﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36621-19/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamerstuk>
    <kamerstukkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Tweede Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">2</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">Kamerstukken</tekstregel>
    </kamerstukkop>
    <dossier>
      <dossiernummer>
        <dossiernr>36 621</dossiernr>
      </dossiernummer>
      <titel>Wijziging van een aantal wetten op het terrein van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om de grondslagen voor gegevensverwerking te verstevigen en enkele andere wijzigingen (Verzamelwet gegevensverwerking VWS II.b)</titel>
    </dossier>
    <stuk>
      <stuknr>Nr. <ondernummer kamer="2">19</ondernummer></stuknr>
      <titel>GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID BUSHOFF TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 8</titel>
      <datumtekst>Ontvangen <datum isodatum="2026-05-28">28 mei 2026</datum></datumtekst>
      <amendement>
        <al>De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:</al>
        <amendement-lid>
          <lidnr status="officieel">I</lidnr>
          <wat>In artikel II, onderdeel D, wordt aan het voorgestelde artikel 5.2.5b een lid toegevoegd, luidende:</wat>
          <?xpp qa?>
          <?xpp lead;-1?>
          <wijziging>
            <artikeltekst>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">7.</lidnr>
                <al>De voordracht voor een krachtens het zesde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.</al>
              </lid>
            </artikeltekst>
          </wijziging>
        </amendement-lid>
        <amendement-lid>
          <lidnr status="officieel">II</lidnr>
          <wat>In artikel III, onderdeel B, wordt aan het voorgestelde artikel 7a een lid toegevoegd, luidende:</wat>
          <?xpp qa?>
          <?xpp lead;-1?>
          <wijziging>
            <artikeltekst>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">6.</lidnr>
                <al>De regeling wordt niet eerder vastgesteld dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.</al>
              </lid>
            </artikeltekst>
          </wijziging>
        </amendement-lid>
        <amendement-lid>
          <lidnr status="officieel">III</lidnr>
          <wat>Artikel V wordt als volgt gewijzigd:</wat>
          <wijziging>
            <nr status="officieel">1.</nr>
            <wat>In de aanhef wordt «twee» vervangen door «drie».</wat>
          </wijziging>
          <wijziging>
            <nr status="officieel">2.</nr>
            <wat>Er wordt een lid toegevoegd, luidende:</wat>
            <artikeltekst>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">8.</lidnr>
                <al>De voordracht voor een krachtens het zevende lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.</al>
              </lid>
            </artikeltekst>
          </wijziging>
        </amendement-lid>
        <amendement-lid>
          <lidnr status="officieel">IV</lidnr>
          <wat>In artikel VIA wordt «zesde» vervangen door «zevende» en wordt «vijfde» vervangen door «zesde».</wat>
        </amendement-lid>
        <divisie opmaak="default">
          <kop kopopmaak="vet">
            <titel>Toelichting</titel>
          </kop>
          <al>De Raad van State merkte op dat uit de memorie van toelichting niet bleek waarom er in eerste instantie de keus werd gemaakt om de te verstrekken (bijzondere) persoonsgegevens te regelen op het niveau van een ministeriële regeling en niet op ten minste het niveau van een AMvB. Deze te regelen onderwerpen zijn, aldus de Raad van State, niet van zuiver administratieve aard en/of betreffen niet slechts details van een regeling. Daar komt bij dat de voorgestelde verwerking van (bijzondere) persoonsgegevens niet alleen vergt dat de zorgaanbieder zijn medisch beroepsgeheim doorbreekt, maar ook raakt aan het grondrecht van bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Artikel 10 van de Grondwet maakt beperking van dat grondrecht weliswaar mogelijk als zij plaatsvindt bij of krachtens de wet, maar omdat het een beperking van dat grondrecht betreft is terughoudendheid met subdelegatie te meer van belang. De te verstrekken (bijzondere) persoonsgegevens zouden daarom ten minste op het niveau van een AMvB moeten worden geregeld. De regering heeft mede hierop een aantal algemene maatregelen van bestuur opgenomen in het wetsvoorstel. De indiener is van mening dat dit goed is, maar omdat deze te regelen onderwerpen niet van zuiver administratieve aard zijn en/of slechts details van een regeling betreffen is enige parlementaire controle wenselijk. Aan de hand van een lichte voorhangprocedure garanderen we een democratische toets op de verschillende AMVB’s die bepalen welke gegevens precies gedeeld kunnen worden.</al>
        </divisie>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <naam>
              <achternaam>Bushoff</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </amendement>
    </stuk>
  </kamerstuk>
</officiele-publicatie>