Provinciaal blad van Gelderland

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
GelderlandProvinciaal blad 2016, 1464Beleidsregels



Openstellingsbesluit Innovatieve concepten Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020

Bekendmaking van het besluit van 2 maart 2016 - 2015-010270 - nummer Provinciaal Blad

 

 

GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND

 

Gelet op artikel 1.3 en paragraaf 7 van de Verordening POP3 subsidies provincie Gelderland

 

BESLUITEN

 

  • I.

    Open te stellen: de Regeling innovatieve concepten ten behoeve van een duurzame land- en tuinbouw als nadere invulling van artikel 1.3 lid 1 van de Verordening POP3 subsidies provincie Gelderland.

 

  • II.

    De openstelling te laten gelden voor de periode van 1 juni 2016 tot en met 1 augustus 2016 voor het indienen van aanvragen.

 

  • III.

    Het subsidieplafond vast te stellen op € 620.000, waarvan € 310.000 bestaat uit middelen uit ELFPO en € 310.00 uit provinciale middelen.

 

  • IV.

    Dit besluit in werking te laten treden op de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst.

 

  • V.

    De volgende nadere regels vast te stellen:

 

Artikel 1 definities

 

In deze nadere regels wordt verstaan onder

 

  • 1.

    innovatief concept:

een samenhangend geheel van ideeën of denkbeelden dat gebaseerd is op visie en doelstellingen, iets toevoegt aan de huidige kennis, situatie of stand van zaken, tot stand gekomen is via een creatief denkproces, inspirerend werkt, en leidt tot een nieuw product of een nieuwe dienst.

 

  • 2.

    duurzaam:

aansluitend op de behoeften van het heden zonder het vermogen van de toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen. In een duurzame wereld zijn mens (people), milieu (planet) en economie (profit) met elkaar in evenwicht.

 

  • 3.

    landbouwproducten:

innovatieve concepten die een bijdrage leveren aan een duurzame land- en tuinbouw.

 

  • 4.

    Verordening:

Verordening POP3 subsidies provincie Gelderland

 

Artikel 2 subsidiabele activiteiten

 

In afwijking van artikel 2.7.1. lid 1 Verordening wordt alleen subsidie verstrekt voor de uitvoering van een innovatieproject als genoemd onder c van artikel 2.7.1. lid 1 van de verordeng mits de activiteiten gericht zijn op de handel in en de voortbrenging van landbouwproducten.

Als uitwerking van artikel 1.3, lid 3 van de verordening kan subsidie alleen worden verstrekt voor de volgende categorieën van activiteiten, betrekking hebbende op één of meerdere van de in artikel 2.7.1, lid 2 van de Verordening genoemde thema’s:

  • 1.

    projecten gericht op de ontwikkeling van innovatieve concepten die boven het individuele bedrijfsbelang uitstijgen en een bijdrage leveren aan een duurzame Gelderse land- en tuinbouw;

 

  • 2.

    projecten gericht op het opschalen en praktijkrijp maken van innovatieve concepten die boven het individuele bedrijfsbelang uitstijgen en een bijdrage leveren aan een duurzame Gelderse land- en tuinbouw.

 

Artikel 3 samenwerkingsverband

 

Als uitwerking van artikel 2.7.1 lid 3 van de Verordening dient een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 2.7.1 van de Verordening te zijn samengesteld uit tenminste vijf partijen.

 

Artikel 4 aanvrager

 

In afwijking van artikel 2.7.3 van de Verordening wordt subsidie verstrekt aan de deelnemers van het samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 2.7.1 van de Verordening.

 

Artikel 5 subsidiehoogte

 

Als uitwerking van artikel 1.3, lid 3 van de Verordening bedraagt de subsidie voor de activiteiten zoals genoemd in artikel 2 tenminste € 35.000 en maximaal € 70.000 per aanvraag.

