﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/nds-tk-2026D22310/metadata.xml" />
  </metadata>
  <niet-dossier-stuk>
    <nds-nr>2026D22310</nds-nr>
    <nds-stuk>
      <titel>INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG</titel>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>In de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport bestond bij enkele fracties behoefte een aantal vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over diverse brieven inzake Voedselveiligheid (zie bijlage I).</al>
            <al-groep>
              <al>De voorzitter van de commissie,</al>
              <al>Mohandis</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Adjunct-griffier van de commissie,</al>
              <al>Sjerp</al>
            </al-groep>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
      </algemeen>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <tussenkop kopopmaak="vet">Inhoudsopgave</tussenkop>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>I.</li.nr>
                <al>
                  <nadruk type="vet">Vragen en opmerkingen vanuit de fracties</nadruk>
                </al>
                <al>
                  <nadruk type="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie</nadruk>
                </al>
                <al>
                  <nadruk type="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie</nadruk>
                </al>
                <al>
                  <nadruk type="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie</nadruk>
                </al>
                <al>
                  <nadruk type="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie</nadruk>
                </al>
                <al>
                  <nadruk type="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie</nadruk>
                </al>
                <al>
                  <nadruk type="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie</nadruk>
                </al>
                <al>
                  <nadruk type="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie</nadruk>
                </al>
                <al>
                  <nadruk type="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie</nadruk>
                </al>
                <al>
                  <nadruk type="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep Markuszower</nadruk>
                </al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>II.</li.nr>
                <al>
                  <nadruk type="vet">Reactie van de Minister</nadruk>
                </al>
              </li>
            </lijst>
          </tekst>
          <divisie opmaak="default">
            <kop kopopmaak="vet">
              <nr status="officieel">I.</nr>
              <titel>Vragen en opmerkingen vanuit de fracties</titel>
            </kop>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie</tussenkop>
            <al>De leden van de D66-fractie danken de Minister voor de brief over Voedselveiligheid en problematiek rondom stikstof en PFAS. Daartoe hebben deze leden enkele vragen.</al>
            <al>PFAS kent grote risico’s voor de volksgezondheid. Daarom achten de leden van de D66-fractie het belangrijk om het gebruik hiervan zoveel mogelijk terug te dringen en te voorkomen dat het resterende verblijf hiervan onacceptabele risico's met zich meebrengt. In het coalitieakkoord is afgesproken dat Nederland kartrekker gaat worden voor een Europees verbod op PFAS. Daartoe vragen de leden van de D66-fractie wat hierin momenteel de stand van zaken is: welke acties zijn tot dusver al ondernomen en welke acties worden er de komende tijd nog verwacht?</al>
            <al>Daarnaast achten de leden van de D66-fractie het belangrijk om PFAS-houdende producten bij consumenten terug te dringen. Daartoe vragen deze leden of de genoemde verkenning al gestart is en wanneer de resultaten verwacht worden.</al>
            <al>De leden van de D66-fractie lezen dat het momenteel nog niet mogelijk is om hobbykippenhouders een advies te geven hoe de PFAS in hun eieren te verminderen. Consumenten kunnen hun eieren kunnen laten testen bij een laboratorium om te weten hoeveel PFAS erin zit; daartoe vragen de leden van de D66-fractie of de mogelijkheid verkend wordt om dit gratis te maken?</al>
            <al>Daarnaast hebben de leden van de D66-fractie nog een vraag over de Nutri-Score. Zo stelt de Gezondheidsraad dat het van belang is dat de Nutri-Score beter aansluit op de huidige geldende voedingsadviezen. Kan de Minister aangeven of er acties ondernomen worden om het advies van de Gezondheidsraad over Nutri-Scores op te volgen?</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie</tussenkop>
            <al>De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de voorliggende stukken en hebben daarover nog enkele vragen en opmerkingen.</al>
            <al>De leden van de VVD-fractie zijn groot voorstander van de Nederlandse ambities op het gebied van biotechnologie. In het rapport van Peter Wennink wordt de sector nadrukkelijk benoemd als een belangrijke pijler onder het toekomstige Nederlandse verdienvermogen. Ook op het gebied van kweekvlees en precisiefermentatie hebben genoemde leden vanuit de commissie Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) reeds meerdere moties ingediend. In een recent breed aangenomen motie hebben deze leden bovendien opgeroepen tot het opstellen van een innovatieagenda voor de biotechnologie. De leden van de VVD-fractie vinden het daarbij van groot belang dat de ministeries van VWS en LVVN nauw samenwerken. Vanuit dat kader hebben zij de volgende vragen aan de Minister. Zijn de Ministers van VWS en LVVN voornemens gezamenlijk invulling te geven aan de innovatieagenda voor biotechnologie? Zo ja, op welke wijze wordt deze samenwerking vormgegeven? Kan de Minister aangeven hoe het bedrijfsleven en de kennisinstellingen bij deze agenda worden betrokken?</al>
