﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36800-XIII-D/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamerstuk>
    <kamerstukkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Eerste Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">1</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">Kamerstukken</tekstregel>
    </kamerstukkop>
    <dossier>
      <dossiernummer>
        <dossiernr>36 800</dossiernr>
        <begrotingshoofdstuk>XIII</begrotingshoofdstuk>
      </dossiernummer>
      <titel>Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken (XIII) voor het jaar 2026</titel>
    </dossier>
    <stuk>
      <stuknr>
        <ondernummer kamer="1">D</ondernummer>
      </stuknr>
      <titel>NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG</titel>
      <datumtekst>Ontvangen <datum isodatum="2026-05-26">26 mei 2026</datum></datumtekst>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie</tussenkop>
            <al-groep>
              <al>1</al>
              <al>De leden van de fractie van BBB ontvangen graag een overzicht van de ontwikkeling van het aantal mensen dat over de grens tankt en daarnaast benodigde aankopen doet. Kan de regering aangeven wat de gevolgen zijn van de hoge brandstofprijzen voor familiebedrijven en het mkb in de grensregio’s?</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>2</al>
              <al>Wat gaat de regering doen om deze bedrijven de mogelijkheid te bieden om eerlijk te concurreren met de Nederlandse buurlanden?</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>3</al>
              <al>Deze leden vragen of de regering erkent dat hoge brandstofprijzen de logistiek en de agrarische keten in de grensstreek keihard raken, waardoor de verschraling in de regio alleen maar verder doorzet. Wat gaat de regering doen om de leefbaarheid in de grensstreek op peil te houden?</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord vragen 1, 2 en 3</al>
              <al>Voor grensregio’s geldt dat er zowel positieve als negatieve aspecten spelen. Zo gaan Nederlandse consumenten weliswaar voor een deel tanken in het buitenland, maar vindt er ook veel grenstoerisme en retail inkopen plaats in Nederland, en wordt er veel geforensd richting bepaalde industrieclusters zoals Brainport. Daarnaast vindt er op regionale schaal veel internationale samenwerking plaats die de regio’s een economische boost geven. Dat gezegd hebbende kunnen er specifieke dorpen zijn waarbij geldt dat voorzieningen langzaamaan verdwijnen. Dat is echter niet specifiek voor grensregio’s en is deels ook een gevolg van demografische ontwikkelingen.</al>
            </al-groep>
            <al>Dit kabinet heeft aandacht voor alle regio’s in Nederland. Om de leefbaarheid in grensregio’s te stimuleren heeft het kabinet naast het generieke instrumentarium ook meer specifieke regelingen en programma’s voor regionale ontwikkeling. Zo is het Nationaal Programma Vitale Regio’s (hierna: NPVR) gericht op het stimuleren van brede welvaart in regio’s die daarop in een structurele achterstandspositie verkeren. In die regio’s is vaak sprake van een krimpende bevolkingsomvang en staan voorzieningen onder druk. Deze situatie speelt vooral in grensgebieden. Het NPVR besteedt aandacht aan aspecten als leefbaarheid, economie, voorzieningen, gezondheid, mobiliteit en natuur. Ook het wegnemen van grensbelemmeringen die kansen in grensregio’s verkleinen, krijgt aandacht.</al>
            <al>Daarnaast werken wij ook aan de Impulsaanpak Winkelgebieden, waarin we gemeenten subsidies bieden om hun winkelgebieden toekomstbestendig te maken. Ook relatief veel gemeenten in grensregio’s maken hiervan gebruik. Van het terugbrengen van leegstand in Oldambt, Groningen, en het transformeren van de binnenstad van Hengelo – we blijven betrokken bij de ontwikkeling van de grensregio’s. Verder zijn er Regiodeals gesloten. Dat zijn samenwerkingsafspraken tussen het Rijk en een regio voor bijvoorbeeld gezamenlijke investeringen, gericht op bijvoorbeeld versterken van de lokale economie. Tot slot verlenen Europese programma’s zoals INTERREG en EU Cohesiebeleid ook gerichte subsidies op grensoverschrijdende projecten, bijvoorbeeld op landbouwinnovatie.</al>
            <al-groep>
              <al>4</al>
              <al>Kan de regering uitleggen waarom transportondernemers volgens de aan het woord zijnde leden worden opgezadeld met torenhoge transport- en logistiekkosten door de blijvend hoge benzineprijzen en benzineaccijnzen. Wat betekent dit voor de Nederlandse transportsector?</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord</al>