 

Artikel 6 subsidiabele kosten

 

In afwijking van artikel 2.7.6 lid 1 en 2 van de Verordeng wordt alleen subsidie verstrekt voor de volgende kosten:

  • a.

    de kosten van de bouw, verbetering, verwerving of leasing van onroerende goederen;

  • b.

    de kosten van de koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa;

  • c.

    de kosten van tweedehands goederen tot maximaal de marktwaarde;

  • d.

    de kosten van adviseurs, architecten en ingenieurs;

  • e.

    de kosten van adviezen duurzaamheid op milieu en economisch gebied;

  • f.

    haalbaarheidsstudies;

  • g.

    de kosten van verwerving of ontwikkeling van computersoftware;

  • h.

    de kosten van verwerving van octrooien, licenties, auteursrechten en merken;

  • i.

    personeelskosten.

 

Artikel 7 subsidiepercentages

 

In afwijking van artikel 2.7.8 lid 1 van de Verordening bedraagt de hoogte van de subsidie:

 

  • A.

    voor projecten gericht op de ontwikkeling van innovatieve concepten die boven het individuele bedrijfsbelang uitstijgen en een bijdrage leveren aan een duurzame Gelderse land- en tuinbouw: 100% van de subsidiabele kosten voor de kosten d, g, h en i als genoemd in artikel 6 van dit openstellingsbesluit voor zover het kosten van niet-productieve investeringen betreft;

  • B.

    voor projecten gericht op het opschalen en praktijkrijp maken van innovatieve concepten die boven het individuele bedrijfsbelang uitstijgen en een bijdrage leveren aan een duurzame Gelderse land- en tuinbouw: 100% van de subsidiabele kosten a t/m i als genoemd in artikel 6 van dit openstellingsbesluit voor zover het kosten van niet-productieve investeringen betreft en 40% van de subsidiabele kosten voor de kosten a t/m i als genoemd in artikel 6 van dit openstellingsbesluit voor zover het kosten van productieve investeringen betreft.

 

Artikel 8 selectiecriteria

 

Als uitwerking van artikel 2.7.9 van de Verordening hanteren Gedeputeerde Staten voor de

rangschikking de volgende selectiecriteria:

  • 1.

    de mate waarin de activiteit bijdraagt aan het beleidsdoel;

  • 2.

    de slagingskans van het project;

  • 3.

    de kosteneffectiviteit van het project;

  • 4.

    het innovatieve karakter van het project;

  • 5.

    de aansluiting bij gerelateerde (Europese) projecten;.

  • 6.

    cross-overs;

  • 7.

    triple helix;

  • 8.

    de rol van de partners bij de samenwerking;

  • 9.

    kennisverspreiding.

 

 

Artikel 9 tendersysteem

 

Als uitwerking van artikel 1.3, lid 4 van de Verordening hanteren Gedeputeerde Staten voor de rangschikking van subsidieaanvragen de in artikel 6 genoemde selectiecriteria. Voor elk

selectiecriterium worden 0 t/m 4 punten toegekend. Als het project geen bijdrage levert ten aanzien van het betreffende criterium dan worden geen punten toegekend. Een, twee of drie punten worden toegekend bij resp. een matige, gemiddelde of goede bijdrage. Slechts indien er sprake is van een unieke, uitzonderlijk goede uitwerking dan worden voor het betreffende criterium 4 punten toegekend. Elk criterium weegt even zwaar. Het minimum aantal punten om voor subsidie in aanmerking te komen bedraagt 12.

 

Artikel 10 adviescommissie

 

Als uitwerking van artikel 1.14 tweede lid van de Verordening wordt bepaald dat aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen voorgelegd worden aan een adviescommissie.

 

Artikel 11 Verplichtingen aanvragers

 

In aanvulling op artikel 1.23 van de Verordening kan één keer per jaar een aanvraag om een voorschot worden ingediend.

