﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36945-VI-10/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamerstuk>
    <kamerstukkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Tweede Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">2</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">Kamerstukken</tekstregel>
    </kamerstukkop>
    <dossier>
      <dossiernummer>
        <dossiernr>36 945</dossiernr>
        <begrotingshoofdstuk>VI</begrotingshoofdstuk>
      </dossiernummer>
      <titel>Jaarverslag en slotwet Ministerie van Justitie en Veiligheid 2025</titel>
    </dossier>
    <stuk>
      <stuknr>Nr. <ondernummer kamer="2">10</ondernummer></stuknr>
      <titel>VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN </titel>
      <datumtekst>Vastgesteld <datum isodatum="2026-06-10">10 juni 2026</datum></datumtekst>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.</al>
            <al>De vragen zijn op 27 mei 2026 voorgelegd aan de Minister van Justitie en Veiligheid. Bij brief van 8 juni 2026 zijn ze door de Minister en Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid beantwoord.</al>
            <al>Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De voorzitter van de commissie,</functie>
            <naam>
              <achternaam>Eerdmans</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
          <ondertekening>
            <functie>De griffier van de commissie,</functie>
            <naam>
              <achternaam>Van Tilburg</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
      <algemeen>
        <kop kopopmaak="vet">
          <titel>Vragen en antwoorden</titel>
        </kop>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vraag (1):</tussenkop>
            <al>Kan worden uitgelegd wat er is veranderd aan het jaarverslag van de nationale politie naar aanleiding van de door de Kamer gevraagde doorlichting van de politiebegroting?</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Antwoord:</tussenkop>
            <al>In opvolging van de motie Michon-Derkzen (Kamerstuk <extref doc="kst-36600-VI-80" soort="document" status="actief">36 600 VI, nr. 80</extref>) die vroeg om een doorlichting van de politiebegroting is in het eerste halfjaarbericht 2025 een visuele weergave van de politiebegroting opgenomen die beoogt meer inzicht te geven in de besteding van middelen. Middels een motie daterend van 26 januari jl. is gevraagd om de doorlichting alsnog uit te voeren (Kamerstuk <extref doc="kst-36800-VI-50" soort="document" status="actief">36 800 VI, nr. 50</extref>). Op de opvolging van de motie kom ik terug in het eerste halfjaarbericht 2026 politie.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vraag (2):</tussenkop>
            <al>Kan worden toegelicht wat het uiteindelijke totale budget in 2025 was voor het Openbaar Ministerie (OM) voor noodzakelijke versterking van de bedrijfsvoering en de informatievoorziening en hoeveel is hiervoor beschikbaar in 2026, 2027 en 2028?</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Antwoord:</tussenkop>
            <al-groep>
              <al>Het totale budget voor de informatievoorziening bij het OM bedroeg in 2025 circa € 166 mln.</al>
              <al>Op basis van de ontwerpbegroting 2026 heeft het OM binnen zijn financiële kaders voor het jaar 2026 hiervoor een bedrag van circa € 231 mln. gereserveerd. Voor de jaren 2027 en 2028 is het overleg over de exacte hoogte van het budget voor informatievoorziening nog gaande. Na de besluitvorming over de ontwerpbegroting 2027 kan ik uw Kamer nader informeren over beschikbare middelen voor de jaren 2027, 2028 en verdere jaren.</al>
            </al-groep>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vraag (3):</tussenkop>
            <al>Hoe vaak worden er zulke grote buitengerechtelijke schikkingen van in dit geval 81 miljoen euro getroffen en kan nader worden toegelicht waarom deze specifieke schikking is getroffen</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Antwoord:</tussenkop>
            <al>Het Openbaar Ministerie beschikt over verschillende buitengerechtelijke afdoeningsmodaliteiten, waaronder de transactie en de OM-strafbeschikking. Deze afdoeningsmodaliteiten kunnen ook gericht zijn op het afpakken van het verdiende crimineel vermogen. Met name wanneer er door de verdachte afstand wordt gedaan van in beslag genomen onroerend goed of waardepapieren komt het voor dat er met een buitengerechtelijke afdoening in zijn totaliteit hoge bedragen gemoeid zijn.</al>
