﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/nds-tk-2026D19633/metadata.xml" />
  </metadata>
  <niet-dossier-stuk>
    <nds-nr>2026D19633</nds-nr>
    <nds-stuk>
      <titel>INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG</titel>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <tussenkop kopopmaak="vet" />
            <al>Binnen de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken hebben de onderstaande fracties de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Buitenlandse Zaken op de kabinetsreactie van 25 maart 2026 over de Initiatiefnota van de leden Ceder en Stoffer inzake «Tegen christenvervolging, voor geloofsvrijheid: richtinggevende voorstellen voor een diplomatiek daadkrachtig buitenlandbeleid».</al>
            <al-groep>
              <al>De voorzitter van de commissie,</al>
              <al>Klaver</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>De griffier van de commissie,</al>
              <al>Westerhoff</al>
            </al-groep>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
      </algemeen>
      <algemeen>
        <kop>
          <titel>Inhoudsopgave</titel>
        </kop>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <table tabstyle="xml1" frame="none" pgwide="1" rowsep="0" colsep="0">
              <tgroup tgroupstyle="xml1" cols="2" char="" charoff="50" align="left">
                <colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="10*" />
                <colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="102.5*" />
                <tbody valign="top">
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">I</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Vragen en opmerkingen vanuit de fracties</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0" />
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0" />
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0" />
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractie</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0" />
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">II</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Antwoord/Reactie van de Minister</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">III</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">Volledige agenda</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                </tbody>
              </tgroup>
            </table>
          </tekst>
          <divisie opmaak="default">
            <kop kopopmaak="vet">
              <nr status="officieel">I</nr>
              <titel>Vragen en opmerkingen vanuit de fracties</titel>
            </kop>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie</tussenkop>
            <al>De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de kabinetsreactie op de initiatiefnota van de leden Ceder en Stoffer en leggen de Minister van Buitenlandse Zaken naar aanleiding hiervan enkele vragen voor. In de reactie stelt de Minister dat de bevordering van mensenrechten, waaronder de vrijheid van religie en levensovertuiging, een kernonderdeel vormt van het Nederlandse buitenlandbeleid. Tegelijkertijd wijst de Minister op de noodzaak om keuzes te maken binnen een context van geopolitieke instabiliteit en budgettaire krapte. Deze leden vragen de Minister om een nadere verduidelijking van de wijze waarop deze inzet zich verhoudt tot de bredere strategische belangen van Nederland en Europa, in het bijzonder waar het gaat om de samenwerking met partners die essentieel zijn voor onze energiezekerheid en migratiebeheersing. Hoe weegt de Minister de ambitie om een daadkrachtig mensenrechtenbeleid te voeren af tegen het behoud van onze strategische autonomie, en op welke wijze wordt voorkomen dat morele agendering de noodzakelijke diplomatieke ruimte voor het veiligstellen van Nederlandse kernbelangen in de weg staat?</al>
