﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/nds-tk-2026D38310/metadata.xml" />
  </metadata>
  <niet-dossier-stuk>
    <nds-nr>2026D38310</nds-nr>
    <nds-stuk>
      <titel>INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG</titel>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>Binnen de vaste commissie voor Europese Zaken heeft een aantal fracties de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen over de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 5 juni 2026 inzake het Fiche: Mededeling Betere Regelgeving (Kamerstuk <extref doc="kst-22112-4364" soort="document" status="actief">22 112, nr. 4364</extref>).</al>
            <al-groep>
              <al>De voorzitter van de commissie,</al>
              <al>Van Meetelen</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Adjunct-griffier van de commissie,</al>
              <al>Moonen</al>
            </al-groep>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
      </algemeen>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <tussenkop kopopmaak="vet">Inhoudsopgave</tussenkop>
            <table tabstyle="xml1" frame="none" pgwide="1" rowsep="0" colsep="0">
              <tgroup tgroupstyle="xml1" cols="2" char="" charoff="50" align="left">
                <colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="8*" />
                <colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="104.5*" />
                <tbody valign="top">
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" rowsep="0" morerows="0" rotate="0">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">I</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Vragen en opmerkingen vanuit de fracties</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al />
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al />
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al />
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">II</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Reactie van de Minister van Economische Zaken</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                </tbody>
              </tgroup>
            </table>
          </tekst>
          <divisie opmaak="default">
            <kop kopopmaak="vet">
              <nr status="officieel">I.</nr>
              <titel>Vragen en opmerkingen vanuit de fracties</titel>
            </kop>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie</tussenkop>
            <al>De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het Fiche: Mededeling Betere Regelgeving. Deze leden zijn positief over het voornemen van de Europese Commissie om aan de hand van vijf actielijnen maatregelen te nemen die ervoor moeten zorgen dat de wetgeving van de Europese Unie (EU) eenvoudiger en duidelijker wordt, gepaard gaat met minder regeldruk voor burgers en ondernemers en beter wordt geïmplementeerd en gehandhaafd. Zij vinden het van belang te weten hoe de uitwerking in Nederland er uit gaat zien en hoe Nederland zich gaat inspannen om regeldruk terug te dringen.</al>
            <al>De leden van de VVD-fractie hebben aanleiding gezien tot het stellen van enkele vragen. Welke samenhang en synergie ziet de Minister met de eigen agenda voor een slagvaardige overheid en minder regeldruk die in het coalitieakkoord is afgesproken? Voor welke van de hierin afgesproken voornemens ten aanzien van het terugdringen van regeldruk en een meer slagvaardige overheid is aanpassing van Europese regelgeving nodig? Kan de Minister een overzicht verstrekken van welke regelgeving Nederland in dat kader aangepast zou willen zien in Brussel? Deze leden vragen of naast het grondig doorlichten van bestaande regelgeving om regeldruk te verminderen en de effectiviteit te verhogen ook gekeken kan worden naar de efficiëntere en betere inzet van ambtenaren op de uitvoering en handhaving van regels. Kan de Minister aangeven hoe hiermee wordt omgegaan ten aanzien van Nederland zelf en of hij bereid is dit ook te bepleiten als onderdeel van de Europese aanpak? Verwacht de Minister dat ook werkgeversorganisaties onderdeel uit zullen gaan maken van het «Platform voor vereenvoudiging?» Is de Minister bereid om voor de deelname van werkgeversorganisaties bij de Europese Commissie te pleiten indien dit niet het geval is?</al>
            <al>De leden van de VVD-fractie lezen dat de Minister aangeeft kritisch te volgen wanneer de Europese Commissie iets als «spoedeisend» kwalificeert. In de mededeling noemt de Commissie daarvoor enkele redenen ter illustratie, waaronder «de politieke context». Is de Minister bereid om aan de Commissie te vragen hoe het begrip «politieke context» in het kader van spoedprocedures bij wetgeving zal worden ingekleurd?</al>
            <al>De leden van de VVD-fractie constateren dat de Europese Commissie aangeeft sneller en vaker gebruik te willen maken van de inbreukprocedure als lidstaten doen aan «gold-plating». Op grond van artikel 259 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) kunnen naast de Commissie ook EU-lidstaten een inbreukprocedure opstarten. Is Nederland ook bereid om bij «gold-plating» van andere EU-lidstaten vaker een inbreukprocedure op te starten, en dan voornamelijk wanneer «gold-plating» leidt tot een concurrentienadeel van Nederlandse bedrijven? Maakt Nederland op dit moment gebruik van Themis om «gold-plating» te voorkomen? Zo nee, waarom niet, en is de Minister bereid hier alsnog gebruik van te maken? Hoe apprecieert de Minister het voornemen van de Commissie om regels inzake huisvesting te versimpelen, terwijl huisvesting in beginsel een nationale competentie is? Zal de Minister erop toe zien dat de Commissie in het kader van betere regelgeving niet bewust of onbewust meer bevoegdheden op het gebied van huisvesting naar zich toetrekt?</al>
