﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36871-Q/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamerstuk>
    <kamerstukkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Eerste Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">1</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">Kamerstukken</tekstregel>
    </kamerstukkop>
    <dossier>
      <dossiernummer>
        <dossiernr>36 871</dossiernr>
      </dossiernummer>
      <titel>Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026)</titel>
    </dossier>
    <dossier>
      <dossiernummer>
        <dossiernr>35 612</dossiernr>
      </dossiernummer>
      <titel>EU-voorstellen: EU-migratiepact 2020 COM (2020) 609, 610, 611, 612, 613 en 614</titel>
    </dossier>
    <stuk>
      <stuknr>
        <ondernummer kamer="1">Q<noot id="ID-1267158-d40e81" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>De letter Q heeft alleen betrekking op <dossierref dossier="36871">36 871</dossierref>.</noot.al></noot></ondernummer>
      </stuknr>
      <titel>VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG</titel>
      <datumtekst>Vastgesteld <datum isodatum="2026-07-21">21 juli 2026</datum></datumtekst>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>De vaste commissie voor Immigratie &amp; Asiel / JBZ-Raad<noot id="ID-1267158-d40e101" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>Samenstelling:</noot.al><noot.al>Bakker-Klein (CDA), Beukering (Fractie-Beukering), Van Bijsterveld (JA21), Dittrich (D66), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66) (ondervoorzitter), Van Hattem (PVV) (voorzitter), Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Janssen (SP), Kaljouw (VVD), Karimi (GroenLinks-PvdA), Koffeman (PvdD), Lievense (BBB), Marquart Scholtz (BBB), Meijer (VVD), Van den Oetelaar (FVD), Perin-Gopie (Volt), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Van Toorenburg (CDA), Veldhoen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)</noot.al></noot> heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Asiel en Migratie over de <nadruk type="vet">voortgangsrapportage implementatie Europees Asiel- en migratiepact. </nadruk>Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>•</li.nr>
                <al>De uitgaande brief van 17 juni 2026.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>•</li.nr>
                <al>De antwoordbrief van 15 juli 2026.</al>
              </li>
            </lijst>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De griffier van de vaste commissie voor Immigratie en Asiel / JBZ-Raad,</functie>
            <naam>
              <achternaam>Dragstra</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <tussenkop kopopmaak="vet">BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR IMMIGRATIE EN ASIEL / JBZ-RAAD</tussenkop>
            <al>Aan de Minister van Asiel en Migratie</al>
            <al>Den Haag, 17 juni 2026</al>
            <al>De vaste commissie voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad (I&amp;A/JBZ) heeft met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 18 mei 2026<noot id="ID-1267158-d40e147" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken I</nadruk> 2026/26, <extref doc="kst-36871-N" soort="document" status="actief">36 871/35 612, N</extref>.</noot.al></noot> waarbij de Kamer een afschrift wordt toegezonden van de brief aan de Tweede Kamer van diezelfde datum inzake de stand van zaken van het Europees Asiel- en migratiepact ten aanzien van de implementatie in alle lidstaten. De leden van de fractie van <nadruk type="vet">D66 </nadruk>leggen naar aanleiding hiervan graag de navolgende vragen aan u voor. De leden van de fractie van <nadruk type="vet">JA21 </nadruk>wensen de regering ook een aantal vragen te stellen. De leden van de fractie van <nadruk type="vet">Volt </nadruk>wensen de regering eveneens een aantal vragen voor te leggen, mede namens de leden van de fractie van de <nadruk type="vet">PvdD</nadruk>.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van D66</tussenkop>
            <al>De leden van de fractie van <nadruk type="vet">D66 </nadruk>vinden het belangrijk dat de implementatie zorgvuldig plaatsvindt met oog voor de mensenrechten van de betrokken asielzoekers en zij hebben naar aanleiding van de brief een aantal vragen hierover.</al>
            <al>In de derde voortgangsrapportage geeft de Europese Commissie aan dat er voor Nederland nog aandachtspunten zijn in het voorzien van voldoende opvangcapaciteit, tijdige aanname van nationale wetgeving en het wegwerken van achterstanden in de asielketen.<noot id="ID-1267158-d40e183" type="voet"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al>Idem, p. 2.</noot.al></noot> De Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 is inmiddels aangenomen in de Kamer en het Europees Asiel- en migratiepact is nu in werking getreden. Voldoet Nederland daarmee nu aan het aandachtspunt van tijdige aanname van nationale wetgeving?</al>
            <al>Verder geeft de regering in de aanbiedingsbrief aan op termijn voldoende opvangcapaciteit te willen realiseren door uitvoering te geven aan de Spreidingswet.<noot id="ID-1267158-d40e195" type="voet"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al>Idem, p. 3.</noot.al></noot> Kan de regering uitgebreider toelichten op welke wijze zij de uitvoering voor zich ziet en welke mate van dwang de regering hierbij bereid is te gebruiken ten aanzien van gemeenten die weigeren hun aandeel in de opvang te nemen? Op welke wijze kijkt de regering aan tegen politici die tegen gemeenten en hun inwoners zeggen dat zij de democratisch tot stand gekomen Spreidingswet kunnen negeren? Hoe garandeert de regering dat er voldoende opvangcapaciteit is voor kinderen, onder wie niet begeleide minderjarigen?</al>
            <al-groep>
