﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36800-B-D/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamerstuk>
    <kamerstukkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Eerste Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">1</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">Kamerstukken</tekstregel>
    </kamerstukkop>
    <dossier>
      <dossiernummer>
        <dossiernr>36 800</dossiernr>
        <begrotingshoofdstuk>B</begrotingshoofdstuk>
      </dossiernummer>
      <titel>Vaststelling van de begrotingsstaat van het gemeentefonds voor het jaar 2025</titel>
    </dossier>
    <stuk>
      <stuknr>
        <ondernummer kamer="1">D</ondernummer>
      </stuknr>
      <titel>VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG</titel>
      <datumtekst>Vastgesteld <datum isodatum="2026-03-27">27 maart 2026</datum></datumtekst>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken<noot id="ID-1241314-d40e64" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Samenstelling:</noot.al><noot.al>Beukering (Fractie-Beukering), Dessing (FVD), Dittrich (D66), Doornhof (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Van Hattem (PVV), Janssen (SP), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Karaaslan-Kilic (D66), Kroon (BBB), Lagas (BBB) (voorzitter), Van Langen-Visbeek (BBB), Lievense (BBB), Meijer (VVD) (ondervoorzitter), Moonen (D66), Nicolaï (PvdD), Perin-Gopie (Volt), Prins (CDA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Straus (VVD), Talsma (ChristenUnie), Van Toorenburg (CDA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)</noot.al></noot> heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over <nadruk type="vet">de nahang van het Besluit financiële verhouding 2001 in verband met wijzigingen van de maatstaven van de algemene uitkering van het gemeentefonds</nadruk>. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>•</li.nr>
                <al>De uitgaande brief van 27 januari 2026</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>•</li.nr>
                <al>De antwoordbrief van 26 maart 2026</al>
              </li>
            </lijst>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken,</functie>
            <naam>
              <achternaam>Bergman</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
      <algemeen>
        <kop kopopmaak="vet">
          <titel>BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR BINNENLANDSE ZAKEN</titel>
        </kop>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>Aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties</al>
            <al>Den Haag, 27 januari 2026</al>
            <al>De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken heeft met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 29 september 2025, waarmee u de Kamer mededeelt dat het Besluit tot wijziging van het Besluit financiële verhouding 2001 in verband met wijzigingen van de maatstaven van de algemene uitkering van het gemeentefonds op 22 september 2025 in het Staatsblad is gepubliceerd (<extref doc="stb-2025-244" soort="document" status="actief">Stb. 2025, 244</extref>).<noot id="ID-1241314-d40e109" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken I</nadruk> 2025/26, <extref doc="kst-36800-B-A" soort="document" status="actief">36 800 B, A</extref>.</noot.al></noot> De leden van de fractie van de <nadruk type="vet">PVV</nadruk> hebben naar aanleiding van uw brief een aantal vragen.</al>
            <al>In de nota van toelichting is ten aanzien van de maatstaf «migratieachtergrond» het volgende opgenomen: «Hieronder is weergegeven op welke wijze de maatstaven van de algemene uitkering van het gemeentefonds zijn aangepast.</al>
            <tussenkop kopopmaak="cur">Nieuwe verdeelmaatstaven</tussenkop>
            <al>In de onderstaande tabel is weergegeven welke nieuwe verdeelmaatstaven het verdeelmodel bevat. In de artikelsgewijze toelichting is een toelichting gegeven bij elke afzonderlijke maatstaf.».</al>
            <plaatje>
              <illustratie kleur="nee" type="lijn" uitlijning="start" formaat="png" naam="kst-36800-B-D-001.png" positionering="block" breedte="110mm" hoogte="36mm" />
            </plaatje>