 

Gepubliceerd te Arnhem

Gedeputeerde Staten van Gelderland

C.G.A. Cornielje - Commissaris van de Koning

P.G.G. Hilhorst - secretaris

 

Meer informatie

Provincieloket, telefoonnummer (026) 359 99 99, e-mailadres: post@gelderland.nl.

 

Rechtsmiddelen

Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na dagtekening van dit besluit hiertegen een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te worden gezonden aan Gedeputeerde Staten, secretariaat Commissie van Advies voor Bezwaarschriften en Klachten, Postbus 9090, 6800 GX Arnhem. Op envelop en brief duidelijk "bezwaarschrift" vermelden.

 

Degene die een bezwaarschrift heeft ingediend, kan bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland (Postbus 9030, 6800 EM Arnhem) een verzoek indienen om een voorlopige voorziening te treffen. Voor individuele burgers (niet voor advocaten en ook niet voor gemachtigden namens een bedrijf of een organisatie) bestaat de mogelijkheid dat verzoek digitaal in te dienen. Meer informatie kunt u vinden op www.rechtspraak.nl. Voor het behandelen van een verzoek om een voorlopige voorziening wordt griffierecht geheven. Over de hoogte en de wijze van betaling van het griffierecht kunt u informatie verkrijgen bij de rechtbank Gelderland, telefoonnummer (026) 359 20 00 of op www.rechtspraak.nl.

 

Informatie over de bezwarenprocedure en de mogelijkheid van mediation is te vinden op de website van de provincie Gelderland (www.gelderland.nl). U kunt die informatie, vervat in de brochure "Niet eens met een besluit van de provincie Gelderland? Bezwaarschrift of mediation", ook opvragen bij het Provincieloket via telefoonnummer (026) 359 99 99.

 

 

TOELICHTING

bij de Regeling innovatieve concepten ten behoeve van een duurzame land- en tuinbouw

 

1. kader

 

Een van de instrumenten om innovaties in de land- en tuinbouw te ondersteunen is het derde Europees Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3). Het kader voor de invulling van POP3, onderdeel innovatie, is vastgelegd in het ‘Koersdocument stimulering innovaties in de land- en tuinbouw in Gelderland’ dat op 23 juni 2015 door Gedeputeerde Staten is vastgesteld.

 

2. beschikbare middelen

 

De EU-bijdrage voor de uitvoering van POP3 Gelderland bedraagt € 13,5 mln. voor Land- en Tuinbouw. Een deel hiervan, te weten € 3,1 mln., is bedoeld voor het onderdeel ‘samenwerking voor innovaties’. De Europese bijdrage wordt door de provincie verdubbeld. Voor de jaren 2016 t/m 2020 is er € 1,24 mln. per jaar aan subsidiegeld gereserveerd voor innovaties in de land- en tuinbouw. Dit bedrag is beschikbaar voor de onderdelen ‘Innovatieve concepten ten behoeve van een duurzame land- en tuinbouw’ en ‘Korte voorzieningsketens’. In beginsel wordt het beschikbare geld fiftyfifty verdeeld over beide onderdelen. Voor de Regeling innovatieve concepten ten behoeve van een duurzame land- en tuinbouw is € 620.000 per jaar aan subsidiegeld beschikbaar.

 

3. artikelsgewijze toelichting

 

Toelichting bij artikel 1

 

De woorden ‘innovatie’ en ‘concept’ worden vaak gebruikt en leiden nog vaak tot spraakverwarring omdat er verschillende vormen van innovaties zijn en er meerdere definities zijn voor het woord concept. Binnen een sector of keten kunnen verschillende vormen van innovatie door elkaar lopen, zoals technische innovatie, procesinnovatie of sociaal-maatschappelijke innovatie. Soms leidt de ene innovatie tot een andere. Soms blijkt een blokkade voor een innovatie te liggen in een ander soort innovatie. Via POP3 stimuleert de provincie alle soorten innovatie die deel uitmaken van een samenhangend, groter geheel.

