35 089 Wijziging van enige wetten in verband met de normalisering van de rechtspositie van ambtenaren in het onderwijs

A GEWIJZGD VOORSTEL VAN WET

18 juni 2019

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de Eerste Kamer der Staten-Generaal het initiatiefvoorstel van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren heeft aanvaard en het in verband daarmee wenselijk is om wetten aan te passen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I WIJZIGING WET NORMALISERING RECHTSPOSITIE AMBTENAREN

In artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren wordt artikel 2 als volgt gewijzigd:

1. Voor de huidige tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Geen overheidswerkgever in de zin van deze wet zijn:

    • a. gemeenten, voor zover het betreft de instandhouding van openbare scholen als bedoeld in onderdeel a van de begripsbepaling van openbare school in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, onderdeel a van de begripsbepaling van openbare school in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, en onderdeel a van de begripsbepaling van openbare school in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs;

    • b. openbare rechtspersonen als bedoeld in artikel 47 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 50 van de Wet op de expertisecentra en artikel 42a van de Wet op het voortgezet onderwijs;

    • c. openbare instellingen als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel c, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

    • d. de openbare instellingen, bedoeld in onderdelen a, h en j, onder 1, van de bijlage behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

    • e. de instellingen voor wetenschappelijk onderzoek, bedoeld in artikel 1.5 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

    • f. de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek;

    • g. de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek TNO, genoemd in artikel 3, eerste lid, van de TNO-wet.

ARTIKEL II WIJZIGING WET OP HET PRIMAIR ONDERWIJS

De Wet op het primair onderwijs wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a van de definitie van «personeel» in artikel 1 vervalt «of een akte van aanstelling».

2. In onderdeel b van de definitie van «personeel» in artikel 1 wordt «de artikelen 33, 33a, 34, 38, 52, 53, eerste en tweede lid, 59, eerste tot en met vierde lid, 60 tot en met 62, 68, 138 en 139» vervangen door «de artikelen 33, 33a, 34, 34a, eerste lid, 38, 52, 68, 138 en 139».

B

In artikel 17 vervalt het vierde lid onder vernummering van het vijfde tot en met tiende lid tot vierde tot en met negende lid.

C

In artikel 17c, vierde lid, wordt «de artikelen 29, vijfde lid, 33, 33a, 34, 38, 53, 59, 60 en de daarmee verband houdende wettelijke bepalingen» vervangen door «de artikelen 29, vijfde lid, 33 tot en met 34a, 38, en de daarmee verband houdende wettelijke bepalingen».

D

Artikel 33 komt te luiden:

Artikel 33. Rechtspositieregeling personeel

Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat de rechtspositie van het personeel wordt geregeld.

E

In artikel 34, tweede lid, vervalt «en in de artikelen 53 en 59».

F

Na artikel 34 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 34a. Afschriften bewijsstukken

  • 1. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat afschriften van bewijsstukken waarmee de bekwaamheid wordt aangetoond, van geschiktheidsverklaringen, van verklaringen omtrent het gedrag en van arbeidsovereenkomsten van het aan de school verbonden personeel worden bewaard.

  • 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op personeel dat is tewerkgesteld zonder benoeming.

G

Artikel 38 komt te luiden:

Artikel 38. Georganiseerd overleg

Over de door het bevoegd gezag ingevolge artikel 33 te treffen regelingen, alsmede over andere aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van het personeel, wordt door of namens het bevoegd gezag overleg gevoerd met de daarvoor in aanmerking komende verenigingen van werknemers, op een met deze schriftelijk overeengekomen wijze.

H

In de artikelen 49, derde lid, 85, tweede lid, en 89, tweede lid, wordt «onder dezelfde voorwaarden als vermeld in de akte van aanstelling, aan de school aanstelt met ingang van de datum van overdracht» vervangen door «onder dezelfde voorwaarden als vermeld in de arbeidsovereenkomst, benoemt met ingang van de datum van overdracht».

I

In artikel 52 wordt «In afwijking van artikel 33, derde lid» vervangen door «In afwijking van artikel 33a».

J

De artikelen 53 en 59 vervallen.

K

In artikel 56, derde lid, wordt «als vermeld in de akte van benoeming» vervangen door «als vermeld in de arbeidsovereenkomst».

ARTIKEL III WIJZIGING WET OP DE EXPERTISECENTRA

De Wet op de expertisecentra wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a. van de definitie van «personeel» in artikel 1 vervalt «of een akte van aanstelling».

