﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/nds-tk-2026D32416/metadata.xml" />
  </metadata>
  <niet-dossier-stuk>
    <nds-nr>2026D32416</nds-nr>
    <nds-stuk>
      <titel>INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG</titel>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>De vaste commissie voor Economische Zaken heeft een aantal vragen en opmerkingen aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat voorgelegd over de Jaarverslagen Ministerie van Economische Zaken en Groeifonds 2025, de rapporten van de Algemene Rekenkamer en de brief «Inventarisatie Maatwerksubsidies EZK» (Kamerstukken <extref doc="kst-36945-XIII-1" soort="document" status="actief">36 945 XIII, nrs. 1</extref> en <extref doc="kst-36945-XIII-2" soort="document" status="actief">2</extref>, <extref doc="kst-36946-L-1" soort="document" status="actief">36 946-L, nrs. 1</extref> en <extref doc="kst-36946-L-2" soort="document" status="actief">2</extref> en <extref doc="kst-26643-1515" soort="document" status="actief">26 643, nr. 1515</extref>).</al>
            <al-groep>
              <al>De voorzitter van de commissie,</al>
              <al>Van Eijk</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Adjunct-griffier van de commissie,</al>
              <al>Krijger</al>
            </al-groep>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
      </algemeen>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <tussenkop kopopmaak="vet">Inhoudsopgave</tussenkop>
            <table tabstyle="xml1" frame="none" pgwide="1" rowsep="0" colsep="0">
              <tgroup tgroupstyle="xml1" cols="2" char="" charoff="50" align="left">
                <colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="8*" />
                <colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="104.5*" />
                <tbody valign="top">
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" rowsep="0" morerows="0" rotate="0">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">I</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en vanuit de rapporteurs</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al />
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al />
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al />
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al />
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al />
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Vragen en opmerkingen van de rapporteurs Kisteman (VVD) en Bühler (CDA) bij de verantwoordingsstukken Economische Zaken 2025, namens de vaste commissie voor Economische Zaken.</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">II</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Antwoord/Reactie van de Minister</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                </tbody>
              </tgroup>
            </table>
          </tekst>
          <divisie opmaak="default">
            <kop kopopmaak="vet">
              <nr status="officieel">I</nr>
              <titel>Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en vanuit de rapporteurs</titel>
            </kop>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie</tussenkop>
            <tussenkop kopopmaak="vetcur">Stilstand</tussenkop>
            <al>De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de voorliggende stukken. Deze leden onderschrijven de in het rapport-Wennink benoemde noodzaak om randvoorwaardelijke barrières zoals stikstofproblematiek en netcongestie te doorbreken. Zij vragen de Minister wat de economische impact is geweest van de jarenlange vertraging in de aanpak van deze uitdagingen, en hoe deze stilstand het ondernemingsklimaat heeft beïnvloed. Naast deze randvoorwaardelijke barrières wordt in het rapport Wennink ook gewezen op een structurele oorzaak van onderinvestering, namelijk de wijze waarop in de Nederlandse begrotingssystematiek de langetermijnbaten van publieke investeringen onvoldoende worden gewaardeerd, waardoor deze in ramingen stelselmatig worden onderschat. De leden van de D66-fractie vragen of de Minister deze analyse onderschrijft en in hoeverre zij hierin een verklaring ziet voor de geschetste stilstand. Is de Minister bereid zich ervoor in te spannen, mede met het oog op de aankomende besluitvorming, dat de economische baten van investeringen beter worden meegewogen in de budgettaire afweging?</al>
            <tussenkop kopopmaak="vetcur">R&amp;D</tussenkop>
            <al>De leden van de D66-fractie zijn van mening dat een grote onderzoek en ontwikkeling (R&amp;D)-intensiteit noodzakelijk is om innovatie van Nederlandse bodem te stimuleren. Zij onderschrijven dan ook de doelstelling om 3% van het bruto binnenlands product (bbp) te investeren in R&amp;D. Op welke wijze heeft de uitfasering van het Nationaal Groeifonds onder het Kabinet Schoof de haalbaarheid van de R&amp;D-doelstellingen beïnvloed?</al>