 

Duurzaamheid is een breed begrip. De in deze regeling opgenomen definitie is geformuleerd door de World Commission on environment and Development van de Verenigde Naties in het rapport ‘Our Common future’. Het komt er op neer dat in een duurzame wereld mens (people), milieu (planet) en economie (profit) met elkaar in evenwicht zijn. De aarde kan het totaal van onze consumptie dragen, ook op langere termijn. In een niet-duurzame situatie wordt er roofbouw gepleegd op de aarde: we putten de natuurlijke rijkdommen sneller uit dan ze zich kunnen herstellen. Vaak wordt er gesproken over de ‘ecologische voetafdruk’, een maat voor de hoeveelheid ruimte die per persoon nodig is om alles wat die persoon verbruikt te produceren.

 

De provincie wenst het landelijk gebied economisch en sociaal vitaal te houden en acht daarvoor een concurrerende landbouw noodzakelijk. Economisch gezond maar tegelijk ook de opgave om te verduurzamen met aspecten als milieu, dierwelzijn, volksgezondheid, voedselveiligheid, en klimaat. Landbouw met een breed draagvlak in de samenleving. In het coalitieakkoord ‘Ruimte voor Gelderland’ is aangegeven dat innovatie een belangrijk middel is om te komen tot een duurzame landbouw.

 

Toelichting bij artikel 2

 

De koers van de provincie Gelderland met betrekking tot het stimuleren van innovaties in de land- en tuinbouw houdt in dat de provincie Gelderland niet langer de uitrol van technische innovaties op individuele bedrijven ondersteunt, zoals bijvoorbeeld een voercomputer of een innovatief stalsysteem, maar dat het zwaartepunt komt te liggen op de ontwikkeling van nieuwe concepten die boven het individuele bedrijfsbelang uitstijgen. De provincie kiest er dus voor om innovaties te stimuleren waar een hele sector of een hele keten profijt van heeft. Ook kan het gaan om een nieuw concept voor een regio waarbij het project meerdere sectoren bedient. Sleutelwoorden bij deze aanpak zijn samenwerking en kennisuitwisseling. Het betreft een koers waarbij de provincie meer resultaat wil halen uit de beschikbare middelen. De verwachting is dat inzet op dit schaalniveau een grotere impact heeft dan inzet op bedrijfsniveau. Het is inherent aan deze keuze dat het resultaat minder concreet is, en dus minder zichtbaar is voor de individuele agrariër. Maar indirect, minder zichtbaar en op langere termijn, komt deze inzet wel degelijk ten goede aan de individuele boer en aan het platteland van Gelderland.

 

Naast subsidie voor de ontwikkeling van nieuwe concepten wordt ook subsidie gegeven voor de uitvoering van een innovatieproject dat gericht is op het opschalen en praktijkrijp maken van een nieuw concept dat boven het individuele bedrijfsbelang uitstijgt en een bijdrage levert aan een duurzame Gelderse land- en tuinbouw.

 

Subsidie wordt verstrekt aan de deelnemers van het samenwerkingsverband. Subsidie wordt niet verstrekt voor een samenwerkingsverband in wording.

 

Toelichting bij artikel 3

 

Het samenwerkingsverband dient te zijn samengesteld uit tenminste vijf verschillende partijen. Een partij kan betrekking hebben op de triple helix (onderwijs, onderzoek, bedrijfsleven, overheid, maatschappelijke organisatie), op een sector (bijvoorbeeld milieutechnologie, energietransitie, ICT, creatieve sector) of op een regio.

 

De provincie bevordert dwarsverbindingen (cross-overs) tussen agro business en andere sectoren én tussen de triple-helix partijen én tussen regio’s. Immers, door kennisuitwisseling ontstaan nieuwe concepten. Hoe meer verschillende partijen, hoe onbekender de partijen zijn voor elkaar, des te groter de kans op nieuwe ideeën, op innovatie. De circulaire economie is een verbindend thema tussen landbouw, industrie, watermanagement, milieu en energie.

