Niet-dossierstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-20152014D32603

2014D32603 LIJST VAN VRAGEN

De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de volgende vragen ter beantwoording voorgelegd over de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 15 juli 2014 inzake de beleidsreactie op het advies van de Onderwijsraad «Overgangen in het onderwijs» (Kamerstuk 33 750 VIII, nr. 117).

Voorzitter van de commissie, Wolbert

Adjunct-griffier van de commissie, Boeve

1

Is er op dit moment in ons onderwijsstelsel sprake van een gerichte en positieve prikkel voor instellingen om jongeren door te laten stromen?

2

Bent u bekend met de aanpak van Specialisterren1 die de zwakke sociale vaardigheden van ict'ers met autisme weet te ondervangen door iemand tussen de testers en de klant in te zetten, die communiceert met de klant en de rust bewaart binnen de specialisterren-testers? Zou deze aanpak geschikt zijn voor zorgleerlingen, zodat hun vaak eenzijdige talenten niet verloren hoeven te gaan voor passend werk op eigen niveau?

3

Welke mogelijkheden ziet u om via toetsing en waardering van de praktische vaardigheden van scholieren aan het einde van het basisonderwijs en studenten er voor te zorgen dat zij het onderwijs volgen dat het beste bij hun vaardigheden en talenten past?

4

Op welke wijze wordt er bij de overgangen in het onderwijs rekening gehouden met gedragsproblemen of ontwikkelingsstoornissen, zoals autisme, die jongeren dreigen te beperken in hun ontwikkelingsperspectief en/of doorstroommogelijkheden?

5

Wat is de afgelopen vijf jaar de ontwikkeling in afstroom, uitval en niet-doorlaten van leerlingen?

6

Welke eisen stelt de wet en welke vrijheid heeft een school als het gaat om instroom?

7

Welke LOB2 activiteiten zijn effectief?

8

Waarom adviseren scholen in Friesland vaker lager bij overgang van primair naar voortgezet onderwijs, dan scholen in Noord-Holland?

9

Wat is er afgesproken in de code over de overgang van vmbo-tl naar de havo?

10

Hoe kunnen we het wegwerken van onder andere taalachterstanden nog meer stimuleren?

11

Zijn er momenteel voldoende flexibele en toegankelijke mogelijkheden om deficiënties weg te werken?

12

Gaat u actie ondernemen ten aanzien van het advies van de Onderwijsraad om te onderzoeken of MOOCs3 gebruikt kunnen worden teneinde deficiënties zoals wiskunde weg te werken?

13

Klopt het dat de TU Delft een MOOC gaat gebruiken teneinde bij aankomende studenten wiskunde deficiënties weg te werken? Kunt u aangeven of er meerdere instellingen zijn die nadenken over dergelijke toepassingen van MOOCs?4

14

Zijn er meerdere deficiënties dan wiskunde denkbaar waarvoor MOOCs een uitkomst zouden kunnen bieden?

15

Gaat u actie ondernemen ten aanzien van het advies van de Onderwijsraad om onderzoek te doen naar het inzetten van MOOCs bij doorlopende schakel- of bijspijkerprogramma’s? Vindt u dat hogescholen en universiteiten hier gezamenlijk moeten optrekken?

16

Gaat u onderzoeken of MOOCs (meer dan nu) ingezet kunnen worden bij doorlopende schakelprogramma’s, zoals bepleit door de Onderwijsraad?

17

Hoe wordt de kwaliteitsborging rondom MOOCs geïmplementeerd en op welke wijze worden opleidingscommissies, examencommissies en de NVAO5 hierbij betrokken?

18

Gaat u zelftoetsen beschikbaar te stellen voor aankomende studenten, zoals bepleit door de Onderwijsraad?

19

Wat is de feitelijke situatie ten aanzien van overgangen van brede bachelor studies, zoals die van University Colleges, naar masters vervolgstudies?

20

Welke onnodige drempels kent het huidige onderwijssysteem die doorstroom en overgangen in het onderwijs bemoeilijken?

21

Mogen leraren uit het primair onderwijs zonder meer lesgeven in het voortgezet onderwijs?

22

Kan een leerlingvolgsysteem uit het primair onderwijs worden gekoppeld aan een zelfde soort systeem in het voortgezet onderwijs? Kan een leerlingvolgsysteem in het voortgezet onderwijs worden verplicht?

23

Wat gaat het vervolgonderwijs en de werkgevers doen met de kaderafspraken die de VO-raad maakt met OCW en de MBO Raad?

24

Hoe wordt de voortgang gemeten van het «stimuleringstraject LOB» en zijn er «outcome-criteria» opgesteld voor dit traject?

