Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Vergaderjaar 2018-2019
Kamerstuk 35000-VII nr. 2

Gepubliceerd op 18 september 2018 15:17



35 000 VII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2019

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

INHOUDSOPGAVE

A.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

3

       

B.

BEGROTINGSTOELICHTING

4

       
 

1.

LEESWIJZER

4

       
 

2.

BELEIDSAGENDA

8

 

2.1

Beleidsprioriteiten

8

 

2.2

Belangrijkste beleidsmatige mutaties

19

 

2.3

Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven

23

 

2.4

Meerjarenplanning beleidsdoorlichtingen

24

 

2.5

Overzicht van risicoregelingen

26

       
 

3.

BELEIDSARTIKELEN

29

 

3.1

Artikel 1. Openbaar bestuur en democratie

29

 

3.2

Artikel 2. Nationale veiligheid

40

 

3.3

Artikel 3. Woningmarkt

42

 

3.4

Artikel 4. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit

54

 

3.5

Artikel 5. Ruimtelijke ordening en omgevingswet

64

 

3.6

Artikel 6. Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

74

 

3.7

Artikel 7. Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

84

 

3.8

Artikel 8. Kwaliteit Rijksdienst

90

 

3.9

Artikel 9. Uitvoering Rijksvastgoedbeleid

92

       
 

4.

NIET-BELEIDSARTIKELEN

98

 

4.1

Artikel 11. Centraal apparaat

98

 

4.2

Artikel 12. Algemeen

101

 

4.3

Artikel 13. Nog onverdeeld

103

       
 

5.

BEGROTING AGENTSCHAPPEN

104

 

5.1

Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG)

104

 

5.2

Logius

112

 

5.3

P-Direkt

119

 

5.4

Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk (UBR)

125

 

5.5

FMHaaglanden (FMH)

130

 

5.6

Shared Service Centrum ICT (SSC-ICT)

135

 

5.7

Rijksvastgoedbedrijf (RVB)

140

 

5.8

Dienst van de Huurcommissie (DHC)

152

       
 

6.

BIJLAGEN

159

   

Bijlage 1: Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak

159

   

Bijlage 2: Verdiepingsbijlage

161

   

Bijlage 3: Moties en toezeggingen

182

   

Bijlage 4: Subsidieoverzicht

249

   

Bijlage 5: Evaluatie- en overig onderzoek

254

   

Bijlage 6: Specifieke uitkeringen

261

   

Bijlage 7: Was-Wordt tabel nieuwe begrotingsstructuur

267

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3 eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1. LEESWIJZER

Algemeen

Inleiding

Voor u ligt de begroting 2019 van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

Groeiparagraaf

De begroting 2019 bevat een aantal wijzigingen ten opzichte van de begroting 2018, welke reeds zijn gepresenteerd in nota’s van wijziging voor de begroting 2018. Het betreft de integratie van de begroting Wonen en Rijksdienst (XVIII) in de begroting van BZK (VII) evenals de overkomst van het dossier digitale overheid voor bedrijven van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en de onderdelen ruimtelijke ordening en omgevingswet van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW).

Nieuwe begrotingsstructuur

Daarnaast wordt de ontwerpbegroting 2019 gepresenteerd in een nieuwe begrotingsstructuur. In het licht van de toevoeging van de begroting Wonen en Rijksdienst (XVIII) en de herverkavelingen uit het Regeerakkoord van het Kabinet Rutte-III, is van de gelegenheid gebruik gemaakt om de begrotingsstructuur van de begroting van BZK (VII) vanaf 2019 te herzien en de begroting beter aan te laten sluiten bij inhoudelijke doelstellingen en de beleidspraktijk. De aanpassing van de begrotingsstructuur is een belangrijke stap om inzicht in kwaliteit te verbeteren, ook in relatie tot artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet (CW). Bovendien is na een aantal recente beleidsdoorlichtingen toegezegd om de begrotingsstructuur op onderdelen te wijzigen (Kamerstukken II 2017–2018, 30 985, nr. 25). Deze toezeggingen zijn eveneens meegenomen in de aanpassing van de begrotingsstructuur. Op hoofdlijnen blijft de artikelstructuur van de BZK-begroting intact. De onderstaande tabel bevat de structuurwijzigingen op artikelonderdeelniveau. De voornaamste wijzigingen vinden plaats bij beleidsartikelen 1, 4 en 6. Daarnaast wordt beleidsartikel 8 samengevoegd met beleidsartikel 7.

Artikel

(onderdeel)

WAS

Artikel (onderdeel)

WORDT

1

Openbaar bestuur en democratie

1

Openbaar bestuur en democratie

1.1

Bestuurlijke en financiële verhoudingen

1.1

Bestuur en regio

1.2

Participatie

1.2

Democratie

2

Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD)

2

Nationale veiligheid

2.1

Apparaat

2.1

AIVD apparaat

2.2

Geheim

2.2

AIVD geheim

3

Woningmarkt

3

Woningmarkt

3.1

Betaalbaarheid

3.1

Woningmarkt

3.2

Onderzoek en kennisoverdracht

3.1

Woningmarkt

4

Woonomgeving en Bouw

4

Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit

4.1

Energie en bouwkwaliteit

4.1

4.2

Energietransitie en duurzaamheid

Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

4.2

Woningbouwproductie

3.1

4.1

Woningmarkt

Energietransitie en duurzaamheid

4.3

Kwaliteit woonomgeving

1.1

1.2

3.1

4.1

Bestuur en regio

Democratie

Woningmarkt

Energietransitie en duurzaamheid

4.4

Revolverend Fonds Energiebesparing Verhuurders

4.1

Energietransitie en duurzaamheid

5

Ruimte en omgeving

5

Ruimtelijke ordening en omgevingswet

5.1

Ruimtelijke ordening

5.1

Ruimtelijke ordening

5.2

Omgevingswet

5.2

Omgevingswet

6

Dienstverlenende en innovatieve overheid

6

Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

6.2

Informatiebeleid en ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen

1.2

6.2

Democratie

Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving

6.3

Betrouwbare levering van e-overheidsvoorzieningen

6.2

Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving

6.4

Burgerschap

1.2

Democratie

6.5

Reisdocumenten en basisadministratie personen

6.5

Identiteitsstelsel

   

6.6

Investeringspost digitale overheid

7

Arbeidszaken overheid

7

Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

7.1

Overheid als werkgever

7.1

1.2

12

Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

Democratie

Algemeen

7.2

Pensioenen, uitkeringen en benoemingsregelingen

1.2

7.2

Democratie

Pensioenen en uitkeringen

8

Kwaliteit Rijksdienst

7.1

11

Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

Centraal apparaat

9

Uitvoering Rijksvastgoedbeleid

9

Uitvoering Rijksvastgoedbeleid

9.1

Een doelmatige uitvoeringspraktijk van de Rijkshuisvesting

9.1

Doelmatige Rijkshuisvesting

9.2

Beheer materiële activa

9.2

Beheer materiële activa

11

Centraal apparaat

11

Centraal apparaat

12

Algemeen

12

Algemeen

13

Nominaal en Onvoorzien

13

Nog onverdeeld

14

VUT-fonds

   

Beleidsagenda

De beleidsagenda geeft een overzicht van de hoofdlijnen van het beleid. De beleidsagenda wordt afgesloten met de volgende vijf overzichten:

  • Overzichtstabel belangrijkste beleidsmatige mutaties

    In de beleidsagenda is een overzichtstabel opgenomen met de belangrijkste beleidsmatige mutaties;

  • Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven

    In dit overzicht zijn de niet-juridisch verplichte uitgaven opgenomen;

  • Meerjarenplanning Beleidsdoorlichtingen

    In de tabel meerjarenplanning beleidsdoorlichtingen is per artikel voor de periode 2016–2022 opgenomen wanneer een beleidsdoorlichting is gerealiseerd of gepland. De aanvullende informatie wordt opgenomen in bijlage 5 «Evaluatie- en overig onderzoek»;

  • Overzicht van Risicoregelingen

    In de beleidsagenda zijn de tabellen «Garanties» en «Achterborgstellingen» opgenomen. Het betreft de rijkshypotheekgaranties en de achterborgstellingen voor het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW).

  • Was/wordt tabel nieuwe begrotingsstructuur

    De tabel bevat een overzicht van de wijzigingen op artikelonderdeelniveau.

Beleidsartikelen

In de beleidsartikelen staan de beleids- en de financiële informatie over de voorgenomen uitgaven. De begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) bevat acht beleidsartikelen: artikel 1 Openbaar bestuur en democratie, artikel 2 Nationale veiligheid, artikel 3 Woningmarkt, artikel 4 Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit, artikel 5 Ruimtelijke ordening en omgevingswet, artikel 6 Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving, artikel 7 Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid en artikel 9 Uitvoering Rijksvastgoedbeleid.

Een beleidsartikel bestaat uit de volgende elementen:

  • A. Algemene doelstelling

  • B. Rol en verantwoordelijkheid

  • C. Beleidswijzigingen

  • D1. D1. Budgettaire gevolgen van beleid

  • D2. D2. Budgetflexibiliteit

  • E. Toelichting op de instrumenten

Budgetflexibiliteit

De peildatum van de gepresenteerde budgetflexibiliteit (juridisch verplicht) is 1 januari 2019.

Niet-beleidsartikelen

De begroting van BZK bevat drie niet-beleidsartikelen: artikel 11 Centraal apparaat, artikel 12 Algemeen en artikel 13 Nog onverdeeld.

Begroting agentschappen

De begroting van BZK kent acht baten-lastenagentschappen, te weten de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG), Logius, P-Direkt, Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk (UBR), FMHaaglanden (FMH), Shared Service Centrum ICT (SSC-ICT), Rijksvastgoedbedrijf (RVB) en Dienst van de Huurcommissie (DHC).

Bijlagen

De begroting van BZK bevat zes bijlagen: 1) ZBO/RWT’s, 2) Verdiepingsbijlage, 3) Moties en toezeggingen, 4) Subsidieoverzicht, 5) Evaluatie- en overig onderzoek en 6) Specifieke uitkeringen.

Het uitgangspunt is om in de verdiepingsbijlage de beleidsmatige en technische mutaties toe te lichten die groter zijn dan of gelijk zijn aan de ondergrens zoals deze in de Rijksbegrotingsvoorschriften 2018 (RBV 2018) is opgenomen. In het kader van transparantie of anderszins kan het voorkomen dat mutaties beneden deze ondergrenzen ook worden toegelicht.

Begrotingsartikel

Beleidsmatige mutaties

(ondergrens in € mln.)

Technische mutaties

(ondergrens in € mln.)

1. Openbaar bestuur en democratie

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

2. Nationale Veiligheid

Verplichtingen/Uitgaven: 5 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

3. Woningmarkt

Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 20 mln.

Ontvangsten: 5 mln.

Ontvangsten: 10 mln.

4. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit

Verplichtingen/Uitgaven: 2/5 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4/10 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

5. Ruimtelijke ordening en Omgevingswet

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

6. Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

7. Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

8. Kwaliteit Rijksdienst

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

9. Uitvoering Rijksvastgoedbeleid

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

Ontvangsten: 4 mln.

11. Centraal apparaat

Verplichtingen/Uitgaven: 5 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

12. Algemeen

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

13. Nog onverdeeld

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

Duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s)

Het kabinet heeft zich verbonden aan het behalen van de 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDGs) in 2030. In deze begroting is het daarvoor noodzakelijke beleid opgenomen. De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS) coördineert de Nederlandse inzet op de SDGs. Jaarlijks in het voorjaar rapporteert het kabinet over de voortgang; de meest recente SDG-rapportage is 18 mei 2018 naar de Tweede Kamer gestuurd.

2. BELEIDSAGENDA

2.1 Beleidsprioriteiten

Inleiding

BZK staat voor een sterke en levende democratie en een slagvaardig openbaar bestuur waar inwoners uit het hele Koninkrijk op kunnen vertrouwen. Nu en in de toekomst. Als één overheid zorgen we samen met medeoverheden dat mensen in hun dagelijks leven ervaren dat het beter gaat. Dat zij prettig samen kunnen wonen in betaalbare, veilige en energiezuinige woningen in een buurt waar iedereen meetelt en meedoet. We willen dat alle mensen het gevoel hebben dat de overheid er voor hen is.

We zorgen dat mensen samen initiatieven kunnen nemen en dat problemen dicht bij mensen aangepakt worden. Daarbij hebben we oog voor regionale verschillen en kijken over grenzen heen, ook over bestuurlijke grenzen. De grote opgaven van deze tijd pakken we slagvaardig en in samenhang aan, resultaatgericht en met ruimte om te experimenteren. We zoeken de verbinding tussen de lokale democratie en de opgaven in het ruimtelijk-fysieke domein waaronder de woningbouw, energietransitie, bereikbaarheid en natuur en waterveiligheid. Op die manier dragen we bij aan een evenwichtige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De overkomst van de omgevingswet en ruimtelijke ordening naar BZK maakt het mogelijk de regionale ontwikkeling en de bouwopgave integraal aan te sturen.

De afgelopen jaren heeft BZK belangrijke stappen gezet om onze democratie en bestuur aan te passen aan deze tijd. De veranderende rol en inrichting van de overheid vraagt continue aandacht. De informatiesamenleving brengt nieuwe vraagstukken, uitdagingen en kansen voor onze democratie en ons openbaar bestuur. Die handschoen pakken we op, met een ambitieuze digitaliseringsagenda die oog heeft voor de kernwaarden van onze democratie. Tegelijkertijd hebben we aandacht voor de schaduwzijde van de technologie; voor mensen die niet mee kunnen komen, voor cybercrime en voor heimelijke beïnvloeding met valse informatie door statelijke actoren. Waarborgen van de publieke waarden en grondrechten staat aan de basis van het vertrouwen van mensen in de overheid en de democratie. Voor die opgave staat BZK.

Samen meer bereiken als één overheid

De start van het interbestuurlijk programma (IBP) betekent een nieuwe start in de gezamenlijke aanpak van maatschappelijke vraagstukken van nu. Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen werken samen aan de duurzame toekomst van Nederland. Samen pakken we problemen aan die mensen dagelijks ervaren, zoals eenzaamheid en problematische schulden. Het IBP markeert tevens de rol die BZK deze kabinetsperiode op zich neemt: zoeken naar samenhang, verbinding en onbenutte kansen. Het IBP biedt het platform om samen te werken en raakvlakken tussen de grote maatschappelijke opgaven te benutten.

Door de handen ineen te slaan en als één overheid te werken voor mensen in Nederland bereiken we meer. Op die manier moeten mensen weer ervaren dat de overheid er voor hen is. Voor mensen maakt het immers niet uit door welke overheid zij worden geholpen. We putten uit ervaringen die we hebben opgedaan met de decentralisaties in het sociaal domein.

Het idee dat we als één overheid meer kunnen bereiken, passen we ook toe in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), waarin we de langetermijnvisie op de evenwichtige ontwikkeling van de leefomgeving voor Nederland vastleggen. In de NOVI werken we met medeoverheden uit hoe maatschappelijke opgaven de leefomgeving in Nederland veranderen en geven we richting aan de aanpak. We zoeken samenhang tussen ruimtelijke prioriteiten en beschermen en ontwikkelen wat we belangrijk vinden in het landschap.

In het IBP en de NOVI pakken we opgaven gebiedsgericht aan, want we zien regionaal en lokaal grote verschillen in opgaven, problemen en kansen. De woningmarkt in Amsterdam vraagt om andere oplossingen dan de woningmarkt in de Achterhoek. Tegelijkertijd beperken uitdagingen zich niet tot de grenzen van een gemeente of de regio. Zo vraagt de energietransitie aanpassing van landgebruik en van de gebouwde omgeving over grenzen van gemeenten en regio’s heen.

Verbindingen gaan we aan in partnerschap. Met coalities van overheden, zoals gemeenten en provincies, kennis- en onderwijsinstellingen en private partijen organiseren we de aanpak van prioritaire onderwerpen. Gezamenlijk stellen we omgevingsagenda’s op, waarin we de nationale doelen uit de NOVI en de regionale doelen uit provinciale en gemeentelijke omgevingsvisies concreet op elkaar laten aansluiten. Daarmee hebben we een unieke kans om omgevingsvisies in co-creatie op te stellen en verbindingen tussen maatschappelijke opgaven te verzilveren.

In 2018 zijn Regio Deals gesloten die de regionale economische structuur en leefbaarheid van de BES-eilanden, Zeeland, Rotterdam-Zuid en Brainport Eindhoven en rondom ESTEC versterken. In 2019 voeren we deze deals uit en sluiten we nieuwe Regio Deals. De besluitvorming over de Regionale middelen uit het regeerakkoord wordt gecoördineerd door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) in overleg met de Minister van BZK. Ook starten we in 2019 een aantal nieuwe City Deals, waarin steden ruimte krijgen om te experimenteren en te vernieuwen. Zo geven we een impuls aan de economische groei, leefbaarheid en innovatie in de steden.

In coalities van rijkspartijen, medeoverheden, marktpartijen en andere organisaties zetten we rijksvastgoed in om maatschappelijke opgaven te realiseren. Met dit Regionaal Ontwikkelprogramma werken we aan optimaal financieel én maatschappelijk rendement. Dit is ondersteunend aan de strategische opgaven van het regeerakkoord van dit kabinet. Als start hebben we zeven projecten in verschillende regio’s geselecteerd rondom de thema’s duurzaamheid, woningbouwproductie en sociaaleconomische kansen. De lijst met projecten is niet limitatief, maar dient als inspiratie en kan groeien. Op die manier zorgen we voor een brede verankering van de inzet van rijksvastgoed voor rijksdoelen in de regio en dat is goed voor de regio, voor de gebruikers en voor de waarde van het rijksvastgoed.

We stimuleren samenwerking over de landsgrenzen heen om economische groei en sociale en fysieke leefbaarheid te versterken, vooral in grensregio’s. Langs vier samenhangende lijnen doorbreken we barrières, creëren we randvoorwaarden en ondersteunen we kansen en initiatieven. We zorgen dat alle overheden aan beide kanten van de grens beter gebruik maken van de mogelijkheden die internationale organisaties bieden om de samenwerking te verbeteren. Met medeoverheden, koepels en kennisinstellingen én met onze buurlanden werken we aan nieuwe oplossingen. Daarbij hebben we oog voor culturele, economische en bestuurlijke overeenkomsten en verschillen.

Groningen heeft de bijzondere aandacht. Er komt een nieuwe versterkingsaanpak, zodat mensen veilig kunnen wonen in Groningen. Met de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de (waarnemend) Nationaal Coördinator Groningen en de regio werken we deze aanpak uit. We willen de regio een nieuw toekomstperspectief bieden, zodat mensen ervaren dat het beter gaat. Daarom zetten we een ambitieuze meerjarige aanpak van Rijk en regio op met passende investeringen gericht op ruimtelijke-economische structuurversterking en verbetering van de sociale en fysieke leefbaarheid. Daarbij hebben we aandacht voor de energietransitie en de demografische en economische ontwikkelingen.

