<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-3"><metadata><meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-10415/metadata.xml" scheme="" /></metadata><kop><titel>PROVINCIAAL BLAD</titel><subtitel>Officiële uitgave van de provincie Limburg</subtitel></kop><provinciaalblad><kop><titel>Openstellingsbesluit 2026 Paragraaf 3 Niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg</titel></kop><regeling><aanhef><preambule><al>Gedeputeerde Staten van Limburg maken ter voldoening aan het bepaalde in de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg (laatst gewijzigd Pb. 2025, nr. 11088) bekend dat zij in hun vergadering van 16 juni 2026 het volgende besluit hebben genomen: </al><al /><al><nadruk type="vet">Openstellingsbesluit 2026 Paragraaf 3 Niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg </nadruk></al><al /><al>Gelet op artikel 1.2 van de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg (laatst gewijzigd Pb. 2025, nr. 11088), hierna te noemen "Verordening", besluiten Gedeputeerden Staten van Limburg “Paragraaf 3 Niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven" van hoofdstuk 2 (hierna te noemen "paragraaf 3" van deze Verordening) voor de (her)inrichting, of transformatie van het landelijk gebied op landbouwgrond onder volgende nadere regels open te stellen.</al><al /><lijst><li><li.nr>I.</li.nr><al> Het subsidieplafond bedraagt € 2.409.623. Dit bedrag bestaat voor € 1.063.137, 89 uit middelen vanuit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en voor € 1.373.485,11 uit middelen vanuit het Waterschap Limburg.</al></li><li><li.nr>II.</li.nr><al>Aanvragen voor subsidie kunnen uitsluitend digitaal worden ingediend vanaf 23 juni 2026 09:00 uur tot en met 18 augustus 2026 17:00 uur. Een subsidieaanvraag dient te worden ingediend bij Stimulus Programmamanagement via het daartoe bestemde webportal. De subsidieaanvraag wordt afgewezen indien deze buiten de openstellingsperiode wordt ingediend.</al></li><li><li.nr>III.</li.nr><al>In de bijlage zijn de nadere regels opgenomen die voor dit openstellingsbesluit gelden.</al></li><li><li.nr>IV.</li.nr><al>Dit openstellingsbesluit wordt in onderstaande nadere regels aangehaald als "Openstellingsbesluit 2025 Paragraaf 3 Niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg".</al></li><li><li.nr>V.</li.nr><al>Dit openstellingsbesluit treedt in werking op 23 juni 2026 tot einde GLB-NSP periode. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Bijlage: </nadruk></al><al><nadruk type="vet">Openstellingsbesluit 2026 Paragraaf 3 Niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg</nadruk></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1.1 van de Verordening wordt in deze nadere regels verstaand onder: </al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Bovenwettelijke maatregelen: maatregelen die niet verplicht genomen moeten worden vanuit geldende wet- of regelgeving.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Hellend gebied: percelen waarbij de gemiddelde helling minimaal 2% bedraagt. Over het algemeen zijn dit percelen die zich bevinden in het Limburgse Heuvelland.</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Landelijk gebied: gebieden buiten de bebouwde kom en bebouwde gebieden van dorpen kleiner dan 30.000 inwoners.</al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>Oppervlaktewater: alle waterlichamen zoals sloten, kanalen, beken, rivieren en meren met uitzondering van grondwater.</al></li><li><li.nr>5.</li.nr><al>Stimulus Programmamanagement: uitvoeringsorganisatie en onderdeel van de Provincie Noord-Brabant, gemandateerd door de Provincie Limburg om deze openstelling uit te voeren. </al></li><li><li.nr>6.</li.nr><al>Verordening: Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg, (Provinciaal blad van 6 september 2023, nr. 10391 en laatst gewijzigd Pb. 2025, nr. 11088).</al></li><li><li.nr>7.</li.nr><al>Waterkwaliteit: realisatie van de doelen uit de Kader Richtlijn Water (KRW) en de Nitraatrichtlijn zoals opgenomen in het Provinciaal Waterprogramma Limburg 2022-2027.</al></li><li><li.nr>8.</li.nr><al>Waterkwantiteit: het hebben van de juiste hoeveelheid water op het juiste moment op de juiste locatie. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als uitwerking van artikel 2.3.1 van de Verordening wordt alleen subsidie verstrekt voor niet-productieve investeringen genoemd in Bijlage A bij dit Openstellingsbesluit. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In aanvulling op artikel 2.3.1. tweede lid, van de Verordening zijn activiteiten alleen subsidiabel indien zij plaatsvinden in het landelijke gebied van de Nederlandse provincie Limburg op gronden die voor landbouwactiviteiten in gebruik zijn. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanvrager</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overeenkomstig artikel 2.3.2 van de Verordening kan een subsidie worden verstrekt aan landbouwers of een samenwerkingsverband van landbouwers als bedoeld in artikel 1.3. eerste lid van de Verordening. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een landbouwer mag meerdere aanvragen indienen binnen de openstellingsperiode. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>Onverminderd de artikelen 1.6 en 2.3.2. van de Verordening geldt het volgende:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>een subsidieaanvraag kan uitsluitend worden ingediend bij het Stimulus Programma management via het daartoe bestemde webportal;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>in afwijking van artikel 1.6, derde lid, van de Verordening bevat de aanvraag geen projectplan;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>een subsidieaanvraag bevat maximaal 1 investeringscategorie uit de investeringslijst uit bijlage A van dit openstellingsbesluit;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>in aanvulling op artikel 1.6 van de Verordening bevatten aanvragen in de categorieën A 2.1; B 1.2; B 2.2; B 2.3 en C 2.1 in bijlage A, een bewijsstuk van de aanvraag van een vergunning dan wel van de reeds verkregen vergunning wanneer blijkt dat geloosd wordt op bestaand oppervlaktewater of aanwezige rioleringen;</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>in aanvulling op artikel 1.6 van de Verordening bevat de aanvraag een perceelnummer van het perceel waar de investering uitgevoerd wordt; </al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>in aanvulling op artikel 1.6 van de Verordening bevat de aanvraag van een ooievaarspaal uit categorie C 1.1 van bijlage A, een bewijsstuk van een melding aan de betreffende gemeente. </al></li><li><li.nr>g.</li.nr><al>in aanvulling op artikel 1.6 van de Verordening bevat de aanvraag voor een investering uit categorie A 1.1; A 1.2 en A 1.3 van bijlage A, een ingetekende locatie van de dam op het perceel;</al></li><li><li.nr>h.</li.nr><al>in aanvulling op artikel 1.6 van de Verordening bevat de aanvraag voor een investering uit categorie A 1.4 van bijlage A, een ingetekende locatie van de graft op het perceel;</al></li><li><li.nr>i.</li.nr><al>in aanvulling op artikel 1.6 van de Verordening bevat de aanvraag voor een investering uit catergorie A 1.5 van bijlage A, een met behulp van een GPS en getekende lijn op het perceel waarmee wordt aangegeven op welke hoogtelijn de maatregelen geplaatst worden;</al></li><li><li.nr>j.</li.nr><al>in aanvulling op artikel 1.6 van de Verordening bevat de aanvraag voor een investering uit categorie B 1.1 van bijlage A, een foto van het te vervangen verharde oppervlak;</al></li><li><li.nr>k.</li.nr><al>in aanvulling op artikel 1.6 van de Verordening bevat de aanvraag voor een investering uit categorie B 1.2 van bijlage A, de door de gemeente opgenomen voorwaarden voor het opvangen van water dat afstroomt van het verharde terrein ((hemel)waterverordening of documenten met gelijke waarde);</al></li><li><li.nr>l.</li.nr><al>in aanvulling op artikel 1.6 van de Verordening bevat de aanvraag voor een investering uit categorie C 1.5 en C 1.6 van bijlage A, bij het aanplanten van bomen aan/op de perceelsgrens, de toestemming hiervoor van aangrenzende eigenaren, indien van toepassing. Bij de aanvraag dient een schets gemaakt te worden waar de maatregelen geplaatst wordt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overeenkomstig artikel 2.3.5, van de Verordening, zijn de kosten, bedoeld in artikel 1.8, aanhef en onder b en e, van de Verordening, subsidiabel. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Subsidiabele kosten worden berekend overeenkomstig artikel 1.9, eerste lid, onder a, van de Verordening. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In aanvulling op het tweede lid worden de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 1.8, onder b, van de Verordening, berekend overeenkomstig artikel 1.9a, eerste lid, onder a, onderdeel i, van de Verordening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Subsidiehoogte en subsidiepercentage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In aanvulling op artikel 1.2 van de Verordening wordt geen subsidie verstrekt indien de te verstrekken subsidie lager is dan € 5.000,00.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal € 124.999,99 per aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Subsidieaanvragen bestaande uit twee of meer investeringscategorieën worden niet verstrekt. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van artikel 2.3.7, eerste lid, van de Verordening bedraagt de subsidie voor investeringen uit de categorieën A2.1, B1.1, B2.1, B2.2, B2.3, C1.3, C1.4 en C2.1 van de investeringslijst in Bijlage A, 70% van de subsidiabele kosten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Subsidiearrangement</titel></kop><al>Onder toepassing van artikel 1.7, vijfde lid, van de Verordening zijn de regels inzake een subsidie als bedoeld in artikel 1.7, eerste lid, onder b, van de Verordening, van toepassing op een subsidie als bedoeld in artikel 1.7. eerste lid, onder a, van de Verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Verdelingswijze</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen, worden overeenkomstig artikel 1.12, eerste lid, onder c, vijfde, zesde en zevende lid, en artikel 2.3.8, eerste lid, van de Verordening gerangschikt op basis van een investeringslijst zoals opgenomen in bijlage A bij dit openstellingsbesluit. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In overeenstemming met artikel 2.3.8, derde lid, van de Verordening krijgen landbouwers met een biologische bedrijfsvoering en landbouwers die omschakelen naar biologische landbouw één extra punt toegekend. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Verplichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In aanvulling op het bepaalde in artikel 1.15 van de Verordening is de subsidieontvanger verplicht om de activiteit, bedoeld in artikel 2, uiterlijk 31 december 2027 af te ronden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidieontvanger toont aan dat aan de verplichting, bedoeld in artikel 1.20, vierde lid, onder b, van de Verordening is voldaan door middel van een foto van de gerealiseerde investering. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In aanvulling op het tweede lid toont de subsidieontvanger voor categorie A1.5 bij de vaststelling middels een foto aan hoe de hoogtelijnen bepaald zijn en hoe de maatregel is ingetekend. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De subsidieontvanger houdt de investering minimaal 5 jaar na de beschikking tot subsidievaststelling in stand. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In aanvulling op het tweede lid toont de subsidieontvanger bij de vaststelling middels een factuur voor de categorieën A1.4 en C1.2 tot en met C1.5 aan welke plantensoorten geplant zijn. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Bevoorschotting en deelbetaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ambtshalve wordt een voorschot van 50% van de verleende subsidie verstrekt als bedoeld in artikel 1.17 van de Verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In dit openstellingsbesluit wordt geen gebruik gemaakt van deelbetalingen op basis van artikel 1.18 van de Verordening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Publicatie en inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit besluit wordt geplaatst in het Provinciaal Blad en treedt in werking met ingang van 23 juni 2026.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit 2026 Paragraaf 3: Niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg. </al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><ondertekening><!--al naar functie elementen vertaald (inhoudelijk gedeeltelijk onjuist)--><functie>Maastricht, 16 juni 2026</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>Gedeputeerde Staten voornoemd</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>de voorzitter, </functie><functie>E.G.M. Roemer</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>secretaris,</functie><functie>D. Timmer</functie></ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>A</nr><titel> Investeringslijst 2026 Niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg</titel></kop><al /><al>In onderstaande investeringslijst worden de investeringen onderverdeeld in verschillende categorieën:</al><lijst><li><li.nr>-</li.nr><al>A1: Investeringen voor het verbeteren van de waterkwantiteit en -kwaliteit die voornamelijk effect hebben in hellend gebied om erosieproblematieken te verminderen en de afstroming van water te verbeteren. Deze investeringen vinden niet plaats in het watersysteem.</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>A2: Investeringen voor het verbeteren van de waterkwantiteit en -kwaliteit die voornamelijk effect hebben in hellend gebied om erosieproblematieken te verminderen en de waterkwantiteit te verbeteren. Deze investeringen vinden plaats in het watersysteem.</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>B1: Investeringen voor het verbeteren van de waterkwantiteit en -kwaliteit die in heel Limburg effect hebben en niet direct in het watersysteem uitgevoerd worden.