<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-3"><metadata><meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2025-19661/metadata.xml" scheme="" /></metadata><kop><titel>PROVINCIAAL BLAD</titel><subtitel>Officiële uitgave van de provincie Utrecht</subtitel></kop><provinciaalblad><kop><titel>Besluit tot wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Het Utrechts Archief</titel></kop><regeling><aanhef><preambule><al>De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, gedeputeerde staten van de provincie Utrecht en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, </al><al /><al>Gelet op de hoofdstukken I, II en IX van de Wet gemeenschappelijke regelingen; </al><al /><al>Overwegende dat een aanpassing van de gemeenschappelijke regeling nodig is in verband met de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen en enkele andere noodzakelijke wijzigingen;</al><al /><al>Besluiten:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>I</nr><titel /></kop><al>De Gemeenschappelijke regeling Het Utrechts Archief wordt als volgt gewijzigd:</al><al /><al>A. </al><al>In artikel 1 onder e. wordt ‘, en’ vervangen door een puntkomma.</al><al /><al>B.</al><al>In artikel 2b, eerste lid, onder c. wordt de zinsnede ‘te benoemen, te schorsen en te ontslaan’ vervangen door: aan te wijzen.</al><al /><al>C. </al><al>Aan artikel 2b wordt na het derde lid een lid toegevoegd, dat luidt:</al><lijst><li><li.nr>4.</li.nr><al>Besluiten van het bestuur van Het Utrechts Archief worden niet aan zienswijzen van de Minister, provinciale staten respectievelijk gemeenteraad onderworpen, tenzij de Wet gemeenschappelijke regelingen of deze regeling dat expliciet voorschrijft.</al></li></lijst><al>D.</al><al>In artikel 5, vijfde lid, vervalt na ‘aangewezen door’ het woord ‘het’.</al><al /><al>E. </al><al>In artikel 7, tweede lid, wordt het woord ‘tot’ steeds vervangen door ‘als’, en het woord ‘benoemen’ wordt vervangen door ‘aanwijzen’. </al><al /><al>F. </al><al>Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd: </al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Voor de tekst wordt de aanduiding ‘2.’ geplaatst.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Voor dit tweede lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt:</al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Het bestuur geeft de Minister, provinciale staten en de gemeenteraad binnen redelijke termijn schriftelijk alle inlichtingen die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.</al></li></lijst></li></lijst><al>G.</al><al>Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:</al><al /><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>In het eerste lid wordt na ‘aangewezen door de Minister’ een komma geplaatst.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>In het tweede lid wordt na ‘of het college’ een komma geplaatst.</al></li></lijst><al>H. </al><al>Artikel 14, onder d., komt te luiden: </al><lijst><li><li.nr>d.</li.nr><al>het aangaan, wijzigen en beëindigen van arbeidsovereenkomsten met bij Het Utrechts archief werkzame ambtenaren;</al></li></lijst><al>I.</al><al>In artikel 17, tweede lid, wordt na ‘middelen om’ het woord ‘aan’ ingevoegd.</al><al /><al>J. </al><al>Artikel 19 wijzigt als volgt:</al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>In het eerste lid wordt ‘uiterlijk 15 april’ vervangen door ‘vóór 30 april’.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>In het tweede lid wordt ‘acht weken’ vervangen door ‘twaalf weken’.</al></li></lijst><al>K. </al><al>In het derde lid van artikel 19a wordt ‘1 augustus’ vervangen door ’15 september’.</al><al /><al>L.</al><al>Artikel 22 wijzigt als volgt:</al><al>In het eerste en het derde lid wordt ‘voor 15 april’ vervangen door ‘vóór 30 april’.</al><al /><al>M.</al><al>Na artikel 29 wordt een artikel ingevoegd, dat luidt:</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 29a</nadruk></al><al>Eenieder kan worden betrokken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling via de reguliere procedures van Rijk, provincie en gemeente.</al><al /><al>N.</al><al>In artikel 30 wordt de zinsnede ‘omtrent benoeming, schorsing en ontslag van’ vervangen door ‘over het aangaan, wijzigen en beëindigen van de arbeidsovereenkomst met’.</al><al /><al>O. </al><al>In artikel 35 wordt ‘daartoe strekkende besluiten’ vervangen door: daartoe strekkend besluit. </al><al /><al>P.</al><al>Artikel 36 komt te luiden:</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 36</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Uittreding uit de regeling geschiedt door toezending van het daartoe strekkende besluit van de Minister, gedeputeerde staten of het college (hierna uittredende partij). Gedeputeerde staten en het college leggen daarbij ook het besluit tot toestemming van provinciale staten van de provincie, respectievelijk van de raad van de gemeente over. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De uittredende partij zendt het besluit tot uittreding aangetekend aan het algemeen bestuur. Daarbij wordt een opzegtermijn van één jaar, ingaande op 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar, in acht genomen. Het algemeen bestuur kan unaniem besluiten tot een andere opzegtermijn bij de vaststelling van het uittredingsplan. </al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de uittreding op basis van artikel 36a en b. </al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>De kosten van uittreding komen bij uittreding van het college, gedeputeerde staten of de Minister voor rekening van de gemeente, de provincie respectievelijk de Staat.</al></li></lijst><al>Q.</al><al>Na artikel 36 worden twee artikelen ingevoegd, die als volgt komen te luiden:</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 36a</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding, die nadien worden vastgelegd in een door het algemeen bestuur vast te stellen uittredingsplan. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Het uittredingsplan bevat de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van vijf jaar het directe gevolg zijn van de uittreding. Ook bevat het uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende partij. </al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Uiterlijk zes maanden na het besluit van uittreding stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan vast. De daarin voor de uittredende partij omschreven financiële verplichtingen zijn bindend. Het algemeen bestuur kan bij unanimiteit afwijken van de in dit lid bepaalde termijn. </al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>Nadat het uittredingsplan is vastgesteld, is de uittredende partij gehouden om binnen zes maanden de daarin voor de uittredende partij omschreven financiële verplichtingen aan de regeling te voldoen. Het algemeen bestuur kan bij unanimiteit afwijken van de in dit lid bepaalde termijn. </al></li><li><li.nr>5.</li.nr><al>Voor wat betreft de juridische, personele en organisatorische consequenties geldt dat het algemeen bestuur met de uittredende partij de mogelijkheid tot overname van personeel, activa en contracten onderzoekt. Het voorgaande behoeft echter niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het algemeen bestuur van het besluit tot uittreding van de uittredende partij. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 36b </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan kan het algemeen bestuur een onafhankelijke externe deskundige aanwijzen die in opdracht van het algemeen bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt. Deze deskundige kan, in overleg met het algemeen bestuur, voor specifieke onderdelen van het uittredingsplan andere deskundigen inschakelen. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De aanwijzing van een onafhankelijke externe deskundige vindt slechts plaats als deze het vertrouwen heeft van het gehele algemeen bestuur en het algemeen bestuur daartoe besluit.</al></li></lijst><al>R.</al><al>Na artikel 38 wordt een artikel ingevoegd, dat luidt:</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 38a</nadruk></al><al>Het algemeen bestuur draagt er zorg voor dat de regeling periodiek, doch tenminste éénmaal per vier jaar, wordt geëvalueerd. </al><al /><al>S. </al><al>Artikel 41 vervalt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>II</nr><titel /></kop><al>Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de kalendermaand, volgend op de bekendmaking in de Staatscourant door de Minister.</al><al>[Deze wijziging wordt vanwege de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen niet meer in de Staatscourant, maar in het Provinciaal blad bekendgemaakt.]</al><al /></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><ondertekening><!--al naar functie elementen vertaald (inhoudelijk gedeeltelijk onjuist)--><functie>Aldus vastgesteld in </functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, </functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>Dr. E.E.W. Bruins</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht op dinsdag 1 juli 2025,</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>Voorzitter, </functie><functie>Mr. J.H. Oosters </functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>Secretaris, </functie><functie>mr. drs. A.G. Knol- van Leeuwen</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>Aldus vastgesteld in de vergadering van het College van Burgermeester en Wethouders van de gemeente Utrecht op dinsdag 1 juli 2025, </functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>De burgemeester, </functie><functie>Sharon A.M. Dijksma </functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>De secretaris,</functie><functie>Michiel J. Ruis</functie></ondertekening></regeling-sluiting></regeling></provinciaalblad></officiele-publicatie>