Nadere subsidieregels Film 2018–2019

Gedeputeerde Staten van Limburg

maken ter voldoening aan het bepaalde in de Provinciewet en de Algemene Subsidieverordening Provincie Limburg 2017 e.v. bekend dat zij in hun vergadering van 13 maart 2018 hebben vastgesteld:

 

NADERE SUBSIDIEREGELS FILM 2018–2019

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

  • 1.

    Begroting: de gedetailleerde financiële onderbouwing van de (subsidiabele en niet-subsidiabele) kosten van een filmproductie en een dekkingsplan.

  • 2.

    Bioscoopuitbreng: de landelijke distributie van een filmproductie, die na de première met een vertoning gedurende meerdere weken en in meerdere bioscopen en/of filmtheaters voor een betalend publiek in Nederland wordt uitgebracht.

  • 3.

    Coproductie: een filmproductie, waaraan twee of meer coproducenten risicodragend, op basis van een door alle partijen goedgekeurd filmplan en/of scenario een inhoudelijke en financiële bijdrage leveren.

  • 4.

    Filmplan: het plan van de aanvrager tot uitvoering van een met elkaar samenhangend geheel van activiteiten dat bestaat uit het financieren, voortbrengen en (doen) exploiteren van een filmproductie.

  • 5.

    Filmproductie: een animatiefilm, of een documentairefilm of een speelfilm, al dan niet tot stand gebracht in de vorm van een internationale coproductie.

  • 6.

    Korte film: een film met een duur van maximaal 30 minuten.

  • 7.

    Lange film: een film van een duur van minimaal 20 minuten.

  • 8.

    Moeilijke audiovisuele werken: gelet op het bepaalde in artikel 2, punt 140, van de Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014, waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard (hierna: de AGVV) en uitgewerkt in artikel 4, vierde lid en de toelichting hierop in het “Reglement Stimuleringsmaatregel Filmproductie in Nederland van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film”, worden in deze regeling uitsluitend korte films als moeilijke audiovisuele werken aangemerkt.

  • 9.

    Pornografische producties: producties met hoofdzakelijk beelden van seks die bedoeld zijn om de kijker seksueel te prikkelen.

  • 10.

    Producent: de natuurlijke persoon die de productiemaatschappij rechtsgeldig vertegenwoordigt en binnen de organisatie van de productiemaatschappij beleidsmatig, bedrijfsmatig en inhoudelijk eindverantwoordelijk is.

  • 11.

    Professionele productie: films met een productiebudget van minimaal € 10.000,00.

  • 12.

    Talent: een persoon met minder dan vijf jaar werkervaring in een specifieke kunstdiscipline (niet zijnde scholing of opleiding) en maximaal drie gerealiseerde professionele producties.

  • 13.

    Talentontwikkeling: het duurzaam creëren van kansen waardoor (jong) talent optimale mogelijkheden krijgt voor professionele doorgroei en ontwikkeling.

Artikel 2 Doelstelling/doel van de regeling

Stimuleren van het produceren van films in de provincie Limburg en het stimuleren van een levendig filmklimaat. Onderliggende doelstellingen zijn het stimuleren van de economie (werkgelegenheid), het versterken van de cultuur (talentontwikkeling, artistieke kwaliteit) en het vergroten van de branding (Limburg promotie) van Nederlands Limburg.

Artikel 3 Europese regelgeving

  • 1.

    Deze nadere regels zijn gebaseerd op de AGVV. Subsidies worden verstrekt conform de algemene en procedurele bepalingen in Hoofdstuk I en II en artikel 54 (Steun voor audiovisuele werken) uit Hoofdstuk III uit de algemene groepsvrijstellingsverordening.

  • 2.

    Conform artikel 1, lid 4 sub a) van de algemene groepsvrijstellingsverordening wordt betaling uitgesloten van steun aan een onderneming ten aanzien waarvan er een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerder besluit van de Commissie waarbij steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard.

  • 3.

    Conform artikel 1 lid 4 sub c) van de algemene groepsvrijstellingsverordening wordt geen steun toegekend aan ondernemingen in moeilijkheden.

  • 4.

    Uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van de algemene groepsvrijstellingsverordening zal worden voldaan aan de publicatie bepalingen van artikel 9 van deze verordening.

  • 5.

    Bij subsidieverstrekking worden de cumulatiebepalingen uit artikel 8 van de vrijstellingsverordening in acht genomen. Dit houdt in dat alle voor een bepaald project verleende staatssteun bij elkaar opgeteld dient te worden om zo het totale steunbedrag te bepalen (cumulatie). Hierdoor kan nagegaan worden of voldaan is aan de maximale steunintensiteit uit artikel 54.

  • 6.

    Toepassing van deze nadere regels mag in geen enkel geval leiden tot strijd met de in het eerste lid van dit artikel genoemde verordening. Derhalve dienen de bepalingen in deze nadere regels strikt te worden toegepast.

Hoofdstuk 2 Criteria

Artikel 4 Algemene subsidiecriteria

  • 1.

    De subsidie dient een stimulerend effect te hebben. De subsidie wordt geacht een stimulerend effect te hebben wanneer de begunstigde vóórdat de werkzaamheden aan het filmproject of de activiteiten zijn begonnen, een aanvraag voor subsidie voor het betreffende filmproject bij Gedeputeerde Staten heeft ingediend.

  • 2.

    De productie van de film dient binnen 1 jaar na subsidieverlening van start te gaan.

  • 3.

    Minimaal 100% van de subsidie vanuit deze regeling wordt in de regio Nederlands-Limburg besteed.

Artikel 5 Afwijzingsgronden

De subsidieaanvraag wordt afgewezen indien:

  • a.

    het filmproject niet aansluit bij de doelstelling van deze nadere subsidieregels zoals gesteld in artikel 2;

  • b.

    de subsidieaanvraag niet is ingediend door de aanvrager zoals vastgelegd in de bijlagen;

  • c.

    niet wordt voldaan aan de algemene subsidiecriteria in artikel 4;

  • d.

    niet wordt voldaan aan de specifieke criteria zoals omschreven in de betreffende bijlage waarbinnen subsidie wordt aangevraagd;

  • e.

    de Provincie Limburg het filmproject al op een andere wijze subsidieert en/of financiert, met uitzondering van bijdragen van het Prins Bernard Cultuurfonds Limburg en/of het Cultuurparticipatiefonds Limburg. Bijdragen ontvangen van het Huis voor de Kunsten Limburg, in het kader van de Motie Volkscultuur of in de vorm van een projectbijdrage, worden hierbij beschouwd als subsidiering/financiering door de Provincie Limburg;

  • f.

    het filmproject niet voldoet aan de voorwaarden in de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • g.

    de subsidieaanvraag betrekking heeft op activiteiten die gericht zijn op de continuïteit van een onderneming/instelling;

  • h.

    de subsidieaanvraag niet is ontvangen binnen de periode zoals gesteld in artikel 8;

  • i.

    aanvrager in hetzelfde jaar en/of voorafgaande jaar al een subsidie heeft ontvangen binnen bijlage 1 en/of 2 van deze subsidieregels of subsidieaanvrager het voorgaande jaar een bijdrage in het kader van de Nadere subsidieregels Film heeft ontvangen;

  • j.

    het filmproject een pornografische productie is;

  • k.

    het filmproject racistisch, discriminerend, beledigend, aanstootgevend, seksueel intimiderend of anderszins met de wet strijdig materiaal bevat en/of aanzet tot haat en/of geweld; en/of

  • l.

    het filmproject een commercial, videoclip, opdrachtfilm of (televisie)serie betreft.

Hoofdstuk 3 Financiële aspecten

Artikel 6 Subsidieplafond

  • 1.

    Gedeputeerde Staten stellen de subsidieplafonds van deze nadere subsidieregels per bijlage jaarlijks vast.

  • 2.

    De wijze van verdeling geschiedt conform de werkwijze zoals benoemd in de betreffende bijlage waarbinnen subsidie wordt aangevraagd.

Hoofdstuk 4 Aanvraagprocedure

Artikel 7 Indienen aanvraag

  • 1.