              <al>De leden van de fractie van D66 constateren ook dat de Europese Commissie bezorgd is over de bestaande achterstanden in de asielketen. Op welke wijze gaat de regering realiseren dat er voldoende opgeleid personeel is om deze achterstanden weg te werken en nieuwe te voorkomen? Hoe waarborgt de regering dat Nederland bij een volgende migratiepiek wel voorbereid is en voldoende capaciteit heeft om asielzoekers op te vangen? Is de regering bekend met de voorspelling dat er veel vluchtelingen uit Iran richting Europa en Nederland zullen komen en hoe bereidt Nederland zich op een volgende piek voor?</al>
              <al>Hierbij is het nu gemakkelijker gemaakt om een asielaanvraag af te wijzen als de aanvrager effectieve bescherming zou kunnen krijgen in een derde land dat veilig voor hem of haar is. Hoeveel extra terugkeerzaken verwacht de regering dat dit op gaat leveren? Op welke wijze waarborgt de regering de veiligheid van de asielzoeker tijdens deze procedure?</al>
            </al-groep>
            <al>Ook geeft de Europese Commissie aan dat Nederland één van de negen lidstaten is die urgent moet starten met het testen van alle kritieke processen van Eurodac.<noot id="ID-1267158-d40e212" type="voet"><noot.nr>6</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken I</nadruk> 2026/26, <extref doc="kst-36871-N" soort="document" status="actief">36 871/35 612, N</extref>, p. 3.</noot.al></noot> Wat zijn in de ogen van de regering verder de grootste uitdagingen bij het implementeren van Eurodac? Kan de regering hierbij reflecteren op de rechtmatigheid en uitvoerbaarheid? Op welke termijn verwacht de regering dat Eurodac in Nederland operationeel zal zijn?</al>
            <al>De Europese Commissie geeft verder aan dat voor een duurzame transitie van het Dublin-systeem naar de nieuwe verantwoordelijkheidsregels er goede operationele samenwerking tussen lidstaten moet zijn.<noot id="ID-1267158-d40e227" type="voet"><noot.nr>7</noot.nr><noot.al>Idem, p. 2.</noot.al></noot> Op welke wijze zet de regering zich ervoor in dat deze samenwerking tot stand komt? Kan de regering aan de leden van de fractie van D66 recente voorbeelden geven van deze operationele samenwerking? Welke bijdrage levert de regering hierbij aan de Europese solidariteitspool? Zal Nederland ook asielzoekers van andere lidstaten overnemen of uitsluitend een financiële bijdrage leveren? De Europese Commissie zal in juli en oktober evalueren of de overdrachtsregels zijn verbeterd en geen negatieve gevolgen hebben voor de werking van de Asiel- en Migratiebeheer Verordening. Verwacht de regering dat Nederland bij deze evaluatiemomenten aan de werking van de Verordening zal voldoen? Wat is de situatie als blijkt dat meerdere landen de nieuwe Dublinregels niet goed uitvoeren en de beoogde solidariteit onvoldoende gestalte krijgt? Welk mechanisme is er dan om goede naleving af te dwingen?</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van JA21</tussenkop>
            <al>De leden van de fractie van <nadruk type="vet">JA21</nadruk> hebben de volgende vragen voor de regering.</al>
            <lijst type="expliciet" nummerbreedte="2-cijferig" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>1.</li.nr>
                <al>Waarom heeft de regering niet eerder voorzien in een expliciete wettelijke grondslag voor het uitlezen van een telefoon?</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>2.</li.nr>
                <al>Welke mogelijkheden ziet de regering om het wetgevingstraject aanzienlijk te versnellen?</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>3.</li.nr>
                <al>Welke gevolgen verwacht de regering van het wegvallen van de <nadruk type="cur">quickchecks</nadruk> voor de vaststelling van de identiteit, het eerste aankomstland en het signaleren van mensensmokkel?</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>4.</li.nr>
                <al>Welke mogelijkheden heeft de regering onderzocht om gedurende de periode tot inwerkingtreding van de nieuwe wettelijke grondslag, met aanvullende waarborgen en binnen de grenzen van het geldende recht, zoveel mogelijk relevante informatie te blijven benutten?</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.</li.nr>
                <al>Waarom acht de regering deze mogelijkheden onvoldoende om de tot 2025 gehanteerde werkwijze geheel of gedeeltelijk voort te zetten?</al>
              </li>
            </lijst>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van Volt, mede namens de leden van de fractie van de PvdD</tussenkop>
            <al-groep>
              <al>De leden van de fracties van <nadruk type="vet">Volt </nadruk>en de <nadruk type="vet">PvdD </nadruk>memoreren dat nu het Europees Asiel- en migratiepact sinds 12 juni jongstleden van toepassing is, de aandacht van wetgeving verschuift naar de uitvoering. Deze leden hechten eraan dat Nederland niet alleen de strengere onderdelen van het Europees Asiel- en migratiepact uitvoert, maar ook voldoet aan de verplichtingen op het gebied van opvang, rechtsbescherming, onderwijs, zorg en de bescherming van kwetsbare personen.</al>
              <al>Naar aanleiding daarvan hebben deze leden de volgende vragen.</al>
              <lijst type="expliciet" nummerbreedte="2-cijferig" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>1.</li.nr>
                  <al>Kan de regering aangeven op welke onderdelen Nederland op dit moment volledig voldoet aan de verplichtingen uit het Europees Asiel- en migratiepact en op welke onderdelen nog sprake is van achterstanden, tijdelijke voorzieningen of implementatierisico’s?</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>2.</li.nr>
