<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"
                      xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
   <metadata>
      <meta name="DC.identifier" scheme="OVERHEIDop.ParlID" content="kst-36740-K-8"/>
      <meta name="OVERHEIDop.ondernummer" content="8"/>
      <meta name="DCTERMS.available" scheme="DCTERMS.W3CDTF" content="2025-07-01"/>
      <meta name="DC.type" scheme="OVERHEIDop.KamerstukTypen" content="Verslag"/>
      <meta name="OVERHEIDop.dossiernummer" content="36740-K"/>
      <meta name="OVERHEIDop.configuratie" scheme=""
            content="https://repository.officiele-overheidspublicaties.nl/MasterConfiguraties/MC-OEP-Kamerstuk-Web/1.10/xml/MC-OEP-Kamerstuk-Web.xml"/>
      <meta name="OVERHEIDop.documenttitel" scheme=""
            content="Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden"/>
      <meta name="OVERHEIDop.indiener" scheme="" content="N.E. Manten"/>
      <meta name="OVERHEIDop.indiener" scheme="" content="I. Kahraman"/>
      <meta name="OVERHEIDop.dossiertitel" scheme=""
            content="Jaarverslag en slotwet Defensiematerieelbegrotingsfonds 2024"/>
      <meta name="DCTERMS.alternative" scheme="" content=""/>
      <meta name="OVERHEIDop.vergaderjaar" scheme="" content="2024-2025"/>
      <meta name="DC.creator" scheme="OVERHEID.StatenGeneraal"
            content="Tweede Kamer der Staten-Generaal"/>
      <meta name="DC.type" scheme="OVERHEIDop.Parlementair" content="Kamerstuk"/>
      <meta name="DCTERMS.issued" scheme="DCTERMS.W3CDTF" content="2025-07-01"/>
      <meta name="DC.title" scheme=""
            content="Jaarverslag en slotwet Defensiematerieelbegrotingsfonds 2024; Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden; Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden"/>
      <meta name="DCTERMS.language" scheme="DCTERMS.RFC4646" content="nl"/>
      <meta name="OVERHEIDop.doctype" scheme="" content="Officiële Publicaties, versie 1.1"/>
      <meta name="DC.type" scheme="OVERHEID.Informatietype" content="officiële publicatie"/>
      <meta name="OVERHEIDop.publicationName" scheme="" content="Kamerstuk"/>
      <meta name="OVERHEID.organisationType" scheme="OVERHEID.Organisatietype"
            content="staten generaal"/>
      <meta name="OVERHEID.category" scheme="OVERHEID.TaxonomieBeleidsagenda"
            content="Financiën | Begroting"/>
      <meta name="OVERHEIDop.versieInformatie" content=""/>
   </metadata>
   <kamerstuk>
      <kamerstukkop>
         <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2024-2025</tekstregel>
         <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Tweede Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
         <tekstregel inhoud="kamernummer">2</tekstregel>
         <tekstregel inhoud="documenttype">Kamerstukken</tekstregel>
      </kamerstukkop>
      <dossier>
         <dossiernummer>
            <dossiernr>36 740</dossiernr> 
            <begrotingshoofdstuk>K</begrotingshoofdstuk>
         </dossiernummer>
         <titel>Jaarverslag en slotwet Defensiematerieelbegrotingsfonds 2024</titel>
      </dossier>
      <stuk>
         <stuknr>Nr. <ondernummer kamer="2">8</ondernummer>
         </stuknr>
         <titel>VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN </titel>
         <datumtekst>Vastgesteld <datum isodatum="2025-07-01">1 juli 2025</datum>
         </datumtekst>
         <algemeen>
            <vrije-tekst>
               <tekst status="goed">
                  <al>De vaste commissie voor Defensie, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.</al>
                  <al>De vragen zijn op 28 mei 2025 voorgelegd aan de minister en staatssecretaris van Defensie. Bij brief van 10 juni 2025 zijn ze door de minister en staatssecretaris van Defensie beantwoord.</al>
                  <al>Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.</al>
