﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36412-J/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamerstuk>
    <kamerstukkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Eerste Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">1</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">Kamerstukken</tekstregel>
    </kamerstukkop>
    <dossier>
      <dossiernummer>
        <dossiernr>36 412</dossiernr>
      </dossiernummer>
      <titel>Wijziging van de Waterschapswet, de Waterwet en de Algemene wet bestuursrecht in verband met het versterken van de toepassing van het profijtbeginsel bij de watersysteemheffing, het geven van ruimte aan nieuwe ontwikkelingen en het oplossen van enkele knelpunten</titel>
    </dossier>
    <stuk>
      <stuknr>
        <ondernummer kamer="1">J</ondernummer>
      </stuknr>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT</titel>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal</al>
            <al>Den Haag, 26 mei 2026</al>
            <al>Op 28 februari 2025 heeft mijn voorganger met de Eerste Kamer gedebatteerd over het wetsvoorstel Versterking toepassing profijtbeginsel bij de watersysteemheffing (Kamerstukken <dossierref dossier="36412">36 412</dossierref>, hierna «de wijzigingswet»). In dat debat is een aantal toezeggingen gedaan. Met deze brief wordt de Eerste Kamer geïnformeerd over de invulling van de toezegging aan de leden Van Langen-Visbeek, Thijssen en Klip-Martin over de wijze waarop de monitoring wordt vormgegeven van de laatste wettelijke wijziging van de waterschapsbelastingen.<noot id="ID-1249924-d40e58" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Toezegging T03992</noot.al></noot></al>
            <al>In de monitoring wordt onder meer gekeken naar de kostentoedelingsverordeningen van de watersysteemheffing en de wijze waarop de bestuurlijke ruimte daarin wordt toegepast. Daarnaast wordt er ook gekeken naar de wijze waarop de twee nieuwe tarieven van de betalende categorie «gebouwd» zich ontwikkelen, de regeldruk en bestuurlijke lasten. Zoals aangegeven in de brief van 1 juli 2025 is de monitoring in nauw overleg met de Unie van Waterschappen tot stand gekomen.<noot id="ID-1249924-d40e71" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>Kamerstukken I 2024/2025, <extref doc="kst-36412-H" soort="document" status="actief">36 412, H</extref></noot.al></noot></al>
            <al>Per 1 januari 2026 is de wijzigingswet in werking getreden.<noot id="ID-1249924-d40e83" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al><extref doc="stb-2025-63" soort="document" status="actief">Stb. 2025, 63</extref></noot.al></noot> Voorafgaand aan de inwerkingtreding hebben de waterschappen in 2025 hun kostentoedelings-verordeningen voor 2026 vastgesteld. Met gebruikmaking van informatie van de Unie van Waterschappen zijn deze kostentoedelingsverordeningen geanalyseerd. De resultaten van deze analyse worden hieronder uiteengezet.</al>
            <tussenkop kopopmaak="cur">Proces en bestuurlijke afweging kostentoedelingsverordeningen</tussenkop>
            <al-groep>
              <al>De monitoring en analyse richtte zich op de vier belastingcategorieën binnen de watersysteemheffing (ingezetenen, gebouwd, ongebouwd en natuur). Hierbij is gekeken naar de inzet van gebiedskenmerken bij het motiveren van de omvang van de kostenaandelen van deze categorieën.</al>
              <al>Uit de analyse blijkt dat de waterschappen een zorgvuldig en integraal afwegingsproces hebben doorlopen. De waterschappen hebben hierbij gebruikgemaakt van een modelverordening en de «Handreiking Methode Gebiedskenmerken» van de Unie van Waterschappen. Daarnaast zijn er gedurende het proces tot vaststelling van de verordeningen bijeenkomsten georganiseerd door de Unie van Waterschappen om kennis en ervaringen uit te wisselen tussen waterschappen. Ook hebben waterschappen zelf bijeenkomsten georganiseerd om leden van het algemeen bestuur te informeren over de nieuwe methode van kostentoedeling.</al>
