﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36731-10/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamerstuk>
    <kamerstukkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Tweede Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">2</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">Kamerstukken</tekstregel>
    </kamerstukkop>
    <dossier>
      <dossiernummer>
        <dossiernr>36 731</dossiernr>
      </dossiernummer>
      <titel>Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ter implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1069 betreffende bescherming van bij publieke participatie betrokken personen tegen kennelijk ongegronde vorderingen of misbruik van procesrecht («strategische rechtszaken tegen publieke participatie»)</titel>
    </dossier>
    <stuk>
      <stuknr>Nr. <ondernummer kamer="2">10</ondernummer></stuknr>
      <titel>AMENDEMENT VAN DE LEDEN SNELLER EN ABDI</titel>
      <datumtekst>Ontvangen <datum isodatum="2026-06-23">23 juni 2026</datum></datumtekst>
      <amendement>
        <al>De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:</al>
        <wijziging>
          <wat>In artikel I, onderdeel A, komt het voorgestelde artikel 224a, eerste lid, te luiden:</wat>
          <artikeltekst>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
              <al>In een geding dat aanhangig wordt gemaakt tegen natuurlijke personen of rechtspersonen vanwege hun betrokkenheid bij publieke participatie kan de rechter degene die de vordering instelt en degene die zich aan diens zijde voegt, op vordering van de wederpartij verplichten zekerheid te stellen voor proceskosten, andere kosten en schadevergoeding tot betaling waarvan zij veroordeeld zouden kunnen worden.</al>
            </lid>
          </artikeltekst>
        </wijziging>
        <divisie opmaak="default">
          <kop kopopmaak="vet">
            <titel>Toelichting</titel>
          </kop>
          <al>De Richtlijn (EU) 2024/1069 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 betreffende bescherming van bij publieke participatie betrokken personen tegen kennelijk ongegronde vorderingen of misbruik van procesrecht («strategische rechtszaken tegen publieke participatie» (anti-SLAPP richtlijn) schrijft voor dat rechters in grensoverschrijdende zaken de mogelijkheid moeten krijgen om van eisers zekerheidstelling te verlangen voor proceskosten en schadevergoeding. Zekerheidsstelling is een cruciale waarborg: het voorkomt dat financieel sterke partijen misbruik maken van de rechtsgang om kritische stemmen langdurig in procedures te betrekken. In veel zaken gaat de dreiging al uit van de kosten die zo’n procedure met zich meebrengt.</al>
          <al>Voorts betreffen verreweg de meeste SLAPP-procedures of dreigementen die nu al spelen in Nederland, nationale kwesties. Dit is in heel Europa het geval (volgens data van CASE is slechts 8.5% van de zaken grensoverschrijdend)<noot id="ID-1258641-d41e117" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Coalition Against SLAPPs in Europe (CASE), 2025 Report «Democracy in the Dock», p. 20, via <extref soort="URL" doc="https://www.the-case.eu/wp-content/uploads/2026/01/CASE-2025-Report-layoutted-vf.pdf" status="actief">https://www.the-case.eu/wp-content/uploads/2026/01/CASE-2025-Report-layoutted-vf.pdf</extref></noot.al></noot>. De Europese Commissie en de Raad van Europa moedigen, zoals het kabinet onderschrijft in de memorie van toelichting, lidstaten daarom aan om SLAPP-waarborgen ook op puur nationale casussen van toepassing te laten zijn. In navolging daarvan hebben onder andere Frankrijk, België, en Polen in de implementatiewetten gekozen voor nationale toepassing van SLAPP-waarborgen. Zonder nationale toepassing dreigen de nieuwe waarborgen niet alleen doel te missen, maar kan er ook een ongelijke rechtspositie ontstaan bij gelijke gevallen (waarbij het enige verschil het grensoverschrijdende