Provinciaal blad van Limburg

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
LimburgProvinciaal blad 2017, 5635Beleidsregels



Beleidsregel procedure toestemmingverlening Wet natuurbescherming N2000

Besluiten vast te stellen:

 

de Beleidsregel procedure toestemmingverlening Wet natuurbescherming N2000.

Artikel 1 Voorbereidingsprocedure

Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is van toepassing op de voorbereiding van een besluit op een aanvraag om verlening, wijziging of wijziging van voorschriften van een vergunning op grond van artikel 2.7, tweede lid van de Wet natuurbescherming (de wet), tenzij:

  • a.

    de aanvraag betrekking heeft op een wijziging of wijziging van voorschriften van ondergeschikte betekenis van een verleende vergunning op grond van artikel 2.7 van de wet, of;

  • b.

    er naar het oordeel van ons college voldoende aanleiding bestaat om met spoed een vergunning te verlenen op grond van artikel 2.7 van de wet of een op die grondslag verleende vergunning te wijzigen en de aanvrager geen verwijt kan worden gemaakt ten aanzien van het moment waarop de aanvraag daartoe is ingediend en in behandeling kan worden genomen, of;

  • c.

    er naar het oordeel van ons college omstandigheden daartoe aanleiding geven en het evident is dat de aanvraag moet worden geweigerd.

Artikel 2 Inspraak

Indien een besluit op een aanvraag ingevolge artikel 1 wordt voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Awb, kunnen zienswijzen als bedoeld in artikel 3:15 van die wet naar voren worden gebracht door eenieder.

Artikel 3 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking de dag na publicatie in het Provinciaal Blad.

Artikel 4 Citeertitel

Deze beleidsregel kan worden aangehaald als de Beleidsregel procedure toestemmingverlening Wet natuurbescherming N2000.

 

Aldus besloten in de vergadering van Gedeputeerde Staten, gehouden op 14 november 2017

Gedeputeerde Staten voornoemd

de voorzitter,

dhr. drs. Th.J.F.M. Bovens

secretaris,

de heer drs. G.H.E. Derks MPA

Bijlage 1 Toelichting

Algemeen

Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet heeft de Natuurbeschermingswet 1998, Flora en faunawet en Boswet vervangen. In de Wet natuurbescherming is geen voorbereidingsprocedure voor toestemmingsbesluiten voorgeschreven, hetgeen in principe betekent dat de zogenaamde reguliere procedure van de Algemene wet bestuursrecht moet worden gevolgd. De Algemene wet bestuursrecht biedt de mogelijkheid om bij wettelijk voorschrift of bij besluit de uniforme voorbereidingsprocedure van toepassing te verklaren op de voorbereiding van besluiten op vergunning- en ontheffingsaanvragen op grond van de Wet natuurbescherming. Behoudens enkele uitzonderingen, voorziet deze beleidsregel erin dat van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt bij aanvragen om een vergunning op grond van artikel 2.7 van de wet ten behoeve van een project of andere handeling met mogelijke negatieve effecten op een Natura 2000-gebied.

Artikel 1

Voor N2000 is de hoofdregel de uniforme voorbereidingsprocedure

In het eerste lid van artikel 1 wordt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van toepassing verklaard op de voorbereiding van een besluit op aanvragen om een vergunning ten behoeve van projecten en/of andere handelingen met mogelijke effecten op één of meer Natura 2000 gebieden ingevolge de Wet natuurbescherming. De bepalingen ten aanzien van de uniforme voorbereidingsprocedure uit de Algemene wet bestuursrecht hebben een aanvullende werking op de procedurele bepalingen van hoofdstuk 5 van de Wet natuurbescherming.

 

Het eerste lid van artikel 1 bevat dan ook een voortzetting van de handelswijze onder de oude wetgeving onder de nieuwe wetgeving. Op de afhandeling van aanvragen om een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 (voorloper van de Wet natuurbescherming ten aanzien van gebiedsbescherming) hebben Provinciale Staten op 24 november 2005 de uniforme voorbereidingsprocedure van toepassing verklaard. Destijds gehanteerde redenen zijn nog steeds valide. Door het volgen van de uniforme voorbereidingsprocedure wordt op een eenvoudige wijze inspraak geboden hetgeen de draagkracht voor een besluit kan vergroten. Daarnaast wordt de rechtsbeschermingsfase verkort; door het vervallen van de bezwaarfase.

Enkele categorieën van gevallen zijn uitgezonderd en volgen de reguliere procedure

Op de verplichting voor het volgen van de uniforme voorbereidingsprocedure worden enkele uitzonderingen gemaakt.

 

De eerste uitzondering (lid a) is voor wijzigingen van ondergeschikte aard. Bij wijzigingen van ondergeschikte aard vindt er geen inhoudelijke beoordeling van de activiteit plaatst. Hierbij kan worden gedacht aan het wijzigen van de naam van de vergunninghouder op de vergunning (naamswijziging) bij verkoop van het bedrijf.

 

De tweede uitzondering (lid b) is voor spoedeisende gevallen. De vraag of er sprake is van spoedeisendheid is ter beoordeling van ons college. Als voorwaarde is gesteld dat deze spoed niet mag zijn te wijten aan nalatig gedrag aan zijde van de initiatiefnemer.

 

De derde uitzondering (lid c) is voor gevallen dat het evident is dat de vergunning moet worden geweigerd en er belang is bij besluitvorming op korte termijn. De belangen van derden worden bij het weigeren van toestemming nagenoeg nooit geschaad. Daarmee vervalt een deel van de reden voor het volgen van de uniforme voorbereidingsprocedure.

Voor intrekkingen is de hoofdregel de reguliere procedure

Voor het intrekken van een vergunning (op verzoek of ambtshalve) is geen voorbereidingsprocedure voorgeschreven. Dat betekent dat de hoofdregel is dat de reguliere procedure wordt gevolgd, maar dat ons college, als zij daar reden toe zien, de uitgebreide procedure kunnen volgen. Bij een intrekking op verzoek van de initiatiefnemer worden geen belangen van derden geschaad en zal er geen bezwaar/beroep tegen het besluit worden aangetekend. Bij een ambtshalve intrekking zal de vergunninghouder eerst in de gelegenheid worden gesteld om zijn bedenkingen tegen in de intrekking kenbaar te maken.

Artikel 2

Bij het doorlopen van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure staat deelname aan deze procedure in ieder geval open voor belanghebbenden. In dit artikel wordt de kring van inspraakgerechtigden verruimd tot eenieder, op gelijke wijze als voorheen daartoe door Provinciale Staten is besloten op 24 november 2005. Dit is ter bevordering van een zorgvuldige voorbereiding van en een goede belangenafweging bij het besluit op de aanvraag evenals het vergroten van draagvlak.

Artikelen 3 en 4

Deze artikelen behoeven geen toelichting.