    Een subsidieaanvraag kan uitsluitend per post worden ingediend bij Gedeputeerde Staten met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat geplaatst is op de website van de Provincie Limburg: www.limburg.nl/subsidies > actuele subsidieregelingen.

  • 2.

    De aanvraag dient een volledig ingevuld en rechtsgeldig ondertekend standaard aanvraagformulier te bevatten en te zijn voorzien van alle bijlagen zoals aangegeven in het formulier en dient te worden verzonden naar het op het formulier aangegeven adres (Gedeputeerde Staten van Limburg, Cluster Subsidies, Postbus 5700, 6202 MA Maastricht).

Artikel 8 Termijn voor indienen aanvraag

  • 1.

    Subsidieaanvragen kunnen in twee tranches (tenders) worden ingediend:

    • a.

      Een subsidieaanvraag kan in 2018 vanaf 1 augustus 2018 worden ingediend en dient uiterlijk 1 oktober 2018 te zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten.

    • b.

      Een subsidieaanvraag kan in 2019 vanaf 1 augustus 2019 worden ingediend en dient uiterlijk 1 oktober 2019 te zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten.

  • 2.

    Voor de datum van ontvangst is de datum van de ontvangststempel van de Provincie Limburg bepalend.

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

Artikel 9 Adviescommissie

Aanvragen worden voorgelegd aan de Provinciale Adviescommissie Film. De commissie zal deze aanvragen beoordelen conform de criteria en de bijbehorende puntenberekening zoals benoemd in bijlage 1 en/of 2. Vervolgens zal de commissie aan Gedeputeerde Staten een advies uitbrengen over het al dan niet honoreren van de aanvraag. Gedeputeerde Staten beslissen uiteindelijk op de aanvraag.

Artikel 10 Inwerkingtreding, beëindiging en citeertitel

  • 1.

    Deze Nadere subsidieregels treden in werking met ingang van de dag na de dag van publicatie in het Provinciaal Blad.

  • 2.

    Deze Nadere subsidieregels vervallen met ingang van 1 januari 2020 met dien verstande dat zij van toepassing blijven op subsidieaanvragen die vóór die datum zijn ingediend en subsidiebesluiten die vóór die datum zijn genomen, ook voor de volgende stappen in het subsidietraject.

  • 3.

    Deze regeling kan worden aangehaald als “Nadere subsidieregels Film 2018–2019”.

     

Aldus besloten in de vergadering van Gedeputeerde Staten, gehouden op 13 maart 2018

Gedeputeerde Staten voornoemd

de voorzitter,

dhr. drs. Th.J.F.M. Bovens

secretaris

de heer drs. G.H.E. Derks MPA

Bijlage 1 Filmproducties

 

Aanvrager

Rechtspersoon die verbonden is met/werkzaam is in de filmindustrie.

Specifieke subsidiecriteria

Om in aanmerking te komen voor subsidie dient de aanvraag te voldoen aan alle hieronder genoemde criteria:

1. Het project betreft de productie van een lange film met een (inter)nationale bioscoopuitbreng.

2. Oorspronkelijkheid: het filmproject onderscheidt zich van bestaande filmprojecten binnen het genre of de discipline door thema of onderwerp, keuze voor en/of samenstelling van cast, regievisie of gebruikte techniek en is daarmee een verrijking van het aanbod binnen het genre of de discipline.

3. Talentontwikkeling: aanvrager biedt binnen het filmproject door middel van het invullen van posities in de pré-productie, productie of post-productie fase het creeëren van stageplaatsen of op andere wijze mogelijkheden voor talentontwikkeling van Limburgse talenten. Hierbij is naast de actieve bijdrage of het vervullen van een rol of functie ook sprake van een voortraject en natraject.

4. Financiële haalbaarheid & distributie: In de projectbegroting is de distributie van de film opgenomen. De totale projectbegroting is haalbaar en realistisch.

5. Limburgse draaidagen: de opnames voor het filmproject vinden voor minimaal 10% plaats op een locatie in Nederlands-Limburg.