            <al>De leden van de D66-fractie lezen voorts dat de afgelopen jaren het aandeel van R&amp;D-uitgaven rond de 2,3% van het Nederlandse bbp lag. Zij vragen in hoeverre de Minister verwacht dat de maatregelen die zij neemt bijdragen aan de groei van de R&amp;D-intensiteit. Welke aanvullende maatregelen is zij bereid te nemen indien er geen zichtbare groei plaatsvindt?</al>
            <al>De leden van de D66-fractie merken op dat het grootste deel van de toename richting de 3%-doelstelling van het bedrijfsleven zal moeten komen, en dat het beter omzetten van wetenschappelijke kennis in economische waarde, valorisatie, daarbij een sleutelrol speelt. Zij vragen welke concrete resultaten in 2025 zijn geboekt op het vlak van valorisatie, bijvoorbeeld ten aanzien van het bundelen van Technology Transfer Offices (Kennis Transfer Offices (KTO’s)) en het verbeteren van de voorwaarden voor <nadruk type="cur">startups</nadruk> vanuit kennisinstellingen.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vetcur">Productiviteit &amp; groei economie</tussenkop>
            <al>De leden van de D66-fractie merken op dat de stagnatie van onze economische groei een fundamenteel probleem is. Het grootste deel van de economische groei in Nederland komt door een toename van het arbeidsaanbod, terwijl de productiviteitsgroei achterblijft. Mede daarom zijn deze leden positief over de voorgestelde stappen in de Productiviteitsagenda. Zij vragen de Minister wat tot dusverre de concrete resultaten zijn geweest van de uitvoering van deze agenda.</al>
            <al>De leden van de D66-fractie wijzen er voorts op dat de arbeidsproductiviteit de afgelopen tien jaar nog slechts met gemiddeld 0,2% per jaar is gegroeid, tegenover 1,5% in de decennia daarvoor, en dat het versnellen van digitalisering en adoptie van kunstmatige intelligentie (AI) binnen de Productiviteitsagenda als belangrijke hefboom wordt aangemerkt. Deze leden vragen hoe de Minister de daadwerkelijke adoptie van AI en arbeidsbesparende technologie door bedrijven, en in het bijzonder door het midden- en kleinbedrijf (mkb), meetbaar maakt en monitort.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie</tussenkop>
            <al>De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de jaarverslagen van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en hebben daarover nog enkele vragen.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vetcur">Regeldruk</tussenkop>
            <al>De leden van de VVD-fractie lezen in het jaarverslag dat er al goede stappen zijn gezet richting de doelstelling om 500 regels te schrappen of te vereenvoudigen. Zij vragen hoe de Minister ervoor gaat zorgen dat de andere departementen beter worden meegenomen in deze doelstelling. Zij vragen tevens hoe de Minister ervoor gaat zorgen dat de doelstelling jaarlijks behaalt kan worden, conform het coalitieakkoord.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vetcur">Kamer van Koophandel</tussenkop>
            <al>De leden van de VVD-fractie lezen in het jaarverslag dat er in de loop van het jaar extra budgetten zijn toegevoegd zodat de Kamer van Koophandel (KvK) diverse opdrachten kan uitvoeren. De leden van de VVD-fractie vragen hoe de groei van de KvK gerijmd kan worden met de doelstelling van het kabinet om te werken aan een kleinere en slagvaardige overheid. Deelt de Minister ook de opvatting van deze leden dat de KvK primair moet doen waarvoor hij bedoeld is: betrouwbare registers bijhouden, en niet steeds verder uitgroeien tot brede publieke ondernemersadviseur? Waarom houdt de KvK bijvoorbeeld nog fysieke ondernemerspleinen in stand, terwijl ondernemers hun zaken steeds vaker digitaal regelen en deze pleinen geen eigen opbrengsten hebben?</al>
            <al>Vindt de Minister dat innovatie- en regiostimulering nog wel bij de KvK horen, nu juist deze taken volgens een recente evaluatie beperkt worden herkend door ondernemers en betrokken partijen? Is de Minister bereid deze taken te schrappen? Klopt het dat dit minimaal 25 miljoen euro per jaar op kan leveren? Waarom moet de KvK algemene ondernemersvoorlichting blijven doen als accountants, banken, brancheorganisaties, regionale ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) en marktpartijen dit ook kunnen? Kan de Minister aangeven hoeveel fte en budget gemoeid zijn met taken van de KvK buiten de registerfunctie?</al>
            <tussenkop kopopmaak="vetcur">R&amp;D actieplan</tussenkop>
            <al>De leden van de VVD-fractie lezen dat de Minister voornemens is om een Nationale Investeringsinstelling (NII) op te zetten. De leden van de VVD-fractie vragen wanneer het kabinet een besluit neemt over de verdere uitwerking van een volwaardige NII en wanneer de Kamer hierover wordt geïnformeerd.</al>
