="cur">beheersen</nadruk>: treffen van maatregelen gericht op het terugdringen van de verspreiding van een invasieve exoot in het geval dat volledige bestrijding niet langer mogelijk is, zoals uittrekken, maaien en (druk)begrazen;</al><al><nadruk type="cur">bestrijding</nadruk>: treffen van maatregelen gericht op het volledig en permanent verwijderen van een populatie van de invasieve exoot;</al><al><nadruk type="cur">invasieve exoot</nadruk>: soort opgenomen in Bijlage Vc bij artikel 3.67 van het Besluit kwaliteit leefomgeving; </al><al><nadruk type="cur">Natura 2000 gebied</nadruk>: gebied dat:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>door de bevoegde autoriteit van het land waarin het gebied is gelegen is aangewezen als speciale beschermingszone, ter uitvoering van de artikelen 3, tweede lid, onder a, en 4, eerste en tweede lid, van de vogelrichtlijn of de artikelen 3, tweede lid, en 4, vierde lid, van de habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, PbEG 1992, L 206), of</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>is opgenomen op de lijst van gebieden van communautair belang, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de habitatrichtlijn;</al></li></lijst><al><nadruk type="cur">overgangszone</nadruk>: zone van één kilometer rondom een Natura 2000 gebied;</al><al><nadruk type="cur">Srg</nadruk>: Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Subsidiabele activiteiten </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten in overgangszones die gericht zijn op het bestrijden of beheersen van invasieve exoten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De activiteiten bedoeld in het eerste lid kunnen herstel van biodiversiteit na schade veroorzaakt door invasieve exoten omvatten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt verstrekt in de vorm van een projectsubsidie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Doelgroep</titel></kop><al>Subsidie als bedoeld in artikel 2 wordt uitsluitend verstrekt aan:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>gemeenten;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>terreinbeherende organisaties; of</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>waterschappen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Deelplafond</titel></kop><al>Het deelplafond voor 2026 bedraagt € 300.000,- voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Aanvraagperiode</titel></kop><al>In afwijking van artikel 2.3, eerste lid, van de Asv kan een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 2 worden ingediend van 1 september 2026 tot en met 30 september 2026.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Onverminderd artikel 2.6 van de Asv wordt subsidie geweigerd indien: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de activiteit niet uitvoerbaar is vanwege wettelijke of praktische belemmeringen; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de aanvrager niet de eigenaar van de grond is of door de eigenaar geen schriftelijke toestemming is gegeven; </al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>voor dezelfde activiteit op grond van deze of een andere subsidieregeling van de provincie Zuid-Holland subsidie is aangevraagd;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>de subsidie minder dan € 5.000 bedraagt;</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>de aanvraag op grond van artikel 11 op één van de criteria nul punten scoort.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Subsidievereisten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende vereisten:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de activiteit wordt uitgevoerd in of is gericht op de provincie Zuid-Holland; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de activiteit heeft betrekking op locaties waar invasieve exoten de biodiversiteit aantoonbaar negatief kunnen beïnvloeden of hebben beïnvloed, waarvan gemeenten, terreinbeherende organisaties of waterschappen eigenaar zijn; en </al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>de aanvrager maakt aannemelijk dat de activiteit bijdraagt aan het blijvend terugdringen van desbetreffende invasieve exoot op de beoogde locatie;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>de aanvrager overlegt foto- of videomateriaal van de situatie voor het project. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, komt een activiteit gericht op herstel van biodiversiteit na schade veroorzaakt door een of meer invasieve exoten uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien benodigd plant- en zaaigoed dat wordt gebruikt om het ecosysteem weerbaarder te maken tegen exoten, inheems, autochtoon en van regionale afkomst is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Subsidiabele kosten</titel></kop><al>Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen in elk geval de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>kosten voor projectmanagement, voor zover dit onderdeel is van concrete activiteiten, tot een maximum van 15% van de begroting;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>overige kosten die noodzakelijk, redelijk en realistisch zijn om de activiteiten te kunnen uitvoeren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Niet-subsidiabele kosten</titel></kop><al>Onverminderd artikel 2.5 van de Asv zijn de volgende kosten niet subsidiabel:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>regulier beheer en onderhoud;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>maatregelen ter uitvoering van wettelijke taken of verplichtingen;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>kosten die zijn gemaakt vóórdat de subsidie is aangevraagd;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>monitoring;</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>kosten voor de aanschaf van machines, gereedschap of materiaal;</al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>kosten voor grondverwerving of afwaardering van gronden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Subsidiehoogte</titel></kop><al>De hoogte van de subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 100.000,-.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Rangschikking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 1.3 van de Srg worden volledige aanvragen voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, die voor subsidie in aanmerking komen gerangschikt op basis van de volgende beoordelingscriteria zoals uitgewerkt in bijlage 1:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de haalbaarheid van de activiteit;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>of het een exoot betreft die een drukfactor vormt voor de doelstellingen binnen N2000 gebieden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rangschikking bedoeld in het eerste lid vindt plaats aan de hand van het totaal aantal punten die op grond van bijlage 1 worden toegekend, waarbij de toegekende punten worden vermenigvuldigd met de volgende wegingsfactoren:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>het criterium bedoeld in het eerste lid, onder a, heeft een wegingsfactor van 3;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>het criterium bedoeld in het eerste lid, onder b, heeft een wegingsfactor van 4.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien toepassing van het eerste en tweede lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, en het plafond met toekenning van deze aanvragen zou worden overschreden, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald aan de hand van de hoogste scores op achtereenvolgens de volgende criteria:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>of het een exoot betreft die een drukfactor vormt voor de doelstellingen binnen N2000 gebieden;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de haalbaarheid van de activiteit.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien aanvragen na toepassing van het derde lid een gelijk aantal punten hebben behaald, wordt de onderlinge rangschikking van deze aanvragen bepaald door loting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Verplichtingen</titel></kop><al>In aanvulling op de artikelen 3.1 tot en met 3.5 en 6.2 van de Asv en in afwijking van de artikelen 1.4, eerste lid, en 1.5 van de Srg heeft de subsidieontvanger de volgende verplichtingen: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de activiteit wordt binnen 1 jaar na subsidieverlening gestart;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de activiteit wordt binnen 3 jaar na subsidieverlening gerealiseerd;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>de subsidieontvanger werkt mee aan publiciteit over de activiteit.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Verantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In aanvulling op artikel 4.1, tweede lid, van de Asv, toont de subsidieontvanger desgevraagd foto- of videomateriaal van de situatie na het project.