35 031 Wijziging van de Wet op de kansspelbelasting voor landgebonden weddenschappen op de sport (Wet aanpassing kansspelbelasting voor sportweddenschappen)

Nr. 4 ADVIES AFDELING ADVISERING RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT1

Hieronder zijn opgenomen het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State d.d. 10 september 2018 en het nader rapport d.d. 14 september 2018, aangeboden aan de Koning door de Staatssecretaris van Financiën. Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State is cursief afgedrukt.

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 27 augustus 2018, no. 2018001440, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies inzake het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 10 september 2018, no. W06.18.0269/III, bied ik U hierbij aan.

Het kabinet is de Afdeling erkentelijk voor de voortvarendheid waarmee het advies over het bovenvermelde voorstel is uitgebracht.

Naar aanleiding van het advies, dat hieronder cursief is opgenomen, merk ik het volgende op.

Bij Kabinetsmissive van 27 augustus 2018, no. 2018001440, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Wet op de kansspelbelasting voor landgebonden weddenschappen op de sport (Wet aanpassing kansspelbelasting voor sportweddenschappen), met memorie van toelichting.

Het voorstel vormt een onderdeel van het fiscale pakket voor het jaar 2019, samen met de wetsvoorstellen Belastingplan 2019, Overige fiscale maatregelen 2019, Wet bronbelasting 2020, Fiscale vergroeningsmaatregelen 2019, Wet modernisering kleineondernemersregeling en implementatie artikel 1 richtlijn elektronische handel.

Het voorstel strekt er met name toe om aanbieders van landgebonden sportweddenschappen en aanbieders van via internet gespeelde sportweddenschappen gelijk te behandelen voor de kansspelbelasting. Daarmee wordt voorkomen dat er sprake is van onrechtmatig verleende staatssteun.

De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het voorstel aan de Tweede Kamer te zenden, maar merkt op dat er nog andere landgebonden weddenschappen (dan landgebonden «sport»weddenschappen) zijn. Ook daarbij zou zich een verschil in behandeling voor de kansspelbelasting kunnen voordoen ten opzichte van de situatie waarin dergelijke weddenschappen via internet worden gespeeld. In zoverre daar sprake van is, adviseert zij de fiscale behandeling gelijk te trekken.

Met het wetsvoorstel inzake kansspelen op afstand (wetsvoorstel KOA), dat momenteel in behandeling is bij de Eerste Kamer, worden internetkansspelen gereguleerd.2 Na inwerkingtreding van dat voorstel kunnen aanbieders van internetkansspelen de onlinemarkt in Nederland betreden, mits zij voldoen aan strikte vergunningsvoorwaarden waarmee de doelstellingen van het kansspelbeleid worden geborgd (consumentenbescherming, voorkomen kansspelverslaving en criminaliteit). Het regime voor de kansspelbelasting dat daarbij wordt voorgesteld is voor alle soorten internetkansspelen gelijk: de aanbieder van het internetkansspel is belastingplichtig en heffing vindt plaats over het brutospelresultaat.

De toelichting op voorliggend voorstel maakt duidelijk dat de Europese Commissie van oordeel is dat sportweddenschappen via internet enerzijds en landgebonden sportweddenschappen anderzijds dezelfde kenmerken hebben, ook al hebben zij een ander distributiekanaal. Volgens de Commissie zal daardoor met het KOA-regime voor kansspelen via internet, sprake zijn van onverenigbare staatssteun voor aanbieders van landgebonden kansspelen in de vorm van sportweddenschappen.3 Die steun is er volgens de Commissie omdat volgens het huidige kansspelbelastingregime niet de aanbieder van een landgebonden sportweddenschap belastingplichtig is maar de speler.4 Daarmee worden gelijke gevallen verschillend behandeld. Gelet hierop strekt het voorstel ertoe om voor aanbieders van landgebonden sportweddenschappen hetzelfde regime te laten gelden als voor aanbieders van sportweddenschappen via internet: de aanbieder van landgebonden sportweddenschappen wordt belastingplichtig en er wordt geheven over het brutospelresultaat.

