﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36800-X-E/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamerstuk>
    <kamerstukkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Eerste Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">1</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">Kamerstukken</tekstregel>
    </kamerstukkop>
    <dossier>
      <dossiernummer>
        <dossiernr>36 800</dossiernr>
        <begrotingshoofdstuk>X</begrotingshoofdstuk>
      </dossiernummer>
      <titel>Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2026</titel>
    </dossier>
    <stuk>
      <stuknr>
        <ondernummer kamer="1">E</ondernummer>
      </stuknr>
      <titel>NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG</titel>
      <datumtekst>Ontvangen <datum isodatum="2026-05-21">21 mei 2026</datum></datumtekst>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>Hierbij bieden wij u de antwoorden aan op de set schriftelijke vragen gesteld over de Ontwerbegroting Defensie (X) over het jaar 2026.</al>
            <al>Mochten naar aanleiding van de beantwoording nog nadere vragen bestaan, dan lichten wij deze desgewenst mondeling toe. Wij gaan namelijk graag het gesprek met u aan, indien het uw kamer ook uitkomt, voor het zomerreces.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De Minister van Defensie,</functie>
            <naam>
              <voornaam>D.</voornaam>
              <achternaam>Yeşilgöz-Zegerius</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
          <ondertekening>
            <functie>De Staatssecretaris van Defensie,</functie>
            <naam>
              <voornaam>D.G.</voornaam>
              <achternaam>Boswijk</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
      <algemeen>
        <kop kopopmaak="vet">
          <titel>
            <nadruk type="ondlijn">Antwoorden op schriftelijke vragen over de Ontwerpbegroting Defensie (X) over het jaar 2026 (Kamerstuk </nadruk>
            <dossierref dossier="36800-X">
              <nadruk type="ondlijn">36 800 X</nadruk>
            </dossierref>
            <nadruk type="ondlijn">)</nadruk>
          </titel>
        </kop>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">1.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">De regering benoemt dat Europa in 2030 meer zelf moet kunnen, maar welke concrete capaciteiten/capability gaps moeten dan aantoonbaar Europees beschikbaar zijn zonder doorslaggevende Amerikaanse enabling support? Waar mag het parlement de regering in 2030 op afrekenen?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>Het kabinet onderkent dat Europa meer verantwoordelijkheid moet dragen voor de eigen veiligheid binnen de NAVO. De NAVO blijft de hoeksteen van onze collectieve veiligheid, met de Verenigde Staten als belangrijke bondgenoot. Tegelijkertijd zijn onze toekomst en welvaart onlosmakelijk verbonden met een sterk Europa. Daarom is het tijd dat Europa meer verantwoordelijkheid neemt voor de veiligheid op het eigen continent. De afspraken binnen de NAVO over financiële verplichtingen, capaciteiten en bijdragen zijn voor Defensie leidend. Binnen die afspraken bekijkt de NAVO hoe de capaciteiten verdeeld worden over de bondgenoten. Door de nationale krijgsmachten in Europa significant te versterken – waaronder de Nederlandse krijgsmacht – en in toenemende mate samen te werken aan de ontwikkeling van militaire capaciteiten, de stimulering van de Europese defensie-industrie, de verbetering van militaire mobiliteit en de vergroting van de maatschappelijke weerbaarheid, neemt Europa meer verantwoordelijkheid voor de eigen veiligheid.</al>
            <al-groep>
              <al>In de Defensienota 2026, die voor de zomer verschijnt, gaat het kabinet in op de doelstellingen en de keuzes om het militair vermogen van Nederland en Europa te versterken.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">2.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Heeft de regering per domein inzichtelijk in hoeverre de Europese afhankelijkheid van de Verenigde Staten onwenselijk groot is? Is de regering bereid hier nader inzicht in te gaan in de Stand van Defensie? De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA vragen dit voor tenminste deze domeinen: a. luchttransport, b. ISR/inlichtingen, c. satelliet- en spacecapaciteiten, d. lucht- en raketverdediging, e. precisiewapens en munitie, f. cyber en cloud, g. AI/data-infrastructuur, h. reservedelen en onderhoud, en i. command-and-control.</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>Nederland en Europa nemen meer verantwoordelijkheid voor de eigen veiligheid en de verdediging van het continent. Momenteel voeren Europese landen onderling overleg hoe Europa verder kan toewerken naar meer verantwoordelijkheid en zelfstandigheid in het voorzien in Europese veiligheid. Over de mate van Europese afhankelijkheid van de Verenigde Staten doet het kabinet in het openbaar geen uitspraken.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">3.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Welke «rode lijnen» hanteert de regering? Met andere woorden: bij welke typen afhankelijkheid acht zij het onwenselijk dat Nederland in een crisis niet zonder Amerikaanse toestemming, softwaretoegang, reservedelen of inlichtingen kan opereren? Kan de regering dit definiëren?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>Zie antwoord op vraag 2.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">4.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Op welke terreinen accepteert de regering expliciet dat Nederland ook in 2030 nog (zwaar) van de VS afhankelijk zal zijn?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>Zie antwoord op vraag 2.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">5.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Welke militaire capaciteiten acht de regering het meest geschikt voor diepe Europese taakverdeling/volledige integratie, analoog aan de bestaande Nederlands-Duitse landmachtsamenwerking?