Vierde wijzigingsregeling Subsidieregeling cultureel erfgoed Noord-Brabant 2016

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

 

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;

 

Overwegende dat Gedeputeerde Staten op 13 november 2015 het Beleidskader Erfgoed 2016-2020 hebben vastgesteld;

 

Overwegende dat Gedeputeerde Staten op 11 juli 2017 besloten hebben de rol ‘Beweging stimuleren en verbinding brengen in het erfgoedveld’ uit het beleidskader Erfgoed 2016-2020 extern te beleggen bij N.V. Monumenten Fonds Brabant;

 

Overwegende dat Gedeputeerde Staten op 19 juli 2016 de Subsidieregeling cultureel erfgoed Noord-Brabant 2016 hebben vastgesteld;

 

Overwegende dat Gedeputeerde Staten een paragraaf willen toevoegen aan die subsidieregeling om erfgoedinitiatieven uit de samenleving verder te brengen door initiatiefnemers van herbestemmingsprojecten te ondersteunen bij het ontwikkelen van een plan van aanpak, het uitvoeren een haalbaarheidsonderzoek, het ontwikkelen van een concept en het opstellen van een business case;

 

Overwegende dat Gedeputeerde Staten op deze paragraaf, Verordening 1407/2013 van de Europese Commissie van 18 december 2013 (PBEU 2013 L352/1) van toepassing willen verklaren;

 

 

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

Artikel I Wijzigingen

De Subsidieregeling cultureel erfgoed Noord-Brabant 2016 wordt als volgt gewijzigd:

 

A.

Onder vernummering van paragraaf 4 tot paragraaf 5 en onder vernummering van de artikelen 4.1 tot en met 4.4 tot de artikelen 5.1 tot en met 5.4, wordt een nieuwe paragraaf ingevoegd, luidende:

 

 

§ 4 Vouchers onderzoek herbestemming monumenten

 

Artikel 4.1 Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a.

    Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;

  • b.

    businesscase: vierde fase in het onderzoek naar herbestemming, als omschreven in bijlage 1;

  • c.

    concept: derde fase in het onderzoek naar herbestemming, als omschreven in bijlage 1;

  • d.

    de-minimis steun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in de de-minimis verordening;

  • e.

    de-minimis verordening: Verordening 1407/2013 van de Europese Commissie van 18 december 2013 (PBEU 2013 L352/1);

  • f.

    gemeentelijk monument: gebouw of complex van gebouwen dat als monument is aangewezen bij gemeentelijke verordening;

  • g.

    haalbaarheidsonderzoek: tweede fase in het onderzoek naar herbestemming, als omschreven in bijlage 1;

  • h.

    herbestemming: de bestaande bestemming van een monument wijzigen dan wel een nieuwe bestemming geven of toevoegen aan de bestaande bestemming;

  • i.

    initiatiefnemer: publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoon;

  • j.

    onderzoek: het laten uitvoeren van een gefaseerd onderzoek naar de mogelijkheden tot herbestemming van een rijksmonument of gemeentelijk monument;

  • k.

    plan van aanpak: eerste fase in het onderzoek naar herbestemming, als omschreven in bijlage 1;

  • l.

    rijksmonument: gebouw of complex van gebouwen dat als monument is ingeschreven in het rijksmonumentenregister, als bedoeld in artikel 3.3 van de Erfgoedwet;

  • m.

    woonhuis: monument dat in oorsprong is vervaardigd voor bewoning of dat voor meer dan de helft van de oppervlakte voor bewoning in gebruik is, tenzij het deel uitmaakt van een geregistreerd museum, kerkgebouw, kasteel, paleis, hoofdhuis van een buitenplaats, landhuis, gebouw van liefdadigheid, molen, gemaal, agrarisch gebouw of watertoren.

Artikel 4.2 Doelgroep

Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door:

  • a.

    een eigenaar van een rijksmonument of een gemeentelijk monument;

  • b.

    een rechtspersoon.