De Afdeling merkt hier het volgende over op.

Voorliggend voorstel is uitsluitend gericht op aanpassing van het kansspelbelastingregime voor landgebonden kansspelen in de vorm van «sport»weddenschappen. Uit de toelichting op het wetsvoorstel KOA blijkt echter dat er nog andere landgebonden kansspelen bestaan dan sportweddenschappen. Het gaat dan om «onder andere loterijen, weddenschappen [wat ruimer is dan «sport»weddenschappen], en prijsvragen».5 Ook bij dergelijke landgebonden kansspelen zou zich een vergelijkbaar verschil in behandeling kunnen voordoen (heffing bij de speler over de prijs) ten opzichte van de situatie waarin die spelen via internet worden gespeeld (heffing bij de aanbieder over het brutospelresultaat). De toelichting maakt niet duidelijk in hoeverre ook met betrekking tot dergelijke landgebonden kansspelen sprake kan zijn van een verschil in behandeling van gelijke gevallen. In zoverre sprake is van een verschil in behandeling, is het gelijktrekken van de kansspelbelastingregimes noodzakelijk om ongerechtvaardigde staatssteun te voorkomen.

De Afdeling adviseert in de toelichting op het voorgaande in te gaan en zo nodig het voorstel aan te passen.

Er zijn geen andere kansspelen waarbij zich een verschil in behandeling in de kansspelbelasting kan voordoen afhankelijk van het distributiekanaal, namelijk landgebonden of via internet (op afstand). In het voorliggende voorstel wordt voorgesteld om aanbieders van landgebonden en aanbieders van op afstand aangeboden sportweddenschappen fiscaal gelijk te behandelen.6 Met de brede term sportweddenschappen in het voorliggende voorstel wordt gedoeld op de huidige sportprijsvragen en de totalisator.7 Voorts voorziet het voorliggende voorstel in een gelijke behandeling in de kansspelbelasting van promotionele kansspelen, ongeacht of een promotioneel kansspel via het internet plaatsvindt of niet. Op grond van het wetsvoorstel KOA worden loterijen te allen tijde als landgebonden kansspel aangemerkt, ook als telecommunicatiemiddelen worden gebruikt als verkoopkanaal (e-commerce). Ongelijke behandeling van landgebonden loterijen en loterijen op afstand kan zich daarom niet voordoen.8 De memorie van toelichting is op dit punt aangevuld.

De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De vice-president van de Raad van State,

J.P.H. Donner

Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De Staatssecretaris van Financiën, M. Snel


X Noot
1

De oorspronkelijke tekst van het voorstel van wet en van de memorie van toelichting zoals voorgelegd aan de Afdeling advisering van de Raad van State is ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

X Noot
2

Wijziging van de Wet op de kansspelen, de Wet op de kansspelbelasting en enkele andere wetten in verband met het organiseren van kansspelen op afstand, Kamerstukken II 2013/14, 33 996, nr. 1.

X Noot
3

Memorie van toelichting, paragraaf 1 (Legale kansspelen op afstand), tweede tekstblok, en paragraaf 3 (De visie van de Europese Commissie).

X Noot
4

Waarbij kansspelbelasting bij die speler wordt geheven (via inhouding door de aanbieder) over de gewonnen prijs.

X Noot
5

Kamerstukken II 2013/14, 33 996, nr. 3, p. 148, noot 1 onder de tabel.

X Noot
6

Met de term «weddenschappen» in de door de Afdeling genoemde noot onder tabel 1 op pagina 148 van de memorie van toelichting van het wetsvoorstel KOA wordt niets anders dan sportweddenschappen bedoeld.

X Noot
7

De artikelen 15, eerste lid, en 23, eerste lid, van de Wet op de kansspelen. Op grond van een aangenomen amendement (Kamerstukken II 2015/16, 33 996, nr. 28) op het wetsvoorstel KOA wordt de term sportprijsvragen vervangen door sportweddenschappen.

X Noot
8

Kamerstukken II 2013/14, 33 996, nr. 3, p. 86–88 en 151.

Naar boven