            <al>De leden van de VVD-fractie wijzen op de Europese doelstelling om 32% van de studenten in een STEM-richting (Science, Technology, Engineering, Mathematics) te laten studeren. Zij zien dit als een belangrijke randvoorwaarde voor het behalen van de 3%-R&amp;D-doelstelling.</al>
            <al>De leden van de VVD-fractie vragen welke concrete maatregelen de Minister neemt om bij te dragen aan het realiseren van de 32%-STEM-doelstelling. Zij vragen daarbij op welke wijze de Minister hierbij coördineert met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW).</al>
            <tussenkop kopopmaak="vetcur">Fiscale maatregelen</tussenkop>
            <al>De leden van de VVD-fractie lezen dat in de evaluatie van de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) wordt geconcludeerd dat de effectiviteit van de regeling is afgenomen ten opzichte van de eerdere evaluatieperiode. Zij lezen dat de Minister een aantal aanbevelingen uit de evaluatie wil onderzoeken. De leden van de VVD-fractie vragen wanneer de Minister uitvoering gaat geven aan de aangenomen motie Inge van Dijk en Van Eijk met concrete vereenvoudigingsvoorstellen voor onder andere de WBSO.<noot id="ID-1258508-d40e223" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Kamerstuk <extref doc="kst-32140-297" soort="document" status="actief">32 140, nr. 297</extref><extref doc="https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2026Z06241&amp;did=2026D14075" soort="URL" status="actief">https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=<?xpp afbreek?>2026Z06241&amp;did=2026D14075</extref></noot.al></noot> Tevens vragen deze leden of, en zo ja, hoe en op welke termijn, de Minister zich hard zal maken voor het verbreden van de WBSO naar AI en andere technologie, conform het coalitieakkoord.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie</tussenkop>
            <al>De leden van de fractie van de PRO-fractie hebben kennisgenomen van de antwoorden van de Minister op de vragen over het Industrieel Participatiebeleid (IP-beleid). De antwoorden geven inzicht in de omvang van overeenkomsten, monitoring en voorbeelden van succesvolle projecten, die zijn te prijzen. Dat is in de ogen van deze leden echter iets anders dan inzicht in de daadwerkelijke effectiviteit van het beleid, een omissie zoals geconstateerd door de Algemene Rekenkamer. Kan de Minister toelichten hoe zij vaststelt dat het IP-beleid effectief en doelmatig is en concreet leidt tot versterking van de Nederlandse defensie-industrie en de strategische autonomie van Nederland?</al>
            <al>Voorts vragen de leden van de PRO-fractie waarom het IP-beleid sinds het vervallen van de economische doelstellingen in 2012 niet integraal is geëvalueerd. De Minister schrijft dat zij nut, noodzaak en timing van een evaluatie nog beziet. Waarom wordt niet alsnog op korte termijn een onafhankelijke beleidsevaluatie uitgevoerd, juist gezien de sterk oplopende defensie-uitgaven, de toenemende omvang van de IP-verplichtingen en de noodzaak om ook bij defensie meer grip te krijgen op de doelmatigheid van de uitgaven?</al>
            <al>De leden van de PRO-fractie lezen dat de Minister aangeeft dat <nadruk type="cur">output</nadruk> en <nadruk type="cur">impact</nadruk> op nationale veiligheid moeilijk meetbaar zijn. Welke concrete aanvullende indicatoren acht de Minister wel mogelijk om de effectiviteit van het beleid beter inzichtelijk te maken? Op welke termijn kan de Kamer hiervoor voorstellen verwachten? Is de Minister van plan om KPI’s toe te voegen die iets zeggen over de bijdrage aan breder industriebeleid – zoals hoe PI-beleid kan bijdragen aan de doelen van de Nationale Technologiestrategie of het Industriebeleid met Focus?</al>
            <al>De leden van de PRO-fractie constateren dat de Minister erkent dat voor meerdere fiscale regelingen de effectiviteit beperkt of onzeker is en dat eerdere kabinetten er niet in zijn geslaagd tot hervormingen te komen. Tegelijkertijd geeft de Minister aan op zoek te zijn naar middelen om belangrijke prioriteiten op het gebied van innovatie en industriebeleid vorm te geven, waaronder de NNI, het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) en andere maatregelen die bijdragen aan het behalen van de 3%-R&amp;D-doelstelling.</al>
            <al>De leden van de PRO-fractie vragen hoe de Minister deze twee constateringen met elkaar verenigt. Is de Minister bereid om fiscale regelingen waarvan evaluaties aantonen dat zij beperkt doelmatig of doeltreffend zijn, actief tegen het licht te houden en de vrijvallende middelen in te zetten voor instrumenten die direct bijdragen aan de prioriteiten van het innovatie- en industriebeleid?</al>