</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>B2: Investeringen voor het verbeteren van de waterkwantiteit en -kwaliteit die in heel Limburg effect hebben en direct in het watersysteem uitgevoerd worden.</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>C1: Investeringen die de biodiversiteit verbeteren in het landelijk gebied en die niet in het watersysteem uitgevoerd worden.</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>C2: Investeringen die de biodiversiteit verbeteren in het landelijke gebied en die in het watersysteem uitgevoerd worden.</al></li></lijst><table frame="all"><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colwidth="10*" /><colspec colname="col2" colwidth="18*" /><colspec colname="col3" colwidth="52*" /><colspec colname="col4" colwidth="9*" /><tbody><row><entry colname="col1"><al>Categorie</al></entry><entry colname="col2"><al>Investering</al></entry><entry colname="col3"><al>Inhoud</al></entry><entry colname="col4"><al>Punten</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>A1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Houthakseldam</al></entry><entry colname="col3"><al>Een houthakseldam bestaat uit houten palen en sterke gaasdraad, gevuld met verhakseld (wortel)hout. De bovenkant van de dam dient minimaal 50cm boven maaiveld uit te komen. De dammen dienen dwars op de afstroomrichting van het water geplaatst te worden. In de aanvraag moet minimaal een ingetekende locatie van de dam op het perceel meegeleverd worden. </al></entry><entry colname="col4"><al>15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>A1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Wilgentenendam</al></entry><entry colname="col3"><al>Dam bestaande uit bundels wilgentenen, tussen een dubbele rij houten palen en samengedrukt met ijzerdraad of ander materiaal. De bovenkant van de dam dient minimaal 50cm boven maaiveld uit te komen. De dammen dienen dwars op de afstroomrichting van het water geplaatst te worden. In de aanvraag moet minimaal een ingetekende locatie van de dam op het perceel meegeleverd worden.</al></entry><entry colname="col4"><al>15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>A1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Houtdam/palen rij</al></entry><entry colname="col3"><al>Een houtdam bestaat uit houten palen die direct tegen elkaar gezet worden of uit stevige onbehandelde planken die bevestigd worden. De bovenkant van de dam dient minimaal 50cm boven maaiveld uit te komen. De dammen dienen dwars op de afstroomrichting van het water geplaatst te worden. </al><al /><al>In de aanvraag moet minimaal een ingetekende locatie van de dam op het perceel meegeleverd worden.</al></entry><entry colname="col4"><al>15 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>A1.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Graften</al></entry><entry colname="col3"><al>Aanleg van een graft. Een graft is een knik of mini-terras op een helling, begroeid met struweel of bomen. In de aanvraag moet duidelijk zijn dat de graft dwars op de afstroomrichting geplaatst wordt. In de aanvraag moet minimaal een ingetekende locatie van de graft op het perceel meegeleverd worden.</al><al /><al>Voor de plantensoorten die gebruikt worden voor de graft worden soorten uit de volgende lijst uitgesloten: </al><al /><al><extref doc="https://www.nvwa.nl/onderwerpen/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten"><nadruk type="ondlijn">Unielijst invasieve exoten</nadruk></extref></al></entry><entry colname="col4"><al>18</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>A1.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Aanleg van een Swale / greppel ten behoeve van afstromend hemelwater</al></entry><entry colname="col3"><al>Aanleg van een swale/ondiepe greppel met een berm die regenwater opvangt. De ondiepe greppel volgt een bepaalde hoogtelijn en de uitgegraven grond wordt neerwaarts de helling, achter de greppel, aangelegd als een berm. </al><al /><al>Belangrijk is dat de greppel exact de hoogtelijn volgt. Bij de aanleg zijn dan ook de kosten inbegrepen die het mogelijk maken om de hoogtelijn te bepalen en om het exact uit te graven.</al><al /><al>Bij de aanvraag dient een kaart van het perceel te worden toegevoegd waarop de locatie van de maatregelen is aangegeven. De kaart moet zijn voorzien van coördinaten (GPS- of RD-coördinaten) en hoogtegegevens.