Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2015-2016C nr. AG

C Parlementair Onderzoek Privatisering/Verzelfstandiging Overheidsdiensten

AG BRIEF VAN DE MINISTER VOOR WONEN EN RIJKSDIENST

Den Haag, 29 juni 2016

Bijgaand treft u het overzicht van thans voorgenomen privatiseringen en verzelfstandigingen aan.1 U ontvangt dit overzicht naar aanleiding van de toezegging van het kabinet in reactie op het rapport «Verbinding Verbroken?» van de Parlementaire Onderzoekscommissie Privatisering/Verzelfstandiging Overheidsdiensten van uw Kamer.2 In die toezegging was nog sprake van een overzicht van voorgenomen privatiseringen en verzelfstandigingen met ingang van elke nieuwe kabinetsperiode. In mijn brief aan uw Kamer d.d. 21 januari 2015, waarin ik uiteengezet heb hoe ik invulling zal geven aan mijn coördinerende rol ten aanzien van privatiseringen en verzelfstandigingen, heb ik kenbaar gemaakt dat ik u voortaan jaarlijks (in plaats van alleen aan het begin van elke kabinetsperiode) een geactualiseerd overzicht van deze voornemens zal doen toekomen. Voor het parlement is de voortgang van privatiserings- en verzelfstandigingstrajecten dan beter te monitoren.

Sinds begin 2015 geef ik invulling aan mijn coördinerende rol ten aanzien van privatiseringen en verzelfstandigingen3. Daarbij heb ik – zoals het kabinet heeft toegezegd aan uw Kamer – gebruik gemaakt van het besliskader dat de Parlementaire Onderzoekscommissie Privatisering/Verzelfstandiging Overheidsdiensten heeft ontworpen. Bij de beoordeling van voorstellen tot privatisering en verzelfstandiging heb ik vooral gelet op de volgende kernpunten:

  • Wordt het besliskader, een verplichte kwaliteitseis binnen het Integraal Afwegingskader (IAK), gebruikt?

  • Gebeurt dit op een correcte manier: worden alle stappen van het besliskader doorlopen en wordt er daarbinnen aandacht geschonken aan de inhoudelijke aandachtspunten en procesmatige richtlijnen?

  • Wordt bij eventuele afwijking daarvan afdoende beargumenteerd waarom er in het specifieke geval aanleiding is voor afwijking (comply or explain)?

  • Worden de publieke belangen geborgd nu en in de toekomst?

  • Wordt het parlement op tijd en volledig geïnformeerd?

De eerste ervaringen zijn positief:

  • Toepassing van het besliskader leidt er in de meeste gevallen toe dat in Kamerbrieven en (wets)voorstellen inzake privatisering/verzelfstandiging een paragraaf wordt gewijd aan het besliskader. Daarin wordt aangeven in welke fase het traject zich bevindt, wat er in eerdere fases is gedaan en besloten en wat nog in de komende fases wacht. In één geval4 is gekozen voor een overzichtelijk schematisch overzicht van de toepassing van het besliskader per fase van het traject.

  • Bij langlopende processen, waarbij uw Kamer in verschillende stadia wordt geïnformeerd, komt het besliskader steeds opnieuw aan de orde. Het besliskader leidt zo tot extra reflectie op cruciale momenten in het proces en tot een betere verantwoording van gemaakte keuzes, kortom tot een zorgvuldiger en transparanter proces.

  • De Parlementaire Onderzoekscommissie Privatisering/Verzelfstandiging Overheidsdiensten onderkende al dat het besliskader is geënt op een ideaaltypisch verloop van een besluitvormingstraject, maar dat besluitvorming in wezen zelden zo stapsgewijs verloopt. De praktijk staaft het gelijk van de commissie: zeker bij privatiseringen blijkt het achtereenvolgens doorlopen van de stappen van het kader niet altijd mogelijk. Ook zijn niet altijd alle inhoudelijke aandachtspunten en procesmatige richtlijnen op elk geval van toepassing. Dat vraagt in deze gevallen tot een nadere onderbouwing van de noodzaak tot afwijking. Dit komt de kwaliteit van de besluitvorming ten goede.