Vernieuwing van de democratie en openbaar bestuur

Samen meer bereiken, heeft ook gevolgen voor de lokale democratie. De lokale politiek maakt steeds vaker belangrijke keuzes op het gebied van wonen, zorg, energie en leefomgeving. Die keuzes grijpen direct in op het dagelijks leven van de inwoners. In deze tijd willen mensen daarbij betrokken zijn, meepraten, en vooral ook mee doen.

We willen mensen meer mogelijkheden geven om mee te doen in de lokale democratie. We zijn gestart met het Plan van Aanpak Versterking Lokale Democratie en Bestuur (Kamerstukken II 2017–2018, 34 775 VII, nr. 69). Het bouwen van aardgasvrije woningen is de eerste nationale proeftuin waarbij inwoners kunnen meebesluiten over hoe dit vorm krijgt in hun wijk. Ook wil het kabinet het aantal gemeenten dat met Right to Challenge werkt verdubbelen. Bewoners kunnen dan taken van gemeenten overnemen als zij denken dat het anders, beter, slimmer of goedkoper kan. Nog in 2018 starten 10 experimenten waarbij inwoners de exploitatie en het beheer van vastgoed overnemen. We geven meer ruimte voor lokale keuzes en maatwerk in de Gemeentewet en mogelijk ook in aanvullende wet- en regelgeving.

We brengen overheid en het bestuur dichter bij mensen door te zoeken naar nieuwe verbindingen tussen inwoners en hun bestuur. Nu verantwoordelijkheden verschuiven naar het lokale niveau, verschuiven ook de verwachtingen van mensen over lokale politici en bestuurders. Zij vervullen een sleutelrol in de lokale democratie en verdienen goede ondersteuning. Daarom verbeteren we met het actieplan de ondersteuning van lokale politieke ambtsdragers, onder andere met een beter opleidingsaanbod. Met het actieplan vergroten we ook de weerbaarheid van het lokaal bestuur.

Het vertrouwen in de Nederlandse democratie is groot. Dat vertrouwen is geen gegeven. Daar moeten we hard aan blijven werken. De evaluatie van de verkiezingen in 2017 liet zien dat er ruimte voor verbetering is. Daarom voeren we vanaf 2019 een aantal vernieuwingen in het verkiezingsproces door (Kamerstuk 31 142, nr. 83, 33 829, nr. 83). Met deze vernieuwingen vergroten we de transparantie. Iedereen kan voortaan controleren hoe de verkiezingsuitslag is berekend. We maken het stemmen en het stembiljet toegankelijker. We kijken bovendien hoe we onze democratie kunnen aanpassen aan de eisen van deze tijd. We onderzoeken de impact van digitalisering op de nationale en lokale democratie. De Staatscommissie Parlementair Stelsel buigt zich over de vraag of het parlementaire stelsel nog beantwoordt aan de eisen van de tijd. Eind 2018 komt zij met haar rapport. In 2019 gaat het kabinet aan de slag met de uitkomsten van dit onderzoek.

Met een ambitieuze, brede agenda pakken we overheidsbreed onbenutte kansen op die de informatiesamenleving biedt voor vernieuwing van het openbaar bestuur en voor de aanpak van belangrijke maatschappelijke vraagstukken. Deze agenda digitale overheid, genaamd NL DIGIbeter, is onderdeel van de bredere digitaliseringsstrategie van dit kabinet. In NL DIGIbeter staan we een aanpak voor waarin technologische en sociale innovatie hand in hand gaan, met oog voor de kernwaarden van onze democratie. Zo is een belangrijk uitgangspunt dat iedereen mee kan doen. We voeren nationale en internationale dialogen en smeden coalities met medeoverheden, uitvoeringsorganisaties, bedrijven, kennisinstellingen en klankbordgroepen met inwoners en bedrijven. Omdat digitalisering zich niet aan landsgrenzen houdt, werken we nauw samen met andere Europese landen en organisaties.

We investeren in de mogelijkheden van nieuwe technologieën om overheidsdienstverlening en de inrichting van het openbaar bestuur te vernieuwen. We maken de dienstverlening persoonlijker en experimenteren samen met de markt, wetenschap en startups met creatieve oplossingen. Om innovatie te stimuleren, stellen we budget beschikbaar aan overheden en bedrijven voor het oplossen van maatschappelijke vraagstukken die meer dan één overheidsinstantie raken. Daarnaast stimuleren we het gebruik van open data, opensource toepassingen, standaarden en duurzame toegankelijkheid. Verder gaan we het gesprek aan met de initiatiefnemers van het wetsvoorstel Open Overheid om te onderzoeken hoe de verruiming van openheid gestalte kan krijgen zonder hoge kosten voor de organisatie en uitvoering.

We hebben een breed pakket aan digitale voorzieningen, standaarden en afspraken die veilig en betrouwbaar zijn, zoals DigiD en de basisregistraties. Hier zijn we trots op. Dit vormt de solide basis waarop we verder bouwen. Veel voorzieningen vergen een moderniseringsslag, zoals de voorzieningen voor digitaal machtigen en MijnOverheid. We gaan MijnOverheid verbeteren. Mensen en bedrijven moeten op MijnOverheid regie op hun eigen gegevens kunnen voeren, digitale identiteitsmiddelen en machtigingen kunnen regelen en berichten kunnen ontvangen van de overheid én ook kunnen sturen naar de overheid.

Overheden krijgen door de stelselherziening van het omgevingsrecht meer afwegingsruimte om doelen in de leefomgeving te bereiken. Hierdoor wordt de leefomgeving centraal gesteld in beleid, besluitvorming en regelgeving. Regels worden eenvoudiger en inzichtelijker voor mensen en bedrijven en besluitvorming over projecten in de leefomgeving versnelt en verbetert. Daarmee versterken we bovendien de verbinding tussen mensen en overheden. Samen met de Unie van Waterschappen (UvW), de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO) implementeren we de Omgevingswet. Het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO) maakt het contact tussen mensen of bedrijven met overheden eenvoudiger en eenduidiger. Uitgangspunt is toegankelijkheid van informatie voor iedereen. Inwoners, bedrijven en professionals kunnen met hun vragen over omgevingsrecht bij het Informatiepunt terecht. We bereiden alle overheden voor om aan de slag te gaan met het nieuwe stelsel door uitgebreide invoeringsondersteuning.

Het gebruik van bodem- en ondergrondgegevens bij de overheid en particuliere organisaties is de laatste decennia sterk toegenomen, zowel kwalitatief als kwantitatief. Deze gegevens spelen een cruciale rol op uitvoerend niveau, maar zijn ook van belang bij het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Zo zijn deze gegevens nodig om de gevolgen van klimaatverandering te bepalen. BZK is verantwoordelijk voor de grote basisregistraties op dit terrein. De nationale geo-informatieinfrastractuur (NGII) brengen we verder met de realisatie van de Basisregistratie Ondergrond (BRO) en met meer integratie van de geografische (basis)registraties (zoals Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG), Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT), Basisregistratie Waardering Onroerende Zaken (WOZ)). Dit vormt een complexe operatie waarbij de inzet van de uitvoeringsorganisaties, zoals het Kadaster, essentieel is.

In 2017 is de operatie Basisregistratie Personen (BRP) gestopt. Het huidige technische systeem (GBA-V) blijft daardoor langer in gebruik dan voorzien. Gezamenlijk met de stakeholders, gemeenten en andere gebruikers ontwikkelen we een visie op het BRP-stelsel in de toekomst. De eerste beelden zijn hiervoor opgehaald. Volgende stap is het vastleggen van richtinggevende principes op het toekomstige model van de BRP. Deze visiebrief zal in 2020 naar de Tweede Kamer worden gestuurd, waarna we een gezamenlijke ontwikkelagenda formuleren om de visie technisch te realiseren. Daarbij houden we rekening met het BIT-advies en de lessen van de Commissie BRP (Kamerstukken II 2017–2018, 27 859 nr. 124).

Bescherming van de democratie en grondrechten

Onze democratie verdient bescherming tegen ondermijnende invloeden, dreigingen van buitenaf en tegen onbedoelde gevolgen van de informatiesamenleving. De dreiging voor de democratie en nationale veiligheid zal, onder meer door het ontstaan en voortduren van wereldwijde conflicten, de komende jaren niet afnemen. Met de digitalisering nemen ook dreigingen en kwetsbaarheden toe. De cyberdreiging is meervoudig, er is namelijk sprake van digitale spionage, sabotage en van ongewenste buitenlandse inmenging.

Daarnaast blijft de jihadistische-terroristische dreiging aanhouden, die wel van aard verandert en voorlopig niet minder wordt. Vanaf 2019 wordt de nieuwe Geïntegreerde Aanwijzing Inlichtingen en Veiligheid (GA I&V) van kracht. In de nieuwe GA I&V geeft het kabinet aan wat noodzakelijk wordt geacht voor een veilig Nederland, voor een goed geïnformeerde regering en voor de internationale veiligheid. Daarin worden deze en andere relevante dreigingen geadresseerd en bepalen daarmee de inhoudelijke taakuitvoering van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). De GA I&V wordt ieder jaar geëvalueerd.

Cyberdreiging is de dreiging van vandaag en morgen. We constateren dat steeds meer landen heimelijke offensieve digitale operaties uitvoeren. De complexiteit van dergelijke operaties neemt toe. Deze operaties zijn onder andere gericht op het volgen en intimideren van diasporagemeenschappen in Nederland («de lange arm»), de aantasting en ondermijning van politiek-bestuurlijke en democratische besluitvorming en ontvreemding van strategische bedrijfsinformatie of hoogwaardige (technologische) kennis. Met name dit laatste tast het economisch verdienvermogen van Nederland aan. De toename van waargenomen digitale aanvallen op vitale infrastructuur in West-Europa om digitale sabotage mogelijk te maken, is een zorgelijke ontwikkeling. De AIVD werkt nauw samen met de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) om de rijksoverheid en publieke en private organisaties inzicht te kunnen verstrekken over het cyberdreigingsbeeld en (mogelijke) concrete digitale aanvallen. Ook wordt advies verstrekt op het gebied van informatiebeveiliging en schadeherstel.

Om de dreiging van ondermijning en ondemocratische beïnvloeding van het democratisch proces tegen te gaan en om te zorgen voor de veiligheid en integriteit van politieke ambtsdragers, werken we in een gezamenlijke aanpak aan bewustwording, versterking van de informatiepositie en het handelingsperspectief van het lokaal bestuur. Dat doen we onder andere met het Netwerk Weerbaar Bestuur (Kamerstukken II 2017–2018, 28 684, nr. 536), het programma Versterking Lokale Democratie en Bestuur (Kamerstukken II 2017–2018, 34 775 VII, nr. 69) en het Strategisch beraad Ondermijning (Kamerstukken II 2017–2018, 29 911, nr. 207).

Het is vanzelfsprekend dat ook in het digitale tijdperk waarden en grondrechten als veiligheid, privacybescherming, zelfbeschikking en solidariteit voorop staan. Daarom willen we de rechten van mensen en ondernemers beschermen én versterken als die onder druk komen te staan door nieuwe ontwikkelingen, zoals Artificial Intelligence (AI) en toepassing van algoritmen. Hiertoe voeren we het maatschappelijk debat over rechten in de informatiesamenleving en maken we een nationale data agenda waarin staat wat de overheid in zijn geheel gaat doen om (nog) beter om te gaan met persoonsgegevens, open data en big data.

Een samenleving waarin iedereen mee kan doen

BZK staat voor een samenleving waarin iedereen mee kan doen. Dat geldt voor mensen met een beperking, voor mensen die digitaal minder vaardig zijn en mensen die moeite hebben om berichten van diensten van de overheid te begrijpen. Voor die mensen willen we samen met andere betrokken departementen een merkbare verbetering realiseren met het actieprogramma «Onbeperkt meedoen! Implementatie VN-Verdrag inzake de rechten van mensen met een handicap». Zo maken we bijvoorbeeld het verkiezingsproces toegankelijker. Vanaf volgend jaar moeten alle stemlokalen toegankelijk zijn voor kiezers met een lichamelijke beperking. En we voeren gesprekken met relevante organisaties om te kijken of hulp in het stemhokje is toe te staan aan kiezers met een verstandelijke beperking.

We stimuleren overheidswerkgevers een maximale inspanning te leveren om meer mensen met een arbeidsbeperking bij de overheid te behouden en in te laten stromen en zo het ingestelde wettelijk quotum te halen. Alle ministeries hebben een meerjarig plan van aanpak opgesteld om meer banen voor mensen met een arbeidsbeperking te realiseren. We werken samen om de instroom van mensen met een arbeidsbeperking op hbo- of wo-niveau bij het Rijk te versnellen en efficiënter te maken. De Rijkdienst kan haar inkoopkracht benutten om, bijvoorbeeld via Social Return eisen voor leveranciers, de bedrijven waar het mee samenwerkt aan te zetten om mee te doen.

Om mee te kunnen doen, moeten publieke gebouwen goed toegankelijk zijn voor mensen met een beperking. In de praktijk is dat nu niet altijd het geval. Het Rijksvastgoedbedrijf neemt daarom maatregelen in een aantal grote rijkskantoren (ministeriegebouwen) in Den Haag. Andere maatregelen worden de komende tijd bij regulier onderhoud, verbouwingen of grote renovaties meegenomen. Het Rijksvastgoedbedrijf onderzoekt ook of maatregelen in de rest van de vastgoedportefeuille van het Rijk nodig zijn.

Maar de verantwoordelijkheid van BZK gaat verder dan alleen publieke gebouwen. In 2019 voeren we het actieplan uit dat gezamenlijk met de bouwsector, cliëntorganisaties en mensen met een beperking is opgezet om de toegankelijkheid van gebouwen (waaronder woningen) voor mensen met een beperking te verbeteren. Er komen eenduidige richtlijnen voor toegankelijk (ver)bouwen, met het doel om partijen concrete handvatten te bieden voor de vraag wanneer gebouwen voldoende toegankelijk zijn en welke maatregelen zij daartoe kunnen nemen. Ook onderzoeken we of knelpunten in de praktijk moeten leiden tot aanvullende eisen in het Bouwbesluit. We volgen nadrukkelijk de afgesproken acties en de effecten daarvan en sturen waar nodig en mogelijk bij.

Op die manier bevorderen we de rechten van mensen met een beperking die volgen uit het VN-verdrag voor de rechten van personen met een handicap. BZK is als hoeder van de Grondwet breder verantwoordelijk voor mensenrechten. Eind 2019 brengt BZK een Nationaal Actieplan Mensenrechten uit, waarin het kabinet aangeeft hoe het de mensenrechten in Nederland wil beschermen en bevorderen.

Via cursussen en ondersteuning helpen we mensen die moeite hebben met digitalisering. Inwoners en ondernemers krijgen meer mogelijkheden om anderen digitaal te machtigen, zodat anderen namens hen bepaalde zaken met de overheid kunnen regelen. Diensten en communicatie van de overheid moeten zo goed mogelijk aansluiten bij de wensen, verwachtingen en situatie van inwoners en ondernemers. Daarom worden zij actief betrokken bij het verbeteren en ontwikkelen van de overheidsdienstverlening.

Wonen in energiezuinige woningen en in een prettige leefomgeving

De tijd van de dip in de woningmarkt ligt inmiddels achter ons. Sinds het einde van de crisis is het verschil tussen de vraag naar en het aanbod van woningen enorm toegenomen. De woningmarkt wordt steeds krapper, al zijn regionale verschillen nog steeds groot. Tegelijkertijd worden meer bouwvergunningen afgegeven en worden weer meer woningen opgeleverd. Maar het is nog niet genoeg: tot 2025 moeten jaarlijks zo’n 75 duizend woningen van de juiste kwaliteit en passend bij de behoefte worden bijgebouwd.

In Nederland is het altijd passen en meten geweest om ruimte te vinden om te wonen, werken, bewegen en recreëren. De kwalitatieve en kwantitatieve woningbouwopgave is dan ook een belangrijk onderdeel van de NOVI waarin we evenwicht zoeken met ruimtelijke prioriteiten rond energie, mobiliteit, natuur en water. We houden rekening met duurzame landbouw en beschermen open ruimten zoals het Groene Hart, de Waddenzee en de Veluwe. Bovendien verankeren we in de NOVI het ruimtelijk perspectief op vitaal en leefbaar houden van krimpregio’s inclusief het Groninger aardbevingsgebied.

We zijn in gesprek met de regio’s over woningbouw, doorstroming op de woningmarkt, mobiliteit, de leefbaarheid van wijken en vraagstukken gerelateerd aan krimp. Met de regio’s stellen we een ruimtelijk kwaliteitskader op voor woningbouwlocaties. In de Nationale woonagenda hebben we met een breed spectrum aan maatschappelijke partijen afspraken gemaakt om de bouwproductie te versnellen en te vergroten en om de woningvoorraad beter te benutten en betaalbaar te houden (Kamerstukken II 2017–2018, 32 847, nr. 365). Partijen willen deze prioriteiten samen oppakken, ieder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid en expertise.

Als rijksoverheid nemen we belemmeringen zoveel mogelijk weg en maken we ruimte om te experimenteren. We kijken hoe we onderbenutte binnenstedelijke locaties versneld kunnen transformeren voor woningbouw. We passen de Crisis- en herstelwet aan om ruimtelijke plannen sneller uit te voeren en geplande bouwprojecten naar voren te halen door bijvoorbeeld kortere (aanvraag)procedures (Kamerstukken II 2017–2018, 33 118 nr. 102). Verder beschermen we mensen tegen risico’s van de spanning op de woningmarkt. We kijken naar de kwaliteit van woningtaxaties en wijzen consumenten nadrukkelijker op de mogelijkheid om een voorbehoud van financiering of bouwkundige keuring op te nemen in de koopovereenkomst.

De opgave om sneller en meer te bouwen en de bestaande woningvoorraad beter te benutten, ligt primair bij medeoverheden en andere regionale partijen. In de meest gespannen regio’s brengen we in kaart wat we kunnen doen om het aantal bouwplannen te vergroten. Aan andere regio’s bieden we ondersteuning met het expertteam woningbouw. In de regio’s moet ook de vraag beantwoord worden of de woningvoorraad wel past bij de vraag van huishoudens, nu en in de toekomst.

Op het lokale schaalniveau manifesteren problematische situaties en excessen op de woningmarkt zich het eerst. Het gaat dan om discriminatie, malafide verhuurders, excessen als gevolg van toeristische verhuur of bewoning van vakantieparken. Met de betrokken sectoren kijken we hoe dergelijke excessen aangepakt en voorkomen kunnen worden en of gemeenten voldoende sturingsmogelijkheden hebben.