            <al>In 2025 heeft het Openbaar Ministerie in 1 zaak een hoge transactie aangeboden. Wanneer het OM een hoge transactie aanbiedt wordt dit altijd openbaar gemaakt in een persbericht. Hierin staat wie de verdachte is en een samenvatting van de feiten waarvoor de transactie aangeboden wordt. Meer informatie over hoge transacties is te vinden op de website van het OM: <extref doc="https://www.om.nl/onderwerpen/h/hoge-transacties" soort="URL" status="actief">https://www.om.nl/onderwerpen/h/hoge-transacties</extref> en <extref doc="https://www.om.nl/actueel/nieuws" soort="URL" status="actief">https://www.om.nl/actueel/nieuws</extref>.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vraag (4):</tussenkop>
            <al>Waarom was er onderbesteding op het programma criminele geldstromen en hoe vaak is dat de afgelopen jaren voorgekomen?</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Antwoord:</tussenkop>
            <al>Begin 2025 heeft het programma Criminele Geldstromen van het CJIB een nieuw programmaplan opgesteld met een begroting van 2025 tot en met 2027. De planning en de realisatie van het programma voor het jaar 2025 sloten niet geheel aan. Dit kwam met name doordat geplande activiteiten en bijbehorende bestedingen later dan gepland gerealiseerd konden worden. Het programma ligt nu op koers ten opzichte van de begroting. De onderbesteding is beperkt tot 2025 als opstartjaar van het programma Criminele Geldstromen.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vraag (5):</tussenkop>
            <al>Waarom streeft u niet naar een percentage van 100% van tijdig ingestroomde ondernemingszaken en neemt u genoegen met een streefpercentage van 75%?</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Antwoord:</tussenkop>
            <al>Het OM streeft naar een zo hoog mogelijk percentage, bij voorkeur 100%. Het gaat hierbij echter om een relatief korte periode (14 dagen) en complexe materie waar meerdere ketenpartners bij betrokken zijn (CJIB, Rechtspraak). Er kunnen ook zeer goede redenen zijn om iets meer tijd te nemen dan de voorgeschreven termijn, zoals de kwaliteit van het over te dragen dossier. Om die reden wordt 75% een redelijk minimumniveau geacht, waarbij opgemerkt dat duidelijk moet zijn met welke redenen de overige (maximaal) 25% van de zaken niet binnen de voorgeschreven termijn kon worden overgedragen.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vraag (6):</tussenkop>
            <al>Kan concreet worden uitgelegd hoe in 2025 en 2026 de strafrechtketen het is gelukt om een eerste positieve trend in te zetten voor de verbetering van de prestaties, waar blijkt dat uit?</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Antwoord:</tussenkop>
            <al-groep>
              <al>In het algemeen geldt dat het de ketenpartners is gelukt meer capaciteit in te zetten. Ook door de ketenpartners genomen specifieke maatregelen werpen vruchten af, zoals het programma Voorraden en Doorlooptijden van het OM en de inzet van de ketencoördinatoren bij het inzichtelijk maken van de knelpunten en het aanpakken hiervan.</al>
              <al>Specifiek in zedenzaken wordt, terwijl de instroom is toegenomen, in verschillende deelprocessen verbetering in de doorlooptijden gerealiseerd. Bij de politie en het OM zijn de doorlooptijden sinds 2022 sterk verbeterd. Bij het traject van aangifte tot inzenden OM ging in 2022 48% in 180 dagen, in 2025 is dat 56% (norm voor 2025 is 70%, voor 2028 80%). Bij het OM is het traject van instroom tot beoordelen dagvaarden verbeterd van 45% naar 72% binnen 60 dagen (norm 2025 70% en 2028 80%). Op het koppelvlak tussen OM en rechtspraak is er helaas nog geen verbetering te zien (van beoordeling dagvaarden tot eerste zitting blijft het percentage dat dit traject in 120 dagen haalt steken op 42%). Wel zitten er nog veel maatregelen in de pijplijn op dit koppelvlak die nog uitgevoerd moeten worden. Goed om te melden is ook dat de voorraden tussen OM en rechtspraak zijn verminderd (van 2.316 naar 1.534 zaken) en dat de rechtspraak in 2025 in veel meer zedenzaken uitspraak heeft gedaan dan in 2022 (van 575 naar 740).</al>
            </al-groep>
            <al>Het Actieplan versterken ketenaanpak in zedenzaken dat een gezamenlijke aanpak coördineerde op het verbeteren van de doorlooptijden in zedenzaken heeft bijgedragen aan de betere resultaten. In zedenzaken heeft de Rechtspraak aantoonbaar meer zittingen gerealiseerd, de politie en het OM hebben een proces ingericht waardoor sneller een besluit wordt genomen over de kansrijkheid van de zaak.</al>