Privatiseringen

In de nota Deelnemingenbeleid rijksoverheid 2013 heeft het kabinet de stappen uit het besliskader geïntegreerd in het privatiseringsbeleid. Het parlement wordt nauw betrokken bij de overwegingen om deelnemingen te behouden of (deels) af te stoten. Het besliskader is in 2015 bij alle lopende privatiseringstrajecten toegepast. Bij twee aandelentransacties van staatsdeelnemingen is het besliskader niet toegepast: dat van de Limburgse ontwikkelings- en investeringmaatschappij (LIOF) en van de Investerings- en Ontwikkelingsmaatschappij voor Noord-Nederland (N.V. NOM). Hier was namelijk geen sprake van een aandelenoverdracht aan private partijen.

Verzelfstandigingen

Omdat ik het eerste aanspreekpunt ben voor het verzelfstandigingsbeleid en de Kaderwet zbo’s en ik uit hoofde van deze Kaderwet mede-ondertekenaar ben voor de oprichting of wijziging van zbo’s, wordt mijn ministerie betrokken bij alle trajecten tot verzelfstandiging. Het is dan ook gebruikelijk dat mijn ministerie in verzelfstandigingstrajecten departementen vroegtijdig wijst op het verplichte gebruik van het besliskader en op het feit dat de toepassing van het kader tijdens de verdere follow-up zal worden gemonitord. Ik word periodiek over ontwikkelingen in deze trajecten geïnformeerd. Het besliskader is in 2015 o.m. toegepast bij (wets)voorstellen inzake de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming, de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw, de Dopingautoriteit en het Zorginstituut Nederland.

De Minister voor Wonen en Rijksdienst, S.A. Blok

VOORGENOMEN PRIVATISERINGEN EN VERZELFSTANDIGINGEN

Naam1

Voorgenomen privatisering of verzelfstandiging?2

Kabinetsbesluit?

(zo ja, datum)

Privatisering: beoogd resterende aandeel van de rijksoverheid3

Verzelfstandiging: beoogd type verzelfstandiging4

Stand van zaken5

Opmerkingen

Relevante publieke belangen en waar deze zijn vastgelegd6.

FINANCIËN

             

Urenco

Privatisering

Ja (17 mei 2013), onder voorwaarde van de adequate borging van de publieke belangen.

Geen

n.v.t.

Het instrumentarium ter borging van de publieke belangen en wetgeving zijn in voorbereiding en worden afgestemd met de overige aandeelhouders.

De Minister van Financiën heeft in het AO Staatsdeelnemingen van 3 februari j.l. gezegd dat verkoop van het Nederlandse aandeel op dit moment niet aan de orde is. Er wordt een wetsvoorstel voorbereid om de publieke belangen te borgen. Deze wetgeving is zelfstandig van groot belang om de publieke belangen te borgen, los van eventuele privatisering. Pas als de borging van de publieke belangen is geregeld, komt de vraag over wel of niet verkopen weer aan de orde. De Minister constateerde tijdens hetzelfde AO dat verkoop momenteel niet op steun van de Kamer kan rekenen.

De met Urenco gemoeide publieke belangen zijn non-proliferatie, veiligheid en voorzieningzekerheid. Allereerst vindt de borging van die publieke belangen plaats op het niveau van de installaties van Urenco in de afzonderlijke verdragsstaten.

In de Kamerbrief van 17 mei 2013 is aangegeven dat wordt overwogen om tot verkoop van het Nederlandse aandeel over te gaan. Eerst moeten de publieke belangen zodanig goed geborgd zijn in wet- en regelgeving dat een verkoop verantwoord is. Over de borging van publieke belangen wordt gesproken met het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, die daarvoor medeverantwoordelijk zijn op basis van het Verdrag van Almelo

Deze publieke belangen zijn vastgelegd in:

– Kernenergiewet

– In- en uitvoerwet

– Geheimhoudingsbesluit kernenergiewet

– Non-Proliferatieverdrag

– Euratom Verdrag

– Nuclear Suppliers Guidelines

– Het Verdrag van Almelo

– Het Verdrag van Washington

– Verdrag van Cardiff

Tweede Kamer, 2007–2008, 31 350, nr. 6

Tweede Kamer, 2013, 28 165, nr. 161

Holland Casino

Privatisering. Staat is formeel geen aandeelhouder aangezien de Holland Casino een stichting is

In het regeerakkoord is het voornemen tot verkoop aangekondigd. In de beleidsvisie van juli 2014 is het voornemen bevestigd en het ontwerp uit het besliskader uitgewerkt. Na goedkeuring van de aangepast wet (WoK) wordt uitvoering (3e stap uit het besliskader) gegeven aan de privatisering.

geen

n.v.t.