            <al>De leden van de VVD-fractie ontvangen vanuit de biotechsector signalen dat de huidige eisen rondom regelgeving, toezicht, handhaving en markttoelating in de praktijk innovatie kunnen vertragen. Daarbij wordt onder meer gewezen op langdurige procedures voor Europese markttoelating van Novel Foods, die in de praktijk vaak langer duren dan de beoogde termijn van één tot twee jaar. Herkent de Minister deze signalen? Welke mogelijkheden ziet de Minister, zowel nationaal als in Europees verband, om toelatingsprocedures efficiënter en voorspelbaarder te maken, zodat innovatieve producten sneller toegang krijgen tot de markt zonder afbreuk te doen aan voedselveiligheid? Kan de Minister daarbij tevens reflecteren op de gevolgen die langdurige en complexe procedures kunnen hebben voor het Europese investeringsklimaat, het aantrekken van durfkapitaal en het behoud van innovatieve biotechbedrijven binnen Nederland en Europa?</al>
            <al>De Europese Commissie stelt, in het Omnibuspakket voedsel- en diervoederveiligheid voor, dat met name de aanwezigheid van levende cellen relevant is vanuit het oogpunt van voedselveiligheid en handhaving. In het BNC-fiche lezen de leden van de VVD-fractie echter dat Nederland eventuele DNA-residuen tot een minimum beperkt wil houden. Kan de Minister toelichten waarom Nederland op dit punt een andere benadering kiest dan de Europese Commissie en op welke inzichten deze inzet is gebaseerd?</al>
            <al>De leden van de VVD-fractie hebben signalen ontvangen dat de Europese Commissie mede op initiatief van Nederland aanstuurt op het onderbrengen van microbiële culturen binnen de additievenregelgeving. Dit zou betekenen dat voor dergelijke toepassingen dezelfde toelatingsroute gaat gelden als voor chemische stoffen in voedingsmiddelen. Kan de Minister toelichten waarom voor deze route wordt gekozen en hoe deze keuze zich verhoudt tot het streven om innovatie binnen de biotechsector te stimuleren?</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie</tussenkop>
            <al>De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de voorliggende stukken en hebben daarover nog enkele vragen en opmerkingen.</al>
            <al>Naar aanleiding van het thema/brief inzake Voedselveiligheid. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Minister een zienswijze te delen over de Europese Omnibus Food &amp; Feed en de mogelijke aanpassing van de regels voor toelating en (her)beoordeling van pesticiden en de werkzame stoffen daarin. Hoe kijkt de Minister vanuit haar beleidsverantwoordelijkheid voor volksgezondheid naar de mogelijke impact van deze Omnibus op de voedselveiligheid? Zal de Minister de expertise van haar departement verlenen aan haar collega van LVVN zodat gezondheid sterk wordt meegewogen in het definitieve kabinetsstandpunt over de Omnibus Food &amp; Feed? Zal de Minister ervoor zorgen dat overwegingen aangaande volksgezondheid prioriteit krijgen boven particuliere of publieke financiële belangen? Verder vragen deze leden of de Minister al eigen analyses heeft laten maken over het Omnibusvoorstel. Zo ja, kan de Minister die met de Kamer delen? Zo nee, bent u voornemens alsnog dergelijke analyses te laten uitvoeren?</al>
            <al>Naar aanleiding van het thema/brief inzake NVWA handhaving peutermelk vervolg 2020. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen in de brieven van juni 2020 (Kamerstuk <extref doc="kst-31532-250" soort="document" status="actief">31 532, nr. 250</extref>) en van maart 2022 (Kamerstuk <extref doc="kst-26991-581" soort="document" status="actief">26 991, nr. 581</extref>) dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) destijds is verzocht om bij peutermelk niet te handhaven op aspecten die wel voldoen aan de oude regels voor producten voor bijzondere voeding (Richtlijn 2009/39/EG), maar vanaf 20 juli 2016 niet aan de Europese (en nationale) regels die gelden voor gewone levensmiddelen. Kan de Minister toelichten wat de huidige stand van dit dossier is? Zijn alle controles volledig hernomen of zijn er op heden nog aspecten die niet worden gehandhaafd? Zo nee, hadden dergelijke controles kunnen helpen om eventuele besmettingen met cereulide te kunnen voorkomen, zoals mogelijks in februari jl. gebeurde op basis van babyvoeding van Nestlé en Danone?</al>
            <al>De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen verder wat de stand is van het onderzoek van de NVWA en de Stichting Controle Orgaan Kwaliteits Zaken (COKZ) naar de bron van besmetting van babyvoeding met cereulide, alsook het onderzoek naar de vraag of meldingen van bedrijven tijdig en volledig zijn gedaan. Kan de Minister hierover een update geven? Voorts is er sinds 2 februari 2026 een nieuwe Europese grenswaarde van 0,014 microgram cereulide per kilogram lichaamsgewicht geldig. In welke mate wordt hierop reeds gecontroleerd in Nederland? Welke aandeel van de in Nederland verkochte babyvoedingsproducten voldoen met zekerheid aan die nieuwe norm?</al>
            <al>De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat recente incidenten rond toxische stoffen niet tot voedsel waren beperkt, maar ook op andere waren betrekking hadden, zoals asbest in speelzand en kinderspeelgoed. Welke concrete stappen zijn er sinds februari jl. al door Nederland gezet om in Europees verband de grenswaarde voor asbest in speelgoed aan te scherpen? Welke stappen zal de Minister dit jaar nog zetten in die zin? Zal de Minister op basis van de verschillende recente incidenten rond toxische stoffen in voeding en andere waren nieuw beleid voorstellen om preventie te versterken? Zo ja, welke opties onderzoekt de Minister momenteel? Zo nee, waarom niet?</al>
