﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36592-61/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamerstuk>
    <kamerstukkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Tweede Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">2</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">Kamerstukken</tekstregel>
    </kamerstukkop>
    <dossier>
      <dossiernummer>
        <dossiernr>36 592</dossiernr>
      </dossiernummer>
      <titel>Defensienota 2024 – Sterk, slim en samen</titel>
    </dossier>
    <stuk>
      <stuknr>Nr. <ondernummer kamer="2">61</ondernummer></stuknr>
      <titel>LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN</titel>
      <datumtekst>Vastgesteld <datum isodatum="2026-04-07">7 april 2026</datum></datumtekst>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>De vaste commissie voor Defensie heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Defensie over de brief van 19 maart 2026 inzake Nederlandse deelname aan een Amerikaans kennis- en innovatieprogramma voor Collaborative Combat Aircraft (Kamerstuk <extref doc="kst-36592-60" soort="document" status="actief">36 592, nr. 60</extref>).</al>
            <al>De Staatssecretaris heeft deze vragen beantwoord bij brief van 7 april 2026. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De voorzitter van de commissie,</functie>
            <naam>
              <achternaam>Paternotte</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
          <ondertekening>
            <functie>Adjunct-griffier van de commissie,</functie>
            <naam>
              <achternaam>Manten</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 1</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Wat staat er in de letter of acceptance?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord:</al>
              <al>De Letter Of Acceptance (LOA) is onderdeel van het Foreign Military Sales (FMS) proces met een vaste structuur. In de LOA staan de afspraken tussen de Amerikaanse regering en Defensie voor het gebruik van kennis en data over Collaborative Combat Aircraft (CCA), de kosten van deelname aan het programma, wanneer de afspraken ingaan en wanneer de betalingen gedaan moeten zijn. Overige onderwerpen zijn garanties, financiële voorwaarden, risico’s en eventuele afhandelingen van disputen.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 2</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Welk commitment geeft Nederland aan het CCA-programma, nu en in de toekomst, bij het tekenen van de letter of acceptance?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord:</al>
              <al>Defensie gaat met het tekenen van de LOA een eenmalige verplichting aan richting de Amerikaanse overheid in de bandbreedte 50–100 miljoen. Daarmee krijgen Defensie en betrokken kennisinstellingen TNO en NLR als deelnemer aan het programma kennis en toegang tot data van CCA.</al>
            </al-groep>
            <al>Noot: De standaard voor rapportage van bandbreedtes vanuit Defensie is op 23 april 2024 gewijzigd naar 50–250 miljoen euro. Zie Kamerstuk <extref doc="kst-27830-431" soort="document" status="actief">27 830, nr. 431</extref>. In de brief van de Staatssecretaris van 19 maart 2026, Kamerstuk <extref doc="kst-36592-60" soort="document" status="actief">36 592, nr. 60</extref>, is abusievelijke de voorheen geldende bandbreedte van 50–100 miljoen euro vermeld.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 3</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Wat is de looptijd van het kennis- en innovatieprogramma?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord:</al>
              <al>Het Nederlandse Concept Development &amp; Experimentation (CD&amp;E)-project MOBIUS is ingegaan op 1 februari 2026 en loopt tot eind 2030. Een van de onderdelen van dit CD&amp;E-project is deelname aan opportune kennis- en innovatieprogramma’s, waarbij het Amerikaanse CCA-programma zich hier als eerste voor leent. De vaststelling van de duur van het CCA programma is onderdeel van de Project Arrangement die medio 2026 afgestemd wordt voor de duur van tenminste het MOBIUS-project.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 4</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Wat is uw toetsingskader geweest om dit programma aan te gaan en welke criteria heeft u daarbij gehandhaafd?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord:</al>