            <al>De leden van de PRO-fractie vragen of de Minister kan aangeven welke fiscale regelingen binnen het EZK-domein volgens haar het minst bijdragen aan de beleidsdoelen op het gebied van innovatie, productiviteitsgroei en verdienvermogen. Welke mogelijkheden ziet zij om middelen binnen het EZK-instrumentarium te herschikken richting de prioritaire technologieën uit de Nationale Technologiestrategie en andere strategische innovatieprioriteiten, zoals de sectoren uit Industriebeleid met Focus? Kan de Minister toelichten welke concrete budgettaire zij al voor ogen heeft in deze richting?</al>
            <al>De leden van de PRO-fractie hebben tevens enkele vragen over de geïnventariseerde maatwerksubsidies. De leden vinden het zeer onzorgvuldig en slecht voor het maatschappelijk draagvlak wanneer beide Kamers niet goed worden geïnformeerd. De Kamer moet zijn controlerende taak kunnen uitvoeren en is daarbij afhankelijk van volledige, juiste en tijdige informatie van het kabinet.</al>
            <al>De leden van de PRO-fractie constateren dat de Minister aangeeft dat de subsidieprocessen worden verbeterd en aangescherpt. Zij ontvangen graag een nadere toelichting op deze verbeteringen. Welke concrete maatregelen zijn genomen om te waarborgen dat voortaan bij alle maatwerksubsidies tijdig wordt beoordeeld of een mededeling aan beide Kamers vereist is? Welke aanvullende controles, verantwoordings- of escalatiemechanismen zijn daarbij ingericht? Voorts vragen deze leden hoe de Minister de naleving van deze procedures in de toekomst zal monitoren. Wordt periodiek gecontroleerd of aan de informatieverplichtingen uit de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen wordt voldaan? Zo ja, op welke wijze wordt de Kamer hierover geïnformeerd?</al>
            <al>Daarnaast vragen de leden van de PRO-fractie hoe de Minister reflecteert op het onvolledig informeren van de Kamer en daarmee de onzorgvuldige besluitvorming over 200 miljoen euro subsidie. Welke lessen trekt zij hieruit voor het gebruik van dit subsidie instrument?</al>
            <al>Tot slot vernemen deze leden graag of de Minister kan garanderen dat de inventarisatie volledig is geweest en dat er geen andere maatwerksubsidies zijn waarvoor de Kamer ten onrechte niet vooraf is geïnformeerd. Indien die garantie niet kan worden gegeven, welke vervolgstappen zet zij om hierover alsnog volledige duidelijkheid te verkrijgen?</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie</tussenkop>
            <al>De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van onder andere het verantwoordingsonderzoek van de Algemene Rekenkamer en de verantwoordingsstukken van het Ministerie van Economische Zaken. Deze leden danken de Algemene Rekenkamer voor haar onderzoek en hebben naar aanleiding van de stukken nog enkele vragen.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vetcur">Maatwerksubsidies en transparantie van subsidierelaties</tussenkop>
            <al>De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de berichtgeving over de subsidierelatie met het digitaliseringsplatform ECP (Platform voor de InformatieSamenleving) en van de informatie die de Minister hierover aan de Kamer heeft verstrekt. Daarnaast constateren deze leden dat eind mei 2026 is gebleken dat er nog zeventien lopende maatwerksubsidies (ter waarde van 200 miljoen euro) zijn waarbij de Kamer niet conform de geldende afspraken is geïnformeerd.</al>
            <al>De leden van de CDA-fractie vragen de Minister uiteen te zetten welke lessen uit deze casus zijn getrokken en welke maatregelen worden genomen om herhaling te voorkomen. Kan de Minister toelichten welke verbeteringen zijn aangebracht in de interne processen rondom subsidieverlening en informatievoorziening aan de Kamer?</al>
            <al>Voorts vragen de leden van de CDA-fractie, naar aanleiding van het door de Minister verstrekte overzicht, in hoeverre bij alle subsidies voldoende inzichtelijk is welk concreet beleidsdoel met de verstrekking wordt nagestreefd. Op welke wijze monitort en evalueert het ministerie of verstrekte subsidiegelden daadwerkelijk bijdragen aan deze beoogde doelen? Welke mogelijkheden ziet de Minister om de relatie tussen subsidieverstrekking, beleidsdoelstellingen en verantwoording verder te versterken, zodat beter kan worden gestuurd op het behalen van doelen en meer inzicht ontstaat in de effectiviteit van subsidies, waaronder ook de incidentele subsidies?</al>
            <al>De leden van de CDA-fractie vragen of de Minister bereid is de Kamer periodiek inzage te geven in de verder geconcretiseerde beleidsdoelen en de daarvoor ingezette subsidies en de manier waarop die hebben bijgedragen aan het bereiken van deze doelen? Zo ja, welke vorm acht zij hiervoor werkbaar? Zo nee, waarom niet?</al>