            <al>Naar aanleiding van het thema/brief inzake Aanpak veiligheid voedingssupplementen. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie stellen vast dat in 2020 de toezichtscapaciteit voor deze omvangrijke voedingssupplementenbranche klein was, hoewel destijds bleek dat een aanzienlijk aantal bedrijven zich onvoldoende aan de wettelijke eisen voor voedselveiligheid hielden. Kan de Minister aangeven hoeveel bedrijven uit deze sector de afgelopen 3 jaar zijn geïnspecteerd? Welk percentage van het totaal aantal bedrijven uit de voedingssupplementenbranche zijn geïnspecteerd? In welke mate is sinds 2020 de toezichtscapaciteit toegenomen of juist gekrompen?</al>
            <al>Naar aanleiding van het thema/brief inzake Ontwikkelingen voedselveiligheidsbeleid. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de VWS-middelen voor de NVWA onvoldoende meestijgen met de grote kostenstijging van de NVWA en dat mede daardoor minder toezichttaken door de NVWA kunnen worden opgenomen. Kan de Minister toelichten welke impact deze lagere toezicht heeft op het risico op voedselveiligheidsincidenten? Hoeveel bijkomende middelen zou de NVWA op jaarlijkse basis nodig hebben om alle toezichtstaken naar behoren uit te voeren, inclusief het opnieuw uitvoeren van taken waarmee de NVWA gestopt is naar aanleiding van de financiële kaders?</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie</tussenkop>
            <al>De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de voorliggende stukken over Voedselveiligheid en hebben daarover nog enkele vragen en opmerkingen.</al>
            <al>Deze leden onderschrijven dat goed toezicht, stevige handhaving en duidelijke normstelling noodzakelijk zijn waar het gaat om voedselveiligheid. De overheid heeft de taak om consumenten te beschermen tegen vervuiling en risico’s in voedsel. Tegelijkertijd mag die inzet er niet toe leiden dat de vrijheid van burgers om zelf in voedsel te voorzien steeds verder wordt teruggedrongen. Voor deze leden is dat een principieel punt. Het uitgangspunt moet zijn dat mensen in vrijheid zelf voedsel moeten kunnen produceren, houden en consumeren, en dat de overheid vervolgens de taak heeft om de leefomgeving schoon en veilig te maken.</al>
            <al>De leden constateren dat uit de stukken een duidelijke rode draad naar voren komt. Sinds het fipronil-incident is sterk ingezet op versterking van ketenborging, private kwaliteitssystemen, vroegsignalering en beter toezicht. Dat is begrijpelijk. Maar juist de PFAS-problematiek laat zien dat de grootste bedreiging voor voedselveiligheid in toenemende mate niet alleen in de keten zelf zit, maar in een vervuilde leefomgeving, waardoor ook lokaal geproduceerd voedsel en eieren van eigen kippen besmet kunnen raken. Deze leden vragen de Minister daarom te bevestigen dat in zulke gevallen niet het zelf produceren van voedsel het eigenlijke probleem is, maar de aanwezigheid van schadelijke stoffen in bodem, water en voedselketen.</al>
            <al>De leden van de PVV-fractie lezen dat voor eieren van hobbykippen het advies luidt dat men er beter voor kan kiezen deze niet te eten, terwijl eieren uit de supermarkt, markt of speciaalzaak als veilig worden aangemerkt omdat zij onder Europese wetgeving vallen en worden gecontroleerd. Deze leden vragen of de Minister het wenselijk acht dat de feitelijke beleidsuitkomst voor burgers steeds vaker neerkomt op: koop het liever in de winkel dan het zelf te produceren.</al>
            <al>Voorts lezen de leden van de PVV-fractie dat inmiddels beter bekend is waar de PFAS in hobbykipeieren vandaan komt, namelijk vooral uit regenwormen en mogelijk andere kleine bodemdieren, maar dat dit nog geen praktisch handelingsperspectief oplevert voor houders van hobbykippen. Deze leden vragen de Minister waarom de kennis over de bron wel is toegenomen, maar dit nog niet heeft geleid tot concrete handelingsopties voor burgers om hun eieren veilig te kunnen blijven consumeren. Zij vragen de Minister welke maatregelen op dit moment worden onderzocht om de vervuilingsroute via de leefomgeving daadwerkelijk terug te dringen, in plaats van zich te beperken tot een consumptieadvies. Daarbij benadrukken de leden van de PVV-fractie dat zij willen voorkomen dat de terechte aandacht voor PFAS-vervuiling wordt misbruikt om opnieuw generieke druk te zetten op woningbouw, economische ontwikkeling of de agrarische sector, terwijl de kernopgave juist moet zijn om concrete vervuilingsbronnen doelgericht aan te pakken en burgers hun vrijheid terug te geven om veilig zelf voedsel te produceren.</al>
            <al>Deze leden vragen de Minister ook hoe zij voorkomt dat de overheid bij dit soort dossiers ongemerkt opschuift van voedselveiligheidsbeleid naar gedragssturing van burgers. De leden van de PVV-fractie vragen waar voor de Minister de grens ligt tussen waarschuwen voor een reëel risico en het feitelijk ontmoedigen van kleinschalige, particuliere voedselproductie. Ook vragen zij of de Minister bereid is als uitgangspunt te hanteren dat niet de vrijheid om zelf voedsel te produceren moet worden ingeperkt, maar dat de overheid ervoor moet zorgen dat de omgeving waarin dat gebeurt schoner en veiliger wordt gemaakt. De leden van de PVV-fractie onderstrepen dat de vervuilde leefomgeving geen nieuw excuus mag worden om Nederland verder op slot te zetten.</al>