              <al>Het kabinet begrijpt goed dat de blijvend hoge brandstofprijzen van forse betekenis zijn voor de Nederlandse transportsector. Het kabinet monitort de ontwikkelingen, zowel in termen van prijzen als in termen van beschikbaarheid van de benodigde brandstoffen. Ook heeft het kabinet gesprekken met partijen om vinger aan de pols te houden, onder meer in de Maatregelgroep Transportbewegingen Goederenvervoer die op grond van het in werking gestelde Landelijk Crisis Plan Olie actief is. Uit deze gesprekken blijkt dat veel transportondernemers brandstofclausules hebben opgenomen in hun vervoerscontracten, waardoor prijsstijgingen doorberekend kunnen worden aan afnemers. Omdat de facturering en betaling later plaatsvindt, legt dit een groter beslag op het werkkapitaal van deze ondernemingen, waardoor liquiditeitsproblemen kunnen ontstaan. Vooralsnog ervaart de sector geen problemen met de levering van brandstoffen, maar worden de ontwikkelingen nauwlettend gevolgd.</al>
            </al-groep>
            <al>Met de Kamerbrief Acties Weerbaarheid Energieschok heeft het kabinet een aantal maatregelen aangekondigd waarmee het onder andere de transportsector ondersteunt. Voor de liquiditeit van bedrijven wordt de garantie ondernemersfinanciering (GO) per 1 juli verlengd met vijf jaar en wordt het borgstellingsdeel van het Borgstellingskrediet MKB (BMKB) verhoogd voor een jaar. Deze aanpassingen zijn bedoeld om eraan bij te dragen dat levensvatbare bedrijven over voldoende financiering kunnen beschikken. Verder wordt specifiek voor de transportsector per 1 juli de motorrijtuigenbelasting voor vrachtauto’s voor de rest van het jaar verlaagd naar het nihiltarief. Tegelijkertijd gaat het kabinet in gesprek met de sector over maatwerk binnen de vrachtwagenheffing die op 1 juli start conform moties Flach c.s. en Eerdmans/Wilders.</al>
            <al-groep>
              <al>5</al>
              <al>De fractieleden van BBB vragen voorts of de regering bekend is met het feit dat een aanzienlijk deel van de Nederlandse kottervloot momenteel noodgedwongen aan de kade blijft liggen omdat door de excessieve stijging van de brandstofprijzen de bedrijfsvoering van veel vissersvlootondernemingen op dit moment niet langer rendabel is. Welke stappen gaat de regering ondernemen om deze vissers te helpen?</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord</al>
              <al>Het kabinet heeft oog voor de economische impact van de gestegen brandstofprijzen op de visserijsector en acht het daarom van belang om in te zetten op brandstofbesparing en zo de weerbaarheid tegen toekomstige prijsfluctuaties te vergroten. Zoals in de kabinetsbrief aan de Tweede Kamer «Acties Weerbaarheid Energieschok» (Kamerstuk, <extref doc="kst-36933-1" soort="document" status="actief">36 933, nr. 1</extref>) is aangegeven, zal in het derde kwartaal een energie-efficiëntieregeling worden opengesteld, waarvoor € 25 miljoen beschikbaar wordt gesteld op de LVVN-begroting.</al>
              <al>Daarnaast wordt op dit moment bezien welke mogelijkheden er zijn onder het crisismechanisme van het <nadruk type="cur">European Maritime Fisheries and Aquaculture Fund</nadruk>(EMFAF). Dit om op de korte termijn de sector te ondersteunen en de directe gevolgen te beperken tot aan de openstelling van de energie-efficiëntieregeling.</al>
              <al>Deze maatregelen worden momenteel met urgentie nader uitgewerkt.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>6</al>
              <al>Deze leden vragen de regering daarnaast waarom hoteliers en de verblijfssector worden geconfronteerd met de BTW-verhoging op logies, terwijl deze ondernemers van groot belang zijn voor de ondernemersdynamiek in dorpen en regio’s. Deze leden verzoeken om een overzicht van het aantal boekingen in deze sector over het afgelopen jaar, in vergelijking met het voorgaande jaar. Wanneer volgt een evaluatie van deze omstreden maatregel?</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord</al>
              <al>De btw-verhoging op logies vloeit voort uit de bredere fiscale keuzes die het vorige kabinet heeft gemaakt in het hoofdlijnenakkoord. Het kabinet is zich ervan bewust dat de verblijfssector een belangrijke rol speelt in de economische dynamiek van dorpen en regio’s. De Staatssecretaris van Financiën monitort ontwikkelingen, specifiek de prijsontwikkeling en het aantal overnachtingen, en zal de kamer hierover begin 2027 informeren. In 2028 volgt een ex-post evaluatie, waarin ook de uitkomsten van de monitoring worden meegenomen. Tot die tijd blijf ik in gesprek met de sector om signalen uit de praktijk te betrekken bij de monitoring.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>7</al>