                  <al>De Europese Commissie noemt voor Nederland onder meer opvangcapaciteit en achterstanden in de asielketen als aandachtspunten.<noot id="ID-1267158-d40e276" type="voet"><noot.nr>8</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken I</nadruk> 2026/26, <extref doc="kst-36871-N" soort="document" status="actief">36 871/35 612, N</extref>, p. 2.</noot.al></noot> Tegelijkertijd wijzen recente signalen erop dat langdurige wachttijden en capaciteitsproblemen ertoe kunnen leiden dat gezinnen jarenlang van elkaar gescheiden blijven. Kan de regering aangeven welke concrete doelstellingen zij heeft geformuleerd voor het terugdringen van achterstanden binnen de migratieketen en het verkorten van de doorlooptijden van procedures, waaronder nareis- en gezinsherenigingsprocedures? Ook met de kennis dat de regering ervoor heeft gekozen om nieuwe aanvragen vanaf 12 juni jongstleden met voorrang te behandelen, hetgeen ertoe leidt dat mensen die al wachtten op een besluit vóór 12 juni nu mogelijk nog langer moeten wachten. Kan de regering aangeven binnen welke termijn deze knelpunten moeten zijn opgelost en op welke wijze wordt gemonitord of de uitvoering van het Europees Asiel- en migratiepact daadwerkelijk leidt tot snellere en zorgvuldigere besluitvorming voor betrokken gezinnen?</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>3.</li.nr>
                  <al>Acht de regering de beschikbare financiële middelen voor de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), de Rechtspraak, de rechtsbijstand, het Nidos en de gemeenten voldoende om alle verplichtingen uit het pact duurzaam uit te voeren? Zo ja, waarop baseert zij dat oordeel? En zijn die middelen ook voldoende als andere lidstaten onvoldoende voortgang maken met de implementatie en uitvoering van het migratiepact? Kan de regering aangeven hoeveel financiële middelen er vanuit de Europese Unie zijn uitgetrokken voor de implementatie van het Europees Asiel- en migratiepact?</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>4.</li.nr>
                  <al>Kan de regering de Kamer informeren over de omvang van de Europese middelen die Nederland ontvangt voor de uitvoering van het Europees Asiel- en migratiepact en aangeven op welke wijze deze middelen worden ingezet?</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>5.</li.nr>
                  <al>De herziene Opvangrichtlijn legt nadrukkelijk de verantwoordelijkheid bij lidstaten om niet alleen voldoende opvangcapaciteit beschikbaar te hebben, maar ook te voorzien in toegang tot onderwijs, zorg, passende ondersteuning voor kwetsbare personen en voldoende vertegenwoordigers voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen.</al>
                  <al>Op welke wijze monitort de regering of Nederland aan deze verplichtingen voldoet? Kan de regering daarbij specifiek ingaan op:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>•</li.nr>
                      <al>de beschikbaarheid van voldoende opvangcapaciteit;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>•</li.nr>
                      <al>de toegang tot onderwijs voor minderjarige asielzoekers;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>•</li.nr>
                      <al>de toegang tot zorg;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>•</li.nr>
                      <al>de tijdige vaststelling van bijzondere opvangbehoeften, en</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>•</li.nr>
                      <al>de beschikbaarheid van voldoende en adequaat opgeleide vertegenwoordigers voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen?</al>
                    </li>
                  </lijst>
                  <al>Wordt er per lidstaat ook op bovenstaande punten gemonitord? En kan de regering deze informatie per lidstaat delen met de Kamer?</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>6.</li.nr>
                  <al>De regering heeft eerder aangegeven dat de implementatie van het Europees Asiel- en migratiepact gepaard gaat met omvangrijke aanpassingen in de ICT-systemen van de migratieketen. Daarnaast werd in de voortgangsrapportage gewezen op risico’s rondom de implementatie van Eurodac.</al>
                  <al>Kan de regering aangeven of alle voor de uitvoering van het pact noodzakelijke ICT-systemen inmiddels volledig operationeel zijn? Zo nee, welke tijdelijke voorzieningen worden momenteel gebruikt, welke risico’s brengt dit met zich mee voor de behandeling van aanvragen en de gegevensuitwisseling met andere lidstaten, en binnen welke termijn verwacht de regering deze knelpunten te hebben opgelost?</al>
                  <al>Kan de regering tevens aangeven welke extra financiële middelen gemoeid zijn met de noodzakelijke ICT-aanpassingen en of deze middelen reeds volledig beschikbaar zijn gesteld?</al>
                </li>
              </lijst>
            </al-groep>
            <al>De leden van de vaste commissie voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad zien uw beantwoording met belangstelling tegemoet en zij verzoeken u deze binnen <nadruk type="vet">vier weken</nadruk> na dagtekening van deze brief te mogen ontvangen.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De voorzitter van de vaste commissie voor Immigratie en Asiel / JBZ-Raad,</functie>
            <naam>
              <voornaam>A.W.J.A. van</voornaam>
              <achternaam>Hattem</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <tussenkop kopopmaak="vet">BRIEF VAN DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE</tussenkop>
            <al>Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal</al>
            <al>Den Haag, 15 juli 2026</al>
            <al>Hierbij bied ik u de antwoorden aan op de vragen naar aanleiding van voortgangsrapportage implementatie Europees Asiel- en migratiepact (hierna: Pact)<noot id="ID-1267158-d40e344" type="voet"><noot.nr>9</noot.nr><noot.al>Kamerstukken I 2026/26, <extref doc="kst-36871-N" soort="document" status="actief">36 871/35 612, N</extref></noot.al></noot>. Deze vragen werden ingezonden op 23 juni 2026 met kenmerk 181522.</al>