            <al>Voorts staat op pagina 28 van de nota het volgende: «Maatstaf 16: Inwoners met een migratieachtergrond Bij deze maatstaf staat het aantal inwoners met een migratieachtergrond centraal. Bij ministeriële regeling op grond van artikel 4 van het Bfv 2001 wordt uitgewerkt welke inwoners precies onder deze categorie vallen.».</al>
            <al-groep>
              <al>Kunt u aangeven wat concreet wordt verstaan onder «migratieachtergrond», welke definitie en criteria worden hiervoor gehanteerd? Kunt u tevens aangeven hoe de «migratieachtergrond» wordt bijgehouden en gecontroleerd?</al>
              <al>Kunt u aangeven welke bedragen per Nederlandse gemeente zijn uitgekeerd via het Gemeentefonds op basis van de maatstaf «migratieachtergrond» in de afgelopen vijf jaar en welke bedragen naar verwachting zullen worden uitgekeerd per gemeente in de komende jaren?</al>
              <al>Kunt u aangeven in hoeverre er rekening wordt gehouden met de voor gemeenten financieel perverse prikkel om inkomsten via het Gemeentefonds middels de maatstaf «migratieachtergrond» op te schroeven door bijvoorbeeld bewust meer asielzoekers, arbeidsmigranten en andere vreemdelingen te huisvesten?</al>
            </al-groep>
            <al>In de nieuwe verdeelmaatstaven is maatstaf 24 «Onderwijsachterstand met drempel» openomen. Kunt u aangeven in hoeverre ook getoetst wordt of uitkeringen via het Gemeentefonds ook daadwerkelijk effect hebben op de aanpak van onderwijsachterstanden? Kunt u ook aangeven in hoeverre bij deze onderwijsachterstanden ook samenhangende factoren worden betrokken, zoals migratieachtergrond? Kunt u nader duiden op welke wijze de middelen uit het Gemeentefonds voor het aanpakken van onderwijsachterstanden concreet worden ingezet? Kunt u tot slot per gemeente een overzicht geven van verstrekte middelen via het Gemeentefonds voor het aanpakken van onderwijsachterstanden?</al>
            <al>De leden van de commissie voor Binnenlandse Zaken zien met belangstelling uit naar uw reactie en ontvangen deze graag binnen <nadruk type="vet">vier weken</nadruk> na dagtekening van deze brief.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>Voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken,</functie>
            <naam>
              <voornaam>I.M.</voornaam>
              <achternaam>Lagas MDR</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
      <algemeen>
        <kop kopopmaak="vet">
          <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES</titel>
        </kop>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal</al>
            <al>Den Haag, 26 maart 2026</al>
            <al>Hierbij stuur ik u, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, de antwoorden op de vragen van de leden van de fractie van de PVV van 27 januari 2026 van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken van de Eerste Kamer bij het voorgehangen Besluit tot wijziging van het Besluit financiële verhouding 2001 (<extref doc="kst-36800-B-A" soort="document" status="actief">36 800 B, A</extref>).</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,</functie>
            <naam>
              <voornaam>P.E.</voornaam>
              <achternaam>Heerma</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
      <algemeen>
        <kop kopopmaak="vet">
          <titel>De antwoorden op de vragen van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken</titel>
        </kop>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al-groep>
              <al>1.</al>
              <al>Kunt u aangeven wat concreet wordt verstaan onder «migratieachtergrond», welke definitie en criteria worden hiervoor gehanteerd?</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord 1:</al>
              <al>Voor de maatstaf «migratieachtergrond» in de algemene uitkering van het gemeentefonds worden de gegevens van het CBS gehanteerd. Het CBS hanteert de volgende definitie<noot id="ID-1241314-d40e209" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al><extref doc="https://www.cbs.nl/nl-nl/onze-diensten/methoden/begrippen/migratieachtergrond" soort="URL" status="actief">Migratieachtergrond | CBS</extref></noot.al></noot>:</al>