            <al>Ten aanzien van de institutionele inrichting kondigt de Minister aan te verkennen hoe de functie van de Speciaal Gezant voor de Vrijheid van Religie en Levensovertuiging structureel kan worden verankerd met een eigen mandaat en budget. De leden van de VVD-fractie merken op dat de Minister in dezelfde brief het postennet en de ambassadeurs omschrijft als het hart van het Nederlandse mensenrechtenbeleid. Deze leden vragen daarom naar de noodzaak en de doelmatigheid van een dergelijke structurele verankering van een thema-specifieke gezant. Dreigt hiermee niet een bureaucratische silo te ontstaan die de integrale slagkracht van onze ambassadeurs ter plaatse juist verzwakt? Kan de Minister toelichten waarom de huidige ambtelijke ondersteuning binnen het ministerie niet volstaat en hoe een structurele gezant zich verhoudt tot de bredere wens van deze leden om de overhead bij de overheid te beperken en de focus op kerntaken te versterken? Deze leden horen graag hoe de Minister borgt dat mensenrechtenbeleid een integrale verantwoordelijkheid blijft van het gehele diplomatieke netwerk in plaats van te worden gedelegeerd aan een afzonderlijke functionaris. Ook horen zij graag hoe de Nederlandse en de Europese gezant zich tot elkaar verhouden. Zou het niet beter zijn gebruik te maken van de Europese gezant?</al>
            <al>De Minister geeft in zijn reactie aan dat religieuze geletterdheid reeds een vast onderdeel is van de opleiding voor jonge diplomaten en de trainingen voor uitgezonden personeel, waarmee hij deels tegemoetkomt aan de wensen in de initiatiefnota. De leden van de VVD-fractie vragen de Minister op welke wijze deze trainingen specifiek bijdragen aan het beter begrijpen van de geopolitieke dynamiek in conflictgebieden en het behartigen van Nederlandse belangen. Wordt in deze trainingen ook aandacht besteed aan de risico’s van religieuze beïnvloeding door statelijke actoren die onvrijheid als instrument gebruiken om de stabiliteit in regio’s als de Sahel of de Westelijke Balkan te ondermijnen? Ten aanzien van de digitale weerbaarheid ondersteunt het kabinet de inzet voor internetvrijheid via internationale coalities, maar deze leden missen een directe koppeling met de bredere strijd tegen statelijke desinformatie vanuit landen als Rusland en China. Hoe zorgt de Minister ervoor dat de inzet op internetvrijheid en de bestrijding van online haat volledig wordt geïntegreerd in de nationale cyberstrategie om onze open samenleving te beschermen tegen antidemocratische krachten?</al>
            <al>Wat betreft de monitoring van mensenrechtenschendingen wijst de Minister het voorstel voor een afzonderlijk nationaal instrument af vanwege de kosten en de reeds bestaande internationale rapportages van de Verenigde Naties (VN) en ngo’s. De leden van de VVD-fractie steunen dit besluit vanuit het oogpunt van een efficiënte overheid en budgettaire beheersbaarheid. Zij vragen de Minister wel hoe hij waarborgt dat de informatie uit deze externe bronnen effectief wordt vertaald naar concrete diplomatieke actie die aansluit bij de Nederlandse prioriteiten. Wordt deze informatie ook benut om de risico’s van ongewenste buitenlandse inmenging in Nederland in kaart te brengen, bijvoorbeeld wanneer regimes de diaspora misbruiken als instrument voor hun buitenlandbeleid? Tot slot vragen deze leden om een verheldering over de financiële realiteit die de Minister noemt. Kan de Minister bevestigen dat er geen sprake zal zijn van een automatische verhoging van budgetten voor sociaaleconomische projecten in het buitenland zonder dat hier een direct Nederlands belang tegenover staat?</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie</tussenkop>
            <al-groep>
              <al>De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de kabinetsreactie op de initiatiefnota van het lid Ceder over christenvervolging en geloofsvrijheid. Deze leden waarderen dat het kabinet erkent dat geloofsvervolging, waaronder christenvervolging, een ernstige en hardnekkige realiteit is. Ook zien deze leden dat het kabinet op meerdere onderdelen bereid is de inzet te versterken, onder meer via religieuze geletterdheid, diplomatieke agendering, interreligieuze dialoog, online weerbaarheid en monitoring.</al>
              <al>Tegelijkertijd constateren de leden van de CDA-fractie dat op meerdere punten nog onduidelijk is hoe deze inzet concreet, structureel en niet-vrijblijvend vorm krijgt. Zij hebben daarover de volgende vragen.</al>
            </al-groep>
            <tussenkop kopopmaak="vetcur">Algemeen</tussenkop>
            <al>De leden van de CDA-fractie vragen of het kabinet concreet kan aangeven op welke punten de kabinetsreactie leidt tot een andere of intensievere inzet dan het beleid zoals dat na de eerdere initiatiefnota uit 2021 is gevoerd.</al>
