﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36945-A-8/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamerstuk>
    <kamerstukkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Tweede Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">2</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">Kamerstukken</tekstregel>
    </kamerstukkop>
    <dossier>
      <dossiernummer>
        <dossiernr>36 945</dossiernr>
        <begrotingshoofdstuk>A</begrotingshoofdstuk>
      </dossiernummer>
      <titel>Jaarverslag en slotwet Mobiliteitsfonds 2025</titel>
    </dossier>
    <stuk>
      <stuknr>Nr. <ondernummer kamer="2">8</ondernummer></stuknr>
      <titel>VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN </titel>
      <datumtekst>Vastgesteld <datum isodatum="2026-06-11">11 juni 2026</datum></datumtekst>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.</al>
            <al>De vragen zijn op 27 mei 2026 voorgelegd aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. Bij brief van 10 juni 2026 zijn ze door de Minister en Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat beantwoord.</al>
            <al>Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De voorzitter van de commissie,</functie>
            <naam>
              <achternaam>Huizenga</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
          <ondertekening>
            <functie>De griffier van de commissie,</functie>
            <naam>
              <achternaam>Schukkink</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
      <algemeen>
        <kop kopopmaak="vet">
          <titel>Vragen en antwoorden</titel>
        </kop>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vraag 1</tussenkop>
            <al>Hoe verklaart u dat bij meerdere grote projecten ramingen of verplichtingen bij Najaarsnota nog niet voldoende accuraat waren, zoals bij ViA15 en A27 Houten-Hooipolder?</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Antwoord 1</tussenkop>
            <al>De kas- en verplichtingenreeksen van de projecten in de begroting worden op de reguliere begrotingsmomenten aangepast. Projecten zijn gedurende het jaar echter volop in voorbereiding of uitvoering. Dat leidt tussentijds tot nieuwe inzichten of onvoorziene uitkomsten die effect kunnen hebben op het benodigde budget en/of kasreeks.</al>
            <al>Bij het project ViA15 is € 22,2 miljoen meer gerealiseerd. Deze toename wordt veroorzaakt doordat na het definitief worden van het Tracébesluit (TB) door de Raad van State de verwachte opstartkosten eerder te laag waren ingeschat. Deze kosten zijn in een later stadium alsnog toegevoegd. Daarnaast is vanwege de financial close, die pas in december gesloten is na de Najaarsnota, de laatste financiële informatie duidelijk geworden (o.a. rentepercentage). Dit heeft tot een technische wijziging van het verplichtingenbudget geleid. De omzetting van het DBFM-contract is verwerkt met bij de Voorjaarsnota 2026.</al>
            <al>Bij de A27 Houten-Hooipolder is er in 2025 € 21,4 miljoen meer gerealiseerd. In 2025 zijn er twee termijnen betaald aan de aannemerscombinaties van zowel contract Noord als contract Zuid. Eerst was de verwachting dat deze termijnen pas in 2026 betaald zouden worden.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vraag 2</tussenkop>
            <al>Welke structurele maatregelen neemt u om capaciteitsproblemen binnen Rijkswaterstaat en projectorganisaties te beperken, gezien de directe impact op projectuitvoering en kasrealisatie?</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Antwoord 2</tussenkop>
            <al>Rijkswaterstaat opereert in een veranderende context met grote uitdagingen, waaronder krapte op de arbeidsmarkt. Het maken van scherpe keuzes op het gebied van personeel en financiën hoort daarbij. Daartoe brengt Rijkswaterstaat continu in beeld waar de grootste capaciteitsuitdagingen zitten, zodat hier tijdig op kan worden gestuurd.</al>
            <al>Om er structureel voor te zorgen dat onze huidige capaciteit doelmatig en effectief wordt ingezet ten behoeve van onze opgave, bereidt RWS een organisatieverandering voor – het samenhangend toekomstperspectief. De Kamer is hierover geïnformeerd in het Jaarverslag IenW 2025, Kamerstukken 36 945-XII. Het doel van de reorganisatie is een eenduidigere sturing, minder dubbel werk en een hogere productie. Op die wijze benut Rijkswaterstaat haar menselijk kapitaal optimaal om Nederland leefbaar, veilig en bereikbaar te houden.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vraag 3</tussenkop>
            <al>In hoeverre acht u de interne financiële beheersing op orde, gelet op de betaalstop bij Zuidasdok, waardoor facturen niet meer in 2025 konden worden voldaan?</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Antwoord 3</tussenkop>
            <al>De interne financiële beheersing maakt onderdeel uit van de door de Algemene Rekenkamer onderzochte bedrijfsvoering. De Rekenkamer concludeert dat het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, inclusief Rijkswaterstaat, in 2025 grotendeels voldoet aan de gestelde eisen met uitzondering van één onvolkomenheid in het inkoopbeheer. Tegelijkertijd constateert de Rekenkamer dat een structureel verbetertraject is ingezet dat inmiddels aantoonbare resultaten laat zien.</al>
            <al>Voor de specifieke casus Zuidasdok geldt dat de factuur rechtmatig is en op tijd is betaald. Dat gebeurde alleen een paar dagen later dan gepland: op 2 januari 2026 in plaats van eind december 2025. Eind december is een factuur bij Zuidasdok aangehouden, omdat het door de Kamer geautoriseerde uitgavenkader voor 2025 was bereikt. Op de laatste betaaldag van 2025 is echter een btw-teruggave geboekt en verrekend met de uitgaven, waardoor uiteindelijk sprake is van onderuitputting. Bij het Rijk geldt dat uitgaven worden geboekt in het jaar waarin ze daadwerkelijk worden betaald. Omdat deze betaling net over de jaargrens heen ging, telt die dus mee voor 2026 en niet meer voor 2025.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
      </algemeen>
    </stuk>
  </kamerstuk>
</officiele-publicatie>