              <al>In de Maatregelennota naar aanleiding van de Defensienota 2024 «Sterk, slim en samen» is een maatregel opgenomen voor concept development and experimentation op het terrein van Autonomous Collaborative Platforms (ACP’s). Hieraan wordt onder meer uitvoering gegeven met het programma MOBIUS, met als doel om gedurende het programma kennis te vergaren. Met de op te bouwen kennis kan nader advies worden uitgebracht over het al dan niet overgaan tot verwerving en implementatie van ACP’s. Deze brede theoretische en praktische kennisbasis wordt in samenwerking met de Nederlandse kennisinstellingen en industrie opgebouwd en sluit aan bij de doelstelling uit de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie 2025–2029, Kamerstuk <extref doc="kst-31125-134" soort="document" status="actief">31 125, nr. 134</extref> om innovatie te versterken op 5 NLD-gebieden, waaronder intelligente systemen die gebruik maken van AI en autonomie.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 5</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">In hoeverre zullen de vergaarde kennis en onderzoeksresultaten uit dit programma intellectueel eigendom zijn van de Nederlandse overheid?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord:</al>
              <al>Het programma deelt de experimentele data en analyses voor CCA met Nederland. Op grond van de LOA worden nadere samenwerkingsafspraken, onder andere op gebied van intellectueel eigendom, nog uitgewerkt in de Project Arrangement.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 6</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Op welke manier zullen de vergaarde kennis en onderzoeksresultaten later gebruikt kunnen en mogen worden ter bevordering van een Europees alternatief?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord:</al>
              <al>De opgebouwde kennis stelt Defensie in staat om beter geïnformeerde keuzes te maken voor toekomstige aanschaf van CCA van welke fabrikant dan ook.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 7</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Op welke manier wordt het genoemde budget van 50–100 miljoen euro precies gebruikt?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord:</al>
              <al>Om als partner in het Amerikaanse programma deel te nemen betaalt Defensie een buy-in Fee in de vorm van een financiële bijdrage. Defensie en betrokken kennisinstellingen TNO en NLR krijgen als deelnemer aan het programma kennis en toegang tot data over CCA.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 8</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Hoeveel testtoestellen zullen er via dit programma aangeschaft worden? Wat is de prijs per toestel?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord:</al>
              <al>Door Defensie worden geen testtoestellen aangeschaft, maar wordt toegang verkregen tot het Amerikaanse CCA-programma.</al>
            </al-groep>
            <al>Oorspronkelijk, voorafgaand aan het ondertekenen van de LOI op 16 oktober 2025 ging Defensie er vanuit dat deelname aan het onderzoeksprogramma mogelijk was door middel van aanschaf van twee testtoestellen. Dit bleek anders, zoals ook in de Letter of Acceptance is verwoord. Er is door de Verenigde Staten gevraagd om een financiële bijdrage ter hoogte van de aankoop van twee testtoestellen voor deelname aan het CCA programma, waarna Nederland de beschikking krijgt over testdata en analyses. Alle testtoestellen blijven eigendom van de Amerikaanse regering. De prijs en het aantal toestellen in het Amerikaanse CCA-programma is (commercieel) vertrouwelijk informatie.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 9</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Op basis van welke gronden kan de Nederlandse overheid nog uit het project stappen? Welke afspraken zijn daaromtrent gemaakt en welke kosten zijn daarmee gemoeid?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord:</al>
              <al>Na ondertekening van de LOA zullen nadere afspraken gemaakt worden over de inrichting van de Nederlandse deelname via een Project Arrangement. Volgens de LOA is het mogelijk om uit het programma te stappen met inachtneming van annuleringskosten.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 10</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Zijn er derde partijen betrokken bij dit programma en, zo ja, welke partijen zijn dat?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord:</al>
              <al>De direct betrokken industriepartijen bij de eerste fase van het Amerikaanse CCA-programma zijn Anduril en General-Atomics, die testvliegtuigen leveren. Daarnaast doen o.a. Boeing, Northrop Grumman, Lockheed-Martin, Shield AI en RTX Collins mee aan de ontwikkelingen van hard- en software voor CCA. De vervolgafspraken over het Amerikaanse CCA-programma zullen verduidelijken met welke partijen de Amerikaanse regering verdere toenadering zoekt.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 11</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Hoeveel van het beschikbaar gestelde budget van dit kennis- en innovatieprogramma zal aan Amerikaanse AI-bedrijven besteed worden?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord:</al>