</al></entry><entry colname="col4"><al>15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>A2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Buffer</al></entry><entry colname="col3"><al>Aanleg van een buffer/sloot. Een buffer waarin op regelmatige afstanden stuwconstructies worden geplaatst zodat er een cascade ontstaat. Deze constructies zijn bij voorkeur voorzien van een overloop en een uitlaat/knijpconstructie.</al></entry><entry colname="col4"><al>14</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>B1.1 </al></entry><entry colname="col2"><al>Water infiltrerende erfverharding</al></entry><entry colname="col3"><al>Vervanging van verharding door open verharding: grastegels, grasbetontegels, kunststofgrastegels, grind of houtsnippers. Verder worden tegels met een duidelijk aan te geven waterinfiltratie karakter meegenomen in deze categorie. Hieronder vallen o.a. waterpasseerbare tegels. </al><al /><al>Onder erfverharding wordt verstaan het grondgebied direct rondom een landbouwbedrijf. Onverhard terrein omvormen naar open verharding is niet subsidiabel. Bij de aanvraag moet een foto meegestuurd worden van het te vervangen verharde oppervlak. </al></entry><entry colname="col4"><al>12</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>B1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Bovenwettelijke wateropvang verhard terrein</al></entry><entry colname="col3"><al>Aanleg van voorzieningen voor het opvangen van afstromend regenwater vanaf gebouwen, daken, erfverharding of pot en containerveld, mits dit niet door de gemeente reeds verplicht is. Bijdrage geldt alleen voor het aandeel dat meer dan verplicht is. Bij de aanvraag dient aangeleverd te worden welke voorwaarden door de gemeente opgenomen zijn voor het opvangen van water dat afstroomt van het verharde terrein ((hemel)waterverordening of documenten met gelijke waarde). </al></entry><entry colname="col4"><al>13</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>B2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Bovengrondse waterberging</al></entry><entry colname="col3"><al>Werkzaamheden voor aanleg van bovengrondse waterberging. Het tijdelijk opslaan van water op eigen terrein om water op te vangen en om meer water te laten infiltreren in de bodem. Hierbij kan gedacht worden aan (boeren)buffers, wadi’s e.d. </al></entry><entry colname="col4"><al>15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>B2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Infiltratiegreppels</al></entry><entry colname="col3"><al>Werkzaamheden voor aanleg van infiltratiegreppel(s) op perceel. Deze dienen parallel aan de sloot aangelegd te worden zonder direct verbinding met de watergang. Bij een infiltratiegreppel parallel aan de sloot stroomt het water eerst over de kopakker of bufferstrook waar het al de tijd krijgt om te infiltreren. </al></entry><entry colname="col4"><al>13</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>B2.3 </al></entry><entry colname="col2"><al>Helofytenfilters</al></entry><entry colname="col3"><al>Filter dat met behulp van helofyten (moerasplanten) drainage- of afstromend water van een perceel zuivert tot een betere waterkwaliteit. Subsidiabel zijn de kosten voor aanleg en eventueel aansluiting op bestaande drainage. (De kosten die noodzakelijk zijn om het filter goed te laten functioneren). </al></entry><entry colname="col4"><al>15 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>C1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Aanschaf fysieke maatregelen fauna </al></entry><entry colname="col3"><al>Aanschaf van maatregelen ten behoeve van fauna. Hieronder vallen bijenhotels, nestkasten voor vogels huiszwaluwtillen, ooievaarspalen, slaapmuisnestkasten. </al></entry><entry colname="col4"><al>10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>C1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Hagen, heggen en houtkanten</al></entry><entry colname="col3"><al>Aanleg van hagen, heggen en houtkanten. Hagen, heggen en houtkanten zijn lijnvormige aanplantingen van houtige gewassen die door regelmatig onderhoud in vorm gehouden worden.</al><al /><al>Onder hagen en heggen wordt het volgende verstaan: Soorten uit de volgende lijst: Berk, Beuk, Gelderse roos, Gewone es, Gewone vlier, Haagbeuk, Hazelaar, Hondsroos, Kardinaalsmuts, Kornoelje, Krent, Liguster, Lijsterbes, Meidoorn, Sleedoorn, Veldesdoorn, Vogelkers, Vuilboom, Wilg, Zoete kers, Zomereik, Zwarte els. </al></entry><entry colname="col4"><al>12</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>C1.3 </al></entry><entry colname="col2"><al>Kruidenrijk grasland</al></entry><entry colname="col3"><al>Aanschaf en aanleg van kruidenrijk of botanisch grasland op 1 of meer percelen. Kruidenrijk grasland is een landschapstype met grasland met meerdere verschillende plantensoorten verspreid over het perceel. Er worden minimaal 5 