            <al>Tot slot vragen genoemde leden hoe deze lijn zich verhoudt tot de bredere ontwikkeling in het voedselveiligheidsbeleid. Hoe wordt door de Minister geborgd dat zelfvoorziening, kleinschaligheid en de vrijheid van burgers om zelf dierlijke producten te houden en te consumeren niet stelselmatig in de verdrukking raken, als de overheid steeds meer nadruk legt op controle, toezicht en gereguleerde ketens? De leden van de PVV-fractie vragen de Minister uiteen te zetten welke plaats zij toekent aan deze vrijheid binnen het voedselveiligheidsbeleid van de komende jaren.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie</tussenkop>
            <al>De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de voorliggende stukken en hebben daarover nog enkele vragen en opmerkingen.</al>
            <al>Naar aanleiding van het thema/brief inzake Private borging voedselketens. De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de ontwikkelingen rondom private borging van voedselketens en zijn van mening dat de rol die private partijen nemen goed aansluit bij het benutten van de kracht van de agrarische sector. Deze leden hebben aanvullende vragen.</al>
            <al>De leden van de CDA-fractie onderschrijven de zorgen rondom het probleem van free rider gedrag bij private certificering. Deze leden vragen de Minister om mogelijkheden uit te werken om dit free riders gedrag tegen te kunnen gaan en deze te delen met de Kamer.</al>
            <al>De leden van de CDA-fractie hechten grote waarde aan inzet op het versterken van nationale voedselketens waar mogelijk. Deze leden hebben kennisgenomen van de constatering dat verwerkende en retailbedrijven de website ketenborging.nl weinig gebruiken om zich aan Nederlandse initiatieven te binden. Deze leden vragende Minister te inventariseren hoe dit gestimuleerd kan worden, zodat de website ketenborging.nl benut wordt.</al>
            <al>Naar aanleiding van het thema/brief inzake Zesde voortgangsrapportage Kansrijke Start. De leden van de CDA-fractie maken graag van de gelegenheid gebruik om aanvullende en verduidelijkende vragen te stellen over de aanpak Kansrijke Start.</al>
            <al>De leden van de CDA-fractie vinden het Actieprogramma Kansrijke Start een zeer goed initiatief en vinden het dan ook goed dat er in het coalitieakkoord is afgesproken dat er geïnvesteerd gaat worden in het Actieprogramma Kansrijke Start. Deze leden zouden graag van de Minister horen op welke wijze het kabinet het programma gaat versterken en waar het kabinet voornemens is de investeringen concreet te laten landen.</al>
            <al>De leden van de CDA-fractie horen graag van de Minister hoe het staat met de voortgang van de opvolging van de motie ingediend door het lid Poortman c.s. over voorstellen voor uitbreiding van het programma Kansrijke Start.</al>
            <al>Naar aanleiding van het thema/brief inzake Beantwoording openstaande vragen over import van rundvlees uit Brazilië met oestradiol. De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de reactie op de import van rundvlees uit Brazilië met oestradiol. Deze leden hechten belang aan een gelijk speelveld voor Europese ondernemers die vaak aan hogere eisen voldoen dan producten die geïmporteerd worden wat de Europese voedselmarkt niet ten goede komt. Deze leden vragen de Minister wat de inzet is van Nederland in Europees verband om enerzijds normen die voedselveiligheid garanderen te waarborgen en tegelijkertijd te pleiten voor een gelijk speelveld.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie</tussenkop>
            <al>De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de brieven en overige stukken over Voedselveiligheid. Deze leden willen vooropstellen dat voedselveiligheid van het hoogste belang is. Tegelijkertijd constateren zij dat Nederland in toenemende mate afhankelijk is van import van voedselproducten uit landen buiten de EU, terwijl juist herhaaldelijk blijkt dat daar significante voedselveiligheidsrisico’s en structurele tekortkomingen in toezicht en handhaving bestaan. Dat roept fundamentele vragen op.</al>
            <al-groep>
              <al>De leden van de BBB-fractie benadrukken dat Nederland en de EU beschikken over een van de strengste voedselveiligheidsstelsels ter wereld. In meerdere brieven wordt bevestigd dat het vertrouwen in Nederlands voedsel hoog is en dat de voedselveiligheid hier structureel op orde is. Tegelijkertijd zien deze leden dat incidenten met besmet voedsel in de praktijk vaak voortkomen uit importstromen, zoals ethyleenoxide in sesamzaad uit India, Hepatitis A via blauwe bessen uit Polen, en recente meldingen rondom vleesimporten en controles in derde landen zoals China en Brazilië. Dit bevestigt in de ogen van deze leden een structureel patroon: waar we in Nederland en de EU streng reguleren, ontstaan risico’s vooral daar waar we afhankelijk zijn van import uit systemen met lagere of aantoonbaar onvoldoende borging.</al>
              <al>De leden van de BBB-fractie vinden daarom dat het uitgangspunt scherper moet worden: wat hier niet geproduceerd mag worden, mag ook niet geïmporteerd worden. Gelijke eisen aan importproducten zijn daarbij essentieel, maar deze leden vragen of dat in de praktijk wel voldoende wordt gehandhaafd en of de huidige controlecapaciteit van NVWA en Europese systemen (zoals Rapid Alert System for Food and Feed – RASFF) wel toereikend is om risico’s vroegtijdig uit te sluiten in plaats van achteraf te moeten ingrijpen.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>De leden van de BBB-fractie vragen daarnaast specifiek naar voorbeelden van voedselveiligheidsincidenten met geïmporteerde producten in de afgelopen vijf jaar. Kan de Minister een overzicht geven van de incidenten waarbij verboden stoffen of ziekteverwekkers zijn aangetroffen in importproducten, de herkomstlanden van deze producten en de uiteindelijke volksgezondheidsimpact (aantal zieken, ziekenhuisopnames, etc.)? Deze leden wijzen in dit verband ook op recente EU-audits waaruit blijkt dat controlesystemen in derde landen, zoals China bij pluimveevlees onvoldoende garanties bieden voor naleving van EU-standaarden. Hoe beoordeelt de Minister deze bevindingen in relatie tot de huidige importafhankelijkheid van Nederland en de EU? En welke concrete consequenties worden hieraan verbonden, bijvoorbeeld in de vorm van strengere importrestricties of herziening van handelsstromen?</al>