In de beleidsvisie herinrichting speelcasinoregime is de verkoop van HC aangekondigd. Alvorens er kan worden verkocht dient de ordening op de kansspelmarkt te worden herzien. De aangepaste WoK zal naar verwachting dit voorjaar aan de Kamer worden aangeboden.

Holland Casino en SENS zijn wettelijke monopolies, maar geen natuurlijke monopolies. Concurrentie kan worden gecreëerd. Dit kabinet is van mening het aanbieden van gokspelen geen taak is van de overheid. Dit kabinet is van mening dat er geen principiële, permanente redenen zijn om deze belangen in portefeuille te houden, hooguit tijdelijke.

Het hoofddoel van het kansspelbeleid is het reguleren en beheersen van kansspelen met bijzondere aandacht voor het tegengaan van kansspelverslaving, het beschermen van de consument en het tegengaan van illegaliteit en criminaliteit. Uit dit algemene hoofddoel volgt het publiek belang van Holland Casino:

– het kanaliseren van de vraag naar casinospelen door te voorzien in een betrouwbaar, door de overheid aangestuurd aanbod;

– het voorkomen dat concurrentie ontstaat op de casinomarkt, die tot onverantwoord gokgedrag en een toename van de kansspelverslaving zou kunnen leiden;

– het tegengaan van illegale casinospelen door te voorzien in een betrouwbaar en gecontroleerd legaal aanbod;

– het beschermen van de consument door er op toe te zien dat de sector niet wordt verstoord door oneerlijke, ondeskundige en onbetrouwbare aanbieders van (casino)spelen.

Deze publieke belangen zijn vastgelegd in:

– Wet op de Kansspelen

– Beschikking Casinospelen 1996

– Besluit College van Toezicht op de Kansspelen

– Kansspelenbesluit

– Speelautomatenbesluit 2000

– Uitvoeringsbesluit Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme

Tweede Kamer, 2002–2003, 24 036, nr. 280

Staatsloterij

Privatisering. Staat is formeel geen aandeelhouder aangezien de Staatsloterij een stichting is.

nee

geen

n.v.t.

Op 11 juli 2014 heeft de Staatssecretaris van VenJ aan de Kamer gemeld dat de periode tot 2017 zal worden gebruikt om tot een nadere visie te komen op de toekomst van de loterijen in Nederland. Hierbij wordt ook meegenomen of de vergunning voor de prijzenloterij transparant dient te worden vergund. Deze nadere visie op het loterijstelsel dient te worden vastgesteld voordat de Staat kan besluiten of er in de toekomst toegevoegde waarde is voor het aandeelhouderschap.

Idem Holland Casino.

Het hoofddoel van het kansspelbeleid is het reguleren en beheersen van kansspelen met bijzondere aandacht voor het tegengaan van kansspelverslaving, het beschermen van de consument en het tegengaan van illegaliteit en criminaliteit. Het publiek belang van de Staatsloterij vloeit voort uit de doelstelling van het kansspelbeleid. Voor de Staatsloterij gelden als publieke belangen:

– het kanaliseren van de vraag naar loterijspelen door te voorzien in een betrouwbaar, door de overheid aangestuurd aanbod;

– het stellen van een norm voor het overige loterijaanbod;

– het tegengaan van illegaal aanbod door te voorzien in een betrouwbaar aanbod;

– het beschermen van de consument.

Deze publieke belangen zijn vastgelegd in:

– Wet op de Kansspelen

– Wet Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij

– Kansspelenbesluit

– Besluit College van Toezicht op de Kansspelen

– Beschikking Staatsloterij

Tweede Kamer, 2002–2003, 24 036, nr. 280

ABN AMRO

Privatisering

Ja, in de toekomstplannen financiële instellingenbrief van 23 augustus 2013 en het bijbehorende AO

geen

n.v.t.

Op 20 november 2015 is het eerste deel (23%) van de certificaten van aandelen naar de beurs gebracht.

 

Het kabinet wil een solide, transparante, integere en concurrerende financiële sector, die

de klant centraal stelt en dienstbaar is aan de reële economie. Zie voor meer toelichting op de publieke belangen de brieven: Toekomstplannen financiële instellingen ABN AMRO, ASR en SNS REAAL 6 en de Kabinetsvisie Nederlandse Bankensector.7 Verkoop ABN AMRO (22 mei 2015).