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>Bij het ontwikkelen van verschillende militaire capaciteiten werkt Nederland samen met NAVO-bondgenoten en EU-lidstaten om deze capaciteiten te realiseren. Zo is er op het gebied van air tanker transport een samenwerkingsverband waar Nederland trekkingsrechten heeft (MRTT). Daarnaast werken de Nederlandse en Belgische marine nauw samen onder een geïntegreerd bevel en zijn verschillende opleidingsinstanties geïntegreerd. Tevens heeft de marine een nauw samenwerkingsverband van vloot en mariniers met de UK/NL Amphibious Task Force. Britse en Nederlandse vloot- en marinierseenheden kunnen elkaars taken probleemloos overnemen en treden geïntegreerd op. Ook werkt Nederland momenteel aan de opzet van verschillende European Defence Projects of Common Interest (EDPCI), waarbinnen belangrijke tekortkomingen op Europees niveau worden geadresseerd. Van volledige Europese integratie is daarbij geen sprake.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">6.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Welke capaciteiten wil Nederland nadrukkelijk niet verder Europees integreren, en waarom niet?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>Het kabinet doet hier vanwege operationele afwegingen in het kader van de nationale veiligheid verder geen openbare uitspraken.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">7.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">De Wall Street Journal berichtte op 14 april 2026 in het artikel «Europe Is Accelerating a NATO Fallback Plan in Case Trump Pulls Out», over Europese initiatieven om de NAVO weerbaar te maken voor een (plotseling) vertrek van de Amerikanen. Is de regering wel of niet benaderd om te participeren? Steunt de regering dit initiatief? Zo ja hoe?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>Het kabinet onderschrijft de noodzaak voor meer Europese verantwoordelijkheid voor de eigen veiligheid. Nederland stelt zich proactief op en voert gesprekken met verschillende landen hoe we hier invulling aan kunnen geven. Deze gesprekken zijn niet alleen voorbehouden aan Europese landen maar worden ook binnen de NAVO en EU gevoerd. De afgelopen jaren zijn al verschillende initiatieven gelanceerd in verschillende samenwerkingsverbanden die de Europese verantwoordelijkheid voor de eigen veiligheid versterken. Voorbeelden hiervan zijn de capaciteitsontwikkeling binnen de EU met Nederland als lead nation voor drones en militaire mobiliteit; de door Frankrijk geïnitieerde dialoog over strategische Europese nucleaire en conventionele afschrikking; en het initiatief samen met het Verenigd Koninkrijk en Finland voor een verkenning van gezamenlijke defensie-investeringen via het Multilateral Defense Mechanism.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">8.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie stellen vast dat het scenario zeer denkbaar is dat de Oekraïne-oorlog eindigt met een verzoek aan Europese landen om een soort «veiligheidsmacht» te leveren. Dit kan op korte termijn gebeuren. Deze leden begrijpen dat het de vraag is of Nederland (zelfstandig) in staat zou zijn een bijdrage van minimaal één brigade hieraan te leveren gezien de mate van operationele paraatheid. Klopt dat beeld? Kan de regering aangeven of en, zo ja, in hoeverre Nederland in staat zou zijn op korte termijn een bijdrage aan een eventuele veiligheidsmacht te leveren?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>In het kader van de <nadruk type="cur">Coalition of the Willing</nadruk> wordt op continue basis gesproken over de mogelijke militaire inzet van een internationale troepenmacht na en staakt-het-vuren en een Europese bijdrage aan veiligheidsgaranties voor Oekraïne. Nederland is nauw betrokken geweest bij het militaire planningsproces voor een <nadruk type="cur">Multinational Force Ukraine</nadruk> (MNF-U), conform onder andere moties Timmermans en Yeşilgöz-Zegerius (motie <extref doc="kst-36045-191" soort="document" status="actief">36 045-191</extref>, 18 februari 2025) en Paternotte en Van Campen (motie <extref doc="kst-21501-02-3047" soort="document" status="actief">21 501-02, nr. 3047</extref>, 18 februari 2025). Het kabinet heeft een bereidwillige houding om een substantiële bijdrage te leveren aan alle vier, in het plan voorziene, operatielijnen. Het is echter niet mogelijk om in te gaan op de details van die planning. Tot dat de activatie van deze plannen aan de orde is, is de nadere invulling van deze bereidwillige houding uiteraard onder voorbehoud van politieke besluitvorming. Op dat moment zal de afweging worden gemaakt welke bijdrage Nederland kan en wil leveren. Dit vergt een afweging op basis van onder andere de behoefte en operationele gereedheid ten opzichte van andere verplichtingen, zoals jegens de NAVO.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">9.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Is het de regering bekend dat op 25 juni 2026 vanaf 16.00 uur een «Keti Koti diner» wordt georganiseerd voor het personeel van Commit (Commando Materieel en IT van Defensie) en al hun Defensiecollega’s, zoals blijkt uit een onlangs door dat personeel ontvangen aankondiging?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>Ja.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">10.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Nu de aankondiging stelt dat het gaat om een moment van herdenken, verbinden en met elkaar in gesprek gaan over het (slavernij-) verleden in het heden, is de regering ook voornemens voor het voltallige personeel van Defensie een of meer diners te organiseren ter herdenking van een of meer roemrijke momenten uit de vaderlandse geschiedenis, zoals het ontzet van Leiden, de herovering (met behulp van het turfschip) van Breda, de slag bij Nieuwpoort, de tocht naar Chatham, de slag bij Quatre Bras, momenten die de dinerdeelnemers wel opgewekt kunnen vieren, en zo nee waarom niet?