Provinciaal blad van Zuid-Holland

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Zuid-HollandProvinciaal blad 2016, 3120Verordeningen



Besluit van Gedeputeerde Staten van 24 mei 2016, PZH-2016-553782179 (DOS 2013-0010135) tot vaststelling van het Openstellingsbesluit POP-3 niet-productieve investeringen waterZuid-Holland 2016

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland,

 

Gelet op artikel 1.3 van de Uitvoeringsregeling POP- 3 Zuid-Holland,

 

Overwegende dat het wenselijk is om niet-productieve investeringen te subsidiëren waardoor de waterkwaliteit verbeterd wordt en die een bijdrage leveren aan het behalen van de KRW-doelen,

 

Besluiten:

 

Vast te stellen het Openstellingsbesluit POP-3 niet-productieve investeringen water Zuid-Holland 2016

Artikel 1 Aanvraagperiode

  • 1.

    Een aanvraag voor subsidie, als bedoeld in paragraaf 2.6 van de Uitvoeringsregeling POP-3 Zuid-Holland kan worden ingediend in de periode van 20 juni 2016 tot en met 1 september 2016.

  • 2.

    Een aanvraag is tijdig ingediend indien deze binnen de in het eerste lid genoemde is ontvangen.

Artikel 2 Deelplafonds

  • 1.

    Het deelplafond voor dit openstellingsbesluit bedraagt voor het beheergebied van:

    • a.

      het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden € 0,-;

    • b.

      het Hoogheemraadschap van Delfland € 0,-;

    • c.

      het Waterschap Hollandse Delta € 1.400.000,-;

    • d.

      het Hoogheemraadschap van Rijnland € 1.330.000,-;

    • e.

      het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard € 2.500.000,-;

    • f.

      het Waterschap Rivierenland € 0,-;

  • 2.

    De deelplafonds, bedoeld in het eerste lid, bestaan voor 50% uit ELFPO middelen en voor 50% uit middelen van de waterschappen.

Artikel 3 Subsidiabele activiteit

In afwijking van artikel 2.6.1 van de Uitvoeringsregeling POP-3 Zuid-Holland kan subsidie worden verstrekt voor niet-productieve investeringen die leiden tot een verbeterde waterkwaliteit.

Artikel 4 Weigeringsgrond

In aanvulling op artikel 1.7 van de Uitvoeringsregeling POP-3 Zuid-Holland wordt een subsidie geweigerd indien de activiteit wordt uitgevoerd om te kunnen voldoen aan een wettelijke verplichting.

Artikel 5 Subsidiabele kosten
  • 1.

    In aanvulling op artikel 2.6.3 van de Uitvoeringsregeling POP-3 Zuid-Holland komen voor subsidie in aanmerking:

    • a.

      personeelskosten;

    • b.

      niet verrekenbare of compensabele BTW.

  • 2.

    In afwijking van artikel 2.6.3, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling POP-3 Zuid-Holland komen de kosten van tweedehands goederen niet voor subsidie in aanmerking.

  • 3.

    In afwijking op artikel 1.8 van de Uitvoeringsregeling POP-3 Zuid-Holland, komen voorbereidingskosten in aanmerking vanaf 1 januari 2014.

Artikel 6 Subsidiehoogte

  • 1.

    De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten.

  • 2.

    Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat de subsidie minder bedraagt dan € 110.000,- wordt de subsidie niet verstrekt.

Artikel 7 Selectiecriteria

  • 1.

    Gedeputeerde Staten hanteren voor de rangschikking als bedoeld in artikel 2.6.5 van de Uitvoeringsregeling POP-3 Zuid-Holland de volgende criteria:

    • a.

      de mate waarin de activiteit bijdraagt aan de verbetering van de waterkwaliteit;

    • b.

      de kosteneffectiviteit van de activiteit;

    • c.

      de mate van urgentie om het doel bedoeld onder a te realiseren;

    • d.

      de mate waarin de activiteit samenhangt met andere initiatieven die bijdragen aan de verbetering van biodiversiteit, natuur of landschap.

  • 2.

    Voor het criterium bedoeld in het eerste lid, onder a, kan nul tot en met vijf punten worden behaald, voor de criteria bedoeld in het eerste lid, onder b tot en met d, kan nul tot en met drie punten worden behaald.

  • 3.

    De criteria hebben de volgende wegingsfactoren:

    • a.

      het criterium bedoeld in het eerste lid, onder a, heeft een wegingsfactor van 5;

    • b.

      het criterium bedoeld in het eerste lid, onder b, heeft een wegingsfactor van 3;

    • c.

      het criterium bedoeld in het eerste lid, onder c, heeft een wegingsfactor van 2;

    • d.

      het criterium bedoeld in het eerste lid, onder d, heeft een wegingsfactor van 1.