            <al>De leden van de CDA-fractie wijzen er voorts op dat de periodieke rapportage over het ondernemerschaps- en innovatiebeleid aandacht vraagt voor mogelijke overlap tussen regelingen en uitvoerende organisaties. Deze leden vragen op welke wijze bij nieuwe maatwerk- en instellingssubsidies wordt getoetst op overlap met bestaande activiteiten, subsidiestromen en beleidsinstrumenten. Daarnaast vragen deze leden in hoeverre bij individuele subsidies een expliciete toets plaatsvindt op doelmatigheid en doeltreffendheid. Geldt een dergelijke toets ook voor situaties waarin gedurende meerdere jaren aan dezelfde organisatie subsidie wordt verstrekt via opeenvolgende jaarlijkse subsidiebeschikkingen? Op welke wijze wordt in dergelijke gevallen beoordeeld of voortzetting van de subsidie nog steeds noodzakelijk, doelmatig en doeltreffend is?</al>
            <al>De leden van de CDA-fractie vragen daarnaast of de Minister bereid is deze toetsing en afwegingskaders verder te formaliseren en de Kamer hierover te informeren.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vetcur">Apparaatsuitgaven en personele inzet</tussenkop>
            <al>De leden van de CDA-fractie constateren dat de beleidsgelden van de Ministeries van Economische Zaken en van Klimaat en Groene Groei (K&amp;GG) in 2025 zijn gesplitst en dat het Groningendossier is overgeheveld naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Deze wijzigingen hebben geleid tot een aanzienlijke afname van de begrotingsomvang, terwijl het aantal fte niet in vergelijkbare mate is afgenomen.</al>
            <al>De leden van de CDA-fractie vragen of de Minister kan toelichten hoe deze ontwikkeling moet worden geïnterpreteerd. Is sprake van een tijdelijke situatie en zullen bepaalde fte's in 2026 opnieuw formeel onder het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat worden gebracht, nu bekend is dat het losstaande Ministerie van KGG opgeven is? Graag ontvangen deze leden een nadere toelichting en een vooruitblik op de ontwikkeling van de personele omvang in relatie tot de gewijzigde taakverdeling.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vetcur">Invulling van de subsidie- en efficiëntietaakstelling</tussenkop>
            <al>De leden van de CDA-fractie hebben ook kennisgenomen van de voorgenomen invulling van de subsidie- en efficiëntietaakstelling. Kan de Minister toelichten welke uitgangspunten worden gehanteerd bij de invulling van deze taakstelling? In hoeverre wordt daarbij gekozen voor gerichte prioritering en inhoudelijke afwegingen, in plaats van generieke kortingen?</al>
            <al>De leden van de CDA-fractie vragen voorts in hoeverre periodieke rapportages, evaluaties en beleidsdoorlichtingen worden benut bij de invulling van de subsidie- en efficiëntietaakstelling. Op welke wijze worden inzichten over effectiviteit, overlap en uitvoeringslasten betrokken bij de afweging welke regelingen worden aangepast, versoberd of beëindigd?</al>
            <al>Tevens wijzen de leden van de CDA-fractie op de mede door leden van deze fractie ondertekende motie-Van der Maas<noot id="ID-1258508-d40e303" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>Kamerstuk <extref doc="kst-36945-16" soort="document" status="actief">36 945, nr. 16</extref>.</noot.al></noot> over de uitwerking van de taakstelling op het ambtelijk apparaat. Kan de Minister aangeven op welke wijze zij uitvoering geeft aan deze motie? Wanneer kan de Kamer de gevraagde informatie ontvangen over de beoogde personele reductie, de daarvoor te nemen maatregelen en het daarbij behorende tijdpad?</al>
            <tussenkop kopopmaak="vetcur">Tarieven van DICTU en SSC-ICT</tussenkop>
            <al>De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de constatering van de Algemene Rekenkamer dat de tarieven van DICTU (Dienst ICT Uitvoering) aanzienlijk hoger liggen dan die van SSC-ICT. Kan de Minister toelichten waardoor dit verschil wordt veroorzaakt? In hoeverre zijn de dienstverlening, kostenstructuur en takenpakketten van beide organisaties vergelijkbaar? Is de Minister bereid nader onderzoek te laten uitvoeren naar de oorzaken van de tariefverschillen en de mogelijkheden om doelmatigheidswinst te realiseren? Zo ja, op welke termijn kan de Kamer hierover worden geïnformeerd? Kan de Minister tevens aangeven welke besparingsmogelijkheden zij ziet indien de kostenverschillen tussen beide organisaties worden verkleind?</al>
            <tussenkop kopopmaak="vetcur">Onderuitputting en slagkracht uitvoering</tussenkop>
            <al>De leden van de CDA-fractie constateren dat ook in 2025 sprake was van aanzienlijke onderuitputting en kasschuiven. Deze leden zijn van mening dat het inzicht van de Kamer in de achterliggende oorzaken kan worden verbeterd. Kan de Minister toelichten in hoeverre middelen niet tot besteding zijn gekomen als gevolg van uitvoeringsknelpunten, zoals personeelstekorten, complexe uitvoeringsprocessen of andere belemmeringen in de uitvoering? Op welke wijze worden dergelijke signalen binnen het departement gemonitord en opgevolgd? Daarnaast vragen deze leden in hoeverre de Minister voldoende inzicht heeft in de beschikbare personele capaciteit en de wijze waarop deze zo effectief mogelijk wordt ingezet. Hoe wordt bij de ontwikkeling van nieuw beleid, subsidieregelingen en programma's rekening gehouden met de beschikbare uitvoeringscapaciteit?</al>
