Provinciaal blad van Noord-Holland

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Noord-HollandProvinciaal blad 2021, 532Overige besluiten van algemene strekking



Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland van 19 januari 2021, nr. 1550377/1550378, houdende regels omtrent de subsidie voor kleine infrastructuur (Uitvoeringsregeling subsidie kleine infrastructuur Noord-Holland 2021)

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland;

 

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Holland 2011;

 

Gelet op de beleidsplannen ‘Opgave Verkeersveiligheid Noord-Holland 2030’ van 26 november 2019 en ‘Perspectief Fiets’ van 10 december 2018;

 

Overwegende dat het wenselijk is om subsidies te verlenen voor kleine infrastructurele projecten die de verkeersveiligheid bevorderen zoals omschreven in het beleidsplan de ‘Opgave Verkeersveiligheid Noord-Holland 2030’;

 

Overwegende dat het wenselijk is om subsidies te verlenen voor activiteiten die ertoe leiden dat

het regionale fietsnetwerk wordt verbeterd alsmede voor activiteiten waardoor doorfietsroutes

worden gerealiseerd zoals omschreven in het beleidsplan ‘Perspectief Fiets’;

 

Besluiten vast te stellen:

 

Uitvoeringsregeling subsidie kleine infrastructuur Noord-Holland 2021

Artikel 1  

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    regionaal fietsnetwerk: het regionale fietsnetwerk zoals vastgesteld in het beleidsplan Perspectief Fiets van 10 december 2018;

  • b.

    doorfietsroute: een doorfietsroute waarvoor een tracé is vastgesteld bij bestuursovereenkomst die geldt tussen alle gemeenten waarbinnen de doorfietsroute wordt gerealiseerd en Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland;

  • c.

    aanbesteden: het gehele aanbestedingsproces inclusief de gunning of de voorlopige gunning;

  • d.

    fietsstraat: een straat met gemengd verkeer die volgens de aanbevelingen van de Fietsberaad-notitie Aanbevelingen Fietsstraten 2019 wordt vormgegeven;

  • e.

    project: geheel van activiteiten die samenhangen met een infrastructureel project;

  • f.

    civiel kunstwerk: bruggen, duikers, viaducten, aquaducten en tunnels en bijbehorende verkeersvoorzieningen;

  • g.

    fietsinfrastructuur: de fundering en de verhardingen van openbaar toegankelijke fietspaden en fietsstraten met de daarbij behorende civiele kunstwerken, verkeersvoorzieningen, smart mobility-maatregelen, bewegwijzering en openbare verlichting;

  • h.

    weginfrastructuur: de fundering en de verhardingen van autorijbanen, voetpaden, fietsstroken en businfrastructuur, met de daarbij bijbehorende civiele kunstwerken, verkeersvoorzieningen, parkeervoorzieningen, verkeersregelinstallaties, smart mobility-maatregelen, bewegwijzering en openbare verlichting;

  • i.

    businfrastructuur: de fundering en de verhardingen van busbanen, bushalteperrons, toegangspaden en haltehavens, met de daarbij behorende reizigersvoorzieningen;

  • j.

    verkeersvoorziening: fysieke voorziening, bestemd voor de geleiding van het verkeer, zoals betonning, geleiderail en verkeersborden conform het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en borden waarvan een positief verkeersveiligheidseffect vanuit wetenschappelijke onderbouwing verwacht mag worden;

  • k.

    CROW-aanbevelingen: Alle informatie in de online kennisbank van het CROW.

  • l.

    duurzaamheidsactiviteiten: activiteiten gericht op verlaging van de klimaateffecten en het grondstofgebruik van het infrastructurele project ten opzichte van conventionele uitvoering;

  • m.

    duurzaamheid: reductie van klimaateffecten en grondstofgebruik;

  • n.

    smart mobility-maatregelen: fysieke maatregelen in of op de weg, verkeersvoorzieningen of in wegkantsystemen die het mogelijk maken digitale verkeers- en andere informatie te verzamelen of te communiceren met de weggebruiker. Voorbeelden zijn sensoren en slimme verkeersregelinstallaties;

  • o.

    ontsnipperende maatregelen: maatregelen uit de Leidraad Faunavoorzieningen (MJPO 2012);

  • p.

    wegen met een ontsnipperingsopgave: wegen en fietspaden waar plaatsing van faunapassages wenselijk is in het belang van het Natuurnetwerk Nederland. Het gaat hier om de wegen en fietspaden die de gebieden en verbindingszones van het Natuurnetwerk Nederland doorsnijden, zoals weergegeven in interactieve kaart op het subsidieloket;

  • q.

    Ontwerptoets verkeersveiligheid: een door een onafhankelijk, deskundig adviseur uitgevoerde toets op het ontwerp op verkeersveiligheidsaspecten aan de hand van de standaard onderdelen binnen de Verkeersveiligheidsaudit onderliggend wegennet (VVA).

Artikel 2  

  • 1.