              <al>«Een persoon heeft een migratieachtergrond als ten minste één van de ouders in het buitenland is geboren. Er wordt onderscheid gemaakt tussen personen die zelf in het buitenland zijn geboren (de eerste generatie) en personen die in Nederland zijn geboren (de tweede generatie). Een persoon met een eerste generatie migratieachtergrond heeft als migratieachtergrond het land waar hij of zij is geboren. Een persoon met een tweede generatie migratieachtergrond heeft als migratieachtergrond het geboorteland van de moeder, tenzij dat ook Nederland is. In dat geval is de migratieachtergrond bepaald door het geboorteland van de vader.»</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>2.</al>
              <al>Kunt u tevens aangeven hoe de «migratieachtergrond» wordt bijgehouden en gecontroleerd?</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord 2:</al>
              <al>De data zijn afkomstig van het CBS<noot id="ID-1241314-d40e234" type="voet"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al><extref doc="https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2025/05/12/toelichting-op-de-berekening-van-de-uitkeringen-uit-het-gemeentefonds-2025" soort="URL" status="actief">Toelichting op de berekening van de uitkeringen uit het gemeentefonds</extref></noot.al></noot>. De bron van de CBS-data is de jaarlijks op 1 januari te houden structuurtelling waarbij van alle ingeschrevenen in de basisregistratie personen een selectie van gegevens uit GBA-V wordt geleverd aan het CBS.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>3.</al>
              <al>Kunt u aangeven welke bedragen per Nederlandse gemeente zijn uitgekeerd via het Gemeentefonds op basis van de maatstaf «migratieachtergrond» in de afgelopen vijf jaar en welke bedragen naar verwachting zullen worden uitgekeerd per gemeente in de komende jaren?</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord 3:</al>
              <al>Bijlage 1 bevat de bedragen per gemeente die op basis van deze maatstaf zijn uitgekeerd via de algemene uitkering van het gemeentefonds in de periode 2021 t/m 2027.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>4.</al>
              <al>Kunt u aangeven in hoeverre er rekening wordt gehouden met de voor gemeenten financieel perverse prikkel om inkomsten via het Gemeentefonds middels de maatstaf «migratieachtergrond» op te schroeven door bijvoorbeeld bewust meer asielzoekers, arbeidsmigranten en andere vreemdelingen te huisvesten?</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord 4:</al>
              <al>Het verdeelmodel van de algemene uitkering van het gemeentefonds heeft als doel om iedere gemeente een gelijkwaardige financiële uitgangspositie te geven, zodat gemeenten een gelijkwaardig voorzieningenniveau kunnen realiseren tegen gelijke belastingdruk.</al>
            </al-groep>
            <al>Aan de uitgavenkant wordt daarom bij de verdeling van de middelen van het gemeentefonds rekening gehouden met de kosten die gemeenten moeten maken, gegeven de objectieve kostenbepalende kenmerken van elke gemeente (kostenoriëntatie). Aan de inkomstenkant van de verdeling wordt daarom rekening gehouden met verschillen in de mogelijkheden die gemeenten hebben om een deel van hun uitgaven uit eigen middelen te bekostigen (inkomstenverevening).</al>
            <al>Zo ontvangen gemeenten waar bijvoorbeeld relatief veel mensen in de bijstand zitten of relatief veel ouderen wonen, of gemeenten die relatief veel last hebben van verzakking van de infrastructuur door een slappere bodem (via de verschillende verdeelmaatstaven) hogere bijdragen uit de algemene uitkering van het gemeentefonds. Eén van de objectieve kostenbepalende kenmerken in de verdeling is ook de maatstaf migratieachtergrond.</al>
            <al>Een groter aantal migranten op landelijk niveau leidt niet per definitie tot een hogere uitkering uit het gemeentefonds. Dit is mede afhankelijk van de volume-ontwikkeling van de andere maatstaven. Als de omvang van alle maatstaven in gelijke mate toeneemt en de omvang van het gemeentefonds gelijk blijft, dan blijft de uitkering op grond van de maatstaf migranten gelijk.</al>
            <al-groep>
              <al>5.</al>
              <al>Kunt u aangeven in hoeverre ook getoetst wordt of uitkeringen via het Gemeentefonds ook daadwerkelijk effect hebben op de aanpak van onderwijsachterstanden?</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord 5:</al>