kruidensoorten gebruikt, waarbij minimaal drie van de volgende soorten worden toegepast: Klaver, Karwei, Smalle weegbree, duizendblad of cichorei. Per hectare wordt minimaal 2,5 kilogram kruidenmengsel ingezaaid. </al></entry><entry colname="col4"><al>15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>C1.4 </al></entry><entry colname="col2"><al>Kruidenrijke akkerranden</al></entry><entry colname="col3"><al>Aanschaf en aanleg van kruidenrijk mengsel. Kruidenrijk mengsel met grasland met minimaal 5 verschillende plantensoorten aangelegd op de perceelranden van akkers. De strook die ingezaaid wordt, dient minimaal 3 meter breed te zijn. </al></entry><entry colname="col4"><al>14</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>C1.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Aanplanten van bomen</al></entry><entry colname="col3"><al>Aanplanten van bomen (die niet gebruikt worden voor productie) op het landbouwperceel. Voor het aanplanten van bomen aan/op de perceelsgrens dient, indien van toepassing, bij de aanvraag aangeleverd te worden dat er toestemming is van aangrenzende eigenaren. Bij de aanvraag dient een schets gemaakt te worden waar de maatregelen geplaatst worden. </al><al /><al>Aanvullend worden bomen uit de volgende lijst uitgesloten: </al><al /><al><extref doc="https://www.nvwa.nl/onderwerpen/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten"><nadruk type="ondlijn">Unielijst invasieve exoten</nadruk></extref></al><al /><al>Bij bomen met een productief karakter (noten- en fruitbomen) geldt dat per bedrijf maximaal 5 individuele bomen aangevraagd mogen worden. </al></entry><entry colname="col4"><al>12</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>C1.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Aanleg van bos of bosaches langs beken of op plateauranden</al></entry><entry colname="col3"><al>Aanplanten van bos of bosaches (die niet gebruikt worden voor houtproductie) op het landbouwperceel. Voor het aanplanten van bomen aan/op de perceelsgrens dient, indien van toepassing, bij de aanvraag aangeleverd te worden dat er toestemming is van aangrenzende eigenaren. Bij de aanvraag dient een schets gemaakt te worden waar de maatregelen geplaatst wordt.</al><al /><al>Aanvullend worden bomen uit de volgende lijst uitgesloten:</al><al /><al><extref doc="https://www.nvwa.nl/onderwerpen/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten"><nadruk type="ondlijn">Unielijst invasieve exoten</nadruk></extref></al><al /><al>Bij bomen met een productief karakter (noten- en fruitbomen) geldt dat per bedrijf maximaal 5 indivudlene bomen aangevragen mogen worden. </al><al /><al>Onder houtproductie wordt verstaan bomen die geteeld, geoogst en verwerkt worden tot hout en houtproducten.</al></entry><entry colname="col4"><al>15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>C2.1 </al></entry><entry colname="col2"><al>Natuurvriendelijke oever</al></entry><entry colname="col3"><al>Een aangelegde en aaneengesloten oever langs een bestaand oppervlaktewaterlichaam. De oever heeft een plas- of drasberm of schuine slootkanten (minimaal 1:3). Er groeien inheemse planten en/of plantensoorten van natte ruigte en graslanden. Natuurvriendelijke oevers zijn minimaal 3 meter breed en minimaal 25 meter lang.</al></entry><entry colname="col4"><al>17</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al /></bijlage><nota-toelichting><kop><label /><nr /><titel>Toelichting Openstellingsbesluit 2026 Paragraaf 3 Niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg</titel></kop><al><nadruk type="vet">Algemeen: het Limburgse waterbeleid</nadruk></al><al>In de provincie Limburg werken we aan de realisatie van een duurzaam, robuust en ecologisch gezond watersysteem dat kan omgaan met wateroverlast en droogte en dat voorziet in voldoende water van goede kwaliteit. Om deze doelstelling te bereiken, zetten we verschillende instrumenten in, waaronder de doorwerking van beleid via onder meer de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg (de Verordening) en voeren we samen met andere partijen als het Waterschap Limburg, landbouw- en natuurorganisaties projecten uit.</al><al /><al>Via het instrument van subsidiëring, stimuleren we partijen om de doelen van ons waterbeleid te realiseren. In ons Waterprogramma 2022-2027; versie vastgesteld door GS op 17 december 2021 hebben we aangegeven het subsidie instrument Gemeenschappelijk LandbouwBeleid (GLB) in te zetten ter verbetering van de grond- en oppervlaktewater kwaliteit en de kwaliteit van de bodem. Dit in combinatie met het herstel van het watersysteem en het nemen van klimaatadaptieve maatregelen tegen droogte en wateroverlast.