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>Alhoewel momenten uit de vaderlandse geschiedenis zeker op ad hoc basis aan bod komen in toespraken, is er geen voornemen om deze momenten structureel te herdenken in de vorm van een diner voor het voltallige personeel van Defensie. De Rijksoverheid heeft Keti Koti op de kalender van betekenisvolle dagen staan. Ieder departement geeft hier een eigen invulling aan. Aandachtsdagen zoals internationale vrouwendag, 4 en 5 mei, Veteranendag, Koningsdag, de oprichtingsdag van de NAVO en Keti Koti helpen Defensie om zich als organisatie en werkgever duidelijk te positioneren.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">11.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">De leden van de BBB-fractie stellen vast dat, gelet op het aantal van ruim 82000 personeelsleden van Defensie op 1 maart 2026, de totale kosten van het diner – met een geschat bedrag van euro 60 per persoon – kunnen oplopen tot een kleine 5 miljoen euro, nog afgezien van de nodige reiskosten voor veel deelnemers en het niet in geldswaarde uit te drukken verlies aan arbeidstijd, nu als aanvangstijd 16.00 uur is vermeld. Kan de regering mededelen welk budget is gereserveerd voor dit diner?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>Ja. Het budget voor het event is begroot op € 50.000.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">12.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">«Acht de regering, gelet op de (zeer) gespannen en riskante geopolitieke situatie (oorlogen in Oekraïne, het Midden-Oosten en Soedan), en de allesoverheersende noodzaak het voor Defensie gebudgetteerde belastinggeld aan herbewapening, modernisering en uitbreiding van de krijgsmacht uit te geven, a)het houden van een dergelijk – ideologisch gemotiveerd – diner passend en/of noodzakelijk? b) het uitgeven van een aanzienlijk bedrag als hiervoor vermeld voor zo’n diner passend en verantwoord? Wil de regering bevestigen dat noch deelname aan het diner noch absentie door het Ministerie van Defensie geregistreerd zal worden, en dat het niet deelnemen aan het diner niet op enigerlei wijze het niet deelnemende personeel ten nadele zal worden aangerekend?»</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>Betrokkenheid bij culturele, religieuze of andere aandachtsdagen draagt er aan bij dat mensen met verschillende achtergronden zich thuis kunnen voelen binnen Defensie. Ook draagt het bij aan het versterken van onderling begrip, wederzijds respect en culturele sensitiviteit met een daaruit voortvloeiende positieve bijdrage aan de effectiviteit van de krijgsmacht. Van registratie van af danwel aanwezigheid is geen sprake.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">13.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Is de regering voornemens een dergelijk diner ook voor alle andere rijksambtenaren te organiseren, en zo nee, waarom niet? Indien niet, is de regering dan met de leden van mening dat dit in strijd is met artikel 1 Grondwet (het discriminatieverbod)?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>De Rijksoverheid heeft Keti Koti op de kalender van betekenisvolle dagen staan. Ieder departement geeft hier een eigen invulling aan.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">14.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">In het Regeerakkoord 2026–2030 lezen de leden van de BBB-fractie het volgende: «We bouwen aan een schaalbare krijgsmacht van minimaal 122.000 mensen. We schalen het dienjaar fors op en introduceren als eerste stap een verplichte enquête voor jongeren. Als dit onvoldoende resultaat oplevert, overwegen we andere stappen, zoals de herinvoering van een selectieve opkomstplicht.» Kan de regering aangeven op welk(e) moment(en) zij zal bepalen of de krijgsmacht in personeel voldoende groeit om het doel van 122.000 in 2030 te halen? Wordt dit de komende jaren tussentijds gedaan, bijvoorbeeld jaarlijks? Is een lineair toenemende «groeilijn» afgesproken? Wanneer is het eerste meetmoment en hoeveel personeel moet de krijgsmacht dan hebben om niet te besluiten de dienstplicht weer in te voeren?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>In de Kamerbrief «Groei van de krijgsmacht» van 3 april jl. (Kamerstuk <extref doc="kst-33763-176" soort="document" status="actief">33 763-176</extref>) is het Dienmodel Defensie nader toegelicht. Het uitgangspunt is dat we zo lang als mogelijk in een vrijwillig model blijven. De aanwas bij Defensie is de afgelopen periode naar volle tevredenheid en geeft geen aanleiding af te stappen van vrijwilligheid. We moeten ons echter op verschillende scenario’s voorbereiden. Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat de verwachte groei te ver achterblijft bij de prognoses, of dat de veiligheidssituatie verder verslechtert en Defensie sneller moet groeien dan nu voorzien is. Om die reden ontwikkelt Defensie een Dienmodel dat kan meebewegen met de dreiging en de daaraan gekoppelde personele behoefte van Defensie. Dat betekent in staat zijn om (snel) op te schalen in aanloop naar een conflictsituatie, en weer kunnen afschalen na een conflict. Daarom zijn we bezig met de doorontwikkeling van het Dienmodel, waarbij we enerzijds de verschillende instroomsporen schaalbaar maken en anderzijds de verplichte elementen uitwerken. Daar hoort ook de uitwerking bij wanneer we overgaan van de ene fase naar de andere en vice versa.</al>