karakter is). Dat staat op gespannen voet met het gelijkheidsbeginsel. Bovendien ontstaat, nu meerdere Europese (buur)landen wél voor nationale toepassing kiezen, het risico dat Nederland een extra aantrekkelijke jurisdictie wordt voor partijen die SLAPP-zaken initiëren. Tot slot duidt recente rechtspraak er niet op dat, zoals het kabinet veronderstelt, het geldende recht ook in nationale gevallen tot toepassing van de waarborgen uit de richtlijn kan leiden. Zo stelde de rechter recent in een zaak waarin beroep werd gedaan op richtlijnconforme interpretatie<noot id="ID-1258641-d41e126" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>Rb. Gelderland 1 september 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:7700.</noot.al></noot>: <nadruk type="cur">De richtlijn is nog niet (voldoende) omgezet in Nederlandse wetgeving en is bovendien alleen van toepassing op burgerlijke of handelszaken met grensoverschrijdende gevolgen. Niet gesteld of gebleken is dat deze zaak grensoverschrijdende gevolgen heeft.</nadruk></al>
          <al>Ook blijkt uit recente jurisprudentie<noot id="ID-1258641-d41e140" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al>Rb. Amsterdam 3 juni 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:5461.</noot.al></noot>  dat rechters in de richtlijn de lezing van de regering, uiteengezet in de memorie van toelichting, alsmede die van de adviescommissie burgerlijk procesrecht, niet delen wat betreft het al volstaan van het geldend recht. Dat blijkt bijvoorbeeld uit <nadruk type="cur">Greenpeace vs. Energy Transfer</nadruk>, uitspraak op datum 03-06-2026. In de uitspraak concludeert de rechtbank:  <nadruk type="cur">«de SLAPP Richtlijn in deze zaak geen toepassing kan vinden en ook niet via richtlijnconforme interpretatie een rol kan spelen,</nadruk><nadruk type="cur">terwijl evenmin kan worden aangenomen dat artikel 17 van de SLAPP Richtlijn al geldend recht is in Nederland»</nadruk>. De uitspraak is, als een van de eerste procedures waarin expliciet een beroep gedaan is op een artikel uit de richtlijn, een duidelijk signaal dat de lezing dat het geldende recht volstaat, niet klopt. Het is, gezien de analoge redenering met betrekking tot de andere onderdelen (zoals vroegtijdige afwijzing) uit de memorie van toelichting, aannemelijk dat een vergelijkbare redenering zal volgen met betrekking tot de andere onderdelen van de richtlijn, hetgeen zorgen oproept over toekomstige procedures en een eventuele toekomstige beoordeling in Luxemburg.</al>
          <al>Dit amendement neemt het risico op rechtsongelijkheid bij implementatie weg, en verzekert de brede effectiviteit en toepasbaarheid van het wetsvoorstel. Het «verbod op nationale kop» staat hierbij niet in de weg voor implementatie voor niet-grensoverschrijdende gevallen, wanneer anders een ongelijke rechtspositie ontstaat voor gelijke gevallen. Met het amendement zorgen indieners ervoor dat deze gelijke rechtspositie ongeacht (niet-)grensoverschrijdend karakter gelijk met de implementatie van richtlijn is geregeld. Dit is in lijn met een eerdere omzetting van een Europese richtlijn naar Europees recht, zoals aangehaald in de Handleiding Wetgeving en Europa van het Kenniscentrum voor beleid en regelgeving. De handleiding haalt het voorbeeld van het Europese verbod op tabaksreclame bij evenementen aan: het is in de praktijk lastig om per evenement na te gaan of er sprake is van een evenement met grensoverschrijdend karakter, en daarom voor de goede uitvoering van Europese regels, niet wenselijk om het bereik van het wetsvoorstel te beperken tot grensoverschrijdende gevallen.</al>
        </divisie>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <naam>
              <achternaam>Sneller</achternaam>
            </naam>
            <naam>
              <achternaam>Abdi</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </amendement>
    </stuk>
  </kamerstuk>
</officiele-publicatie>