Er zijn nog steeds te weinig huurwoningen in het middensegment. Het is aan de lokale partijen om gezamenlijk afspraken te maken om middenhuur te bouwen, te bestemmen en te behouden. Ook hier ondersteunen we de lokale samenwerkingstafels via het Expertteam Woningbouw. Waar nodig halen we belemmeringen weg. Zo komt er een wetsvoorstel Maatregelen middenhuur met daarin de vereenvoudiging van de markttoets en verduidelijken we de Huisvestingswet. Met lokaal maatwerk kunnen gemeenten specifieke oplossingen voor knelpunten uitwerken.

Sommige huishoudens op de woningmarkt hebben een extra steuntje nodig om geschikte woonruimte te vinden. Binnen het Platform hypotheken bespreken we met de sector knelpunten en oplossingen in de hypotheekverstrekking voor senioren en koopstarters. Met maatschappelijke partners hebben we het Pact voor de Ouderenzorg ondertekend, om ervoor te zorgen dat ouderen en mensen met een beperking in de juiste woning op de juiste plaats wonen (Kamerstukken II 2017–2018, 31 765, nr. 299). Daarnaast willen we de doorstroming vanuit beschermd wonen en maatschappelijke opvang richting zelfstandig(er) wonen bevorderen.

We verbeteren de veiligheid van woningen door de kwaliteit van werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties te verbeteren en versterken de positie van de consument als opdrachtgever in de bouw. In het wetsvoorstel Kwaliteitsborging voor het bouwen (Kamerstukken II 2015–2016, 34 453, nr. 2) vergroten we de aansprakelijkheid van de aannemer na de oplevering van bouwwerken. Belangrijk onderdeel van de wet is dat de gemeente niet langer de kwaliteit van het bouwwerk toetst. Hiervoor komt een onafhankelijke private kwaliteitsborger. Naar aanleiding van de behandeling van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer bezien we hoe we aan nog levende zorgpunten over het wetsvoorstel tegemoet kunnen komen.

De woningopgave is niet los te zien van de noodzakelijke energie- en klimaattransitie en vraagt een integrale aanpak. Woningcorporaties hebben een belangrijke rol in het verwezenlijken van de ambities voor een betaalbare woningmarkt en de energietransitie. Voor de gereguleerde huursector hebben we aan partijen gevraagd om per 1 oktober 2018 een nieuw akkoord af te sluiten. Hierbij betrekken we ook de Vereniging van Institutionele Beleggers in Vastgoed, Nederland (IVBN) en Vastgoed Belang. Om huurwoningen in de sociale sector te verduurzamen kunnen woningcorporaties gebruik maken van de vermindering van de verhuurderheffing, waarvoor het kabinet structureel € 100 mln. heeft vrijgemaakt. Daarnaast krijgen woningcorporaties een tegemoetkoming in het kader van de toegenomen fiscale lasten van woningcorporaties en de woningmarktambities van dit kabinet. Vanaf 2019 verlagen we de verhuurderheffing structureel met € 100 mln., door het tarief te verlagen.

De klimaat- en energietransitie is één van de grootste opgaven voor de ruimtelijke ordening van de komende decennia. Duurzame energie heeft veelal een groter ruimtelijk beslag dan fossiele energie. De transitie heeft daarom een ruimtelijke impact, zowel op land als op zee, boven en onder de grond. Voor het Klimaatakkoord zetten we daarom ruimtelijke expertise in om de ruimtelijke impact van de transitie vroegtijdig in beeld te krijgen en deze mee te wegen in de te nemen beslissingen. De uitkomsten hiervan dienen ook als onderbouwing voor de te maken keuzes in de NOVI. Aansluitend werken medeoverheden en Rijk samen aan Regionale Energiestrategieën, waarin we middels een programmatische aanpak samenwerken om de klimaat- en energietransitie regionaal vorm te geven.

In het regeerakkoord is de ambitie opgenomen om broeikasgassen met 49% te verminderen in 2030 ten opzichte van 1990. Het kabinet heeft dit vertaald naar indicatieve opgaven voor de vijf sectoren: gebouwde omgeving, mobiliteit, landbouw en landgebruik, elektriciteit en industrie. De gebouwde omgeving is goed voor ruim 30% van het totale energieverbruik in Nederland en gebruikt hiervoor circa 90% aardgas. De indicatieve reductieopgave voor 2030 die door de gebouwde omgeving ingevuld moet worden, bedraagt 3,4 megaton koolstofdioxide (CO2). Onze ambitie is om 30.000 – 50.000 woningen per jaar aardgasvrij of aardgasvrij-ready te maken voor het einde van de kabinetsperiode. In het Klimaatakkoord worden in 2018 nadere afspraken gemaakt over de maatregelen die hiervoor nodig zijn. Onderdeel hiervan is een wijkgerichte aanpak die in 2018 reeds gestart is met grootschalige proeftuinen gericht op opschaling en het opdoen van kennis en ervaring. Goede betrokkenheid van bewoners en gebouweigenaren is van groot belang.

Ook woningeigenaren stimuleren we om maatregelen te nemen. Zij kunnen gebruik maken van laagrentende leningen voor energiebesparing uit Het Nationaal Energiebespaarfonds (NEF). Het Rijk zet extra middelen in om geld van banken aan te trekken en aantrekkelijke leningen aan te bieden met name gericht op Verenigingen van Eigenaren (VvE’s). We onderzoeken de mogelijkheden om het NEF verder te verbeteren, onder meer met langere looptijden voor leningen aan VvE’s om zo grote energiezuinige renovaties mogelijk te maken.

In 2019 zetten we verder in om kantoren, scholen, zorginstellingen, sporthallen en andere utiliteitsgebouwen te verduurzamen. Vanaf 2023 mogen kantoren met een oppervlakte van 100m2 of meer, met uitzondering van monumentale panden en enkele andere categorieën, alleen nog gebruikt worden als zij minstens energielabel C hebben (Kamerstukken II, 2016–2017, 30 196, nr. 485). Verdere maatregelen werken we uit in het Klimaatakkoord. We verkennen hoe toekomstig beleid voor de utiliteitsbouw succesvol is in te richten, hoe expertise is op te bouwen en proefprojecten zijn uit te voeren.

Samen met medeoverheden en maatschappelijke partners versnellen we de verduurzaming van het maatschappelijk vastgoed inclusief gebouwen in bezit van het Rijk. Een voorbeeld hiervan is het Innovatieprogramma aardgasvrije en frisse basisscholen. In circa tien pilots worden energie-onzuinige schoolgebouwen verduurzaamd tot aardgasvrije scholen met een goed binnenklimaat. Daarmee doen we ervaring op om de verduurzaming van schoolgebouwen verder op te schalen. We maken het voor aanbieders, scholen en gemeenten makkelijker om te kiezen voor verduurzaming via eenvoudig toe te passen verduurzamingsconcepten. Ook investeren we de komende jaren in de duurzaamheid van het rijksvastgoed. In het project EnergieRijk Den Haag verduurzamen we samen met de gemeente, provincie en marktpartijen de overheidsgebouwen in het centrumgebied van Den Haag.

Een aardgasvrije gebouwde omgeving is een grote opgave en voldoende tempo is nodig om deze doelstelling tijdig te halen. Beschikbare oplossingen zijn vaak nog duur en passen onvoldoende bij de verschillende gebouwtypen en de wensen van de bewoners. Om oplossingen te verbeteren is in 2018 gestart met een innovatieprogramma in samenwerking met het Topconsortium voor Kennis en Innovatie Urban Energy en de Bouwagenda. Naast een innovatieprogramma gericht op onderzoek en ontwikkeling is er ook ruimte voor pilots met eerste prototypes, als voorbereiding op bredere opschaling via de aardgasvrije wijken aanpak.

Een Rijksdienst die met de tijd meegaat vraagt continue aandacht

De opgaven van deze tijd vragen om een sterke Rijksdienst die meegaat met de tijd. Effectiviteit staat daarbij voorop, niet de departementale grenzen. BZK is zowel kadersteller, opdrachtgever als uitvoerder. We pakken kansen op om de bedrijfsvoering te verbeteren en tegelijkertijd kabinetsambities rond verduurzaming en diversiteit te realiseren.

Moderne cao’s met moderne arbeidsvoorwaarden zijn essentieel voor een goed functionerende, toekomstbestendige arbeidsmarkt in de publieke sector. Dit betekent méér ruimte voor maatwerk en keuzevrijheid in de verdeling tussen primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden en investeren in duurzame inzetbaarheid. Onderdeel van de modernisering is de normalisering van de rechtspositie van ambtenaren. Voor het Rijk als werkgever staat 2019 in het teken van de implementatie van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) en de eerste privaatrechtelijke Rijkscao. De implementatie van de Wnra geeft een impuls om binnen de Rijksdienst de samenwerking over departementsgrenzen heen te versterken.

We stimuleren integriteit door in te zetten op een veilige werkcultuur. Daarvoor versterken we de positie van vertrouwenspersonen en doen we onderzoek naar ongewenste omgangsvormen. De samenwerking met andere overheidswerkgevers en relevante partners wordt hierbij voortgezet. De Gedragscode Integriteit Rijk wordt onder andere aangepast aan de invoering van de Wet normalisering ambtelijke rechtspositie.

Voor ons werk is kennis van ICT onmisbaar geworden. Daarom richten we een academie op waar ambtenaren hun kennis en kunde op het terrein van ICT kunnen vergroten. De nieuwe RijksAcademie voor Digitalisering en Informatisering Overheid (RADIO) is begin 2018 begonnen met het eerste aanbod voor beleidsambtenaren. De komende jaren zetten we de organisatie op en breiden we het aanbod uit voor de doelgroepen beleid, uitvoering, toezicht en bedrijfsvoering voor het Rijk en medeoverheden. De Algemene Bestuursdienst (ABD) heeft het voortouw genomen met scholing aan onze topambtenaren. Vanaf 2019 komen daar ook de midden-managers bij.

Maar we werken niet alleen aan moderne arbeidsvoorwaarden. Bij vrijwel alle betrokken partijen groeit het besef dat het huidige overlegmodel van het bovensectorale overleg in de publieke sector aan vernieuwing toe is. Het gesprek over onderwerpen als een krapper wordende arbeidsmarkt en banen voor mensen met een arbeidsbeperking wordt gemist. Aan de Sociaal Economische Raad is gevraagd te verkennen hoe decentrale overheidswerkgevers en onderwijswerkgevers beter zijn te betrekken bij besluitvorming over wetgeving. In 2019 zet het kabinet de gesprekken over de bovensectorale arbeidsverhoudingen met de betrokken sociale partners voort.

Meegaan met deze tijd betekent dat de informatiehuishouding en informatiebeveiliging op orde zijn. Met het programma Rijk aan Informatie (RAI) brengen we de basis voor vindbare en duurzaam toegankelijke overheidsinformatie op orde en maken we overheidsinformatie toekomstbestendig. Waar mogelijk lossen we knelpunten in de informatiehuishouding geautomatiseerd op. In 2019 versterken we de informatiehuishouding en richten we onze aandacht op het overbrengen, bewaren, archiveren of vernietigen van digitale informatie. We verbeteren de samenwerking en het versterken rol van de medewerker in de informatiehuishouding.

De Algemene Rekenkamer heeft rijksbreed een aanzienlijk aantal onvolkomenheden vastgesteld op het gebied van informatiebeveiliging over de laatste jaren. We werken uit hoe we de aanbeveling van de Algemene Rekenkamer over het versterken van de centrale rol voor BZK/CIO Rijk vorm kunnen geven, als systeemverantwoordelijke en als vormgever van architectuur en infrastructuur op het gebied van informatiebeveiliging. In het najaar van 2018 sturen we een kamerbrief met de nadere uitwerking.

In de afgelopen jaren is gebouwd aan een gemeenschappelijke rijksbrede bedrijfsvoering. De vorming van shared service organisaties (SSO’s) was hiervan onderdeel, vooral ingegeven vanuit kostenbesparingen. Steeds meer springt in het oog dat de bedrijfsvoering op afstand van het primaire proces is geplaatst. Dit heeft consequenties voor de ervaren kwaliteit van dienstverlening. We werken aan het structureel op orde krijgen van de basis per SSO. In dit kader is een quickscan uitgevoerd bij UBR, met SSO-breed toepasbare aanbevelingen, en is opdracht gegeven voor een doorlichting van SSC-ICT. Gelijktijdig gaat het ook om resultaten te halen in onderlinge samenwerking tussen SSO’s, opdrachtgevers en in wisselwerking met beleid. We werken aan meer voorspelbare en transparante tarieven en integrale dienstverlening in klantnabijheid. Waar mogelijk met inzet van bewezen innovatieve technieken en aanpakken.

De eisen die aan het rijksvastgoed worden gesteld zijn de afgelopen jaren flink toegenomen. Dit zal de komende jaren niet minder worden. Er staan investeringen gepland in de kantorenportefeuille in Utrecht, Enschede, Zwolle, Leeuwarden, Rotterdam en Eindhoven en aan de rechtbanken Arnhem, Den Bosch, Den Haag en Amsterdam. Andere grote projecten zijn de nieuwbouw voor het European Medicines Agency (EMA) en de renovatie van het Binnenhof. Naast de reguliere verkoop- en onderhoudsopdracht zetten we rijksvastgoed in voor maatschappelijke opgaven. De verwachting van onze omgeving (opdrachtgevers en beleidsbepalers) is groot. Met het integraal programma brengen we de vraag voor de komende jaren in kaart en brengen we deze meer in balans met de capaciteit van het Rijksvastgoedbedrijf en de toenemende spanning op de bouw- en vastgoedmarkt. Hiervoor maken we meerjarige afspraken met de grote klanten van het Rijksvastgoedbedrijf en ontwikkelen we met marktpartijen tijdig een gezamenlijke aanpak voor de uitvoering.

In 2019 starten we met de uitvoering van de geactualiseerde masterplannen. Bij de actualisatie zijn rijksbrede thema’s, onder meer op het terrein van verduurzaming van de gebouwde omgeving, maatschappelijk gewenste gebiedsontwikkeling, en herbestemming en herontwikkeling van het rijksvastgoed voor maatschappelijke doeleinden meegenomen. Hierbij wordt een optimaal financieel en maatschappelijk rendement in het oog gehouden. De masterplannen worden daarbij meer vanuit een integraal bedrijfsvoeringperspectief ingericht met aandacht voor facilitair management, beveiliging en ICT-voorzieningen.

2.2 Belangrijkste beleidsmatige mutaties

Belangrijkste beleidsmatige mutaties t.o.v. vorig jaar (ontvangsten, uitgaven en niet-belastingontvangsten)

Uitgaven

Opbouw uitgaven (bedragen x € 1.000)
 

art. nr.

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Stand ontwerpbegroting 2018 (inclusief NvW)

 

5.455.381

5.456.705

5.417.979

5.515.872

5.649.652

0

               

Stand ontwerpbegroting 2018 (na ISB)

 

5.550.381

5.456.705

5.417.979

5.515.872

5.649.652

0

               

Mutatie 1e suppletoire begroting 2018

 

224.925

47.104

18.061

22.057

– 36.492

0

               

Belangrijkste mutaties

             

1) Afdracht NHG 2017

3

30.608

0

0

0

0

0

2) Kasschuif STEP

4

– 75.000

– 69.000

144.000

0

0

0

3) Kasschuif SEEH

4

– 13.000

13.000

0

0

0

0

4) Kasschuif NEF

4

0

10.000

– 10.000

0

0

0

5) Kasschuif Energielabel

4

– 3.500

3.500

0

0

0

0

6) Kasschuif BRO

5

– 4.917

1.121

882

1.869

1.045

0

7) Kasschuif projecten BIRK en Nota Ruimte

5

– 9.650

– 1.070

5.789

400

3.360

1.171

8) Kasschuif omgevingswet (bijdrage medeoverheden)

5

– 9.177

9.177

0

0

0

0

9) Bijdrage eID OCW

6

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

10) Klimaatenvelop

8

2.250

0

0

0

0

0

11) Evaluatie FMHaaglanden

11

4.453

4.752

4.943

4.943

4.943

4.943

12) Kasschuif vennootschapsbelasting (VPB)

12

0

– 2.500

2.500

0

0

0

               

Overige mutaties

 

3.723

6.717

238

2.651

4.901

5.769.267

               

Stand ontwerpbegroting 2019

 

5.703.096

5.481.506

5.586.392

5.549.792

5.629.409

5.777.381

Toelichting

1) Afdracht NHG 2017

De Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) betaalt jaarlijks een achtervangvergoeding voor de Nationale Hypotheek Garantie (NHG). De jaarlijkse vergoeding wordt gestort in de daarvoor bestemde risicovoorziening NHG. De afdracht over het boekjaar 2017 bedraagt € 30,6 mln.

2) Kasschuif STEP

Eerder is de aanvraagperiode voor subsidie binnen de Stimuleringsregeling energieprestatie huursector (STEP) verlengd tot en met 2018. Een vastgestelde subsidie wordt pas uitbetaald als het energielabel in het register is aangepast. Dit moet uiterlijk binnen twee jaar geschieden. Het kasritme is aangepast naar de verwachte uitbetalingen in de periode 2018–2020.

3) Kasschuif SEEH

Binnen de middelen voor de Subsidie energiebesparing eigen huis (SEEH) wordt het deel voor verenigingen van eigenaren op basis van de meest recente prognoses van het aantal aanvragen doorgeschoven naar 2019.

4) Kasschuif NEF

De geplande bijdrage aan het Nationaal Energiebespaarfonds (NEF) voor 2020 wordt een jaar eerder beschikbaar gesteld.

5) Kasschuif Energielabel

Op 1 januari 2020 worden de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG) van kracht. In het kader daarvan wordt momenteel gewerkt aan de nieuwe bepalingsmethode energieprestatie. Hierdoor zijn de aanpassingen aan het energielabel in de tijd zijn verschoven en wordt een deel van de beschikbare middelen doorgeschoven naar 2019.

6) Kasschuif BRO

Bij 1e suppletoire begroting 2018 zijn middelen voor Basisregistratie ondergrond (BRO)overgeheveld vanuit het Deltafonds naar de begroting van BZK. Op basis van de vier voorziene tranches in de periode 2018–2022 zijn de beschikbare middelen in het verwachte kasritme gezet.

7) Kasschuif projecten BIRK en Nota Ruimte

De middelen voor de projecten BIRK en Nota Ruimte zijn op basis van recente inzichten in het verwachte kasritme gezet. De voortgang van deze langlopende projecten laat zien dat de volgtijdelijkheid van werkzaamheden, in verband met bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid in het gebied, niet meer binnen de overeengekomen einddatum zullen worden afgerond. De resterende subsidiebedragen komen hiermee ook later tot betaling.

