﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36836-B/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamerstuk>
    <kamerstukkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Eerste Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">1</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">Kamerstukken</tekstregel>
    </kamerstukkop>
    <dossier>
      <dossiernummer>
        <dossiernr>36 836</dossiernr>
      </dossiernummer>
      <titel>Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen</titel>
    </dossier>
    <stuk>
      <stuknr>
        <ondernummer kamer="1">B</ondernummer>
      </stuknr>
      <titel>GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET</titel>
      <datumtekst>
        <datum isodatum="2026-04-21">21 april 2026</datum>
      </datumtekst>
      <voorstel-wet>
        <aanhef>
          <wij>Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.</wij>
          <considerans>
            <considerans.al>Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:</considerans.al>
            <considerans.al>Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet aan te passen in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen (Kamerstukken II 2022/23, <extref doc="kst-35561-17" soort="document" status="actief">35 561, nr. 17</extref>);</considerans.al>
          </considerans>
          <afkondiging>
            <al>Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:</al>
          </afkondiging>
        </aanhef>
        <wettekst>
          <wijzig-artikel status="goed">
            <kop>
              <label>ARTIKEL</label>
              <nr status="officieel">I</nr>
            </kop>
            <wat>De Tijdelijke wet Groningen wordt als volgt gewijzigd:</wat>
            <wijzig-lid>
              <lidnr status="officieel">A</lidnr>
              <wat>In artikel 1 wordt in de alfabetische volgorde de volgende begripsbepaling ingevoegd:</wat>
              <?xpp qa?>
              <?xpp lead;-1?>
              <wijziging>
                <artikeltekst>
                  <definitielijst plaatsing="inline" type="ongemarkeerd" nr-sluiting=".">
                    <definitie-item>
                      <li.nr>–</li.nr>
                      <term>veronderstelde schade:</term>
                      <definitie>
                        <al>fysieke schade aan een gebouw of werk die naar haar aard redelijkerwijs zou kunnen zijn ontstaan door beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of als gevolg van de gasopslag Norg of de gasopslag bij Grijpskerk, waarbij in afwijking van artikel 98 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek geen onderzoek wordt gedaan naar de oorzaak ervan;.</al>
                      </definitie>
                    </definitie-item>
                  </definitielijst>
                </artikeltekst>
              </wijziging>
            </wijzig-lid>
            <wijzig-lid>
              <lidnr status="officieel">B</lidnr>
              <wat>Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
              <wijziging>
                <nr status="officieel">1.</nr>
                <wat>Het derde lid wordt als volgt gewijzigd:</wat>
              </wijziging>
              <wijziging>
                <nr status="officieel">a.</nr>
                <wat>In onderdeel a wordt na «schade» telkens ingevoegd «of veronderstelde schade».</wat>
              </wijziging>
              <wijziging>
                <nr status="officieel">b.</nr>
                <wat>In onderdeel a wordt, onder vernummering van de subonderdelen 1° tot en met 3° tot subonderdelen 2° tot en met 4°, een subonderdeel ingevoegd, luidende:</wat>
                <artikeltekst>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>1°.</li.nr>
                      <al>voorlichting over de afhandeling te geven aan bewoners en eigenaren van gebouwen in de gebieden, vastgesteld op grond van artikel 177a, derde lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek;</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </artikeltekst>
              </wijziging>
              <wijziging>
                <nr status="officieel">c.</nr>
                <wat>In onderdeel b wordt na «zich daarvoor leent,» ingevoegd «in afwijking van artikel 103 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek».</wat>
              </wijziging>
              <wijziging>
                <nr status="officieel">d.</nr>
                <wat>Onder verlettering van onderdeel c tot onderdeel d, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:</wat>
                <artikeltekst>
                  <lijst type="expliciet" nummerbreedte="2-cijferig" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>c.</li.nr>
                      <al>heeft tot taak indien de aanvrager dit wenst in plaats van een vergoeding als bedoeld in onderdeel b voor zover deze betrekking heeft op fysieke schade aan een gebouw of werk, veronderstelde schade tot een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen maximum bedrag, dat niet lager kan zijn dan € 60.000, af te handelen door:</al>
                      <lijst type="expliciet" nummerbreedte="3-cijferig" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                        <li>
                          <li.nr>1°.</li.nr>
                          <al>in afwijking van artikel 103 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek de te treffen maatregelen in natura uit te voeren; of</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>2°.</li.nr>
                          <al>de door de aanvrager gemaakte redelijke kosten voor het daadwerkelijk herstellen van de veronderstelde schade te vergoeden;.</al>
                        </li>
                      </lijst>