            <al>Ook met de aanpak van de vvc-zaken is het in 2025 gelukt een daling te realiseren van de voorraden vvc-zaken (politierechterzaken) Deze daalde tussen 1 januari 2025 en 1 juli 2025 van 22.892 naar 20.320. Mede door de ICT-verstoring bij het OM in de zomer van 2025, waardoor minder zaken instroomden, zakte de voorraad te plannen PR-zaken verder naar 18.772. De verwachting is dat in 2026 de administratieve achterstanden verder worden ingelopen, waardoor de voorraad te plannen PR-zaken groeit.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vraag (7):</tussenkop>
            <al>Is inmiddels in 2026 uit de systemen af te leiden of en hoe het OM heeft gereageerd op een verzoek om inzage in processtukken en zo nee, wanneer is dat wel geregeld?</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Antwoord:</tussenkop>
            <al>Het OM streeft ernaar in de loop van 2026 verbeteringen te realiseren in het registratieproces, zodat dit uit de systemen af te leiden is.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vraag (8):</tussenkop>
            <al>Welke acties heeft de Justitiële ICT Organisatie (JIO) ondernomen om de kwaliteit van de prestatieverklaringen te verbeteren in 2025 en tot welke concrete verbeteringen en resultaten hebben deze acties tot nu toe geleid?</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Antwoord:</tussenkop>
            <al-groep>
              <al>De Justitiële ICT Organisatie (JIO) heeft maatregelen genomen om de kwaliteit van de prestatieverklaringen te verbeteren in de vorm van kwaliteitseisen voor prestatieverklaringen, trainen van medewerkers en periodieke controles op aanwezigheid van prestatieverklaringen.</al>
              <al>JIO gaat de ingezette maatregelen verder verankeren in het primair proces en blijft het de voortgang monitoren. De Algemene Rekenkamer heeft geconcludeerd dat de verbetermaatregelen en inspanningen van JIO geleid hebben tot voldoende resultaat, en dat het meer dan voortvarend is opgepakt om de onvolkomenheid binnen een jaar op te lossen.</al>
            </al-groep>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vraag (9):</tussenkop>
            <al>Tot welke concrete verbeteringen hebben de maatregelen die zijn getroffen voor de naleving van het interdepartementale accreditatiebeleid inmiddels geleid?</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Antwoord:</tussenkop>
            <al>Het interdepartementale accreditatiebeleid heeft geleid tot het opstellen van een specifiek accreditatiebeleid JenV, het inrichten van een stelsel van accreditatieprocesbeschrijvingen en het opzetten van een kwaliteitsraamwerk. Op basis hiervan is gestart met het risico-gestuurd accrediteren van een aantal hoog-gerubriceerde informatiesystemen, waarmee wordt bijgedragen aan verbeterde bescherming van deze systemen tegen mogelijke beveiligingsincidenten zoals cyberaanvallen en datalekken. Een deel van de achterstand in de accreditatieverlening is weggewerkt.</al>
            <al>Tevens wordt door de uitgevoerde en geplande accreditaties, en de actieve communicatie hierover richting stakeholders, het risicobewustzijn ten aanzien van informatiebeveiliging gestimuleerd. Het uitvoeren van accreditatieonderzoeken leidt tot het actualiseren van risicoanalyses, de implementatie van beveiligingsmaatregelen en het inrichten van governanceprocessen voor periodieke evaluatie. Deze ontwikkelingen dragen bij aan het versterken van de digitale weerbaarheid.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vraag (10):</tussenkop>
            <al>Klopt het dat het aantal gerealiseerde zaken bij de Centrale Raad van Beroep (CRvB) in 2025 met ruim 42% is gedaald ten opzichte van 2021, en zo ja, wat zijn daar de oorzaken en de gevolgen van en zijn de doorlooptijden bij de CRvB sterk verbeterd, en zo nee, waarom niet?</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Antwoord:</tussenkop>
            <al>Het klopt dat het aantal gerealiseerde zaken bij de Centrale Raad van Beroep (CRvB) in 2025 met circa 43% is gedaald ten opzichte van 2021. De doorlooptijden van het afhandelen van zaken bij de CRvB zijn nog niet verbeterd. De CRvB is nog bezig met het wegwerken van de oudere werkvoorraad, waardoor de doorlooptijd niet daalt. Bovendien is bij zaken die het CRvB behandelt sprake van toegenomen complexiteit en de actuele maatschappelijke vraag naar meer oog voor de menselijke maat.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
      </algemeen>
    </stuk>
  </kamerstuk>
</officiele-publicatie>