﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z17140/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamervragen>
    <kamervraagkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Tweede Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">2</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">Kamervragen</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="overig">
							Vragen gesteld door de leden der Kamer
						</tekstregel>
    </kamervraagkop>
    <kamervraagnummer>2026Z17140</kamervraagnummer>
    <kamervraagomschrijving type="vraag">Vragen van de leden <naam><achternaam>Maes</achternaam></naam> en <naam><achternaam>Ellian</achternaam></naam> (beiden VVD) aan de Ministers van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en van Asiel en Migratie over <kamervraagonderwerp>de IOB evaluatie «Op zoek naar grip»</kamervraagonderwerp> (ingezonden <datum isodatum="2026-08-21">21 augustus 2026</datum>).</kamervraagomschrijving>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 1</nr>
      <al>Bent u bekend met de conclusies van het rapport «Op zoek naar grip» van de Directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB)?</al>
    </vraag>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 2</nr>
      <al>Bent u het eens dat de resultaten van het onderzochte beleid ronduit teleur<?xpp afbm?>stellend zijn, aangezien al op pagina 1 van het rapport te lezen is dat de bilaterale partnerschappen maar beperkt hebben bijgedragen aan het berei<?xpp afbm?>ken van de doelstellingen, en dat van interventies, bedoeld om de keuze van mensen om te migreren te beïnvloeden, zelfs geen enkel effect is vastgesteld?</al>
    </vraag>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 3</nr>
      <al>Als partnerlanden migratiesamenwerking inzetten als strategisch drukmiddel in de relatie met Nederland en de Europese Unie (EU), wat zouden wij daar als Nederland dan tegenover kunnen stellen?</al>
    </vraag>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 4</nr>
      <al>Waarom is Nederland terughoudend om andere beleidsterreinen (handel, consulair, veiligheid, circulaire migratie) in te zetten als strategisch drukmiddel of tegenprestatie, terwijl partnerlanden daar juist behoefte aan hebben?</al>
    </vraag>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 5</nr>
      <al>Wat is de reden voor de in het rapport beschreven terughoudendheid van Nederland met het verlenen van materiële steun aan partnerlanden, terwijl andere EU-lidstaten dat type steun wel bieden, bijvoorbeeld op het terrein van grensbeheer? En zou het kabinet dit willen heroverwegen of bekijken op basis van welke voorwaarden dit alsnog geboden zou kunnen worden?</al>
    </vraag>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 6</nr>
      <al>Hoe kijkt u naar de gerealiseerde terugkeer naar Marokko? Ziet het kabinet kans voor de andere onderzochte landen om vergelijkbare onorthodoxe methoden te bedenken om terugkeer te realiseren en waar denkt u dan aan?</al>
    </vraag>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 7</nr>
      <al>Wat doet het kabinet om de doorlooptijd van nationaliteitsvaststelling – een kritieke succesfactor voor terugkeer – te versnellen bij met name problematische landen zoals Algerije, Irak, Tunesië en Nigeria?</al>
    </vraag>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 8</nr>
      <al>Wat zegt het dat, zelfs wanneer landen wel meewerken (snellere identiteitsvaststelling, meer laissez-passers), dit vaak niet doorwerkt in hogere terug<?xpp afbm?>keercijfers? Hoe verklaart het kabinet dit?</al>
    </vraag>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 9</nr>
      <al>In hoeverre wordt terugkeer belemmerd door de eigen Nederlandse rechts- en asielketen (capaciteit vreemdelingenbewaring, juridische procedures, privacywetgeving die informatie-uitwisseling met partnerlanden bemoeilijkt)?</al>
    </vraag>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 10</nr>
      <al>Wat weerhoudt de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV) ervan om met concrete streefwaarden voor terugkeer te werken?</al>
    </vraag>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 11</nr>
      <al>Zijn de juridische mogelijkheden voor terugkeer, die van invloed zijn op de uitvoering, door het ingaan van het EU-migratiepact verbeterd? Zo ja, wat is er dan precies verbeterd en zo nee, waarom niet? En biedt de Europese regelgeving (inclusief de terugkeerverordening) mogelijkheden die situatie verder te verbeteren? En als dat het geval is, waarom wordt daar dan nu nog geen gebruik van gemaakt?</al>
    </vraag>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 12</nr>
      <al>Wat gaat u doen om het fundamentele verschil van inzicht tussen de Ministeries van Buitenlandse Zaken en Justitie en Veiligheid over het belang van bescherming, dat blijkt uit de evaluatie, op te heffen?</al>
    </vraag>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 13</nr>
      <al>Waarom registreert de DTenV ongeveer de helft van de uitstroom als «zelf<?xpp afbm?>standig vertrek zonder toezicht», zonder vast te stellen of mensen daadwerkelijk zijn vertrokken? En wat betekent dit voor de geloofwaardigheid van terugkeercijfers?</al>
    </vraag>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 14</nr>
      <al>Ervan uit gaande dat bij «zelfstandig vertrek zonder toezicht» een aantal mensen alsnog in Nederland blijft of naar een ander EU-land uitwijkt, wordt er nagedacht over maatregelen die dit risico verkleinen? En zo ja, aan welke maatregelen denkt het kabinet dan specifiek? En zo nee, waarom niet?</al>
    </vraag>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 15</nr>
      <al>Kunt u deze vragen beantwoorden voor het Commissiedebat van 9 september met de Minister van BHOS over de beleidsbrief van Buitenlandse Zaken waar het genoemde rapport op de agenda staat?</al>
    </vraag>
  </kamervragen>
</officiele-publicatie>