                    </li>
                  </lijst>
                </artikeltekst>
              </wijziging>
              <wijziging>
                <nr status="officieel">2.</nr>
                <wat>In het vierde lid, aanhef, wordt na «schade» telkens ingevoegd «of veronderstelde schade».</wat>
              </wijziging>
              <wijziging>
                <nr status="officieel">3.</nr>
                <wat>In het vijfde lid wordt «in het vierde lid, onder a en b» vervangen door «in het derde lid, onderdeel c, onder 1° en 2°, en het vierde lid, onderdelen a en b».</wat>
              </wijziging>
              <wijziging>
                <nr status="officieel">4.</nr>
                <wat>Er worden twee leden toegevoegd, luidende:</wat>
                <artikeltekst>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">13.</lidnr>
                    <al>Het Instituut voert zijn taken en bevoegdheden uit ten aanzien van gebouwen of werken in Nederland.</al>
                  </lid>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">14.</lidnr>
                    <al>De voordracht voor een krachtens het derde lid, onderdeel c, vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.</al>
                  </lid>
                </artikeltekst>
              </wijziging>
            </wijzig-lid>
            <wijzig-lid>
              <lidnr status="officieel">C</lidnr>
              <wat>Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
              <wijziging>
                <nr status="officieel">1.</nr>
                <wat>In het eerste lid wordt «artikel 2, derde en vierde lid» vervangen door «artikel 2, derde, vierde, zevende en tiende lid, en van de taken en bevoegdheden die op grond van artikel 2, achtste en elfde lid, aan het Instituut zijn opgedragen».</wat>
              </wijziging>
              <wijziging>
                <nr status="officieel">2.</nr>
                <wat>In het vijfde lid wordt «het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeenten» vervangen door «de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten die vallen binnen de gebieden, vastgesteld op grond van artikel 177a, derde lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, en gedeputeerde staten van de provincie Groningen» en wordt «deze wettelijke taak» vervangen door «deze wettelijke taken».</wat>
              </wijziging>
              <wijziging>
                <nr status="officieel">3.</nr>
                <wat>In het negende lid wordt «van de betrokken gemeenten» vervangen door «, bedoeld in het vijfde lid,» en wordt «voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de uitvoering van artikel 2, elfde lid, en de betrokkene daar uitdrukkelijk zijn instemming aan heeft gegeven» vervangen door «voor zover hier op grond van het tiende lid regels over zijn gesteld».</wat>
              </wijziging>
              <wijziging>
                <nr status="officieel">4.</nr>
                <wat>Onder vernummering van het tiende en elfde lid tot elfde en twaalfde lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:</wat>
                <artikeltekst>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">10.</lidnr>
                    <al>Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:</al>
                    <lijst type="expliciet" nummerbreedte="2-cijferig" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                      <li>
                        <li.nr>a.</li.nr>
                        <al>het verstrekken van gegevens, waaronder persoonsgegevens, en gegevens over gezondheid voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn en de betrokkene daar uitdrukkelijk zijn instemming aan heeft gegeven, ten behoeve van de uitvoering van de regeling, bedoeld in artikel 2, elfde lid, tussen in die regeling aangewezen partijen;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>b.</li.nr>
                        <al>de verwerking van de gegevens door de aangewezen partijen, bedoeld in onderdeel a, waaronder de bewaartermijn, de voorwaarden voor toegang en het loggen van verkregen toegang.</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </lid>
                </artikeltekst>
              </wijziging>
            </wijzig-lid>
            <wijzig-lid>
              <lidnr status="officieel">D</lidnr>
              <wat>Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
              <wijziging>
                <nr status="officieel">1.</nr>
                <wat>In het tweede, vierde en zevende lid wordt «Onze Minister voor Rechtsbescherming» telkens vervangen door «Onze Minister».</wat>
              </wijziging>
              <wijziging>
                <nr status="officieel">2.</nr>
                <wat>In het zevende lid wordt «Een lid van een het Instituut» vervangen door «Een lid van het Instituut».</wat>
              </wijziging>
            </wijzig-lid>
            <wijzig-lid>
              <lidnr status="officieel">E</lidnr>
              <wat>In artikel 6, tweede lid, wordt «artikel 3, derde en zesde lid» vervangen door «artikel 4, vijfde en zevende lid».</wat>
            </wijzig-lid>
            <wijzig-lid>
              <lidnr status="officieel">F</lidnr>
              <wat>In hoofdstuk 4 wordt voor artikel 10 een artikel ingevoegd, luidende:</wat>
              <wijziging>
                <artikel status="goed">
                  <kop>
                    <label>Artikel</label>
                    <nr status="officieel">9a</nr>
                  </kop>
                  <al>In dit hoofdstuk wordt onder «schade» mede verstaan «veronderstelde schade» voor zover het de taak van het Instituut, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel c, betreft.</al>