  • 4.

    Indien een aanvraag minder dan 30 punten behaalt, wordt de aanvraag niet gehonoreerd.

  • 5.

    Aanvragen worden op volgorde van de rangschikking gehonoreerd.

  • 6.

    Als twee of meer aanvragen een gelijk aantal punten hebben verkregen en hun plaats in de rangschikking zodanig is dat de som van de toe te kennen maximale subsidiebedragen het subsidieplafond overstijgt, wordt met inachtneming van het subsidieplafond subsidie verleend voor de aanvraag om subsidie met het hoogste aantal punten behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.

  • 7.

    Indien de aanvragen als bedoeld in het zesde lid een gelijk aantal punten hebben behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt de subsidie verleend voor de aanvraag om subsidie met het hoogste aantal punten behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.

  • 8.

    Indien de aanvragen als bedoeld in het zevende lid een gelijk aantal punten hebben behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, wordt de subsidie verleend voor de aanvraag om subsidie met het hoogste aantal punten behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdeel c..

Artikel 8 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin dit besluit is geplaatst.

Artikel 9 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit POP-3 niet-productieve investeringen water Zuid-Holland 2016

 

Den Haag 24 mei 2016

 

Drs. J. Smit, voorzitter

 

Drs. J.H. de Baas, Secretaris.

 

 

Toelichting

Algemeen

In het Plattelandsontwikkelingsprogramma voor Nederland 2014-2020 (hierna: POP programma) is voor Water- en bodembeheer de volgende SWOT analyse gemaakt:

Sterk:

De belasting van het grond- en oppervlaktewater met gewasbeschermingsmiddelen, stikstof en fosfaat is afgenomen dankzij inspanningen van de landbouwsector.

Kansen:

Emissies van nutriënten en gewasbeschermings-middelen kunnen worden gereduceerd door precisielandbouw, aangepaste gangbare landbouw of biologische landbouw.

Zwak:

-Overschrijding van normen voor grond- en oppervlaktewater;

-Ecologische doelen KRW nauwelijks gehaald;

-Mineralen overschot nog (te) hoog;

-Forse bodembelasting met fosfor;

-Bodemkwaliteit staat onder druk

Bedreigingen :

Veel wateren zijn nog eutroof (rijk aan nutriënten zoals fosfaat, nitraat en andere voedingsstoffen), ondanks de inspanningen en verbeteringen die in de afgelopen decennia zijn gerealiseerd.

De gehele SWOT-analyse uit het POP programma laat zien dat voor de landbouw in Nederland een verdere verduurzaming met behoud van de concurrentiekracht de grootste uitdaging is. De maatschappij stelt eisen aan het milieu, klimaat, dierenwelzijn, diergezondheid, landschap, omgevingskwaliteit (inclusief waterkwaliteit) en biodiversiteit.

De belasting van het oppervlaktewater met nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen neemt volgens de SWOT-analyse slechts in gering mate af waardoor de ecologische doelen van het waterbeleid slechts beperkt gehaald worden. Dit wordt ook veroorzaakt doordat de watergangen in agrarisch gebied zijn gericht op een snelle afvoer van water. De opgave is daarom het ecologisch functioneren van het watersysteem in het agrarisch gebied te verbeteren door herstel van de natuurlijke hydrologie en morfologie en door de emissies van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen te verminderen. Daarnaast is het van belang efficiënt om te gaan met hulpbronnen zoals nutriënten.

Op grond van dit openstellingsbesluit kunnen subsidies worden verstrekt voor niet-productieve investeringen voor de verbetering van de waterkwaliteit. De investeringen zijn dus gericht op:

  • -

    Herstel van natuurlijke hydrologie/morfologie;

  • -

    Verminderen van emissies van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen;

  • -

    Efficiënt omgaan met nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen.

Het openstellingbesluit draagt daarmee bij aan de in het POP programma genoemde opgave ter verbetering van de waterkwaliteit.

Het openstellingsbesluit vormt samen met de Uitvoeringsregeling POP-3 Zuid-Holland het kader waaraan aanvragen om subsidie moeten voldoen.

 

Artikel 4

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor bovenwettelijke activiteiten. In het Programmadocument POP3 is in het maatregelfiche ‘niet-productieve investeringen water’ opgenomen dat geen investeringen worden ondersteund om aan eisen te voldoen die direct voortvloeien uit de EU-richtlijnen.

Omdat deze zin voor meer dan één uitleg vatbaar was, is in de notificatie POP3 deze passage scherper geformuleerd, namelijk: "Voor deze submaatregel is de investering er op gericht verder te gaan dan de eisen die direct en rechtstreeks voortvloeien uit de Kaderrichtlijn Water of Nitraatrichtlijn, zoals beschreven in de basismaatregelen KRW (artikel 11, lid 3, onder a t/m l, KRW) en omschreven in de ‘Samenvatting maatregelprogramma’ van de stroomgebiedbeheerplannen."