            <al>Tijdens de eerste ontwerpfase van een nieuw te vormen oorlogsorganisatie halverwege 2025 is een eerste inschatting gemaakt van de benodigde groei van Defensie. Dat leidde tot een eerste inschatting dat 122.000 medewerkers benodigd zouden zijn om aan alle verplichtingen te kunnen voldoen. Afgelopen jaar heeft Defensie gewerkt aan de daadwerkelijke planmatige vertaling van de internationale en nationale taken en is een steeds nauwkeuriger beeld ontstaan van de benodigde aantallen. In de Defensienota zullen we u hierover nader informeren, maar ik kan nu al laten weten dat het benodigde aantal mensen rond de 122.000 uit zal komen. Als eerste stap groeien we door naar een schaalbare krijgsmacht van ongeveer 100.000 mensen in 2030. We monitoren de voortgang van deze ontwikkelingen maandelijks en rapporteren in de Stand van Defensie.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">15.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Kan de regering aangeven hoeveel de Europese NAVO-landen gezamenlijk aan defensie uitgeven in 2026 (of het meest recente jaar waarvoor cijfers beschikbaar zijn), en hoe dit zich verhoudt tot het defensiebudget van Rusland over datzelfde jaar?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>Volgens het <nadruk type="cur">NATO Secretary General’s Annual Report 2025</nadruk> hebben Europese NAVO-bondgenoten en Canada 574 miljard dollar uitgegeven aan defensie in 2025. Volgens het Stockholm International Peace Research Institute gaf Rusland in 2025 190 miljard dollar uit aan defensie, wat neerkwam op 7,5% van het bbp. Volgens het NATO Secretary General’s Annual Report 2025 hebben Europese NAVO-bondgenoten en Canada 574 miljard dollar uitgegeven aan defensie in 2025. Volgens het Stockholm International Peace Research Institute gaf Rusland in 2025 190 miljard dollar uit aan defensie, wat neerkwam op 7,5% van het bbp. Hierbij merkt ditzelfde instituut ook op dat de transparantie in de Russische budgetten steeds verder afneemt.<noot id="ID-1249597-d40e235" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al><extref doc="https://www.google.com/url?sa=t&amp;source=web&amp;rct=j&amp;opi=89978449&amp;url=https://www.sipri.org/sites/default/files/2026-04/2604_milex_2025.pdf&amp;ved=2ahUKEwiBzOKmjLaUAxWm2QIHHeEfO7IQFnoECCQQAQ&amp;usg=AOvVaw3cscGh8Yy7bT4PEBZ0vLr9" soort="URL" status="actief">https://www.google.com/url?sa=t&amp;source=web&amp;rct=j&amp;opi=89978449&amp;url=https://www.sipri.org/sites/default/files/2026-04/2604_milex_2025.pdf&amp;ved=2ahUKEwiBzOKmjLaUAxWm2Q<?xpp afbreek?>IHHeEfO7IQFnoECCQQAQ&amp;usg=AOvVaw3cscGh8Yy7bT4PEBZ0vLr9</extref></noot.al></noot></al>
            <al>Uit een vergelijking van de totale defensie-uitgaven tussen NAVO-bondgenoten en Rusland kan echter niet worden afgeleid of de NAVO afdoende invulling geeft aan haar kerntaak om tegenstanders af te schrikken en het NAVO-grondgebied te verdedigen. Het invullen van deze taak vereist een combinatie van militaire capaciteiten en politieke daadkracht. Geloofwaardige afschrikking voor de NAVO, als bondgenootschap van 32 landen, vereist onder meer dat elk land investeert in een sterke, goed geoefende en goed uitgeruste krijgsmacht en een sterke onderlinge industrie die innovatief is en kan opschalen wanneer nodig.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">16.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Kan de regering – uitgaande van een gemiddelde economische groei van 1,5% – een raming geven van de totale defensie-uitgaven van het Europese deel van de NAVO in 2035, indien wordt voldaan aan de norm van 3,5% respectievelijk 5% van het bbp?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>Het kabinet rapporteert in begrotingsrapportages periodiek over de eigen NAVO-uitgaven. Het kabinet heeft zich ook gecommitteerd aan de NAVO-afspraak om vanaf 2035 structureel 3,5% van het bbp aan defensie uit te geven; € 19,3 miljard extra. Daarnaast is er in de NAVO afgesproken om 1,5% van het bbp uit te geven aan defensie-gerelateerde zaken.</al>
            <al>In het coalitieakkoord is opgenomen om de 3,5% wettelijk te verankeren. Daarmee geeft het kabinet een krachtig signaal aan de bondgenoten dat het een betrouwbare partner is, draagt het bij aan de afschrikkende werking van het bondgenootschap en biedt het Defensie en de defensie-industrie meerjarige zekerheid.</al>
            <al>Het is aan andere landen om ook hun afspraken na te komen en te bepalen hoeveel zij aan Defensie uitgeven. Sommige landen geven momenteel meer uit dan 3,5% van het bbp, zoals Polen. En andere landen minder. NAVO publiceert enkel over het lopende jaar en gerealiseerde cijfers over voorliggende jaren. De NAVO maakt geen prognoses voor 2035. De hoogte van toekomstige defensie-uitgaven van andere landen is daarnaast afhankelijk van de politieke keuzes van bondgenoten.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">17.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">De leden van de SP-fractie verwijzen naar de door de NOS gepubliceerde vergelijkende cijfers over defensiebudgetten, manschappen en materieel van de NAVO en Rusland. Kan de regering aangeven in hoeverre deze cijfers naar haar oordeel een juist beeld geven van de militaire verhoudingen? Indien de regering beschikt over andere of meer actuele cijfers, kan zij deze met de Kamer delen?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>Zie antwoord op vraag 15.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">18.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Indien uit deze of andere cijfers blijkt dat de NAVO – en ook enkel het Europese deel daarvan – reeds een substantieel overwicht heeft ten opzichte van Rusland, hoe rechtvaardigt de regering dan de voorgenomen bijna verdubbeling van de defensie-uitgaven?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>Zie antwoord op vraag 15.</al>