               </tekst>
            </vrije-tekst>
            <tekst-sluiting>
               <ondertekening>
                  <functie>De voorzitter van de commissie,</functie>
                  <naam>
                     <achternaam>Kahraman</achternaam>
                  </naam>
               </ondertekening>
               <ondertekening>
                  <functie>Adjunct-griffier van de commissie,</functie>
                  <naam>
                     <achternaam>Manten</achternaam>
                  </naam>
               </ondertekening>
            </tekst-sluiting>
         </algemeen>
         <algemeen>
            <vrije-tekst>
               <tekst status="goed">
                  <al-groep>
                     <al>
                        <nadruk type="vet">1.</nadruk>
                     </al>
                     <al>
                        <nadruk type="vet">Kunt u toelichten of het klopt dat de steun aan Oekraïne vanuit onze eigen inzetvoorraden het op peil brengen van deze voorraden vertraagt, zoals in diverse publicaties wordt genoemd, en kunnen wij hierover meer concrete informatie krijgen?</nadruk>
                     </al>
                  </al-groep>
                  <al>Levering uit eigen voorraad kan een vertragend effect hebben op het aanvullen van de eigen voorraad, maar dat is niet per definitie zo. Voor oudere types materieel en munitie geldt bijvoorbeeld dat door levering aan Oekraïne ruimte wordt gecreëerd om zelf nieuw materieel aan te schaffen. In algemene kan de geleverde steun, vooral die uit (operationele) voorraad, resulteren in langdurige en significante effecten op de gereedheid van onze krijgsmacht. Het kabinet houdt ook bij toekomstige verzoeken aandacht voor de effecten op de gereedheid gezien de veranderende veiligheidssituatie waarin de Nederlandse krijgsmacht haar operationele gereedheid moet verhogen.</al>
                  <al-groep>
                     <al>
                        <nadruk type="vet">2.</nadruk>
                     </al>
                     <al>Kunnen wij meer informatie krijgen over de status van het opschalen <nadruk type="vet">van de Nederlandse luchtverdediging?</nadruk>
                     </al>
                  </al-groep>
                  <al>In het Defensie Projectenoverzicht (Kamerstuk <extref doc="kst-27830-465" soort="document" status="actief">27 830, nr. 465</extref>) is toegelicht welk materiaal wordt gekocht met onder andere de financiële middelen die met de Voorjaarsnota 2024 beschikbaar zĳn gesteld. Zo verwerft Defensie tot en met 2029 Patriot lanceersystemen ter vervanging van de aan Oekraïne gedoneerde systemen en worden extra lanceersystemen gekocht. Hierbij is het budget verhoogd voor de upgrade van alle lanceersystemen. Daarnaast schaft Defensie tot en met 2030 nog <nadruk type="cur">Fire Units</nadruk> met <nadruk type="cur">Medium Range </nadruk>capaciteit aan op de versterking van de geïntegreerde lucht- en raketverdediging (<nadruk type="cur">Integrated Air &amp; Missile Defence, (</nadruk>IAMD)). De extra <nadruk type="cur">Medium Range Fire Units</nadruk> kunnen zelfstandig of in samenhang met Patriot capaciteit worden ingezet ter bescherming van (nationale) kritieke infra, objecten of eenheden. Daarnaast wordt het ook mogelijk om de huidige Patriot capaciteit op verschillende plaatsen in te zetten. Daarbij schaft Defensie tot en met 2029 nog vier Nederlandse multi-missie radars aan naar aanleiding van de aanvullende investeringen gericht op de versterking van de lucht- en raketverdediging. Ook wordt «<nadruk type="cur">Combat Counter</nadruk>-UAS» capaciteit verworven met voorziene instroom tot en met 2030. Deze hoogmobiele kinetische <nadruk type="cur">counter</nadruk>-UAS capaciteit kan optreden met manoeuvre-eenheden en kan ook statische objecten beschermen tegen drones. Binnen het project «Initiële <nadruk type="cur">Counter-Unmanned Aircraft Systems</nadruk> (C-UAS)» wordt met steun van de Nederlandse industrie een <nadruk type="cur">High Energy Laser</nadruk> capaciteit tegen drones gerealiseerd, met doorontwikkel potentieel naar andere luchtverdedigingstoepassingen. Ook verwerft Defensie een luchtwaarschuwingsradar voor het Caribisch gebied aan om eventuele schendingen van dit luchtruim te detecteren (Kamerstuk <extref doc="kst-27830-463" soort="document" status="actief">27 830, nr. 463</extref>).</al>