                </artikel>
              </wijziging>
            </wijzig-lid>
            <wijzig-lid>
              <lidnr status="officieel">G</lidnr>
              <wat>Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
              <wijziging>
                <nr status="officieel">1.</nr>
                <wat>In het eerste lid wordt voor «dit hoofdstuk» ingevoegd: «hoofdstuk 2 en».</wat>
              </wijziging>
              <wijziging>
                <nr status="officieel">2.</nr>
                <wat>Onder vernummering van het derde lid tot vierde lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:</wat>
                <artikeltekst>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                    <al>In de procedure en werkwijze kan het Instituut voorwaarden verbinden aan de afhandeling van schade.</al>
                  </lid>
                </artikeltekst>
              </wijziging>
            </wijzig-lid>
            <wijzig-lid>
              <lidnr status="officieel">H</lidnr>
              <wat>In artikel 11, tweede lid, vervalt onderdeel e, onder verlettering van de onderdelen f tot en met h tot onderdelen e tot en met g.</wat>
            </wijzig-lid>
            <wijzig-lid>
              <lidnr status="officieel">I</lidnr>
              <wat>Aan artikel 13 worden twee leden toegevoegd, luidende:</wat>
              <wijziging>
                <artikeltekst>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                    <al>De termijn, genoemd in het eerste lid, onderdeel b, wordt opgeschort met ingang van de dag na die waarop het Instituut:</al>
                    <?xpp qa?>
                    <?xpp lead;-1?>
                    <lijst type="expliciet" nummerbreedte="2-cijferig" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                      <li>
                        <li.nr>a.</li.nr>
                        <al>de aanvrager in de gelegenheid heeft gesteld op basis van het deskundigenadvies te kiezen voor de vorm waarin de schadeafhandeling plaatsvindt of te reageren op het advies, tot de dag waarop het Instituut een bevestiging van die keuze of die reactie heeft ontvangen;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>b.</li.nr>
                        <al>op grond van de keuze of de reactie van de aanvrager een aanvullend deskundigenadvies aanvraagt, tot de dag waarop dat advies door de aanvrager is ontvangen;</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </lid>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
                    <al>Het Instituut neemt een besluit over een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, tiende lid, binnen 24 weken nadat een rapport van een constructief onderzoek is uitgebracht.</al>
                  </lid>
                </artikeltekst>
              </wijziging>
            </wijzig-lid>
            <wijzig-lid>
              <lidnr status="officieel">J</lidnr>
              <wat>In de artikelen 13c, vierde en vijfde lid, 13f, eerste lid, en 13g, derde lid, onderdeel a, en achtste lid, wordt «de inspecteur-generaal der mijnen» telkens vervangen door «het bestuur van het Staatstoezicht op de mijnen».</wat>
            </wijzig-lid>
            <wijzig-lid>
              <lidnr status="officieel">K</lidnr>
              <wat>In de artikelen 13d en 13g, vierde lid, wordt «De inspecteur-generaal der mijnen» telkens vervangen door «Het bestuur van het Staatstoezicht op de mijnen».</wat>
            </wijzig-lid>
            <wijzig-lid>
              <lidnr status="officieel">L</lidnr>
              <wat>Aan artikel 13i wordt een lid toegevoegd, luidende:</wat>
              <wijziging>
                <artikeltekst>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">9.</lidnr>
                    <al>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de vergoeding, bedoeld in het tweede lid.</al>
                  </lid>
                </artikeltekst>
              </wijziging>
            </wijzig-lid>
            <wijzig-lid>
              <lidnr status="officieel">M</lidnr>
              <wat>In artikel 13j, twaalfde lid, wordt «de aanspraak, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b» vervangen door «de aanspraken, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c».</wat>
            </wijzig-lid>
            <wijzig-lid>
              <lidnr status="officieel">N</lidnr>
              <wat>Artikel 13n wordt als volgt gewijzigd:</wat>
              <wijziging>
                <nr status="officieel">1.</nr>
                <wat>Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:</wat>
              </wijziging>
              <wijziging>
                <nr status="officieel">a.</nr>
                <wat>Aan onderdeel a wordt een puntkomma toegevoegd.</wat>
              </wijziging>
              <wijziging>
                <nr status="officieel">b.</nr>
                <wat>In onderdeel b wordt «artikel 13i, derde lid» vervangen door «artikel 13i, tweede en derde lid».</wat>
              </wijziging>
              <wijziging>
                <nr status="officieel">c.</nr>
                <wat>Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:</wat>
                <artikeltekst>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>c.</li.nr>
                      <al>het maken van bezwaar of het instellen van beroep tegen een besluit van het Instituut of van Onze Minister op grond van deze wet.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </artikeltekst>
              </wijziging>
              <wijziging>
                <nr status="officieel">2.</nr>
                <wat>In het derde lid wordt «Onze Minister voor Rechtsbescherming» vervangen door: «Onze Minister van Justitie en Veiligheid».</wat>
