<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-3"><metadata><meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-12216/metadata.xml" scheme="" /></metadata><kop><titel>PROVINCIAAL BLAD</titel><subtitel>Officiële uitgave van de provincie Zuid-Holland</subtitel></kop><provinciaalblad><kop><titel>Besluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland van 7 juli 2026, PZH-2026-893478838 (DOS-2023-0000342) tot openstelling van paragraaf 3 van hoofdstuk 2 van de Regeling Europese landbouwsubsidies voor niet-productieve investeringen groenblauwe dooradering Zuid-Holland 2026 (Openstellingsbesluit subsidie Groenblauwe dooradering Zuid-Holland 2026)</titel></kop><regeling><aanhef><preambule><al>Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland;</al><al /><al>Gelet op artikel 1.3, vierde lid, van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland en gelet op artikel 1.2 en artikel 2.3.1 van de Regeling Europese landbouwsubsidies Zuid-Holland;</al><al /><al>Overwegende dat het wenselijk is om uitvoering te geven aan de door Gedeputeerde Staten op 28 januari 2025 vastgestelde programmering van het maatregelenpakket Zuid-Holland programma Landelijk Gebied; </al><al /><al>Overwegende dat het wenselijk is om extra groenblauwe dooradering in de provincie Zuid-Holland te realiseren, om bij te dragen aan de landelijke doelstelling uit het Nationaal Programma Landelijk Gebied om in 2050 10% groenblauwe dooradering in het landelijk gebied in 2050 te realiseren;</al><al /><al>Overwegende dat het wenselijk is om overgangsgebieden rondom Natura 2000-gebieden te ontwikkelen, waarin gebiedsgericht maatregelen worden getroffen die bijdragen aan het verminderen van drukfactoren en aan het realiseren van doelen op het gebied van natuur, water, stikstof, landbouw, bodem en klimaat;</al><al /><al>Overwegende dat de provincie Zuid-Holland middelen ontvangt van het Rijk voor de uitvoering van maatregelen in het landelijk gebied, waaronder maatregelen gericht op groenblauwe dooradering en maatregelen in overgangsgebieden; </al><al /><al>Besluiten vast te stellen het volgende besluit:</al><al /><al><nadruk type="vet">Openstellingsbesluit subsidie Groenblauwe dooradering Zuid-Holland 2026</nadruk></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1.1. van de Regeling Europese landbouwsubsidies Zuid-Holland wordt in dit openstellingsbesluit verstaan onder: </al><al><nadruk type="cur">groenblauwe dooradering</nadruk>: samenhangend netwerk van natuur- en landschapselementen dat het landelijk gebied doorsnijdt, bestaande uit:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>groene dooradering: landschapselementen met een overwegend droog karakter, zoals houtwallen, bomenrijen, dijken en wegbermen.</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>blauwe dooradering: landschapselementen met een overwegend nat karakter, zoals sloten, natuurvriendelijke oevers en andere watergangen;</al></li></lijst><al><nadruk type="cur">subsidieregeling</nadruk>: Regeling Europese landbouwsubsidies Zuid-Holland;</al><al><nadruk type="cur">icoonsoorten</nadruk>, doelsoorten en habitatrichtlijnsoorten: plant- en diersoorten opgenomen in bijlage 1 bij dit besluit;</al><al><nadruk type="cur">overgangsgebieden</nadruk>: gebieden die grenzen aan Natura 2000-gebieden en die bijdragen aan het realiseren van instandhoudingsdoelstellingen voor die gebieden, waar opgaven op het gebied van natuur, water, klimaat en land- en tuinbouw in samenhang kunnen worden aangepakt eventueel in combinatie met ruimtelijke opgaven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Subsidie op grond van artikel 2.3.1 van de subsidieregeling kan worden verstrekt voor niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven, voor zover deze worden uitgevoerd in het kader van</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de Maatregel Groenblauwe Dooradering; of</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de Maatregel Overgangsgebieden </al></li></lijst><al>zoals opgenomen in het Maatregelenpakket 1 Landschap en Natuurversterking, onderdeel van het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Subsidievereisten</titel></kop><al>Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2 in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende vereisten:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de activiteit betreft een niet-productieve investering als bedoeld in artikel 2 en draagt bij aan extra groenblauwe dooradering in Zuid-Holland; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de investering wordt uitgevoerd binnen één van de volgende projecten die onderdeel uitmaken van Maatregelenpakket 1 Landschap en Natuurversterking van het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied: </al><lijst><li><li.nr>1°.