            <al>De leden van de CDA-fractie vragen daarnaast op welke wijze binnen het ministerie prioritering plaatsvindt wanneer de beschikbare uitvoeringscapaciteit onvoldoende is om alle beleidsvoornemens, regelingen en taken gelijktijdig uit te voeren. Mocht er sprake zijn van uitvoeringsprioritering, bijvoorbeeld via jaarplannen of andere interne sturingsinstrumenten, waardoor bepaalde werkzaamheden, regelingen of beleidsdoelen worden vertraagd of niet kunnen worden uitgevoerd, op welk moment wordt dit dan inzichtelijk gemaakt? Op welke wijze wordt de Kamer hierover geïnformeerd?</al>
            <al>Voorts vragen de leden van de CDA-fractie of de benodigde personele inzet een structureel onderdeel vormt van het ontwerp van regelingen, uitvoeringstoetsen en evaluaties. Op welke wijze worden verwachte uitvoeringskosten en capaciteitsbeslag vooraf in beeld gebracht en gedurende de uitvoering gemonitord?</al>
            <al>Deze leden wijzen in dit verband op de evaluatie van het spoor Algemeen Bedrijfsleven van de Brexit Adjustment Reserve (BAR), waaruit blijkt dat een aanzienlijk deel (57%) van de beschikbare middelen is besteed aan de uitvoering van de regeling. In hoeverre zijn dergelijke verhoudingen tussen beleidsuitgaven en uitvoeringskosten vooraf inzichtelijk? Welke normen of streefwaarden hanteert de Minister hierbij en op welke wijze worden afwijkingen tijdig gesignaleerd en waar nodig bijgestuurd?</al>
            <tussenkop kopopmaak="vetcur">Apparaatskosten ZBO's</tussenkop>
            <al>De leden van de CDA-fractie constateren dat het Ministerie van Economische Zaken jaarlijks ongeveer 1 miljard euro uitgeeft aan organisaties die uitvoering geven aan het beleid, waaronder de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), TNO, de KvK en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Deze uitgaven zijn de afgelopen jaren aanzienlijk gestegen. Tegelijkertijd is het voor de Kamer niet altijd inzichtelijk welke bijdrage deze extra middelen leveren aan het realiseren van beleidsdoelen.</al>
            <al>De leden van de CDA-fractie vragen de Minister op welke wijze wordt gestuurd op de doelmatigheid en effectiviteit van deze organisaties. Welke prestatie-indicatoren, sturingsinstrumenten en evaluaties worden gebruikt om vast te stellen of de inzet van middelen daadwerkelijk leidt tot betere dienstverlening, hogere productiviteit en een grotere bijdrage aan de beleidsdoelstellingen? Op welke wijze wordt opvolging gegeven aan de uitkomsten van deze evaluaties? Kan de Minister hiervan recente voorbeelden geven?</al>
            <al>De leden van de CDA-fractie vragen op welke wijze binnen het uitvoeringslandschap wordt ingezet op efficiënter werken, bijvoorbeeld door scherpere sturing op tijdsbesteding, digitalisering en automatisering. Uit onderzoek van EY<noot id="ID-1258508-d40e337" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al>EY, 8 april 2026, «Hoe uitvoeringsorganisaties tot 50% productiviteitsverbetering kunnen realiseren» <extref doc="https://www.ey.com/nl_nl/insights/government-public-sector/hoe-uitvoeringsorganisaties-tot-50-procent-productiviteitsverbetering-kunnen-realiseren" soort="URL" status="actief">Hoe uitvoeringsorganisaties tot 50% productiviteitsverbetering kunnen realiseren | EY - Nederland</extref></noot.al></noot> blijkt dat aanzienlijke productiviteitswinsten mogelijk zijn bij uitvoeringsorganisaties. In hoeverre herkent de Minister dit beeld? Welke productiviteits- en efficiëntiedoelstellingen hanteert de Minister voor organisaties die uitvoering geven aan het EZ-beleid? Welke mogelijkheden ziet de Minister om langs deze weg de productiviteit te verhogen en de druk op de uitvoeringscapaciteit te verlagen?</al>
            <tussenkop kopopmaak="vetcur">Evaluatie Kamer van Koophandel (KvK)</tussenkop>
            <al>De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de evaluatie van de Kamer van Koophandel over de periode 2018–2024. Deze leden spreken hun waardering uit voor de belangrijke rol die de Kamer van Koophandel vervult bij het registreren, informeren en ondersteunen van ondernemers. Zij constateren dat de evaluatie over het algemeen positief oordeelt over de dienstverlening van de KvK en concludeert dat met name de registertaak, de voorlichtingstaak en het beheer van het digitaal ondernemersplein goed aansluiten bij de kernrol van de organisatie. Uit de evaluatie blijkt dat de taken op het gebied van innovatie- en regiostimulering weliswaar relevant worden geacht, maar dat deze minder goed aansluiten bij de kerntaken van de KvK. Daarnaast geven stakeholders aan deze activiteiten eerder bij andere organisaties te verwachten, tenzij sprake is van een duidelijke koppeling met de register- en voorlichtingstaken van de KvK. De evaluatie adviseert daarom om binnen één jaar te komen tot een herijking van deze taken en, indien onvoldoende meerwaarde kan worden aangetoond, te bezien of deze wettelijke taken kunnen vervallen.</al>