Subsidiabele kosten

en subsidiepercentage/-bedrag

Subsidiabel zijn:

a) voor de productie: de totale kosten van de filmproductie, met inbegrip van de kosten om de toegankelijkheid voor mensen met een handicap te verbeteren;

b) voor de pre-productie: de kosten van het schrijven van scenario’s en de ontwikkeling van de filmproductie;

c) voor de distributie: de kosten van de distributie en promotie van de filmproductie.

De hoogte van een subsidie voor een filmproductie is maximaal 50% van de subsidiabele kosten en bedraagt maximaal € 100.000,00. Binnen deze bijlage wordt per tranche slechts één aanvraag gehonoreerd.

Niet-subsidiabele kosten

Aanvullend op de bepalingen in de Algemene Subsidieverordening Provincie Limburg 2017 e.v. zijn de kosten voor de aanschaf van materiaal niet subsidiabel.

Beoordeling door middel van tendersystematiek

Om te bepalen welke aanvraag in het kader van deze bijlage wordt gehonoreerd, wordt de volgende beoordelingsprocedure gehanteerd.

1. De wijze van beoordeling van de specifieke criteria geschiedt door de Provinciale Adviescommissie Film conform de puntenberekening welke te vinden is in bijgevoegd schema “Beoordelingsschema Bijlage 1”.

2. Op basis van de ingediende aanvraag worden de punten per criterium toegekend door de Provinciale Adviescommissie Film.

3. De behaalde punten per criterium worden bij elkaar opgeteld tot een totaal score.

4. Het filmproject met de hoogste score komt in aanmerking voor subsidie.

5. De Provinciale Adviescommissie Film zal op basis van bovengenoemde puntenberekening komen tot een advies en legt dit voor aan het College van Gedeputeerde Staten.

6. Op basis van vorengaande beslissen Gedeputeerde Staten op de subsidieaanvragen.

 

Beoordelingsschema Bijlage 1

 

1. Het project betreft de productie van een lange film met (inter)nationale bioscoopuitbreng:

 

WAARDERING

PUNT

TOELICHTING

Goed

2

Het filmproject betreft de productie van een lange film met internationale bioscoopuitbreng

Voldoende

1

Het filmproject betreft de productie van een lange film met nationale bioscoopuitbreng

Onvoldoende

0

Het filmproject betreft geen productie van een lange film met nationale of internationale bioscoopuitbreng. De aanvraag wordt daarom afgewezen.

 

2. Oorspronkelijkheid:

 

WAARDERING

PUNT

TOELICHTING

Goed

3

Het filmproject levert een bijzondere bijdrage aan het genre en/of binnen de discipline.

Ruim voldoende

2

Het filmproject levert een bijdrage aan het genre en/of binnen de discipline, maar dit is niet uniek of vernieuwend van aard.

Voldoende

1

Het filmproject levert een beperkte bijdrage aan het genre en/of binnen de discipline.

Onvoldoende

0

Het filmproject voldoet niet aan het specifieke criterium oorspronkelijkheid. De aanvraag wordt daarom afgewezen.

 

3. Talentontwikkeling:

 

WAARDERING

PUNT

TOELICHTING

Goed

2

Het filmproject levert een bijzondere bijdrage aan talentontwikkeling.

Voldoende

1

Het filmproject levert een bijdrage aan talentontwikkeling, maar de activiteiten zijn niet uniek van aard.

Onvoldoende

0

Het filmproject levert geen bijdrage aan talentontwikkeling. De aanvraag wordt daarom afgewezen.

 

4. Financiële haalbaarheid en distributie:

 

WAARDERING

PUNT

TOELICHTING

Goed

3

Er zijn (bijna) geen kanttekeningen te plaatsen.

Ruim voldoende

2

Positief, maar met meerdere punten van kritiek.

Voldoende

1

Nog wel positief, maar er is flinke verbetering mogelijk.

Onvoldoende

0

Het filmproject is financieel niet haalbaar. De aanvraag wordt daarom afgewezen.

 

5. Limburgse draaidagen:

 

WAARDERING

PUNT

TOELICHTING

Goed

3

Minimaal 75% van de draaidagen vindt plaats in de provincie Nederlands Limburg.

Ruim voldoende

2

Minimaal 50% tot 75% van de draaidagen vindt plaats in de provincie Nederlands Limburg.