8) Kasschuif omgevingswet (bijdrage medeoverheden)

Bij 1e suppletoire begroting 2018 zijn middelen voor de omgevingswet overgeheveld vanuit het Infrastructuurfonds. Op basis van de verwachte bijdragen aan ontwikkelpartners is een deel van het budget doorgeschoven naar 2019.

9) Bijdrage eID OCW

Dit betreft de structurele bijdrage van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) aan de stelselkosten eID.

10) Klimaatenvelop

Vanuit de klimaatenvelop uit het regeerakkoord is er voor klimaat (CO2-reductie) en de circulaire transitie in 2018 € 2,25 mln. beschikbaar voor de Rijksinkoop. Een deel daarvan wordt nu aangewend voor CO-2 meting en grootschalig onderhoud inkoopcriteria.

11) Evaluatie FMHaaglanden

Dit betreft overboekingen van/naar diverse departementen, als uitvloeisel van de evaluatie centrale bekostiging FMHaaglanden zoals besloten in de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijksdienst (ICBR).

12) Kasschuif vennootschapsbelasting (VPB)

Dit betreft een kasschuif die samenhangt met de kasschuif van de veiling van locaties van benzinestations (zie ontvangsten). Door een verschuiving in de ontvangsten uit de veiling van benzinestation locaties, vindt er ook een verschuiving plaats in het kasritme van de verschuldigde VPB.

Ontvangsten

Opbouw ontvangsten (bedragen x € 1.000)
 

art. nr.

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Stand ontwerpbegroting 2018 (inclusief NvW)

 

668.894

716.513

706.924

655.538

642.538

0

               

Stand ontwerpbegroting 2018 (na ISB)

 

668.894

716.513

706.924

655.538

642.538

0

               

Mutatie 1e suppletoire begroting 2018

 

140.974

– 13.962

– 5.656

17.228

12.936

0

               

Belangrijkste mutaties

             

1) Afdracht NHG 2017

3

30.608

0

0

0

0

0

2) Kasschuif veiling locaties benzinestations

9

0

– 10.000

10.000

0

0

0

3) Desaldering ontvangsten GDI

12

0

– 15.000

– 15.000

– 15.000

– 15.000

0

               

Overige mutaties

 

311

1.886

0

0

0

634.474

               

Stand ontwerpbegroting 2019

 

840.787

679.437

696.268

657.766

640.474

634.474

Toelichting

1) Afdracht NHG 2017

De Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) betaalt jaarlijks een achtervangvergoeding voor de Nationale Hypotheek Garantie (NHG). De jaarlijkse vergoeding wordt gestort in de daarvoor bestemde risicovoorziening NHG. De afdracht over het boekjaar 2017 bedraagt € 30,6 mln.

2) Kasschuif veiling locaties benzinestations

De veiling van ieder afzonderlijke locatie voor een benzinestation langs een rijksweg geschiedt één keer per 15 jaar. Vanwege een temporisering in eerdere jaren wordt de ontvangstenraming voor 2019 verlaagd en voor 2020 verhoogd.

3) Desaldering ontvangsten GDI

Bij het samenstellen van de aanvullende post GDI in 2015 is besloten € 15 mln. structureel op de begroting van BZK als ontvangst te boeken. Dit had als doel deze middelen via een doorbelasting op te halen bij belanghebbenden. Inmiddels is de doorbelasting georganiseerd middels facturatie vanuit de uitvoerder. Hiermee is de ontvangstenreeks op de begroting BZK niet meer nodig.

2.3 Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven

Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven en bestemming (bedragen x € 1.000)

Art.nr.

Naam artikel (totale uitgaven per artikel)

Juridisch verplichte uitgaven

Niet-Juridisch verplichte uitgaven

Bestemming van de niet-juridisch verplichte uitgaven

1

Openbaar bestuur en democratie (59.323)

48.939 (82%)

10.384 (18%)

Verbinding inwoner en overheid (5.231)

Bestuur en regio (2.532)

Politieke partijen (891)

Overig (1.730)

4

Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit (209.008)

206.585 (99%)

2.423 (1%)

Bouwregelgeving en bouwkwaliteit (1.637)

Energietransitie en duurzaamheid (550)

Overig (236)

5

Ruimtelijke ordening en omgevingswet (102.919)

86.638 (84%)

16.281 (16%)

Aan de slag (9.136)

Programma Ruimtelijk Ontwerp (1.189)

Ruimtelijk instrumentarium (933)

Eenvoudig Beter (950)

Basis Registratie Ondergrond (826)

Overig (3.247)

6

Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving (174.479)

83.960 (48%)

90.519 (52%)

Doorontwikkeling en innovatie digitale overheid (56.943)

Overheidsdienstverlening (10.191)

Identiteitsstelsel (8.838)

Informatiebeleid en -samenleving (6.458)

Overig (8.089)

7

Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid (33.427)

24.853 (74%)

8.574 (26%)

Betreft contracten Kandidatenprogramma opleidingen, DG-abelen en ABD doelgroepopleidingen, informatiesysteem doelgroepen, professionalisering MD Rijk en kosten profesionalisering Interim-managers (2.284)

Werkgeversbeleid (2.532)

Bedrijfsvoeringsbeleid (2.198)

FMHaaglanden (kwaliteitsverbetering) (1.528)

9

Uitvoering Rijksvastgoedbeleid (117.329)

107.839 (92%)

9.490 (8%)

Een deel van de middelen voor onderhoud- en beheerskosten is juridisch verplicht a.g.v. afspraken met de markt. Het niet verplichte deel zal worden ingezet voor onderhoud en beheer (3.825)

Het overgrote deel van de overige middelen is juridisch verplicht a.g.v. afspraken met de markt. Het restant is niet vrij beschikbaar omdat hiermee wordt bijgedragen aan het apparaat van het Rijksvastgoedbedrijf (o.a. Atelier Rijksbouwmeester) (5.665)

Totaal aan niet verplichte uitgaven

137.671

 

2.4 Meerjarenplanning Beleidsdoorlichtingen

Meerjarenplanning Beleidsdoorlichtingen
   

(realisatie)

(planning)

Geheel artikel-onderdeel?

Artikel

Naam artikel

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

1

Openbaar bestuur en democratie

               

1.1

Bestuur en regio

 

       

Ja

1.2

Democratie

 

       

Nee

2

Nationale veiligheid

             

NVT

3

Woningmarkt

               

3.1

Woningmarkt

         

 

Ja

4

Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit

               

4.1

Energietransitie en duurzaamheid

       

   

Ja

4.2

Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

       

   

Ja

5

Ruimtelijke ordening en omgevingswet

               

5.1

Ruimtelijke ordening

     

     

Ja

5.2

Omgevingswet

     

     

Ja

6

Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

               

6.2

Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving

     

     

Ja

6.5

Identiteitsstelsel

   

       

Ja

6.6

Investeringspost digitale overheid

       

   

Ja

7

Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

               

7.1

Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

 

     

Ja

7.2

Pensioenen en uitkeringen

 

         

Nee

9

Uitvoering Rijksvastgoedbeleid

               

9.1

Doelmatige Rijkshuisvesting

       

   

Nee

9.2

Beheer materiële activa

     

     

Nee

Toelichting:

1.2 Democratie

De Kiesraad en de (subsidie) Politieke partijen worden niet door het ministerie geëvalueerd vanwege hun onafhankelijke positie.

2. Nationale veiligheid

Met ingang van 1 mei 2018 is de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (WiV 2017) van kracht geworden. Een beleidsdoorlichting is voor begrotingsartikel 2 (Rijksbegroting, hoofdstuk VII) op grond van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (WiV 2017) niet mogelijk. In dit kader wordt ook verwezen naar de artikelen 12, lid 3 en artikel 23 van de WiV 2017.

3.1 Woningmarkt

In dit artikel zitten ook de uitgaven voor onderzoek en kennisoverdracht besloten die niet specifiek gericht zijn op een bepaald beleidsdossier maar die ook betrekking hebben op zowel beleidsartikel 3 als 4

4.1 Energietransitie en duurzaamheid

De beleidsdoorlichting van het onderdeel Energietransitie gebouwde omgeving is gepland in 2021 en zal onder meer betrekking hebben op de realisatie van de doelen voor 2020 van het Energieakkoord. In deze beleidsdoorlichting worden de evaluaties van de Stimuleringsregeling energieprestatie huursector (STEP), het Nationaal Energiebespaarfonds (NEF), de Subsidieregeling energiebesparing eigen huis (SEEH) en het Revolverend fonds energiebesparing verhuurders (met betrekking tot de leningen en de uitvoeringskosten) meegenomen.

4.2 Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

De beleidsdoorlichting van het onderdeel Bouwkwaliteit is gepland in 2021. Hierin zal onder meer gekeken worden naar het proces van de incorporatie van de bouwregelgeving in de Omgevingswet, waarvan inwerkingtreding is voorzien voor 2021.

De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen – waarvan het voorstel op 11 juli 2017 op verzoek van de Minister is aangehouden door de Eerste Kamer – zal drie jaar na inwerkingtreding geëvalueerd worden. Deze evaluatie kan niet worden meegenomen in de voorziene beleidsdoorlichting voor Bouwkwaliteit in 2021.

6.6 Investeringspost digitale overheid

Artikel 6.6 betreft de Investeringspost voor doorontwikkeling en innovatie van de digitale overheid. De besluitvorming over besteding van deze middelen is onderdeel van de governance voor de digitale overheid. Het Instellingsbesluit sturing digitale overheid, waaronder de bepaling van de gezamenlijke middelen, wordt na één jaar geëvalueerd. De uitkomsten van deze evaluatie worden meegenomen in de evaluatie in 2020 over de besteding van de middelen. Deze resultaten zijn input voor de beleidsdoorlichting van artikelonderdeel 6.6 op basis waarvan zal worden besloten over continuering van de Investeringspost als apart artikelonderdeel.

7.1 Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

Vanaf 2019 bestaat artikel 7 uit een aantal onderdelen die in vorige begrotingen nog separaat zijn gepresenteerd. Voor 2018 wordt het onderdeel Overheid als werkgever geëvalueerd. Terwijl voor 2019 het aspect Kwaliteit Rijksdienst wordt doorgelicht. Hierbij worden de subsidies Fysieke Werkomgeving Rijk en het A&O-fonds betrokken. Verder zal ingegaan worden op de budgetten op deze begroting voor de aspecten Bedrijfsvoering Rijk en Arbeidsmarkt Communicatie. Omdat het Bureau ICT Toetsing (BIT) pas sinds 2016 operationeel is, wordt deze pas in 2020 voor het eerst doorgelicht. In 2018 staat voor het BIT een tussenevaluatie gepland die wordt meegenomen in de beleidsdoorlichting in 2019. Een volgende doorlichting zal een integraal beeld geven van dit nieuwe artikel.

7.2 Pensioenen en uitkeringen

Voor beleidsartikel 7.2 geldt dat pensioenen en uitkeringen zich niet laten toetsen op doeltreffendheid en ten dele op doelmatigheid.

9. Uitvoering Rijksvastgoedbeleid

De instrumenten op dit artikel hebben betrekking op de ondersteuning voor Rijkshuisvesting en het onroerend goed van en voor het Rijk. Voor de moederbijdrage geldt dat dit geen beleidsmatige doelstellingen kent en zich daarom niet leent voor een doorlichting in de zin van doelmatigheid en doeltreffendheid. Verder geldt dat voor artikelonderdelen 9.1 en 9.2 nu verscheidene evaluaties staan gepland in 2018 t/m 2020 welke dienen als basis voor de doorlichtingen die in respectievelijk 2020 en 2021 in de planning zijn opgenomen. Tenslotte is het Kader Overname Rijksvastgoed (KORV) bij verkoop geïntroduceerd in (medio) 2014 en wordt in 2020 doorgelicht. Deze doorlichting stond aanvankelijk in 2019 gepland, maar wordt thans gecombineerd met de doorlichting van artikelonderdeel 9.2

Voor een overzicht van de gerealiseerde beleidsdoorlichtingen en evaluaties wordt verwezen naar de meest recente jaarverslagen en/of de site van het Ministerie van Financiën: http://www.rijksbegroting.nl/beleidsevaluaties.

Voor de meerjarenplanning van de beleidsdoorlichtingen en evaluaties wordt verwezen naar de bijlage bij deze begroting: «Evaluatie- en overig onderzoek». Voor de gerealiseerde beleidsdoorlichtingen en overige evaluaties zijn hyperlinks opgenomen die meteen verwijzen naar de betreffende documenten.

2.5 Overzicht van Risicoregelingen

Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande garanties 2017

Geraamd te verlenen 2018

Geraamd te vervallen 2018

Uitstaande garanties 2018

Geraamd te verlenen 2019

Geraamd te vervallen 2019

Uitstaande garanties 2019

Totaal plafond

Artikel 71

(Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid)

Rijkshypotheekgaranties

29

0

6

23

0

6

17

170

                   

Totaal

 

29

0

6

23

0

6

17

170

X Noot
1

Tot en met 2017 viel dit onder artikel 3 van begrotingshoofdstuk 18 – Wonen en Rijksdienst. In 2018 viel dit onder artikel 8 van begrotingshoofdstuk 7 – Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Toelichting

Het betreft de aflopende regeling Rijkshypotheekgaranties. Bij beschikking van 23 augustus 1974, nr. AB74/U1271, van de Minister van Binnenlandse Zaken, is de mogelijkheid gecreëerd om onder bepaalde voorwaarden een hypotheekgarantie te verlenen voor tijdige betaling van rente en aflossing op een hypothecaire geldlening, die in verband met de aankoop van een woning is afgesloten. Er zijn nog 2 garanties geldig. De laatste garantie vervalt in 2024. Het theoretische risico bedraagt € 17.000. Voor deze garantie is geen begrotingsreserve aanwezig en wordt geen premie afgedragen als vergoeding voor de afgegeven garantie.

Overzicht achterborgstellingen

Achterborgstelling Sociale Woningbouw (WSW) (bedragen x € 1 mln.)

Omschrijving

2017

2018

2019

Achterborgstelling

81.000

82.800

85.700

Bufferkapitaal (Fondsvermogen)

407

351

290

Obligo

3,1 mld.

3,1 mld.

3,1 mld.

Stand risicovoorziening

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Bron: WSW

Toelichting

Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) staat borg voor de leningen die deelnemende woningcorporaties aantrekken voor de bouw van sociale huurwoningen. Het WSW zorgt er op die manier voor dat deelnemende woningcorporaties toegang hebben tot de kapitaalmarkt tegen zo optimaal mogelijke financieringskosten.

De borgstelling is ingebed in een zekerheidsstructuur waarbij verliezen opgevangen worden door de sector zelf (sanering, obligo of eigen risicovermogen van het WSW). Indien deze zekerheden niet toereikend zijn, dan kan het WSW aanspraak doen op het Rijk en de gemeenten – als achterborg – voor renteloze leningen (ieder voor 50%). Deze situatie heeft zich nog nooit voorgedaan en wordt op basis van de huidige prognose ook niet verwacht. Het WSW betaalt geen achtervangvergoeding aan het Rijk en gemeenten.

Het WSW stuurt op een zekerheidsniveau van 99%. Dit betekent dat het WSW in een bepaald jaar met 99% zekerheid geen beroep hoeft te doen op de achtervang. Uit de prognoses volgt dat het obligo de komende jaren ongeveer op hetzelfde niveau blijft. De achterborgstelling neem iets toe. Voor het bufferkapitaal wordt in 2019 net als in 2018 een daling voorzien. Dit heeft te maken met de uitgaven die WSW voorziet op basis van de verplichtingen die zij is aangegaan voor woningcorporaties die niet aan hun verplichtingen kunnen voldoen.

De cijfers in de tabel betreffen voorlopige cijfers die (nog) geen onderdeel uitmaken van de jaarrekeningverantwoording van het WSW.

Achterborgstelling Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) (bedragen x € 1 mln.)

Omschrijving

2017

2018

2019

Gegarandeerd vermogen

198.000

202.350*

208.600*

Risicodragend gegarandeerd vermogen

10.300

Geen prognose beschikbaar

Geen prognose beschikbaar

Bufferkapitaal (Fondsvermogen)

1.104

1.248*

1.381*

Obligo

n.v.t.

n.v.t

n.v.t.

Stand risicovoorziening

106,9

137,6*

164,6*

Bron: WEW Jaarverslag 2017, WEW Liquiditeitsprognose 2018–2023 en gegevens WEW en BZK (* = prognose)

Toelichting

Het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) staat borg voor hypothecaire leningen afgesloten met een Nationale Hypotheekgarantie (NHG). Het Rijk is de achtervanger bij het WEW. Dit betekent dat het Rijk zich verplicht heeft gesteld om zodra het fondsvermogen van het WEW onder de grens van 1,5 keer het vijfjaarsgemiddelde van het verliesniveau valt, een achtergestelde renteloze lening te verschaffen. Voor gevallen tot 2011 is het Rijk samen met de gemeenten voor 50% achtervanger, vanaf 1 januari 2011 is alleen het Rijk achtervanger. Een geldnemer betaalt voor een hypothecaire lening met NHG een eenmalige premie aan het WEW, waarvan het WEW een deel afdraagt aan het Rijk als vergoeding voor diens rol als achtervanger. Deze achtervangvergoeding wordt gestort in de in de tabel genoemde risicovoorziening waaruit een eventuele aanspraak op de achtervang allereerst zal worden opgevangen.

Het gegarandeerd vermogen is het bedrag aan hypotheken waarop een NHG-garantie is afgegeven verminderd met het bedrag aan garanties dat is vervallen door volledige aflossing, oversluiting of gedwongen verkoop en verminderd met de annuïtaire daling van de garantie. Het door WEW gegarandeerde vermogen groeit de komende jaren. Deze toename komt door het hoge aantal transacties en de stijgende prijzen op de koopmarkt en de hieruit volgende groei van het aantal nieuwe NHG garanties. Het gegarandeerd vermogen is geen weergave van het risico dat het WEW en de overheid (als achtervang van het fonds) lopen. Tegenover de hypothecaire leningen staat de actuele waarde van de desbetreffende woningen. Ook heeft de borgstelling enkel betrekking op een eventuele restschuld bij gedwongen verkoop. Het risicodragend gegarandeerd vermogen is het vermogen gecorrigeerd voor deze factoren en is daarmee een inschatting van de maximale schadelast voor het WEW als alle lopende hypotheekgaranties uitmonden in een gedwongen verkoop. Eind 2017 bedroeg het risicodragend gegarandeerd vermogen € 10,3 mld.

Het bufferkapitaal van het WEW neemt de komende jaren naar verwachting toe en verbetert zo de solvabiliteit van het fonds. Hierdoor ontstaat een buffer voor toekomstige aanspraken op het waarborgfonds.