              <al>De middelen in het gemeentefonds zijn beleids- en bestedingsvrij. De gemeenten leggen over de besteding van deze middelen dan ook geen verantwoording af aan het Rijk. Het is bij het Rijk dan ook niet bekend hoe middelen uit het gemeentefonds door gemeenten worden besteed en wat het effect van het gemeentelijk beleid is.</al>
            </al-groep>
            <al>Daarnaast geldt dat voor de onderwijsachterstanden ook nog specifieke geldstromen die niet via het gemeentefonds gaan.</al>
            <al>De Rijksoverheid gebruikt sinds 1 augustus 2019 een nieuwe methode<noot id="ID-1241314-d40e297" type="voet"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al><extref doc="https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/voorschoolse-en-vroegschoolse-educatie/financiering-" soort="URL" status="actief">https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/voorschoolse-en-vroegschoolse-educatie/financiering-onderwijsachterstanden</extref></noot.al></noot>. De nieuwe methode gaat uit van een vast bedrag. Dit bedrag is jaarlijks beschikbaar voor scholen en gemeenten voor onderwijsachterstandenbeleid.</al>
            <al>De Rijksoverheid verdeelt bedragen tussen gemeenten en scholen. En kijkt daarbij naar de achterstandsscores die het CBS berekent van elke school en elke gemeente. Op basis van data over achtergrondkenmerken van ouders berekent het CBS hoeveel risico op achterstand elke peuter en elke basisschoolleerling loopt. Het CBS telt de scores van afzonderlijke peuters en kinderen per gemeente en de scores van leerlingen per school op. Scholen en gemeenten met voldoende kinderen die behoren tot de groep met de grootste risico op onderwijsachterstand, komen op basis van hun achterstandsscores in aanmerking voor extra geld. Dat extra geld neemt toe naarmate scholen en gemeenten meer kinderen met een groot risico op achterstand hebben, en naarmate het risico zelf ook groter is.</al>
            <al-groep>
              <al>6.</al>
              <al>Kunt u ook aangeven in hoeverre bij deze onderwijsachterstanden ook samenhangende factoren worden betrokken, zoals migratieachtergrond?</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord 6:</al>
              <al>Het CBS drukt de onderwijsachterstand per gemeente uit in een achterstandsscore met drempel<noot id="ID-1241314-d40e324" type="voet"><noot.nr>6</noot.nr><noot.al><extref doc="https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2025/05/12/toelichting-op-de-berekening-van-de-uitkeringen-uit-het-gemeentefonds-2025" soort="URL" status="actief">Toelichting op de berekening van de uitkeringen uit het gemeentefonds 2025 | Publicatie | Rijksoverheid.nl</extref></noot.al></noot>. De achterstandsscore is gebaseerd op de onderwijsscore per peuter (2,5 tot 4 jaar) en basisschoolleerling. Indien de achterstandsscore van een gemeente negatief is, wordt deze in het verdeelmodel van de algemene uitkering van het gemeentefonds gelijkgesteld aan nul.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>7.</al>
              <al>Kunt u nader duiden op welke wijze de middelen uit het Gemeentefonds voor het aanpakken van onderwijsachterstanden concreet worden ingezet?</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord 7:</al>
              <al>Zie het antwoord op vraag 5, de middelen in het gemeentefonds zijn beleids- en bestedingsvrij. De gemeenten leggen over de besteding van deze middelen dan ook geen verantwoording af aan het Rijk.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>8.</al>
              <al>Kunt u tot slot per gemeente een overzicht geven van verstrekte middelen via het Gemeentefonds voor het aanpakken van onderwijsachterstanden?</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord 8:</al>
              <al>Zoals bij vraag 5 aangegeven, de middelen in het gemeentefonds zijn beleids- en bestedingsvrij. De gemeenten leggen over de besteding van deze middelen dan ook geen verantwoording af aan het Rijk.</al>
            </al-groep>
            <al>Bijlage 2 bevat de bedragen die op grond van de maatstaf onderwijsachterstanden zijn uitgekeerd via de algemene uitkering van het gemeentefonds in de periode 2023 t/m 2027.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
      </algemeen>
    </stuk>
  </kamerstuk>
</officiele-publicatie>