﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-3" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2014-1038/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>PROVINCIAAL BLAD</titel>
    <subtitel>Officiële uitgave van provincie Utrecht.</subtitel>
  </kop>
  <provincieblad>
    <kop>
      <titel>Besluit van het algemeen bestuur van RUD Utrecht houdende vaststelling Bijdrageverordening voor de deelnemers aan de Gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht </titel>
    </kop>
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>Het algemeen bestuur van RUD Utrecht;</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Gelet op</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>Artikel 30 en 31 van de Gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht;</al>
            <al />
            <tussenkop />
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Besluit</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>vast te stellen de navolgende Bijdrageverordening RUD Utrecht</al>
            <al />
            <tussenkop />
          </structuurtekst>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1: Begrippen</nr>
            </kop>
            <al>Artikel 1 van de Gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht is van toepassing op dit besluit. Daarnaast wordt in dit besluit verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>algemene loonontwikkeling en prijsontwikkeling:de algemene loonontwikkeling en prijsontwikkeling conform de prijscompensatie van materiële kosten op basis van de methodiek van het Gemeentefonds<nadruk type="vet">;</nadruk></al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>begrotingsjaar: het kalenderjaar waarvoor een begroting van RUD Utrecht geldt</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>c.</li.nr>
                <al>bijdrage: jaarlijkse bijdrage die verschuldigd is voor de basis- en/of plustaken</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>d.</li.nr>
                <al>additionele bijdrage: bijdrage die verschuldigd is voor incidentele taakuitvoering</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>e.</li.nr>
                <al>takenpakket: Het geheel aan uit te voeren basis – en eventuele plustaken welke in een dienstverleningsovereenkomst nader worden gespecificeerd;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>f.</li.nr>
                <al>directeur: de directeur van RUD Utrecht, bedoeld in artikel 27, van de regeling.</al>
                <al />
              </li>
            </lijst>
            <tussenkop />
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2: Grondslag bijdrage</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1. Een deelnemer is op basis van deze verordening jaarlijks een bijdrage voor uitvoering van het takenpakket verschuldigd aan de RUD Utrecht</lidnr>
            </lid>
            <al> 2. Een deelnemer die incidentele taakuitvoering als bedoeld in artikel 19 jo artikel 18, tweede lid, onder b tot en met f, van de regeling, opdraagt aan RUD Utrecht betaalt daarvoor een additionele bijdrage</al>
            <al> 3. Een deelnemer komt met de RUD Utrecht een dienstverleningsovereenkomst als bedoeld in artikel 19, tweede lid van de regeling, overeen. </al>
            <al> 4. Indien er geen DVO wordt afgesproken voor het daaropvolgend jaar, dan gelden de afspraken voor het voorgaande jaar, rekening houdend met de algemene loonontwikkeling en prijsontwikkeling.</al>
            <lid>
              <lidnr />
            </lid>
            <tussenkop />
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr> 3: Vaststelling van de bijdrage</nr>
            </kop>
            <al>1. Het algemeen bestuur stelt voor elk begrotingsjaar in de begroting van RUD Utrecht de voorlopige bijdrage voor de deelnemers vast.</al>
            <al>2. De voorlopige bijdrage is bepaald op basis van het bedrijfsplan RUD Utrecht 2.0 d.d. 16 oktober 2013, en indien de eigenaar daartoe besluit, een correctie voor algemene loonontwikkelingen en prijsontwikkelingen. </al>
            <al>3. De definitieve bijdrage voor de uitvoering van het takenpakket is totdat een nieuwe bijdrage verordening is opgesteld, gelijk aan de voorlopige bijdrage van de deelnemer, tenzij:</al>
            <lijst>
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>gedurende het jaar incidentele taakuitvoering bij de RUD zijn ondergebracht waarvoor afzonderlijke afspraken zijn vastgelegd.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>nadere afspraken, als bedoeld in artikel 19 jo artikel 18, tweede lid, onder b tot en met f, van de regeling zijn gemaakt.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>c.</li.nr>
                <al>sprake is van een nadelig exploitatieresultaat conform artikel 6 lid 2.</al>
              </li>
            </lijst>
            <al />
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4: Vaststelling van de bijdrage voor de incidentele taakuitvoering </nr>
            </kop>