              </wijziging>
              <wijziging>
                <nr status="officieel">3.</nr>
                <wat>In het vijfde lid wordt «artikel 13i, derde lid» vervangen door «artikel 13i, tweede en derde lid» en vervalt «en de uitvoering van de versterkingsmaatregelen,».</wat>
              </wijziging>
              <wijziging>
                <nr status="officieel">4.</nr>
                <wat>Het zesde lid komt te luiden:</wat>
                <artikeltekst>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">6.</lidnr>
                    <al>Bij algemene maatregel van bestuur kan het eerste, tweede, vierde of vijfde lid of kunnen onderdelen daarvan van overeenkomstige toepassing worden verklaard ten aanzien van:</al>
                    <lijst type="expliciet" nummerbreedte="2-cijferig" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                      <li>
                        <li.nr>a.</li.nr>
                        <al>besluiten tot versterking van gebouwen of onderdelen daarvan waarop hoofdstuk 5, op grond van artikel 13a, tweede lid, niet van toepassing is verklaard;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>b.</li.nr>
                        <al>andere besluiten van het Instituut of van Onze Minister op grond van deze wet;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>c.</li.nr>
                        <al>besluiten gericht tot rechtmatige gebruikers van een gebouw, niet zijnde de eigenaar.</al>
                      </li>
                    </lijst>
                    <al>De voordracht voor een krachtens dit lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.</al>
                  </lid>
                </artikeltekst>
              </wijziging>
            </wijzig-lid>
            <wijzig-lid>
              <lidnr status="officieel">O</lidnr>
              <wat>Na hoofdstuk 5a worden twee hoofdstukken ingevoegd, luidende:</wat>
              <wijziging>
                <wijzig-divisie soort="hoofdstuk" opmaak="default">
                  <kop>
                    <label>HOOFDSTUK</label>
                    <nr status="officieel">5b</nr>
                    <titel>ZORGPLICHTEN BREDE WELVAART EN VERDUURZAMING</titel>
                  </kop>
                  <artikel status="goed">
                    <kop>
                      <label>Artikel</label>
                      <nr status="officieel">13o</nr>
                      <titel>Zorgplicht brede welvaart</titel>
                    </kop>
                    <al>Onze Minister draagt, in overeenstemming met Onze Ministers die het mede aangaat, zorg voor het bevorderen van de ontwikkeling van de brede welvaart in de gemeenten in de provincie Groningen en de gemeenten Aa en Hunze, Noordenveld en Tynaarlo.</al>
                  </artikel>
                  <artikel status="goed">
                    <kop>
                      <label>Artikel</label>
                      <nr status="officieel">13p</nr>
                      <titel>Zorgplicht verduurzaming</titel>
                    </kop>
                    <al>Onze Minister draagt, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, zorg voor het bevorderen van verduurzaming richting het aardgasvrij gereed maken van woningen in de gemeenten in de provincie Groningen en de gemeenten Aa en Hunze, Noordenveld en Tynaarlo.</al>
                  </artikel>
                  <artikel status="goed">
                    <kop>
                      <label>Artikel</label>
                      <nr status="officieel">13q</nr>
                      <titel>Uitvoeringsprogramma Rijk</titel>
                    </kop>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                      <al>Ter invulling van de zorgplichten voor de brede welvaart en de verduurzaming richting het aardgasvrij gereed maken van woningen in de gemeenten in de provincie Groningen en de gemeenten Aa en Hunze, Noordenveld en Tynaarlo stelt Onze Minister in overeenstemming met Onze Ministers die het mede aangaat en in op overeenstemming gericht overleg met gedeputeerde staten van de provincie Groningen, het college van burgemeester en wethouders van de gemeenten in de provincie Groningen alsmede de gemeenten Tynaarlo, Noordenveld en Aa en Hunze in de provincie Drenthe, en het dagelijks bestuur van de waterschappen Noorderzijlvest alsmede Hunze en Aa’s, een uitvoeringsprogramma Rijk vast, teneinde:</al>
                      <lijst type="expliciet" nummerbreedte="2-cijferig" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                        <li>
                          <li.nr>a.</li.nr>
                          <al>het niveau van de brede welvaart in het gebied, genoemd in artikel 13o, uiterlijk in 2055 op ten minste het landelijk gemiddelde te brengen;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>b.</li.nr>
                          <al>de woningen in het gebied, genoemd in artikel 13p, uiterlijk in 2035, wat isolatie betreft gereed te maken voor aardgasvrij gebruik.</al>
                        </li>
                      </lijst>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                      <al>Indien partijen, genoemd in het eerste lid, aanhef, in het overleg een gemeenschappelijk standpunt hebben ingenomen dat Onze Minister in overeenstemming met Onze Ministers die het mede aangaat niet volgt, deelt deze dit mede aan beide Kamers der Staten-Generaal, met vermelding van de redenen daarvan.</al>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                      <al>Het uitvoeringsprogramma Rijk bevat in ieder geval:</al>
                      <lijst type="expliciet" nummerbreedte="2-cijferig" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                        <li>