                  <al>Ook versterkt Defensie de operationele gereedstelling en interoperabiliteit op dit gebied door deelname aan grote internationale oefeningen, zoals <nadruk type="cur">Formidable Shield, Rammstein Flag</nadruk> en <nadruk type="cur">Joint Project Optic Windmill</nadruk>.</al>
                  <al-groep>
                     <al>
                        <nadruk type="vet">3.</nadruk>
                     </al>
                     <al>
                        <nadruk type="vet">Kunt u toelichten welke specifieke factoren in het verwervingstraject van het project Vervanging Wissellaadsystemen, Trekker-opleggercombinaties en Wielbergingsvoertuigen (WTB) tot de vertraging hebben geleid waardoor een gedeelte van de verplichtingen niet in 2024 is gerealiseerd?</nadruk>
                     </al>
                  </al-groep>
                  <al>Het programma WTB bestaat uit verschillende deelprojecten. In 2024 werden de eerste gunningen binnen dit programma een feit. Dit betreft de aanhangwagens, opleggers en fysieke distributiemiddelen tranche 1. Voor het deelproject «Aanhangwagens en opleggers» heeft het verwervingstraject langer geduurd dan initieel verwacht. Dit komt doordat één van de verliezende partijen een kort geding heeft aangespannen. Deze juridische procedure is begin 2025 in het voordeel van Defensie beslecht, waarna het contract voor de middelzware en zware opleggers en aanhangers in maart 2025 is gesloten met de Nederlandse firma Broshuis. De eerste opleggers worden in 2026 geleverd.</al>
                  <al-groep>
                     <al>
                        <nadruk type="vet">4.</nadruk>
                     </al>
                     <al>
                        <nadruk type="vet">Wat waren de concrete knelpunten in de contractvorming voor het project Geneeskundige Keten die een vertraging en € 110,0 miljoen aan niet-gerealiseerde verplichtingen in 2024 veroorzaakten?</nadruk>
                     </al>
                  </al-groep>
                  <al>De uitwerking van het project Geneeskundige Keten bestaat uit meerdere deelprojecten, waaronder de uitbreiding van materieel en personeel, medische operationele logistiek (bijv. laboratorium en bloedbank), geneeskundige voorraden en militaire geneeskundige afvoer. Bij de complexe uitwerking loopt Defensie tegen verschillende knelpunten aan zoals het bijstellen van de behoefte naar de eerste hoofdtaak, capaciteit voor opslag van de middelen (vastgoed) en schaarste in personeel. Dit heeft zijn doorwerking in de contractvorming.</al>
                  <al-groep>
                     <al>
                        <nadruk type="vet">5.</nadruk>
                     </al>
                     <al>
                        <nadruk type="vet">Welke oorzaken lagen ten grondslag aan de vertraging in de contractvorming voor K&amp;I Technologieontwikkeling, leidend tot € 54,8 miljoen aan minder aangegane verplichtingen?</nadruk>
                     </al>
                  </al-groep>
                  <al>Door een groot tekort aan personele capaciteit binnen verschillende betrokken afdelingen zijn er grote vertragingen ontstaan. De beoogde projecten kwamen niet tijdig in contract in 2024. Het budget is meerjarig en is bijgeschreven op het budget van 2025. Door nieuwe capaciteit, o.a. bij inkoop, is een inhaalslag gestart en zijn de achterstanden bijna weggewerkt.</al>