            <al>Het kabinet schrijft dat de inzet op vrijheid van religie en levensovertuiging plaatsvindt binnen beperkte personele en financiële kaders. De leden van de CDA-fractie vragen welke gevolgen dit concreet heeft voor de uitvoerbaarheid van de voornemens in deze kabinetsreactie. Op basis van welke criteria maakt het kabinet de «scherpe keuzes» waar en hoe Nederland zich inzet? Welke landen of regio’s krijgen in dat licht prioriteit?</al>
            <tussenkop kopopmaak="vetcur">Investeer in religieuze geletterdheid en in structurele contacten met religieuze actoren</tussenkop>
            <al>Het kabinet noemt acculturatiecursussen, de Academie voor Internationale Betrekkingen, de jaarlijkse mensenrechtencursus en het opleidingstraject voor startende beleidsmedewerkers. De leden van de CDA-fractie vragen of het kabinet kan aangeven hoeveel medewerkers hier jaarlijks ongeveer aan deelnemen.</al>
            <al>De leden van de CDA-fractie vragen of het kabinet kan verduidelijken wat wordt bedoeld met het «blijvend investeren in deskundigheid, capaciteit en netwerken» op dit terrein. Gaat het hierbij om extra middelen, extra fte, nieuwe trainingen of andere maatregelen.</al>
            <al>Ambassades worden aangemoedigd hun netwerken met religieuze actoren te verdiepen en religieuze dynamieken structureel te betrekken in politieke rapportages en landenstrategieën. De leden van de CDA-fractie vragen op welke wijze dit wordt aangemoedigd, gevolgd en beoordeeld.</al>
            <al>Het kabinet verkent momenteel hoe jaarlijks structureel middelen kunnen worden vrijgemaakt om de Speciaal Gezant een structurele positie te geven. De leden van de CDA-fractie vragen wanneer het kabinet deze verkenning verwacht af te ronden en de Kamer hierover te informeren. Kan het kabinet aangeven aan welke omvang van budget en capaciteit wordt gedacht om de Speciaal Gezant deze structurele positie daadwerkelijk te geven? Hoe verhoudt de rol van de Speciaal Gezant zich tot die van de Mensenrechtenambassadeur? Hoe wordt overlap voorkomen?</al>
            <tussenkop kopopmaak="vetcur">Versterk online weerbaarheid tegen religieus gemotiveerde haat en vervolging</tussenkop>
            <al>Het kabinet onderkent dat online haat, desinformatie en oproepen tot geweld kunnen bijdragen aan stigmatisering en fysiek geweld. De leden van de CDA-fractie vragen of het kabinet kan aangeven welke concrete programma’s of projecten Nederland nu al steunt op dit terrein. Hoeveel middelen uit het Mensenrechtenfonds of andere instrumenten worden momenteel ingezet voor digitale weerbaarheid van religieuze minderheden? Op welke manier wordt de effectiviteit van deze inzet gemeten? Ziet het kabinet mogelijkheden om binnen EU-verband sterker op te trekken tegen online haatcampagnes gericht op religieuze minderheden?</al>
            <tussenkop kopopmaak="vetcur">Investeer in interreligieuze dialoog</tussenkop>
            <al>Het kabinet verwijst naar het Joint Initiative for Strategic Religious Action (JISRA)-programma en naar voortzetting via het FOCUS-programma. De leden van de CDA-fractie vragen of het kabinet kan aangeven welke lessen uit JISRA het zwaarst meewegen in de nieuwe inzet. Kan het kabinet daarnaast nader specificeren hoe de gereserveerde middelen binnen FOCUS voor 2026–2031 worden verdeeld over vrijheid van religie en levensovertuiging, interreligieuze dialoog, bescherming van religieuze minderheden en weerbaarheid tegen discriminatie?</al>
            <tussenkop kopopmaak="vetcur">Betrek diasporagemeenschappen bij de inzet tegen geloofsvervolging</tussenkop>
            <al>Het kabinet erkent dat diasporagemeenschappen een waardevolle bron van kennis, ervaring en netwerken vormen. De leden van de CDA-fractie vragen of het kabinet kan aangeven hoe vaak en in welke vorm hierover structureel contact plaatsvindt. Is het kabinet bereid een meer vaste overlegstructuur in te richten met relevante diasporagemeenschappen, kerken en faith-based organisaties in Nederland? Hoe wordt in die contacten omgegaan met veiligheidsrisico’s voor familieleden of contacten in het land van herkomst? Op welke manier worden signalen uit diasporagemeenschappen daadwerkelijk teruggelegd in beleid, landenstrategieën en diplomatieke inzet?</al>
            <tussenkop kopopmaak="vetcur">Structurele aandacht voor geloofsvervolgingen in diplomatie met consequenties</tussenkop>