                          <li.nr>a.</li.nr>
                          <al>een afbakening van de relevante aspecten van brede welvaart, bedoeld in artikel 13o, en de invulling daarvan;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>b.</li.nr>
                          <al>een nadere invulling van de relevante aspecten van aardgasvrij gereed maken, bedoeld in artikel 13p;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>c.</li.nr>
                          <al>een uitwerking van de tussentijdse doelen en streefwaarden ten aanzien van de doelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b met inachtneming van de afbakening en invulling, bedoeld in de onderdelen a en b;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>d.</li.nr>
                          <al>de in acht te nemen randvoorwaarden en de voorgenomen maatregelen met het oog op het behalen van de doelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b.</al>
                        </li>
                      </lijst>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
                      <al>In het uitvoeringsprogramma Rijk kan voor de daarin opgenomen onderdelen, bedoeld in het derde lid, zo nodig onderscheid worden gemaakt tussen gemeenten of onderdelen daarvan in de gebieden, genoemd in de artikelen 13o en 13p.</al>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">5.</lidnr>
                      <al>Het uitvoeringsprogramma Rijk wordt ten minste elke vijf jaar opgesteld.</al>
                    </lid>
                  </artikel>
                </wijzig-divisie>
                <wijzig-divisie soort="hoofdstuk" opmaak="default">
                  <kop>
                    <label>HOOFDSTUK</label>
                    <nr status="officieel">5c</nr>
                    <titel>DE STAAT VAN GRONINGEN EN NOORD-DRENTHE</titel>
                  </kop>
                  <artikel status="goed">
                    <kop>
                      <label>Artikel</label>
                      <nr status="officieel">13r</nr>
                      <titel>Staat van Groningen en Noord-Drenthe</titel>
                    </kop>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                      <al>Onze Minister geeft tot in ieder geval het jaar 2055 de opdracht tot het jaarlijks uiterlijk op de vierde dinsdag van april uitbrengen van de Staat van Groningen en Noord-Drenthe.</al>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                      <al>De Staat van Groningen en Noord-Drenthe is een openbaar rapport waarmee de voortgang wordt gemonitord van de uitvoering van de taken en bevoegdheden, bedoeld in de hoofdstukken 2 en 5 en de artikelen 13n, vierde en vijfde lid, 13o en 13p, en bevat ten minste:</al>
                      <lijst type="expliciet" nummerbreedte="2-cijferig" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                        <li>
                          <li.nr>a.</li.nr>
                          <al>een overzicht van de kwantitatieve realisatie van deze taken en bevoegdheden door alle bij de uitvoering daarvan betrokken partijen;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>b.</li.nr>
                          <al>een overzicht van de kwalitatieve en kwantitatieve effecten van de uitoefening van die taken en bevoegdheden;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>c.</li.nr>
                          <al>een overzicht van de resultaten van hetgeen is opgenomen in het uitvoeringsprogramma Rijk, bedoeld in artikel 13q;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>d.</li.nr>
                          <al>een analyse in hoeverre de uitoefening van de taken en bevoegdheden, bedoeld in hoofdstuk 2 en artikel 13n, vierde lid, door het Instituut heeft bijgedragen aan het op een ruimhartige wijze afhandelen van aanvragen om vergoeding, waarbij voorts het daadwerkelijk herstellen van de schade wordt bevorderd;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>e.</li.nr>
                          <al>een analyse in hoeverre de uitoefening van de taken en bevoegdheden, bedoeld in hoofdstuk 5 en artikel 13n, vijfde lid, heeft bijgedragen aan het realiseren van veiligheid, bedoeld in artikel 13ba;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>f.</li.nr>
                          <al>een analyse in hoeverre de uitoefening van de taken en bevoegdheden, bedoeld in de onderdelen d en e, heeft bijgedragen aan het op een gelijkwaardige wijze behandelen van gedupeerden.</al>
                        </li>
                      </lijst>
                    </lid>
                  </artikel>
                  <artikel status="goed">
                    <kop>
                      <label>Artikel</label>
                      <nr status="officieel">13s</nr>
                      <titel>Overleg en reactie</titel>
                    </kop>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                      <al>Onze Minister voorziet, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, de Staat van Groningen en Noord-Drenthe van een reactie. Onze Minister zendt de reactie uiterlijk binnen acht weken na het uitbrengen van de Staat van Groningen en Noord-Drenthe aan beide Kamers der Staten-Generaal.</al>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                      <al>Ten behoeve van de reactie overleggen Onze Minister en Onze Ministers die het mede aangaat met een vertegenwoordiging van gedeputeerde staten van de provincie Groningen, het college van burgemeester en wethouders van de gemeenten in de provincies Groningen alsmede de gemeenten Tynaarlo, Noordenveld en Aa en Hunze in de provincie Drenthe, het dagelijks bestuur van de waterschappen Noorderzijlvest alsmede Hunze en Aa’s, de relevante maatschappelijke organisaties en een vertegenwoordiging van bewoners uit de gemeenten, bedoeld in de artikelen 13o en 13p.</al>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                      <al>Het overleg, bedoeld in het tweede lid, vindt plaats op basis van wederkerigheid ten aanzien van de vertegenwoordiging van gedeputeerde staten van de provincie Groningen, de colleges van de gemeenten en het dagelijks bestuur van de waterschappen, bedoeld in dat lid, en kan worden geïnitieerd door deze bestuursorganen. Onze Minister gaat in de reactie, bedoeld in het eerste lid, gemotiveerd in op de in het overleg door de vertegenwoordigers van de bestuursorganen weergegeven zienswijzen.</al>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