            <al>De leden van de fractie van D66 vinden het belangrijk dat de implementatie zorgvuldig plaatsvindt met oog voor de mensenrechten van de betrokken asielzoekers en zij hebben naar aanleiding van de brief een aantal vragen hierover:</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">1. Voldoet Nederland nu aan het aandachtspunt van tijdige aanname van nationale wetgeving?</nadruk>
            </al>
            <al>Ja, de Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 is op 12 juni 2026 in werking getreden.</al>
            <al>2. Over uitvoering van de Spreidingswet: <nadruk type="cur">kan de regering uitgebreider toelichten op welke wijze zij de uitvoering voor zich ziet en welke mate van dwang de regering hierbij bereid is te gebruiken ten aanzien van gemeenten die weigeren hun aandeel in de opvang te nemen? Op welke wijze kijkt de regering aan tegen politici die tegen gemeenten en hun inwoners zeggen dat zij de democratisch tot stand gekomen Spreidingswet kunnen negeren? Hoe garandeert de regering dat er voldoende opvangcapaciteit is voor kinderen, onder wie niet begeleide minderjarigen?</nadruk></al>
            <al>Het kabinet voert de wet uit. Dit betekent dat het interbestuurlijk toezicht op dit moment loopt. Ten aanzien van de gemeenten die niet voldoen aan de in het verdeelbesluit opgenomen asielopvangplekken, vinden nu de ambtelijke en bestuurlijke gesprekken met gemeenten plaats. Tijdens het interbestuurlijk toezicht heeft een gemeente gedurende de verschillende treden van de interventieladder mogelijkheid om alsnog aan de wet te voldoen. In het verdeelbesluit komt ook naar voren welke gemeenten een opvangopgave hebben voor opvangplekken voor minderjarige asielzoekers.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">3. </nadruk>Over de bestaande achterstanden in de asielketen<nadruk type="cur">: op welke wijze gaat de regering realiseren dat er voldoende opgeleid personeel is om deze achterstanden weg te werken en nieuwe te voorkomen?</nadruk></al>
            <al>Met de implementatie van het Pact is de asielprocedure teruggebracht tot de kernelementen en het aantal verplichte stappen verminderd. Daardoor is er minder tijd nodig om een zaak af te handelen maar blijft de procedure zorgvuldig. Dit maakt de bestaande capaciteit effectiever inzetbaar. De IND prioriteert het tijdig beslissen op nieuwe aanvragen vanaf 12 juni 2026, tot een omvang van jaarlijks 25.000 eerste asielaanvragen. De overige capaciteit is beschikbaar voor het wegwerken van de openstaande asielaanvragen. Voor kwetsbare groepen, zoals alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv), blijven speciaal opgeleide hoor- en beslisteams met passende voorzieningen ingezet. Daarnaast werkt de IND met een voorfase (documenten, taalindicatie, schriftelijk relaas) waardoor hoor- en beslisteams gerichter kunnen werken. De aanpak is adaptief: de IND gaat met een plancyclus van ongeveer drie maanden werken. Periodiek wordt op basis van monitoring bezien of herijking nodig is. Naast «slimmer werken» en vereenvoudiging van regelgeving blijft (beperkte) werving en stabiele financiering noodzakelijk.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">4. Hoe waarborgt de regering dat Nederland bij een volgende migratiepiek wel voorbereid is en voldoende capaciteit heeft om asielzoekers op te vangen? Is de regering bekend met de voorspelling dat er veel vluchtelingen uit Iran richting Europa en Nederland zullen komen en hoe bereidt Nederland zich op een volgende piek voor?</nadruk>
            </al>
            <al>De voorbereiding voor een mogelijke volgende piek en capaciteit voor opvang ziet op het borgen van stabiele financiering van de COA-opvangcapaciteit, het interbestuurlijk toezicht van de Spreidingswet en de uitvoering van maatregelen om de instroom te beperken en doorstroom van statushouders te bevorderen. Daarbij geldt dat eerder gemaakte afspraken over opvangcapaciteit worden bestendigd en niet direct worden aangepast bij een tijdelijke stijging of daling van de instroom. De herijkte strategie op- en afschalen van het COA (2025) biedt een wendbaar kader met een vaste voorraad en gelaagde opschaling via flexibele, noodopvang op basis van scenario’s en prognoses. Het noodplan in het kader van het Pact voorziet in opschaling bij disproportionele druk of crisis. Tevens is de inzet van Europese solidariteitsmaatregelen mogelijk door een verzoek in te dienen bij de Europese Commissie wanneer er sprake is van een nationale crisis.</al>
            <al>Wat deze situatie in Iran betekent voor vluchtelingenstromen wordt mede bepaald door de duur en de intensiteit van de situatie. Zo hebben de bombardementen en de korte, hevige directe militaire confrontaties tussen Israël en Iran in juni 2025 toen weliswaar geleid tot verplaatsingen binnen Iran, maar hebben op dat moment niet direct geleid tot een grote uitstroom van Iraanse vluchtelingen naar het buitenland. Ook op dit moment is vooral sprake van binnenlandse verplaatsingen en is van een grote uitstroom geen sprake. Er is daarom geen reden te menen dat dit op korte termijn zal leiden tot een hoge instroom in de EU of specifiek in Nederland.</al>
            <al>5. Over de mogelijkheid om een asielaanvraag af te wijzen als de aanvrager effectieve bescherming zou kunnen krijgen in een veilig derde land: <nadruk type="cur">hoeveel extra terugkeerzaken verwacht de regering dat dit op gaat leveren? Op welke wijze waarborgt de regering de veiligheid van de asielzoeker tijdens deze procedure?</nadruk></al>
            <al>Met het van toepassing worden van het Pact zijn ook de aanpassingen van het veilig derde land-concept van toepassing geworden. Het is nu (eerder) mogelijk een asielaanvraag niet inhoudelijk in behandeling te nemen als een asielzoeker door een veilig (niet-EU) land is gereisd of wanneer de EU of Nederland afspraken heeft met een veilig derde land om daar de asielprocedure te doorlopen. Omdat alle asielaanvragen op de merites van de individuele zaak worden beoordeeld, kan niet vooruitgelopen worden op het aantal succesvolle tegenwerpingen van een veilig derde land. Dit zou concreter kunnen worden op het moment dat er afspraken worden gemaakt met een specifiek derde land. Nederland en een aantal gelijkgezinde lidstaten werken in EU-verband aan het realiseren van dergelijke afspraken maar daar is op dit moment nog geen sprake van.</al>