2. In onderdeel b. van de definitie van «personeel» in artikel 1 wordt «de artikelen 33, 33a, 34, 38, 55, 56, eerste en tweede lid, 62, eerste tot en met vierde lid, 63 tot en met 65, 69, 132 en 133» vervangen door «de artikelen 33, 33a, 34, 34a, eerste lid, 38, 55, 69, 132 en 133».

B

In artikel 28 vervalt het vierde lid onder vernummering van het vijfde tot en met tiende lid tot vierde tot en met negende lid.

C

In artikel 28i, vierde lid, wordt «de artikelen 29, vijfde lid, 33, 33a, 34, 37, 38, 56, 62, 63 en de daarmee verband houdende wettelijke bepalingen» vervangen door «de artikelen 29, vijfde lid, 33 tot en met 34a, 38 en de daarmee verband houdende wettelijke bepalingen».

D

Artikel 33 komt als volgt te luiden:

Artikel 33. Rechtspositieregeling personeel

Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat de rechtspositie van het personeel wordt geregeld.

E

In artikel 34, tweede lid, vervalt «en in de artikelen 56 en 62».

F

Na artikel 34 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 34a. Afschriften bewijsstukken

  • 1. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat afschriften van bewijsstukken waarmee de bekwaamheid wordt aangetoond, van geschiktheidsverklaringen, van verklaringen omtrent het gedrag en van arbeidsovereenkomsten van het aan de school verbonden personeel worden bewaard.

  • 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op personeel dat is tewerkgesteld zonder benoeming.

G

Artikel 38 komt te luiden:

Artikel 38. Georganiseerd overleg

Over de door het bevoegd gezag ingevolge artikel 33 te treffen regelingen, alsmede over andere aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van het personeel, wordt door of namens het bevoegd gezag overleg gevoerd met de daarvoor in aanmerking komende verenigingen van werknemers, op een met deze schriftelijk overeengekomen wijze.

H

In artikel 52, derde lid, wordt «onder dezelfde voorwaarden als vermeld in de akte van aanstelling, aan de school aanstelt met ingang van de datum van overdracht» vervangen door «onder dezelfde voorwaarden als vermeld in de arbeidsovereenkomst, benoemt met ingang van de datum van overdracht».

I

In artikel 55 wordt «In afwijking van artikel 33, derde lid» vervangen door «In afwijking van artikel 33a».

J

De artikelen 56 en 62 vervallen.

K

In artikel 58, derde lid, wordt «als vermeld in de akte van benoeming» vervangen door «als vermeld in de arbeidsovereenkomst».

L

In artikel 162a, tweede lid, vervalt «aanstelling of».

ARTIKEL IV WIJZIGING WET OP HET VOORTGEZET ONDERWIJS

De Wet op het voortgezet onderwijs wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a. van de definitie van «personeel» in artikel 1 vervalt «of een akte van aanstelling».

2. In onderdeel b. van de definitie van «personeel» in artikel 1 wordt «de artikelen 38a tot en met 39a, 40a, 43a, eerste en tweede lid, 51, eerste tot en met derde lid, 53b en 96o» vervangen door «de artikelen 38a tot en met 39a1, 40a, 53b en 96o».

B

In artikel 24e1, vierde lid, wordt «de artikelen 38a, 39, 39a, 40a, 43a, 51 en de daarmee verband houdende wettelijke bepalingen» vervangen door «38a tot en met 39a1, 40a en de daarmee verband houdende wettelijke bepalingen».

C

Artikel 38a komt als volgt te luiden:

Artikel 38a. Rechtspositieregeling personeel

Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat de rechtspositie van het personeel wordt geregeld.

D

In artikel 39a, tweede lid, vervalt «en in de artikelen 43a en 51».

E

Na artikel 39a wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 39a1. Afschriften bewijsstukken

  • 1. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat afschriften van de bewijsstukken waarmee de bekwaamheid wordt aangetoond, van de geschiktheidsverklaringen, van de verklaringen omtrent het gedrag en van de arbeidsovereenkomsten van het aan de school verbonden personeel worden bewaard.

  • 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op personeel dat is tewerkgesteld zonder benoeming.

F

Artikel 40a komt te luiden:

Artikel 40a. Georganiseerd overleg

Over de door het bevoegd gezag ingevolge artikel 38a te treffen regelingen, alsmede over andere aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van het personeel, wordt door of namens het bevoegd gezag overleg gevoerd met de daarvoor in aanmerking komende verenigingen van werknemers, op een met deze schriftelijk overeengekomen wijze.

G

In artikel 42c, tweede lid, wordt «aanstelt» vervangen door «benoemt».