Voldoende

1

Minimaal 10% tot 50% van de draaidagen vindt plaats in de provincie Nederlands Limburg.

Onvoldoende

0

Minder dan 10% van de draaidagen vindt plaats in de provincie Nederlands Limburg. De aanvraag wordt daarom afgewezen.

 

Naast de punten die aanvrager binnen dit beoordelingsschema voor de specifieke subsidiecriteria kan ontvangen, kan de aanvrager een extra punt ontvangen indien wordt voldaan aan onderstaande pré:

 

6. Maatschappelijke relevantie:

 

PUNT

TOELICHTING

1

De aanvrager speelt met betreffend filmproject op bijzondere wijze in op de actualiteit en/of brengt één of meerdere maatschappelijke urgente thema’s naar voren.

 

Bijlage 2 Limburgse Talentontwikkeling

 

Aanvrager

a. Aanvrager betreft een rechtspersoon of natuurlijk persoon die verbonden is met/werkzaam is in de filmindustrie en is gevestigd in Limburg; en

b. Aanvrager produceert een korte of lange film. Aanvragers voor korte films hebben maximaal 5 professionele producties gemaakt. Aanvragers voor lange films hebben minimaal 3 professionele producties gemaakt.

Specifieke subsidiecriteria

Om in aanmerking te komen voor subsidie dient de aanvraag te voldoen aan alle hieronder genoemde criteria:

1. Oorspronkelijkheid: het filmproject onderscheidt zich van bestaande filmprojecten binnen het genre of de discipline door thema of onderwerp, keuze voor en/of samenstelling van cast, regievisie of gebruikte techniek en is daarmee een verrijking van het aanbod binnen het genre of de discipline.

2. Talentontwikkeling: aanvrager biedt binnen het filmproject door middel van het invullen van posities in de pre-productie, productie of post-productie fase het creëren van stageplaatsen of op andere wijze mogelijkheden voor talentontwikkeling van Limburgse talenten. Hierbij is naast de actieve bijdrage of het vervullen van een rol of functie ook sprake van een voortraject en natraject.

3. Financiële haalbaarheid & distributie: In de projectbegroting is de distributie van de film opgenomen. De totale projectbegroting is haalbaar en realistisch.

4. Limburgse draaidagen: de opnames voor het filmproject vinden voor minimaal 10% plaats op een locatie in Nederlands-Limburg.

Subsidiabele kosten en

-subsidiepercentage/-bedrag

Subsidiabel zijn:

a. voor de productie: de totale kosten van de filmproductie, met inbegrip van de kosten om de toegankelijkheid voor mensen met een handicap te verbeteren;

b. voor de pre-productie: de kosten van het schrijven van scenario’s en de ontwikkeling van de filmproductie;

c. voor de distributie: de kosten van de distributie en promotie van de filmproductie.

De hoogte van een subsidie voor een korte film is maximaal 75 % van de subsidiabele kosten en bedraagt maximaal € 20.000,00. De hoogte van een subsidie voor een lange film is maximaal 50% van de subsidiabele kosten en bedraagt maximaal € 50.000,00.

Niet-subsidiabele kosten

Aanvullend op de bepalingen in deAlgemene Subsidieverordening Provincie Limburg 2017 e.v. zijn de kosten voor de aanschaf van materiaal niet subsidiabel.

Beoordeling door middel van tendersystematiek

Om te bepalen welke aanvragen in het kader van deze bijlage worden gehonoreerd, wordt de volgende beoordelingsprocedure gehanteerd.

1. De wijze van beoordeling van de specifieke criteria geschiedt door de Provinciale Adviescommissie Film conform de puntenberekening welke te vinden is in bijgevoegd schema “Beoordelingsschema Bijlage 2”.

2. Op basis van de ingediende aanvraag worden de punten per specifiek criterium toegekend door de Provinciale Adviescommissie Film.

3. De behaalde punten per criterium worden bij elkaar opgeteld tot een totaal score.

4. Het filmproject met de hoogste score komt als eerste in aanmerking voor subsidie, het project met de op één na hoogste score komt als tweede in aanmerking, enz.