              <al>Defensie doet een financiële bijdrage (buy-in fee) voor toegang tot kennis en data in het Amerikaanse CCA-programma. Dit geld wordt gebruikt voor het CCA-programma. Het is nog niet bekend hoeveel geld nodig is voor specifieke software voor semiautonome operaties. Voor Nederland blijft de verklaring over Responsible AI in the Military Domain (REAIM) altijd leidend.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 12</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Waarom schrijft u dat de informatievoorziening over de CCA via deze brief een «uitzondering» is?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 13</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Waarom hecht u in deze casus extra waarde aan transparantie?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord:</al>
              <al>Het is ongebruikelijk om de Kamer vooraf te informeren over R&amp;D-<?xpp afbreek?>samenwerking die tot stand komt met bondgenoten en partners. Mede door mediaberichtgeving kan de indruk zijn ontstaan dat deelname aan het CCA-programma een ontwikkeltraject betreft zoals de ontwikkeling en verwerving van de F-35. Ik hecht er daarom extra waarde aan de Kamer te informeren over wat dit onderzoeksprogramma behelst en wat met de deelname wordt beoogd.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 14</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Hoe verhoudt deze casus zich tot de aangenomen motie van het lid Piri c.s. over elke voorgenomen verwerving van defensiematerieel bij leveranciers van buiten de EU melden aan de Kamer? (Kamerstuk </nadruk>
                <extref doc="kst-36800-X-34" soort="document" status="actief">
                  <nadruk type="vet">36 800 X, nr. 34</nadruk>
                </extref>
                <nadruk type="vet">)</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord:</al>
              <al>De motie van het lid Piri c.s. verzoekt de regering elke voorgenomen verwerving van defensiematerieel bij leveranciers van buiten de EU voortaan proactief en per geval aan de Kamer te melden voordat onomkeerbare stappen in het verwervings-proces worden gezet. Er is bij de voorgenomen deelname aan het CCA-programma geen sprake van verwerving van defensiematerieel. Het CCA-programma is een Kennis- en Innovatie programma waar de afspraken uit het Defensie Materieel Proces niet van toepassing zijn.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 15</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Kunt u toelichten wat er volgens u wel en wat niet binnen de reikwijdte van de motie-Piri valt, dus wanneer de Kamer wel en wanneer niet vooraf wordt geïnformeerd?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord:</al>
              <al>In de appreciatie van de motie Piri tijdens de Begrotingsbehandeling heb ik aangegeven dat «oordeel Kamer» kan worden gegeven als deze in het licht van het DMP mag worden bezien. In dit kader zal expliciet in DMP-brieven worden vermeld indien materieel buiten de EU wordt aangeschaft. Defensie informeert de Kamer vooraf over alle voorgenomen verwervingen van materieel en wapensysteem gebonden IT boven de financiële ondergrens van € 50 miljoen, in lijn met de afspraken uit het Defensie Materieel Proces (Kamerstuk <extref doc="kst-27830-431" soort="document" status="actief">27 830, nr. 431</extref> van 23 april 2024).</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 16</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Wat verandert er in de informatievoorziening naar de Tweede Kamer nu de motie-Piri is aangenomen?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord:</al>
              <al>In de DMP-brieven over voorgenomen materieelverwerving wordt expliciet vermeld als verwerving is voorzien bij leveranciers van buiten de EU.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 17</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Wat is de verwachting van de duur van het Amerikaanse CCA-project? Is de verwachting dat dit decennia is? Loopt dit gelijk op met dat van de F-35 (dat tot na 2060 doorloopt)? Zo nee, waarom niet?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord:</al>
              <al>Het Amerikaanse programma is onderverdeeld in verschillende fases. Nederland doet mee met de eerste fase. De duur van het totale CCA-programma is nog niet definitief vastgesteld. De duur is niet gekoppeld aan het programma doorontwikkeling van de F-35 dat doorloopt tot 2052.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 18</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Wanneer is het project MOBIUS van start gegaan? Wat is de omvang van dat project (menskracht en budget)? Kunt u aanvullende informatie verstrekken over het project?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord:</al>