</li.nr><al>Alblasserwaard; </al></li><li><li.nr>2°.</li.nr><al>Hoekse Waard; </al></li><li><li.nr>3°.</li.nr><al>Boskoop; </al></li><li><li.nr>4°.</li.nr><al>Midden-Delfland;</al></li><li><li.nr>5°.</li.nr><al>wordt uitgevoerd in een overgangsgebied en draagt aantoonbaar bij aan het verminderen van drukfactoren op een Natura 2000-gebied en aan het realiseren van doelen op het gebied van natuur, water, stikstof, landbouw, bodem of klimaat;</al></li></lijst></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>de activiteit draagt bij aan de instandhouding of verbetering van de leefomgeving van icoonsoorten, doelsoorten en habitatrichtlijnsoorten;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>de activiteit wordt uitgevoerd buiten de bebouwde kom als bedoeld in artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994 en buiten de begrenzing van een Natura 2000-gebied en het Natuurnetwerk Nederland.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanvraagperiode</titel></kop><al>In afwijking van artikel 2.3, eerste lid, van de Asv, worden subsidieaanvragen ingediend van 19 juli 2026 tot en met 31 juli 2028. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Deelplafonds</titel></kop><al>Voor subsidieverlening op grond van dit openstellingsbesluit gelden voor de aanvraagperiode, genoemd in artikel 4, de volgende deelplafonds:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>Alblasserwaard: € 150.000,- </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>Hoekse Waard: € 2.000.000,-</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>Boskoop: € 247.790,-;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>Midden Delfland: € 299.623,-;</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>Mient Kooltuin en Groene Zone: € 350.000,-</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verdelingswijze</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidie-aanvragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als een subsidie-aanvraag nog niet volledig is, geldt als datum van binnenkomst de dag waarop de subsidie-aanvraag aangevuld en gecompleteerd is als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wordt het deelplafond op enige dag overschreden, dan wordt de volgorde van binnenkomst van de op die dag binnengekomen volledige subsidie-aanvragen bepaald door middel van loting, waarbij:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de eerst getrokken aanvraag als hoogste wordt gerangschikt;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de hoogst gerangschikte aanvraag het eerst in aanmerking komt voor subsidie;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>subsidie wordt verdeeld over opeenvolgende aanvragen die volledig verleend kunnen worden.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2.3.5, eerste lid, en artikel 1.10, onder e, van de subsidieregeling, en in aanvulling op artikel 1.8 van de subsidieregeling komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>kosten als bedoeld in artikel 1.8, onder a en b van de subsidieregeling;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>legeskosten, voor zover deze rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de uitvoering van de activiteit.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de berekening van de subsidiabele kosten past de aanvrager artikel 1.9b van de subsidieregeling toe.