 

 

Toelichting bij artikel 4

 

Voorafgaand aan de openstelling organiseert de provincie inspiratiebijeenkomsten. Tijdens een inspiratiebijeenkomst kunnen partijen kennis maken met elkaar en afspraken maken over hoe gezamenlijk te komen tot een innovatief concept. Vanwege deze facilitering wordt géén subsidie verstrekt aan de initiatiefnemer van een samenwerkingsverband in wording. Subsidie wordt slechts verstrekt aan de deelnemers van het samenwerkingsverband. Het samenwerkingsverband dient een samenwerkingsovereenkomst te overleggen dat voldoet aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 1.6 van de Verordening.

 

Toelichting bij artikel 5, 6 en 7

 

Voor het bepalen van de subsidiabele kosten en de hoogte van het subsidiepercentage zijn de artikelen 2.7.6 en 2.7.8 eerste lid van de Verordening van toepassing.

 

De provincie stimuleert cross-overs tussen agro business en andere disciplines zoals de ICT en de creatieve sector. Om dit te faciliteren wordt ook subsidie verstrekt voor de kosten van verwerving of ontwikkeling van computersoftware en van verwerking van octrooien, licenties, auteursrechten en merken.

 

Voor het bepalen van de hoogte van het subsidiebedrag is artikel 2.7.8 eerste lid van de Verordening van toepassing.

 

Voor projecten die gericht zijn op de ontwikkeling van nieuwe concepten worden de personeelskosten voor initiëren, stimuleren, verbinden en coördineren voor 100% gesubsidieerd.

 

Voor projecten gericht op het opschalen en praktijkrijp maken van nieuwe concepten geldt een subsidiepercentage van 40% als het gaat om productieve investeringen en 100% als het niet-productieve investeringen betreft.

 

Toelichting bij artikel 8

 

  • 1.

    De mate waarin de activiteit bijdraagt aan het beleidsdoel.

Bij het bepalen van het aantal punten wordt gelet op de mate waarin het project een bijdrage levert aan het verbeteren van de duurzaamheid van een hele sector, keten of regio waarbij duurzaamheid betrekking heeft op economie (bv verbetering van de concurrentiepositie), ecologie (bv een gezamenlijke aanpak voor vermindering van uitstoot naar bodem, lucht of water, voor verbetering van dierenwelzijn, verbetering volksgezondheid, of voor benutting van reststromen), of maatschappij (bijvoorbeeld letterlijk het verkorten van de afstand tussen boer en burger, of het vergroten van het maatschappelijk draagvlak voor een duurzame land- en tuinbouwproductie). Bij duurzaamheid gaat het om evenwicht tussen deze drie. Ten aanzien van dit criterium wordt het aantal punten bepaald door het voorliggende project te vergelijken met andere ingediende projecten.

 

  • 2.

    De slagingskans van het project.

Bij het bepalen van het aantal punten wordt gelet op de mate van concreetheid van het projectdoel, de projectopzet en het te verwachten resultaat van het project Hoe concreter de opzet, des te groter de slagingskans van het project.

 

  • 3.

    De kosteneffectiviteit van het project.

Bij het bepalen van het aantal punten wordt gelet op de verhouding tussen subsidie en financiering door derden. De verwachting is dat de beschikbare middelen meer effectief worden ingezet naarmate het aandeel van derden in de financiering groter is.

Indien het subsidiepercentage 100% van de subsidiabele kosten bedraagt, en er is geen co-financiering door derden, dan worden nul punten gegeven. Als de bijdrage van derden aan de subsidiabele kosten 0 tot 5%, 5 tot 10%, 10 tot 15% of meer dan 15% bedraagt, dan worden resp. 1, 2, 3 of 4 punten gegeven.