            <al>De leden van de VVD-fractie constateren dat in het commissievoorstel een aantal zaken staan waarvan niet duidelijk blijkt uit het Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC)-fiche wat hierover de opvatting van de Minister is. Hoe kijkt de Minister aan tegen de intentie om vaker gebruik te maken van horizonbepalingen? Hoe kijkt de Minister aan tegen het risico dat dit kan zorgen voor meer wetgevingstrajecten, omdat ofwel de Raad ofwel het Europees Parlement zal pleiten voor een verlenging van de horizonbepaling? Hoe kijkt de Minister aan tegen het voorstel om artificiële intelligentie te gebruiken bij beleidsvorming? Hoe kan de Europese Commissie hierbij volgens de Minister voorkomen dat dit gebruik van AI in latere rechtszaken een grond zal vormen om bepaald beleid terug te draaien? Deze leden vragen of ook meegenomen kan worden welke mogelijkheden er zijn voor de inzet van AI bij het verhogen van de effectiviteit en dan met name bij uitvoeringsorganisaties. In hoeverre sluiten de vakantieperioden die voortaan niet meer zullen meetellen in de totale raadplegingstermijn aan bij de vakantieperioden in Nederland? Hoeveel inbreukprocedures zijn er in 2025 opgestart tegen Nederland omdat er sprake was van een onjuiste implementatie van EU-wetgeving, of omdat de handhaving van EU-wetgeving op een onjuiste manier plaatsvond? Hoe verhoudt dit zich tot het aantal inbreukprocedures dat tegen andere EU-lidstaten in hetzelfde jaar is opgestart?</al>
            <al>De leden van de VVD-fractie vragen zich ten aanzien van bijlage twee af hoe Nederland presteert qua handhaving op de door de Commissie geïdentificeerde elf aandachtsgebieden. Kan daarvan een overzicht worden verstrekt?</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie</tussenkop>
            <al-groep>
              <al>De leden van de PRO-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het Fiche: Mededeling Betere Regelgeving. Hoewel deze leden uiteraard voor betere regelgeving zijn, maken zij zich zorgen of de aangekondigde maatregelen een verbetering zijn en niet het negeren van de belangen buiten het bedrijfsleven, zoals de natuur en biodiversiteit. Het doel lijkt met name gericht te zijn op minder regels, terwijl sommige regels bestaan om diegene en datgene te beschermen zonder stem en zonder geld, zoals natuur, biodiversiteit en werknemers in kwetsbare posities.</al>
              <al>De leden van de PRO-fractie hebben enkele vragen en opmerkingen bij het Fiche. In de tweede actielijn die ziet op het gebruik van effectbeoordelingen staat dat effectbeoordelingen en evaluaties beperkt zullen worden tot de belangrijkste economische, sociale en milieuaspecten van een voorstel, zo lezen deze leden. Zij zijn van mening dat de effecten op biodiversiteit en duurzaamheid/sustainability ook meegenomen moeten worden. Op welke manier worden deze effecten ook gemeten en is de Minister bereid zich in te zetten voor het meenemen van deze effecten?</al>
              <al>De leden van de PRO-fractie merken op dat een trend bij nieuwe regelgeving lijkt te zijn dat de effecten op het bedrijfsleven centraal staan en de effecten op milieu en duurzaamheid hierdoor niet langer voldoende worden meegenomen. Vindt de Minister het wenselijk dat de belangen van datgene zonder stem en geld, zoals natuur, minder worden meegenomen bij het tot stand komen van regelgeving in de toekomst? Bij de omnibussen wordt het maatschappelijk middenveld niet betrokken bij de wijzigingsvoorstellen, het bedrijfsleven nadrukkelijk wel. Dit werkt ook door in Nederlandse wetgeving. Is de Minister het eens dat juist een grote diversiteit aan stakeholders, ook zij die opkomen voor de belangen van de natuur, betrokken moeten worden bij het tot stand komen van regelgeving? Hoe gaat de Minister dit borgen? Hoe zorgt de Minister dat het bredere maatschappelijke belang gewogen wordt als met name gesproken wordt met het bedrijfsleven?</al>
            </al-groep>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie</tussenkop>
            <al>De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het BNC-fiche over de recente mededeling van de Europese Commissie inzake betere regelgeving. Deze leden waarderen de inzet van de Europese Commissie om te komen tot meer proportionele, beter uitlegbare en effectievere regelgeving. Ook waarderen deze leden de Nederlandse inzet om onnodige regeldruk op nationaal en Europees niveau te verminderen. Zij kunnen zich in grote lijnen vinden in de beoordeling van de Minister. Wel hebben deze leden nog enkele vragen over het fiche.</al>