De samenvatting maatregelenprogramma (voor Zuid-Holland is dit het maatregelenprogramma Rijn 2016-2021, onderdeel van het stroomgebiedbeheerplan Rijn) kent de volgende hoofdstukken:

  • -

    Hoofdstuk 1. Communautaire waterbeschermingswetgeving. Dit betreft het implementeren van de Europese richtlijnen in de nationale wetgeving.

  • -

    Hoofdstuk 2. Overige basismaatregelen. Dit betreft onder andere maatregelen die op basis van generiek beleid worden genomen, gericht op een duurzaam en efficiënt watergebruik, puntbronnen, diffuse bronnen, waterbeweging en hydromorfologie, directe lozing van stoffen in grondwater, prioritaire stoffen en ter voorkoming van calamiteiten.

  • -

    Hoofdstuk 3. Aanvullende maatregelen, met onderscheid naar:

    - Gebiedsgerichte maatregelen, die te herleiden zijn naar een specifieke locatie, op grond van

    artikel 11, lid 4 van de KRW.

    - Extra maatregelen, waarmee wordt gedoeld op Maatregelen op grond van artikel 11, lid 5 van

    de KRW. Denk daarbij aan de initiatieven in het kader van het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer.

  • -

    Hoofdstuk 4. Maatregelen voor specifieke knelpunten. Hieronder worden onder andere verstaan de aanpak van nutriënten (in aanvulling op de wettelijke aanpak van o.a. het 5e Actieprogramma Nitraatrichtlijn heeft LTO Nederland het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer opgesteld) en aanpak van knelpunten in de inrichting van watersysteem (denk aan vispassages en verdrogingsbestrijding).

Van deze maatregelen komen alleen de maatregelen als bedoeld in hoofdstuk 3 en 4 voor POP3 subsidie in aanmerking. Hoofdstuk 1 en 2 zijn maatregelen die direct voortvloeien uit de EU-richtlijnen en zijn ‘wettelijk verplicht’. Ook activiteiten die op grond van een bijvoorbeeld de keur van het waterschap verplicht zijn, zoals mitigerende maatregelen, komen niet voor subsidie in aanmerking.

In de toetsing van aanvragen in het kader van de Uitvoeringsregeling POP3 zal hiermee rekening worden gehouden.

 

Artikel 7

Alle aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen worden gerangschikt. Om de rangschikking te bepalen worden de aanvragen getoetst aan vier criteria.

 

Criterium a: mate van bijdrage aan de verbetering van de waterkwaliteit

Activiteiten dienen een bijdrage te leveren aan de verbetering van de waterkwaliteit in termen van ecologie of chemie. Voorbeelden van activiteiten zijn onder andere:

  • perceel- of erfinrichtingsmaatregelen die emissie van verontreiniging richting oppervlaktewater of grondwater verminderen, afspoeling tegengaan, ongezuiverde lozingen voorkomen;

  • het zuiveren van drainagewater;

  • de aanleg van mest- en spuitvrije bufferstroken langs watergangen;

  • de aanleg van infiltratiegreppels;

  • de aanleg van natuurvriendelijke oevers;

  • de aanleg van helofytenfilters;

  • het plaatsen of verwijderen van stuwen;

  • vernatting van gronden.

Bij de puntentoekenning wordt voor de terminologie van omvang van de van de wateren aangesloten op de terminologie uit de Kaderrichtlijn Water (http://www.zuid-holland.nl/onderwerpen/landschap/water/schoon-zoetwater/europese). De activiteit kan worden uitgevoerd worden in of effect hebben op een KRW-waterlichaam. Daarnaast kan de activiteit worden uitgevoerd in of effect hebben op waterlichamen die geen KRW-waterlichaam zijn, in dit openstellingsbesluit worden deze wateren overig water genoemd.

Voor dit criterium kan nul tot en met 5 punten worden behaald.

0 punten worden toegekend indien de activiteit geen of zeer beperkt effect heeft op de verbetering van de waterkwaliteit;

1 punt wordt toegekend indien door de activiteit de waterkwaliteit van overig water met een beperkte omvang (bijvoorbeeld in één enkele sloot) wordt verbeterd.

2 punten worden toegekend indien door de activiteit de waterkwaliteit van een overig water met een beperkte omvang (bijvoorbeeld in één enkele sloot) aanzienlijk wordt verbeterd

3 punten worden toegekend indien door de activiteit de waterkwaliteit van meerdere overige wateren van beperkte omvang (bijvoorbeeld meerdere sloten) of van overig water (bijvoorbeeld een ringvaart van een polder) wordt verbeterd.