              <al>Hoe gaat de regering ervoor zorgen dat economische instrumenten ook ten goede komen aan de regionale werkgelegenheid en het mkb, in plaats van alleen te focussen op de grote multinationals in de randstad? De regering wordt verzocht een overzicht te geven van de maatregelen die juist de regionale werkgelegenheid en het mkb ten goede komen.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord</al>
              <al>De veronderstelling dat EZK-middelen primair bij grote multinationals in de Randstad landen niet overeen met de werkelijkheid. Industriële bedrijven en de industrie zijn vooral dominant buiten de Randstad. Zo is de grondslag voor de WBSO in Noord Brabant ongeveer 1,5 keer hoger dan in Zuid-Holland. En een provincie Gelderland ontvangt per hoofd meer middelen dan de provincies Noord Holland en Zuid Holland. Dit volgt onder andere uit het CBS regio dashboard als onderdeel van het bedrijvenbeleid in beeld.</al>
            </al-groep>
            <al>De EZK-begroting bevat overwegend generiek instrumentarium voor realisatie van specifieke beleidsdoelstellingen met vaak brede openstellingen voor (organisaties van) (MKB)-ondernemers en kennisinstellingen, publiek-private samenwerkingen, clusters of ecosystemen. Die brede insteek is een bewuste inzet omdat het kabinet er belang aan hecht dat economische kansen en werkgelegenheid in alle regio’s tot stand komen, met nadrukkelijke aandacht voor het mkb. Het generiek EZK instrumentarium, als één van de elementen om sectoren, waaronder MKB-bedrijven, en regio’s te ondersteunen, is dan ook toegankelijk in heel Nederland. De regionale context is weliswaar niet direct een aangrijpingspunt in dit generieke instrumentarium, maar de bijbehorende EZK-budgetten slaan vanzelfsprekend wel regionaal neer, immers <nadruk type="cur">«elke regeling heeft een postcode».</nadruk></al>
            <al>Ook de toekenning uit de budgetten van grote fondsen zoals het Nationaal Groeifonds (NGF) en het Klimaatfonds is gebaseerd op eenzelfde (generieke) systematiek als hierboven beschreven. Het NGF stuurt niet direct op regionale spreiding via eisen of criteria. Wel bedienen de NGF-projecten partijen uit verschillende regio’s. Bij NGF-projecten op het R&amp;D&amp;I-domein met (relatief forse) budgetten op de EZK-begroting, zoals Groenvermogen (groene waterstof) zien we bijvoorbeeld dat de investeringen grotendeels neerkomen in de provincies Zeeland, Groningen en Noord-Holland.</al>
            <al>Naast de generieke insteek bevat de EZK-begroting ook instrumenten/regelingen (inclusief budgetten) waarbij de regionale context direct een rol speelt. De overwegingen hiervoor kunnen verschillen evenals de gekozen vorm van het regionale perspectief. Gemeenschappelijk kenmerk is dat de regionale context dient ter ondersteuning van de realisatie van één of meerdere EZK-doelstelling(en). Zo wordt met name op het energie- en klimaatdomein het regionale schaalniveau regelmatig benut voor regie en coördinatie in processen voor transities en doelstellingen. Zo is binnen het Klimaatfonds € 500 mln. gereserveerd voor gebiedsinvesteringen om de aanlanding van het net op zee (windenergie) rond 2030 verantwoord in te passen. En er vinden op dit moment in alle provincies pilots plaats om bedrijventerreinen toekomstbestendig te maken.</al>
            <al-groep>
              <al>Het regionale aspect in de realisatie van de EZK-doelstellingen kan ook het gevolg zijn van een beleidsfocus op geografische gebieden waar (realisatie van) de EZK-doelstelling het meest urgent is resp. zich nadrukkelijk manifesteert. Voorbeelden hiervan zijn:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>de vijf energie-intensieve industrieclusters (Noord-Nederland, NZKG, Rotterdam-Moerdijk, Zeeland-West Brabant, Chemelot/Limburg), waar de grote basisindustrieën grotendeels zijn gevestigd. En waarop vanuit het Nationaal Programma Verduurzaming Industrie (NPVI) met voorrang wordt ingezet, o.a. door maatwerkafspraken met industriële bedrijven en publieke investeringen vanuit o.a. SDE++, de DEI (demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie subsidie), de NIKI (Nationale Investeringsregeling Klimaatprojecten Industrie) en de fondsen (NGF, KF);</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>de jaarlijkse bijdragen voor (toegepast) onderzoek en onderzoeksfaciliteiten aan de TO2-instituten als MARIN (Wageningen, Ede), Deltares (Delft, Utrecht) en NLR (Amsterdam, Marknesse).</al>