                  <al-groep>
                     <al>
                        <nadruk type="vet">6.</nadruk>
                     </al>
                     <al>
                        <nadruk type="vet">Kunt u verduidelijken welke criteria en overwegingen hebben geleid tot de conclusie dat er meer tijd nodig was om voor scale-ups het juiste instrumentarium te vinden, resulterend in € 35,0 miljoen minder aangegane verplichtingen?</nadruk>
                     </al>
                  </al-groep>
                  <al>In 2024 is er 25 mln. euro beschikbaar gesteld voor het SecFund, dit is in 2025 aangevuld met 75 mln. euro vanuit middelen die met de Defensienota 2024 beschikbaar zijn gekomen. Tevens zijn er stappen gezet hoe ander instrumentarium ingezet kan worden om vanuit Defensie start- en scale-ups een doorgroei te maken. Zie hiervoor ook de Kamerbrief «<nadruk type="cur">Financieringsknelpunten Defensie-industrie, oplossingen en actielijnen</nadruk>» (Kamerstuk <extref doc="kst-31125-133" soort="document" status="actief">31125-133</extref>/12-3-2025).</al>
                  <al-groep>
                     <al>
                        <nadruk type="vet">7.</nadruk>
                     </al>
                     <al>
                        <nadruk type="vet">Welke specifieke onderdelen van het opzetten van een rechtmatig proces voor het European Defence Fund (EDF) hebben meer tijd gekost dan verwacht, waardoor € 27,0 miljoen aan verplichtingen doorschuift naar 2025?</nadruk>
                     </al>
                  </al-groep>
                  <al>De Europese Commissie laat het vrij aan de lidstaten om te bepalen op welke wijze zij dit uitbetalen. Het financieringsinstrument voor de uitbetaling van EDF-cofinanciering was vooraf niet bepaald. Dit verschilt per lidstaat. Na analyse is besloten tot contractvorming voor de uitbetaling van de EDF-cofinanciering overeenkomstig met de doelstellingen en de belangen van Defensie.</al>
                  <al-groep>
                     <al>
                        <nadruk type="vet">8.</nadruk>
                     </al>
                     <al>
                        <nadruk type="vet">Kunt u aangeven welke factoren hebben bijgedragen aan de langere levertijden dan verwacht voor munitie, zowel bij instandhouding als bij projecten in de verwervingsfase, waardoor betalingen in 2024 zijn uitgebleven?</nadruk>
                     </al>
                  </al-groep>
                  <al>Sinds 2022 verhogen veel landen de defensiebudgetten en neemt de vraag naar alle soorten munitie toe. Ook Defensie heeft versneld munitie besteld door bij bestellingen te plaatsen en gebruik te maken van productiecapaciteit binnen lopende raamcontracten. Andere landen zetten eenzelfde stappen, waardoor de markt voor munitie verder verkrapt. Dit is cfm DPO, materieelverslag en eerder verzonden kamerbrieven.</al>
                  <al>De toegenomen wereldwijde vraag naar munitie leidt tot langere levertijden en latere leveringen. Dit geldt zowel voor de verwerving van de verschillende munitiesoorten als de specifieke onderdelen benodigd voor de instandhouding. Hierdoor vinden betalingen later plaats.</al>
                  <al-groep>
                     <al>
                        <nadruk type="vet">9.</nadruk>
                     </al>
                     <al>
                        <nadruk type="vet">Wat is de operationele en budgettaire reden geweest om de verwerving voor het project BKI HT1 ESSM Block 2 op te delen, waardoor een deel van de verplichting naar 2025 is verschoven?</nadruk>
                     </al>
                  </al-groep>
                  <al>Het budget voor het project «BKI HT1 ESSM Block 2» is opgehoogd om de verdere doorgroei van de inzetvoorraad munitie voor hoofdtaak 1 te faciliteren. Verplichtingsruimte in 2025 is nodig om gebruik te kunnen maken van de mogelijkheid op vrijvallende productieslots. Hiervoor is een deel van de verplichting naar 2025 geschoven.</al>
