﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z18092/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamervragen>
    <kamervraagkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Tweede Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">2</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">Kamervragen</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="overig">
							Vragen gesteld door de leden der Kamer
						</tekstregel>
    </kamervraagkop>
    <kamervraagnummer>2026Z18092</kamervraagnummer>
    <kamervraagomschrijving type="vraag">Vragen van het lid <naam><achternaam>Boomsma</achternaam></naam> (JA21) aan de Minister en de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over <kamervraagonderwerp>de publicatie «Het mysterie van de verdwenen onderwijsmiljarden, een analyse van de Onderwijsraad als case study over een falend onderwijssysteem» van De Nieuwe Denktank en Beter Onderwijs Nederland</kamervraagonderwerp> (ingezonden <datum isodatum="2026-09-07">7 september 2026</datum>).</kamervraagomschrijving>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 1</nr>
      <al>Heeft u kennisgenomen van het onderzoek <nadruk type="cur">«Het mysterie van de verspilde onderwijsmiljarden, Een analyse van de Onderwijsraad als case study over een falend onderwijssysteem»,</nadruk> gepubliceerd door De Nieuwe Denktank (DND) en Beter Onderwijs Nederland (BON)?<noot id="n1" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Website De Nieuwe Denktank, 10 juli 2026, «<nadruk type="cur">Het mysterie van de verspilde onderwijsmiljarden, Een analyse van de Onderwijsraad als case study over een falend onderwijssysteem», (</nadruk>Het mysterie van de verspilde onderwijsmiljarden – De Nieuwe Denktank)</noot.al></noot></al>
    </vraag>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 2</nr>
      <al>Bent u bereid een schriftelijke reactie te geven op dit onderzoeksrapport, in te gaan op de bevindingen en aanbevelingen ervan en deze per brief toe te sturen aan de opstellers en de Kamer? Zo nee, waarom niet?</al>
    </vraag>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 3</nr>
      <al>Kunt u deze reactie voor de behandeling van de OCW-begroting aan de Kamer sturen?</al>
    </vraag>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 4</nr>
      <al>Bent u het eens met de conclusie van de DND en BON dat de twee adviezen «<nadruk type="cur">Talige diversiteit benutten» </nadruk>en<nadruk type="cur"> «Later selecteren, beter differentiëren»</nadruk> onvoldoende inzicht geven in de beleidskeuzes die voorliggen, voorbijgaan aan de voor- en nadelen van deze keuzes en ook onvoldoende ingaan op de kosten en gevolgen die hiermee gepaard gaan? Zo nee, waarom niet?<noot id="n2" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>Website Onderwijsraad, 4 september 2025, «Talige diversiteit benutten», (Talige diversiteit benutten | Onderwijsraad)</noot.al></noot><noot id="n3" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al>Website Onderwijsraad, 15 april 2021, «Later selecteren, beter differentiëren», (Later selecteren, beter differentiëren | Onderwijsraad)</noot.al></noot></al>
    </vraag>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 5</nr>
      <al>Deelt u de conclusie van DND en BON dat de Stichting Leerplanontwikkeling (SLO) talige diversiteit een plaats heeft gegeven in de kerndoelen terwijl noch de onderwijspraktijk noch de Tweede Kamer hierom hebben gevraagd en hoe beoordeelt u het proces waarmee de betreffende passages zijn toegevoegd aan de kerndoelen?</al>
    </vraag>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 6</nr>
      <al>Wat is in uw ogen nu precies de verhouding tussen «talige diversiteit» als didactiek of schoolpraktijk en de passages in de kerndoelen over «rijke taal- en leeromgeving» en «taalvariatie» en in hoeverre vindt u dat het ruimte bieden voor meertalige didactiek en meerdere talen op school nu een verplichting is voor scholen die voortvloeit uit de kerndoelen? Graag een toelichting.</al>
    </vraag>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 7</nr>
      <al>Kunt u aangeven welke door OCW of de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) gesubsidieerde programma’s en onderzoeken naar meertaligheid, thuistalen of talige diversiteit in het onderwijs sinds 2015 zijn gefinancierd, voor welke bedragen, en hoeveel leerstoelen, onderzoeksgroepen en opleidingen hiervoor zijn?</al>
    </vraag>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 8</nr>
      <al>Welke onderzoekers of onderzoeksgroepen die uit deze middelen zijn gefinancierd, zijn tevens betrokken geweest bij de ontwikkeling van de nieuwe kerndoelen Nederlands, bij SLO-trajecten of bij advisering door de Onderwijsraad?</al>
    </vraag>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 9</nr>
      <al>Deelt u de opvatting dat moet worden voorkomen dat er tunnelvisie sluipt in bepaalde beleidsvraagstukken doordat de overheid eerst onderzoek naar een bepaald thema financiert, vervolgens de aldus opgebouwde expertise raadpleegt bij curriculumontwikkeling en daarna het aldus gewijzigde curriculum gebruikt als argument voor nieuw beleid, nieuwe scholing en aanvullende financiering? Zo nee, waarom niet?</al>