            <al>Nederland en Europa worden geconfronteerd met een verslechterende veiligheidssituatie, waarin de dreiging vanuit Rusland en onrust in de wereld structureel zijn toegenomen. De NAVO waarschuwt nadrukkelijk voor een mogelijk militair conflict binnen enkele jaren. Zoals de MIVD stelt in het Openbaar Jaarverslag 2025, treft Rusland nu al concrete voorbereidingen voor een mogelijk conflict met de NAVO. De MIVD beoordeelt dat Rusland, in de voor hen meest gunstige omstandigheden, binnen een jaar na beëindiging van de gevechtshandelingen in Oekraïne voldoende gevechtskracht kan genereren om een regionaal conflict tegen de NAVO te initiëren. De noodzaak om onze collectieve verdediging en afschrikking op orde te brengen blijft dan ook urgent.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">19.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Houdt de regering er rekening mee dat Rusland in reactie op verhoogde NAVO-uitgaven eveneens zijn militaire uitgaven zal verhogen, en hoe wordt dit effect gewogen? Erkent de regering dat een wapenwedloop een onwenselijk en destabiliserend effect kan hebben op de internationale veiligheid?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>Zie antwoord op vraag 18.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">20.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Kan de regering reflecteren op de constatering van de Algemene Rekenkamer dat abstracte doelstellingen en beperkte transparantie de parlementaire controle bemoeilijken? Hoe wil de regering voldoende concreetheid van de doelstellingen en daarmee ook de mogelijkheid tot parlementaire controle (voortaan) borgen?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>Wij delen de constatering van de AR dat abstracte doelstellingen en beperkte transparantie de parlementaire controle bemoeilijken. Daarom wordt beleid bij Defensie ontwikkeld op basis van de interdepartementale werkwijze die is opgenomen in het beleidskompas. In die werkwijze is alles opgenomen wat nodig is voor een goede beleidsvoorbereiding.</al>
            <al>De beleidsagenda in de begroting kan niet los gezien worden van andere documenten waarin het beleid met uw Kamer wordt gedeeld. Zo is onlangs de Beleidsbrief uitgebracht en zal nog voor de zomer de Defensienota aan u gestuurd worden. In de Defensienota beschrijven wij het dreigingsbeeld, de taken en strategische doelstellingen, de wijze waarop we bouwen aan een toekomstbestendige krijgsmacht en de koers voor versterking. Verhoogde investeringen vragen om duidelijkheid over doelen, prioriteiten en resultaten. Daarom zal de Defensienota 2026 nadrukkelijk richting geven aan te maken keuzes en hoe dit bijdraagt aan geloofwaardige afschrikking en verdediging. De Defensienota benoemt de beoogde strategische effecten en prioriteiten voor de middellange termijn; de nadere uitwerking volgt in afzonderlijke beleidsuitwerkingen en maatregelen, waar doelstellingen indien mogelijk concreet en meetbaar worden gemaakt. Werken met strategische effecten en prioriteiten geeft de nodige focus en maakt Defensie tegelijkertijd voldoende wendbaar om snel in te kunnen spelen op de veranderende veiligheidscontext. Veiligheidsbeleid wordt immers ontwikkeld in een omgeving die voortdurend verandert en waarin onzekerheid eerder regel dan uitzondering is.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">21.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Kan de regering aangeven in hoeverre in 2025 en 2026 sprake is (of dreigt te zijn) van onderuitputting van middelen binnen Defensie, en kan zij dit kwantificeren?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>In het Jaarverslag 2025 – die binnenkort bij uw Kamer wordt aangeboden – wordt inzicht gegeven in de realisatie van 2025. Bij elk begrotingsmoment wordt de begrotingsstand in lijn gebracht met de actuele verwachte realisatie. Op dit moment wordt er voor 2026 daarom nog geen onderbesteding verwacht. Dit is op basis van de huidige inzichten. U kunt de stand van de maandelijkse realisaties ten opzichte van de begrote standen ook terugvinden in het realisatiedashboard op Rijksfinancien.nl.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">22.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">De begroting wijst op het gebruik van instrumenten zoals overprogrammering (tot 40%) en herprioritering om flexibiliteit te creëren. Kan de regering toelichten hoe deze instrument zich verhouden tot het budgetrecht van de Eerste Kamer en de transparantie van en controleerbaarheid van de defensie-uitgaven? Hoe wordt voorkomen dat hierdoor buiten het reguliere begrotingsproces om prioriteiten worden verschoven?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>Zowel de instrumenten «overprogrammering» en «herprioritering» worden (ook gelijktijdig) ingezet. Als gevolg van interne en/of externe factoren kunnen investeringsprojecten uitlopen ten opzichte van de oorspronkelijke planning. Defensie hanteert daarom het instrument «overprogrammering» om het toegewezen totaalbudget in het DMF tijdig te realiseren, ondanks de te verwachten vertragingen in de realisatie van individuele projecten. Bij overprogrammering wordt in de eerste jaren meer plannen gestart dan passen binnen het budgettaire kader van deze jaren. Over de gehele planperiode van 15 jaar sluit de programmering aan op het totaal beschikbare budget. Door het hanteren van de overprogrammering kan Defensie de betalingen van bestaande projecten versnellen of naar achteren schuiven, binnen de bestaande en door uw Kamer geautoriseerde budgetten op artikelniveau. Uw Kamer wordt met het Defensie Projectenoverzicht (DPO) jaarlijks met Verantwoordingsdag geïnformeerd over de voortgang van de materieelprojecten en wapensysteemgebonden IT-projecten.</al>
            <al>Daarnaast hanteert Defensie soms herprioritering om nieuwe projecten in te passen in de begroting. Wanneer herprioritering nieuwe projecten betreft dient Defensie deze projecten op te nemen in begrotingsproducten, zoals de ontwerpbegroting en suppletoire begrotingen. Ook bij herprioritering wordt er derhalve rekening gehouden met het budgetrecht van uw Kamer.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">23.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Welke maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de sterke groei van het defensiebudget daadwerkelijk leidt tot een evenredige toename van militaire capaciteit en gereedheid?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>Defensie richt de groei van het budget erop om zoveel mogelijk militair vermogen en gereedheid te realiseren. Daarbij houden we voortdurend rekening met externe factoren, zoals dreiging, technologische ontwikkelingen, levertijden, personele groei, vastgoed, ruimte, infrastructuur en digitale randvoorwaarden, en sturen we waar nodig bij. Zo kan Defensie bijdragen aan een geloofwaardige afschrikking, Nederland en het NAVO-grondgebied verdedigen en onze belangen beschermen. In de Defensienota 2026, die voor het zomerreces verschijnt, wordt dit verder uitgewerkt.