Indien het subsidiepercentage 40% van de subsidiabele kosten bedraagt, en 60% wordt door derden gefinancierd, dan worden nul punten gegeven. Als de bijdrage van derden aan de subsidiabele kosten 61 of 62% bedraagt dan wordt 1 punt gegeven. Indien dit 63 of 64% is, dan worden 2 punten gegeven. Als dit 65 of 66% is, dan worden 3 punten gegeven. Bij een bijdrage van derden van 67% of meer worden 4 punten gegeven.

 

  • 4.

    Het innovatieve karakter van het project.

Bij het bepalen van het aantal punten wordt gelet op de mate waarin de innovatie nieuw is voor Gelderland, de mate van coherentie van het project (in hoeverre is het project een coherent geheel van activiteiten), alsmede de mate waarin het project uitzicht biedt op een vooruitgang in inzichten, producten, technieken, systemen, processen, diensten, organisatievormen of toepassingen.

 

  • 5.

    De aansluiting bij gerelateerde (Europese) projecten.

Bij het bepalen van het aantal punten wordt gelet op de mate waarin het project aansluit bij andere projecten die betrekking hebben op dezelfde problematiek. Hoe groter de lijst van projecten waarbij sprake is van afstemming en/of samenwerking, des te beter de aansluiting. De provincie stimuleert samenwerking en kennisuitwisseling tussen verschillende programma’s en projecten en acht het van belang dat niet twee keer hetzelfde wiel wordt uitgevonden, maar dat tandwielen in elkaar grijpen en elkaar versterken. Hoe meer aansluiting bij andere projecten des te meer punten.

 

  • 6.

    Cross-overs

Bij het bepalen van het aantal punten wordt erop gelet in hoeverre het doel wordt benaderd vanuit verschillende invalshoeken of disciplines. Hoe meer verschillende disciplines, en hoe onbekender de partijen zijn voor elkaar, des te meer punten.

 

  • 7.

    Triple helix

Bij het bepalen van het aantal punten wordt gelet op de vertegenwoordiging van partijen uit onderzoek, onderwijs, bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, en overheid. Als in het samenwerkingsverband alle 5 partijen uit de triple helix vertegenwoordigd zijn dan wordt dit als uitzonderlijk goed beoordeeld en worden 4 punten gegeven.

 

  • 8.

    De rol van de partners bij de samenwerking.

Het verdient de voorkeur dat elke partner spreekt namens een achterban. Bij het bepalen van het aantal punten wordt erop gelet hoeveel partners een achterban hebben. Aangegeven dient te worden hoe en hoe vaak er gecommuniceerd wordt met de achterban. Hoe meer partners met een achterban, des te meer punten.

 

  • 9.

    Kennisverspreiding.

Bij het bepalen van het aantal punten wordt gelet op de wijze waarop wordt gecommuniceerd over de voortgang en de behaalde resultaten van het project. Hoe vaker en hoe meer mensen bereikt worden, des te beter. Een volgende groep kan weer voortborduren op deze resultaten.

 

Toelichting bij artikel 9

 

Subsidieverlening verloopt via een tendersysteem. Dat wil zeggen dat gedurende een beperkte periode subsidieaanvragen kunnen worden ingediend. De beste voorstellen komen in aanmerking voor subsidie.

 

Toelichting bij artikel 10

 

Gedeputeerde Staten stellen een adviescommissie in. Deze commissie beoordeelt de aanvragen aan de hand van de in de regeling opgenomen selectiecriteria. Op basis hiervan geeft ze advies aan Gedeputeerde Staten over welke projecten wel en welke niet te honoreren.

 

Toelichting artikel 11

 

Na afsluiting van het project wordt het definitieve subsidiebedrag bepaald en uitbetaald. Omdat vaak vanaf het begin al kosten worden gemaakt is het mogelijk om een voorschot aan te vragen. Maximaal één keer per jaar kan hiervoor een verzoek worden ingediend.