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Verplichtingen van de subsidie-ontvanger</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1.15 van de subsidieregeling heeft de subsidieontvanger in ieder geval de volgende verplichtingen:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de activiteit waarvoor subsidie is verleend is uiterlijk 31 december 2028 uitgevoerd;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>na uitvoering van de activiteit is geborgd dat het resultaat hiervan gedurende een periode van ten minste 10 jaar duurzaam in stand blijft en vrij van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen wordt onderhouden;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>bij het realiseren van beplanting, worden voor minimaal 90% inheemse soorten gebruikt, vrij van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>bij het realiseren van voedselbossen en half- en hoogstamboomgaarden worden in het ontwerp en de aanleg in totaal voor minimaal 50% inheemse soorten gebruikt;</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>de activiteiten die worden verricht mogen niet in strijd zijn met de KRW-grondwaterdoelen en KRW-oppervlaktewaterdoelen;</al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>door de uitvoering van de activiteit mag de waterkwaliteit van een eventueel betreffend oppervlaktewaterlichaam niet achteruit gaan ongeacht de duur daarvan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Voorschot </titel></kop><al>In overeenstemming met artikel 1.17 van de subsidieregeling wordt ambtshalve een voorschot van 50% van de verleende subsidie verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding </titel></kop><al>Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin zij wordt geplaatst. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Werkingsduur en overgangsrecht</titel></kop><al>Dit besluit vervalt op 31 december 2028, met dien verstande dat dit besluit van kracht blijft voor subsidies die voor die datum zijn aangevraagd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit subsidie Groenblauwe dooradering Zuid-Holland 2026.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><ondertekening><!--al naar functie elementen vertaald (inhoudelijk gedeeltelijk onjuist)--><functie>Den Haag, 7 juli 2026</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>Drs. M.J.A. van Bijnen, secretaris</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>M.E. van Leeuwen, plv. voorzitter</functie></ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1</nr><titel>behorende bij artikel 1 van het Openstellingsbesluit Groenblauwe dooradering Zuid-Holland 2026, houdende lijsten van icoonsoorten, habitatsoorten en doelsoorten</titel></kop><al /><lijst><li><li.nr>A.</li.nr><al><nadruk type="vet"><nadruk type="ondlijn">Icoonsoorten Provincie Zuid-Holland:</nadruk></nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Argusvlinder</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Bever</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Bittervoorn</al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>Blauwborst</al></li><li><li.nr>5.</li.nr><al>Boomklever</al></li><li><li.nr>6.</li.nr><al>Bruinvis</al></li><li><li.nr>7.</li.nr><al>Dotterbloem</al></li><li><li.nr>8.</li.nr><al>Egel</al></li><li><li.nr>9.</li.nr><al>Gewone zeehond</al></li><li><li.nr>10.</li.nr><al>Gierzwaluw</al></li><li><li.nr>11.</li.nr><al>Glassnijder</al></li><li><li.nr>12.</li.nr><al>Groene Glazenmaker</al></li><li><li.nr>13.</li.nr><al>Groenknolorchis</al></li><li><li.nr>14.</li.nr><al>Grote stern</al></li><li><li.nr>15.</li.nr><al>Grutto</al></li><li><li.nr>16.</li.nr><al>Heivlinder</al></li><li><li.nr>17.</li.nr><al>Huismus</al></li><li><li.nr>18.</li.nr><al>Kleine zwaan</al></li><li><li.nr>19.</li.nr><al>Kluut</al></li><li><li.nr>20.</li.nr><al>Konijn</al></li><li><li.nr>21.</li.nr><al>Meervleermuis</al></li><li><li.nr>22.</li.nr><al>Merel</al></li><li><li.nr>23.</li.nr><al>Nachtegaal</al></li><li><li.nr>24.</li.nr><al>Noordse woelmuis</al></li><li><li.nr>25.</li.nr><al>Otter</al></li><li><li.nr>26.</li.nr><al>Patrijs</al></li><li><li.nr>27.</li.nr><al>Purperreiger</al></li><li><li.nr>28.</li.nr><al>Rietorchis</al></li><li><li.nr>29.</li.nr><al>Roerdomp</al></li><li><li.nr>30.</li.nr><al>Rosse vleermuis</al></li><li><li.nr>31.</li.nr><al>Rugstreeppad</al></li><li><li.nr>32.</li.nr><al>Steenuil</al></li><li><li.nr>33.</li.nr><al>Steur</al></li><li><li.nr>34.</li.nr><al>Weidehommel</al></li><li><li.nr>35.</li.nr><al>Wilde hyacint</al></li><li><li.nr>36.</li.nr><al>Zalm</al></li><li><li.nr>37.</li.nr><al>Zandhagedis</al></li><li><li.nr>38.</li.nr><al>Zandhommel</al></li><li><li.nr>39.</li.nr><al>Zeearend</al></li><li><li.nr>40.