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">24.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Hoe voorkomt de regering dat de sterke stijging van defensie-uitgaven leidt tot prijsopdrijving en overwinsten bij defensiebedrijven, en welke concrete instrumenten of voorwaarden (bijvoorbeeld ten aanzien van winstmarges, transparantie of publieke tegenprestaties) worden hierbij gehanteerd?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>Defensie heeft in het aanschafproces verschillende controlemechanismen ingericht om na te gaan of belastinggeld voldoende doelmatig wordt besteed. Zo dient in principe een aanbesteding in concurrentie op de markt te worden uitgezet, wat ervoor zorgt dat de prijs die Defensie betaalt marktconform is. In het geval er sprake is van een single source aanbesteding van meer dan € 2,5 miljoen wordt het prijsopdrijvend risico gemitigeerd door een verplichte contractaudit. De ADR/CA beoordeelt de kostenopbouw van een offerte en identificeert mogelijke onderhandelingsruimte voor Inkoop binnen de opgevoerde kosten (inclusief toegepaste winstmarge).</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">25.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">De regering streeft naar een krijgsmacht van circa 100.000 personen. Hoe realistisch is deze doelstelling gezien de huidige personeelstekorten, en de ook door de Algemene Rekenkamer geconstateerde beperkte absorptiecapaciteit van Defensie?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>Een groot deel van de extra benodigde personele capaciteit bestaat dan ook uit reservisten die niet voltijds bij Defensie werkzaam zijn. Defensie neemt daarnaast maatregelen om de absorptiecapaciteit te verbeteren. Denk daarbij aan uitbreiding van de selectie-, keurings- en opleidingscapaciteit. Daarnaast wordt de instroomketen verder verbeterd zodat snellere instroom mogelijk wordt. Tegelijkertijd laat de recente groei zien dat Defensie daadwerkelijk in staat is om op te schalen, met een toename van het personeelsbestand in 2024, 2025 en begin 2026.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">26.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">De regering zet in op een «weerbare samenleving» en een nauwere betrokkenheid van burgers bij Defensie. Kan de regering toelichten wat dit concreet betekent voor burgers en maatschappelijke instellingen, en waar de grens ligt tussen weerbaarheid en militarisering van de samenleving, en hoe denkt de regering dit laatste te kunnen voorkomen?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>Een weerbare samenleving helpt een conflict te voorkomen, het maakt ons minder kwetsbaar, schrikt statelijke actoren af en ontmoedigt hen om Nederland te raken. Met het verhogen van onze weerbaarheid kunnen we beter weerstand bieden en veerkracht tonen mocht het onverhoopt toch tot een conflict komen. Defensie heeft hierin een kerntaak, maar kan dit niet alleen. Een weerbare samenleving vraagt om gezamenlijke inzet van overheid, bondgenoten, bedrijfsleven, vitale sectoren en burgers. Samen bouwen we aan onze veiligheid. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid coördineert de inzet ten behoeve van de weerbare samenleving en het Ministerie van Defensie de inzet voor de versterking van de militaire paraatheid.</al>
            <al>Om hier stappen in te zetten is het van belang dat iedereen, met behoud van eigen verantwoordelijkheid, bijdraagt aan deze weerbaarheidsopgave. Het uitgangspunt is een wederkerige samenwerking tussen Defensie en de samenleving. Vanuit de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het treffen van de benodigde voorbereidingen zet Defensie zich daarom in om zichtbaar en duurzaam verweven te zijn met de samenleving.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">27.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">De leden van de SP-fractie lezen dat de regering kiest voor een structurele verhoging van defensie-uitgaven met circa € 19 miljard. Kan de regering inzicht geven in de maatschappelijke kosten en baten van deze keuze, mede in vergelijking met alternatieve bestedingen, waaronder het bestrijden van de armoede? Als van de 19 miljard extra structureel voor defensie de helft zou worden uitgegeven aan het verhogen van het minimumloon met behoud van de koppeling aan de uitkeringen, welk effect zou dat dat dan hebben op de armoede in Nederland? Met hoeveel zou de armoede in procentpunten dan dalen bij gelijkblijvende economische groei en voor het overige ook gelijkblijvende macro-economische omstandigheden?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>Onze veiligheid staat onder druk. Zoals in de beleidsbrief Defensie van april jl. gemeld, maakt dit investeringen in onze veiligheid noodzakelijk. In het coalitieakkoord hebben we afspraken gemaakt over de wijze waarop we Defensie in deze kabinetsperiode willen versterken, om uiteindelijk te groeien naar 3,5% van het bbp in 2035. In het debat over de Regeringsverklaring op woensdag 25 februari jl. zijn met uw Kamer de integrale keuzes van het kabinet besproken en is uitgelegd waarom deze structurele middelen nodig zijn. In het debat over de Regeringsverklaring heeft het kabinet uitgelegd welke keuzes gemaakt worden en welke afwegingen daarbij een rol gespeeld hebben.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">28.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Op welke wijze doet de begroting recht aan de veranderde bondgenootschappelijke verhoudingen binnen de NAVO?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>De NAVO-landen investeren in defensie vanuit de consensus dat de collectieve afschrikking en verdediging versterkt dient te worden. Alle landen hebben in 2025 afgesproken de lasten eerlijker te verdelen, waarbij Europa meer verantwoordelijkheid moet nemen voor de eigen veiligheid en de afhankelijkheid van andere te verkleinen.