4 punten worden toegekend indien:

  • -

    door de activiteit de waterkwaliteit van overig water aanzienlijk wordt verbeterd.

  • -

    door de activiteit de waterkwaliteit van een KRW-waterlichaam wordt verbeterd.

5 punten worden toegekend indien door de activiteit de waterkwaliteit van een KRW-waterlichaam aanzienlijk wordt verbeterd.

 

Criterium b: de kosteneffectiviteit van de activiteit

Met dit criterium worden de kosten van de activiteit afgezet tegen het doelbereik van de activiteit. Bij de beoordeling word onder andere gekeken naar de hoogte van de opgevoerde proces-/ overhead kosten (hieronder vallen de kosten van adviseurs, architecten, ingenieurs en kosten van adviezen duurzaamheid op milieu en economisch gebied).

Voor dit criterium kan nul tot en met drie punten worden behaald.

0 punten worden behaald indien de activiteit niet kosteneffectief wordt uitgevoerd. Dit is als de opgevoerde proces- /overheadkosten zeer hoog zijn ten opzichte van de totale kosten van de investering.

1 punt wordt behaald indien de opgevoerde proces-/ overheadkosten relatief hoog zijn ten opzichte van de totale kosten van de investering en de totale kosten van de investering relatief hoog zijn ten opzichte van het effect van de activiteit.

2 punten worden behaald indien de opgevoerde proces-/ overheadkosten redelijk zijn ten opzichte van de totale kosten van de investering en de totale kosten van de investering redelijk zijn ten opzichte van het effect van de activiteit.

3 punten worden behaald indien de opgevoerde proces-/ overheadkosten zeer redelijk zijn ten opzichte van de totale kosten van de investering en de totale kosten van de investering zeer redelijk zijn ten opzichte van het effect van de activiteit.

 

Criterium c: de mate van urgentie om de doelen bedoeld onder a te realiseren.

Met dit criterium wordt voorrang geven aan activiteiten die urgentie hebben. Een activiteit kan urgentie hebben omdat bijvoorbeeld de kwaliteit van het water zeer onvoldoende is en dat op zeer korte termijn maatregelen nodig zijn. In dat geval worden 3 punten behaald. Is de kwaliteit van het water zodanig dat er niet gelijk op korte termijn maatregelen nodig zijn dan worden 2 punten behaald. Zijn er op de middellange termijn maatregelen nodig, dan wordt er 1 punt behaald. Is de kwaliteit van het water zodanig goed dat er ook niet op de lange termijn maatregelen nodig zijn, dan worden er 0 punten behaald.

 

Criterium d: de mate waarin de activiteit samenhangt met andere initiatieven die bijdragen aan de verbetering van biodiversiteit, natuur of landschap;

Hoewel met dit openstellingsbesluit geen subsidie wordt verstrekt voor niet-productieve investeringen voor de verbetering van de biodiversiteit, de natuur of het landschap, worden wel punten toegekend indien verbetering van biodiversiteit, natuur of landschap een onderdeel zijn van de activiteit. Bijvoorbeeld als bij een activiteit gericht op het verminderen van emissies vanaf het erf tegelijkertijd de oevers natuurvriendelijk worden ingericht.

0 punten worden behaald indien niet aan het criterium is voldaan.

1 punt wordt behaald indien in beperkte mate aan het criterium wordt voldaan. Bijvoorbeeld als een beperkt deel van de oevers waarop de activiteit betrekking heeft, natuurvriendelijk wordt aangelegd.

2 punten worden behaald indien bij het merendeel van de uitvoering van de activiteit aan het criterium wordt voldaan. Bijvoorbeeld als tweederde van de oevers waarop de activiteit betrekking heeft natuurvriendelijk wordt aangelegd.

3 punten worden behaald als bij de uitvoering van de gehele activiteit aan het criterium wordt voldaan, door bijvoorbeeld alle oevers natuurvriendelijk aan te leggen.

In totaal kunnen 43 punten worden behaald op basis van de selectiecriteria. Om voor subsidie in aanmerking te komen moet een aanvraag minimaal 30 punten behalen.

In het geval er meerdere aanvragen op dezelfde plaats gerangschikt worden en vanwege het bereiken subsidieplafond niet al die aanvragen kunnen worden gehonoreerd wordt prioriteit gegeven aan de aanvraag die het meest bijdraagt aan de verbetering van de waterkwaliteit. Indien de aanvragen even hoog scoren op het criterium waterkwaliteit, dan wordt prioriteit gegeven aan de aanvraag met de hoogste score op het criterium kosteneffectiviteit. Scoren de aanvragen ook op dit criterium even hoog, dan wordt prioriteit gegeven aan de aanvraag die het meest urgent is. Scoren de aanvragen ook op dit punt even hoog, dan beslist het lot welke aanvraag wordt gehonoreerd.