            <al>De leden van de CDA-fractie vragen de Minister of zij de conclusie deelt dat, mede in het licht van de toekomstige gevolgen van Europese regelgeving voor de financiering van de registers, een fundamentele herbezinning op de wettelijke taken van de KvK wenselijk is. Zo ja, op welke wijze wil zij hier invulling aan geven? Zo nee, waarom niet?</al>
            <al>De leden van de CDA-fractie vragen voorts of de Minister van mening is dat de huidige zes wettelijke taken van de KvK nog steeds in samenhang noodzakelijk zijn, of dat het moment is aangebroken om nadrukkelijker keuzes te maken over welke taken wel en niet tot het publieke takenpakket van de KvK behoren. Kan de Minister hierbij per wettelijke taak aangeven hoe deze bijdraagt aan de kerndoelstelling van het economisch beleid?</al>
            <al>De leden van de CDA-fractie vragen daarnaast of de Minister bereid is om, vooruitlopend op een eventuele herijking, de mogelijkheid te onderzoeken om de wettelijke taken op het gebied van innovatie- en regiostimulering te beëindigen. Welke financiële, organisatorische en maatschappelijke gevolgen zouden hieraan verbonden zijn?</al>
            <al>De leden van de CDA-fractie constateren ten aanzien van de fysieke ondernemerspleinen constateren dat de evaluatie beperkt inzicht geeft in de effectiviteit van deze voorziening. Is de Minister bereid te onderzoeken of deze wettelijke taak kan vervallen, waarbij fysieke ondersteuning voor ondernemers waar nodig beschikbaar blijft via alternatieve kanalen, bijvoorbeeld in samenwerking met gemeenten en regionale partners?</al>
            <al>Tot slot verzoeken de leden van de CDA-fractie de Minister om inzicht te geven in de financiële gevolgen van het beëindigen van de innovatie- en regiostimuleringstaak en/of de fysieke ondernemerspleinen. Kan hierbij een meerjarige doorrekening worden verstrekt, met een doorkijk van ten minste twaalf jaar?</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de rapporteurs</tussenkop>
            <al>De rapporteurs hebben kennisgenomen van de stukken en hebben hier de volgende opmerkingen bij. De Algemene Rekenkamer noemde 2025 een jaar van stilstand. Er zijn weliswaar hoge ambities, maar er is te weinig vooruitgang. Dat geldt volgens de Algemene Rekenkamer ook als het gaat om het concurrentievermogen. Het doel om de R&amp;D uitgaven op te schroeven wordt bijvoorbeeld niet gehaald en Nederland is de afgelopen jaren teruggezakt op de lijst met meest concurrerende economieën.<noot id="ID-1258508-d40e371" type="voet"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al>Dat Nederland recent weer twee plaatsen gestegen is zien we als goed nieuws, maar vooral als aanmoediging om door te blijven zetten om het concurrentievermogen echt duurzaam/structureel te verbeteren.</noot.al></noot> Deze rapporteurs hebben naar de Jaarverslagen van 2025 gekeken, vooral om ervan te leren voor de toekomst. Zij hebben zich de vraag gesteld: wat is het verhaal achter de stilstand en wat is er vervolgens in 2026 en verder nodig om in beweging te komen. Daarbij leggen de rapporteurs de focus op zichtbare en merkbare resultaten in de economie, boven voortgang die vooral binnen het ministerie en op papier bestaat. Daarbij sluiten zij zo veel mogelijk aan bij de observaties van de Algemene Rekenkamer.</al>
            <al>In beweging komen vergt volgens de rapporteurs in de eerste plaats dat niet alleen doelen gesteld worden met betrekking tot waar je naar toe wilt, maar dat ook wordt geïnvesteerd in een concrete routekaart die vertelt hoe men er komt. Een routekaart met duidelijke mijlpalen en tussenstations. Daarmee wordt een routekaart ook een dashboard dat helpt om vast te stellen of we voldoende in beweging zijn. Dat is in de ogen van de rapporteurs ook onmisbaar als gestuurd moet worden op 1,5% structurele groei. De rapporteurs vragen de Minister om te komen met een dergelijke routekaart en dashboard, met daarbij concrete mijlpalen. Daarbij adviseren de rapporteurs de Minister om advies in te winnen bij partijen die hier al eerder over hebben nagedacht zoals de heer Wennink, TNO en de Kenniscoalitie. Deze rapporteurs vragen of de Minister bereid is om te investeren in een concrete routekaart en dashboard op basis waarvan de voortgang van het economisch beleid kan worden gemonitord en hierover advies in te winnen bij externe adviseurs zoals de heer Wennink.</al>
