﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-2">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2014Z13368/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamervragen>
    <kamervraagkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2013-2014</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Tweede Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">2</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">Kamervragen</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="overig">
							Vragen gesteld door de leden der Kamer
						</tekstregel>
    </kamervraagkop>
    <kamervraagnummer>2014Z13368</kamervraagnummer>
    <kamervraagomschrijving type="vraag">Vragen van de leden <naam><achternaam>Van Veldhoven</achternaam></naam> en <naam><achternaam>Schouw</achternaam></naam> (beiden D66) aan de Staatssecretaris van Economische Zaken over <kamervraagonderwerp>het bericht dat insecten en vogels verdwijnen door gif</kamervraagonderwerp> (ingezonden <datum isodatum="2014-07-14">14 juli 2014</datum>).</kamervraagomschrijving>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 1</nr>
      <al>Kent u het bericht over het verdwijnen van insecten en vogels door gif?<noot id="ID-2014Z13368-d37e61" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>«Insecten en vogels verdwijnen door gif», Volkskrant, p. 8, 10 juli 2014</noot.al></noot> Bent u van mening dat de genoemde studie<noot id="ID-2014Z13368-d37e69" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>In een studie gepubliceerd in Nature op 10 juli 2014 (<extref soort="URL" doc="http://www.nature.com/news/be-concerned-1.15516" status="actief">http://www.nature.com/news/be-concerned-1.15516</extref>) hebben wetenschappers van o.a. de Radboud Universiteit te Nijmegen een verband aangetoond tussen het gebruik van bepaalde neonicotinoiden en de achteruitgang van vogelsoorten als de spreeuw, veldleeuwerik, boerenzwaluw, ringmus en andere insecteneters. Deze schadelijke effecten van deze pesticiden lijken dus veel omvangrijker dan gedacht. Niet alleen bijen komen in gevaar, maar ook veel vogelsoorten</noot.al></noot> aantoont dat ingrijpen noodzakelijk is, niet alleen op basis van Europese pesticidenwetgeving, maar ook op basis van de Vogelrichtlijn?</al>
    </vraag>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 2</nr>
      <al>Bent u bereid om in Europees verband de European Food and Safety Organisation (EFSA) een oordeel te vragen over deze schadelijke effecten? Hoe snel kan zo’n beoordeling zijn afgerond?</al>
    </vraag>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 3</nr>
      <al>Bent u van mening dat op grond van het voorzorgsbeginsel al op korte termijn maatregelen genomen zouden moeten worden? Zo ja, welke stappen gaat u zetten?</al>
    </vraag>
    <kamervraagopmerking type="toelichting">
      <kop>
        <titel>Toelichting:</titel>
      </kop>
      <al>Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Van Gerven (SP), ingezonden 11 juli 2014 (vraagnummer <extref doc="kv-tk-2014Z13304" soort="document" status="actief">2014Z13304</extref>) en het lid Jacobi (PvdA), ingezonden 11 juli 2014 (<extref doc="kv-tk-2014Z13320" soort="document" status="actief">2014Z13320</extref>).</al>
    </kamervraagopmerking>
  </kamervragen>
</officiele-publicatie>