              <al>De leden van de BBB-fractie zijn ook geschrokken van het meest recente Efsa-rapport<noot id="ID-1247936-d40e270" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al><extref doc="https://www.efsa.europa.eu/en/news/pesticide-residues-food-latest-data-released" soort="URL" status="actief">Pesticide residues in food: latest data released | EFSA</extref></noot.al></noot> over gewasbeschermingsmiddel-residuen op voedsel, waaruit bleek dat voedsel geïmporteerd van buiten de EU drie keer zo vaak niet voldeed aan de veiligheidseisen als voedsel van binnen de EU. Genoemde leden zien hierin een enorm risico voor niet alleen de voedselveiligheid, maar ook de volksgezondheid en de veiligheid van onze gewassen en dieren, omdat bij overmatig gebruik van bepaalde middelen in het buitenland uiteraard resistente bacteriën, schimmels en andere plagen kunnen ontstaan, die bij import van goederen mee kunnen komen naar Nederland.</al>
            </al-groep>
            <al>Tot slot vragen de leden van de BBB-fractie hoe de Minister de balans ziet tussen handelsbelangen en voedselveiligheid. Is de Minister bereid om het principe te onderschrijven dat producten die in de EU niet zijn toegestaan om te produceren vanwege gezondheids- of milieurisico’s, ook niet via import op de Europese markt terecht zouden moeten kunnen komen? Zo nee, waarom niet? Hoe beziet de Minister in dat licht de afspraken in het Mercosur-verdrag? Hoe groot acht zij de kans dat door meer import van buitenlands voedsel, ook (multi)resistente bacteriën, schimmels, virussen en andere ziekteverwekkers geïmporteerd worden? Kan de Minister hierin meenemen dat op geen enkele manier getest wordt voor resistentie van ziekteverwekkers die mogelijk mee geïmporteerd worden en dat uit het rapport «zoönosen in het vizier'<noot id="ID-1247936-d40e284" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al><extref doc="https://open.overheid.nl/documenten/ronl-5d9e7238-d6ab-4070-88c7-b8be8abfe037/pdf" soort="URL" status="actief">https://open.overheid.nl/documenten/ronl-5d9e7238-d6ab-4070-88c7-b8be8abfe037/pdf</extref></noot.al></noot> expliciet gewaarschuwd is dat Nederland door de grote hoeveelheid handel en doorvoer van goederen al juist heel kwetsbaar is voor uitbraken die in het buitenland ontstaan. Deelt de Minister de mening dat duidelijk is dat productie van voldoende voedsel in Nederland een veiligere basis is dan de inzet op verlagen van de productie en daarnaast inzet op import vanuit het buitenland, omdat toezicht en handhaving op voedselveiligheid daardoor veel moeilijker wordt en we onze volksgezondheid daardoor mogelijk in gevaar brengen?</al>
            <al-groep>
              <al>De leden van de BBB-fractie vragen daarnaast aandacht voor proportionaliteit in voedselveiligheidsbeleid. Deze leden constateren dat kleinschalige Nederlandse producenten, zoals boeren met een melktap, steeds verder worden belast met aanvullende eisen en controles, terwijl uit eerdere beantwoording van Kamervragen blijkt dat de noodzaak van sommige maatregelen moeilijk hard te maken is met concrete uitbraakgegevens. Kan de Minister aangeven hoeveel bewezen ziektegevallen in de afgelopen jaren daadwerkelijk direct herleidbaar waren tot rauwe melk afkomstig van Nederlandse melktappunten, specifiek voor salmonella, campylobacter en STEC? Acht de Minister het proportioneel om maandelijkse testverplichtingen op te leggen aan kleinschalige Nederlandse producenten wanneer de omvang van het aantoonbare risico beperkt lijkt, terwijl tegelijkertijd herhaaldelijk ernstige voedselveiligheidsincidenten optreden bij geïmporteerde producten uit derde landen?</al>
              <al>Hoe voorkomt de Minister dat voedselveiligheidsbeleid doorslaat in administratieve lasten voor Nederlandse boeren en streekproducenten, terwijl consumenten tegelijkertijd via importproducten bewezen worden blootgesteld aan risico’s uit landen waar toezicht en handhaving aantoonbaar minder betrouwbaar zijn?</al>
            </al-groep>
            <al>Daarnaast hebben deze leden zorgen over de toenemende meldings- en terugroepcultuur. In de beleidsregel rond het binnen vier uur melden van mogelijke voedselveiligheidsrisico’s zien zij een spanning ontstaan tussen snelheid en proportionaliteit. Snelheid is belangrijk, maar deze leden signaleren ook dat meldingen regelmatig leiden tot grote maatschappelijke onrust terwijl achteraf blijkt dat er geen daadwerkelijk voedselveiligheidsrisico was. Dit roept de vraag op of het systeem niet te gevoelig is ingericht, waardoor het «vals alarm»-effect optreedt. Erkent de Minister dat een te lage drempel voor melding kan leiden tot onnodige onrust bij consumenten en verminderde effectiviteit van het systeem?</al>