            <al>De waarborgen voor asielzoekers aan wie een veilig derde land wordt tegengeworpen zijn gelijk aan de procedurele waarborgen die alle asielzoekers genieten gedurende hun asielprocedure. Asielzoekers kunnen de gebruikelijke rechtsmiddelen aanwenden tegen de tegenwerping van een veilig derde land. Daarnaast geldt nog een aantal specifieke voorwaarden voor de toepassing van het veilig derde land-concept. Zo mag een veilig derde land niet worden tegengeworpen indien een asielzoeker daar een gegronde vrees voor vervolging heeft dan wel een reëel risico op ernstige schade loopt in desbetreffend land.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">6. Wat zijn in de ogen van de regering verder de grootste uitdagingen bij het implementeren van Eurodac? Kan de regering hierbij reflecteren op de rechtmatigheid en uitvoerbaarheid? Op welke termijn verwacht de regering dat Eurodac in Nederland operationeel zal zijn?</nadruk>
            </al>
            <al>Op 12 juni jl. zijn alle Europese lidstaten live gegaan met het Eurodacsysteem. Die dag is Nederland, op een gecontroleerde manier, gestart met de registratie van asielzoekers in Eurodac, waardoor het systeem nu volledig operationeel is. De rechtmatigheid van Eurodac komt voort uit Verordening (EU) 2024/1358, die de registratie van biometrische gegevens van onderdanen van derde landen mogelijk maakt en de mogelijkheid biedt, door middel van biometrische vergelijking, vast te stellen welk Schengenland een asielverzoek in behandeling moet nemen of vast te stellen welk land verantwoordelijk is voor de vreemdeling die onrechtmatig het Schengengebied is binnengekomen.</al>
            <al-groep>
              <al>In Nederland zijn de Koninklijke Marechaussee, de IND, de Politie en de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV) als autoriteiten belast met de uitvoering van de Eurodac-verordening. De systemen functioneren momenteel naar behoren.</al>
              <al>De komende periode zullen alle partijen, zowel nationaal als in Europa, daar waar nodig werken aan doorontwikkeling en optimalisatie van de systemen en processen.</al>
            </al-groep>
            <al>
              <nadruk type="cur">7. De Europese Commissie geeft verder aan dat voor een duurzame transitie van het Dublin-systeem naar de nieuwe verantwoordelijkheidsregels er goede operationele samenwerking tussen lidstaten moet zijn. Op welke wijze zet de regering zich ervoor in dat deze samenwerking tot stand komt? Kan de regering aan de leden van de fractie van D66 recente voorbeelden geven van deze operationele samenwerking?</nadruk>
            </al>
            <al>Voor een goed functionerend Dublin-systeem is van belang dat alle lidstaten hun verplichtingen nakomen en goed samenwerken. Dit betekent het reageren op verzoeken tot over- en terugname van een asielzoeker, het beoordelen van die verzoeken sec aan de hand van de daartoe in de Asiel- en migratiebeheerverordening opgenomen criteria, maar bijvoorbeeld ook het faciliteren van de daadwerkelijk overdracht door het geven van tijdstippen en luchthavens waar de overdracht kan plaatsvinden. De Commissie gaat monitoren of de lidstaten deze verplichtingen nakomen en zal hier periodiek over informeren. Het kabinet benadrukt in zijn bilaterale contacten met andere lidstaten het belang van een goede uitvoering van de Dublinregels. Positieve voorbeelden hiervan zijn de gesprekken met Griekenland en Italië waar uw Kamer in het verslag van de JBZ-Raad van 4 en 5 juni 2026 en overige ontwikkelingen over is bericht.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Welke bijdrage levert de regering hierbij aan de Europese solidariteitspool? Zal Nederland ook asielzoekers van andere lidstaten overnemen of uitsluitend een financiële bijdrage leveren?</nadruk>
            </al>
            <al>Nederland zal in 2026 geen asielzoekers van andere lidstaten overnemen. Er zal uitsluitend een financiële bijdrage geleverd worden.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De Europese Commissie zal in juli en oktober evalueren of de overdrachtsregels zijn verbeterd en geen negatieve gevolgen hebben voor de werking van de Asiel- en Migratiebeheer Verordening. Verwacht de regering dat Nederland bij deze evaluatiemomenten aan de werking van de Verordening zal voldoen?</nadruk>
            </al>
            <al>Ja, de verwachting van het Kabinet is dat Nederland aan de werking van de Asiel- en migratiebeheerverordening voldoet.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Wat is de situatie als blijkt dat meerdere landen de nieuwe Dublinregels niet goed uitvoeren en de beoogde solidariteit onvoldoende gestalte krijgt? Welk mechanisme is er dan om goede naleving af te dwingen?</nadruk>
            </al>
            <al>Het is de taak van de Europese Commissie om erop toe te zien dat lidstaten hun verplichtingen nakomen. Als de lidstaten het EU-recht niet correct toepassen, kan de Commissie een inbreukprocedure beginnen. Specifiek met betrekking tot de Dublinregels is in de Asiel- en migratiebeheerverordening opgenomen dat als een lidstaat onder migratiedruk zijn Dublinverplichtingen niet nakomt, bijdragende lidstaten de mogelijkheid hebben om geen solidariteit vanuit het solidariteitsmechanisme te bieden. Zoals hierboven al gezegd, zal de Commissie hier periodiek over berichten.</al>
            <al-groep>
              <al>De leden van de fractie van JA21 hebben de volgende vragen gesteld:</al>