    Subsidie wordt verstrekt aan beheerders of eigenaren van openbare wegen als bedoeld in de Wegenwet in de regio’s Gooi en Vechtstreek, Zuid-Kennemerland-IJmond, Kop van Noord- Holland, Alkmaar e.o. en West-Friesland.

Artikel 3  

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende activiteiten:

    • a.

      het aanleggen of aanpassen van weginfrastructuur met als hoofddoel het verbeteren van de verkeersveiligheid, inclusief, indien noodzakelijk, het laten uitvoeren van een ontwerptoets verkeersveiligheid;

    • b.

      het aanleggen of aanpassen van fietsinfrastructuur met als hoofddoel het verbeteren van de verkeersveiligheid of het verbeteren van het regionaal fietsnetwerk;

    • c.

      het aanleggen of aanpassen van fietsinfrastructuur met als hoofddoel het verbeteren van doorfietsroutes.

  • 2.

    Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten waarvan de totale subsidiabele kosten, genoemd in artikel 9, niet meer bedragen dan € 3.000.000,-.

Artikel 4  

  • 1.

    Een aanvraag om subsidie bevat in elk geval:

    • a.

      een begroting van de kosten van het project, conform het begrotingsformat dat is vermeld op het digitale loket van de provincie, www.noord-holland.nl/Loket/Subsidies;

    • b.

      een specificatie van de onder a. genoemde kosten;

    • c.

      een financieringsplan van de kosten van het project;

    • d.

      een inhoudelijke beschrijving van het project, waarin is omschreven:

      • i.

        de hoofddoelstelling(en) van het project;

      • ii.

        de urgentie tot het aanpassen van de situatie ten behoeve van de verkeersveiligheid en/of fietsbereikbaarheid;

      • iii.

        de maatregelen benodigd voor het realiseren van de nieuwe situatie;

      • iv.

        de effecten van het projectresultaat op de verkeersveiligheid onderbouwd door en met expliciete verwijzing naar de CROW-aanbevelingen;

      • v.

        de duurzaamheidsactiviteiten die ten behoeve van het project worden ondernomen;

      • vi.

        indien van toepassing, de effecten van het project op de fietsbereikbaarheid;

      • vii.

        indien het project een ontsnipperingsopgave kent, de effecten op de natuur en doelsoorten;

      • viii.

        indien van toepassing, de toegepaste smart mobility-maatregelen en hun bijdrage aan de hoofddoelstelling(en) van het project.

    • e.

      een voor uitvoering gereed ontwerp;

    • f.

      de uitvoeringsplanning;

  • 2.

    Een aanvraag om subsidie voor activiteiten aan een doorfietsroute als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, bevat tevens een bestuursovereenkomst over het tracé van de doorfietsroute op straatniveau, die is ondertekend door Gedeputeerde Staten, en de colleges van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten waarbinnen de doorfietsroute wordt gerealiseerd.

  • 3.

    Indien in het ontwerp voor de aanleg of aanpassing van weginfrastructuur in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, wordt afgeweken van de CROW-aanbevelingen, bevat de aanvraag tevens een Ontwerptoets verkeersveiligheid.

Artikel 5  

  • 1.

    Een aanvraag om subsidie is tijdig ingediend indien de aanvraag uiterlijk op 7 oktober 2021 vóór 17.00 uur is ontvangen.

  • 2.

    Een aanvraag die buiten de in het eerste lid genoemde periode wordt ontvangen, wordt geweigerd.

  • 3.

    Gedeputeerde Staten beslissen binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag om subsidie.

Artikel 6  

  • 1.

    Gedeputeerde Staten stellen het totale subsidieplafond voor het jaar 2021 vast op € 14.000.000,-

  • 2.

    Het in het eerste lid genoemde totale plafond wordt als volgt verdeeld in vijf regionale deelplafonds en een algemeen deelplafond:

 

Plafond

%

Regionale deelplafonds

49,99 %

6.999.000

Algemeen deelplafond

50,01 %

7.001.000

Subsidieplafond

100,0 %

14.000.000

 

Regionaal deelplafond

%

Kop van Noord-Holland

6,76 %

947.000

Regio Alkmaar

11,53 %

1.614.000

Zuid-Kennemerland-IJmond

15,95 %

2.233.000

West-Friesland

8,14 %

1.140.000

Gooi en Vechtstreek

7,61 %

1.065.000

Regionale plafonds (totaal)

49,99 %

6.999.000

Artikel 7  

  • 1.

    Aanvragen om subsidie worden per regionaal deelplafond, bedoeld in artikel 6, tweede lid, behandeld op volgorde van ontvangst.

  • 2.

    Indien door honorering van de aanvraag het toepasselijke regionale deelplafond geheel of gedeeltelijk wordt overschreden, wordt de aanvraag op volgorde van ontvangst geheel of gedeeltelijk gehonoreerd ten laste van het algemene deelplafond, totdat dit plafond is bereikt.

  • 3.

    Wanneer een aanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag, de datum waarop de aanvraag is aangevuld.

  • 4.

    Indien meerdere aanvragen op dezelfde dag worden ontvangen en door honorering van deze aanvragen het regionale of het algemene deelplafond wordt overschreden, wordt de aanvraag met de laagste projectkosten als eerste in behandeling genomen.