H

De artikelen 43a en 51 vervallen.

I

In artikel 53c vervalt het vierde lid onder vernummering van het vijfde tot en met tiende lid tot vierde tot en met negende lid.

J

In artikel 118g, tweede lid, vervalt «aanstelling of».

ARTIKEL V WIJZIGING WET EDUCATIE EN BEROEPSONDERWIJS

De Wet educatie en beroepsonderwijs wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1.1.1, onderdeel z, tweede lid, vervalt «3.1.2, 3.2.1, 3.3.1,».

B

Artikel 4.1.2 wordt gewijzigd:

1. Het eerste en tweede lid komen als volgt te luiden:

  • 1. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat de rechtspositie van het personeel wordt geregeld.

  • 2. Over de door het bevoegd gezag ingevolge het eerste lid te treffen regelingen, alsmede over andere aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van het personeel, wordt door of namens het bevoegd gezag overleg gevoerd met de daarvoor in aanmerking komende verenigingen van werknemers.

2. Onder vernummering van het vierde en vijfde lid tot derde en vierde lid vervalt het derde lid.

C

In artikel 8.3.1, tweede lid, vervalt «aanstelling of».

D

In artikel 9.1.2, tweede lid, wordt «aanstelt» vervangen door «benoemt».

ARTIKEL VI WIJZIGING WET OP HET HOGER ONDERWIJS EN WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK

De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 4.5 komt te luiden:

Artikel 4.5. Rechtspositieregeling personeel

  • 1. Het instellingsbestuur draagt er zorg voor dat de rechtspositie van het personeel wordt geregeld.

  • 2. Over de door het instellingsbestuur ingevolge het eerste lid te treffen regelingen, alsmede over andere aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van het personeel, wordt door of namens het instellingsbestuur overleg gevoerd met de daarvoor in aanmerking komende verenigingen van werknemers, op een met deze schriftelijk overeengekomen wijze.

B

Artikel 9.3, achtste lid, vervalt.

C

In artikel 9.34, vierde lid, wordt «anders dan krachtens publiekrechtelijke aanstelling of op grond van een arbeidsovereenkomst» vervangen door «anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst».

D

In artikel 16.16, derde lid, wordt «het personeel in gelijke betrekkingen aan de instelling aanstelt met ingang van de datum van overdracht» vervangen door «het personeel in gelijke betrekkingen aan de instelling benoemt met ingang van de datum van overdracht».

ARTIKEL VII WIJZIGING WET NEDERLANDSE ORGANISATIE VOOR WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK

Artikel 9, eerste lid, van de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek komt te luiden:

  • 1. De raad van bestuur voert het personeelsbeleid en personeelsbeheer, daaronder begrepen het aangaan en beëindigen van arbeidsovereenkomsten met het personeel.

ARTIKEL VIII WIJZIGING GEMEENTEWET

De Gemeentewet wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 13, derde lid, wordt gewijzigd als volgt:

1. De puntkomma aan het slot van onderdeel b wordt vervangen door een punt.

2. Onderdeel c vervalt.

B

Artikel 36b, derde lid, wordt gewijzigd als volgt:

1. De puntkomma aan het slot van onderdeel b wordt vervangen door een punt.

2. Onderdeel c vervalt.

C

Artikel 81f, tweede lid, wordt gewijzigd als volgt:

1. De puntkomma aan het slot van onderdeel b wordt vervangen door een punt.

2. Onderdeel c vervalt.

ARTIKEL IX OVERGANGSBEPALINGEN

  • 1. De aktes van aanstelling als bedoeld in artikel 53 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 56 van de Wet op de expertisecentra en 43a van de Wet op het voortgezet onderwijs zoals die luidden op de dag voor inwerkingtreding van deze wet worden van rechtswege omgezet in een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.

  • 2. De aktes van benoeming als bedoeld in artikel 59 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 62 van de Wet op de expertisecentra en 51 van de Wet op het voortgezet onderwijs zoals die luidden op de dag voor inwerkingtreding van deze wet worden van rechtswege aangemerkt als een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.

ARTIKEL X OVERGANGSBEPALING

De artikelen 33, eerste, tweede en vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs, 33, eerste, tweede en vierde lid, van de Wet op de expertisecentra, 38a, eerste tot en met derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, 4.5, eerste tot en met derde lid, en 9.3, achtste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, zoals die luidden op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, en de daarop berustende bepalingen blijven van toepassing tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

ARTIKEL XI INWERKINGTREDING

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Naar boven