              <al>8. Over uitlezen van telefoons</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="cur">Waarom heeft de regering niet eerder voorzien in een expliciete wettelijke grondslag voor het uitlezen van een telefoon?</nadruk>
              </al>
              <al>Allereerst wil ik u wijzen op mijn <extref doc="https://open.overheid.nl/details/108f1687-6624-4df6-b4da-73e4ff5b0262" soort="URL" status="actief">brief</extref> aan de Tweede Kamer d.d. 2 juli 2026 (kenmerk 7635511) over het betreffende wetstraject.</al>
              <al>Het creëren van een wettelijke grondslag voor het doorzoeken van gegevensdragers is een complexe aangelegenheid waarbij met veel factoren rekening gehouden dient te worden. Zo dient rekening gehouden te worden met de juridische kaders van de jurisprudentie over artikel 8 van het EVRM en artikel 7 en 8 van het EU-Grondrechtenhandvest, de verplichtingen die gelden onder de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en algemene beginselen als noodzakelijkheid en proportionaliteit. Het innemen van gegevensdragers en het verwerken van de aangetroffen data gelden als een inmenging op het recht op privéleven. Een inmenging op iemands privéleven moet gebaseerd zijn op een duidelijke en voorzienbare wettelijke basis die voldoende nauwkeurig en duidelijk is geformuleerd en adequate en effectieve waarborgen biedt tegen misbruik bij het doorzoeken van de elektronische gegevensdrager. Hierbij komt dat voor de toekomst wordt gekeken naar een digitaal ondersteund of volledig geautomatiseerd uitlezen in plaats van handmatig. De verschillende mogelijkheden hebben ieder voor zich voor- en nadelen die binnen een toekomstbestendige kosten- en batenanalyse zullen moeten worden afgewogen.</al>
            </al-groep>
            <al>
              <nadruk type="cur">Welke mogelijkheden ziet de regering om het wetgevingstraject aanzienlijk te versnellen?</nadruk>
            </al>
            <al>Het streven is om na het zomerreces een wetsvoorstel dat moet zorgen voor een grondslag voor het doorzoeken van gevevensdragers in consultatie te brengen bij de Autoriteit Persoonsgegevens.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Welke gevolgen verwacht de regering van het wegvallen van de quickchecks voor de vaststelling van de identiteit, het eerste aankomstland en het signaleren van mensensmokkel</nadruk>?</al>
            <al>Tijdens het ontvangst en voorbereiding asielaanvraag (OVA)-proces aan het begin van de asielprocedure doet de IND onderzoek naar de identiteit op basis van (identificerende) documenten en worden internationale databases als Eurodac bevraagd. Wanneer gegevensdragers aanwijzingen bevatten van betrokkenheid bij mensensmokkel, kunnen deze mogelijk in een opsporingsonderzoek worden benut. Het wegvallen van vroege signalen, zoals patronen in bel- en chatcontacten, kan de detectie bemoeilijken en de doorgeleiding naar de strafrechtketen vertragen. Ondanks het vervallen van de quickcheck behouden opsporingsdiensten op grond van het strafrecht onder bepaalde voorwaarden de mogelijkheid om gegevensdragers uit te lezen wanneer sprake is van een concrete en voldoende ernstige verdenking van mensensmokkel.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Welke mogelijkheden heeft de regering onderzocht om gedurende de periode tot inwerkingtreding van de nieuwe wettelijke grondslag, met aanvullende waarborgen en binnen de grenzen van het geldende recht, zoveel mogelijk relevante informatie te blijven benutten? Waarom acht de regering deze mogelijkheden onvoldoende om de tot 2025 gehanteerde werkwijzegeheel of gedeeltelijk voort te zetten?</nadruk>
            </al>
            <al>In 2024 en 2025 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geoordeeld dat de gebruikte wettelijke grondslag niet als grondslag kan worden gebruikt om gegevensdragers van vreemdelingen te doorzoeken. Vervolgens heeft de DISA in het proces van de quickcheck enkele waarborgen aangebracht om dit te repareren. De Inspectie Justitie en Veiligheid heeft in een onderzoek naar de quickcheck geoordeeld dat deze waarborgen niet voldoen. Daarnaast stelt de Inspectie voorop dat het gebrek aan een wettelijke grondslag niet gecompenseerd kan worden door aanvullende waarborgen in het operationele proces door te voeren. Ik voeg mij naar het oordeel van de inspectie dat voor de voortzetting van de werkzaamheden, ook in deze aangepaste vorm, op dit moment een wettelijke grondslag ontbreekt.</al>
            <al>De leden van de fracties van Volt en de PvdD hechten eraan dat Nederland niet alleen de strengere onderdelen van het Europees Asiel- en migratiepact uitvoert, maar ook voldoet aan de verplichtingen op het gebied van opvang, rechtsbescherming, onderwijs, zorg en de bescherming van kwetsbare personen. Naar aanleiding daarvan hebben deze leden de volgende vragen:</al>
            <al>9. <nadruk type="cur">Kan de regering aangeven op welke onderdelen Nederland op dit moment volledig voldoet aan de verplichtingen uit het Europees Asiel- en migratiepact en op welke onderdelen nog sprake is van achterstanden, tijdelijke voorzieningen of implementatierisico’s?</nadruk></al>
            <al>Het Asiel- en migratiepact is per 12 juni van toepassing geworden en de ketenpartners zijn in staat om de werkzaamheden conform de verplichtingen uit het Pact uit te voeren. Tegelijkertijd geldt dat de doorontwikkeling van en optimalisatie van processen door zal gaan aankomende periode. Dit betreft ook de logistieke problemen rondom het verzenden van de uitnodigingen voor het kennismakingsgesprek met de advocatuur en het vervoer naar deze gesprekken. Er wordt door de ketenpartners in goed overleg gewerkt aan operationele oplossingen.</al>
