﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36761-K/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamerstuk>
    <kamerstukkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Eerste Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">1</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">Kamerstukken</tekstregel>
    </kamerstukkop>
    <dossier>
      <dossiernummer>
        <dossiernr>36 761</dossiernr>
      </dossiernummer>
      <titel>Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een gemeenschappelijk systeem voor de terugkeer van illegaal in de Unie verblijvende onderdanen van derde landen en tot intrekking van Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijn 2001/40/EG van de Raad en Beschikking 2004/191/EG van de Raad</titel>
    </dossier>
    <stuk>
      <stuknr>
        <ondernummer kamer="1">K</ondernummer>
      </stuknr>
      <titel>BRIEF VAN MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE</titel>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal</al>
            <al>Den Haag, 18 mei 2026</al>
            <al>Hierbij stuur ik uw Kamer een afschrift van mijn brief van 11 mei jl. aan de Tweede Kamer over de stand van zaken onderhandelingen van de Terugkeerverordening.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De Minister van Asiel en Migratie,</functie>
            <naam>
              <voornaam>G. van den</voornaam>
              <achternaam>Brink</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
      <algemeen>
        <kop kopopmaak="vet">
          <titel>BRIEF VAN MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE</titel>
        </kop>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
            <al>Den Haag, 18 mei 2026</al>
            <al>Op 9 april jl. heeft de vaste commissie voor Asiel en Migratie van uw Kamer verzocht om brief over de stand van zaken van de onderhandelingen over het voorstel van de Europese Commissie voor een Terugkeerverordening, alsook het kabinetsstandpunt, door het kabinet gegeven aanwijzingen en/of rode lijnen aan het Cypriotisch Voorzitterschap en de geschatte planning. Met deze brief doe ik dit verzoek gestand.</al>
            <al>De inzet van het kabinet voor de gehele onderhandelingen is erop gericht dat de nieuwe Terugkeerverordening het terugkeerproces simpeler, efficiënter en doeltreffender maakt met als doel meer terugkeer van vertrekplichtige vreemdelingen. Vanzelfsprekend moeten hierbij de kaders van het Europees en internationaal recht in acht worden gehouden. Het kabinetstandpunt over het voorstel van de Commissie voor een Terugkeerverordening is uiteengezet in het BNC-fiche.<noot id="ID-1248676-d40e99" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken II</nadruk>, 2024–2025, <extref doc="kst-22112-4031" soort="document" status="actief">22 112, nr. 4031</extref>.</noot.al></noot> Op basis van het BNC-fiche heeft Nederland in kunnen stemmen met de Algemene Oriëntatie op 8 december 2025.</al>
            <al>Het Europees Parlement heeft op 26 maart jl. ingestemd met het rapport over het voorstel voor een Terugkeerverordening en met het openen van de onderhandelingen met de Raad. Het Cypriotisch Voorzitterschap leidt op basis van de Algemene Oriëntatie van de Raad, die op 8 december 2025 is vastgesteld en op steun van Nederland kon rekenen, de onderhandelingen namens de Raad. Het Cypriotisch Voorzitterschap en het Parlement beogen een vlot onderhandelingsproces en sturen aan op het bereiken van een akkoord onder het Cypriotische Voorzitterschap (uiterlijk eind juni). Dat is in lijn met de inzet van het kabinet en zou ook mogelijk moeten zijn, omdat de beide onderhandelingsposities niet wezenlijk van elkaar afwijken.</al>
            <al>Het Voorzitterschap informeert de Raad over de voortgang van de onderhandelingen en toetst – waar noodzakelijk en opportuun – bij lidstaten de marges met het oog op het bereiken van compromissen. Na een eerste politieke triloogbijeenkomst tussen de Raad, het Europees Parlement en de Europese Commisie op 26 maart jl. wordt er op technisch niveau intensief onderhandeld over verschillende compromisteksten. Op 22 april jl. vond een tweede politieke triloogbijeenkomst plaats. Op het moment van schrijven zijn nagenoeg alle artikelen van de verordening besproken, inclusief verschillende varianten ten behoeve van een compromis.</al>
            <al>Gedurende de momenten waarop het Cypriotisch Voorzitterschap de Raad voorziet van informatie over de onderhandelingen en compromisvoorstellen deelt, heeft Nederland de prioriteiten uit het BNC-fiche benadrukt. Het gaat dan bijvoorbeeld om de beoordeling van het beginsel van non-refoulement, de goede werking van het systeem voor het nemen van een terugkeer- en verwijderingsbesluit en de mogelijkheid voor het ontwikkelen van een terugkeerhub. Zoals ook aangegeven in mijn antwoorden op vragen van de Leden Ceulemans en Boomsma (beiden JA21) heeft het kabinet – vanwege de gevolgen van het arrest <nadruk type="cur">Aroja</nadruk> van het Hof van Justitie van de EU – benadrukt dat het mogelijk moet worden om na verloop van de maximale bewaringsduur van 24 maanden, opnieuw voor maximaal 6 maanden terugkeerbewaring te kunnen opleggen wanneer zich een onderduikrisico voordoet en er een redelijk uitzicht op uitzetting is ontstaan, bijvoorbeeld omdat de terugkeersamenwerking met een derde land is verbeterd of er een reisdocument is verkregen.<noot id="ID-1248676-d40e123" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken II</nadruk>, 2025–2026, nr. 1783</noot.al></noot> Op deze wijze moet voorkomen worden dat lidstaten na het vollopen van de maximale bewaringsduur geen instrumenten meer in handen hebben om de vreemdeling beschikbaar te houden voor gedwongen vertrek. Ten slotte heb ik in een gesprek met mijn Cypriotische collega op 4 mei jl. gepleit voor voldoende tijd voordat de verordening van toepassing wordt om nationale wet- en regelgeving en de uitvoeringspraktijk in lijn te brengen met de definitieve wettekst.</al>
            <al>Vanzelfsprekend zal het kabinet uw Kamer informeren wanneer Nederland, in het Comité van Permanente Vertegenwoordigers, wordt gevraagd om in Raadsverband in te stemmen met de compromistekst. Het kabinet verwacht dat dit op korte termijn gebeurt.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De Minister van Asiel en Migratie,</functie>
            <naam>
              <voornaam>G. van den</voornaam>
              <achternaam>Brink</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
    </stuk>
  </kamerstuk>
</officiele-publicatie>