                  <al-groep>
                     <al>
                        <nadruk type="vet">10.</nadruk>
                     </al>
                     <al>
                        <nadruk type="vet">Waarom heeft de verwerving via het NATO Support Procurement Agency (NSPA) voor het project Verlenging levensduur Patriot niet meer in 2024 plaatsgevonden?</nadruk>
                     </al>
                  </al-groep>
                  <al>De offerte voor een gedeelte van dit project is niet meer gepresenteerd in 2024. Het is de verwachting dat het contract voor dit deelproject in 2025 wordt gesloten.</al>
                  <al-groep>
                     <al>
                        <nadruk type="vet">11.</nadruk>
                     </al>
                     <al>
                        <nadruk type="vet">Welk deel van de behoefte voor het project Deep Strike capaciteit Air kon niet meer in 2024 via het F-35 Lightning II Joint Program Office worden ingevuld en wat was hiervoor de reden?</nadruk>
                     </al>
                  </al-groep>
                  <al>Het project <nadruk type="cur">Deep Strike Capaciteit Air</nadruk> omvat behalve de aanschaf van de langeafstandswapens zelf ook de integratie hiervan op de F-35. Deze integratie-activiteiten worden samen met andere F-35 landen via het F-35 JPO uitgevoerd. Voor dit deel van het project is Defensie afhankelijk van de doorlooptijden die door de VS worden gehanteerd en wordt de gezamenlijke JPO planning gevolgd.</al>
                  <al-groep>
                     <al>
                        <nadruk type="vet">12.</nadruk>
                     </al>
                     <al>
                        <nadruk type="vet">Wat zijn de specifieke redenen voor de vertraging in de verwerving via het Foreign Military Sales programma van de Verenigde Staten voor het project MQ-9 Bewapening?</nadruk>
                     </al>
                  </al-groep>
                  <al>De vertraging voor de bewapening van de MQ-9 wordt niet zozeer opgelopen in de verwerving van het project, maar in de levering. Daarnaast worden wapenrekken aangeschaft zodat de munitie kan worden opgehangen. Ook hier is sprake van vertraging gezien de vraag naar wapenrekken.</al>
                  <al-groep>
                     <al>
                        <nadruk type="vet">13.</nadruk>
                     </al>
                     <al>
                        <nadruk type="vet">Welke specifieke problemen hebben geleid tot vertraging bij het aangaan van de verplichtingen voor de projecten Revitalisering vliegbasis Woensdrecht, Revitalisering Bernhardkazerne in Amersfoort en Nieuwbouw EMC-meetfaciliteit en AMR LCW op vliegbasis Woensdrecht?</nadruk>
                     </al>
                  </al-groep>
                  <al>Voor het project «Revitalisering Vliegbasis Woensdrecht» heeft het verkrijgen van de benodigde vergunningen in relatie tot de stikstofproblematiek geleid tot vertraging. Voor het project «Revitalisering Bernhardkazerne» wordt de vertraging veroorzaakt doordat de uitwerking van de plannen naar concrete projecten, vanwege de complexiteit van deze casus, meer tijd kost dan initieel was voorzien. Voor het project «Nieuwbouw Electromagnetische Compatibiliteit (EMC)-meetfaciliteit en antenne meetruimte (AMR) Logistiek Centrum Woensdrecht (LCW)» op de Vliegbasis Woensdrecht geldt dat het project vertraging heeft opgelopen door een wijziging van de opdracht als gevolg van extra maatregelen in het kader van duurzaamheid en stikstof (Emissieloos bouwen).</al>
               </tekst>
            </vrije-tekst>
         </algemeen>
      </stuk>
   </kamerstuk>
</officiele-publicatie>