Artikel 4.3 Subsidievorm

  • 1.

    Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies.

  • 2.

    Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.

Artikel 4.4 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor het laten uitvoeren van onderzoek naar een herbestemming van een rijksmonument of gemeentelijk monument niet zijnde een woonhuis, welk onderzoek bestaat uit een van de volgende fases:

  • a.

    het ontwikkelen van een plan van aanpak;

  • b.

    het uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek;

  • c.

    het ontwikkelen van een concept;

  • d.

    het opstellen van een businesscase.

Artikel 4.5 Weigeringsgronden

  • 1.

    Subsidie wordt geweigerd indien:

    • a.

      reeds voor indiening van de aanvraag begonnen is met de uitvoering van het project;

    • b.

      reeds eerder subsidie is verleend op grond van deze of een andere provinciale subsidieregeling voor hetzelfde project met betrekking tot hetzelfde monument;

    • c.

      aanvrager reeds € 15.000 aan subsidie heeft ontvangen op grond van deze paragraaf voor activiteiten genoemd in artikel 4.4;

    • d.

      het project niet de instemming heeft van de eigenaar van het monument waarop het onderzoek betrekking heeft;

    • e.

      het monument een woonhuis is.

  • 2.

    Onverminderd het eerste lid, wordt een subsidie voor het laten uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek als bedoeld in artikel 4.4, onder b, geweigerd indien in de afgelopen vijf jaar op grond van een rijkssubsidieregeling reeds subsidie is verleend voor het laten uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek voor hetzelfde monument.

  • 3.

    In afwijking van het eerste lid, onder c, wordt indien het monument waarop de aanvraag betrekking heeft, bestaat uit een complex van monumentale gebouwen, subsidie geweigerd indien reeds € 45.000 aan steun is verleend op grond van deze regeling voor activiteiten genoemd in artikel 4.4.

Artikel 4.6 Subsidievereisten

Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    het project richt zich op een van de volgende fases van onderzoek naar een herbestemming:

    • 1°.

      het ontwikkelen van een plan van aanpak;

    • 2°.

      het uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek

    • 3°.

      het ontwikkelen van een concept;

    • 4°.

      het opstellen van een businesscase.

  • b.

    het project heeft betrekking op een rijksmonument of een gemeentelijk monument;

  • c.

    het monument is gelegen in de provincie Noord-Brabant;

  • d.

    de subsidieaanvrager is:

    • 1°.

      eigenaar van het monument; of

    • 2°.

      een initiatiefnemer die zich ten doel heeft gesteld herbestemming van het monument mogelijk te maken;

  • e.

    het project wordt uitgevoerd door een daartoe deskundige derde;

  • f.

    aan het project ligt een projectbeschrijving ten grondslag waarin in ieder geval is opgenomen:

    • 1°.

      de resultaten van het onderzoek van de voorafgaande fases, als bedoeld onder e en in bijlage 1;

    • 2°.

      een offerte voor de uitvoering van het project van de door de aanvrager geselecteerde deskundige;

    • 3°.

      een sluitende en realistische projectbegroting.

Artikel 4.7 Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen worden ingediend van 6 november 2018 tot en met 31 januari 2020.

 

Artikel 4.8 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode genoemd in artikel 4.7 vast op € 300.000.

 

Artikel 4.9 Subsidiehoogte

  • 1.

    De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 4.4, bedraagt € 5.000.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid, wordt maximaal slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt, dat over een periode van drie belastingjaren het plafond voor de-minimis steun niet wordt overschreden.

Artikel 4.10 Verdeelcriteria

  • 1.

    Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2.

    Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking als bedoeld in het eerste lid, de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3.

    Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.

  • 4.

    De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen worden gerangschikt in volgorde van trekking.

  • 5.

    De subsidie wordt verdeeld in de volgorde van trekking zoals door loting is bepaald.