            <al>De bijdrage die de deelnemer voor de incidentele taakuitvoering verschuldigd is, wordt berekend op basis van de daadwerkelijk hoeveelheid bestede uren, vermenigvuldigd met het uurtarief wat in de begroting van RUD Utrecht van dat jaar staat opgenomen.</al>
            <al />
            <tussenkop />
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5: Verdeelsleutel bij een batig exploitatiesaldo</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1. Een batig saldo wordt in eerste instantie gebruikt voor de vorming van een algemene reserve als weerstandsvermogen. Totdat de projectkosten in zijn geheel zijn terugbetaald wordt een batig saldo niet aan de deelnemers terugbetaald, naar verwachting loopt deze termijn tot 1 januari 2017.</lidnr>
            </lid>
            <al />
            <lid>
              <lidnr>2. Als de projectkosten zijn terugbetaald, en er is nog geen nieuwe bijdrageverordening vastgesteld, wordt een batig saldo, conform artikel 31 van de regeling in eerste instantie toegevoegd aan het weerstandsvermogen van de RUD.</lidnr>
            </lid>
            <al />
            <lid>
              <lidnr>3. Om te kunnen bepalen wanneer de projectkosten naar verwachting terugbetaald zijn, wordt bij de jaarrekening 2015 geëvalueerd. Doel is om het moment te kunnen bepalen waarop de nieuwe financieringssystematiek kan ingaan.</lidnr>
            </lid>
            <al />
            <lid>
              <lidnr>4. Voorafgaand aan de evaluatie dient de financieringsmethodiek van de RUD voor de periode na 1 januari 2017 te worden vastgesteld.</lidnr>
              <al />
            </lid>
            <tussenkop />
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6: Verdeelsleutel bij een negatief exploitatiesaldo</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1. Een negatief exploitatiesaldo van de jaarrekening wordt door de RUD binnen het eigen weerstandsvermogen opgevangen.</lidnr>
            </lid>
            <al />
            <lid>
              <lidnr>2. Indien bij de vaststelling van de jaarrekening sprake is van een negatief exploitatiesaldo, welke niet door het eigen weerstandsvermogen van de RUD kan worden opgevangen, dan dragen de deelnemers hun deel naar rato van hun voorlopige bijdrage in de vastgestelde begroting. </lidnr>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3. De directeur informeert de eigenaar over een dreigend negatief exploitatiesaldo, zo spoedig mogelijk na de constatering daarvan, en doet voorstellen om de effecten ervan te beperken voor de RUD en haar deelnemers.</lidnr>
              <al />
            </lid>
            <tussenkop />
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7: Betaling van de bijdrage</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1. De deelnemers betalen uiterlijk 1 januari, 1 april, 1juli en 1 oktober een voorschot in de kosten van het lopende begrotingsjaar ten bedrage van 25% van de bijdrage en de additionele bijdrage.</lidnr>
            </lid>
            <al />
            <lid>
              <lidnr>2. Naar aanleiding van de liquiditeitspositie in de afzonderlijke kwartalen kan het dagelijks bestuur bepalen dat een van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, afwijkend voorschot wordt betaald.</lidnr>
            </lid>
            <al />
            <lid>
              <lidnr>3. Uiterlijk 1 juni vindt per deelnemer een eerste afrekening plaats over het voorafgaande begrotingsjaar overeenkomstig het ontwerp van de voorlopige jaarrekening.</lidnr>
            </lid>
            <al />
            <lid>
              <lidnr>4. De definitieve afrekening vindt plaats binnen twee maanden na vaststelling van de jaarrekening.</lidnr>
            </lid>
            <al />
            <lid>
              <lidnr>5. Betaling dient te geschieden op basis van facturering door RUD Utrecht.</lidnr>
              <al />
            </lid>
            <tussenkop />
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8: Bijdrage bij de start van RUD Utrecht</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1. In afwijking van artikel 7 zal de eerste bijdrage aan RUD Utrecht in 2014 een voorschot in de kosten van het lopend begrotingsjaar zijn ten bedrage van 50% van de begrote bijdrage.</lidnr>
            </lid>
            <al />
            <lid>
              <lidnr>2. Het in het eerste lid genoemde bedrag dient voor 1 juli te zijn overgemaakt op de rekening van RUD Utrecht.</lidnr>
            </lid>
            <al />
            <lid>
              <lidnr>3. Betaling geschiedt conform artikel 7 van de bijdrageverordening. </lidnr>
              <al />
            </lid>
            <tussenkop />
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9: Inwerkingtreding</nr>
            </kop>
            <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag van de maand volgend op bekendmaking.</al>
            <al />
            <tussenkop />
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10: Duur</nr>
            </kop>
            <al>Deze verordening is geldig tot 1 januari 2017.</al>
            <al />
            <tussenkop />
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11: Citeerwijze</nr>