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">29.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Streeft de regering ook militair naar een Europese autonomie?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>Europese landen zullen meer verantwoordelijkheid moeten nemen voor de eigen veiligheid. Dit vraagt om een sterker Europa binnen een sterkere NAVO. Dit zal, ook op militair gebied, leiden tot een versterking van de Europese autonomie. Nederland en andere Europese landen zullen binnen de NAVO nauw blijven samenwerken met alle bondgenoten, en in de rest van de wereld met andere partnerlanden, waar dat onze belangen dient.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">30.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Welke bedragen worden beschikbaar gemaakt om Nederland/de EU/Europa onafhankelijker van niet-Europese partners, om hen in staat te stellen in de eigen verdediging te voorzien?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>Onze veiligheid staat onder druk. Het wordt tijd dat we zelf opkomen voor onze eigen veiligheid. Dit maakt, zoals in de beleidsbrief Defensie van april jl. staat, investeringen in onze veiligheid noodzakelijk. In het coalitieakkoord hebben we afspraken gemaakt over de wijze waarop we Defensie in deze kabinetsperiode willen versterken, om uiteindelijk te groeien naar 3,5% van het bbp in 2035. Ook andere NAVO-bondgenoten hebben zich gecommitteerd aan structureel 3,5% bbp aan defensie-uitgaven vanaf 2035. Het is aan elke bondgenoot om hier invulling aan te geven. Dit kabinet heeft in het coalitieakkoord afspraken gemaakt over hoe we Defensie de komende periode willen versterken; o.a. door het verhogen van de uitgaven naar structureel 3,5% vanaf 2035. Zoals in de beleidsbrief Defensie – die 26 april jl. naar Uw Kamer is gestuurd – staat (<extref doc="nds-tk-2026D20156" soort="document" status="actief">2026D20156</extref>), is het waarborgen van het voorzettingsvermogen van de krijgsmacht (aan de hand van strategische autonomie) integraal onderdeel van Defensiebeleid. En ook werken Defensie en partners aan de versterking van de eigen defensie-industrie, zodat deze kan voorzien in de behoefte van de krijgsmacht en Europa meer verantwoordelijkheid neemt voor de eigen veiligheid. Zoals opgenomen in de Beleidsbrief Defensie van 24 april jl (Kamerstuk <extref doc="kst-36800-X-78" soort="document" status="actief">36 800 X, nr. 78</extref>) zet Defensie nog meer in op snellere productie en het opschalen van de Nederlandse en Europese Defensie-industrie. Dit stimuleren we door ernaar te streven om ministens 50% van ons materieel aan te schaffen in Nederland en Europa. Ook maken we slimme afspraken met internationale partners om de Nederlandse en Europese strategische autonomie te vergroten en streven naar minstens 40% gezamenlijke aanschaf. In de Defensienota 2026 – die voor de zomer naar uw Kamer gestuurd zal worden – zal ingegaan worden op welke verdere keuzes gemaakt worden en hoe dit bijdraagt aan geloofwaardige afschrikking en verdediging, het beschermen van het Koninkrijk en de maatschappelijke weerbaarheid.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">31.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">De memorie van toelichting spreekt over versterking van de commandovoering van de krijgsmacht. Wordt hierin ook de toenemende behoefte aan onafhankelijkheid in meegenomen?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>In 2026 zal de krijgsmacht haar commandovoering verder versterken door technologische innovaties, nieuwe capaciteiten en gerichte training. Ook voor commandovoering geldt immers dat we beter in staat moeten zijn om zelf zorg te dragen voor onze eigen veiligheid.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">32.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Is er een inschatting van de regering over de benodigde extra middelen die de NAVO-administratie nodig heeft om een duale bevelsstructuur mogelijk te maken?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>De NAVO heeft een commandostructuur. Duplicatie is niet wenselijk.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">33.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Dan hebben de leden van de Volt-fractie een aantal vragen over de additionele controles aan de EU-binnengrenzen die Nederland sinds 2025 uitvoert. Welk additionele bedrag is hier in de begroting 2026 voor voorzien?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>Sinds december 2024 worden in opdracht van het Ministerie van AenM/JenV door de Koninklijke Marechaussee (KMar) tijdelijk grenscontroles uitgevoerd aan de landsgrenzen met Duitsland en België. Sinds juli 2025 worden ook binnengrenscontroles uitgevoerd op intra-Schengen<?xpp afbm?>vluchten. Voor deze tijdelijke binnengrenscontroles worden geen additionele middelen beschikbaar gesteld. De controles vinden plaats binnen de beschikbare capaciteit en middelen voor de grenstaak.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">34.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Zullen deze controles ook gehandhaafd blijven na invoering van het EU-migratiepact?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>Zie antwoord op vraag 36.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">35.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Welke exit-strategie heeft de regering voorzien?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>Zie antwoord op vraag 36.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">36.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Wat zijn de key performance indicators die het afschaffen van deze controles, in lijn met het Schengenverdrag, mogelijk zullen maken?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>Minister van Asiel en Migratie is verantwoordelijk het beleid en een eventuele verlenging van de binnengrenscontroles. De huidige verlenging van de binnengrenscontroles eindigt op 8 juni 2026.</al>
