<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"
                      xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
   <metadata>
      <meta name="DC.identifier" scheme="OVERHEIDop.ParlID" content="kv-tk-2025Z19622"/>
      <meta name="OVERHEIDop.configuratie" scheme=""
            content="https://repository.officiele-overheidspublicaties.nl/MasterConfiguraties/MC-OEP-KamervragenZonderAntwoord-Web/1.9/xml/MC-OEP-KamervragenZonderAntwoord-Web.xml"/>
      <meta name="OVERHEIDop.datumIndiening" scheme="DCTERMS.W3CDTF" content="2025-11-11"/>
      <meta name="DC.type" scheme="OVERHEIDop.KamervraagTypen"
            content="Schriftelijke vragen"/>
      <meta name="OVERHEIDop.vraagnummer" scheme="" content="2025Z19622"/>
      <meta name="OVERHEIDop.indiener" scheme="" content="F.H. Bruyning"/>
      <meta name="DCTERMS.alternative" scheme="" content=""/>
      <meta name="OVERHEIDop.vergaderjaar" scheme="" content="2025-2026"/>
      <meta name="DC.creator" scheme="OVERHEID.StatenGeneraal"
            content="Tweede Kamer der Staten-Generaal"/>
      <meta name="DC.type" scheme="OVERHEIDop.Parlementair"
            content="Kamervragen zonder Antwoord"/>
      <meta name="DCTERMS.issued" scheme="DCTERMS.W3CDTF" content="2025-11-11"/>
      <meta name="DC.title" scheme=""
            content="De Veiligheid van procespartijen en rechtsgelijkheid bij jeugdbeschermingsprocedures"/>
      <meta name="DCTERMS.available" scheme="DCTERMS.W3CDTF" content="2025-11-11"/>
      <meta name="DCTERMS.language" scheme="DCTERMS.RFC4646" content="nl"/>
      <meta name="DC.type" scheme="OVERHEID.Informatietype" content="officiële publicatie"/>
      <meta name="OVERHEIDop.publicationName" scheme=""
            content="Kamervragen zonder antwoord"/>
      <meta name="OVERHEID.organisationType" scheme="OVERHEID.Organisatietype"
            content="staten generaal"/>
      <meta name="OVERHEID.category" scheme="OVERHEID.TaxonomieBeleidsagenda"
            content="Recht | Staatsrecht"/>
      <meta name="OVERHEID.category" scheme="OVERHEID.TaxonomieBeleidsagenda"
            content="Sociale zekerheid | Jongeren"/>
      <meta name="OVERHEIDop.versieInformatie" content=""/>
   </metadata>
   <kamervragen>
      <kamervraagkop>
         <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
         <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Tweede Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
         <tekstregel inhoud="kamernummer">2</tekstregel>
         <tekstregel inhoud="documenttype">Kamervragen</tekstregel>
         <tekstregel inhoud="overig">
							Vragen gesteld door de leden der Kamer
						</tekstregel>
      </kamervraagkop>
      <kamervraagnummer>2025Z19622</kamervraagnummer>
      <kamervraagomschrijving type="vraag">Vragen van het lid <naam>
            <achternaam>Bruyning</achternaam>
         </naam> (Nieuw Sociaal Contract) aan de staatssecretarissen van Justitie en Veiligheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over <kamervraagonderwerp>de Veiligheid van procespartijen en rechtsgelijkheid bij jeugdbeschermingsprocedures</kamervraagonderwerp> (ingezonden <datum isodatum="2025-11-11">11 november 2025</datum>).</kamervraagomschrijving>
      <vraag>
         <nr status="officieel">Vraag 1</nr>
         <al>Bent u bekend met de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 15 juli 2025 (ECLI:NL:RBROT:2025:10004)<noot id="n1" type="voet">
               <noot.nr>1</noot.nr>
               <noot.al>
                  <extref soort="URL"
                          doc="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBROT:2025:10004&amp;showbutton=true&amp;keyword=&amp;idx=2"
                          status="actief">https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBROT:2025:10004&amp;showbutton=true&amp;keyword=&amp;idx=2</extref>
               </noot.al>
            </noot>, waarin de meervoudige kamer expliciet stelt dat de rechtbank geen taak of wettelijke bevoegdheid heeft om tijdens of na een zitting de veiligheid van procespartijen te waarborgen?</al>
      </vraag>
      <vraag>
         <nr status="officieel">Vraag 2</nr>
         <al>Komt het standpunt van de meervoudige kamer overeen met formeel beleid van de gerechten of de raad voor de rechtspraak?</al>
      </vraag>
      <vraag>
         <nr status="officieel">Vraag 3</nr>
         <al>Deelt u de mening dat deze uitspraak feitelijk betekent dat procespartijen – waaronder ouders, kinderen, advocaten, medewerkers van de gecertificeerde instelling (GI), de Raad voor de Kinderbescherming en zelfs rechters – tijdens de zitting en na afloop van de zitting zonder enige bescherming het gerechtsgebouw verlaten, ook als er sprake is van expliciete bedreigingen?</al>
      </vraag>
      <vraag>
         <nr status="officieel">Vraag 4</nr>
         <al>Acht u het wenselijk dat een rechterlijke instantie die op de hoogte is van een concrete bedreiging, zeker als die in de zitting wordt uitgesproken, zich beperkt tot de constatering dat er «geen wettelijke bevoegdheid» bestaat om maatregelen te treffen?</al>
      </vraag>
      <vraag>
         <nr status="officieel">Vraag 5</nr>