            </al-groep>
            <tussenkop kopopmaak="cur">Ontwikkeling tarieven watersysteemheffing</tussenkop>
            <al-groep>
              <al>De verdeling van de lasten is gebaseerd op het profijtbeginsel, waarbij het nieuwe kostentoedelingsmodel zorgt voor een meer gelijkmatige lastenontwikkeling tussen de categorieën. In een overzicht van de tarieven wordt voorzien met het jaarlijks overzicht van de Unie van Waterschappen over de waterschaps-belastingen. Dit overzicht is als bijlage bij deze brief toegevoegd.<noot id="ID-1249924-d40e106" type="voet"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al>Zie Bijlage «Waterschapsbelasting 2026 het hoe en waarom»</noot.al></noot></al>
              <al>Verder blijkt dat de tarieven voor de watersysteemheffing «gebouwd» gemiddeld met 9,5% stijgen voor woningen en met 9,7% voor niet-woningen.<noot id="ID-1249924-d40e115" type="voet"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al>Raadpleegbaar via: <extref soort="URL" doc="https://www.eigenhuis.nl/nieuws/tariefdifferentiatie-waterschapslasten-gunstiger-voor-huiseigenaren" status="actief">https://www.eigenhuis.nl/nieuws/tariefdifferentiatie-waterschapslasten-gunstiger-voor-huiseigenaren</extref></noot.al></noot> Niet-woningen gaan daarmee meer betalen dan voorheen. Woningeigenaren zien weliswaar nog steeds een stijging van hun waterschapslasten, maar voor niet-woningen is de stijging groter. De waterschappen zijn verplicht om twee tarieven te hanteren voor woningen en niet-woningen. Dit onderdeel van de wijzigingswet is bedoeld om de onredelijke invloed die de waardeontwikkeling van woningen en niet-woningen had op de lastenverdeling tussen deze twee groepen te corrigeren.<noot id="ID-1249924-d40e123" type="voet"><noot.nr>6</noot.nr><noot.al>Raadpleegbaar via: <extref soort="URL" doc="https://coelo.nl/atlas-lokale-lasten-2026/interactieve-kaarten-2026/atlas-waterschappen-2026/" status="actief">https://coelo.nl/atlas-lokale-lasten-2026/interactieve-kaarten-2026/atlas-waterschappen-2026/</extref></noot.al></noot> Hoewel het een eerste, voorzichtige, indicatie is, lijkt de wijzigingswet hiermee het beoogde doel te bereiken. Om de ontwikkelingen voor de nieuwe tariefdifferentiatie gebouwd echter goed in beeld te brengen, zijn meerjarige metingen nodig.</al>
            </al-groep>
            <tussenkop kopopmaak="cur">Toepassing bandbreedtes kostenaandelen</tussenkop>
            <al-groep>
              <al>Waterschappen beschikken over bestuurlijke ruimte om de kosten aan de categorieën toe te delen. Als zij die ruimte willen toepassen, moeten zij aan de hand van gebiedskenmerken motiveren hoe zij deze ruimte invullen. Voor de categorieën ongebouwd en natuur geldt een bandbreedte van +/- 30% tot 2028 om ongewenste lastenverschuivingen te voorkomen; daarna wordt deze beperkt tot +/- 25%. De resultaten per categorie voor de kostentoedeling en gebiedskenmerken zijn als volgt:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>–</li.nr>
                  <al>
                    <nadruk type="vet">Ingezetenen</nadruk>: De kostenaandelen zijn gebaseerd op bandbreedtes gekoppeld aan de inwonerdichtheid (variërend van 20% tot 50%). De resultaten laten zien dat de meeste waterschappen binnen de standaardbandbreedtes blijven. Drie waterschappen maakten gebruik van de mogelijkheid om gemotiveerd vanuit gebiedskenmerken de bandbreedte voor ingezetenen met maximaal 10% te verhogen. Gemiddeld is deze ongeveer met 5% verhoogd. De redenen hiervoor zijn een zeer hoge inwonerdichtheid, de grote omvang van natuur waar de inwoners van profiteren en veel inspanningen door het waterschap gericht op stedelijk waterbeheer.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>–</li.nr>
                  <al>