            <al>Het kabinet werkt momenteel aan een verruiming van de juridische kaders voor het Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV). Met deze verruiming kan de KMar effectiever en in toenemende mate informatie- en risicogestuurd optreden. Nadat het verruimde juridisch kader voor MTV in werking is getreden, biedt het MTV een robuust alternatief instrument voor de tijdelijk heringevoerde binnengrenscontroles.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">37.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">De leden van de Volt-fractie stellen ook vragen bij de doeltreffendheid en doelmatigheid van controles aan de EU-binnen<?xpp afbm?>grenzen. Heeft de regering een evaluatie van de controles uitgevoerd?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>Zie antwoord op vraag 38.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">38.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Kan zij die met de Kamer delen?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>De herinvoering van de tijdelijke binnengrenscontroles op grond van Artikel 25 van de Schengengrenscode is een tijdelijke maatregel. Deze maatregel is ingesteld om irreguliere migratie en grensoverschrijdende (migratie)criminaliteit tegen te gaan. De resultaten van de controles worden elk kwartaal gepubliceerd op de website van de Rijksoverheid<noot id="ID-1249597-d40e461" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al><extref doc="https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/migratie/tijdelijke-binnengrenscontroles" soort="URL" status="actief">https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/migratie/tijdelijke-binnengrenscontroles</extref></noot.al></noot>. Daarnaast is op 16 januari jl. een verslag met de Tweede Kamer gedeeld over de eerste 12 maanden van de binnengrenscontroles<noot id="ID-1249597-d40e472" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al><extref doc="https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2025Z19577&amp;did=2025D45926" soort="URL" status="actief">https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=<?xpp afbreek?>2025Z19577&amp;did=2025D45926</extref></noot.al></noot>.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">39.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Welk bedrag is in 2025 aan interne grenscontroles uitgegeven?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>De tijdelijke binnengrenscontroles vinden plaats vanuit bestaande capaciteit en middelen voor de grenstaak van de KMar. Deze taak wordt uitgevoerd door meerdere brigades die belast zijn met verschillende taken (waaronder MTV). Er worden binnen de taakvelden van de KMar geen begrotingen opgesteld voor specifieke controletaken zoals de tijdelijke binnengrenscontroles. Er kan zodoende geen inzicht worden gegeven in de gerealiseerde uitgaven van de tijdelijke binnengrenscontroles.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">40.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Hoeveel fte marechaussee-ambtenaren zijn hiervoor ingezet?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>Het aantal fte marechaussee-ambtenaren is niet eenduidig te definiëren. In de periode van 9 december 2024 tot en met 8 maart 2026 is ten minste 12.500 uur grenscontrole uitgevoerd.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">41.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Hoeveel vluchtelingen zijn hiermee aangetroffen?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>Zie antwoord op vraag 45.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">42.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Hoeveel daarvan zijn naar Duitsland of België teruggestuurd?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>Zie antwoord op vraag 45.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">43.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Hoeveel daarvan zijn, direct of indirect, doorgeleid naar een Nederlands aanmeldcentrum?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>Zie antwoord op vraag 45.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">44.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Hoeveel daarvan hebben uiteindelijk een definitieve afwijzing op hun asielverzoek gekregen?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>Zie antwoord op vraag 45.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">45.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Ook Duitsland en België hebben de controles aan de binnengrenzen geïntensiveerd. Hoeveel asielzoekers zijn vanuit Duitsland en België naar Nederland teruggestuurd?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>De resultaten van de binnengrenscontroles worden elk kwartaal gepubliceerd op de website van de Rijksoverheid<noot id="ID-1249597-d40e538" type="voet"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al><extref doc="https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/migratie/tijdelijke-binnengrenscontroles" soort="URL" status="actief">https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/migratie/tijdelijke-binnengrenscontroles</extref></noot.al></noot>. Hierin wordt onder andere gerapporteerd over de aantallen aanvragen internationale bescherming en de overdrachten van Duitsland en België aan Nederland en vice versa. Iedereen die in Nederland om internationale bescherming vraagt wordt doorgeleid naar het aanmeldcentrum in Ter Apel. Na hun aanmelding aldaar, start de asielprocedure bij de IND. Bij de registratie van de afwijzingen van asielaanvragen wordt niet geregistreerd of iemand door de Koninklijke Marechaussee bij de binnengrens is doorgestuurd naar Ter Apel. Ook zijn er geen cijfers bekend over asielzoekers die door Duitsland of België aan de grens zijn geweigerd. Verder geldt dat personen die asiel aanvragen en reeds in een andere lidstaat in Eurodac zijn geregistreerd, de zogenoemde Dublinclaimanten, in de regel, conform de Dublinprocedure worden overgedragen aan de verantwoordelijke lidstaat.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
      </algemeen>
    </stuk>
  </kamerstuk>
</officiele-publicatie>