Artikel 4.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen:

  • a.

    het project wordt binnen zes maanden na verlening van de subsidie afgerond;

  • b.

    de subsidieontvanger zendt na afronding van het project een exemplaar van het onderzoeksrapport ter informatie aan Gedeputeerde Staten.

Artikel 4.12 Prestatieverantwoording

De subsidieontvanger toont desgevraagd aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van een activiteitenverslag.

 

Artikel 4.13 Bevoorschotting en betaling

  • 1.

    Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag overeenkomstig artikel 23, tweede lid van de Asv.

  • 2.

    Gedeputeerde Staten betalen het voorschot, bedoeld in het eerste lid, in een keer, overeenkomstig artikel 23, derde lid van de Asv.

Artikel 4.14 Evaluatie

Gedeputeerde Staten zenden in 2020 aan Provinciale Staten een verslag over de werking van deze regeling in de praktijk.

 

B.

Er wordt een bijlage toegevoegd, luidende:

 

Bijlage 1 behorende bij § 4 van de Subsidieregeling cultureel erfgoed Noord-Brabant 2016

 

In het onderzoek naar herbestemmingsmogelijkheden van een monument worden vier fases onderscheiden:

 

Fase 1: het ontwikkelen van een plan van aanpak

Dit houdt in elk geval de volgende, specifiek op het betrokken monument betrekking hebbende activiteiten in:

  • -

    uitwerken van een eerste idee en komen toto één lijn in samenwerking met de relevante partijen;

  • -

    kennisniveau van de initiatiefnemers verhogen;

  • -

    proces van herbestemming vastleggen;

  • -

    gemeenschappelijke uitgangspunten formuleren;

  • -

    gezamenlijke ambities, doelen en ideeën voor herbestemming formuleren.

Fase 2: het uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek

Deze fase houdt het doen van een verkenning gericht op de mogelijkheden van de herbestemming, op de volgende terreinen:

  • -

    de bouwhistorische en cultuurhistorische kenmerken van het monument in relatie tot de herbestemming;

  • -

    de bouwkundige staat van het monument;

  • -

    de mogelijke nieuwe of aanvullende functies van het monument; en

  • -

    de financiële mogelijkheden en knelpunten van de herbestemming van het monument.

Fase 3: het ontwikkelen van een concept

Deze fase omvat het proces om van het vooronderzoek naar een ontwerp te komen, waarbij de haalbaarheid en uitvoerbaarheid wordt onderbouwd door in elk geval:

  • -

    marktanalyses, trends en ontwikkelingen;

  • -

    omschrijving van concept, uitgangspunten en doelstellingen;

  • -

    positionering en doelgroepen van het concept;

  • -

    design, impressie hoe het concept eruit komt te zien;

  • -

    kosten van het concept;

  • -

    beschrijving van de risico’s bij het realiseren van het concept;

  • -

    draagvlak bij de betrokken partijen;

Fase 4: het opstellen van een business case

De business case biedt een integrale afweging van alle relevante belangen van het project en de betrokken partijen, waarbij in elk geval aandacht wordt besteed aan:

  • -

    een kosten-baten analyse rekening houdend met de risico’s;

  • -

    inzicht in de financieringsbehoefte;

  • -

    rechtvaardiging van de investering, gezien alle, ook niet-financiële belangen;

  • -

    het ontwikkelen van draagvlak voor een investeringsbesluit;

  • -

    het beheer van het project;

  • -

    het betrekken van overheden of andere stakeholders bij het project.

Artikel II Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin deze regeling wordt geplaatst.

Artikel III Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Vierde wijzigingsregeling Subsidieregeling Cultureel erfgoed Noord-Brabant 2016.