            <al>Specifiek voor de IND geldt dat de inzet op doorontwikkeling onder meer ziet op het werven van personeel en vernieuwing van ICT-systemen, waaronder de mogelijkheid om via een digitaal portaal met de aanvrager te communiceren. Een dergelijk portaal is geen verplichting die rechtstreeks uit het Pact voortvloeit.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">10. Kan de regering aangeven welke concrete doelstellingen zij heeft geformuleerd voor het terugdringen van achterstanden binnen de migratieketen en het verkorten van de doorlooptijden van procedures, waaronder nareis- en gezinsherenigingsprocedures? Ook met de kennis dat de regering ervoor heeft gekozen om nieuwe aanvragen vanaf 12 juni jongstleden met voorrang te behandelen, hetgeen ertoe leidt dat mensen die al wachtten op een besluit vóór 12 juni nu mogelijk nog langer moeten wachten. Kan de regering aangeven binnen welke termijn deze knelpunten moeten zijn opgelost en op welke wijze wordt gemonitord of de uitvoering van het Europees Asiel- en migratiepact daadwerkelijk leidt tot snellere en zorgvuldigere besluitvorming voor betrokken gezinnen?</nadruk>
            </al>
            <al-groep>
              <al>De IND is gevraagd om binnen maximaal drie jaar na 12 juni 2026 zoveel mogelijk aanvragen die vóór die datum zijn ingediend van een eerste besluit te voorzien. Nieuwe aanvragen vanaf 12 juni 2026 worden tijdig binnen de (kortere) wettelijke termijnen van het Pact afgehandeld, met prioritering tot 25.000 eerste aanvragen per jaar. Overlastgevende asielzoekers, zaken uit voormalige veilige landen van herkomst en amv-zaken krijgen blijvend prioriteit. Herhaalde asielaanvragen waarbij kinderen betrokken zijn, worden met voorrang opgepakt. Voor nareis- en gezinsherenigingsprocedures geldt dat de Wet invoering tweestatusstelsel recent is aangenomen, die nareis in beginsel beperkt tot het kerngezin en extra voorwaarden stelt voor subsidiair beschermden. De IND heeft aangegeven dat de afhandeling van nareisaanvragen hierdoor meer tijd zal kosten.</al>
              <al>De IND heeft de opdracht gekregen om binnen maximaal drie jaar na 12 juni 2026 de asielaanvragen van voor die datum zoveel mogelijk van een eerste besluit te voorzien. Deze termijn van drie jaar omvat niet de eventuele behandeling van een beroepsprocedure tegen een besluit van de IND. De nieuwe instroom wordt vanaf 12 juni binnen de wettelijke termijnen bijgehouden. De IND publiceert maandelijks op haar website de voortgang over: het percentage nieuwe aanvragen dat binnen de wettelijke termijnen is beslist en de voortgang van de openstaande aanvragen (inclusief amv-zaken). Daarnaast wordt uw Kamer per kwartaal geïnformeerd in de stand van zaken brief over het Pact en tweemaal per jaar via de Meerjaren Productie Prognose (najaar) en de kernprognose (voorjaar). Ketenbrede monitoring ziet op mogelijke pieken in nareis, terugkeer en rechterlijke procedures, via de plancyclus en afstemming met ketenpartners wordt de ketenbalans bewaakt om knelpunten te zoveel mogelijk te voorkomen of te mitigeren als ze zich voordoen.</al>
            </al-groep>
            <al>11. <nadruk type="cur">Acht de regering de beschikbare financiële middelen voor de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), de Rechtspraak, de rechtsbijstand, het Nidos en de gemeenten voldoende om alle verplichtingen uit het pact duurzaam uit te voeren? Zo ja, waarop baseert zij dat oordeel? En zijn die middelen ook voldoende als andere lidstaten onvoldoende voortgang maken met de implementatie en uitvoering van het migratiepact?</nadruk></al>
            <al>De regering acht de middelen die de voorjaarsnota 2025 beschikbaar zijn gesteld voor de uitvoering van het Europees Asiel- en Migratiepact alsmede de budgetten gebaseerd op de MPP voldoende zijn om alle verplichtingen uit het pact duurzaam uit te voeren. Mocht op een later moment toch blijken dat dit niet voldoende is dan zal bij de reguliere besluitvormingsmomenten bezien worden welke middelen er op basis van de MPP additioneel nodig zijn.</al>
            <al>12. <nadruk type="cur">Kan de regering aangeven hoeveel financiële middelen er vanuit de Europese Unie zijn uitgetrokken voor de implementatie van het Europees Asiel- en migratiepact?</nadruk></al>
            <al>De EU heeft € 3 miljard vrijgemaakt voor lidstaten als ondersteuning voor de implementatie van het Pact. Daarnaast komen de meeste lidstaten ook in aanmerking voor additionele financiering onder de mid-term review van de fondsen voor HOME-financiering. Dit is een additionele € 1.6 miljard.<noot id="ID-1267158-d40e519" type="voet"><noot.nr>10</noot.nr><noot.al><extref doc="https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX%3A52025DC0795" soort="URL" status="actief">
                              EUR-Lex – 52025DC0795 – EN – EUR-Lex</extref></noot.al></noot> Daarnaast wordt er momenteel onderhandeld over het nieuwe MFK voor de periode 2028 – 2034, waarin financiering van het Pact ook een plek zal krijgen.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">13. Kan de regering de Kamer informeren over de omvang van de Europese middelen die Nederland ontvangt voor de uitvoering van het Europees Asiel- en migratiepact en aangeven op welke wijze deze middelen worden ingezet?</nadruk>
            </al>
            <al>De Europese Commissie heeft voor Nederland € 82 miljoen aan subsidiegelden geoormerkt onder het Asiel, Migratie en Integratiefonds (AMIF) en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (BMVI) voor activiteiten ter implementatie van het Pact. De subsidiegelden worden breed ingezet in de Nederlandse migratieketen, onder meer voor de softwareontwikkeling van Eurodac, het opzetten van het onafhankelijk toezichtmechanisme en het aanpassen van COA-locaties voor Dublinclaimanten.</al>
            <al-groep>
              <al>14. Over de opvangrichtlijn:</al>
              <al>