    </vraag>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 10</nr>
      <al>Deelt u de conclusie dat de Tweede Kamer in 2021–2022 heeft aangedrongen op meer focus op de basisvaardigheden en dat voor andere wensen geen plaats is om overladenheid van het curriculum te voorkomen en hoe verhoudt de nadruk op talige diversiteit zich tot die wens?</al>
    </vraag>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 11</nr>
      <al>Op welke wetenschappelijke onderzoeken is de keuze gebaseerd om in de nieuwe kerndoelen scholen expliciet ruimte te laten bieden aan verschillende thuistalen en taalvariëteiten van leerlingen en kunt u per onderzoek aangeven welke concrete effecten op taalbeheersing en onderwijsprestaties daarin zijn aangetoond?</al>
    </vraag>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 12</nr>
      <al>Hoe is bij de ontwikkeling van beleid rond talige diversiteit geborgd dat ook wetenschappelijke inzichten zijn betrokken die kritisch zijn op het gebruik van thuistalen in het onderwijs of die wijzen op het belang van maximale onderdompeling in het Standaardnederlands?</al>
    </vraag>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 13</nr>
      <al>Hoe beoordeelt u het proces waarbij talige diversiteit enerzijds verscholen in de vernieuwde kerndoelen is opgenomen en anderzijds toch zodanig is verwerkt dat de lobby voor talige diversiteit – academici die zijn gespecialiseerd in talige diversiteit – en de Onderwijsraad op een later moment kunnen zeggen: «scholen moeten hier verplicht mee aan de slag»?</al>
    </vraag>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 14</nr>
      <al>Wat vindt u van de conclusie van DND en BON dat het zeer de vraag is of de nieuwe doelstellingen – focus op basisvaardigheden – wel worden bereikt, omdat kerndoelen uit 2006 zoals kerndoel 11 uit de kerndoelen Nederlands voor het primair onderwijs (de leerling leert spellen en ontleden) zijn vervangen door onduidelijke eisen als «de school stimuleert de taalcompetentie van leerlingen» en «de leerling produceert teksten»?</al>
    </vraag>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 15</nr>
      <al>Wat vindt u van de conclusie van de auteurs van het rapport dat ook de nieuwe doelstelling «minder overladenheid» niet uit de verf dreigt te komen omdat er nieuwe kerndoelen bij zijn gekomen die van leerlingen op de basisschool vragen om «taalvariatie en taalverandering in het Nederlandse taalgebied te verkennen» (kerndoel 7B), «de relatie tussen vorm en betekenis van taal te beschouwen» (kerndoel 6A) en «op het proces van een taalactiviteit te reflecteren en het product ervan te evalueren» (kerndoel 5A)?</al>
    </vraag>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 16</nr>
      <al>Deelt u de conclusie van DND en BON dat het advies <nadruk type="cur">«Later selecteren, beter differentiëren»</nadruk> het debat over latere selectie tot een extreme vraag heeft beperkt – wel of geen verbouwing van de onderbouw van de middelbare school – waardoor beter uitvoerbare maatregelen zoals betere doorstroommogelijkheden uit beeld zijn verdwenen en meent u ook dat dit de Onderwijsraad kwalijk genomen moet worden? Zo nee, waarom niet?</al>
    </vraag>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 17</nr>
      <al>Herkent u het beeld dat het rapport van DND en BON schetst dat de Onderwijsraad wel altijd benoemt dat de uitvoering van de plannen iets vraagt, maar dat die aandacht voor randvoorwaarden te vrijblijvend is omdat de (on)haalbaarheid ervan nooit invloed heeft op het advies zelf? Zo nee, waarom niet?</al>
    </vraag>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 18</nr>
      <al>Hoe beoordeelt u de bevinding dat de Onderwijsraad niet zelden doet alsof wetenschappelijk onderzoek dwingt tot een beleidskeuze terwijl er vaak onderzoek bestaat dat in een andere richting wijst en de empirische basis in onderwijskundig onderzoek in het algemeen zwak is vergeleken met andere takken van sociale wetenschap; zo worden onderwijskundige studies veel minder vaak gerepliceerd (opnieuw uitgevoerd om te controleren of de oorspronkelijke resultaten juist en betrouwbaar zijn) dan bijvoorbeeld studies in de psychologie of geneeskunde. Deelt u de conclusie dat hierdoor onzeker is of de empirische basis van veel onderwijsadviezen wel rusten op afdoende raakvlakken met de werkelijkheid? Zo nee, waarom niet?</al>
    </vraag>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 19</nr>
      <al>Welke kansen ziet u voor het verbeteren van de empirische basis van onderwijsadviezen?</al>
    </vraag>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 20</nr>
      <al>Herkent u het beeld van een «dubbele ontkoppeling» die het rapport schetst, waarmee wordt bedoeld dat de relatie is doorgesneden tussen enerzijds advies en werkelijkheid en anderzijds tussen invloed en verantwoordelijkheid? Zo nee, waarom niet?</al>
    </vraag>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 21</nr>
      <al>Hoe beoordeelt u de positie van SLO in het licht van dit rapport en wat vindt u van de drie routes die het rapport in aanbeveling 6 schetst voor het herzien van de huidige constructie?</al>
    </vraag>
  </kamervragen>
</officiele-publicatie>