              <al>MOBIUS is gestart op 1 februari 2026 met geld uit de Defensienota 2024. De project omvang voor MOBIUS is 50–250 miljoen euro (conform de nieuwe bandbreedte voor rapportage vanuit Defensie). MOBIUS gebruikt menskracht uit Defensie en ondersteuning van de kennisinstituten en heeft als doelstelling om een brede kennisbasis op te bouwen met betrekking tot het leveren van toekomstige effecten binnen (onbemenste) luchtoperaties. Dit helpt Defensie om de juiste keuzes te maken voor eventuele toekomstige materieelverwerving.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 19</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Is aan (een van) de landen die onderdeel zijn van het GCAP gevraagd of Nederland als waarnemer of anderszins zou kunnen aansluiten met het oog op de oriëntatie op een CCA-capaciteit? Kijken die landen ook naar compatibiliteit met de F-35, gegeven dat alle drie de landen in dat programma (VK, Italië en Japan) ook F-35-programmapartners zijn?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord:</al>
              <al>Het Global Combat Air Program (GCAP) bevindt zich in een conceptstadium met een initiële focus op bemenste zesde generatie systemen. Het programma heeft ons op dit moment geen mogelijkheden geboden tot deelname aan een kennis- en innovatieprogramma. Defensie verkent de mogelijkheden van deelname aan programma’s in de ontwikkeling van onbemenste systemen binnen en buiten Europa middels het MOBIUS project.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 20</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">In de VS ontwikkelen meerdere fabrikanten verschillende CCA-varianten; op welke van die projecten richt de Nederlandse belangstelling zich?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord:</al>
              <al>Nederland volgt alle projecten en initiatieven in zowel de VS als daarbuiten op de voet.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 21</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Is het nu genoemde budget van 50–100 miljoen euro bovenop of in plaats van de gesuggereerde uitruil met de aankoop van een zesde extra F-35 toestel, zoals beschreven in uw brief van 19 december jl.? (Kamerstuk </nadruk>
                <extref doc="kst-36592-56" soort="document" status="actief">
                  <nadruk type="vet">36 592, nr. 56</nadruk>
                </extref>
                <nadruk type="vet">)</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord:</al>
              <al>Dit geld komt voort uit bestaand budget uit de Defensienota 2024. De aanschaf van de zesde F-35 staat los van het kennis- en innovatie programma. Beide budgetten zijn gescheiden.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 22</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Uit de via de Woo vrijgegeven documenten omtrent de CCA ontstaat de indruk dat recent reeds getekend is voor de aanschaf van twee CCA-testtoestellen; kunt u dat bevestigen? Zo ja, waarom is de Kamer daarover niet geïnformeerd en kunt u daarover alsnog meer informatie verschaffen, zoals welke fabrikant(en) en type(s) het hier betreft? Hoe ziet de verdere planning hieromtrent eruit? Welke verplichtingen is Nederland verder aangegaan? Zo nee, hoe is dan de gang van zaken in december 2025/januari 2026 geweest zoals te lezen in de verstrekte Woo-documenten?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord:</al>
              <al>Zie antwoord vraag 8.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 23</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Bent u bereid de Letter of Intent concerning Autonomy and Collaborative Combat Aircraft Cooperation, die Nederland en de Verenigde Staten afgelopen oktober ondertekenden, openbaar te maken?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 24</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Kunt u ook de Letter of Acceptance, die u van plan bent 8 april te tekenen, openbaar maken?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord:</al>
              <al>Ik kan deze LOI en ook de LOA ter vertrouwelijke inzage aanbieden aan de Kamer.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 25</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Kunt u aanvullende informatie verstrekken over het Memorandum of Understanding voor Research, Development, Testing &amp; Evaluation, dat Nederland en de Verenigde Staten medio juni 2025 hebben ondertekend, dan wel dit document delen?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord:</al>
              <al>De Memorum of Understanding is een verdrag met vertrouwelijke informatie en kan niet openbaar gedeeld worden.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 26</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Welke kennis en toegang krijgen Defensie, TNO en NLR door deelname aan het programma?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord:</al>
