﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36225-L/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamerstuk>
    <kamerstukkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Eerste Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">1</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">Kamerstukken</tekstregel>
    </kamerstukkop>
    <dossier>
      <dossiernummer>
        <dossiernr>36 225</dossiernr>
      </dossiernummer>
      <titel>Regels omtrent gegevensverwerking in de persoonsgerichte aanpak van radicalisering en terroristische activiteiten</titel>
    </dossier>
    <stuk>
      <stuknr>
        <ondernummer kamer="1">L</ondernummer>
      </stuknr>
      <titel>VERSLAG VAN EEN NADER SCHRIFTELIJK OVERLEG</titel>
      <datumtekst>Vastgesteld <datum isodatum="2026-05-12">12 mei 2026</datum></datumtekst>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid<noot id="ID-1247288-d40e74" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Samenstelling:</noot.al><noot.al>Beukering (Fractie-Beukering), Bezaan (PVV), Van Bijsterveld (JA21), Croll (D66), Dittrich (D66) (voorzitter), Doornhof (CDA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Hartog (Volt), Janssen (SP), Kluit (GroenLinks-PvdA), Lievense (BBB), Van der Linden (VVD), Marquart Scholtz (BBB) (ondervoorzitter), Martens (GroenLinks-PvdA), Meijer (VVD), Nicolaï (PvdD), Van den Oetelaar (FVD), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Talsma (ChristenUnie), Van Toorenburg (CDA), Veldhoen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Vogels (VVD), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)</noot.al></noot> heeft nader schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Justitie en Veiligheid inzake <nadruk type="vet">de uitvoering van de motie-Nicolaï c.s. over na gaan of er een beroep openstaat op grond van de Algemene wet bestuursrecht.</nadruk> Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>•</li.nr>
                <al>De uitgaande brief van 7 april 2026.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>•</li.nr>
                <al>De antwoordbrief van 21 april 2026.</al>
              </li>
            </lijst>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De griffier van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid,</functie>
            <naam>
              <achternaam>De Graag</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
      <algemeen>
        <kop kopopmaak="vet">
          <titel>BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR JUSTITIE EN VEILIGHEID</titel>
        </kop>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>Aan de Minister van Justitie en Veiligheid</al>
            <al>Den Haag, 7 april 2026</al>
            <al>De leden van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 26 maart 2026<noot id="ID-1247288-d40e119" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken I</nadruk> 2025/26, <extref doc="kst-36225-K" soort="document" status="actief">36 225, K</extref>.</noot.al></noot> over de uitvoering van de motie-Nicolaï,<noot id="ID-1247288-d40e130" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken I</nadruk> 2025/26, <extref doc="kst-36225-H" soort="document" status="actief">36 225, H</extref>.</noot.al></noot>
                    waarin de regering wordt verzocht om na te gaan of tegen de beslissing als bedoeld in artikel 5, derde lid van de Wet gegevensverwerking persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten (36.225), beroep openstaat op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en als dat niet het geval is, te onderzoeken of het belang van rechtsbescherming noopt om dat beroep te openen.</al>
            <al>De commissie heeft deze brief voor kennisgeving aangenomen. De leden van de fracties van <nadruk type="vet">GroenLinks-PvdA, BBB, VVD, D66, SP, PvdD, Volt, SGP, OPNL, Fractie-Visseren-Hamakers, Fractie-Walenkamp en Fractie-Van Gasteren</nadruk> willen u naar aanleiding daarvan nog een vraag stellen.</al>
            <al>In reactie op voornoemde motie heeft u kort gezegd aangegeven dat de beslissing van de weegploeg om een persoon aan te melden voor bespreking in het casusoverleg radicalisering geen besluit is in de zin van de Awb waartegen beroep openstaat. Verder acht u eventuele gevolgen van die aanmelding beperkt en niet onevenredig bezwarend. Pas als een rechter in een toekomstig geval tot een ander oordeel komen bent u bereid te bezien of er aanleiding is de wet om redenen van rechtsbescherming aan te passen.</al>
            <al>Een groot deel van de Kamer stelde zich tijdens de plenaire behandeling van het wetsvoorstel op het standpunt dat de beslissing om iemand die «verdacht» wordt van mogelijke betrokkenheid bij radicalisering en terroristische activiteiten aan te melden bij het casusoverleg wél als een zware inbreuk op de privacy moet worden beschouwd en dat om redenen van rechtsbescherming beroep tegen die beslissing mogelijk moet zijn. Tegen die achtergrond is voornoemde motie ingediend en aangenomen.</al>
            <al>Nu duidelijk is dat tegen voornoemde beslissing geen beroep openstaat op grond van de Awb vernemen de leden van de fracties van <nadruk type="vet">GroenLinks-PvdA, BBB, VVD, D66, SP, PvdD, Volt</nadruk> en <nadruk type="vet">SGP</nadruk> graag of u overweegt om de motie uit te voeren en de thans ontbrekende rechtsbescherming alsnog te realiseren en de wet op dit punt aan te passen.</al>
            <al>De leden van de vaste commissie voor J&amp;V zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk <nadruk type="vet">binnen twee weken</nadruk>.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid,</functie>
            <naam>
              <voornaam>B.O.</voornaam>
              <achternaam>Dittrich</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
      <algemeen>
        <kop kopopmaak="vet">
          <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID</titel>
        </kop>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal</al>
            <al>Den Haag, 21 april 2026</al>
            <al>In het kader van Wet gegevensverwerking persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten (hierna: de Wet) heeft uw Kamer de motie Nicolaï c.s. aangenomen (Kamerstukken <extref doc="kst-36225-H" soort="document" status="actief">36 225, H</extref>). Op verschillende momenten is per brief met uw Kamer gecommuniceerd over de wijze van uitvoering van deze motie. In uw brief van 7 april 2026 jl. vraagt u mij of ik bereid ben om de motie op dusdanige wijze uit te voeren dat de wet op dit punt wordt aangepast zodat de volgens u ontbrekende rechtsbescherming tegen de beslissing tot aanmelding voor bespreking in een casusoverleg alsnog kan worden geboden. Daarmee gaat dit verzoek verder dan de oorspronkelijke tekst van de motie, waarin de Kamer mij verzoekt om na te gaan of tegen die beslissing beroep openstaat op grond van de Algemene wet bestuursrecht en als dat niet het geval is, te onderzoeken of het belang van rechtsbescherming noopt om dat beroep te openen. Ik wil uw verzoek van 7 april jl. dan ook zorgvuldig beoordelen.</al>
            <al>Ik neem de zorgen die door uw Kamer zijn geuit serieus. Tegelijkertijd is de wet aangenomen in al zijn facetten en dient bij een eventuele wetswijziging een zorgvuldig proces te worden doorlopen.</al>
            <al>Om de door uw Kamer geuite zorgen zo goed als mogelijk te adresseren is er meer tijd nodig. Ik overweeg daartoe externe expertise in te winnen, zodat ik uw zorgen nader kan wegen.</al>
            <al>Ik zal uw Kamer zo snel mogelijk nader informeren.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De Minister van Justitie en Veiligheid,</functie>
            <naam>
              <voornaam>D.M. van</voornaam>
              <achternaam>Weel</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
    </stuk>
  </kamerstuk>
</officiele-publicatie>