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In aanvulling op artikel 4.2, eerste lid, van de Asv, overlegt de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling foto- of videomateriaal van de situatie na het project.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin dit besluit wordt geplaatst.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Werkingsduur</titel></kop><al>Dit openstellingsbesluit vervalt op 1 juli 2027, met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn aangevraagd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit bestrijding invasieve exoten Zuid-Holland 2026.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><ondertekening><!--al naar functie elementen vertaald (inhoudelijk gedeeltelijk onjuist)--><functie>Den Haag, 7 juli 2026</functie></ondertekening><ondertekening><functie /></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>Gedeputeerde staten van Zuid-Holland</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>drs. M.J.A. van Bijnen MBA, secretaris</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>M.E. van Leeuwen, plv. voorzitter</functie></ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1</nr><titel>behorende bij artikel 11 van het Openstellingsbesluit bestrijding invasieve exoten Zuid-Holland 2026</titel></kop><al /><table frame="all"><tgroup cols="5"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><colspec colname="colC" /><colspec colname="colD" /><colspec colname="colE" /><tbody><row><entry><al><nadruk type="vet">Criterium</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="vet">Invulling</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="vet">Punten </nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="vet">Score</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="vet">Min. en max. score</nadruk></al></entry></row><row><entry morerows="3"><al><nadruk type="vet">a. haalbaarheid van de activiteit</nadruk></al></entry><entry><al>Er moet nog onderzoek plaatsvinden voorafgaande aan de activiteit </al></entry><entry><al>0</al></entry><entry><al>0</al></entry><entry morerows="3"><al>Minimaal 0 punten, maximaal 9 punten</al></entry></row><row><entry><al>De activiteit kan worden uitgevoerd maar niet binnen een jaar worden afgerond</al></entry><entry><al>1</al></entry><entry><al>3</al></entry></row><row><entry><al>De activiteit kan binnen een jaar worden uitgevoerd en afgerond</al></entry><entry><al>2</al></entry><entry><al>6</al></entry></row><row><entry><al>De activiteit kan binnen een jaar worden uitgevoerd en afgerond, nazorg voor de locatie vindt plaats d.m.v. monitoring </al></entry><entry><al>3</al></entry><entry><al>9</al></entry></row><row><entry morerows="2"><al><nadruk type="vet">b. </nadruk>v<nadruk type="vet">ormt de exoot een drukfactor voor Natura 2000</nadruk></al></entry><entry><al>De soort vormt geen drukfactor voor de doelstellingen binnen het N2000 gebied aangrenzend aan de zone waar de activiteiten worden uitgevoerd </al></entry><entry><al>0</al></entry><entry><al>0</al></entry><entry morerows="2"><al>Minimaal 0 punten, maximaal 8 punten</al></entry></row><row><entry><al>De soort vormt potentieel een drukfactor voor de doelstellingen binnen het N2000 aangrenzend aan de zone waar de activiteiten worden uitgevoerd </al></entry><entry><al>1</al></entry><entry><al>4</al></entry></row><row><entry><al>De soort vormt aantoonbaar een drukfactor voor de doelstellingen binnen het N2000 aangrenzend aan de zone waar de activiteiten worden uitgevoerd </al></entry><entry><al>2</al></entry><entry><al>8</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al /></bijlage><nota-toelichting><kop><label /><nr /><titel>Toelichting bij het besluit van gedeputeerde staten van 7 juli 2026, PZH-2026-893003132, tot vaststelling van het Openstellingsbesluit bestrijding invasieve exoten Zuid-Holland 2026</titel></kop><al><nadruk type="vet">I. Algemeen</nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet">Inleiding</nadruk></al><al>In toenemende mate heeft de provincie Zuid-Holland te maken met plant- en diersoorten die hier van nature niet thuishoren. Zij komen met transporten mee, of worden naar ons land gebracht om als plant of huisdier gehouden te worden. Een deel van deze soorten kan zich goed vestigen in onze natuur en kan daar voor problemen zorgen. Denk bijvoorbeeld aan