            <al>De leden van de BBB-fractie vragen de Minister daarom inzichtelijk te maken hoe vaak in de afgelopen vijf jaar een melding op grond van de vier-uursmeldplicht is gedaan waarbij achteraf is vastgesteld dat er geen sprake was van een reëel voedselveiligheidsrisico. Graag uitgesplitst per jaar en waar mogelijk per sector of productgroep. Hoe vaak heeft dit geleid tot terugroepacties, publieke waarschuwingen of RASFF-meldingen die achteraf gezien niet noodzakelijk bleken? Welke kosten, maatschappelijke impact en reputatieschade zijn hiermee gemoeid geweest voor bedrijven en sectoren? Acht de Minister het wenselijk om het huidige systeem van voedselveiligheidsmeldingen en snelle waarschuwingen te evalueren op proportionaliteit, zodat beter onderscheid wordt gemaakt tussen daadwerkelijke risico’s en vermoedens die achteraf ongegrond blijken? Zo nee, waarom niet?</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie</tussenkop>
            <al>De leden van de PvdD-fractie hebben kennisgenomen van het onderzoek van het Voedingscentrum, waaruit blijkt dat 65% van de consumenten chemische voedselrisico's, zoals per- en polyfluoralkylstoffen (PFAS), bestrijdingsmiddelen en microplastics, hoog inschat. Genoemde leden constateren tegelijkertijd dat consumenten vanwege deze zorgen door het Voedingscentrum worden geadviseerd om gevarieerd te eten om de kans te verkleinen dat mensen te veel schadelijke stoffen binnenkrijgen, terwijl deze leden ondertussen weinig bereidheid zien van het kabinet om te voorkomen dat er überhaupt schadelijke stoffen in voedsel terechtkomen. De leden van de PvdD-fractie vragen aan de Minister waarom het voorkomen van gezondheidsrisico’s hiermee vooral bij consumenten wordt gelegd, terwijl dit primair bij de producenten en bij de overheid zou moeten liggen. Welke rol ziet de Minister voor zichzelf en het kabinet in bescherming van gezondheid van burgers en welke extra stappen bent u bereid te zetten om die gezondheid te beschermen als het gaat om schadelijke stoffen in voedsel? Kan de Minister dit zo concreet mogelijk maken?</al>
            <al>De leden van de PvdD-fractie constateren bovendien dat niet alleen de vraag beantwoord moet worden of voedsel veilig is om te consumeren, maar ook de vraag hoe de productie van voedsel via de leefomgeving de volksgezondheid schaadt, bijvoorbeeld door de grote hoeveelheden bestrijdingsmiddelen die daarbij gebruikt worden waardoor aantoonbaar PFAS in het drinkwater en in de grond terechtkomen. Via voedsel en drinkwater samen ligt de hoeveelheid PFAS die Nederlanders binnenkrijgen volgens het RIVM nu al boven de gezondheidskundige grenswaarde, wat schadelijk is voor de gezondheid. Genoemde leden hebben ook kennisgenomen van het meest recente onderzoek van het RIVM over «PFAS in lokaal voedsel», waaruit blijkt dat lokaal voedsel (kortom voedsel dat lokaal in Nederland geproduceerd wordt) meer PFAS kan bevatten dan voedsel uit de winkel en dat het eten ervan kan leiden tot een hogere inname van PFAS. Zij vragen daarom of het kabinet al kan aangeven wat ze extra gaat doen om Nederlanders beter te beschermen tegen PFAS in de herziene Wet gewasbeschermingsmiddelen die na de zomer naar de Kamer zal komen.</al>
            <al>De leden van de PvdD-fractie vragen hoe de Minister kijkt naar de uitspraken van de voorzitter van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) in de Leeuwarder Courant van december 2025, waarin hij noemt dat als het Ctgb een middel toelaat, het niet betekent dat er geen risico’s zijn. Deze leden vragen of de Minister kan toelichten of hiermee Nederlanders niet onnodig worden blootgesteld aan middelen die mogelijk schadelijke stoffen bevatten. Verder benadrukte de voorzitter van het Ctgb ook dat er een verschil zit tussen de normen waarmee men toetst of een waterlichaam aan de Kaderrichtlijn Water (KRW) voldoet en de toelatingsnormen voor bestrijdingsmiddelen, en dat het Ctgb aan het Ministerie van LVVN heeft gevraagd om ook middelen te kunnen toetsen op KRW-normen, maar daar nog niet de volledige ruimte voor heeft gekregen. Genoemde leden vragen of de Minister hier een reactie op kan geven en kan uitleggen waarom het Ctgb nog niet voldoende ruimte heeft gekregen om de toelatingsnormen voor bestrijdingsmiddelen in lijn te brengen met de KRW-normen.</al>
            <al>De leden van de PvdD-fractie hebben ook met bezorgdheid het recente PFAS-advies van het Ctgb van 19 januari 2026 gelezen en met verbazing kennisgenomen van het feit dat het Ctgb pas uiterlijk 30 april 2028 een besluit neemt, terwijl Denemarken een direct verbod instelt. Volgens het Ctgb zijn de besluiten van Denemarken mede gebaseerd op nationale wetgeving omtrent persistentie en beschikt Nederland niet over dit nationale kader, waardoor Nederland het Europese artikel 44-proces moet doorlopen. Kan de Minister ook in Nederland voor een dergelijk nationaal kader zorgen zoals in Denemarken? Wat is in theorie, nog los van de politieke wenselijkheid, de snelste manier om zoiets in Nederland te regelen en wat is daarvoor nodig?</al>
            <al>De leden van de PvdD-fractie constateren voorts dat het PFAS-onderzoeksprogramma, uitgevoerd door het RIVM in opdracht van de ministeries van IenW, LVVN en VWS, afloopt in 2026. Het doel van het programma is om goed in beeld te krijgen hoe de blootstelling van de Nederlandse bevolking aan PFAS vermindert kan worden. Deze leden vragen welke signalen de Minister van het RIVM verwacht en of er al concrete acties staan gepland om opvolging te geven aan de conclusies van het onderzoeksprogramma, gezien de urgentie van het PFAS-probleem?</al>