            <al-groep>
              <al>Het kabinet schrijft dat structurele aandacht voor geloofsvervolging niet vrijblijvend mag zijn. De leden van de CDA-fractie vragen wat het kabinet precies verstaat onder «niet vrijblijvend».</al>
              <al>Kan het kabinet schetsen welke escalatieladder beschikbaar is wanneer sprake is van ernstige of verslechterende situaties, bijvoorbeeld van bilaterale gesprekken en gezamenlijke EU-stappen tot politieke agendering in multilaterale fora? Welke concrete consequenties zijn in de praktijk denkbaar wanneer landen zich blijven schuldig maken aan ernstige schendingen van de vrijheid van religie en levensovertuiging? Kan het kabinet nader toelichten in welke gevallen het kiest voor stille diplomatie en in welke gevallen voor publieke politieke druk?</al>
            </al-groep>
            <al>Het kabinet noemt onder meer Nigeria, Pakistan, China, Syrië, Irak, India, Algerije, Indonesië en Oost-Congo. De leden van de CDA-fractie vragen of het kabinet per genoemd land kort kan aangeven wat in 2026 de belangrijkste Nederlandse inzet is, welke doelen daarbij horen en hoe de Kamer over de voortgang wordt geïnformeerd.</al>
            <al>In China worden zorgen zowel bilateraal als via EU-verklaringen geadresseerd. Onlangs bleek uit nieuw onderzoek van Human Rights Watch (HRW) dat China’s onderdrukking van katholieken sterk is toegenomen.<noot id="ID-1245735-d40e263" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>NOS, 16 april 2026, «Human Rights Watch: China’s onderdrukking van katholieken escaleert» (<extref doc="https://nos.nl/artikel/2610626-human-rights-watch-china-s-onderdrukking-van-katholieken-escaleert" soort="URL" status="actief">https://nos.nl/artikel/2610626-human-rights-watch-china-s-onderdrukking-van-katholieken-escaleert</extref>)</noot.al></noot> De leden van de CDA-fractie vragen of het kabinet, via de Nederlandse ambassade of via Europese partners, over eigen informatie beschikt die deze signalen bevestigt. Zo ja, is het kabinet bereid om in EU-verband te pleiten voor een gezamenlijke en duidelijkere Europese reactie op de verslechterende positie van katholieken en andere religieuze minderheden in China? Welke mogelijkheden ziet het kabinet om mensenrechtenverdedigers, religieuze gemeenschappen en documentatie van mensenrechtenschendingen in en rond China beter te ondersteunen? Kan het kabinet aangeven of deze berichten aanleiding geven om het bredere Nederlandse China-beleid, op het punt van mensenrechten en geloofsvrijheid, aan te scherpen?</al>
            <tussenkop kopopmaak="vetcur">Structurele monitoring en rapportage inzake christenvervolging</tussenkop>
            <al>Het kabinet ziet geen meerwaarde in een afzonderlijk nationaal monitoringsinstrument, mede vanwege de kosten. De leden van de CDA-fractie vragen of het kabinet wel kan bezien of in de jaarlijkse Mensenrechtenrapportage een vaste paragraaf opgenomen kan worden over vrijheid van religie en levensovertuiging, met aandacht voor trends, prioritaire landen, Nederlandse inzet en bereikte resultaten.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractie</tussenkop>
            <al>De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de kabinetsreactie op de initiatiefnota. Ze danken de Minister voor het opstellen van de kabinetsreactie en voor de waarde die het kabinet hecht aan de bescherming en bevordering van mensenrechten binnen het buitenlandbeleid, waaronder de vrijheid van religie en levensovertuiging. De leden hebben een aantal vragen.</al>
            <al>De leden van de ChristenUnie-fractie zien de aandacht die het kabinet heeft voor de vrijheid van religie en levensovertuiging, ook in het huidige kabinetsbeleid. De leden zien dat de kabinetsreactie vooral al bestaand beleid bevat, terwijl de initiatiefnota, met verwijzing naar de IOB-evaluatie uit 2023, ook nadrukkelijk tekortkomingen van het beleid blootlegt. De leden vragen de Minister te reflecteren op de in de initiatiefnota genoemde bevindingen van de IOB-evaluatie.</al>
            <al>De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Minister tevens om toe te lichten wat wordt bedoeld met dat er soms spanningsvelden kunnen ontstaan tussen fundamentele rechten. In algemene zin begrijpen de leden dat grondrechten intrinsiek kunnen botsen. Tegelijkertijd zien de leden niet hoe het tegengaan van christenvervolging als gevolg kan hebben dat andere fundamentele rechten onder druk komen te staan. Kan de Minister dit verder toelichten en hier wellicht voorbeelden van geven?</al>