                      <al>Indien daartoe op grond van de Staat van Groningen en Noord-Drenthe, dan wel het overleg, bedoeld in het tweede lid, aanleiding bestaat, wordt in de reactie vermeld welke maatregelen Onze Minister, in overeenstemming met Onze Ministers die het mede aangaat, neemt teneinde de tussentijdse doelen en streefwaarden, bedoeld in artikel 13q, derde lid, te bereiken.</al>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">5.</lidnr>
                      <al>Het bestuur van het Staatstoezicht op de mijnen en het Adviescollege, bedoeld in artikel 13c, geven ten behoeve van de reactie advies over de Staat van Groningen en Noord-Drenthe.</al>
                    </lid>
                  </artikel>
                  <artikel status="goed">
                    <kop>
                      <label>Artikel</label>
                      <nr status="officieel">13t</nr>
                      <titel>Gegevensverwerking</titel>
                    </kop>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                      <al>Het Instituut, de gedeputeerde staten van de provincie Groningen, de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten in de provincies Groningen alsmede de gemeenten Tynaarlo, Noordenveld en Aa en Hunze in de provincie Drenthe, het Centraal Bureau voor de Statistiek, het Centraal Planbureau, het Planbureau voor de Leefomgeving, het Sociaal Cultureel Planbureau, relevante onderzoeksbureaus en de relevante maatschappelijke organisaties verstrekken desgevraagd of eigener beweging gegevens, waaronder persoonsgegevens, aan Onze Minister ten behoeve van de Staat van Groningen en Noord-Drenthe, bedoeld in artikel 13r.</al>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                      <al>De op grond van deze wet reeds aan Onze Minister verstrekte gegevens, kunnen worden verwerkt ten behoeve van het opstellen van de Staat van Groningen en Noord-Drenthe, bedoeld in artikel 13r.</al>
                    </lid>
                  </artikel>
                </wijzig-divisie>
              </wijziging>
            </wijzig-lid>
            <wijzig-lid>
              <lidnr status="officieel">P</lidnr>
              <wat>Artikel 14 komt te luiden:</wat>
              <wijziging>
                <artikel status="goed">
                  <kop>
                    <label>Artikel</label>
                    <nr status="officieel">14</nr>
                  </kop>
                  <al>In de voorstellen van wet tot vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties:</al>
                  <lijst type="expliciet" nummerbreedte="2-cijferig" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>a.</li.nr>
                      <al>worden voor zo lang als dat nodig is de financiële middelen ter beschikking gesteld aan het Instituut die nodig zijn voor de uitvoering van zijn taken en bevoegdheden;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>b.</li.nr>
                      <al>worden voor zo lang als dat nodig is de financiële middelen gereserveerd die nodig zijn voor de uitvoering van de taken en bevoegdheden, bedoeld in de hoofdstukken 5 en 5a;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>c.</li.nr>
                      <al>wordt het Instituut als afzonderlijke begrotingspost opgenomen en wordt deze post voorzien van een toelichting.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </artikel>
              </wijziging>
            </wijzig-lid>
            <wijzig-lid>
              <lidnr status="officieel">Q</lidnr>
              <wat>Na artikel 14 wordt een artikel ingevoegd, luidende:</wat>
              <wijziging>
                <artikel status="goed">
                  <kop>
                    <label>Artikel</label>
                    <nr status="officieel">14a</nr>
                  </kop>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                    <al>Onverminderd artikel 2.3 van de Comptabiliteitswet 2016 wordt in de voorstellen van wet tot vaststelling van de begrotingsstaten van de ministeries die het aangaat gedurende de looptijd van de generatielange betrokkenheid jaarlijks een bedrag opgenomen voor de taken en bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 13o en 13p.</al>
                  </lid>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                    <al>In het kader van de vaststelling van de begrotingsstaten, bedoeld in het eerste lid, wordt de dan geldende indexatiesystematiek voor besluitvorming over loon- en prijsbijstelling gehanteerd.</al>
                  </lid>
                </artikel>
              </wijziging>
            </wijzig-lid>
            <wijzig-lid>
              <lidnr status="officieel">Qa</lidnr>
              <wat>Na artikel 15a wordt een artikel ingevoegd, luidende:</wat>
              <wijziging>
                <artikel status="goed">
                  <kop>
                    <label>Artikel</label>
                    <nr status="officieel">15aa</nr>
                  </kop>