</li.nr><al>Zwarte stern</al></li></lijst></li><li><li.nr>B.</li.nr><al><nadruk type="vet"><nadruk type="ondlijn">Habitatrichtlijnsoorten (Bijlage II van de Habitatrichtlijn) met relevantie voor Zuid-Holland:</nadruk></nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Nauwe korfslak</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Zegge-korfslak</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Gestreepte waterroofkever</al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>Zeeprik</al></li><li><li.nr>5.</li.nr><al>Rivierprik</al></li><li><li.nr>6.</li.nr><al>Elft</al></li><li><li.nr>7.</li.nr><al>Fint</al></li><li><li.nr>8.</li.nr><al>Zalm</al></li><li><li.nr>9.</li.nr><al>Bittervoorn</al></li><li><li.nr>10.</li.nr><al>Grote modderkruiper</al></li><li><li.nr>11.</li.nr><al>Kleine modderkruiper</al></li><li><li.nr>12.</li.nr><al>Beek/Rivierdonderpad</al></li><li><li.nr>13.</li.nr><al>Kamsalamander</al></li><li><li.nr>14.</li.nr><al>Meervleermuis</al></li><li><li.nr>15.</li.nr><al>Bever</al></li><li><li.nr>16.</li.nr><al>Noordse woelmuis</al></li><li><li.nr>17.</li.nr><al>Bruinvis</al></li><li><li.nr>18.</li.nr><al>Otter</al></li><li><li.nr>19.</li.nr><al>Grijze zeehond</al></li><li><li.nr>20.</li.nr><al>Gewone zeehond</al></li><li><li.nr>21.</li.nr><al>Tonghaarmuts</al></li><li><li.nr>22.</li.nr><al>Groenknolorchis</al></li><li><li.nr>23.</li.nr><al>Platte schijfhoren</al></li></lijst></li><li><li.nr>C.</li.nr><al><nadruk type="vet"><nadruk type="ondlijn">Habitatrichtlijnsoorten (Bijlage IV van de Habitatrichtlijn) met relevantie voor Zuid-Holland</nadruk></nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Kleine dwergvleermuis</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Gewone grootoorvleermuis</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Watervleermuis</al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>Baardvleermuis</al></li><li><li.nr>5.</li.nr><al>Franjestaart</al></li><li><li.nr>6.</li.nr><al>Platte schijfhoren</al></li><li><li.nr>7.</li.nr><al>Noordzeehouting</al></li><li><li.nr>8.</li.nr><al>Kamsalamander</al></li><li><li.nr>9.</li.nr><al>Heikikker</al></li><li><li.nr>10.</li.nr><al>Poelkikker</al></li><li><li.nr>11.</li.nr><al>Rivierrombout</al></li><li><li.nr>12.</li.nr><al>Gevlekte witsnuitlibel</al></li><li><li.nr>13.</li.nr><al>Teunisbloempijlstaart</al></li><li><li.nr>14.</li.nr><al>Gestreepte waterroofkever</al></li><li><li.nr>15.</li.nr><al>Kruipend moerasscherm</al></li></lijst></li><li><li.nr>E.</li.nr><al><nadruk type="vet"><nadruk type="ondlijn">Doelsoorten in het Natuurbeheerplan Zuid-Holland die profiteren van groenblauwe dooradering (en die geen onderdeel zijn van bovenstaande lijst):</nadruk></nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Kneu </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Ringmus </al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Gekraagde roodstaart </al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>Grote lijster </al></li><li><li.nr>5.</li.nr><al>Ransuil </al></li><li><li.nr>6.</li.nr><al>Spotvogel </al></li><li><li.nr>7.</li.nr><al>Braamsluiper </al></li><li><li.nr>8.</li.nr><al>Slobeend </al></li><li><li.nr>9.</li.nr><al>Kievit</al></li><li><li.nr>10.</li.nr><al>Kwartelkoning</al></li><li><li.nr>11.</li.nr><al>Veldleeuwerik</al></li><li><li.nr>12.</li.nr><al>Gele kwikstaart</al></li></lijst></li></lijst></bijlage><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><titel> behorende bij het Openstellingsbesluit subsidie Groenblauwe dooradering Zuid-Holland 2026.</titel></kop><al><nadruk type="vet">I.</nadruk> <nadruk type="vet">Algemeen</nadruk></al><al /><al>GLB is de afkorting voor het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Het Nationaal Strategisch Plan (NSP) is de Nederlandse invulling van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Nederland heeft op 30 september 2022 haar Nederlands Nationaal Strategisch Plan GLB 2023-2027 bij de Europese Commissie ingediend. Dit NSP is op 13 december 2022 door de Commissie goedgekeurd. De Regeling Europese landbouwsubsidies Zuid-Holland vormt de basis voor het verstrekken van NSP-subsidies door Zuid-Holland. Deze subsidieregeling is ook de grondslag voor dit openstellingsbesluit.