</al><al /><al>Deze doelen zijn in de komende jaren urgent in het landelijk gebied van Limburg. De periode 2022-2027 is de laatste periode waarin maatregelen moeten worden genomen om de Kaderrichtlijn Water (KRW) doelen te halen. In Limburg is al veel gebeurd op het gebied van de KRW doelen, maar vooral op het vlak van de waterkwaliteit en met name Nutriënten en bestrijdingsmiddelen stagneert de vooruitgang.</al><al>De recente zware wateroverlast in het Limburgse heuvelland en rond Roermond van juni en juli 2021 en de droge zomers van 2018, 2019 en 2020 hebben laten zien dat de opgaven van klimaatadaptatie van het tegengaan van droogte en wateroverlast- in het landelijk gebied steeds urgenter worden. Juist hier wordt de ruimte gezocht om water op te vangen en vast te houden.</al><al /><al>Deze openstelling in het kader van het GLB-NSP richt zich dan ook op het landelijke gebied, op landbouwers of samenwerkingsverbanden van landbouwers om met behulp van de GLB-NSP openstelling “Niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven” maatregelen te nemen die betrekking hebben op het verbeteren van het water- en bodemsysteem voor landbouw-, water – en klimaatdoelen en die bijdragen aan de doelen binnen het Provinciaal Waterprogramma Limburg 2022-2027. Het gaat bij niet-productieve investeringen bijvoorbeeld om investeringen gericht op verbetering van de water kwalitatieve en water kwantitatieve aspecten van de Limburgse watersystemen om daarmee een bijdrage te leveren aan doelstellingen van het Provinciaal Waterbeleid. Investeringen die ten goede komen aan het productieproces van een bedrijf komen niet in aanmerking.</al><al /><al>Deze plannen en programma’s zijn beschikbaar op de internetpagina van de Provincie Limburg onder Beleid/waterbeleid: <extref doc="https://www.limburg.nl/onderwerpen/water/provinciaal/"><nadruk type="ondlijn">https://www.limburg.nl/onderwerpen/water/provinciaal/</nadruk></extref>.</al><al /><al><nadruk type="vet">Openstelling GLB-NSP </nadruk></al><al>De Verordening betreft een Europees kader voor plattelandsontwikkeling. Deze Verordening is gebaseerd op het zogenoemde Gemeenschappelijk LandbouwBeleid (GLB) en het Nationaal Strategisch Plan (NSP).</al><al /><al>Om tot subsidiëring van projecten over te kunnen gaan maakt de Provincie gebruik van openstellingsbesluiten. Het openstellingsbesluit ”Paragraaf 3 Niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven” is één van de openstellingsbesluiten, op basis waarvan GLB-NSP-middelen kunnen worden aangevraagd. De Verordening is te vinden op: <extref doc="https://www.limburg.nl/loket/subsidies/actuele-subsidies/subsidieregelingen-0/@8932/verordening-europese-landbouwsubsidies-0/" /><extref doc="https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR700536/5"><nadruk type="ondlijn">Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg - Provincie Limburg</nadruk></extref>.</al><al /><al><nadruk type="vet">Subsidieplafond </nadruk></al><al>Het subsidieplafond bedraagt € 2.409.623. Dit bedrag bestaat voor € 1.063.137,89 uit middelen vanuit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en voor € 1.373.485,11 uit middelen vanuit het Waterschap Limburg.</al><al /><al><nadruk type="vet">Toepassingsgebied </nadruk></al><al>De openstelling is gericht op investeringen op landbouwpercelen die betrekking hebben op het verbeteren van het water- en bodemsysteem voor landbouw-, water – en klimaatdoelen, zoals vastgelegd in genoemd provinciaal waterbeleid.</al><al /><al><nadruk type="vet">Realisatietermijn </nadruk></al><al>Projecten dienen op korte termijn gerealiseerd te worden. De uiterlijke termijn waarbinnen de projecten dienen te zijn afgerond exclusief het indienen van het vaststellingsverzoek is 31 december 2027.</al><al /><al><nadruk type="vet">Beginnen met een project </nadruk></al><al>Kosten zijn alleen subsidiabel als zij worden gemaakt (de contractuele respectievelijk financiële verplichtingen zijn aangegaan, bijvoorbeeld op het moment dat een offerte is getekend en dus de gunning is verleend) nadat de subsidieaanvraag is ingediend. Kosten die vóór de aanvraag zijn gemaakt, komen niet voor subsidie in aanmerking. Kosten zoals opgenomen onder artikel 5 zijn subsidiabel vanaf het moment dat de aanvraag is ingediend. De subsidieverleningsbeschikking geeft zekerheid over de subsidiabiliteit van de kosten. Kosten maken na het indienen van de aanvraag en voor ontvangst van de beschikking betekent dus een zeker risico nemen. </al><al /><al><nadruk type="vet">Aanvraag (artikel 4) </nadruk></al><al>De subsidieaanvraag kan uitsluitend worden ingediend via een webportal dat bereikbaar is via de website van Stimulus Programmamanagement