                  <al>Onze Minister draagt er zorg voor dat de hoogte van de uitkering, bedoeld in artikel 15a, tweede lid, voldoende is om te waarborgen dat de versterking van de gebouwen in batch 1.588 vergelijkbaar is met die van andere gebouwen.</al>
                </artikel>
              </wijziging>
            </wijzig-lid>
            <wijzig-lid>
              <lidnr status="officieel">R</lidnr>
              <wat>Na hoofdstuk 7 wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:</wat>
              <wijziging>
                <wijzig-divisie soort="hoofdstuk" opmaak="default">
                  <kop>
                    <label>HOOFDSTUK</label>
                    <nr status="officieel">7A</nr>
                    <titel>AANPAK VERSCHILLEN</titel>
                  </kop>
                  <artikel status="goed">
                    <kop>
                      <label>Artikel</label>
                      <nr status="officieel">19c</nr>
                    </kop>
                    <al>Onze Minister en het Instituut dragen er bij de uitvoering van hun taken op grond van deze wet zorg voor dat er na de beëindiging van de gaswinning uit het Groningenveld, bedoeld in artikel 52c van de Mijnbouwwet, als gevolg daarvan geen grotere verschillen ontstaan tussen gedupeerden van de gaswinning met betrekking tot de afhandeling van schade, de versterking, verduurzaming en andere compensatie.</al>
                  </artikel>
                  <artikel status="goed">
                    <kop>
                      <label>Artikel</label>
                      <nr status="officieel">19d</nr>
                    </kop>
                    <al>Onze Minister draagt zorg voor het aanpakken van onaanvaardbare verschillen die zijn ontstaan tussen gedupeerden van de gaswinning uit het Groningenveld met betrekking tot de versterking en daaraan verbonden vergoedingen en aanspraken, als gevolg van:</al>
                    <lijst type="expliciet" nummerbreedte="2-cijferig" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                      <li>
                        <li.nr>a.</li.nr>
                        <al>de regels over het vaststellen van een risicoprofiel van een gebouw;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>b.</li.nr>
                        <al>wijzigingen van de regels en over de wijze waarop wordt vastgesteld of een gebouw aan de veiligheidsnorm voldoet en de wijze waarop wordt bepaald welke maatregelen nodig zijn om een gebouw aan de veiligheidsnorm te laten voldoen; en</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>c.</li.nr>
                        <al>de toepassing van de onder a en b genoemde regels.</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </artikel>
                </wijzig-divisie>
              </wijziging>
            </wijzig-lid>
            <wijzig-lid>
              <lidnr status="officieel">S</lidnr>
              <wat>Artikel 20 vervalt.</wat>
            </wijzig-lid>
            <wijzig-lid>
              <lidnr status="officieel">T</lidnr>
              <wat>In artikel 30 wordt «Tijdelijke wet Groningen» vervangen door: «Wet Groningen».</wat>
            </wijzig-lid>
          </wijzig-artikel>
          <wijzig-artikel status="goed">
            <kop>
              <label>ARTIKEL</label>
              <nr status="officieel">II</nr>
            </kop>
            <wat>De Mijnbouwwet wordt als volgt gewijzigd:</wat>
            <wijzig-lid>
              <lidnr status="officieel">A</lidnr>
              <wat>Aan artikel 1 wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel ar door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:</wat>
              <?xpp qa?>
              <?xpp lead;-1?>
              <wijziging>
                <artikeltekst>
                  <definitielijst plaatsing="inline" type="ongemarkeerd" nr-sluiting=".">
                    <definitie-item>
                      <li.nr>as.</li.nr>
                      <term>bestuur:</term>
                      <definitie>
                        <al>bestuur, bedoeld in artikel 126, tweede lid.</al>
                      </definitie>
                    </definitie-item>
                  </definitielijst>
                </artikeltekst>
              </wijziging>
            </wijzig-lid>
            <wijzig-lid>
              <lidnr status="officieel">B</lidnr>
              <wat>In artikel 52c vervalt het tweede lid alsmede de aanduiding «1.» voor het eerste lid.</wat>
            </wijzig-lid>
            <wijzig-lid>
              <lidnr status="officieel">C</lidnr>
              <wat>Artikel 126, tweede lid, wordt vervangen door:</wat>
              <wijziging>
                <artikeltekst>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                    <al>Aan het hoofd van het Staatstoezicht op de mijnen staat het bestuur.</al>
                  </lid>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                    <al>Het bestuur bestaat uit drie leden, onder wie de voorzitter.</al>
                  </lid>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
                    <al>De voorzitter wordt aangeduid als inspecteur-generaal der mijnen.</al>
                  </lid>
                </artikeltekst>
              </wijziging>
            </wijzig-lid>
            <wijzig-lid>
              <lidnr status="officieel">D</lidnr>
              <wat>Na artikel 126 wordt een artikel ingevoegd, luidende:</wat>
              <wijziging>
                <artikel status="goed">
                  <kop>
                    <label>Artikel</label>
                    <nr status="officieel">126a</nr>
                  </kop>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                    <al>Er is een commissie van advies.</al>