3. BELEIDSARTIKELEN

3.1 Artikel 1. Openbaar bestuur en democratie

A Algemene doelstelling

Een goed functionerende democratie en een slagvaardig en weerbaar openbaar bestuur waar inwoners op kunnen vertrouwen.

B Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het functioneren van het stelsel van het openbaar bestuur. Die verantwoordelijkheid richt zich op de bestuurlijke verhoudingen, het medebeheer van het Gemeentefonds en het Provinciefonds en interbestuurlijk toezicht. De Minister van BZK is verantwoordelijk voor de bestuurlijke organisatie (de Grondwet, de Gemeente- en Provinciewet, de Financiële verhoudingswet en de Wet gemeenschappelijke regelingen). In het regeerakkoord van het kabinet Rutte-III zijn op dit vlak ambitieuze beleidsvoornemens geformuleerd. Maatschappelijke opgaven spelen steeds vaker op meerdere schaalniveaus tegelijk en oplossingen liggen niet binnen het bereik van één overheidslaag. Een toenemend aantal maatschappelijke opgaven is alleen op te lossen wanneer gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk als één overheid samenwerken richting partners. Samenwerking vindt ook in toenemende mate plaats op regionaal niveau. Vrijwel overal in Nederland zijn regionale coalities van overheden en andere partijen op zoek naar passende governance arrangementen om aan te sluiten op hun regionale opgaven. De Minister van BZK draagt er samen met medeoverheden zorg voor dat het openbaar bestuur in staat is om op deze veranderingen in te spelen. BZK biedt ruimte voor maatwerk in de werkwijze en inrichting van het openbaar bestuur. Dit komt onder andere tot uiting in de ontwikkeling en uitvoering van Agenda Stad. Dit programma richt zich op het (bevorderen van) groei, leefbaarheid en innovatie in Nederlandse steden door middel van City Deals.

Een belangrijke pijler van de legitimiteit van het Nederlandse openbaar bestuur is het democratische en rechtsstatelijke gehalte van de publieke besluitvorming en beleidsvoering. De Minister van BZK waarborgt het functioneren van het constitutionele bestel, waaronder het stelsel van de representatieve democratie. Daarbij gaat het in de eerste plaats om de verkiezingen (de Kieswet) voor vertegenwoordigende lichamen op de verschillende bestuurlijke niveaus.

De Minister van BZK werkt verder aan het versterken van de (lokale) democratie. De Minister van BZK voert daarbij de regie, stimuleert en faciliteert betrokken partijen en draagt zorg voor kennisontwikkeling en -verspreiding langs drie lijnen:

  • 1. Versterking van de verbinding tussen inwoners en hun overheid.

  • 2. Betere toerusting en ondersteuning van politieke ambtsdragers.

  • 3. Een weerbaar bestuur.

C Beleidswijzigingen

Interbestuurlijk programma

Het kabinet Rutte-III heeft in het Regeerakkoord op verschillende thema’s ambities geformuleerd voor samenwerking tussen het kabinet en de medeoverheden. Daarom is onder regie van de Minister van BZK een interbestuurlijk programma (IBP) gestart (Kamerstukken II 2017–2018, 29 362, nr. 266). Met de ondertekening van de programmastart IBP hebben het Rijk en de medeoverheden een brede basis gelegd voor de samenwerking op urgente maatschappelijke opgaven in deze kabinetsperiode. Departementen en medeoverheden werken met het IBP met verschillende snelheden aan uitwerkingsafspraken en mijlpalen. Per maatschappelijke opgave komen er verschillende akkoorden, afspraken en acties. Met het IBP bevordert BZK dat de bestuurlijke afspraken ook daadwerkelijk leiden tot concrete resultaten op lokaal niveau en in de regio. BZK is verantwoordelijk voor het bewaken van de voortgang van de maatschappelijke opgaven (monitoring), het signaleren en agenderen van knelpunten, onbenutte kansen en raakvlakken tussen de opgaven. Dit gebeurt op integrale wijze doordat er periodiek een kabinetsdelegatie met de koepels samenkomt om de voortgang te bespreken. Ook bij onvoorziene omstandigheden gaan het Rijk en medeoverheden met elkaar in gesprek.

Gebiedspecifieke aanpak

Het is belangrijk dat de uitwerking van de maatschappelijke opgaven die zijn beschreven in het IBP gebiedsgericht vorm krijgt. De samenhang van opgaven in gebieden en hun specifieke context (gebieden verschillen in toenemende mate van elkaar) vraagt om een aanpak, waarbij sectorale belangen, instrumenten en effecten samenkomen. Het gaat om het bieden van maatwerk en meerjarig partnerschap van het Rijk.

Daarnaast is in deze regeerperiode een Regio Envelop beschikbaar gesteld. Het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) coördineert, in overleg met het Ministerie van BZK en de betrokken vakdepartementen, de zorg voor de begeleiding van de proposities van gebieden, de weging en besluitvorming van voorstellen alsmede de uitwerking daarvan in Regio Deals. Voorts heeft BZK een rol bij de uitvoering en monitoring van de nieuwe Regio Deals, zoals ook voor de gebieden waar in 2018 een deal overeengekomen is (o.a. Zeeland, Rotterdam Zuid en Eindhoven).

Toekomst Toezicht

In het IBP is met het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) afgesproken te werken aan vernieuwing van het interbestuurlijk en financieel toezicht, zodat het toezicht zo effectief mogelijk is en passend is bij een gezamenlijke aanpak van maatschappelijke opgaven. In 2018 is gestart met de uitwerking van deze afspraak en in goede samenspraak werken het Rijk, provincies en gemeenten aan een strategische agenda voor de toekomst van het toezicht. De acties die nodig zijn om tot de modernisering van het toezicht te komen worden in 2019 verder opgepakt.

Wet Raadgevend Referendum

In december 2017 is conform het regeerakkoord het wetsvoorstel tot intrekking van de Wet raadgevend referendum ingediend. In februari 2018 is dit wetsvoorstel aangenomen door de Tweede Kamer, waarna in juli 2018 het wetsvoorstel is aangenomen door de Eerste Kamer (Handelingen I 2017–2018, nr. 38).

Versterking lokale democratie

In het Regeerakkoord van het kabinet Rutte III en het IBP staat dat BZK deze kabinetsperiode met interbestuurlijke en maatschappelijke partners werk maakt van de versterking van de lokale democratie. Dit wordt gedaan met het meerjarig samenwerkingsprogramma Democratie in Actie (DiA), dat is vormgegeven langs de drie lijnen die onder rol en verantwoordelijkheid beschreven staan (Kamerstukken II 2017–2018, 34 775 VII, nr. 69). Er wordt toegewerkt naar een meer responsieve politiek en bestuur en een grotere directe invloed van inwoners op de beleids- en besluitvorming, waarbij zij meer medeverantwoordelijkheid kunnen nemen voor maatschappelijke voorzieningen (lijn 1). Daarnaast wordt voor alle decentrale politieke ambtsdragers een zodanig duurzaam ondersteuningsaanbod ontwikkeld, dat zij zich voldoende toegerust en ondersteund weten om taken en verantwoordelijkheden op adequate wijze in te vullen (lijn 2). Verder wordt de integriteit en veiligheid van politieke ambtsdragers bevorderd en een preventieve bestuurlijke aanpak van ondermijning versterkt en de maatschappelijke weerbaarheid en leefbaarheid in ondermijningsgevoelige gebieden vergroot. Ook worden ondemocratische tendensen tegengegaan en wordt de controlerende rol van gemeenteraadsleden versterkt (lijn 3).

D1 Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Art.nr.

Verplichtingen:

30.876

51.851

59.323

56.261

52.216

48.160

48.160

 

Waarvan garantieverplichtingen

             
                 
 

Uitgaven:

34.147

51.851

59.323

56.261

52.216

48.160

48.160

 

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

   

82%

       
                 

1.1

Bestuur en regio

12.159

17.737

12.772

10.727

9.754

8.554

8.693

 

Subsidies

6.492

5.033

5.411

4.470

4.176

4.176

4.315

 

Bestuur en regio

0

0

2.073

1.132

838

838

977

 

Diverse subsidies

2.922

1.695

0

0

0

0

0

 

Oorlogsgravenstichting (OGS)

3.570

3.338

3.338

3.338

3.338

3.338

3.338

 

Opdrachten

3.321

5.342

5.161

4.597

5.121

4.121

4.121

 

Bestuur en regio

0

0

5.161

4.597

5.121

4.121

4.121

 

Communicatie, kennisdeling en onderzoek

3.321

5.342

0

0

0

0

0

 

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

2.282

7.260

2.200

1.660

457

257

257

 

Diverse bijdragen

2.282

7.260

2.200

1.660

457

257

257

 

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

64

102

0

0

0

0

0

 

Bijdragen internationaal

64

102

0

0

0

0

0

                 

1.2

Democratie

21.988

34.114

46.551

45.534

42.462

39.606

39.467

 

Subsidies

17.996

17.235

26.356

26.356

23.408

22.708

22.569

 

Verbinding inwoner en overheid

0

0

500

500

500

500

500

 

Toerusting en ondersteuning Politieke Ambtsdragers

0

0

3.059

3.059

2.709

2.009

2.009

 

Weerbaar bestuur

0

0

464

464

466

466

327

 

Politieke partijen

17.992

17.235

17.820

17.820

15.220

15.220

15.220

 

ProDemos

0

0

4.403

4.403

4.403

4.403

4.403

 

Comité 4/5 mei

0

0

110

110

110

110

110

 

Raadgevend referendum

4

0

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

2.390

4.169

12.346

11.330

11.205

9.049

9.049

 

Verbinding inwoner en overheid

0

0

10.462

9.784

9.803

8.303

8.303

 

Toerusting en ondersteuning Politieke Ambtsdragers

0

0

1.123

1.123

973

673

673

 

Weerbaar bestuur

0

0

761

423

429

73

73

 

Kiesraad

711

0

0

0

0

0

0

 

Raadgevend referendum

62

2.049

0

0

0

0

0

 

Verkiezingen

1.617

2.120

0

0

0

0

0

 

Inkomensoverdracht

0

0

7.782

7.781

7.782

7.782

7.782

 

Toerusting en ondersteuning Politieke Ambtsdragers

0

0

7.782

7.781

7.782

7.782

7.782

 

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

2.130

0

0

0

0

0

 

Raadgevend referendum

0

2.130

0

0

0

0

0

 

Bijdragen aan medeoverheden

1.602

10.580

0

0

0

0

0

 

Experiment centrale stemopneming

1.203

580

0

0

0

0

0

 

Raadgevend referendum

399

0

0

0

0

0

0

 

Vergoeding raadsleden

0

10.000

0

0

0

0

0

 

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

0

0

67

67

67

67

67

 

Bijdragen internationaal

0

0

67

67

67

67

67

                 
 

Ontvangsten

26.952

22.423

21.965

21.965

21.965

21.965

21.965

D2 Budgetflexibiliteit

Van het totale uitgavenbudget op artikel 1 is 82% juridisch verplicht en dit kent de volgende onderverdeling:

Subsidies

De subsidies zijn voor 96% juridisch verplicht. Het betreft onder andere subsidies aan de politieke partijen, de Oorlogsgravenstichting (OGS) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).

Opdrachten

Het budget voor opdrachten is voor 50% juridisch verplicht. Het betreft hier middelen voor onder andere verkiezingen, kenniscentra en onderzoeken door derden, de ondersteuning van de aanpak van ondermijning en het bevorderen van de leefbaarheid en de Monitor Sociaal Domein.

Inkomensoverdracht

Het budget is voor 95% juridisch verplicht. Het betreft onder andere pensioenen en uitkeringen aan voormalige ministers en staatssecretarissen en uitkeringen aan voormalige burgemeesters.

Bijdragen aan ZBO/RWT’s

Het budget is voor 95% juridisch verplicht. Aan ICTU wordt een bijdrage verstrekt voor de ondersteuning van het Interbestuurlijk Programma (IBP), het doorontwikkelen van een Webscrape tool voor de IBP-opgaven, het doorontwikkelen van een webbased tool voor de regioadviseurs en het ontwikkelen van een tool ter meting van de kwaliteit en tevredenheid bij de inzet van de expertpool.

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

De bijdrage aan (inter)nationale organisaties is voor 100% juridisch verplicht. Dit betreft financiële ondersteuning aan organisaties die actief Europees burgerschap bevorderen.

E Toelichting op de instrumenten

1.1 Bestuur en Regio

Subsidies

Bestuur en regio

COELO

Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) ontvangt een subsidie voor het doen van onderzoek naar en laagdrempelige informatievoorziening over economische en financiële aspecten van medeoverheden.

OTAV

De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) ontvangt de laatste termijnbetaling van de subsidie voor de activiteiten van het Ondersteuningsteam Asielzoekers Vergunninghouders (OTAV) voor het project «lokale preventieve aanpak gezondheidsbevordering statushouders».

Kenniscentrum Europa Decentraal

Het Kenniscentrum Europa Decentraal ontvangt een subsidie. Dit is een gezamenlijk initiatief van het Ministerie van BZK, het Interprovinciaal Overleg (IPO), de VNG en de Unie van Waterschappen, dat zich richt op toepassing en verspreiding van kennis en expertise over Europees recht bij de medeoverheden.

Bevolkingsdaling

BZK zet in 2019 in op kennisdeling en regionale integrale gebiedsontwikkeling in krimp- en anticipeerregio’s. Voor alle krimp- en anticipeerregio’s kent BZK een ondersteuningsaanbod dat bestaat uit beschikbare kennis en instrumentarium toe te passen in de regionale maatwerkaanpak. Middelen uit het programma bevolkingsdaling worden ingezet voor kennisdeling en ondersteuning van regio deals specifiek gericht op krimpproblematiek. Daarnaast kunnen krimp- en anticipeerregio’s aanspraak maken op middelen voor het ontwikkelen van deals in de regio.

Oorlogsgravenstichting (OGS)

Namens de Nederlandse overheid onderhoudt de Oorlogsgravenstichting wereldwijd ongeveer 50.000 graven van Nederlandse oorlogsslachtoffers. Deze graven liggen in meer dan vijftig landen, verspreid over vijf continenten. Het zwaartepunt ligt daarbij in Indonesië. Tevens verzorgt de Stichting ruim 10.000 graven van militairen van de geallieerde strijdkrachten in Nederland. De Oorlogsgravenstichting ontvangt een subsidie voor de uitvoering hiervan.

In 2016 is de subsidieregeling Oorlogsgravenstichting 2013 geëvalueerd. De resultaten van de gesprekken met de oorlogsgravenstichting over de uitkomsten van deze evaluatie worden verwerkt in de nieuwe Subsidieregeling die naar verwachting per 1 januari 2019 in werking treedt.

Opdrachten

Bestuur en regio

In het openbaar bestuur wordt de komende jaren veel gevraagd van het effectief en democratisch gelegitimeerd organiseren van samenwerking. Het Ministerie van BZK wil (samenwerkende) overheden hierbij ondersteunen en zal actief betrokken zijn bij regio’s in Nederland.

De Minister van BZK zet zich in voor kennisdeling en kennisvermeerdering ten behoeve van een goed functionerend openbaar bestuur. Verschillende publicaties, congressen en onderzoeken op het terrein van het functioneren van het openbaar bestuur worden gefinancierd.

Sociaal Domein

Tot de maatschappelijke opgaven die het Rijk en de medeoverheden in het IBP hebben opgenomen, behoort ook de opgave in het sociaal domein. Onder de opgave «Merkbaar beter in het sociaal domein» wordt ingezet op twaalf programmatische thema’s zoals: mensen die te maken hebben met eenzaamheid, mensen met afstand tot de arbeidsmarkt perspectief op werk bieden, mensen die zich met het Nederlands niet goed kunnen redden en recidive na detentie voorkomen door meer aansluiting tussen detentie en gemeenten.

De Minister van BZK zet de coördinerende rol voort aan Rijkskant en tussen overheden en draagt bij aan goede randvoorwaarden, zoals op het gebied van opdrachtgeverschap en privacy. In het Programma Sociaal Domein wordt verder samengewerkt om knelpunten in de praktijk in gezamenlijkheid – Rijk, gemeenten, instellingen en inwoners – op te pakken.

In 2019 zal een rapportage naar de Tweede Kamer gestuurd worden dat verdiepend inzicht geeft in de werking van het gedecentraliseerde sociaal domein. In het interbestuurlijke programma sociaal domein wordt met Rijkspartners, gemeenten en kennisinstellingen verder gewerkt aan andere manieren van meten, spiegelen en leren. Met deze informatie zal het beeld van de transformatie in het sociaal domein verder worden aangevuld, met als doel het lokale transformatieproces te ondersteunen.

Er blijft aandacht voor de verantwoording over de besteding van middelen in het sociaal domein. Enerzijds is er een (steeds kleiner wordende) groep van gemeenten die nog geen goedkeurende controleverklaring hebben gekregen van hun accountant. Anderzijds zijn er gemeenten die zoeken naar mogelijkheden om de verantwoording dienstbaar te maken aan de transformatie gedachte in het sociaal domein. Voor beide groepen van gemeenten zijn er initiatieven ontwikkeld.

Bevolkingsdaling

2019 is het laatste lopende jaar voor het huidige programma Bevolkingsdaling. Het programma wordt daarom eind 2019 geëvalueerd, uitmondend in een plan van aanpak voor voortgang van de Rijksinzet gericht op krimpproblematiek.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Diverse bijdragen

Aan ICTU wordt een bijdrage verstrekt voor de ondersteuning van het IBP, het doorontwikkelen van een Webscrape tool voor de IBP-opgaven, doorontwikkelen van een webbased tool voor de regioadviseurs en het ontwikkelen van een tool ter meting van de kwaliteit en tevredenheid bij de inzet van de expertpool. Daarnaast ontvangt ICTU een bijdrage voor de continuering en afronding van activiteiten in het sociaal domein.

1.2 Democratie

Subsidies

Verbinding inwoner en overheid

In het kader van het samenwerkingsprogramma Democratie in Actie ontvangt de VNG een subsidie. Democratie in Actie heeft tot doel gemeenten én gemeentelijke spelers gericht te stimuleren en te ondersteunen ten aanzien van responsief bestuur en democratische initiatieven, onder meer met ruimte voor bewonersinitiatief, Right to Challenge en Right to Bid.

Het Landelijk Samenwerkingsverband Actieve bewoners (LSA) ontvangt in 2019 een subsidie voor het in algemene zin bevorderen van bewonersparticipatie. LSA is voor BZK de gesprekspartner over bewonersinitiatieven, waaronder Right to Challenge, bewonersorganisatie en de verbinding tussen bewoners en overheid.

