﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE vraagdoc PUBLIC "-//SDU//DTD vragen xml 1.1//NL" "../../dtd/vragen-11.dtd"[]>
<vraagdoc kamer="2" publtype="vrlo">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-2070827760/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer Der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2007-2008</subtitel>
    <subtitel>Aanhangsel van de Handelingen</subtitel>
    <subtitel>Vragen gesteld door de leden der Kamer</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="1.3" conv="2.9" markup="xa"></versie>
    <ordernr>v2070827760</ordernr>
    <vergjaar>2007-2008</vergjaar>
  </frontm>
  <body>
    <vragen>
      <vraagnummer>2070827760</vraagnummer>
      <omschr>Vragen van de leden <naam>Gesthuizen</naam> en <naam>Ulenbelt</naam>
(beiden SP) aan de ministers van Economische Zaken en van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid over <ondw>koolstof nanobuisjes.</ondw><datum>(Ingezonden
20 augustus 2008)</datum></omschr>
      <vraag>
        <nummer>1</nummer>
        <al>Is het waar dat koolstof nanobuisjes bij bepaalde lengte vergelijkbare
uitwerking hebben op gezondheid als asbest?<sup><nootref nr="1"></nootref></sup></al>
      </vraag>
      <vraag>
        <nummer>2</nummer>
        <al>Kunt u de Kamer uw reactie sturen op het rapport «Omgaan met nanodeeltjes
op de werkvloer, 2008» ?</al>
      </vraag>
      <vraag>
        <nummer>3</nummer>
        <al>Erkent u de les die geleerd is met Eternit en andere asbestproducenten
dat zij uit economische overtuiging niet altijd even maatschappelijk verantwoord
zijn omgesprongen met de kennis over ernstige gezondheidseffecten en dat pas
in 1994 met een krachtig wettelijk verbod van overheidswege een einde kwam
aan de productie en toepassing van die kankerverwekkende stof? Hoe vertaalt
u die les naar de huidige praktijk rond productie en toepassing van nanodeeltjes
waarvan wetenschappelijk bewezen is dat ze negatieve effecten hebben op de
gezondheid van mens en werknemer?</al>
      </vraag>
      <vraag>
        <nummer>4</nummer>
        <al>Hoe verklaart u het verschil in opvatting over de wetgeving tussen het
kabinet<sup><nootref nr="2"></nootref></sup> en de heer Borm die stelt dat de wetgeving voor nanotechnologie
juist niet op orde is? Zo neen, waarom niet en hoe wordt de toepassing van
risicovolle nanodeeltjes dan exact gereguleerd?</al>
      </vraag>
      <vraag>
        <nummer>5</nummer>
        <al>Kunt u aangeven of het wetenschappelijk onderzoek naar de uitwerking van
nanodeeltjes, dat in mei 2008 in Nature is gepubliceerd voor u voldoende aanleiding
is om met een wijziging van de Arbowet te komen en bij de Europese Commissie
te bepleiten de bestaande wetgeving aan te passen? Zo neen, waarom niet en
welk wetenschappelijk bewijs en door wie geleverd is dan nodig om het kabinet
daartoe aan te zetten?</al>
      </vraag>
      <vraag>
        <nummer>6</nummer>
        <al>Kunt u aangeven welke stappen u onderneemt richting bedrijven die werken
met koolstofnanobuisjes van risicovolle afmetingen? Op welke wijze worden
werknemers, afnemers en consumenten geïnformeerd over de potentiële
risico’s van het werken met vezelvormige nanodeeltjes?</al>
      </vraag>
      <vraag>
        <nummer>7</nummer>
        <al>Deelt u de mening dat het brede maatschappelijke debat over nanotechnologie
niet alleen met deskundigen gevoerd moet worden maar dat tegelijkertijd ook
de burgers, consumenten en werknemers betrokken moeten worden in uw standpunt
bepaling? Zo neen, waarom niet?</al>
      </vraag>
      <vraag>
        <nummer>8</nummer>
        <al>Deelt u de opvatting van de heer Borm dat voorlopig gestopt moet worden
met de toepassing van nanobuisjes vanaf 15 micrometer? Zo neen, waarom niet?</al>
      </vraag>
      <noot nr="1">
        <al> NRC Handelsblad, 16 augustus 2008.</al>
      </noot>
      <noot nr="2">
        <al> Actieplan Nanotechnologie, Kamerstuk 29 338, nr. 75, vergaderjaar
2007–2008.</al>
      </noot>
    </vragen>
  </body>
</vraagdoc>