</al><al /><al>De subsidieregeling bevat diverse paragrafen. Door middel van openstellingsbesluiten kan subsidie worden verstrekt voor de in die paragrafen omschreven activiteiten. Dit openstellingsbesluit ziet op paragraaf 3 van Hoofdstuk 2 van de Regeling Europese landbouwsubsidies Zuid-Holland, die betrekking heeft op niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven. Een niet-productieve investering is een investering die niet leidt tot een aanzienlijke stijging van de waarde of de rentabiliteit van het bedrijf.</al><al /><al>Met dit openstellingsbesluit wordt uitvoering gegeven aan de landelijke doelstelling uit het Nationaal Programma Landelijk Gebied om in 2050 10% groenblauwe dooradering in het landelijk gebied in 2050 binnen het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied te realiseren, en aan het treffen van maatregelen in overgangsgebieden rondom Natura 2000-gebieden. Groenblauwe dooradering draagt bij aan het versterken van biodiversiteit, het verbeteren van de waterhuishouding en het vergroten van de landschappelijke kwaliteit. Overgangsgebieden kunnen bijdragen aan het verminderen van drukfactoren op Natura 2000-gebieden en aan het in samenhang realiseren van doelen op het gebied van natuur, water, stikstof, landbouw, bodem en klimaat.</al><al /><al>Voor de uitvoering van deze opgave zijn middelen beschikbaar gesteld. De provincie Zuid-Holland ontvangt hiervoor Rijksmiddelen (specifieke uitkering) op grond van artikel 5 van de Regeling provinciale maatregelen landelijk gebied. Met dit openstellingsbesluit wordt voorzien in een instrument om deze middelen op een juridisch passende en uitvoerbare wijze in te zetten.</al><al /><al>Subsidie op grond van dit openstellingsbesluit kan worden aangevraagd door agrarische collectieven, landbouwers, landbouworganisaties, organisaties voor landschapsbeheer en samenwerkingsverbanden van landbouwers. Onder het begrip landbouwer vallen ook ondernemers in de sierteelt en tuinbouw, voor zover zij voldoen aan de definitie van landbouwer in de subsidieregeling. Dit betekent dat deze openstelling niet is beperkt tot grondgebonden melkveehouderij of akkerbouw, maar ook relevant kan zijn voor andere typen agrarische bedrijven binnen het landelijk gebied. Het gehele agrarische bedrijf valt onder deze openstelling; ook op boerenerven kunnen biodiversiteitsmaatregelen worden meegenomen. Elementen als bermen en erven passen binnen de definitie van groenblauwe dooradering. Het uitgangspunt is wel dat er beheer wordt uitgevoerd dat past bij één van de pakketten uit de ANLb-tabel. Verharding, bebouwing en tuinen op erven tellen dus niet mee. Ook bermen die beheerd worden op een manier die vrijwel geen bijdrage levert aan biodiversiteit (bijvoorbeeld door intensief klepelen) vallen buiten de scope.</al><al /><al><nadruk type="cur">Verhouding tot bestaande regelgeving</nadruk> </al><al>Dit openstellingsbesluit is vastgesteld op grond van de <extref doc="https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR726353/1"><nadruk type="ondlijn">Algemene subsidieverordening Zuid-Holland</nadruk></extref> (Asv) en de <extref doc="https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR693859"><nadruk type="ondlijn">Regeling Europese landbouwsubsidies Zuid-Holland</nadruk></extref>. Dit betekent dat naast de bepalingen in dit openstellingsbesluit ook de bepalingen uit de Asv en de Regeling Europese landbouwsubsidies van toepassing zijn op de subsidies die op grond van dit openstellingsbesluit worden verstrekt. </al><al>De Regeling Europese landbouwsubsidies bevat onder meer bepalingen over de doelgroep, de aanvraagvereisten, de subsidiehoogte, de subsidiabele en niet-subsidiabele kosten, de beslistermijn, de verplichtingen van de subsidieontvanger en de bevoorschotting.</al><al>Daarnaast is de <extref doc="https://wetten.overheid.nl/BWBR0005537/2024-09-01"><nadruk type="ondlijn">Algemene wet bestuursrecht</nadruk></extref> (Awb) onverkort van toepassing op subsidies die op grond van dit openstellingsbesluit worden verstrekt.</al><al /><al><nadruk type="vet">II. Artikelsgewijs</nadruk></al><al><nadruk type="vet">Artikel 1 Begripsbepalingen</nadruk></al><al>Dit artikel bevat enkele aanvullende begripsbepalingen die specifiek van belang zijn voor deze openstelling. </al><al /><al>Het begrip <nadruk type="cur">groenblauwe dooradering</nadruk> is opgenomen om duidelijk te maken op welke typen landschapselementen deze openstelling ziet. Het gaat om een samenhangend netwerk van half-natuurlijke landschapselementen in het landelijk gebied. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen groene dooradering, bestaande uit elementen met een overwegend droog karakter (waaronder ‘houtige’ elementen zoals bomen, struwelen en voedselbossen evenals ‘kruidige’ elementen zoals kruidenrijke bermen en kruidenrijk grasland) en blauwe dooradering, bestaande uit elementen met een overwegend nat karakter.</al><al /><al>Voor begrippen die niet in dit artikel zijn omschreven, geldt de betekenis die daaraan in artikel 1.1 van de Regeling Europese landbouwsubsidies Zuid-Holland is gegeven.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 2 Subsidiabele activiteiten</nadruk></al><al>Dit artikel regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt binnen deze openstelling. Het gaat om niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven als bedoeld in artikel 2.3.1 van de subsidieregeling, voor zover deze worden uitgevoerd in het kader van de maatregel Groenblauwe Dooradering. </al><al /><al>Met de verwijzing naar het <nadruk type="cur">Maatregelenpakket 1 Landschap en Natuurversterking</nadruk> van het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied is de openstelling beleidsmatig afgebakend. Alleen activiteiten die binnen deze maatregelen passen, komen voor subsidie in aanmerking. </al><al /><al>De nadere omschrijvingen in de maatregelenpakketten per project vormen het inhoudelijk kader. Daarnaast wordt beoordeeld of de voorgestelde activiteiten daadwerkelijk bijdragen aan groenblauwe dooradering. Voor de definitie, duiding en beheer van landschapselementen wordt aangesloten bij de richtlijnen van het rapport<extref doc="https://www.samenvoorbiodiversiteit.nl/pdf/svbd-handreiking-definities-landschapselementen.pdf"><nadruk type="ondlijn">: Groenblauwe dooradering nader gedefinieerd Aanvalsplan Landschap</nadruk></extref> in combinatie met de <extref doc="https://www.boerennatuur.nl/wp-content/uploads/2022/12/Beheerpakketten2023-internet.pdf"><nadruk type="ondlijn">Beheerpakketten Agrarisch Natuur- &amp; Landschapsbeheer</nadruk></extref>.</al><al /><al>Bij activiteiten waar subsidie voor wordt verstrekt moet ook aangetoond worden dat deze ten goede komen aan de substantiële verbetering van het leefgebied van icoonsoorten, habitatsoorten en doelsoorten in Zuid-Holland (bijlage 1). De gedachte hierachter is dat de activiteiten die bijdragen aan de verbetering van het leefgebied van deze soorten ervoor zorgen dat veel andere plant- en diersoorten ook hiervan profiteren. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 3 Subsidievereisten</nadruk></al><al>Artikel 2.3.1 van de subsidieregeling bevat reeds de eis dat de activiteit moet bijdragen aan ten minste één van de daarin genoemde doelen. Dit openstellingsbesluit bouwt daarop voort, in het bijzonder op het doel, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c,  en werkt die algemene doelstelling voor deze specifieke openstelling nader uit in artikel 3.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 4 Aanvraagperiode</nadruk></al><al>Dit artikel bevat de aanvraagperiode voor deze openstelling. In afwijking van artikel 2.3, eerste lid, van de Asv kunnen aanvragen worden ingediend tot en met 31 juli 2028.</al><al>Voor deze einddatum is gekozen om voldoende ruimte te bieden om aanvragen in te dienen binnen de looptijd van de beschikbare middelen en de uitvoering van de maatregel. Daarbij is van belang dat op grond van de onderliggende rijksmiddelen en de projectsystematiek de activiteiten tijdig moeten kunnen worden gerealiseerd en verantwoord.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 5 Deelplafonds</nadruk></al><al>In dit artikel zijn per project deelplafonds opgenomen. Daarmee wordt het totaal beschikbare budget verdeeld over de in artikel 3, onderdeel b, genoemde projecten. Deze keuze is gemaakt om te waarborgen dat de beschikbare middelen doelgericht worden ingezet binnen de verschillende projecten die onderdeel uitmaken van Maatregelenpakket 1 Landschap en Natuurversterking.