            <al>De leden van de PvdD-fractie hebben ook kennisgenomen van het bericht dat de Minister convenanten wil sluiten met onder andere boeren, tuinders en natuurorganisaties om het gebruik van giftige bestrijdingsmiddelen te verminderen. Deze leden vragen waarom gekozen is voor de vorm van convenanten, terwijl bekend is dat convenanten lastig controleerbaar en handhaafbaar zijn en er volgens het Kenniscentrum voor Beleid en Regelgeving het risico bestaat dat een convenant toch te vrijblijvend is. Waarom kiest de Minister in plaats van convenanten niet voor scherpere wetgeving, met daarnaast hulp aan boeren? Genoemde leden vragen ook waarom deze convenanten pas vanaf 2027 in werking treden en of dit niet eerder kan. Hoe gaat de Minister precies de afspraken in het convenant monitoren en handhaven? Wordt de monitoring onafhankelijk gedaan en zo ja, door wie? Hoe ziet de handhaving eruit en welke gevolgen zijn er als er niet aan de afspraken wordt voldaan?</al>
            <al>Tot slot hebben de leden van de PvdD-fractie kennisgenomen van de meest recente brief (van 8 juli 2025) over de ontwikkelingen van het voedselveiligheidsbeleid. Genoemde leden constateren dat het vorige kabinet de aandachtspunten van het rapport «Verkenning van potentiële effecten klimaatverandering op voedselveiligheid in Nederland» in overweging zou nemen voor toekomstig voedselveiligheidsbeleid. Het rapport noemt een aantal voorbeelden van mogelijke effecten van klimaatverandering op de voedselveiligheid, zoals de toename van toxinen in voedsel, hogere besmettingsniveaus van pathogene micro-organismen in voedsel en verminderde houdbaarheid van voedsel. Het rapport wijst daarnaast op «de mogelijke kennisleemtes in de borging van de voedselveiligheid», zoals het voorbereid zijn op de combinatie van weersextremen als hitte, droogte en nattigheid om risico’s voor de voedselveiligheid te beperken. De leden vragen hoe het nieuwe kabinet met de conclusies uit dit rapport verder gaat en wat zij eraan gaat doen om deze effecten zo veel mogelijk te beperken.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie</tussenkop>
            <al>De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de geagendeerde stukken over Voedselveiligheid. Zij hebben nog een aantal vragen en opmerkingen hierover.</al>
            <al>De leden van de SP-fractie constateren dat de huidige regelgeving rondom gewasbestrijdingsmiddelen nog een aantal kwetsbaarheden kent. Zo is het nog altijd mogelijk om een combinatie van verschillende pesticiden te gebruiken, waardoor de totale hoeveelheid residu een stuk hoger ligt dan het maximum van een enkel middel. Is de Minister bereid om te onderzoeken of dit moet worden aangescherpt?</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep Markuszower</tussenkop>
            <al>De leden van Groep Markuszower hebben kennisgenomen van de beleidstukken aangaande Voedselveiligheid en hebben voor dit moment geen vragen en/of opmerkingen.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop kopopmaak="vet">
              <nr status="officieel">II.</nr>
              <titel>Reactie van de Minister</titel>
            </kop>
          </divisie>
        </vrije-tekst>
        <bijlage status="goed">
          <kop>
            <label>Bijlage</label>
            <nr status="officieel">I:</nr>
            <titel>brieven regering/Minister/Staatssecretaris inzake Voedselveiligheid.</titel>
          </kop>
          <lijst type="expliciet" nummerbreedte="3-cijferig" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
            <li>
              <li.nr>1.</li.nr>
              <al>Brief regering – Minister voor Medische Zorg, B.J. Bruins – 23 januari 2020 Omzetgerelateerde boete Warenwet – <extref soort="document" doc="kst-26991-563" status="actief">26 991-563</extref>.</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>2.</li.nr>
              <al>Brief regering – Minister voor Medische Zorg, M.J. van Rijn – 26 juni 2020 NVWA handhaving peutermelk vervolg 2020 – <extref soort="document" doc="kst-31532-250" status="actief">31 532-250</extref></al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>3.</li.nr>
              <al>Brief regering – Minister voor Medische Zorg, T. van Ark – 16 oktober 2020 Incident ethyleenoxide in sesamzaad – <extref soort="document" doc="kst-26991-572" status="actief">26 991-572</extref></al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>4.</li.nr>
              <al>Brief regering – Minister voor Medische Zorg, T. van Ark – 14 december 2020 Aanpak veiligheid voedingssupplementen – <extref soort="document" doc="kst-31532-258" status="actief">31 532-258</extref></al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>5.</li.nr>
              <al>Brief regering – Minister voor Medische Zorg, T. van Ark – 17 december 2020 Stand van zaken toezeggingen voedsel- en productveiligheid – <extref soort="document" doc="kst-26991-575" status="actief">26 991-575</extref></al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>6.</li.nr>
              <al>Brief regering – Minister voor Medische Zorg, T. van Ark – 21 december 2020 Derde voortgangsrapportage actieplan voedselveiligheid – <extref soort="document" doc="kst-26991-576" status="actief">26 991-576</extref></al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>7.</li.nr>
              <al>Brief regering – Minister voor Medische Zorg, T. van Ark – 6 april 2021 RIVM risicobeoordeling kruidenpreparaten met sint-janskruid – <extref soort="document" doc="kst-31532-262" status="actief">31 532-262</extref></al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>8.</li.nr>
              <al>Brief regering – Minister voor Medische Zorg, T. van Ark – 6 april 2021 Private borging voedselketens – <extref soort="document" doc="kst-26991-577" status="actief">26 991-577</extref></al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>9.</li.nr>
              <al>Brief regering – Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, P. Blokhuis – 11 maart 2021 Reactie op het advies van de Gezondheidsraad over de voedingsnormen voor eiwitinname – <extref soort="document" doc="kst-31532-260" status="actief">31 532-260</extref></al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>10.</li.nr>