25

Hoe verhoudt uw opmerking dat het advies van de Onderwijsraad grotendeels in lijn is met de huidige ingezette koers van uw beleid, zich tot de opmerking van de Onderwijsraad dat ons onderwijs juist meer drempels opwerpt en toenemende selectie de «kansen van leerlingen onder druk» zet?6

26

Hoe kunt u bewerkstelligen dat er tegenwicht kan worden geboden tegen de druk van met name ouders in het basisonderwijs bij de totstandkoming van een (hoger) schooladvies, indien dit niet in het belang van de leerling is?

27

Hoe waarborgt u de objectiviteit en de landelijke vergelijkbaarheid van het schooladvies, hetgeen een belangrijk startpunt vormt in de berekening van het onderbouwrendement in het voortgezet onderwijs en dat – door de werking van het opbrengstenmodel – van grote invloed is op de kwaliteitsbeoordeling van de scholen voor voortgezet onderwijs?

28

Klopt het dat de basisschool het advies niet hoeft te heroverwegen als het advies op basis van de score op de eindtoets (het «toetsadvies») lager is dan het schooladvies?

29

In hoeveel procent van de schooladviezen zal het toetsadvies lager uitpakken dan het schooladvies?

30

In hoeverre leidt een schooladvies dat hoger is dan een toetsadvies tot rendementsdruk bij scholen voor voortgezet onderwijs?

31

Waarom wordt, in het geval dat het schooladvies hoger is dan het toetsadvies, bij berekening van het onderbouwrendement niet uitgegaan van het toetsadvies?

32

Welke oorzaken zijn aan te wijzen voor de uitval in het hoger onderwijs?

33

In hoeverre kan een voorstel om de basisbeurs af te schaffen de uitval in het hoger onderwijs verder vergroten?

34

Tot in hoeverre is het continueren van het meewegen van opstroom- of afstroomrendement in de onderbouw van het voortgezet onderwijs wenselijk, gezien de opmerkingen van de Onderwijsraad dat dit te vaak strategisch gedrag in de hand werkt? Tot in hoeverre is dit beoordelingscriterium van de Inspectie van het Onderwijs überhaupt nog relevant, gezien de stappen die het kabinet neemt?

35

Is er binnen de doorstroom daadwerkelijk altijd sprake van een «niet succesvol» vervolg van de loopbaan wanneer een leerling op een cognitief lager, maar mogelijk meer geschikt onderwijsniveau zijn carrière vervolgt? Zo nee, hoe verhoudt dit zich tot het waarderingskader van de Inspectie van het Onderwijs?

36

Kan worden aangegeven in hoeverre de nu gehanteerde selectiecriteria in het hoger onderwijs niet de gewenste effecten hebben?

37

Op welke wijze kunnen de matchingsactiviteiten in het hoger onderwijs worden verbeterd?

38

Op welke wijze gaan financiële motieven een rol spelen bij de keuzes van studenten na een mogelijke afschaffing van de basisbeurs? In hoeverre zullen deze financiële overwegingen de kwaliteit van het onderwijs kunnen gaan beïnvloeden?

39

Welke positie neemt de entreeopleiding in binnen de door de Onderwijsraad opgemerkte risico's bij de overstap van vo naar mbo van kwetsbare jongeren?

40

Welk verband is te leggen tussen de ontstane financiële drempels met de mogelijke invoering van een leenstelsel en de uitbreiding van duurdere excellentietrajecten in het hoger onderwijs en de uitval van studenten?

41

Bent u bereid om op korte termijn serieus werk te maken van kop- of voetklassen voor zogenoemde laatbloeiers of leerlingen die uit een omgeving afkomstig zijn waar men minder aandacht heeft voor onderwijs?

42

Welke mogelijkheden zijn er om de leertijdverlenging, met als doel om achterstanden weg te werken en jongeren gelijke kansen te geven ongeacht hun achtergrond, te bekostigen?

43

Hoe beziet u de conclusie van de PIAAC7 dat de verschillen in taal- en rekenvaardigheid tussen verschillende (bevolkings-)groepen toenemen8, in verhouding tot uw conclusie dat de door de Onderwijsraad geconstateerde aanbevelingen reeds deel zijn van «de huidige ingezette koers van ons beleid»? Wat betekenen de conclusies van het PIAAC-onderzoek voor de waarde die u hecht aan leertijdverlenging voor specifieke (achterstanden) groepen?

44

Op welke termijn denkt u met de MBO Raad en de Vereniging Hogescholen in overleg te treden over het wegwerken van deficiënties bij studenten die na hun mbo-opleiding een hbo-opleiding willen volgen? Welke middelen zijn hiervoor beschikbaar binnen en buiten de begroting van instellingen?

45

Onderschrijft de Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) uw opmerking dat er voldoende bruikbaar lesmateriaal is voor de loopbaanoriëntatie en begeleiding? Bent u voornemens de SLO te betrekken bij de verankering van de LOB in het voortgezet onderwijs?

X Noot
2

LOB: loopbaanontwikkeling en -begeleiding

X Noot
3

MOOC: massive open online course

X Noot
5

NVAO: Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie

X Noot
7

PIAAC: Programme for the International Assessment of Adult Competencies