﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36876-13/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamerstuk>
    <kamerstukkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2026-2027</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Tweede Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">2</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">Kamerstukken</tekstregel>
    </kamerstukkop>
    <dossier>
      <dossiernummer>
        <dossiernr>36 876</dossiernr>
      </dossiernummer>
      <titel>Implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1203 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht en tot vervanging van de Richtlijnen 2008/99/EG en 2009/123/EG (Implementatiewet herziene Europese richtlijn milieucriminaliteit)</titel>
    </dossier>
    <stuk>
      <stuknr>Nr. <ondernummer kamer="2">13</ondernummer></stuknr>
      <titel>AMENDEMENT VAN HET LID TEUNISSEN</titel>
      <datumtekst>Ontvangen <datum isodatum="2026-10-12">12 oktober 2026</datum></datumtekst>
      <amendement>
        <al>De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:</al>
        <wijziging>
          <wat>Voor artikel I, onderdeel A, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:</wat>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">0A</lidnr>
            <wat>In artikel 7, tweede lid, onderdeel a, wordt na «in de artikelen» ingevoegd «161quater, 161quinquies, 173a tot en met 173d,».</wat>
          </wijzig-lid>
        </wijziging>
        <divisie opmaak="default">
          <kop kopopmaak="vet">
            <titel>Toelichting</titel>
          </kop>
          <al>Dit amendement beoogt te regelen dat wanneer een Nederlander (of Nederlandse rechtspersoon) in het buitenland op strafbare wijze mensen, dieren, planten of goederen aan ioniserende straling blootstelt, of mensen, dieren, planten, goederen, bodem, water of lucht met radioactieve stoffen besmet, hiervoor vervolgd kan worden, ook als dit in Nederland strafbare feit niet strafbaar is in het land waarin het delict gepleegd is.</al>
          <al>Ditzelfde ook voor een Nederlander (of Nederlandse rechtspersoon) die in het buitenland op strafbare wijze een stof op of in de bodem, in de lucht of in het oppervlaktewater brengt, en voor een rechtspersoon die op strafbare wijze waren verkoopt of te koop aanbiedt waarvan het gebruik op een grotere schaal ten gevolge heeft dat een stof, voorwerp of energie op of in de bodem, de lucht of het oppervlaktewater wordt gebracht dan wel dat de bodem, de lucht of het oppervlaktewater aan ioniserende straling wordt blootgesteld.</al>
          <al>In Artikel 7, eerste lid, van de Nederlandse strafwet staat dat deze toepasselijk is op de Nederlander (of Nederlandse rechtspersoon) die zich buiten Nederland schuldig maakt aan een feit dat door de Nederlandse strafwet als misdrijf wordt beschouwd en waarop door de wet van het land waar het begaan is, straf is gesteld. In het tweede lid van Artikel 7 staan hierop uitzonderingen geformuleerd, bijvoorbeeld bij het helpen van een vervolgde crimineel in het buitenland, het vervalsen van bewijsmateriaal, of het omkopen van een rechter. Hetzelfde geldt bij gedwongen uithuwelijking en seksuele misdrijven. Het is logisch dat we dit bestraffen of dit nou strafbaar is in het buitenland of niet.</al>
          <al>De indiener is van mening dat ernstige milieudelicten van aanzienlijke omvang, waar dan ook ter wereld gepleegd door Nederlanders en Nederlandse bedrijven, moeten kunnen rekenen op vervolging, ook als dit delict in het desbetreffende land niet als strafbaar wordt beschouwd. Deze delicten zijn namelijk van zo’n grove aard met zulke grote consequenties dat we dit niet afhankelijk moeten maken van de moderniteit van het strafrecht in andere landen.</al>
          <al>Artikel 12 van de EU-richtlijn roept lidstaten op om de nodige maatregelen te nemen om zijn rechtsmacht te vestigen ten aanzien van de in de artikelen 3 en 4 bedoelde strafrechtelijke delicten, indien: d) de dader onderdaan van die lidstaat is. In de memorie van toelichting wordt aangegeven dat de regering van plan is dit te verwerken in het Besluit internationale verplichtingen extraterritoriale rechtsmacht (BIVR). De indiener is van mening dat de delicten van de wetswijziging echter thuishoren in Artikel 7 van het Wetboek van Strafrecht. Daarmee is direct duidelijk voor Nederlanders (en Nederlandse rechtspersonen) dat ze ook bestraft kunnen worden voor aanzienlijke milieuvernietiging in het buitenland. Ook zijn hierdoor wijzigingen op dit gebied eenvoudiger controleerbaar voor de Kamer, omdat ze per wetswijziging geregeld zullen worden in plaats van per Amvb.</al>
        </divisie>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <naam>
              <achternaam>Teunissen</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </amendement>
    </stuk>
  </kamerstuk>
</officiele-publicatie>