Ook de Landelijke Vereniging van Kleine Kernen (LVKK) ontvangt in 2019 subsidie. Deze subsidie is gericht op activiteiten met als oogmerk het versterken van de zelforganisatie en burgerbetrokkenheid in dorpskernen.

Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers

Op decentraal niveau zijn er in Nederland ongeveer 12.000 politieke ambtsdragers actief in gemeenten, provincies en waterschappen. Om te zorgen dat er voldoende goed toegeruste politieke ambtsdragers beschikbaar zijn en beschikbaar blijven, verstrekt de Minister van BZK subsidies aan de beroepsgroepen van politieke ambtsdragers en griffiers, o.a. de beroepsverenigingen van politieke ambtsdragers (Nederlands Genootschap van Burgemeesters, Wethoudersvereniging, Statenlid.nu, Nederlandse vereniging van raadsleden), de Vereniging van Griffiers en koepels van medeoverheden. Samen met de beroepsgroepen, de koepels van medeoverheden en (bestuurdersverenigingen van) politieke partijen wordt via deze subsidies zorggedragen voor passende eigentijdse inwerk- en opleidingsprogramma’s voor de verschillende beroepsgroepen. Daarnaast wordt via de subsidies in 2019 ook bijzondere inzet gepleegd om de aantrekkelijkheid van het politieke ambt te vergroten, een brede, diverse instroom in het ambt te bevorderen en te zorgen dat mensen na het ambt weer goed landen op de arbeidsmarkt.

In aanloop naar de Provinciale Staten en Waterschapsverkiezingen in maart 2019 wordt incidenteel subsidie verstrekt ten behoeve van inwerk- en opleidingsprogramma’s voor Statenleden en leden van het Algemeen Bestuur.

Daarnaast wordt in 2019 subsidie verstrekt ten behoeve van (bestuurdersverenigingen van) politieke partijen om leren en reflecteren in het ambt en onderlinge kennisdeling te stimuleren. Ook wordt er een subsidie verstrekt ter ondersteuning en toerusting van (een kenniscentrum voor) lokale politieke partijen.

Naast individuele ondersteuning wordt vanuit het samenwerkingsprogramma Democratie in Actie, waarvoor de VNG subsidie ontvangt, een collectief aanbod aan gemeenteraden en provinciale staten gedaan om leren en reflecteren in het hoogste bestuursorgaan te bevorderen.

Weerbaar bestuur

In het Netwerk Weerbaar Bestuur wordt door het Ministerie van BZK samengewerkt met andere departementen, beroepsverenigingen van politieke ambtsdragers, bestuurdersverenigingen van landelijke politieke partijen, koepels van medeoverheden en diverse andere relevante partners. De gezamenlijke aanpak richt zich op het bevorderen van de integriteit en veiligheid van politieke ambtsdragers, het tegengaan van ondermijning van het openbaar bestuur en ondemocratische beïnvloeding van de democratie. Daarbij wordt ingezet op bewustwording, vroeg signalering, versterking van de informatiepositie en op het vergroten van het handelingsperspectief van het lokaal bestuur. BZK verstrekt daartoe subsidies aan de netwerkpartners voor (gezamenlijke) activiteiten, waaronder de invoering van een basistoets integriteit en een basisscan persoonlijke veiligheid (o.a. in de woning), trainingen en leermodules met handelingsperspectieven en een goede 1ste en 2de– lijnsondersteuning voor politieke ambtsdragers bij incidenten.

De Nederlandse Vereniging voor Rekenkamers en Rekenkamercommissies (NVRR) ontvangt subsidie voor de versterking van de lokale rekenkamers en de ondersteuning van het kwaliteitsbeleid. Het doel van de subsidie is een situatie te bereiken en in stand te houden waarin de gemeentelijke rekenkamer de gemeenteraad in hun gemeente op een adequate wijze ondersteunt.

Politieke partijen

Politieke partijen ontvangen subsidie op grond van de Wet financiering politieke partijen (Wfpp). Een politieke partij komt voor subsidie in aanmerking als zij voldoet aan de in deze wet genoemde voorwaarden. De Wfpp is in 2017 geëvalueerd door een onafhankelijke commissie en de Minister van BZK heeft het rapport begin 2018 ontvangen (Kamerstukken II 2017–2018, 32 752, nr. 50). De kabinetsreactie wordt naar verwachting in het najaar van 2018 aangeboden aan de Tweede Kamer.

Overzicht subsidie politieke partijen (bedragen in €)

Partij

Waarde 2015

Waarde 2016

Waarde 20171 2

Waarde 2018

VVD

3.702.152

3.565.054

3.336.506

3.100.663

PvdA

3.558.735

3.437.283

2.361.386

1.368.197

SP

1.524.176

1.601.846

1.576.132

1.496.922

CDA

1.648.734

1.651.300

1.852.561

2.057.472

D66

1.570.213

1.561.302

1.826.685

2.077.049

CU

938.383

948.044

937.595

921.182

GL

820.801

840.522

1.197.475

1.657.287

SGP

908.654

905.595

908.830

864.740

PvdD

621.330

632.359

742.723

886.447

50PLUS

458.533

399.277

491.292

567.935

OSF

333.942

233.002

368.440

375.581

VNL

0

349.831

215.238

0

DENK

0

157.231

356.293

535.373

FvD

0

0

590.860

718.650

 

Totaal

16.085.652

16.282.645

16.762.016

16.627.499

X Noot
1

Het betreft hier voorlopige bedragen voor de jaren 2017 en 2018. 80% daarvan is inmiddels uitgekeerd. Uiterlijk 1 juli van het jaar volgend op het subsidiejaar moeten partijen een definitieve subsidieaanvraag indienen. Als bij de beoordeling daarvan blijkt dat de partijen voldoen aan de voorwaarden, wordt de resterende 20% uitgekeerd.

X Noot
2

De loon- en prijsbijstellingen 2017 en 2018 moeten nog in deze bedragen worden verwerkt.

De reeks loopt nu van 2015 tot en met 2018. Bij de subsidiebedragen uit 2017 en 2018 gaat het om voorlopige bedragen. De Minister van BZK beslist voor 1 november 2018 over de aanvragen tot vaststelling over 2017, die de politieke partijen uiterlijk 1 juli 2018 moesten aanleveren.

ProDemos

ProDemos, Huis voor de Democratie en Rechtstaat ontvangt subsidie voor het vergroten van de betrokkenheid en kennis van de democratische rechtstaat. Bij de activiteiten rondom het bevorderen van democratisch burgerschap behoort onder andere het bezoek van scholieren aan het parlement.

Comité 4/5 mei

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei besteedt de subsidie in het kader van bevordering van kennis en bewustzijn over burgerschap, democratie en rechtsstaat op de bevrijdingsfestivals tijdens de jaarlijkse Nationale Viering van de Vrijheid op 5 mei.

Opdrachten

Verbinding inwoner en overheid

Verkiezingen

De Minister van BZK is verantwoordelijk voor de uitvoering van de landelijke informerende verkiezingscampagne en het faciliteren van de gemeenten bij de uitvoering van de verkiezingen die in Nederland worden gehouden (inclusief de verkiezingen in Caribisch Nederland). In maart 2019 worden de Provinciale Statenverkiezingen en de Waterschapsverkiezingen gehouden en in mei 2019 de verkiezingen voor het Europese Parlement.

Samenwerkingsprogramma Democratie in Actie

De gemeente is voor burgers de meest nabije overheid. Daar liggen grote kansen op verbinding. Veel activiteiten vanuit Democratie in Actie in 2019 zijn gericht op het ondersteunen van gemeenten. Bijvoorbeeld in de vorm van kennisuitwisseling en kennisvermeerdering. Het Ministerie van BZK financiert hiertoe de ontwikkeling van verschillende instrumenten, publicaties, (regio)bijeenkomsten, congressen en onderzoeken (door derden).

Vanuit Democratie in Actie wordt daarnaast ingezet op proeftuinen en pilots met manieren om inwoners meer invloed te geven op besluitvorming. Zo wordt met digitale participatiemiddelen ervaring opgedaan en bezien hoe de digitale democratie van de toekomst gestalte kan krijgen en welke randvoorwaarden hiervoor vanuit BZK dienen te worden gecreëerd. Hiervoor worden diverse opdrachten verstrekt, waaronder van het ICTU.

In Democratie in Actie is de agenda Open Overheid geïntegreerd. In de zomer van 2018 is de derde agenda Open Overheid van start gegaan. Het loopt van 1 juli 2018 tot 1 juli 2020. De focus van de agenda Open Overheid ligt op de volgende drie punten:

  • 1. Het vergroten en verbeteren van open besluitvorming bij gemeenten en provincies;

  • 2. Het versterken van de transparantie van de financiering van politieke partijen in het decentraal bestuur;

  • 3. Het aanjagen van openheid in de lokale politiek door het uitbreiden van het Pioniersnetwerk Open Overheid voor Gemeenten.

Verminderen regeldruk

Het kabinet wil de door burgers ervaren regeldruk merkbaar verminderen. Samen met vertegenwoordigers van doelgroepen en betrokken organisaties worden knelpunten in kaart gebracht en wordt geprioriteerd naar welke knelpunten als eerste opgelost dienen te worden. Door middel van een landelijk panelonderzoek wordt op verschillende momenten van de kabinetsperiode de tevredenheid van burgers over de overheidsdienstverlening gemeten. Mogelijke verbeteringen worden doorgevoerd en geëvalueerd.

Overig

Het adviesorgaan voor de Friese taal DINGtiid ontvangt een jaarlijkse bijdrage.

Toerusting en ondersteuning Politieke Ambtsdragers

Om te zorgen dat er voldoende goed toegeruste politieke ambtsdragers beschikbaar zijn en beschikbaar blijven, verstrekt de Minister van BZK – naast de beroeps- en belangenverenigingen van politieke ambtsdragers, de griffiers en de koepels van medeoverheden – samen met bestuurdersverenigingen van politieke partijen en andere relevante organisaties opdrachten om te komen tot een duurzaam ondersteuningsaanbod voor politieke ambtsdragers. Hiervoor worden inwerkprogramma’s en opleidingen en leermodules mogelijk gemaakt. Daarnaast wordt de rolneming van raden, staten en algemene besturen versterkt.

Weerbaar Bestuur

Via het Netwerk Weerbaar Bestuur worden opdrachten verstrekt ter versterking van de integriteit en veiligheid van het openbaar bestuur. Ter ondersteuning van de lokale aanpak van ondermijning en leefbaarheid (maatschappelijke weerbaarheid) verstrekt BZK opdrachten voor de ondersteuning van kennisbijeenkomsten en leerkringen, voor de uitvoering van de Leefbaarometer, de CityDeal Zicht op ondermijning en de pilot Burgers Alert Real Time (BART!). Ook verstrekt BZK opdrachten ter verbetering van het handelingsperspectief van het lokaal bestuur voor het tegengaan van ondemocratische beïnvloeding van de lokale besluitvorming. Om de kennisontwikkeling en -verspreiding op dit terrein te vergroten, worden de resultaten van een in 2018 opgezette kenniswerkplaats en bij een aantal gemeenten uitgevoerde pilots in 2019 verder verspreid.

Ter bevordering van de leefbaarheid, handhaving en toezicht, het tegengaan van ondemocratische beïnvloeding van de lokale besluitvorming en het wegnemen van voedingsbodems in ondermijningsgevoelige gebieden ondersteunt BZK een aantal gemeenten waarin nieuwe aanpakken worden toegepast. In 2019 verstrekt BZK ook opdrachten ter ondersteuning van de kennisdeling tussen gemeenten bij de inzet van het versterkte handhavingsinstrumentarium op grond van de Woningwet (aanpak malafide pandeigenaren), bij de inzet van de Wet aanpak woonoverlast (gedragsaanwijzing burgemeester) en bij de implementatie van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp).

Inkomensoverdracht

Toerusting en ondersteuning Politieke Ambtsdragers

Uit deze middelen worden de rechtspositionele regelingen van (voormalige) politieke ambtsdragers gefinancierd. Het betreft pensioenen en uitkeringen aan voormalige ministers en staatssecretarissen en uitkeringen aan voormalige burgemeesters.

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

Bijdragen internationaal

Dit betreft een jaarlijkse bijdrage ten behoeve van het Europe for Citizens Point (ECP) voor de uitvoering van het programma «Europa voor de burger» dat actief Europees burgerschap bevordert, om zo het proces van Europese integratie te stimuleren en de kloof tussen de burger en de Europese Unie te verkleinen.

Ontvangsten

De ontvangsten betreffen de bijdragen van de waterschappen ten behoeve van de Waarderingskamer.

3.2 Artikel 2. Nationale Veiligheid

A Algemene doelstelling

De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) beschermt de nationale veiligheid. Dit doet de AIVD door tijdig dreigingen, internationale politieke ontwikkelingen en risico’s te onderkennen, die niet direct zichtbaar zijn en doet daartoe onderzoek in binnen- en buitenland. De AIVD signaleert, adviseert en deelt gericht informatie met zijn samenwerkingspartners zodat deze de dreiging en risico’s kunnen reduceren. Waar nodig reduceert de AIVD zelfstandig risico’s.

B Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor de taakuitvoering van de AIVD. De AIVD verricht onderzoek in binnen- en buitenland met behulp van inlichtingenmiddelen. Op basis van de bevindingen informeert en adviseert de AIVD de samenwerkingspartners met ambtsberichten en analyses (waaronder openbare publicaties). De Minister van BZK legt zo veel als mogelijk in het openbaar verantwoording af aan de Tweede Kamer. Waar dat niet kan, vanwege geheimhoudings-noodzaak, gebeurt dit via de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CIVD) van de Tweede Kamer.

C Beleidswijzigingen

(Jihadistisch) terrorisme

Het Regeerakkoord van het kabinet Rutte-III stelt dat terrorismebestrijding onverminderde aandacht vergt. De AIVD constateert dat de jihadistische dreiging van aard verandert, maar voorlopig niet minder wordt. De afgelopen jaren is in aanslagen tegen westerse doelwitten het accent verschoven van centraal aangestuurde, gecoördineerde aanslagen naar gestimuleerde of gecoachte aanslagen en vooral naar tactisch minder complexe en kleinschaliger geïnspireerde aanslagen.

Dit heeft onder meer te maken met het verlies aan slagkracht en organisatievermogen van ISIS, niet met de intenties van deze organisatie of de wil van (aspirant) jihadisten om aanslagen te plegen, waar ook ter wereld. Al Qa’ida heeft de ambitie om zich opnieuw te manifesteren als de nummer één van de mondiale jihadistisch-terroristische beweging. De AIVD richt zich op het tijdig onderkennen van deze jihadistisch-terroristische dreiging maar richt zich ook op het verzwakken van de jihadistische dreiging met inzet van inlichtingenmiddelen conform de WiV 2017.

Om hier nadere invulling aan te geven heeft de AIVD met ingang van 2018 structureel € 3 mln. aan de begroting toegevoegd gekregen, vanuit de begroting van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV). De middelen worden ingezet teneinde de operationele onderzoekscapaciteit van de AIVD op het gebied van contra-terrorisme te versterken, zoals de duiding van de dreiging die uitgaat van potentiële terugkeerders. Ook is de AIVD beter in staat om handelingsperspectief te bieden aan de partners in de veiligheidsketen.

De AIVD werkt onder meer nauw samen met de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD), Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), de Nationale Politie, het Ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ), het Openbaar Ministerie (OM) en gemeenten. De AIVD werkt ook internationaal samen op operationeel gebied met de Europese veiligheidsdiensten, onder meer in de Counter Terrorism Group (CTG).

Cybersecurity

In het Regeerakkoord van het kabinet Rutte-III zijn tevens extra middelen uitgetrokken voor de intensivering van cybersecurity. Voor 2019, 2020 en 2021 e.v. wordt respectievelijk € 8 mln., € 9 mln. en € 12 mln. (structureel) toegevoegd aan de begroting van de AIVD met als doel uitbreiding van de personele capaciteit en ICT-voorzieningen. Door het inlichtingenmatige cyberonderzoek van de AIVD, in nauwe samenwerking met de MIVD, kan het zicht op – en inzicht in – digitale dreigingen voor de nationale veiligheid worden versterkt. Juist ook het heimelijke en zeer geavanceerde karakter van deze dreigingen maakt dat daar in beperkte mate met inlichtingenmatig cyberonderzoek door de AIVD zicht op – en inzicht in – verkregen kan worden. De realisatie van adequate informatiebeveiliging door aan de nationale veiligheid gerelateerde publieke, vitale en private organisaties, is een verantwoordelijkheid van die organisaties zelf. Daar waar de beveiliging (mede) gebaseerd is en moet zijn op inlichtingenmatig (staatsgeheim gerubriceerd) verkregen inzicht door de AIVD, is de dienstverlening van de AIVD op het gebied van preventie (informatiebeveiligingsadvies), detectie en incident-respons, vaak nodig en soms onvermijdelijk.

D1 Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Art.nr.

Verplichtingen:

241.762

258.795

274.253

276.438

281.779

279.423

278.952

 

Waarvan garantieverplichtingen

             
                 
 

Uitgaven:

233.767

258.795

274.253

276.438

281.779

279.423

278.952

 

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

   

100%

       
                 

2.1

AIVD apparaat

216.917

247.445

262.958

265.143

270.484

268.128

267.657

                 

2.2

AIVD geheim

16.850

11.350

11.295

11.295

11.295

11.295

11.295

                 
 

Ontvangsten:

14.646

13.214

13.214

13.214

13.214

13.214

13.214

D2 Budgetflexibiliteit

Omdat het budget als apparaat wordt aangemerkt, is het gehele budget juridisch verplicht verondersteld.

E Toelichting op de instrumenten

Vanwege het bijzondere karakter van dit begrotingsartikel en de gedeeltelijk geheime uitgaven zijn de uitgaven niet nader uitgesplitst en zijn de apparaatsuitgaven niet opgenomen in het centraal apparaatsartikel.

Ontvangsten

De AIVD verricht veiligheidsonderzoeken voor andere (overheids-)organisaties en brengt daarvoor een tarief in rekening. De ontvangsten hebben hier voornamelijk betrekking op.

3.3 Artikel 3. Woningmarkt

A Algemene doelstelling

Een vrij toegankelijke, vraaggerichte woningmarkt met steun voor degenen die dat nodig hebben.

B Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) voert de regie over een heldere verdeling van rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende partijen op het terrein van wonen. Tevens voert de Minister van BZK de regie ten aanzien van het bevorderen van een evenwichtige omvang en verdeling van de woningvoorraad.

De Minister van BZK is verantwoordelijk voor het beleid en de regelgeving met betrekking tot de betaalbaarheid van het wonen, onder meer via de Wet op de huurtoeslag, de huur(prijs)regulering en maatregelen ten aanzien van de koopwoningmarkt.