5. De Provinciale Adviescommissie Film zal op basis van bovengenoemde puntenberekening komen tot een volgorde en deze voorleggen aan het College van Gedeputeerde Staten.

6. Op basis van vorengaande beslissen Gedeputeerde Staten op subsidieaanvragen.

 

Beoordelingsschema Bijlage 2

 

1. Oorspronkelijkheid:

 

WAARDERING

PUNT

TOELICHTING

Goed

3

Het filmproject levert een bijzondere bijdrage aan het genre en/of binnen de discipline.

Ruim voldoende

2

Het filmproject levert een bijdrage aan het genre en/of binnen de discipline, maar dit is niet uniek of vernieuwend van aard.

Voldoende

1

Het filmproject levert een beperkte bijdrage aan het genre en/of binnen de discipline.

Onvoldoende

0

Het filmproject levert geen bijdrage aan het genre en/of binnen de discipline. De aanvraag wordt daarom afgewezen.

 

2. Talentontwikkeling:

 

WAARDERING

PUNT

TOELICHTING

Goed

2

Het filmproject levert een bijzondere bijdrage aan talentontwikkeling.

Voldoende

1

Het filmproject levert een bijdrage aan talentontwikkeling, maar de activiteiten zijn niet uniek van aard.

Onvoldoende

0

Het filmproject levert geen bijdrage aan talentontwikkeling. De aanvraag wordt daarom afgewezen.

 

3. Financiële haalbaarheid en distributie:

 

WAARDERING

PUNT

TOELICHTING

Goed

3

Er zijn (bijna) geen kanttekeningen te plaatsen.

Ruim voldoende

2

Positief, maar met meerdere punten van kritiek.

Voldoende

1

Nog wel positief, maar er is flinke verbetering mogelijk.

Onvoldoende

0

Het filmproject is financieel niet haalbaar. De aanvraag wordt daarom afgewezen.

 

4. Limburgse draaidagen:

 

WAARDERING

PUNT

TOELICHTING

Goed

3

Minimaal 75% van de draaidagen vindt plaats in de provincie Nederlands Limburg.

Ruim voldoende

2

Minimaal 50% tot 75% van de draaidagen vindt plaats in de provincie Nederlands Limburg.

Voldoende

1

Minimaal 10% tot 50% van de draaidagen vindt plaats in de provincie Nederlands Limburg.

Onvoldoende

0

Minder dan 10% van de draaidagen vindt plaats in de provincie Nederlands Limburg. De aanvraag wordt daarom afgewezen.

 

Naast de punten die aanvrager binnen dit beoordelingsschema voor de specifieke subsidiecriteria kan ontvangen, kan de aanvrager een extra punt ontvangen indien wordt voldaan aan onderstaande pré:

 

5. Maatschappelijke relevantie:

 

PUNT

TOELICHTING

1

De aanvrager speelt met betreffend filmproject op bijzondere wijze in op de actualiteit en/of brengt één of meerdere maatschappelijke urgente thema’s naar voren.

 

Toelichting

Algemene toelichting tendersystematiek

Als er voor een subsidie een subsidieplafond wordt vastgesteld, dient er ook een verdelingssysteem te worden vastgesteld. Vaak worden subsidies verdeeld op basis van de volgorde van binnenkomst. Bij een tendersysteem gebeurt dit niet. Een tendersysteem kenmerkt zich door het gegeven dat aanvragen binnen een bepaalde periode moeten worden ingediend. Na afloop van deze periode worden de aanvragen beoordeeld en vervolgens met elkaar vergeleken. De beoordeling gebeurt op basis van criteria(aansluitend bij de doelstelling) en daaraan gekoppelde wegingsfactoren. De criteria en bijbehorende wegingsfactoren zijn bekend voordat de aanvrager zijn project indient. Op deze manier is het voor de aanvrager duidelijk op welke criteria de aanvragen vergeleken en beoordeeld worden.

In een procedure, zoals deze bij de tendersystematiek wordt gehanteerd, is er geen ruimte om in individuele gevallen uitzonderingen toe te staan. Elke aanvraag wordt gelijk behandeld.

 

Naar boven