SNS Bank

Privatisering

ja, in de toekomstplannen financiële instellingen – brief van 23 augustus 2013.

geen

n.v.t.

SNS Reaal (thans «SRH») is op 1 februari 2013 genationaliseerd. Op

op 26 juli 2015 is VIVAT (voorheen «Reaal») verkocht en is SNS Bank afgesplitst. SRH zal worden afgewikkeld. Medio 2016 volgt een advies van NLFI over de toekomst van SNS Bank.

 

Zie ABN AMRO

ASR

Privatisering

ja, in de brief van 27 november 2015. over verkoopplannen ASR Nederland N.V.

geen

n.v.t.

Op vrijdag 10 juni is het eerste deel van de aandelen naar de beurs gebracht.

 

Zie ABN AMRO

Propertize

Privatisering

ja, in de brief van 16 oktober 2015 over het voornemen verkoop Propertize

geen

n.v.t.

Het besluit om het verkooptraject te starten is genomen.

 

Zie ABN AMRO

Koninklijke Nederlandse Munt (KNM)

Privatisering

Ja, in de brief van 29 april 2016 over de toekomst van KNM.

geen

n.v.t.

Het besluit om het verkooptraject te starten is genomen.

 

De Koninklijke Nederlandse Munt (KNM) voert het muntrecht van de Staat uit. Meer specifiek zijn de volgende publieke belangen gemoeid met de activiteiten van KNM:

– Beschikbaarheid van Nederlandse euromunten, bijzondere munten met de hoedanigheid van wettig betaalmiddel en munten zonder de hoedanigheid van wettig betaalmiddel;

– Bescherming van de euro tegen valsemunterij.

Deze publieke belangen zijn vastgelegd in:

– Muntwet 2002

– Wet tot oprichting van de Nederlandse Munt N.V.

– Instelling Nat. Analysecentr. Munten, Staatscourant 20-12-01, nr. 247

– Muntcontract

EZ

             

B.V. Kwaliteitskeuring Dierlijke Sector

Verzelfstandiging

Ja, zie kamerbrief 16 oktober 2015 herziening keuring en toezicht

 

zbo

Project is gestart. Verwachte realisatiedatum is 1 juli 2017.

De kamerbrief van 16 oktober 2015 Herinrichting Keuring en Toezicht is tijdens een AO op 10 december 2015 besproken met de Tweede Kamer.

 

Zie Kamerbrief 16 oktober 2015 herinrichting Keuring en Toezicht.

Met het toezicht en de keuring op het veterinaire terrein worden belangrijke publieke belangen gediend. De borging van volksgezondheid en voedselveiligheid dient niet voor discussie vatbaar te zijn. De primaire verantwoordelijkheid voor veterinaire keuring en toezicht wordt in de Europese regelgeving dan ook belegd in het publieke domein.

Essentie is dat keuring vlees in het publieke domein komt. Dit sluit aan op Europese wensen en dient het exportbelang van Nederland.

VWS

             

Institute for Translational Vaccinologie

(Intravacc)

Verzelfstandiging

Voornemen gemeld aan TK 4 juli 2013 (II 2012/2013, 33 567, nr. 2), resp. 22 december 2014 (TK 2014–2015, 34 000 XVI, nr. 97 (pag. 5)

Geen

BV en/ of stichting

Uitwerking vormgeving van nieuwe organisatie

Brief van 30 juni 2015 (TK 2014–2015, 33 567, nr. 4, pag. 4 e.v.)

Brief van 15 oktober 2015 (TK 2015–2016, 33 567, nr. 6)

Beoogde realisatie: 1 januari 2017

 

(1) Ontwikkeling van waardevolle nieuwe vaccins incl. alternatieve toedingsvormen met name in een situatie waarbij de industrie vanwege commerciële overwegingen niet of onvoldoende geïnteresseerd is.

(2) Toegang tot kennis en faciliteiten bij calamiteiten.

(3) NL blijft een belangrijke rol spelen op internationaal niveau om de toegang tot vaccins te verbeteren.