De Minister van BZK is medeverantwoordelijk voor regelgeving met betrekking tot de fiscale behandeling van de eigen woning en de hypothecaire leennormen. Tevens draagt de Minister van BZK zorg voor het kapitaalmarktbeleid betreffende investeringen in de woningmarkt, bijvoorbeeld via het beleid ten aanzien van de Nationale Hypotheekgarantie (NHG) en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW).

De Minister van BZK is verantwoordelijk voor het beleid en de regelgeving inzake de verhuurderheffing en de huurtoeslag. Tevens is de Minister van BZK verantwoordelijk voor het budgettair beheer van de huurtoeslag op grond van de Wet op de huurtoeslag. De uitvoering van de verhuurderheffing en de huurtoeslag is onder verantwoordelijkheid van de Minister van Financiën belegd bij de Belastingdienst/Toeslagen. De Belastingdienst is ook verantwoordelijk voor de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van de verhuurderheffing en huurtoeslag.

De Minister van BZK is verantwoordelijk voor de regelgeving ten aanzien van (het stelsel van) woningcorporaties. Woningcorporaties zijn via de Woningwet gebonden aan een begrensd werkdomein waarbinnen zij werkzaamheden met staatssteun mogen uitvoeren. Deze zijn het bouwen, verhuren en beheren van woningen met een lage huur voor huishoudens met een laag inkomen en andere doelgroepen die op de reguliere woningmarkt moeilijk een woning kunnen vinden.

De Minister van BZK draagt zorg voor een adequate uitvoering van een laagdrempelige beslechting van huurgeschillen. In het Burgerlijk Wetboek (art. 7:249 t/m 7:261) is vastgelegd dat huurders en verhuurders een beroep kunnen doen op de Huurcommissie. De organisatie en werkwijze van de Huurcommissie, evenals de administratieve ondersteuning door de Dienst van de Huurcommissie (DHC), is vastgelegd in de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (Uhw).

C Beleidswijzigingen

Administratieve lastenvermindering corporaties

In 2019 worden maatregelen geïmplementeerd om de administratieve lasten van corporaties te verminderen. Zo werken vanaf 1 januari 2019 de Autoriteit woningcorporaties en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw met één gezamenlijk beoordelingskader voor corporaties en gaan zij gebruik maken van elkaars inzichten over corporaties. Het toezicht en de borging worden daarnaast meer risicogericht vormgegeven met een onderscheid in een basisbeoordeling en verdiepende beoordeling alleen wanneer daar vanuit risico-optiek aanleiding toe is. Ook vindt in het kader van het convenant «Verbeteren Informatievoorziening Woningcorporaties» een verdere verlaging plaats van de informatie-uitvraag aan corporaties (Stcrt. 2017, 72199).

Herziening Woningwet

Mede op basis van de uitkomsten van de evaluatie van de herziene Woningwet zal in 2019 worden gewerkt aan een wetsvoorstel en verdere beleidsmaatregelen. Onderdeel hiervan is hoe de woningwet toekomstbestendig kan worden gehouden gelet op de maatschappelijke opgaves die corporaties in de komende jaren moeten oppakken.

Fiscale regels eigenwoningbezit

In 2019 vindt een aantal wijzigingen plaats in de fiscale regels rondom eigenwoningbezit. Het maximale percentage waartegen rente en kosten met betrekking tot de eigen woning mogen worden afgetrokken daalt met 0,5 procentpunt naar 49%. Vanaf 2020 zal dit percentage in stappen van 3 procentpunt verder dalen totdat het basistarief van ongeveer 37% in 2023 bereikt is. Verder is eind 2017 besloten de aftrek die eigenwoningbezitters hebben wanneer zij geen of een geringe eigenwoningschuld hebben in 30 jaar geleidelijk uit te faseren. In 2019 vindt de eerste stap plaats. De aftrek daalt naar 96 2/3% van de oorspronkelijke aftrek.

Wet maatregelen middenhuur

Om het aanbod middenhuurwoningen in de vrije sector te vergroten, wordt er naar gestreefd om per 1 juli 2019 de Wet maatregelen middenhuur in werking te laten treden. Met dit wetsvoorstel wordt de markttoets voor woningcorporaties vereenvoudigd door onnodige processtappen weg te nemen en door over te gaan van rendementstoetsing op projectniveau naar toetsing op portefeuilleniveau. De wijzigingen blijven binnen de bestaande uitgangspunten achter de markttoets en de scheiding tussen DAEB en niet-DAEB. Investeringen moeten bijvoorbeeld nog steeds ten dienste staan van de kerntaak en mogen niet worden gefinancierd met voor de DAEB bedoelde staatssteun. Verder wordt de Huisvestingswet 2014 verduidelijkt zodat gemeenten middenhuurwoningen als schaars kunnen markeren. Dit wetsvoorstel is één van de maatregelen om aanbod van middenhuurwoningen te vergroten, zoals aangekondigd in de kabinetsreactie op het rapport «Samen bouwen aan middenhuur» (Kamerstukken II 2017–2018, 32 847, nr. 333).

Nationale woonagenda

Op 23 mei 2018 heeft de Minister van BZK met partijen de Nationale woonagenda vastgesteld (Kamerstukken II 2017–2018, 32 847, nr. 365). Hiermee willen de partijen in gezamenlijkheid de uitdagingen op de woningmarkt voor de korte en de lange termijn aanpakken. Dat gebeurt langs drie uitdagingen; het vergroten en versnellen van de woningbouw, het beter benutten van de bestaande voorraad en de betaalbaarheid van het wonen. De Nationale woonagenda is geen eenmalig akkoord. De in de Nationale woonagenda benoemde uitdagingen en maatregelen bepalen de agenda voor de komende jaren voor alle betrokken partijen. Dat zal in verschillende trajecten en snelheden gaan.

Goed verhuurderschap

Misstanden als discriminatie op de woningmarkt en huisjesmelkerij zijn ongewenst. Aanvullend op bestaande wet- en regelgeving wil de Minister van BZK in gezamenlijkheid met de sector inzetten op het stimuleren van goed verhuurderschap. De sector heeft zich inmiddels uitgesproken tegen excessen en ongewenste praktijken. Zodoende werkt de Minister van BZK met de sector verder aan «goed verhuurderschap», onder meer door afspraken te maken over preventie, voorlichting, monitoring, (zelf)regulering en het verkennen van de inzet van praktijkonderzoek. Met de sector wordt bovendien verkend of aanvulling of aanpassing van wet- en regelgeving gewenst is.

Versterking gemeentelijk woonbeleid

Met de sector wordt bezien of er mogelijkheden zijn om het gemeentelijk instrumentarium voor wonen te verbeteren. Het gaat dan onder meer om het tegengaan van excessen in de woningmarkt, zoals in de toeristische verhuur en bij malafide verhuurders. Daarbij wordt de mogelijkheid van aanvullende wetgeving overwogen. In 2019 wordt mogelijk uitvoering gegeven aan nadere maatregelen. Gemeenten worden door het Rijk aangespoord om gebruik te maken van deze sturingsmogelijkheden en in te zetten op handhaving.

Huurtoeslag

Vanaf 2019 wordt de eigen bijdrage in de huurtoeslag jaarlijks geïndexeerd met de verwachte huurprijsontwikkeling. Hiermee vervalt de automatische compensatie via de huurtoeslag voor een achterblijvende bijstandsontwikkeling en ontstaat meer transparantie. Door altijd te indexeren met het percentage van de huurprijsontwikkeling ontstaat er een eenduidige relatie met het huurbeleid. Ook wordt hiermee de doorwerking van bijvoorbeeld maatregelen in de sociale zekerheid uit de regeling gehaald. Vanaf 2020 vervallen de maximale inkomensgrenzen van de huurtoeslag. De huurtoeslag wordt over een langer inkomenstraject afgebouwd. Hierdoor verdwijnt de situatie waarbij bij een beperkte stijging van het inkomen ineens de volledige huurtoeslag vervalt en worden de armoedeval en de marginale druk beperkt. Hiertoe is een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend (Kamerstukken II 2017–2018, 34 940, nr. 1).

Heffingsvermindering verhuurderheffing

De bestaande heffingsverminderingen in de verhuurderheffing zijn per 1 juli 2018 gesloten vanwege uitputting van het budget. In het regeerakkoord van het kabinet Rutte-III is afgesproken dat er een nieuwe heffingsvermindering voor verduurzaming komt van € 100 mln. structureel. Woningen die onder de verhuurderheffing vallen en met minimaal 3 energie-indexstappen verbeterd worden naar een maximale energie-index van 1,4, komen in aanmerking voor deze heffingsvermindering. Deze maatregel loopt mee in het Belastingplan 2019.

Tariefsverlaging verhuurderheffing

Woningcorporaties krijgen een tegemoetkoming in het kader van de toegenomen fiscale lasten van woningcorporaties en de woningmarktambities van dit kabinet, door de verhuurderheffing vanaf 2019 structureel te verlagen met 100 mln. Deze maatregel loopt mee in het Belastingplan 2019.

D1 Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

20171

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Art. nr.

Verplichtingen:

4.002.525

4.152.572

4.104.088

4.291.902

4.445.731

4.598.243

4.749.907

 

Waarvan garantieverplichtingen

             
                 
 

Uitgaven:

4.022.685

4.153.109

4.104.213

4.291.902

4.445.606

4.598.243

4.749.907

 

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

   

100%

       
                 

3.1

Woningmarkt

4.017.614

4.145.149

4.104.213

4.291.902

4.445.606

4.598.243

4.749.907

 

Subsidies

36.092

52.480

23.366

13.833

9.212

10.800

11.300

 

Binnenstedelijke transformatie

0

28.000

10.000

0

0

0

0

 

Woonconsumentenorganisaties

1.036

1.171

0

0

0

0

0

 

Woningmarkt

0

0

3.227

3.100

2.973

3.100

3.100

 

Beleidsprogramma betaalbaarheid

184

2.800

0

0

0

0

0

 

Bevordering eigen woningbezit (BEW)

4.501

6.239

6.239

6.239

6.239

7.700

8.200

 

Huisvestingsvoorziening statushouders

1.900

14.270

3.900

4.494

0

0

0

 

Saneringsbijdrage woningcorporatie WSG

28.471

0

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

31.823

31.998

3.366

2.019

3.191

3.540

2.804

 

WSW Risicovoorziening

1.176

537

0

0

0

0

0

 

NHG Risicovoorziening

30.018

30.608

0

0

0

0

0

 

Beleidsprogramma betaalbaarheid

629

853

0

0

0

0

0

 

Woningmarkt

0

0

3.366

2.019

3.191

3.540

2.804

 

Inkomensoverdracht

3.934.868

4.040.400

4.063.600

4.260.300

4.417.200

4.567.900

4.719.800

 

Huurtoeslag

3.934.868

4.040.400

4.063.600

4.260.300

4.417.200

4.567.900

4.719.800

 

Bijdragen aan agentschappen

14.831

18.831

11.291

11.460

11.463

11.463

11.463

 

Dienst van de Huurcommissie

14.456

17.709

6.908

6.908

6.908

6.908

6.908

 

ILT (Autoriteit woningcorporaties)

375

653

653

653

653

653

653

 

RVO.nl (Uitvoeringskosten BEW)

0

98

3.011

3.180

3.183

3.183

3.183

 

RVO.nl (Uitvoeringskosten Huisvestingsvoorziening statushouders)

0

371

719

719

719

719

719

 

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

0

1.150

2.850

3.100

3.100

3.100

 

Woningmarkt

0

0

1.150

2.850

3.100

3.100

3.100

 

Bijdragen aan andere begrotingsstukken

0

1.440

1.440

1.440

1.440

1.440

1.440

 

Financiën en Nationale Schuld (H9)

0

1.440

1.440

1.440

1.440

1.440

1.440

                 

3.2

Onderzoek en kennisoverdracht

5.071

7.960

0

0

0

0

0

 

Subsidies

1.625

1.864

0

0

0

0

0

 

Samenwerkende kennisinstellingen e.a.

1.625

1.864

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

1.136

2.381

0

0

0

0

0

 

Basisonderzoek en verkenningen

1.136

2.381

0

0

0

0

0

 

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

2.310

3.715

0

0

0

0

0

 

Basisonderzoek en verkenningen

2.310

3.715

0

0

0

0

0

                 
 

Ontvangsten

557.315

523.245

521.000

516.000

478.000

462.000

456.000

X Noot
1

Tot en met begrotingsjaar 2017 viel dit artikel onder begrotingshoofdstuk 18 – Wonen en Rijksdienst

D2 Budgetflexibiliteit

Van het totale uitgavenbudget op artikel 3 is 100% juridisch verplicht en dit kent de volgende onderverdeling:

Subsidies

De subsidies zijn voor 98% juridisch verplicht. Het betreft vooral in het verleden aangegane verplichtingen op basis van de Wet bevordering eigenwoningbezit (BEW), de subsidies voor huisvestingsvoorziening statushouders en het fonds binnenstedelijke transformatie.

Opdrachten

De opdrachten zijn voor 50% juridisch verplicht. Het gaat hierbij om risicovoorzieningen, zoals de Nationale Hypotheekgarantie (NHG, jaarlijkse storting) en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW), en activiteiten voor onderzoek en kennisoverdracht op het terrein van wonen en bouwen.

Inkomensoverdracht

Het huurtoeslagbudget is voor 100% juridisch verplicht. Jaarlijks wordt een verplichting aangegaan voor het gehele huurtoeslagbudget voor het begrotingsjaar.

Bijdragen aan agentschappen

De bijdragen aan agentschappen zijn voor 95% juridisch verplicht. Het betreft een agentschapsbijdrage aan Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl), Inspectie Leefomgeving Transport (ILT) en de Dienst van de Huurcommissie (DHC).

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

De bijdrage aan ZBO’s/RWT’s is voor 95% juridisch verplicht. Dit betreft de jaarlijkse opdracht aan het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) voor de activiteiten voor (basis)onderzoek en kennisoverdracht op het terrein van wonen en bouwen.

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

De bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken is voor 95% juridisch verplicht. Dit betreft de jaarlijkse opdracht aan de Belastingdienst voor de uitvoering van de inkomensafhankelijke huurstijging en verhuurderheffing.

E Toelichting op de instrumenten

3.1 Woningmarkt

Subsidies

Binnenstedelijke transformatie

De ontwikkeling van woningbouw op complexe binnenstedelijke locaties komt in veel gevallen niet tijdig van de grond door gebrek aan financiering in de voorfase. Dit gebrek aan financiering heeft te maken met hoge kosten van benodigde investeringen in de voorfase (bijvoorbeeld saneren, verwerven of ontsluiten van de locaties) in combinatie met onzekerheid over de doorgang van projecten en een lange terugverdientijd. In 2018 en 2019 stelt het Ministerie van BZK in totaal € 38 mln. beschikbaar om woningbouw op binnenstedelijke locaties te versnellen. Het Ministerie van BZK voert momenteel gesprekken met partijen over vormen van cofinanciering en nadere voorwaarden om de gelden zo efficiënt mogelijk in te zetten voor woningbouw in gespannen regio’s.

Woningmarkt

De Minister van BZK verstrekt subsidies ten behoeve van onderzoek en kennisoverdracht op het terrein van de woningmarkt, om te komen tot evidence-based beleidsvorming. Het betreft incidentele subsidies, zoals voor de studentenmonitor. Daarnaast betreft het structurele subsidies, zoals voor de Woonbond om de positie van de huurder op de woningmarkt te versterken en voor Platform 31 die een onafhankelijke positie inneemt tussen overheid, corporaties bewoners en overige stakeholders op de woningmarkt en (on)gevraagd advies geeft op diverse volkshuisvestelijke vraagstukken.

Bevordering eigen woningbezit (BEW)

De Wet Bevordering eigen woningbezit is gericht op de bevordering van het eigen woningbezit onder lagere inkomensgroepen. Zoals gemeld aan de Tweede Kamer, is voor nieuwe toekenningen op grond van de Wet Bevordering eigen woningbezit geen budget meer beschikbaar (Kamerstukken II 2009–2010, 32 123 XVIII, nr. 74). De meerjarig beschikbare middelen dienen uitsluitend voor de betaling van in het verleden aangegane verplichtingen.

Huisvestingsvoorziening statushouders

Met deze tijdelijke subsidieregeling (looptijd tot 1 januari 2021, met de voorwaarde dat de woonvoorziening uiterlijk eind 2018 is aangemeld bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)) wordt de realisatie van extra huisvestingscapaciteit gestimuleerd. De wijze waarop de regeling is vormgegeven, zorgt ervoor dat er zo weinig mogelijk verdringing plaatsvindt ten opzichte van reguliere woningzoekenden en dat de kosten voor de samenleving voor de huisvesting van vergunninghouders worden beperkt. Er kan bij bewoning door tenminste vier vergunninghouders geen aanspraak worden gemaakt op huurtoeslag als gevolg van een vastgestelde maximale huurprijs en via het toepassen van de kostendelersnorm kan de druk op het bijstandsbudget worden beperkt.

Opdrachten

Woningmarkt

De activiteiten voor onderzoek en kennisoverdracht hebben betrekking op het terrein van wonen en bouwen. De ontwikkelingen op de woningmarkt vragen om actuele gegevens. Het budget wordt besteed aan onder meer verkenningen, monitoring en evidence-based onderbouwen van beleid, dataverzamelingen en ontwikkeling van het ramingsmodel.

Inkomensoverdrachten

Huurtoeslag

Circa 1,4 miljoen huishoudens ontvangen huurtoeslag. De huurtoeslag is een bijdrage in de huurlasten en kan aangevraagd worden als de huur in verhouding tot het inkomen te hoog is. Bij de huurtoeslag is sprake van meevallers. Voor 2018 en later worden meerjarige meevallers geraamd van gemiddeld € 120 mln. per jaar. Lagere werkloosheid, lagere asielinstroom, hogere inkomensontwikkeling en lagere huurprijsontwikkeling zijn hiervoor de voornaamste verklaringen.

Om inzicht te geven in de uitwerking van de huurtoeslag op de huurlasten voor ontvangers van huurtoeslag tonen onderstaande grafieken het aandeel van de brutohuur dat per saldo (na aftrek van de huurtoeslag) nog netto door ontvangers van huurtoeslag is verschuldigd. Het percentage is berekend voor voorbeeldhuishoudens met een minimuminkomen en een huur op exact 90% van de diverse huurgrenzen van de huurtoeslag.

Uit de grafieken blijkt dat het aandeel van de brutohuur dat door de ontvanger van huurtoeslag nog zelf netto betaald moet worden in 2019 voor de voorbeeldhuishoudens nagenoeg gelijk blijft ten opzichte van 2018. In de grafieken valt de daling in 2017 op. Deze daling is het gevolg van het besluit om de koopkracht voor lagere inkomens te ondersteunen. Hierdoor is de eigen bijdrage in 2017 met € 10,50 per maand verlaagd.