met een verwijzing en link op de website van de Provincie Limburg en omvat overeenkomstig artikel 1.6 van de Verordening de volgende verplichte onderdelen:</al><al /><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Een aanvrager met een biologische bedrijfsvoering, of wanneer de bedrijfsvoering in omschakeling is naar biologische landbouw, ter onderbouwing hiervan bij de aanvraag een erkend certificaat of kwaliteitskeurmerk voegt;</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Een aanvrager die in omschakeling is naar biologische landbouw, ter onderbouwing hiervan bij de aanvraag het inschrijfnummer en documentatie van een certificerende instantie voegt;</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Een subsidieaanvraag bevat maximaal 1 investeringscategorie uit de investeringslijst uit bijlage A van dit openstellingsbesluit;</al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>Wanneer een aanvrager meerdere aanvragen met gelijke investering instuurt, zogenaamde duplicaat aanvragen, wordt de eerst ingediende aanvraag in behandeling genomen; </al></li><li><li.nr>5.</li.nr><al>In aanvulling op artikel 1.6 van de Verordening bevat de aanvraag, in het geval dat de aanvrager vergunningplichtig is, een bewijsstuk van een vergunningsaanvraag dan wel van de reeds verkregen vergunning. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Subsidiabele kosten (artikel 5)</nadruk></al><al>Er is voor gekozen om de kosten bedoeld in artikel 1.8, aanhef en onder b en e, van de Verordening subsidiabel te stellen. Dit betreffen kosten van door een subsidieontvanger verrichte eigen arbeid inclusief overheadkosten en andere kosten waarvoor een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht kan worden overlegd en worden berekend overeenkomstig artikel 1.9a, eerste lid, onder a, onderdeel i en het derde lid, van de Verordening. </al><al /><al>Er is sprake van eigen arbeid als een dienstverband ontbreekt (en daarmee dus ook geen sprake is van verloning), en er dus geen sprake is van loonkosten maar er wel werkzaamheden worden verricht. Kosten eigen arbeid worden voor €50 per uur subsidiabel gesteld. </al><al /><al><nadruk type="vet">Financiële onder- en bovengrens (artikel 6) </nadruk></al><al>Subsidies lager dan € 5.000,00 en van € 125.000,00 of hoger zullen niet worden verstrekt. De openstelling kent een subsidieplafond van € 2.409.623.</al><al /><al>Voor de categorieën B1.1, C1.3, en C1.4 is gekozen voor een subsidiepercentage van 70% in plaats van 100%, omdat de maatregelen die opgenomen zijn in deze categoriën ook via andere regelingen subsidiabel zijn en daarnaast leveren deze categoriën een minder grote bijdrage leveren aan de doelstellingen voor klimaat en water dan andere categoriën in dit Openstellingsbesluit. </al><al /><al>Daarnaast worden voor de categoriën A2, B2 en C2 gekozen voor een subsidiepercentage van 70%, omdat deze maatregelen direct in het watersysteem plaatsvinden. </al><al /><al><nadruk type="vet">Verdelingswijze (artikel 8) </nadruk></al><al>Deze subsidieverlening verloopt via een investeringslijst. Dat wil zeggen dat gedurende een beperkte periode (23 juni 2026 09:00u – 18 augustus 2026 17:00u) subsidieaanvragen kunnen worden ingediend voor investeringen uit de investeringslijst van Bijlage A. Op de sluitingsdatum moet alle informatie (inclusief alle verplichte alsmede van toepassing zijnde bijlagen) die bij de aanvraag horen ontvangen zijn. Deze sluitingsdatum wordt strikt gehanteerd. Na de sluitingsdatum is aanvullen van de aanvraag niet meer mogelijk. </al><al /><al>De aanvragen die tijdig binnen zijn, worden eerst getoetst op ontvankelijk- en compleetheid. Alle ontvankelijke complete aanvragen worden gerangschikt op volgorde van de score van de investeringslijst (Zie Bijlage A) beginnend bij de aanvraag met de hoogste score. </al><al /><al>De gehanteerde score per investering is bepaald op basis van de mate waarin de betreffende investering bijdraagt aan de doelen uit het provinciaal Waterprogramma. Per investering is tevens rekening gehouden met in hoeverre deze bijdraagt aan gestelde hoofd- en subdoelstellingen van het GLB-NSP.</al><al /><al>Het kan voorkomen dat vanwege het subsidieplafond niet alle aanvragen gehonoreerd kunnen worden. In dit geval zal op basis van de score van de investeringen bepaald worden welke aanvragen gehonoreerd zullen worden. Rangschikking op basis van loting door een notaris vindt plaats in geval van twee of meer aanvragen een gelijke score hebben verkregen en hun plaats in de rangschikking zodanig is dat het betreffende subsidieplafond (deels) bereikt is.</al></nota-toelichting></regeling></provinciaalblad></officiele-publicatie>