het wegconcurreren van inheemse flora of fauna, belemmering van de doorstroom van watergangen, of aantasting van gebouwen of constructies. In dit geval spreken we van invasieve exoten. Omdat deze invasieve exoten een bedreiging vormen voor de inheemse biodiversiteit is het van belang deze soorten terug te dringen. </al><al /><al>Met het openstellen van deze subsidie verwacht het college van Gedeputeerde Staten invasieve exoten in overgangszones (zones van 1 kilometer rondom Natura 2000 gebieden) effectief terug te dringen. Dit vormt een invulling van hoofdstuk 5 van het Aanvalsplan Exoten Zuid‑Holland<noot type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al><extref doc="https://www.zuid-holland.nl/politiek-bestuur/gedeputeerde-staten/besluiten/besluit/plan-van-aanpak-invasieve-exoten"><nadruk type="ondlijn">https://www.zuid-holland.nl/politiek-bestuur/gedeputeerde-staten/besluiten/besluit/plan-van-aanpak-invasieve-exoten</nadruk></extref></noot.al></noot>.</al><al /><al><nadruk type="vet">Juridisch kader</nadruk></al><al>Dit openstellingsbesluit is vastgesteld op grond van de Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016 (Srg) en de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland (Asv). Dit betekent dat een aantal aspecten van de verstrekking van subsidies niet in het openstellingsbesluit is vastgelegd, maar in de Srg en de Asv. In de Asv staat onder meer wat de beslistermijnen zijn voor Gedeputeerde Staten. Daarnaast geldt op grond van de Asv een meldingsplicht: als de subsidieontvanger de gesubsidieerde activiteit niet, niet tijdig of geheel, of niet volgens alle daaraan verbonden verplichtingen verricht, dient hij dit ingevolge artikel 3.2 van de Asv te melden bij Gedeputeerde Staten. Verder zijn de verplichtingen met betrekking tot de prestatieverantwoording en bevoorschotting en betaling uit de Srg van toepassing.</al><al /><al>Voor een goed begrip van deze subsidieregeling is dus bestudering van de Asv noodzakelijk. Ook de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat algemene bepalingen die onverkort van toepassing zijn op subsidies, verstrekt op grond van deze subsidieregeling.</al><al /><al><nadruk type="vet">Invasieve exoten</nadruk></al><al>Het gaat hierbij om planten of dieren die niet zelfstandig, maar door menselijk handelen Nederland hebben kunnen bereiken, en die grote schade toebrengen aan inheemse soorten of risico’s opleveren voor humane of veterinaire gezondheid, hoogwaterveiligheid, hydrologie of economie. In dit openstellingsbesluit zijn de activiteiten beperkt tot invasieve exoten die zijn opgenomen in de bijlage bij het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit vanwege de beperkte omvang van de subsidiehoogte.</al><al /><al><nadruk type="vet">Aanvraagvereisten</nadruk></al><al>De aanvrager vermeldt in het aanvraagformulier de volgende informatie:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>een beschrijving van de activiteiten, inclusief een planning en de locatie van de uit te voeren activiteiten, waarbij de aanvrager: </al><lijst><li><li.nr>i.</li.nr><al>aangeeft op welke invasieve exoten de activiteiten zijn gericht;</al></li><li><li.nr>ii.</li.nr><al>onderbouwt dat de activiteiten plaatsvinden op locatie(s) waar deze invasieve exoten de biodiversiteit aantoonbaar negatief kunnen beïnvloeden of hebben beïnvloed;</al></li><li><li.nr>iii.</li.nr><al>onderbouwt hoe de activiteiten bijdragen aan het blijvend terugdringen van deze invasieve exoten op de beoogde locatie(s);</al></li></lijst></li><li><li.nr /><al>De (verwachte) locatie dient te worden weergegeven op perceelsniveau. Indien het niet mogelijk is om op perceelsniveau aan te geven, dan dient het niveau dat wel mogelijk is te worden aangegeven (bijvoorbeeld bedrijfs- of polderniveau); </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>een specificatie van de kosten, voorzien van een onderbouwing van de bedragen. Hiervoor kunnen bijvoorbeeld offertes worden meegestuurd voor het uit te voeren project, of voor recent uitgevoerde vergelijkbare projecten; </al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>een onderbouwing welke methoden worden gebruikt om invasieve exoten te beheersen of bestrijden;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>een onderbouwing waaruit blijkt dat de activiteit bijdraagt aan het blijvend terugdringen van de desbetreffende invasieve exoten op de beoogde locatie(s) ;</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>een verklaring welke andere subsidies de aanvrager voor de activiteit ontvangt en door wie die subsidies worden verstrekt. Onder subsidies worden ook bijdragen verstaan;</al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>indien herstel van biodiversiteit na schade veroorzaakt door invasieve exoten onderdeel uitmaakt van de aanvraag, bevat de aanvraag een omschrijving welk plant- en zaaigoed wordt gebruikt om het ecosysteem weerbaarder te maken tegen exoten;</al></li><li><li.nr>g.