(4) Versterking van Life Sciences & Health sector

(5) alternatief proefdier onderzoek/3V programma van EZ

Dopingautoriteit

Oprichting van een zbo als opvolger van de reeds bestaande Stichting Dopingautoriteit

Voornemen tot wetsvoorstel. Brief van 1 december 2014 aan TK (II 2014/ 2015, 30 234, nr. 117)

n.v.t.

zbo, instellingsmotief: onafhankelijke oordeelsvorming op grond van specifieke deskundigheid

Beoogde indiening bij TK vóór 1-9-2015 is vertraagd

De Raad van State heeft op 27 mei 2016 advies uitgebracht over het voorstel van wet uitvoering antidopingbeleid (Wuab). Het advies vergt hernieuwd interdepartementaal overleg, dat vermoedelijk niet vóór het zomerreces kan worden afgerond. Het streven is erop gericht het wetsvoorstel zo spoedig mogelijk, maar in elk geval uiterlijk in september a.s. aan de Kamer toe te zenden.

 

Wet bescherming Persoonsgegevens in relatie tot overheidsverplichtingen met betrekking de Raad van Europa Antidopingconventie (1989) en de Internationale UNESCO-conventie tegen het gebruik van doping in de sport (2005). Voorzien in adequate grondslag voor verwerking persoonsgegevens bij dopingcontroles.

I & M

             

n.v.t.

             

SZW

             

n.v.t.

             

OCW

             

n.v.t.

             

BZK

             

Huis voor Klokkenluiders

Verzelfstandiging

Voorstel van wet van de leden Raak, Fokke, Koşer Kaya, Voortman, Segers, Ouwehand en Klein

(Kamerstukken II 2014/2015, 34 105, nrs. 1–3 en Kamerstukken II 2014/2015, 33 258)

N.v.t.

zbo

Behandeling is op 20 mei 2014 in de Eerste Kamer op verzoek van de initiatiefnemers geschorst. Op 11 dec. 2014 hebben de initiatiefnemers een wijzigingsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend (een Novelle). Op 2 juli 2015 is de Novelle Huis voor Klokkenluiders met algemene stemmen aangenomen in de Tweede Kamer.

In oktober 2015 is de (schriftelijke) behandeling van de Novelle in de Eerste Kamer gestart. Op 9 februari 2016 staat de plenaire behandeling in de Eerste Kamer geagendeerd.

Initiatiefwet van de Tweede Kamer. Tijdens behandeling van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer in 2014 bleek dat er ernstige bezwaren waren tegen onderbrenging van het Huis bij de Nationale ombudsman. In de Novelle is gekozen voor vormgeving van het Huis als zbo. Deze publiekrechtelijke zbo heeft geen eigen rechtspersoonlijkheid, maar is onderdeel van de rechtspersoon Staat. De Kaderwet zbo’s wordt van toepassing met uitzondering van enkele bepalingen ten aanzien van sturing en toezicht, dit met het oog op zijn specifieke takenpakket. De leden en voorzitter van het Huis worden benoemd bij KB.

De initiatiefwet heeft tot doel de voorwaarden voor het melden van maatschappelijke misstanden te verbeteren, door onderzoek naar misstanden mogelijk te maken en melders van misstanden beter te beschermen. De afdeling Advies van het Huis gaat melders van misstanden adviseren en de afdeling Onderzoek gaat onderzoek doen naar meldingen. Tussen beide afdelingen komt een strikte juridische en organisatorische scheiding, omdat de klokkenluider er volledig op moet kunnen vertrouwen dat hij advies in vertrouwen krijgt. Het Huis gaat pas meldingen onderzoeken als er geen andere instantie bevoegd is (last resort).

Toelatingsorganisatie kwaliteitsborging bouw

Verzelfstandiging

Voornemen gemeld aan de Tweede Kamer in november 2013 en maart 2014 Kamerstukken II 2013/14, 32 757, nr. 91 en nr. 97

N.v.t.

zbo

(instellingsmotief:

onafhankelijke oordeelsvorming op grond van specifieke deskundigheid)

Benodigde wetgeving wordt voorbereid.

Planning: aanbieding TK februari / maart 2016

Met het oprichten van de toelatingsorganisatie wordt de Stichting Bouwkwaliteit (SBK) opgeheven. SBK beoordeelt of beoordelingsrichtlijnen voldoen aan het Bouwbesluit 2012 en geeft hierover erkende kwaliteitsverklaringen af. Daarnaast adviseert SBK de Ministeries van BZK en IenM en fungeert het als liaison op het gebied van Europese regelgeving. Deze taken worden uitgevoerd voor de rijksoverheid en daarom is sprake van een publieke taak. Nu met het nieuwe stelsel voor kwaliteitsborging een publiekrechtelijke zbo wordt opgericht met bredere taken en bevoegdheden, is besloten de taken van SBK onder te brengen bij de publieke toelatingsorganisatie.