              <al>Brief regering – Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, P. Blokhuis – 12 november 2021 Onderzoek voedselveiligheidsincident Listeria 2019 – <extref soort="document" doc="kst-26991-579" status="actief">26 991-579</extref></al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>11.</li.nr>
              <al>Brief regering – Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.J. Kuipers – 22 maart 2022 Evaluatie actieplan voedselveiligheid en actuele ontwikkelingen binnen het voedselveiligheidsbeleid – <extref soort="document" doc="kst-26991-581" status="actief">26 991-581</extref></al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>12.</li.nr>
              <al>Brief regering – Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.J. Kuipers – 14 december 2022 Contaminatie in het vlees van «grote grazers» in uiterwaarden – <extref soort="document" doc="kst-26991-583" status="actief">26 991-583</extref></al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>13.</li.nr>
              <al>Brief regering – Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M. van Ooijen – 11 april 2023 Zesde voortgangsrapportage Kansrijke Start – <extref soort="document" doc="kst-32279-238" status="actief">32 279-238</extref></al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>14.</li.nr>
              <al>Brief regering – Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M. van Ooijen – 25 april 2023 Invoering Nutri-Score als vrijwillig voedselkeuzelogo in Nederland – <extref soort="document" doc="kst-32793-691" status="actief">32 793-691</extref></al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>15.</li.nr>
              <al>Brief regering – Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M. van Ooijen – 17 april 2023 Rapport Marketing voor voedingsproducten, Monitor kindermarketing en de procesevaluatie centrale zorgverlener – <extref soort="document" doc="kst-31532-279" status="actief">31 532-279</extref></al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>16.</li.nr>
              <al>Brief regering – Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.J. Kuipers – 5 juli 2023 Ontwikkelingen voedselveiligheidsbeleid – <extref soort="document" doc="kst-26991-584" status="actief">26 991-584</extref></al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>17.</li.nr>
              <al>Brief regering – Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, C. Helder – 29 januari 2024 Reactie op Brandbrief «Neem de onafhankelijke wetenschap serieus bij het besluit over glyfosaat van Natuur en Milieu namens 159 onafhankelijke wetenschappers» – <extref soort="document" doc="kst-27858-646" status="actief">27858-646</extref></al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>18.</li.nr>
              <al>Brief regering – Minister voor Medische Zorg, P.A. Dijkstra – 13 maart 2024 bureau advies PFAS in hobbykip eieren en onderzoek naar PFAS in bepaalde vissoorten – <extref soort="document" doc="kst-26991-587" status="actief">26 991-587</extref></al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>19.</li.nr>
              <al>Brief regering – Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, V.P.G. Karremans – 20 september 2024 PFAS-onderzoeksprogramma en enkele PFAS-actualiteiten – <extref soort="document" doc="kst-35334-303" status="actief">35 334-303</extref></al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>20.</li.nr>
              <al>Brief regering – Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, V.P.G. Karremans – 15 januari 2025 Besmetting Hepatitis A virus na consumptie blauwe bessen – <extref soort="document" doc="kst-26991-590" status="actief">26 991-590</extref></al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>21.</li.nr>
              <al>Brief regering – Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, V.P.G. Karremans – 3 maart 2025 Appreciatie motie Flach c.s. over de accreditatie van private laboratoria die voldoen aan de kwaliteitsstandaarden (Kamerstuk <extref soort="document" doc="kst-33835-236" status="actief">33 835-236</extref>) – <extref soort="document" doc="kst-33835-247" status="actief">33 835-247</extref></al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>22.</li.nr>
              <al>Brief regering – Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, V.P.G. Karremans – 15 april 2025 PFAS in particuliere kippeneieren – <extref soort="document" doc="kst-35334-361" status="actief">35 334-361</extref></al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>23.</li.nr>
              <al>Brief regering – Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, J.Z.C.M. Tielen – 8 juli 2025 Ontwikkelingen voedselveiligheidsbeleid – <extref soort="document" doc="kst-26991-591" status="actief">26 991-591</extref></al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>24.</li.nr>
              <al>Brief regering – Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, J.Z.C.M. Tielen – 11 februari 2026 Beantwoording openstaande vragen over import van rundvlees uit Brazilië met oestradiol – <extref soort="document" doc="kst-26991-592" status="actief">26 991-592</extref></al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>25.</li.nr>
              <al>Brief regering – Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, S.T.M. Hermans – 16 maart 2026 Twee RIVM-producten over PFAS in lokaal voedsel – <extref soort="document" doc="kst-26991-593" status="actief">26 991-593</extref></al>
            </li>
          </lijst>
        </bijlage>
      </algemeen>
    </nds-stuk>
  </niet-dossier-stuk>
</officiele-publicatie>