                    <nadruk type="vet">Ongebouwd</nadruk>: Het kostenaandeel wordt bepaald op basis van de oppervlakte ongebouwd per 1.000 inwoners. Waterschapsbesturen hebben in 2026 en 2027 een bandbreedte van +/- 30% om hiervan gemotiveerd vanuit gebiedskenmerken af te wijken. Twaalf waterschappen maakten gebruik van deze bandbreedte, waarbij tien waterschappen het aandeel naar beneden hebben bijgesteld en twee naar boven. Als motivatie voor bijstellingen naar beneden wordt vaak aangegeven dat deze categorie bijdragen levert in natura (zoals onderhoud door agrariërs aan watergangen). Bijstellingen naar boven worden onderbouwd door de aanwezigheid van veel agrarische bedrijvigheid die specifiek waterbeheer vraagt.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>–</li.nr>
                  <al>
                    <nadruk type="vet">Natuur</nadruk>: De systematiek om het kostenaandeel te bepalen is gelijk aan die van «ongebouwd». Zes waterschappen hebben gebruikgemaakt van de bandbreedte: vijf stelden het aandeel naar beneden en één naar boven. Als redenen voor bijstellingen naar beneden zijn onder meer genoemd het profijt dat ingezetenen hebben van de natuur. De bijstelling naar boven is gemotiveerd aan de hand van de inspanning van het waterschap gericht op natuur(ontwikkeling).</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>–</li.nr>
                  <al>
                    <nadruk type="vet">Gebouwd</nadruk>: Dit kostenaandeel fungeert in de systematiek vaak als sluitpost. Bij het maken van de keuzes voor de drie categorieën ontstaan namelijk automatisch de kaders voor de vierde categorie. Het vaststellen van dit kostenaandeel is echter geen puur rekenkundig resultaat; het maakt onlosmakelijk deel uit van een integrale afweging van het profijt van alle categorieën.</al>
                </li>
              </lijst>
            </al-groep>
            <tussenkop kopopmaak="cur">Regeldruk en bestuurlijke lasten</tussenkop>
            <al>In de memorie van toelichting bij de wijzigingswet is aangegeven dat de gevolgen voor de regeldruk en de bestuurlijke lasten beperkt zijn. Er zijn bij de invoering van de wijzigingswet geen signalen ontvangen dat deze hoger zijn dan gedacht.</al>
            <tussenkop kopopmaak="cur">Algemene maatregel van bestuur</tussenkop>
            <al>Deze monitoring biedt een eerste inzicht in de werking van de nieuwe kostentoedelingsverordeningen en de bijbehorende gebiedskenmerken in de praktijk. De motie van het Tweede Kamerlid Heutink verzocht om deze gebiedskenmerken en de elementen daarvan zo snel mogelijk vast te leggen in een algemene maatregel van bestuur (AMvB) om de rechtszekerheid te vergroten.<noot id="ID-1249924-d40e174" type="voet"><noot.nr>7</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II 2023/24, <extref doc="kst-36412-20" soort="document" status="actief">36 412, nr. 20</extref></noot.al></noot></al>
            <al>Uit de huidige uitvoeringspraktijk komt naar voren dat de waterschappen voldoende ruimte hebben binnen de huidige bestuurlijke bandbreedte. In een AMvB zou deze bandbreedte verder worden opgerekt. Om een volledig en representatief beeld te krijgen van de noodzaak hiervoor, is een tweede monitoringsronde van belang. Nut en noodzaak, evenals de voor- en tegenargumenten van een AMvB, kunnen dan nader worden gewogen. Daarom zullen ook de volgende kostentoedelingsverordeningen nauwlettend worden gevolgd. Naar verwachting wordt een aantal van deze nieuwe verordeningen vastgesteld na de waterschapsverkiezingen van 2027, wanneer de nieuwe algemeen besturen van de waterschappen zijn aangetreden. De Eerste Kamer wordt hierover in het najaar van 2027 geïnformeerd.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,</functie>
            <naam>
              <voornaam>V.P.G.</voornaam>
              <achternaam>Karremans</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
    </stuk>
  </kamerstuk>
</officiele-publicatie>