                <nadruk type="cur">De herziene Opvangrichtlijn legt nadrukkelijk de verantwoordelijkheid bij lidstaten om niet alleen voldoende opvangcapaciteit beschikbaar te hebben, maar ook te voorzien in toegang tot onderwijs, zorg, passende ondersteuning voor kwetsbare personen en voldoende vertegenwoordigers voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Op welke wijze monitort de regering of Nederland aan deze verplichtingen voldoet? Kan de regering daarbij specifiek ingaan op:</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <tussenkop kopopmaak="cur">Beschikbaarheid van voldoende opvangcapaciteit</tussenkop>
            <al>Zie antwoord op vraag 2.</al>
            <tussenkop kopopmaak="cur">Toegang tot onderwijs voor minderjarige asielzoekers</tussenkop>
            <al>Uit het Pact volgt de verplichting om toegang tot onderwijs voor minderjarige asielzoekers binnen 2 maanden te realiseren. Momenteel inventariseert het COA voor een tweede keer alle locaties waar kinderen opgevangen worden, waarbij toegang tot onderwijs binnen 2 maanden één van de criteria vormt waar locaties aan moeten voldoen. Op locaties waar dit criterium niet wordt gehaald (dit is het geval als tenminste één minderjarige niet binnen 2 maanden toegang tot onderwijs heeft gekregen) worden verbetermaatregelen genomen. Het structureel monitoren van de leef- en verblijfsomstandigheden van kinderen, waaronder toegang tot onderwijs, wordt door het COA ingebed in het bredere kwaliteitskader. Daarnaast is er contact tussen de regiocoördinatoren nieuwkomersonderwijs van het Ministerie van OCW en locaties waar knelpunten bestaan, om bij te dragen aan oplossingen.</al>
            <tussenkop kopopmaak="cur">Toegang tot zorg</tussenkop>
            <al>Iedereen in Nederland heeft recht op medisch noodzakelijke zorg. Dat geldt ook voor asielzoekers. Voor de herziene opvangrichtlijn van het Pact was het COA reeds verantwoordelijke voor het organiseren van de toegang tot medische zorg voor asielzoekers. Om de toegang tot zorg voor hen te borgen heeft het COA contracten afgesloten voor de curatieve en publieke gezondheidszorg. Daarbij wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van het reguliere zorgstelsel. Het toezicht hierop vindt plaats door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.</al>
            <tussenkop kopopmaak="cur">Tijdige vaststelling van bijzondere opvangbehoeften</tussenkop>
            <al>Aan bijzondere opvangbehoeften wordt waar mogelijk tegemoet gekomen. Het COA monitort de uitvoering van de kwetsbaarheidsbeoordeling en resultaten daarvan worden meegenomen in de P&amp;C-cyclus (tertaalrapportages) van het COA. In het kader van de Europese subsidieafspraken wordt het aanbod van bijzondere opvang ook bijgehouden.</al>
            <tussenkop kopopmaak="cur">Beschikbaarheid van voldoende en adequaat opgeleide vertegenwoordigers voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen</tussenkop>
            <al>Voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv) is Nidos verantwoordelijk voor voogdij en vertegenwoordiging. De formatie bij Nidos is op orde en er zijn op dit moment voldoende adequaat opgeleide jeugdbeschermers beschikbaar om vertegenwoordiging en begeleiding van amv te waarborgen. Dit wordt gevolgd via periodieke rapportages en reguliere afstemming met het ministerie.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Wordt er per lidstaat ook op bovenstaande punten (vr14) gemonitord? En kan de regering deze informatie per lidstaat delen met de Kamer?</nadruk>
            </al>
            <al>De Commissie monitort de implementatie van het Pact, waaronder de standaarden onder Opvangrichtlijn nauwgezet. De Commissie heeft in voortgangsrapportages («State of Play») gerapporteerd over de voortgang van implementatie per lidstaat.<noot id="ID-1267158-d40e577" type="voet"><noot.nr>11</noot.nr><noot.al>11 juni 2025 <extref doc="https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX%3A52025DC0319" soort="URL" status="actief">EUR-Lex – 52025DC0319 – EN – EUR-Lex</extref>, 11 november 2025, <extref doc="https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX%3A52025DC0795" soort="URL" status="actief">EUR-Lex – 52025DC0795 – EN – EUR-Lex</extref>, 8 mei 2026 <extref doc="https://home-affairs.ec.europa.eu/document/download/8a0aa873-859c-48b4-9f14-29674238393a_en?filename=Communication_State%20of%20play%20on%20the%20implementation%20of%20the%20Pact%20on%20Migration%20and%20Asylum.pdf" soort="URL" status="actief">8a0aa873–859c-48b4–9f14–29674238393a_en</extref>.</noot.al></noot> De appreciatie van deze rapporten zijn met uw Kamer gedeeld.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">15. Kan de regering aangeven of alle voor de uitvoering van het pact noodzakelijke ICT-systemen inmiddels volledig operationeel zijn? Zo nee, welke tijdelijke voorzieningen worden momenteel gebruikt, welke risico’s brengt dit met zich mee voor de behandeling van aanvragen en de gegevensuitwisseling met andere lidstaten, en binnen welke termijn verwacht de regering deze knelpunten te hebben opgelost? Kan de regering tevens aangeven welke extra financiële middelen gemoeid zijn met de noodzakelijke ICT-aanpassingen en of deze middelen reeds volledig beschikbaar zijn gesteld?</nadruk>
            </al>
            <al>Het centrale ICT-systeem Europaloket is sinds 12 juni 2026 operationeel. Alle voor de uitvoering noodzakelijke systemen van het Pact zijn operationeel. De systemen in de migratieketen worden de komende periode wel doorontwikkeld in samenhang met de doorontwikkeling van de centrale Europese systemen en het doorvoeren van verbeteringen. De financiering hiervoor past -voorzover nu inzichtelijk- binnen de aan de partners in de Migratieketen ter beschikking gestelde kaders, zo wordt de aanpassing van het Europaloket uit de Europese BMVI-subsidie gedekt.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De Minister van Asiel en Migratie,</functie>
            <naam>
              <voornaam>G. van den</voornaam>
              <achternaam>Brink</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
    </stuk>
  </kamerstuk>
</officiele-publicatie>