                  </lid>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                    <al>De commissie heeft tot taak advies uit te brengen omtrent het functioneren van de leden van het bestuur.</al>
                  </lid>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                    <al>De leden van de commissie zijn onafhankelijk.</al>
                  </lid>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
                    <al>De leden van de commissie worden door Onze Minister benoemd, geschorst en ontslagen.</al>
                  </lid>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">5.</lidnr>
                    <al>Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de omvang en de samenstelling van de commissie, de termijn van benoeming, de gronden voor schorsing en ontslag, en de werkwijze van de commissie.</al>
                  </lid>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">6.</lidnr>
                    <al>Bij ministeriële regeling kunnen in aanvulling op het tweede lid, taken worden toebedeeld aan de commissie.</al>
                  </lid>
                </artikel>
              </wijziging>
            </wijzig-lid>
            <wijzig-lid>
              <lidnr status="officieel">E</lidnr>
              <wat>In de artikelen 45b, eerste tot en met vierde lid, 45d, eerste lid, 45e, eerste en tweede lid, 45f, eerste, tweede en derde lid, 45h, eerste lid, 45i, eerste en tweede lid, 45l, vierde lid, onderdeel e, 45m, 45n, 45o, 45p, eerste, derde, vierde en vijfde lid, 45q, eerste lid, onderdeel b, 52g, derde lid, 128a, eerste lid, vierde lid, onderdelen a tot en met c, en 133, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, wordt «de inspecteur-generaal der mijnen» telkens vervangen door «het bestuur».</wat>
            </wijzig-lid>
            <wijzig-lid>
              <lidnr status="officieel">F</lidnr>
              <wat>In de artikelen 45d, tweede lid, 45h, tweede lid, 127, 128, eerste, tweede en vierde lid, en 132 wordt «De inspecteur-generaal der mijnen» telkens vervangen door «Het bestuur».</wat>
            </wijzig-lid>
            <wijzig-lid>
              <lidnr status="officieel">G</lidnr>
              <wat>In artikel 68, derde lid, onderdeel a, wordt «Tijdelijke wet Groningen» vervangen door «Wet Groningen».</wat>
            </wijzig-lid>
            <wijzig-lid>
              <lidnr status="officieel">H</lidnr>
              <wat>In de artikelen 128, eerste lid, en 133, eerste lid, onderdeel b, wordt «de inspecteur-generaal» vervangen door «het bestuur».</wat>
            </wijzig-lid>
          </wijzig-artikel>
          <wijzig-artikel status="goed">
            <kop>
              <label>ARTIKEL</label>
              <nr status="officieel">III</nr>
            </kop>
            <wat>In bijlage 2, artikelen 1, 2 en 8, tiende lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt «Tijdelijke wet Groningen» telkens vervangen door «Wet Groningen», waarbij ten aanzien van de artikelen 1 en 2 een verplaatsing in de alfabetische volgorde plaatsvindt.</wat>
          </wijzig-artikel>
          <wijzig-artikel status="goed">
            <kop>
              <label>ARTIKEL</label>
              <nr status="officieel">IV</nr>
            </kop>
            <wat>In artikel 30, eerste lid, van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid wordt «de Inspecteur-Generaal der Mijnen» vervangen door «het bestuur van het Staatstoezicht op de mijnen, bedoeld in artikel 126 van de Mijnbouwwet».</wat>
          </wijzig-artikel>
          <?xpp qa?>
          <?xpp lead;1?>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>ARTIKEL</label>
              <nr status="officieel">V</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
              <al>Deze wet treedt, met uitzondering van artikel I, onderdelen B, subonderdeel 1, subonderdeel b, N, subonderdelen 1 en 3, en R ten aanzien van het opschrift van hoofdstuk 7a en artikel 19d, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
              <al>Artikel I, onderdeel B, subonderdeel 1, subonderdeel b, treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 2025.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
              <al>Artikel I, onderdeel N, subonderdelen 1 en 3, treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst en werkt terug tot en met het tijdstip waarop artikel I, onderdeel H, van de Wet van 19 april 2023 tot wijziging van de Tijdelijke wet Groningen in verband met de versterking van gebouwen in de provincie Groningen (<extref doc="stb-2023-164" soort="document" status="actief">Stb. 2023, 164</extref>) in werking is getreden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
              <al>Artikel I, onderdeel R, ten aanzien van het opschrift van hoofdstuk 7a en artikel 19d, treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst en werkt terug tot en met 25 april 2023.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </wettekst>
        <voorstel-sluiting>
          <slotformulering>
            <al>Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.</al>
          </slotformulering>
          <label>Gegeven</label>
          <ondertekening>
            <functie>De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,</functie>
          </ondertekening>
          <ondertekening>
            <functie>De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,</functie>
          </ondertekening>
          <ondertekening>
            <functie>De Minister van Klimaat en Groene Groei,</functie>
          </ondertekening>
        </voorstel-sluiting>
      </voorstel-wet>
    </stuk>
  </kamerstuk>
</officiele-publicatie>