</li.nr><al>een onderbouwing van de haalbaarheid van de activiteit;</al></li><li><li.nr>h.</li.nr><al>een onderbouwing van de mate waarin de exoot een drukfactor voor Natura 2000 vormt.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">II. Artikelsgewijs</nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 2 Subsidiabele activiteit</nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet">eerste lid</nadruk></al><al>De activiteit bedoeld in het eerste lid vindt plaats in de vorm van bestrijdings- of beheersprojecten in overgangszones. Deze overgangszones bevinden zich rondom Natura 2000 gebieden. Binnen de Natura 2000 gebieden moet het exotenbeheer landen in beheerplannen. Omdat het budget voor exotenbeheer buiten Natura 2000 gebieden beperkt is, richt deze subsidiemogelijkheid zich op deze overgangszones. </al><al /><al><nadruk type="vet">tweede lid</nadruk></al><al>Het tweede lid maakt duidelijk dat een project, naast bestrijding of beheersing, ook herstel van biodiversiteit na schade veroorzaakt door invasieve exoten kan betreffen. Het nemen van herstelmaatregelen zorgt ervoor dat de kans op nieuwe vestiging van exoten verder afneemt. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 3 Doelgroep</nadruk></al><al>Deze doelgroepen hebben als terreineigenaar in verschillende mate te maken met overlast van exoten. Met behulp van deze subsidie kunnen deze grondeigenaren helpen de provinciale doelstellingen te bereiken.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 6 Weigeringsgronden</nadruk></al><al>In aanvulling op artikel 2.6 van de Asv zijn in artikel 6 van dit openstellingsbesluit diverse weigeringsgronden opgenomen. </al><al /><al><nadruk type="vet">Onderdeel a, wettelijke of praktische belemmeringen</nadruk></al><al>Hierbij gaat het bijvoorbeeld niet toegestane methoden, of niet toegestane bestrijdingsmiddelen voor het verwijderen van soorten.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 7 Subsidievereisten</nadruk></al><al>De subsidievereisten dienen als waarborg dat de subsidie ten goede komt aan projecten die effect hebben. Het tweede lid bevat de eis dat het voor herstel van biodiversiteit gebruikte plant- en zaaigoed inheems, autochtoon en van regionale afkomst is. Deze eis zorgt ervoor dat inheemse aanplant wordt gestimuleerd, en dat geen exoten worden aangeplant na het verwijderen van exoten. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 9 Niet-subsidiabele kosten</nadruk></al><al>In aanvulling op artikel 2.5 van de Asv zijn in artikel 9 van dit openstellingsbesluit enkele soorten kosten opgenomen die niet voor subsidie in aanmerking komen. Voor de kosten in onderdelen a tot en met c spreekt dit voor zich. Voor de kosten in onderdeel d geldt dat deze samenhangen met het beoordelingscriterium bedoeld in artikel 11, eerste lid, onder b (de haalbaarheid van de activiteit). Het leveren van nazorg in de vorm van monitoring levert een hogere score op. Als de kosten daarvoor subsidiabel zouden zijn, zou dit beoordelingscriterium geen waarde hebben.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 12 Verplichtingen</nadruk></al><al>De activiteit wordt binnen 1 jaar na subsidieverlening gestart en binnen 3 jaar gerealiseerd. </al><al>Dit omdat de subsidie is bedoeld voor het aanpakken van exoten. Het betreft geen lange onderzoekstrajecten, maar korter lopende trajecten met concrete output. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 13 Verantwoording</nadruk></al><al>Het gevraagde foto- of videomateriaal van de situatie na het project wordt gebruikt om een vergelijking te kunnen maken met de situatie voor het project (artikel 7, eerste lid, onder d). Dit geeft een eerste beeld van het resultaat van de inzet van de subsidiegelden.</al><al /><al>drs. M.J.A. van Bijnen MBA, secretaris</al><al /><al>M.E. van Leeuwen, plv. voorzitter</al></nota-toelichting></regeling></provinciaalblad></officiele-publicatie>