Provinciaal blad van Zuid-Holland

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Zuid-HollandProvinciaal blad 2016, 6122Verordeningen



Rectificatie Wijziging Waterverordening Zuid-Holland: kaarten regionale keringen voor het waterschap Hollandse Delta (Prov. Blad 2016, nr. 6042)

  • 1.

    Ontwerpbesluit

Provinciale Staten van Zuid-Holland,

Gelet op artikel 2.4 van de Waterwet en artikel 145 van de Provinciewet;

Besluiten:

Artikel I

De Waterverordening Zuid-Holland wordt als volgt gewijzigd:

In bijlage 1 worden de Kaarten regionale waterkeringen en veiligheidsnormering voor het waterschap Hollandse Delta (Gedeelte Goeree Overflakkee, Gedeelte Voorne-Putten en Rozenburg, Gedeelte Hoekse Waard) vervangen door de bij dit besluit behorende Kaarten regionale waterkeringen en veiligheidsnormering voor het waterschap Hollandse Delta (deelgebied 1 Eiland van Dordrecht, deelgebied 2 IJsselmonde, deelgebied 3 Hoekse Waard, deelgebied 4 Voorne Putten en Rozenburg, deelgebied 5 Goeree Overflakkee).

Artikel II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal blad waarin dit besluit wordt geplaatst.

Den Haag, 9 november 2016

Provinciale Staten van Zuid-Holland,

griffier,

voorzitter,

  •  

  • 2.

    Toelichting wijziging Waterverordening Zuid-Holland

Dit wijzigingsbesluit heeft betrekking op de aanpassing van de kaarten met de regionale waterkeringen voor het waterschap Hollandse Delta.

Door middel van dit besluit worden stelsels van droge dijken met een compartimenterende functie, toegevoegd aan de kaart met de regionale waterkeringen. Daar waar de compartimenterende functie samenvalt met de functie van boezemwaterkering is dit met een bijzonder lijnkarakter aangegeven.

Een overzicht van de keringen die worden toegevoegd zijn weergegeven op de bij dit wijzigingsbesluit behorende kaarten.

Wettelijk kader en taakstelling provincie

Op grond van artikel 2.4 van de Waterwet zijn Provinciale Staten bevoegd om bij provinciale verordening regionale waterkeringen (niet-primaire keringen) aan te wijzen en van een veiligheidsnorm te voorzien.

In artikel 2.2 van de Waterverordening Zuid-Holland is hierin voorzien.

Provinciale Staten hebben in het provinciaal Waterplan Zuid-Holland 2010-2015 aangegeven dat moet worden onderzocht of compartimenteringskeringen (droge dijken) moeten worden opgenomen in de Waterverordening Zuid-Holland. In het Regionaal Waterplan Zuid-Holland 2016-2021 is bepaald dat de doelstelling uit het oude waterplan van kracht blijft gedurende de nieuwe planperiode (vastgesteld door PS op 29 juni 2016..

Om aan deze taakstelling te voldoen is in een technische studie nut en noodzaak van het in de Waterverordening Zuid-Holland opnemen van deze waterkeringen onderzocht.

In een waterstaatkundige analyse is een afweging gemaakt tussen de kosten van het instandhouden van een kering en de baten (het aantal slachtoffers, getroffenen en de economische schade bij een overstroming). Hiervoor zijn overstromingsrisico modellen gebruikt.

Het onderzoek was onderdeel van de ontwikkeling van een nieuwe normeringssystematiek voor de primaire keringen in het Deltaprogramma Waterveiligheid[1].

Standpunt waterschap

Het waterschap Hollandse Delta is nauw betrokken geweest bij de keuze en bouw van het onderzoek instrumentarium en bij de keuze van de vele modelsommen. Ook bij het trekken van conclusies uit de onderzoeksresultaten heeft het waterschap een belangrijke rol gespeeld.

Het waterschap stemt in met dit wijzigingsbesluit.

Resultaat consultatie gemeenten en veiligheidsregio’s

De gemeenten en veiligheidsregio’s zijn geïnformeerd over dit wijzigingsbesluit. .

Conclusies onderzoek

Uit het onderzoek blijkt dat de compartimenterende keringen die op de kaarten worden toegevoegd een belangrijke bijdrage leveren aan het beperken van de gevolgschade en hersteltijd bij een doorbraak van de primaire kering. Wanneer de primaire kering bezwijkt zorgt de compartimenterende kering ervoor dat het overstroomde gebied in omvang beperkt blijft. Hierdoor blijven het aantal getroffen inwoners en de potentiële schade beperkt. Als onderdeel van de ruimtelijke inrichting van Zuid-Holland is het nuttig om deze keringen op te nemen in de Waterverordening Zuid-Holland.

Voor dijkring 22 is het voorstel om de keringen voorlopig op te nemen in de waterverordening. Als uit het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimten en Transport (MIRT) Dordrecht blijkt dat een deel van deze keringen uiteindelijk de status van regionale kering niet hoeft te behouden zal dit nader worden bekeken. .

Veiligheidsnorm

De veiligheidsnormen die in de Waterverordening Zuid-Holland zijn opgenomen zijn gebaseerd op de economische schade die optreedt bij een overstroming. Voor de nieuw op te nemen waterkeringen wordt hiervan afgeweken. Voor deze waterkeringen wordt vastgelegd dat het (theoretisch) profiel zoals dit in de legger van de waterschappen is opgenomen moet worden gehandhaafd. Voor deze waterkeringen wordt dus geen getalsmatige norm opgenomen maar een behoudsnorm. Het huidig beheer en onderhoud dient te worden voortgezet waarbij het profiel van de keringen niet mag worden aangetast. Voor de aanwonenden aan de keringen zal het afwegingskader voor de waterschap vergunningen niet veranderen.

De belangrijkste overweging is hierbij dat in het kader van het Deltaprogramma nieuwe richtlijnen voor de toetsing worden ontwikkeld. Naar verwachting zijn deze richtlijnen medio 2020 beschikbaar. Zodra deze nieuwe richtlijnen beschikbaar zijn zal in overleg met het waterschap worden bezien of in plaats van het leggerprofiel een normgetal wordt aangehouden.

  • 3.

    Wat willen we bereiken?

    De "nieuwe" regionale keringen worden onder de veiligheidscyclus gebracht. De waterschappen toetsen de keringen iedere 12 jaar en rapporteren hierover aan de provincie.

    Wat gaan we daarvoor doen?

    De verordening is kaderstellend voor het waterschap.

    Wat mag het kosten?

    Het vaststellen van de kaarten vergt enige apparaatslasten.

[1] De nieuwe normeringssystematiek gaat uit van een basisveiligheidsniveau voor gebieden, dat wordt vertaal in veiligheidsnormen voor delen van dijkringen. Iedereen die achter een dijk of duin woont krijgt minimaal een basisveiligheid tegen overstromingen. De nieuwe normen voor de primaire keringen zullen met ingang van 1 januari 2017 in de Waterwet zijn verankerd

Den Haag, 4 oktober 2016

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland,

secretaris,

voorzitter,

drs. J.H. de Baas

drs. J. Smit