  • 5.

    Indien toepassing van het vorige lid er toe leidt dat aanvragen gelijk eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting.

Artikel 8  

Subsidie wordt in ieder geval geweigerd indien:

  • a.

    de activiteit vóór 1 augustus 2020 is aanbesteed;

  • b.

    de activiteit, naar het oordeel van Gedeputeerde Staten een ander hoofddoel dient dan (een van de) in artikel 3 beschreven hoofddoel;

  • c.

    de activiteit uitsluitend bedoeld is voor de aanleg van een noodvoorziening;

  • d.

    een activiteit wordt uitgevoerd door of namens de provincie en de subsidieaanvrager daar aan een financiële bijdrage dient te leveren;

  • e.

    de activiteit naar het oordeel van Gedeputeerde Staten negatieve gevolgen voor de verkeersveiligheid oplevert;

  • f.

    de activiteit naar het oordeel van Gedeputeerde Staten onvoldoende bijdraagt aan de duurzaamheid;

  • g.

    de activiteiten worden uitgevoerd op weg- of fietsinfrastructuur die het Natuurnetwerk Nederland inclusief verbindingszones doorsnijdt en het project naar het oordeel van Gedeputeerde Staten onvoldoende maatregelen bevat om het Natuurnetwerk Nederland te ontsnipperen;

  • h.

    de activiteit naar het oordeel van Gedeputeerde Staten onevenredige negatieve gevolgen heeft voor de doorstroming van het openbaar vervoer.

Artikel 9  

  • 1.

    Subsidie wordt verstrekt voor de volgende naar het oordeel van Gedeputeerde Staten noodzakelijke kosten:

    • a.

      kosten die direct samenhangen met de uitvoering van het project, waaronder begrepen de kosten van de Ontwerptoets verkeersveiligheid als bedoeld in artikel 4, derde lid;

    • b.

      de indirecte kosten bij de uitvoering van het project tot ten hoogste 10 % van de totale subsidiabele kosten.

    • c.

      Subsidie wordt niet verstrekt voor de volgende kosten:

      • a.

        kosten voor vervanging, beheer of onderhoud;

      • b.

        grondverwerving;

      • c.

        saneringskosten.

Artikel 10  

  • 1.

    De subsidie bedraagt 50 % van de subsidiabele kosten voor de activiteiten in artikel 3, eerste lid, onderdeel a.

  • 2.

    De subsidie bedraagt 70 % van de subsidiabele kosten voor de activiteiten in artikel 3, eerste lid, onderdeel b.

  • 3.

    De subsidie bedraagt 80 % van de subsidiabele kosten voor de activiteiten in artikel 3, eerste lid, onderdeel c.

  • 4.

    Indien de activiteiten binnen de aanvraag gedeeltelijk anderszins worden gesubsidieerd, wordt een zodanig subsidiebedrag vastgesteld, dat het totaal van alle subsidies niet meer bedraagt dan 90 % van de subsidiabele projectkosten.

  • 5.

    Gedeputeerde Staten verstrekken geen subsidies van minder dan € 5.000,-.

  • 6.

    Bij subsidies van minder dan € 10.000,- wordt volstaan met subsidievaststelling zonder voorafgaande subsidieverlening.

  • 7.

    In afwijking van het bepaalde in het eerste lid bedraagt het maximale subsidiebedrag voor de Ontwerptoets verkeersveiligheid, genoemd in artikel 4, derde lid, € 5.000,-.

Artikel 11  

  • 1.

    Gedeputeerde Staten kunnen in de beschikking tot subsidieverlening een verplichting opnemen over de datum waarop de gesubsidieerde activiteiten moeten zijn aanbesteed of afgerond.

  • 2.

    Gedeputeerde Staten kunnen in de beschikking tot verlening van de subsidie op grond van artikel 4:38 van de Algemene wet bestuursrecht nadere verplichtingen opleggen.

Artikel 12  

  • 1.

    Indien de subsidieontvanger een gemeente is wordt de aanvraag tot vaststelling van de subsidie ingediend uiterlijk 1 augustus van het jaar volgend op het jaar waarin de activiteit is voltooid.

  • 2.

    In de overige gevallen wordt de aanvraag tot vaststelling ingediend binnen 13 weken na het tijdstip, waarop het project overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening moet zijn voltooid.

  • 3.

    Gedeputeerde Staten stellen voor de aanvraag tot vaststelling van de subsidie een formulier beschikbaar op www.noord-holland.nl/Loket/Subsidies.

  • 4.

    Gedeputeerde Staten beslissen binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie.

Artikel 13  

  • 1.

    Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 februari 2021.

  • 2.

    Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2022.

  • 3.

    Deze regeling wordt aangehaald als Uitvoeringsregeling subsidie kleine infrastructuur Noord-Holland 2021.

 

 

Haarlem, 19 januari 2021.

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland

A.Th.H. van Dijk, voorzitter

R.M. Bergkamp, provinciesecretaris