         <al>Worden deze bedreigingen ook geregistreerd waardoor het zichtbaar is hoe vaak dit voor komt? Is er bijvoorbeeld bekend hoe vaak rechters of griffiers bedreigt worden? Of andere procesdeelnemers? Zo ja, kunt u deze cijfers met de Kamer delen? Zo nee, overweegt u om dit vast te laten leggen waardoor er niet alleen een preventieve werking van uit gaat, maar ook dat er onderzoek kan worden gedaan naar de herkomst en omstandigheden waar dit vandaan komt?</al>
      </vraag>
      <vraag>
         <nr status="officieel">Vraag 6</nr>
         <al>Wordt er ook geregistreerd wat de bedreigingen zijn, waar ze vandaan komen zodat niet alleen inzichtelijk is hoe vaak het voorkomt maar ook wat de achtergronden en of er mogelijk een patroon of recidive is van bepaalde ouders?</al>
      </vraag>
      <vraag>
         <nr status="officieel">Vraag 7</nr>
         <al>Hoe wordt in de praktijk bepaald of een dergelijke dreiging wordt beschouwd als een strafrechtelijke of veiligheidskwestie en wie neemt daartoe het initiatief – de rechtbank, de griffier, de Raad, de GI of de politie?</al>
      </vraag>
      <vraag>
         <nr status="officieel">Vraag 8</nr>
         <al>Bestaat er een protocol voor de veiligheid van procespartijen bij familierechtelijke of jeugdbeschermingszittingen waarbij sprake is van (potentieel) gevaar of agressie? Zo ja, kunt u de kamer dit protocol toezenden?</al>
      </vraag>
      <vraag>
         <nr status="officieel">Vraag 9</nr>
         <al>Indien het antwoord op vraag 8 nee is, kunt u aangeven welk protocol er wél geldt, wie dit handhaaft en hoe vaak dit wordt toegepast?</al>
      </vraag>
      <vraag>
         <nr status="officieel">Vraag 10</nr>
         <al>Hoe wordt de veiligheid van de betrokken rechters, advocaten en hulpverleners gewaarborgd bij vertrek uit de zittingszaal of het gerechtsgebouw, zeker wanneer er sprake is van een emotioneel beladen jeugdzorgzaak waar dergelijk bedreigingen zijn geuit?</al>
      </vraag>
      <vraag>
         <nr status="officieel">Vraag 11</nr>
         <al>Hoe vaak komt het voor dat rechters bedreigd worden in zittingen of daarbuiten via bijvoorbeeld mail of sociale media? Hoe gaat de rechtspraak ermee om als rechters bedreigd worden? Hoe wordt dan de veiligheid van de rechters gewaarborgd? Welke maatregelen neemt de rechtbank dan in het belang van de veiligheid van de rechters? Waar kunnen rechters terecht als zij bedreigd worden en hoe verhoudt zich dat weer ten aanzien van de geheimhoudingsplicht die rechters hebben in het kader van de beslotenheid van jeugd- en familierechtszaken?</al>
      </vraag>
      <vraag>
         <nr status="officieel">Vraag 12</nr>
         <al>Wordt er in dergelijke situaties overleg gevoerd tussen rechtbanken en lokale politie of het Openbaar Ministerie om acute dreiging te beoordelen en maatregelen te treffen? Zo ja, hoe vaak gebeurt dat en hoe is die samenwerking geborgd?</al>
      </vraag>
      <vraag>
         <nr status="officieel">Vraag 13</nr>
         <al>Acht u het wenselijk dat de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van procespartijen in dit soort zaken niet bij één instantie is belegd, waardoor iedereen op elkaar wacht en feitelijk niemand handelt?</al>
      </vraag>
      <vraag>
         <nr status="officieel">Vraag 14</nr>
         <al>Bent u bereid te onderzoeken of de huidige taakafbakening tussen rechtbank, GI, Raad en politie leidt tot rechtsongelijkheid en veiligheidsrisico’s voor partijen die deelnemen aan jeugdbeschermingsprocedures?</al>
      </vraag>
      <vraag>
         <nr status="officieel">Vraag 15</nr>
         <al>Hoe beoordeelt u het risico dat slachtoffers van bedreiging (zoals de moeder in deze zaak, maar ook de advocaat van moeder en de bijzonder curator) zich niet vrij voelen om hun standpunt te uiten en dat dit de kern van een eerlijk proces ondermijnt (artikel 6 EVRM)? Deelt u de mening dat hiermee ook de belangen van de minderjarige in het geding komen? En daarmee het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind niet kan worden nageleefd?</al>
      </vraag>
      <vraag>
         <nr status="officieel">Vraag 16</nr>
         <al>Kunt u toelichten hoe dit zich verhoudt tot de zorgplicht van de overheid om veiligheid te waarborgen binnen door de overheid georganiseerde procedures, waaronder kinderbeschermingszaken?</al>
      </vraag>
      <vraag>
         <nr status="officieel">Vraag 17</nr>
         <al>Bent u bereid in overleg met de Raad voor de rechtspraak, de Nederlandse orde van advocaten, de Raad voor de Kinderbescherming, de gecertificeerde instellingen en alle andere belanghebbenden om te komen tot een goede borgingsafspraken en indien nodig landelijk veiligheidsprotocol voor jeugdbeschermingszittingen en regiezittingen?</al>
      </vraag>
      <vraag>
         <nr status="officieel">Vraag 18</nr>
         <al>Kunt u garanderen dat los van het eventuele beleid concrete stappen worden gezet om de veiligheid van rechters en andere professionals binnen de rechtsgebouwen, wanneer er concrete aanwijzingen zijn voor hun onveiligheid, worden beschermd?</al>
      </vraag>
      <vraag>
         <nr status="officieel">Vraag 19</nr>
         <al>Zo ja, op welke termijn verwacht u dit te kunnen realiseren en bent u bereid de Kamer hierover voor het einde van het eerste kwartaal van 2026 te informeren?</al>
      </vraag>
   </kamervragen>
</officiele-publicatie>