              <al>Defensie, TNO en NLR krijgen toegang tot experimentele data en kennis. Na ondertekening van de LOA zullen nadere afspraken gemaakt worden over de inrichting van de Nederlandse toegang tot kennis en data middels een Project Arrangement.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 27</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Welke typen data over CCA krijgen Defensie, TNO en NLR precies beschikbaar via deelname aan het Amerikaanse programma? Gaat het daarbij om testdata, simulatiegegevens, operationele conceptdata, softwaredata of alleen algemene programmadata?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord:</al>
              <al>Zie antwoord vraag 26.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 28</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Blijft de toegang van TNO en NLR tot data bestaan als Nederland later besluit niet over te gaan tot aanschaf van CCA?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord:</al>
              <al>Deelname aan dit kennis- en innovatieprogramma staat los van eventuele toekomstige CCA-verwerving. Opgedane kennis blijft aanwezig bij betrokkenen, ook als is een project afgelopen en kan ingezet voor andere doeleinden. Nadere afspraken daarover worden in de Project Arrangement gemaakt.</al>
              <al>Zie ook antwoord op vraag 26.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 29 en 30</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Mogen TNO en NLR de verkregen data opslaan in eigen systemen in Nederland?</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Mogen TNO en NLR de data gebruiken voor eigen onderzoek en modelontwikkeling, of alleen voor het specifieke CCA-programma?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord:</al>
              <al>Na ondertekening van de LOA zullen nadere afspraken gemaakt worden over de inrichting van de Nederlandse toegang tot kennis en data middels een Project Arrangement.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 31</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Kan Nederland via TNO en NLR eigen kennis opbouwen die later ook inzetbaar is in een Europees CCA-traject?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord:</al>
              <al>Ja.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 32</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Wie bezit de intellectuele eigendomsrechten op analyses of kennisproducten die TNO en NLR ontwikkelen op basis van Amerikaanse programmadata?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 33</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">In hoeverre mogen TNO en NLR de verkregen kennis benutten in Europese samenwerkingsverbanden?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 34</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Zijn er voorwaarden waaronder de VS de data-toegang voor TNO en NLR kunnen beperken, opschorten of intrekken?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord:</al>
              <al>Het programma deelt experimentele data en analyses met Nederland. Op grond van de LOA worden nadere samenwerkingsafspraken, onder andere op gebied van intellectueel eigendom, nader uitgewerkt in toekomstige project arrangement.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 35</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Hebben TNO en NLR recht op updates van data en technische informatie naarmate het Amerikaanse programma zich verder ontwikkelt?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord:</al>
              <al>Alle informatie conform de afspraken uit de op te maken Project Arrangement is ter beschikking van Defensie en de kennisinstituten voor de duur van Nederlandse deelname aan het Amerikaanse programma.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 36</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Hoe verhoudt uw stelling dat Europa slechts in een «beginstadium» verkeert zich tot deze concrete Europese tijdlijn en technologische voortgang? Gezien het feit dat Airbus recentelijk voor het «Wingman»-programma heeft aangekondigd dat het al dit jaar testvluchten uitvoert met twee gemodificeerde platforms, uitgerust met het soevereine Europese MARS-missiesysteem (Multiplatform Autonomous Reconfigurable and Secure) en dat Airbus streeft naar een operationele CCA-capaciteit voor de Duitse luchtmacht in 2029?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord:</al>