            </kop>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als Bijdrageverordening RUD Utrecht.</al>
            <al />
            <tussenkop>Aldus vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur van RUD Utrecht 13 maart 2014.</tussenkop>
            <al />
            <tussenkop>De voorzitter, </tussenkop>
            <al>De secretaris,</al>
            <al />
            <tussenkop />
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>TOELICHTING OP BIJDRAGEVERORDENING</titel>
        </kop>
        <divisie>
          <kop>
            <titel />
          </kop>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>A. Algemeen deel </titel>
          </kop>
          <al>In de bijdrageverordening staan de uitgangspunten voor de kostenverdeling over de verschillende deelnemers, alsmede de sleutel voor de verdeling van overschotten en het aanvullen van tekorten. De bijdrage die de deelnemers betalen op basis van de bijdrageverordening financiert de uitvoering van takenpakket van de RUD Utrecht. </al>
          <al>De systematiek die is vastgelegd in de bijdrageverordening sluit aan op de afspraken die deelnemers hebben gemaakt ten aanzien van het terugverdienen van de projectkosten. De looptijd van deze verordening is dan ook gelijk aan de periode dat de projectkosten worden terugverdiend, namelijk 2,5 jaar. </al>
          <al>Per 1 januari 2017 gaat de RUD Utrecht werken met een nieuwe financieringssystematiek, gebaseerd op een producten- en dienstencatalogus. De bijdrageverordening moet daarvoor worden aangepast. </al>
          <al>In het vervolg van de toelichting worden een aantal artikelen specifiek toegelicht. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>B. Specifieke toelichting </titel>
          </kop>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Artikel 3: Vaststelling van de bijdrage </titel>
          </kop>
          <al>In artikel 3 lid 1 en 2 staat dat de bijdrage voor elke deelnemer wordt bepaald op basis van de inbreng door de deelnemer bij aanvang van de RUD. In het Bedrijfsplan RUD Utrecht 2.0 is per deelnemer een berekening van de bijdrage opgenomen. Per 1 januari 2014 is het bevoegd gezag gedeeltelijk overgegaan van de provincie naar de gemeenten. Dit heeft als consequentie dat bij de begroting 2014-2015 een mutatie plaatsvindt. In deze begroting wordt daarvoor een percentage per deelnemer vastgesteld. Dat is vervolgens het uitgangspunt voor de berekening van de voorlopige bijdrage voor het jaar 2016. </al>
          <al>Verder staat in het artikel dat in beginsel de <nadruk type="cur">voorlopige</nadruk> bijdrage van de RUD Utrecht in de overgangsperiode tot 2017 gelijk is aan de <nadruk type="cur">definitieve</nadruk> bijdrage. Er kan voor een deelnemers een verschil ontstaan tussen de voorlopige en de definitieve bijdrage omdat er tussentijds meer structurele taken in de RUD zijn ingebracht en/of incidentele taakuitvoering heeft plaatsgevonden. Het kan ook zijn dat alle deelnemers een hogere definitieve bijdrage moeten betalen dan de voorlopige bijdrage. Bijvoorbeeld als er sprake is van een nadelig exploitatieresultaat dat niet met het weerstandsvermogen kan worden opgevangen. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Artikel 5 en 6: Verdeelsleutel </titel>
          </kop>
          <al>In deze twee artikelen staat het proces en de afspraken beschreven die gelden bij een positief en een negatief exploitatieresultaat van de RUD Utrecht. Doelstelling van de eigenaren is om in eerste instantie zo spoedig mogelijk de projectkosten van de vorming van de RUD af te lossen. De provincie heeft dat bedrag voor een periode van 2,5 jaar voorgeschoten. Conform de afspraken in het bedrijfsplan RUD Utrecht 2.0 mag dat echter niet concurreren met de opbouw van de algemene reserve. Dat betekent dat eventuele overschotten in de exploitatie toegevoegd worden aan de algemene reserve voor opbouw van het weerstandsvermogen.</al>
          <al>Als er een negatief saldo bij de jaarrekening is, zal dat in eerste instantie door de RUD Utrecht zelf worden opgevangen. Daarbij moet worden aangetekend dat de RUD de eerste jaren niet of over een beperkt weerstandsvermogen beschikt. Mocht er een positief saldo zijn, nà terug betaling van de projectkosten, dan wordt dat ingezet voor het opbouwen van het weerstandsvermogen. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Artikel 10: Duur </titel>
          </kop>
          <al>De bijdrageverordening is bedoeld voor een periode van 2,5 jaar. Uiterlijk 1 januari 2017 dient een aangepaste bijdrageverordening te zijn vastgesteld door de eigenaren van de RUD. Indien dat niet zo is, bijvoorbeeld omdat onverhoopt de terugverdientijd van de projectkosten langer blijkt te zijn, dan wordt daartoe na de evaluatie bij de jaarrekening 2015 een apart besluit genomen door het algemeen bestuur. </al>
          <al>In de praktijk betekent dit dat de aangepaste bijdrageverordening rondom de vaststelling van de begroting 2017 (conform gemeenschappelijke regeling vòòr 1 juli), te zijn vastgesteld. </al>
        </divisie>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </provincieblad>
</officiele-publicatie>