            <al>De leden van de CDA-fractie achten het onderscheid tussen grote en gerichte voorstellen op zichzelf niet onlogisch, in het bijzonder wanneer hiermee de doorlooptijden kunnen worden verkort en meer voorstellen van een effectbeoordeling door de Regulatory Scrutiny Board (RSB) kunnen worden voorzien. Hoewel de effectbeoordeling bij gerichte voorstellen minder diepgaand zal zijn dan bij grote voorstellen, zijn deze leden van mening dat een beperktere effectbeoordeling in beginsel te verkiezen is boven het geheel ontbreken daarvan, zoals nu nog regelmatig het geval is. Hoe beoordeelt de Minister deze afruil tussen enerzijds de diepgang van effectbeoordelingen en anderzijds het vergroten van het aantal voorstellen dat aan een effectbeoordeling wordt onderworpen?</al>
            <al>De leden van de CDA-fractie hebben daarnaast vragen over de wijze waarop het onderscheid tussen gerichte en grote voorstellen in de praktijk zal worden gemaakt. Kan de Minister nader toelichten welke definities en criteria worden gehanteerd voor de kwalificatie van een voorstel als «gericht» dan wel «groot»? Wanneer wordt een voorstel aangemerkt als een groot voorstel waarvoor een diepgaande effectbeoordeling is vereist, inclusief beoordeling en advisering door de RSB?</al>
            <al>Ook vragen de leden van de CDA-fractie welke inzet de Minister pleegt richting de Europese Commissie ten aanzien van de totstandkoming en toepassing van heldere, objectieve en transparante criteria voor deze categorisering.</al>
            <al>De leden van de CDA-fractie lezen dat de Europese Commissie voornemens is effectbeoordelingen meer te richten op de kernaspecten, mede op initiatief van Nederland. Deze leden lezen echter dat de Minister vooralsnog een afwachtende houding inneemt ten aanzien van de vraag welke elementen als kernaspecten moeten worden aangemerkt. Zij vragen de Minister daarom welke economische, sociale en milieuaspecten het zelf als onmisbare onderdelen van een effectbeoordeling beschouwt, mede gelet op de Nederlandse ervaringen met Europese wetgeving en regeldruk. Is de Minister bereid zich in Europees verband actiever in te zetten voor een duidelijke afbakening van deze kernaspecten, zodat essentiële onderdelen van effectbeoordelingen, zoals de Europese mkb-toets (SME Test), niet buiten beschouwing blijven?</al>
            <al>De leden van de CDA-fractie delen de zorgen van de Minister over het gebruik van spoedprocedures. Deze leden constateren dat «spoed» een relatief begrip is en dat uit het verleden blijkt dat de Europese Commissie dit begrip soms ruimer hanteert dan naar het oordeel van deze leden wenselijk is. Zij vragen tegen deze achtergrond welke inzet de Minister pleegt richting de Europese Commissie ten aanzien van een heldere en afgebakende definitie van het begrip «spoed». Welke objectieve criteria zouden volgens de Minister moeten gelden voor het gebruik van een spoedprocedure? Welke mogelijkheden heeft de Minister om op te treden indien naar het oordeel van de Minister ten onrechte gebruik wordt gemaakt van een spoedprocedure?</al>
            <al>De leden van de CDA-fractie lezen dat de Europese Commissie voornemens is sneller en strenger te handhaven op de naleving van implementatietermijnen. Deze leden benadrukken dat zij het van groot belang achten dat Europese wet- en regelgeving tijdig en zorgvuldig wordt geïmplementeerd. Tegelijkertijd constateren zij dat tijdige implementatie, ook in Nederland, niet altijd wordt gerealiseerd. Zij vragen tegen deze achtergrond waar de Minister mogelijkheden ziet om de implementatie van Europese richtlijnen en verordeningen te versnellen. Welke knelpunten ziet de Minister momenteel als belangrijkste oorzaken van vertraging bij de implementatie en uitvoering van Europese regelgeving, en welke concrete maatregelen is de Minister bereid zelf te nemen om deze knelpunten weg te nemen? In hoeverre ziet de Minister mogelijkheden om in een eerder stadium van het Europese wetgevingsproces voorbereidingen te treffen voor nationale implementatie en uitvoering?</al>
            <al>Daarnaast vragen de leden van de CDA-fractie hoe de Minister het risico voor Nederland beoordeelt dat de Europese Commissie, als gevolg van een snellere en strengere handhavingspraktijk, vaker zal overgaan tot het starten van inbreukprocedures. Acht de Minister Nederland voldoende voorbereid op deze aangescherpte handhaving?</al>
            <al-groep>
              <al>De leden van de CDA-fractie staan in beginsel positief tegenover de oprichting van een platform voor vereenvoudiging. Wel hebben zij vragen over het mandaat en de positie van een dergelijk platform. In hoeverre is de Europese Commissie gehouden om op adviezen van het platform te reageren en inzichtelijk te maken op welke wijze deze adviezen worden opgevolgd?</al>
              <al>Daarnaast vragen de leden van de CDA-fractie welke Nederlandse organisaties naar verwachting bij dit platform zullen aansluiten. Kan de Minister aangeven aan welke organisaties het hierbij denkt en welke inzet het hierop pleegt? Ziet de Minister bijvoorbeeld een rol voor het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR)?</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop kopopmaak="vet">
              <nr status="officieel">II.</nr>
              <titel>Reactie van de Minister van Economische Zaken</titel>
            </kop>
          </divisie>
        </vrije-tekst>
      </algemeen>
    </nds-stuk>
  </niet-dossier-stuk>
</officiele-publicatie>