              <al>In de brief van 19 maart jl. (Kamerstuk <extref doc="kst-36592-60" soort="document" status="actief">36 592, nr. 60</extref>) is toegelicht dat Defensie door deelname aan het CCA-programma nu concrete kansen kan benutten voor het opdoen van kennis tijdens de fase van test, onderzoek en ontwikkeling van onbemenste gevechtsvliegtuigen die kunnen samenwerken met bemenste jachtvliegtuigen. De twee in de brief genoemde grotere internationale samenwerkingsprogramma’s voor toekomstige jachtvliegtuigen (FCAS, GCAP) waar eventuele onbemenste gevechtscapaciteit onderdeel van uitmaakt zijn in een beginstadium en bieden deze mogelijkheden (nog) niet. Dit neemt niet weg dat Defensie in het programma MOBIUS de mogelijkheden blijft verkennen van deelname aan andere programma’s voor kennisopbouw en ontwikkeling van dit soort systemen, wereldwijd en specifiek in Europees verband. Defensie werkt daarnaast in NAVO- en in EU-verband en bilateraal met verschillende partners nauw samen op kennis- en innovatiegebied in het luchtdomein en wisselt in dit kader informatie uit over het opzetten van kansrijke projecten en initiatieven, waaronder op de gebieden van onbemenst en autonomie. MOBIUS is opgezet met de intentie om meerdere sporen te kunnen volgen. Volgen van het Amerikaanse CCA-programma sluit andere samenwerkingen op geen enkele wijze uit.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 37</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Is er diepgaand onderzoek gedaan naar de compatibiliteit van deze Europese software-oplossingen met de F-35, of wordt hier blind vertrouwd op Amerikaanse proprietary systemen die juist kunnen leiden tot een nieuwe lock-in? Gezien het feit dat in de brief wordt gesteld dat Europese alternatieven geen integratie bieden met de Nederlandse vijfde-generatie-jachtvliegtuigen (F-35) terwijl de Europese focus momenteel juist ligt op het creëren van een open architectuur (zoals het MARS-systeem en de MindShare-software)?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord:</al>
              <al>Deelname aan het Amerikaanse programma biedt Defensie op dit moment de kans om unieke kennis- en data op te doen voor CCA, waaronder open architectuur-kennis, die defensiebreed nodig is en zich niet alleen beperkt tot CCA of vliegende systemen.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 38</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">U noemt de betrokkenheid van TNO en NLR; heeft Defensie onderzocht hoe de deelname aan een Europees programma, waar Nederland als partner meer invloed heeft op de broncode en systeemarchitectuur, de Nederlandse positie in de Europese defensie-industrie op de lange termijn versterkt in vergelijking met een ondergeschikte rol in een Amerikaans programma?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord:</al>
              <al>Er is geen sprake van een vergelijkbaar Europees programma waaraan Defensie kan deelnemen. Deelname aan het Amerikaanse programma biedt Defensie op dit moment de enige mogelijkheid om kennis op te doen over CCA, waaronder open architectuur-kennis, die defensiebreed nodig is en zich niet alleen beperkt tot CCA of vliegende systemen.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 39</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Worden er door het tekenen van de Letter of Acceptance op 8 april onomkeerbare stappen gezet die tot een lock-in leiden?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord:</al>
              <al>Nee. Er is geen sprake van een lock-in omdat het geen materieelverwerving is en ook omdat CCA een open architectuur bevat. Er is enkel sprake van het opdoen van kennis en vergaren van data. Het MOBIUS-project is geen materieelverwervingsprogramma voor operationele inbedding, maar een test, onderzoek en ontwikkeling programma om kennis op te doen met de volgende generatie onbemenste vliegsystemen en autonomie. Volgens de LOA is het mogelijk om uit het project te stappen met inachtneming van annuleringskosten.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 40</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Klopt het dat u twee testtoestellen gaat aanschaffen? Kan daarover meer informatie worden verschaft?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord:</al>
              <al>Zie antwoord vraag 8.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 41</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Kunt u specificeren wat er precies betaald/gekocht zal worden met de aangegeven 50–100 miljoen euro?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord:</al>
              <al>Defensie gaat met het tekenen van de LOA een eenmalige verplichting aan. Daarmee krijgen Defensie en betrokken kennisinstellingen TNO en NLR als deelnemer aan het programma kennis en toegang tot data over CCA.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Vraag 42</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Zijn er ook Europese alternatieven overwogen en zo ja, welke?</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>Antwoord:</al>
              <al>Zie antwoord vraag 36.</al>
            </al-groep>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
      </algemeen>
    </stuk>
  </kamerstuk>
</officiele-publicatie>