                </li>
              </lijst>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Er is ook een aantal regelingen/instrumenten met ook nadruk op het MKB op de EZK-begroting specifiek op regionaal economische ontwikkeling gericht. Op de EZK-begroting worden de volgende genoemd, waarbij de twee eerstgenoemden een brede insteek en de laatstgenoemden een wat engere focus op een specifiek beleidsveld:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>
                    <nadruk type="ondlijn">Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen</nadruk>: de EZK-bijdrage stelt de 9 ROM’s in staat om binnen de kerntaak «innoveren» regionale projecten te ontwikkelen en activiteiten uit te voeren die het regionale innovatie-ecosysteem versterken.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>
                    <nadruk type="ondlijn">EFRO/Interreg/JTF</nadruk>: de EZK-bijdrage aan deze Europese fondsen is in de vorm van cofinancieringsmiddelen om doelstellingen te helpen realiseren op het vlak van innovatie en koolstofarme economie en van grote transitieopgaven vanwege de klimaattransitie.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>
                    <nadruk type="ondlijn">Herstructurering winkelgebieden</nadruk>: met een impuls van € 100 mln. (t/m 2028) investeert EZK in de realisatie van toekomstbestendige winkelgebieden en in vitale binnensteden. Zoals hierboven al aangegeven, kunnen gemeenten op basis van de regeling specifieke uitkering impulsaanpak winkelgebieden een specifieke uitkering ontvangen voor de gebiedsgerichte en integrale herstructurering en transformatie van (delen van) centrale winkelgebieden en binnenstedelijke winkelstraten.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>
                    <nadruk type="ondlijn">Vroege Fase Financiering</nadruk>: doel van het EZK-budget is om ondernemers in staat te stellen om een lening aan te trekken gedurende de Proof of Concept fase. Via de VFF worden regionale fondsen van financiering voorzien middels een Fund-of-Fund contract. Voorwaarde is dat minimaal 50% van de middelen worden ingebracht door provincies.</al>
                </li>
              </lijst>
            </al-groep>
            <al>Ten slotte zijn er specifieke gebiedsgerichte aanpakken die vanuit de EZK-begroting met middelen worden bediend. Nij begun’ is hier een voorbeeld van. De economische component in dit perspectief krijgt vorm middels een economische agenda voor duurzame groei, extra financiële middelen voor het aantrekken van strategische internationale bedrijvigheid in de regio en middelen specifiek voor het verbeteren van het ondernemings- en vestigingsklimaat. Daarnaast zijn er ook gebiedsgerichte aanpakken, waarin de EZK-ondersteuning vooral is gelegitimeerd vanuit het belang van regionaal economische ontwikkeling. Voorbeelden zijn de Brainport Nationale Actieagenda en (al wat verder terug) de Economische Agenda Zeeland en ook de economische ontwikkeling van Caribisch Nederland.</al>
            <al-groep>
              <al>8</al>
              <al>Tot slot wensen de leden van de BBB-fractie van de regering te vernemen of zij bereid is na te denken over een regiotoets in de begroting Economische Zaken, zodat er eerder wordt nagedacht over de impact van het economisch beleid op de regio.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord</al>
              <al>EZK is geen voorstander om een regiotoets op te nemen in de EZK begroting. Een regiotoets zou in essentie betekenen dat EZK een toetsende of beoordelende rol neemt over het gewenste niveau resp. de ontwikkeling van de kwaliteit en kwantiteit van regionaal economische ontwikkeling in specifieke geografische gebieden. Zo’n rol past niet bij de huidige verantwoordelijkheden op het economisch domein, waar visieontwikkeling en aanpakken voor regionaal economische stimulering is voorbehouden aan regionale overheden, met name de provincies. Ik wil die verantwoordelijkheden respecteren.</al>
            </al-groep>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De Minister van Economische Zaken en Klimaat,</functie>
            <naam>
              <voornaam>H.G.</voornaam>
              <achternaam>Herbert</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
    </stuk>
  </kamerstuk>
</officiele-publicatie>