Er is een aantal maal overleg met de TK geweest over de oprichting van de toelatingsorganisatie en over de wijze waarop de kwaliteit van bouwwerken publiekrechtelijk wordt geborgd in het nieuwe stelsel. De overheid blijft verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling, het wettelijk kader en het overheidstoezicht op de goede werking van de instrumenten. De bouwsector ontwikkelt zelf instrumenten voor de uitvoering van de

kwaliteitsborging die voldoen aan de wettelijke regels; de toelatingsorganisatie houdt toezicht op de werking van het stelsel en toetst of een instrument voor kwaliteitsborging voldoet aan de gestelde regels. Bij de toepassing van het instrument bij concrete bouwprojecten zal het gekozen instrument voor kwaliteitsborging geschikt moeten zijn voor de specifieke gevolgklasse van het bouwwerk. Het bevoegd gezag ziet daarbij op de verlening van de omgevingsvergunning voor het bouwen toe. Het publieke belang van een goede kwaliteit van bouwwerken is daarmee goed geborgd.

           

Hiermee wordt in lijn met het kabinetsbeleid ten aanzien van de herpositionering van zbo’s voorkomen dat met de oprichting van de toelatingsorganisatie het aantal zbo’s wordt uitgebreid.

 

V&J

             

n.v.t.

             

BUZA

             

n.v.t.

             

DEFENSIE

             

n.v.t.

             

AZ

             

n.v.t.

             
X Noot
1

Naam van het te privatiseren of te verzelfstandigen onderdeel.

X Noot
2

Onder privatisering wordt verstaan: de oprichting van staatsdeelnemingen en/of de verkoop van aandelen van staatsdeelnemingen aan private partijen. Bij de oprichting van staatsdeelnemingen wordt de voorhangprocedure gevolgd. Bij de verkoop van aandelen wordt het voornemen tot verkoop en de bijbehorende uitgangspunten vooraf gemeld aan de Kamer. Onder verzelfstandiging wordt verstaan: de vorming van een agentschap (interne verzelfstandiging), de vorming van een zbo, en de vorming van een rwt (voor zover dit geen zbo is; exclusief schoolbesturen en onderwijsinstellingen)

NB Ten aanzien van staatsdeelnemingen die meerdere departementen aangaan (veelal Financiën en een vakdepartement), is ervoor gekozen deze zoveel mogelijk te rubriceren onder het vakdepartement dat de deelneming het meest aangaat.

X Noot
3

Verwacht resterende aandeel na inwerking treden van het besluit/ de instellingswet.

X Noot
4

Aangeven of het hier de beoogde vorming van een agentschap, een zbo, en/of een rwt betreft.

X Noot
5

Stand van zaken proces, b.v. onderzoeksopdracht verstrekt, onderzoek loopt, onderzoek afgerond, kabinetsreactie wordt voorbereid, Tweede Kamer heeft hier al mee ingestemd.

X Noot
6

Weergave van alle bij de verzelfstandiging resp. privatisering gemoeide publieke belangen. Daarbij zo mogelijk ook vermelden in welke wetten, beleidsnota’s, besluiten deze publieke belangen zijn vastgelegd. Zo mogelijk ook ingaan op de (af)weging tussen die belangen.

X Noot
6

Eerste Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 32 013, D.

X Noot
7

Tweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 32 013, nr. 35.


X Noot
1

Dit is een update van het overzicht over 2015, dat gevoegd was bij mijn jaarbrief 2015 «beleid met betrekking tot zbo’s», die ik op 11 mei 2015 heb gestuurd naar de Tweede Kamer en van welke brief u een afschrift heeft ontvangen.

X Noot
2

Eerste Kamer, EL, vergaderjaar 2012–2013, C, B.

X Noot
3

Deze coördinerende rol is een uitvloeisel van een motie van de heer De Graaf e.a., aangenomen naar aanleiding van het debat op 21 januari 2014 met uw Kamer over het eerder vermelde rapport van de Parlementaire Onderzoekscommissie Privatiseringen en Verzelfstandigingen en de kabinetsreactie op dat rapport.

X Noot
4

Dat was bij de wijziging van de Kernenergiewet in verband met de instelling van de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (TK, 2014–2015, 34 219, nr. 2).