 

’s-Hertogenbosch, 30 oktober 2018

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter de

prof. dr. W.B.H.J. van de Donk

secretaris

drs. M.J.A. van Bijnen MBA

Toelichting behorende bij Vierde wijzigingsregeling Subsidieregeling cultuur en erfgoed

Algemeen

Deze subsidieregeling is vastgesteld op grond van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant (Asv). Dit betekent dat een aantal aspecten van de verstrekking van subsidies niet in de subsidieregeling zijn vastgelegd, maar in de Asv. In de Asv staat onder meer waar de aanvraag moet worden ingediend, wat de beslistermijnen zijn voor Gedeputeerde Staten en algemene verplichtingen voor de subsidieontvanger, zoals de meldingsplicht.

Voor een goed begrip van deze subsidieregeling is bestudering van de Asv dus noodzakelijk. Ook de Algemene wet bestuursrecht bevat algemene bepalingen die onverkort van toepassing zijn op subsidies verstrekt op grond van deze subsidieregeling.

 

Artikelsgewijs

 

Artikel I, onderdeel A

 

Artikel 4.5 Weigeringsgronden

De weigeringsgronden in dit artikel komen in aanvulling op de weigeringsgronden uit artikel 4:25 en 4:35 Awb en de weigeringsgronden uit artikel 8 van de Algemene subsidieverordening.

 

eerste lid, onder e

De subsidies zijn bedoeld voor gebouwen die zich niet makkelijk laten herbestemmen (bijvoorbeeld kerken, kloosters, industrieel erfgoed, scholen, kastelen). Om die reden is de herbestemming van woonhuizen buiten de regeling gelaten. Wel kan subsidie worden aangevraagd voor de herbestemming van woonhuizen die deel uitmaken van een niet makkelijk te herbestemmen complex (zie de definitie van woonhuis in artikel 4.1).

 

tweede lid

Sinds 2011 is er een rijkssubsidieregeling Stimulering herbestemming monumenten, die op dit moment wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (zie https://www.monumenten.nl/monument-financieren/subsidie-voor-herbestemming). Indien voor hetzelfde monument al een rijkssubsidie is verstrekt voor een haalbaarheidsonderzoek (ook wel: quickscan), wordt de provinciale subsidie voor het doen van een haalbaarheidsonderzoek geweigerd.

 

derde lid

Eén monument bestaat soms uit een complex van gebouwen. Gedeputeerde Staten wensen niet voor elk van die monumentale gebouwen de onderzoeken te subsidiëren. Daarom is er een maximum gesteld van drie gebouwen binnen een complex. Subsidieaanvragers kunnen wel voor elk van die drie gebouwen steeds drie verschillende fases van haalbaarheidsonderzoek laten uitvoeren. Dit betekent dat voor een complex van monumentale gebouwen maximaal € 45.000 aan subsidie beschikbaar is voor het doen van onderzoek.

 

Artikel 4.6 Subsidievereisten

 

onder e

Het project wordt uitgevoerd door een adviseur die voor het uitvoeren van dat specifieke onderzoek vakinhoudelijk deskundig moet zijn. Het zal dus per onderzoeksfase en per type bestemming verschillen op welk terrein de adviseur deskundig moet zijn.

 

Artikel 4.11 Verplichtingen

 

eerste lid, onder b

De resultaten van het onderzoek worden ter informatie aan Gedeputeerde Staten gestuurd. Deze gegevens zullen vertrouwelijk worden behandeld en zullen voor zover deze bedrijfs- of concurrentiegevoelige gegevens bevatten, niet gepubliceerd worden. De gegevens zullen uitsluitend gebruikt worden als input voor eventueel toekomstig provinciaal beleid op het terrein van herbestemming van cultureel erfgoed. Gedeputeerde Staten stellen de gegevens ter beschikking aan Erfgoed Lab Brabant, platform voor herbestemmingsvraagstukken, die deze gegevens eveneens vertrouwelijk zal behandelen.

 

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

 

de voorzitter

prof. dr. W.B.H.J. van de Donk

 

de secretaris

drs. M.J.A. van Bijnen MBA

Naar boven