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 6 Verdelingswijze</nadruk></al><al>Dit artikel regelt de wijze waarop de beschikbare middelen worden verdeeld. Gekozen is voor verdeling op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen. Deze systematiek sluit aan bij de aard van de openstelling en maakt een relatief eenvoudige en efficiënte behandeling van aanvragen mogelijk.</al><al>Van belang is dat een aanvraag pas als binnengekomen geldt op het moment dat zij volledig is. Als een aanvraag nog niet volledig is en op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht wordt aangevuld, geldt als datum van binnenkomst de datum waarop de aanvraag volledig is geworden.</al><al>Indien op één dag meer volledige aanvragen binnenkomen dan binnen het toepasselijke deelplafond kunnen worden verleend, vindt loting plaats. Met de loting wordt op objectieve wijze bepaald in welke volgorde de aanvragen worden gerangschikt.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 7 Subsidiabele kosten</nadruk></al><al>Artikel 2.3.5 van de subsidieregeling bepaalt in het eerste lid als hoofdregel dat alleen kosten als bedoeld in artikel 1.8, onder e, subsidiabel zijn. Op grond van het tweede lid van artikel 2.3.5 kunnen gedeputeerde staten in het openstellingsbesluit bepalen dat ook kosten als bedoeld in artikel 1.8, onder a en b, subsidiabel zijn. </al><al>Van deze mogelijkheid is in dit artikel gebruikgemaakt. Daardoor komen in deze openstelling naast andere kosten waarvoor een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht kan worden overlegd, ook loonkosten en kosten van eigen arbeid voor subsidie in aanmerking. Voorbeelden van kosten waarvoor een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht kan worden overgelegd, zijn materiaalkosten voor de aanleg van landschapselementen en kosten voor de inhuur van derden voor de aanleg van landschapselementen.   </al><al /><al>Daarnaast is in afwijking van artikel 1.10, onder e, van de subsidieregeling bepaald dat ook legeskosten subsidiabel kunnen zijn, voor zover deze rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de uitvoering van de activiteit. Hiermee wordt aangesloten bij de praktijk dat voor bepaalde investeringen publiekrechtelijke toestemmingen (zoals vergunningen) nodig kunnen zijn en de daarvoor verschuldigde leges onderdeel kunnen uitmaken van de projectkosten. Onder ‘overige kosten’ vallen ook kosten voor nazorg, te weten inboet en noodzakelijke bewatering, gedurende twee plantseizoenen na aanplant.</al><al /><al>De rechtstreekse toerekenbaarheidseis brengt mee dat alleen legeskosten die functioneel samenhangen met de gesubsidieerde activiteit voor subsidie in aanmerking komen. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 8 Verplichtingen van de subsidieontvanger</nadruk></al><al>Dit artikel bevat een aanvulling op de algemene verplichtingen van artikel 1.15 en de verplichting inzake voortgangsverslagen van artikel 1.16 van de subsidieregeling.</al><al /><al>In de eerste plaats is bepaald dat het project uiterlijk op 31 december 2028 moet zijn uitgevoerd. Deze termijn hangt samen met de looptijd van de beschikbare middelen en de verplichting van de provincie om de inzet van de middelen tijdig te kunnen verantwoorden.</al><al /><al>Voor deze openstelling is het van belang dat de provincie inzicht heeft in de gerealiseerde voortgang van de aanleg van groenblauwe dooradering. Daarom moet de subsidieontvanger in het voortgangsverslag en bij de aanvraag tot subsidievaststelling niet alleen rapporteren over de uitgevoerde activiteiten, maar ook over de gerealiseerde voortgang in termen van oppervlakte en locatie.</al><al>Dit betekent concreet dat de subsidieontvanger gegevens moet verstrekken over:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>de locatie van de uitgevoerde activiteiten; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>het type groenblauwe dooradering;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>de gerealiseerde omvang daarvan, uitgedrukt in hectares, kilometers of, indien passender, een andere objectief meetbare eenheid. </al></li></lijst><al>Deze aanvullende informatie is nodig om de provincie in staat te stellen de voortgang van de maatregel te monitoren en daarover verantwoording af te leggen. </al></nota-toelichting></regeling></provinciaalblad></officiele-publicatie>