            <al>De tweede conclusie van de rapporteurs is dat Nederland niet alleen in beweging moet komen, maar ook dat voorkomen moet worden dat men stilvalt. Dat vraagt in de ogen van de rapporteurs twee belangrijke dingen. In de eerste plaats dient de Minister vooraf zekerheid te verschaffen of ze kan leveren op beloftes. Dat kan bijvoorbeeld via uitvoeringstoetsen die in de ogen van de rapporteurs van doorslaggevende betekenis zouden moeten zijn in het beleidsproces. Deze rapporteurs achten dat cruciaal voor een betrouwbare overheid. Een overheid die duidelijkheid verschaft over wat het kan leveren, wanneer en dat vervolgens ook doet. Laten we leren van de lessen van het Nationaal Groeifonds, waar dat niet altijd goed ging.</al>
            <al>Het tweede punt dat van belang is om stilstand te voorkomen is effectief signaleren. De rapporteurs zijn van mening dat de Minister alerter kan worden op signalen dat het ergens knelt. Als middelen niet tot besteding komen en/of worden doorgeschoven via kasschuiven, kan dat een teken zijn. In het bijzonder wanneer dat in meerdere jaren voorkomt of om substantiële delen van het budget gaat. Een betere classificatie en duiding van onbenutte middelen (onderuitputting + kasschuiven) is daarmee ook een belangrijk signaleringssysteem. De rapporteurs vragen daarom aan de Minister om met betere inzichten en duiding van onbenutte middelen te komen. Is de Minister bereid om aan uitvoeringstoetsen een doorslaggevende rol te geven in het beleidsproces en de Kamer van betere informatie en duiding te voorzien met betrekking tot middelen die gedurende het jaar niet tot besteding komen?</al>
            <al>Als derde punt constateren deze rapporteurs dat voortgang op doelen de verenigde slagkracht van de Rijksoverheid vraagt en daarmee ook van de organisaties die het financiert. Hier ervaren deze rapporteurs een blinde vlek. Zij zien dat de financiering toeneemt van bijvoorbeeld TNO en de KvK, en dat ook de RVO sterk is gegroeid. Zij zien geld naar Europese fondsen gaan of kapitaalstortingen in InvestNL Om daar echter een beter beeld van te krijgen, moet de Kamer allemaal externe bronnen bij elkaar puzzelen. Dat is ondoenlijk. Daarom zijn deze rapporteurs van mening dat het jaarverslag hier meer aandacht aan mag besteden. Kerninzichten vanuit de organisaties die de Minister financiert of waar zij beleidsverantwoordelijk voor is, achten deze rapporteurs van groot belang. Omdat dit ook zijn beperkingen en/of grenzen heeft, pleiten deze rapporteurs daarnaast voor één centraal platform waar het jaarverslag naar kan verwijzen voor verdiepende informatie. Jaarverslag en platform zouden in de ogen van de rapporteurs naadloos op elkaar moeten aansluiten zodat gemakkelijk geschakeld kan worden tussen de twee. In de ogen van de rapporteurs zou in dit platform de «routekaart» centraal moeten staan en de mogelijkheden moeten bieden om verdiepende inzichten te krijgen over alle relevante bouwblokken van het beleid. De website «bedrijvenbeleid in beeld» biedt een goede basis om op voort te bouwen. Is de Minister bereid om in volgende Jaarverslagen meer kerninzichten te delen over organisaties die uitvoering geven aan haar beleid (en/of dat zij financiert) en alle relevante verdiepende informatie bij elkaar te brengen in één centraal platform?</al>
            <al>Tot slot constateren deze rapporteurs dat het van belang is om meer inzicht te verschaffen in de capaciteitsinzet van het ministerie en de (uitvoerings)organisaties die zij financiert. Dat begint met het overzichtelijk bij elkaar zetten van informatie die reeds beschikbaar is uit bronnen als de Jaarrapportage bedrijfsvoering Rijk. Vervolgens achten deze rapporteurs het van belang om een beeld te hebben van waar zich grote maatschappelijke of economische risico’s kunnen voortdoen in het geval er niet (tijdig) wordt geleverd. Zij zijn van mening dat er tussen beleidsdossiers grote verschillen in potentiële risico’s bestaan. Zo’n analyse is dan de basis om beter met risico’s om te gaan. Meer structureel denken deze rapporteurs dat het goed is om explicieter aandacht te besteden aan capaciteitsvraagstukken, in het bijzonder bij evaluaties en de opvolging (reactie) daarop. Dit sluit ook aan bij de oproep in de periodieke rapportage om – naast financiële middelen – ook de capaciteit inzichtelijk te maken. Deze rapporteurs vragen de Minister of zij in reacties op evaluaties explicieter in kan gaan op mogelijkheden om capaciteit te besparen of deze effectiever in te zetten. Welke mogelijkheden ziet de Minister om de Kamer meer inzicht te geven in capaciteitsvraagstukken en is de Minister bereid om in reacties op evaluaties hier explicieter in te gaan op mogelijkheden om capaciteit beter te richten of te besparen?</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop kopopmaak="vet">
              <nr status="officieel">II</nr>
              <titel>Antwoord/Reactie van de Minister</titel>
            </kop>
          </divisie>
        </vrije-tekst>
      </algemeen>
    </nds-stuk>
  </niet-dossier-stuk>
</officiele-publicatie>