﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE vraagdoc PUBLIC "-//SDU//DTD vragen xml 1.1//NL" "../../dtd/vragen-11.dtd"[]>
<vraagdoc kamer="2" publtype="vrlo">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-2050616910/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer Der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2005-2006</subtitel>
    <subtitel>Aanhangsel van de Handelingen</subtitel>
    <subtitel>Vragen gesteld door de leden der Kamer</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="1.3" conv="2.9" markup="xa"></versie>
    <ordernr>v2050616910</ordernr>
    <vergjaar>2005-2006</vergjaar>
  </frontm>
  <body>
    <vragen>
      <vraagnummer>2050616910</vraagnummer>
      <omschr>Vragen van het lid <naam>Duyvendak</naam> (GroenLinks) aan de staatssecretaris
van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer over <ondw>de subsidieregeling
energiebesparing in gebouwen.</ondw><datum>(Ingezonden 24 juli 2006)</datum></omschr>
      <vraag>
        <nummer>1</nummer>
        <al>Kunt u mededelen op welk onderzoek de CO<inf>2</inf>-reductiewaarden van
de verschillende typen isolatie (vloer, bodem, spouwmuur, gevel, dak/vliering)
in de «Tijdelijke subsidieregeling CO<inf>2</inf>-reductie gebouwde
omgeving 2006»<sup><nootref nr="1"></nootref></sup> zijn gebaseerd en wilt u dit onderzoek
toesturen aan de Kamer?</al>
      </vraag>
      <vraag>
        <nummer>2</nummer>
        <al>Kunt u berichten waar de onderlinge verschillen tussen de verschillende
typen isolatie (vloer, bodem, spouwmuur, gevel, dak/vliering) vandaan komen
en hoe de consistentie is gewaarborgd (dus de eerlijke vergelijking tussen
de verschillende typen isolatie)?</al>
      </vraag>
      <vraag>
        <nummer>3</nummer>
        <al>Hoe is het te verklaren dat aan bodemisolatie met R≥1,30 een hogere
energiebesparing wordt toegekend dan aan vloerisolatie R≥2,50, terwijl
de vloerisolatie een hogere isolatiewaarde heeft (2,5 i.p.v. 1,3) en bovendien
direct tegen de vloer is aangebracht, terwijl de bodemisolatie door de afstand
vanaf de vloer juist als averechts effect heeft dat ’s winters koude
lucht van buiten in de kruipruimte niet kan worden opgewarmd door de –
dan relatief warme – aardbodem?</al>
      </vraag>
      <vraag>
        <nummer>4</nummer>
        <al>Hoe verklaart u het enorme verschil (factor 22) in CO<inf>2</inf>-reductie
tussen vloerisolatie en spouwmuurisolatie?</al>
      </vraag>
      <vraag>
        <nummer>5</nummer>
        <al>Hoe verklaart u het dat in Zweden vloerisolatie op grote schaal in woningen
wordt toegepast, terwijl dit in Nederland (nog) nauwelijks het geval is?</al>
      </vraag>
      <vraag>
        <nummer>6</nummer>
        <al>Welke besparingseffecten met vloerisolatie worden er in Zweden bereikt
(ook in vergelijking tot andere typen isolatie) en wat zijn hierin de verschillen
met Nederland?</al>
      </vraag>
      <vraag>
        <nummer>7</nummer>
        <al>Met welke reden is er voor gekozen dat, om voor subsidie in aanmerking
te komen, minimaal twee voorzieningen moeten worden aangebracht en wat voegt
dit toe ten opzichte van het criterium dat minimaal 400 ton CO<inf>2</inf>
moet worden bespaard?</al>
      </vraag>
      <vraag>
        <nummer>8</nummer>
        <al>Bent u bereid dit criterium te laten vervallen, om te voorkomen dat een
goede maatregel niet wordt uitgevoerd enkel en alleen omdat er niet tegelijk
een andere maatregel wordt uitgevoerd? Zo neen, waarom niet?</al>
      </vraag>
      <vraag>
        <nummer>9</nummer>
        <al>Bent u bereid deze vragen vóór 27 juli, de datum waarop
de regeling van kracht wordt, te beantwoorden?</al>
      </vraag>
      <noot nr="1">
        <al> Senternovem, 17 juli 2006.</al>
      </noot>
    </vragen>
  </body>
</vraagdoc>