            <al>De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Minister welke concrete stappen hij voornemens is te zetten om de positie, het mandaat en de inzet van de Speciaal Gezant voor Vrijheid van Religie en Levensovertuiging te versterken, zowel binnen het ministerie als in de internationale diplomatieke praktijk? Kan de Minister aangeven welke extra middelen of bevoegdheden hiervoor worden ingezet. Tevens vragen de leden over welke personele en financiële middelen de Speciaal Gezant momenteel beschikt. Acht de Minister deze middelen voldoende gelet op de mondiale omvang en urgentie van schendingen van vrijheid van religie en levensovertuiging? Zo ja, waarom? Zo nee, is de Minister bereid aanvullende middelen beschikbaar te stellen om de slagkracht van de Speciaal Gezant te vergroten?</al>
            <al>De leden van de ChristenUnie-fractie zijn blij dat het kabinet het belang van investeren in religieuze geletterdheid en in structurele contacten met religieuze actoren om geloofsvervolging effectiever tegen te gaan onderschrijft. De leden vragen of Minister inzichtelijk wil maken in hoeverre er via ontwikkelingssamenwerking in algemene zin reeds met religieuze actoren wordt samengewerkt. Is het mogelijk om dit bijvoorbeeld in een percentage te vatten? Ook zijn de leden benieuwd of het kabinet voornemens is om deze samenwerking te versterken en zo ja, op welke manier?</al>
            <al>De leden van de ChristenUnie-fractie zien de aandacht voor geloofsvervolging in de diplomatie. De leden vragen de Minister nader toe te lichten in hoeverre er ook echt consequenties aan zijn verbonden. Zijn er voorbeelden te geven van stevige consequenties richting een land waarbij de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging flink onder druk stond of staat?</al>
            <al>De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Minister naar de inzet op het aanspreken van landen die nog de doodstraf hanteren op blasfemie of afvalligheid. Wanneer kunnen de leden opvolging aan de motie-Ceder/Ceulemans (Kamerstuk <extref doc="kst-36800-V-89" soort="document" status="actief">36 800 V, nr. 89</extref>) verwachten?</al>
            <al>De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Minister of hij voorbeelden kent van landen met shariawetgeving die op de gehele samenleving van toepassing zijn verklaard waar christenen en andere religieuze minderheden niet in de verdrukking raken. Kan hij dat toelichten? De leden vragen of de Minister erkent dat landen met dergelijke shariawetgeving of met een sterk islamitisch staatskarakter oververtegenwoordigd zijn in de top-10 van de Ranglijst christenvervolging van Open Doors. Heeft de Minister daar een verklaring voor? Hoe neemt de Minister dit gegeven mee in het kader van effectieve interventies ten aanzien van christenvervolging in deze specifieke contexten? Tevens vragen de leden welke effectieve interventies de Minister voor zich ziet bij christenvervolging in totalitaire en socialistische staten als China, Noord-Korea en Eritrea.</al>
            <al>De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Minister in hoeverre er in het beleid specifiek aandacht is voor de impact van <nadruk type="cur">gender specific religious persecution</nadruk> en van <nadruk type="cur">age specific religious persecution.</nadruk> Kan de Minister dit uiteenzetten? Ook vragen de leden of er in het beleid specifiek aandacht is voor de rechten van bekeerlingen? Kan de Minister hierop reflecteren?</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie</tussenkop>
            <al>De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de kabinetsreactie op de initiatiefnota over christenvervolging en de bevordering van vrijheid van religie en levensovertuiging. Deze leden onderschrijven het belang van bescherming van religieuze minderheden wereldwijd, maar constateren dat de inzet van het kabinet op onderdelen abstract blijft en vragen oproept over effectiviteit, prioritering en consequenties.</al>
            <al>De leden van de BBB-fractie constateren dat het kabinet benadrukt dat de inzet plaatsvindt binnen beperkte personele en financiële kaders, en dat dit noopt tot scherpe keuzes. Deze leden vragen op basis van welke concrete criteria deze keuzes worden gemaakt. Hoe wordt bepaald in welke landen of situaties Nederland zich wél of juist niet actief uitspreekt of inzet tegen christenvervolging, en hoe wordt de effectiviteit van die keuzes geëvalueerd? Deze leden lezen dat het kabinet spreekt over een mix van maatregelen «voor en achter de schermen». Kan het kabinet concreet maken in welke gevallen wordt gekozen voor stille diplomatie en wanneer voor zichtbare politieke druk? Welke afwegingen spelen daarbij een doorslaggevende rol, en hoe wordt voorkomen dat stille diplomatie feitelijk leidt tot vrijblijvendheid of gebrek aan zichtbare druk?</al>
            <al>De leden van de BBB-fractie erkennen het belang van religieuze geletterdheid, maar constateren dat het kabinet vooral verwijst naar bestaande opleidingen en cursussen. Kan het kabinet aangeven hoe wordt gemeten of deze investeringen daadwerkelijk leiden tot betere bescherming van religieuze minderheden in de praktijk? Zijn er concrete voorbeelden waar verhoogde religieuze kennis van diplomaten aantoonbaar heeft geleid tot verbeterde positie van christelijke gemeenschappen?</al>
            <al>De leden van de BBB-fractie lezen dat het kabinet inzet op het tegengaan van online haat, maar tegelijkertijd benadrukt dat vrijheid van meningsuiting niet mag worden ingeperkt. Deze leden vragen hoe dit spanningsveld in de praktijk wordt opgelost. In welke concrete gevallen heeft Nederland zich uitgesproken tegen online haatcampagnes gericht op christenen, en welke instrumenten zijn toen daadwerkelijk ingezet richting platforms of staten?</al>
            <al>De leden van de BBB-fractie zien dat aanzienlijke middelen zijn ingezet voor interreligieuze dialoog, onder andere via JISRA. Kan het kabinet concreet maken welke meetbare resultaten deze programma’s hebben opgeleverd specifiek ten aanzien van het terugdringen van geweld of discriminatie tegen christenen? In hoeverre wordt bij nieuwe programma’s gestuurd op aantoonbare impact in plaats van proces- of dialoogresultaten?</al>
            <al>De leden van de BBB-fractie constateren dat het kabinet spreekt over structurele aandacht voor geloofsvervolging, maar dat concrete consequenties bij verslechterende situaties beperkt worden uitgewerkt. Deze leden vragen welke concrete diplomatieke of politieke maatregelen Nederland bereid is te nemen wanneer landen structureel tekortschieten in de bescherming van christelijke minderheden. Wordt daarbij ook gedacht aan het conditioneren van samenwerking, handelsrelaties of ontwikkelingsprogramma’s, en zo ja, onder welke voorwaarden?</al>
            <al>De leden van de BBB-fractie lezen dat het kabinet geen meerwaarde ziet in een apart monitoringsinstrument vanwege bestaande rapportagestructuren. Deze leden vragen hoe binnen de huidige rapportages specifiek zicht wordt gehouden op de ontwikkeling van christenvervolging, in plaats van bredere, meer algemene mensenrechtenindicatoren. Hoe wordt voorkomen dat specifieke trends of escalaties onvoldoende scherp in beeld komen binnen deze bredere kaders? Daarnaast vragen deze leden hoe de Kamer tijdig wordt geïnformeerd bij acute verslechteringen in specifieke landen, gezien de jaarlijkse rapportagecyclus mogelijk te traag is voor snel veranderende situaties.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop kopopmaak="vet">
              <nr status="officieel">II</nr>
              <titel>Antwoord/Reactie van de Minister</titel>
            </kop>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop kopopmaak="vet">
              <nr status="officieel">III</nr>
              <titel>Volledige agenda</titel>
            </kop>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>–</li.nr>
                <al>
                  <extref soort="document" doc="kst-36888-5" status="actief">36 888-5</extref> brief van 25 maart 2026 met de Kabinetsreactie op de initiatiefnota van het lid Ceder «Tegen christenvervolging, voor geloofsvrijheid: richtinggevende voorstellen voor een diplomatiek daadkrachtig buitenlandbeleid»</al>
              </li>
            </lijst>
          </divisie>
        </vrije-tekst>
      </algemeen>
    </nds-stuk>
  </niet-dossier-stuk>
</officiele-publicatie>