Netto huurontwikkeling Eenpersoonshuishoudens

Netto huurontwikkeling Eenpersoonshuishoudens

Bron: Eigen berekening Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het percentage netto huur is de te betalen huurprijs (bruto huur) minus de huurtoeslag gedeeld door de bruto huur (%-netto huur= (bruto huur -/- huurtoeslag)/bruto huur).

Netto huurontwikkeling Meerpersoonshuishouden

Netto huurontwikkeling Meerpersoonshuishouden

Bron: Eigen berekening Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het percentage netto huur is de te betalen huurprijs (bruto huur) minus de huurtoeslag gedeeld door de bruto huur (%-netto huur= (bruto huur -/- huurtoeslag)/bruto huur).

Netto huurontwikkeling Eenpersoosnhuishouden-ouderen

Netto huurontwikkeling Eenpersoosnhuishouden-ouderen

Bron: Eigen berekening Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het percentage netto huur is de te betalen huurprijs (bruto huur) minus de huurtoeslag gedeeld door de bruto huur (%-netto huur= (bruto huur -/- huurtoeslag)/bruto huur).

Netto huurontwikkeling Meerpersoonshuishouden-ouderen

Netto huurontwikkeling Meerpersoonshuishouden-ouderen

Bron: Eigen berekening Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het percentage netto huur is de te betalen huurprijs (bruto huur) minus de huurtoeslag gedeeld door de bruto huur (%-netto huur= (bruto huur -/- huurtoeslag)/bruto huur).

Bijdragen aan agentschappen

Dienst van de Huurcommissie

De Huurcommissie bestaat uit het ZBO de Huurcommissie en het agentschap de Dienst van de Huurcommissie, die het ZBO ondersteunt in zijn taken. Het werkterrein van de Huurcommissie wordt gevormd door het gereguleerde deel van de markt voor huurwoonruimte. Als huurders en verhuurders een geschil hebben over de hoogte van de huurprijs of van de servicekosten en er ook met eventuele hulp van de Huurcommissie onderling niet uitkomen, doet de Huurcommissie op verzoek uitspraak. De Huurcommissie beslecht ook geschillen in het kader van de Wet op het overleg huurders verhuurder (Wohv).

Voor 2019 worden de onderstaande productieaantallen geraamd:

Product

Geschatte productie

Huurprijsgeschillen

4.356

Servicekostengeschillen

1.872

Huurverhogingsgeschillen op basis van punten

441

Huurverhogingsgeschillen op basis van inkomen

657

WOHV geschillen1

5

Onderzoeksrapporten rechtbank

10

Onderzoeksrapporten publieksrechtelijke organen

60

Advies geliberaliseerde huurprijs

50

KHV2

250

Verklaring over redelijkheid van de huurprijs

0

Totaal

7.701

X Noot
1

Wet Overleg Huurders/Verhuurders

X Noot
2

Klachten van huurders over de door de verhuurders geleverde producten en verrichte diensten

ILT (Autoriteit woningcorporaties)

De Autoriteit woningcorporaties (Aw) houdt namens de Minister van BZK toezicht op de Wet Normering Topinkomens (WNT) bij woningcorporaties. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) ontvangt hiervoor een bijdrage. De totale kosten voor de Autoriteit woningcorporaties worden voor het jaar 2019 geraamd op ongeveer € 14 mln. Op grond van de Woningwet wordt dit grotendeels via een heffing bij de toegelaten instellingen gefinancierd, gecorrigeerd voor een batig/negatief saldo van het voorafgaande jaar. De heffing wordt na goedkeuring door het Ministerie van BZK door de ILT uitgevoerd en wordt op de begroting van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) verantwoord.

RVO.nl (Uitvoeringskosten BEW)

De Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) ontvangt een bijdrage voor de uitvoering van de Wet Bevordering Eigen Woningbezit en de Regeling Vermindering Verhuurderheffing.

RVO.nl (Uitvoeringskosten Huisvestingsvoorziening statushouders)

De RVO.nl ontvangt een bijdrage voor de uitvoering van de Tijdelijke regeling subsidie huisvesting vergunninghouders.

Bijdragen aan ZBO’s / RWT’s

Woningmarkt

De activiteiten voor (basis)onderzoek en kennisoverdracht hebben betrekking op het terrein van wonen en bouwen, specifiek in samenwerking met bijvoorbeeld het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS). De ontwikkelingen op de woningmarkt vragen om actuele gegevens over de woningmarkt. Het budget wordt besteed aan onder meer verkenningen, monitoring en evidence-based onderbouwen van beleid, dataverzamelingen en ontwikkeling van ramingsmodellen.

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

Financiën en Nationale Schuld (H9)

De Belastingdienst ontvangt een bijdrage voor de uitvoering van de inkomensafhankelijke huurstijging en verhuurderheffing.

Ontvangsten

De ontvangsten bestaan uit teruggevorderde huurtoeslag. Terugvorderingen op de huurtoeslag ontstaan tijdens het toeslagjaar door controles van de Belastingdienst en na afloop van het subsidiejaar bij de definitieve vaststelling van de bijdrage.

Extracomptabele fiscale regelingen

Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, zijn er fiscale regelingen die betrekking hebben op de woningmarkt. De Minister van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de wetgeving en uitvoering van deze regelingen en voor de budgettaire middelen. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regelingen vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage «Fiscale regelingen» in de Miljoenennota. Naast de fiscale regelingen die in onderstaande tabel zijn opgenomen, heeft ook de vrijstelling van overdrachtsbelasting voor stedelijke herstructurering betrekking op dit beleidsartikel. Voor een beschrijving van de regelingen, de doelstelling, de ramingsgrond, een verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en het beoogde jaar van afronding van de volgende evaluatie wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota «Toelichting op de fiscale regelingen».

Fiscale regelingen 2017–2019, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (bedragen x € 1 mln.)1
 

2017

2018

2019

Hypotheekrenteaftrek

11.244

10.269

9.806

Aftrek financieringskosten eigen woning

238

219

193

Aftrek periodieke betalingen erfpacht, opstal en beklemming

30

31

31

Aftrek rente en kosten van geldleningen restschuld vervreemde eigen woning

29

30

30

Eigenwoningforfait

– 3.257

– 3.258

– 3.366

Aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld

604

621

626

Schenk- en erfbelasting Eenmalige vrijstelling eigen woning

190

190

190

OVB Verlaagd tarief woning2

3.000

3.075

3.241

Vermindering verhuurderheffing

45

69

193

Kamerverhuurvrijstelling

10

10

10

X Noot
1

[-] = regeling is in dat jaar niet van toepassing; [0] = budgettair belang van de regeling bedraagt in dat jaar afgerond nihil.

X Noot
2

OVB = overdrachtsbelasting

3.4 Artikel 4. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit

A Algemene doelstelling

Stimuleren van een goede kwaliteit van de gebouwde omgeving op de aspecten duurzaamheid, energiezuinigheid, veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid en toegankelijkheid.

Met deze doelstelling doet het Ministerie van BZK recht aan diverse publieke waarden:

  • De energietransitie in de gebouwde omgeving zorgt voor vermindering van de CO2-uitstoot en kan de woonlasten/gebruikslasten voor eigenaren en huurders van gebouwen verminderen.

  • Gebouwen voldoen aan de eisen van bouwregelgeving op het gebied van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid en toegankelijkheid.

  • Vermindering van het gebruik van primaire grondstoffen in de bouw door onder meer zo hoogwaardig mogelijk gebruik van bouw- en sloopafval draagt bij aan de beschikbaarheid en betaalbaarheid van producten en diensten op de langere termijn.

Deze publieke waarden worden op onderdelen concreet gemaakt in de volgende op termijn te bereiken resultaten:

  • Vermindering van de CO2-uitstoot van de gebouwde omgeving met minstens 3,4 Mton in 2030 in het kader van de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met minstens 49% ten opzichte van 1990, zoals afgesproken in het Regeerakkoord van het kabinet Rutte-III.

  • Met het oog op een aardgasvrije gebouwde omgeving richting 2050 zullen conform het Regeerakkoord aan het eind van de kabinetsperiode nieuwe woningen en andere nieuwe gebouwen in de regel niet meer op gas verwarmd worden en zullen 30.000–50.000 bestaande woningen per jaar aardgasvrij of aardgasvrij-ready gemaakt worden.

  • Het programma «Nederland circulair in 2050» heeft als einddoel een volledig circulaire economie in 2050 (Kamerstukken II 2015–2016, 32 852, nr. 33). Onderdeel hiervan is de ambitie om samen met maatschappelijke partners 50% minder gebruik van primaire grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen) te realiseren in 2030 als tussendoel. Het kabinet heeft onlangs aangegeven zich met maatschappelijke partners in te zetten om de transitie naar een circulaire (bouw-)economie te versnellen, en om de doelstelling voor 2030 verder te preciseren op basis van de gewenste effecten op milieu, leveringszekerheid en economisch concurrentievermogen (Kamerstukken II 2017–2018, 32 852, nr. 59).

B Rol en verantwoordelijkheid

Met het oog op de doelen binnen dit beleidsartikel is de inzet van burgers, instellingen, bedrijven en de gehele overheid noodzakelijk. Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen zijn gestart met het Interbestuurlijke Programma (IBP) van 2018 en een gezamenlijke agenda (Kamerstukken II 2017–2018, 29 362, nr. 266). Het belangrijkste doel van het IBP is een optimale samenwerking tussen de overheden, zodat er rond belangrijke maatschappelijke opgaven een meer gezamenlijke aanpak tot stand komt. De Minister van BZK heeft hierbij een stimulerende en regisserende rol.

Stimuleren:

Op basis van de Woningwet (artikel 120), de Wet milieubeheer (hoofdstuk 4) en de Kadasterwet is de Minister van BZK verantwoordelijk voor het stimuleren van energiebesparing en reductie van CO2-uitstoot in de gebouwde omgeving. De Minister van BZK geeft invulling aan deze verantwoordelijkheid door kaderstelling (wet- en regelgeving), het uitvoeren van de acties van het Energieakkoord en afspraken die volgen uit het nog af te sluiten het Klimaatakkoord, ondersteuning van innovatie (onder andere door middel van subsidies en «zachte» leningen) en monitoring. Daarnaast stimuleert de Minister van BZK energietransitie in de gebouwde omgeving met verschillende (subsidie)instrumenten, afspraken en ondersteuningsmaatregelen.

Regisseren:

Op basis van de Woningwet (artikel 2) is de Minister van BZK verantwoordelijk voor het opstellen en het beheer van de bouwregelgeving en stelselverantwoordelijk voor het borgen van de bouwkwaliteit. Op grond van deze verantwoordelijkheid worden in ieder geval regels gesteld over het bouwen van nieuwe bouwwerken, de staat van bestaande bouwwerken en het gebruiken en slopen van bouwwerken. Deze regels worden gesteld vanuit het oogpunt van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid of milieu. Door naleving van deze regels is de minimumkwaliteit van bouwwerken gewaarborgd. Toezicht en handhaving hierop berust bij gemeenten.

C Beleidswijzigingen

Energiebesparing huursector

In het regeerakkoord van het kabinet Rutte-III is een bedrag gereserveerd oplopend tot structureel € 100 mln. voor vermindering van de verhuurdersheffing ten behoeve van de energetische verbetering van sociale huurwoningen. De wetgeving hiertoe zal naar verwachting in het voorjaar van 2019 van kracht zijn. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de verduurzaming van sociale huurwoningen.

Energiebesparing koopsector

Het Nationaal Energiebespaarfonds (NEF) start, na hiervoor in 2018 de nodige voorbereidingen te hebben getroffen, in 2019 met zijn tweede periode van het verstrekken van laagrentende leningen voor energiebesparing door eigenaren-bewoners en verenigingen van eigenaren. Het eerder in het fonds gestorte revolverende Rijksgeld is samen met financiering van banken uitgezet in leningen. Het fonds krijgt extra revolverend geld vanuit de rijksoverheid en zal nieuw bankengeld aantrekken. Met deze middelen zal het fonds meer aantrekkelijke leningen aanbieden aan de doelgroep. Voor de tweede periode wil het NEF voor grote energiezuinige renovaties van VvE’s leningen met langere looptijden mogelijk maken. Daarnaast wordt gekeken naar verdere mogelijkheden tot verbetering van het NEF.

Energiebesparing utiliteitsbouw

In 2019 zet het Ministerie van BZK zich verder in om de utiliteitsbouw te verduurzamen, onder meer door middel van het Innovatieprogramma aardgasvrije en frisse basisscholen. Het doel hiervan is opschaling van verduurzaming van de meest energie-onzuinige schoolgebouwen te realiseren (versnelling, repeteerbaarheid, kostendaling). Bijkomende subdoelen zijn aanbieders bewust te maken van de noodzaak van grootschalig en eenvoudig toe te passen verduurzamingsconcepten en het voor scholen/gemeenten makkelijker te maken om te kiezen voor verduurzaming. In dit kader worden circa tien pilots uitgevoerd waarin energie-onzuinige schoolgebouwen omgebouwd worden tot aardgasvrije en frisse scholen met ondersteunende financiering uit de Klimaatenvelop 2018.

Fonds Energiebesparing Huursector

Het kabinet heeft bij voorjaarsnota 2018 besloten het merendeel van de middelen van het Fonds Energiebesparing Huursector (FEH) alternatief in te zetten binnen de begroting van BZK. In totaal wordt € 40 mln. ingezet voor het Nationaal Energiebespaarfonds (NEF) over 2018–2019 en € 30 mln. grotendeels in de periode 2018–2022 voor het vanuit Europa verplichte energielabel voor woningen en andere gebouwen en voor communicatie over energiebesparing. Het FEH is op 1 juli 2018 beëindigd; de in 2018 aangevraagde leningen tot een maximum van in totaal € 2,8 mln. worden nog door RVO.nl behandeld.

Groningen

In lijn met het advies van de Mijnraad (juli 2018) kiest het kabinet voor de overgang naar een nieuwe versterkingsaanpak, en daarmee naar een veilig Groningen. De Minister van EZK en de Minister van BZK gaan hieraan samen met de regio – en met ondersteuning van de (waarnemend) Nationaal Coördinator Groningen – verder uitwerking geven. Ook gaan Rijk en regio samen verder invulling geven aan een nieuw toekomstperspectief voor de regio. Dit perspectief richt zich, in het licht van de energietransitie en de demografische en economische transities, op ruimtelijke-economische structuurversterking en de verbetering van de sociale en fysieke leefbaarheid. Hierbij wordt ingezet op een ambitieuze meerjarige aanpak van Rijk en regio met daarbij passende investeringen.

Kwaliteitsborging voor het bouwen

Het kabinet beoogt een sterkere positie van de consument als opdrachtgever in de bouw, door in het wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen (Kamerstukken II 2015–2016, 34 453, nr. 2) de aansprakelijkheid van de aannemer na de oplevering van het bouwwerk te vergroten. Daarnaast wordt in dit wetsvoorstel de bouwplantoets door de gemeente vervangen door toetsing van de kwaliteit van het gerede bouwwerk door een onafhankelijke private kwaliteitsborger. Naar aanleiding van de behandeling van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer op 4 juli 2017 wordt nog bezien hoe aan nog levende zorgpunten ten aanzien van het wetsvoorstel tegemoet kan worden gekomen.

Stelsel certificering werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties

Een wettelijk stelsel wordt voorbereid voor certificering van werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties om de kwaliteit van deze werkzaamheden te verbeteren met als doel het aantal koolmonoxideongevallen te reduceren.

D1 Budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 4 Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

20171

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Art.nr.

Verplichtingen:

232.210

226.105

78.008

23.728

23.891

23.683

18.420

 

Waarvan garantieverplichtingen

             
                 
 

Uitgaven:

96.521

266.105

209.008

167.728

23.891

23.683

18.420

 

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

   

99%

       
                 

4.1

Energietransitie en duurzaamheid

71.398

240.489

202.955

161.881

18.514

18.386

13.386

 

Subsidies

68.823

148.063

180.889

146.409

2.538

2.410

1.410

 

Beleidsprogramma Energiebesparing

5.923

11.801

0

0

0

0

0

 

Energietransitie en duurzaamheid

0

0

2.412

2.409

2.538

2.410

1.410

 

Beleidsprogramma bouwregelgeving

2.713

4.143

0

0

0

0

0

 

Energiebesparing Koopsector

39.917

5.302

13.000

0

0

0

0

 

Energiebesparing Huursector

0

121.817

130.477

144.000

0

0

0

 

FES IAGO

270

0

0

0

0

0

0

 

Revolverend fonds EGO

0

5.000

0

0

0

0

0

 

Nationaal Energiebespaarfonds (NEF)

0

0

35.000

0

0

0

0

 

Fonds duurzaam funderingsherstel

20.000

0

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

1.432

3.210

1.100

1.100

1.100

1.100

1.100

 

Beleidsprogramma Energiebesparing

635

1.600

0

0

0

0

0

 

Energietransitie en duurzaamheid

0

0

1.100

1.100

1.100

1.100

1.100

 

Beleidsprogramma bouwregelgeving

797

1.610

0

0

0

0

0

 

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

650

0

0

0

0

0

 

Toelatingsorganisatie

0

650

0

0

0

0

0

 

Bijdragen aan agentschappen

1.143

3.224

20.717

14.123

14.627

14.627

10.627

 

Dienst Publiek en Communicatie

1.143

620

60

0

0

0

0

 

Diverse Agentschappen

0

350

750

0

0

0

0

 

ILT (Handhaving Energielabel)

0

0

500

500

500

500

500

 

ILT (Toezicht EU-Bouwregelgeving)

0

51

0

0

0

0

0

 

RVO.nl (Energietransitie en duurzaamheid)

0

0

6.580

6.209

6.199

6.199

6.199

 

RVO.nl (Uitvoering Energieakkoord)

0

2.203

12.413

7.414

7.928

7.928

3.928

 

RVO.nl (Uitvoeringskosten FEH)

0

0

414

0

0

0

0

 

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

0

85.342

249

249

249

249

249

 

Economische Zaken (H13)

0

226

249

249

249

249

249

 

Gemeentefonds (H50)

0

85.000

0

0

0

0

0

 

Infrastructuur en Waterstaat (H12)

0

116

0

0

0

0

0

                 

4.2

Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

22.617

18.208

6.053

5.847

5.377

5.297

5.034

 

Subsidies

337

300

1.751

1.751

1.431

1.351

1.351

 

Beleidsprogramma Woningbouw

337

300

0

0

0

0

0

 

Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

0

0

1.751

1.751

1.431

1.351

1.351

 

Opdrachten

165

55

3.273

3.217

3.267

3.267

3.004

 

Beleidsprogramma Woningbouw

165

55

0

0

0

0

0

 

Bouwregelgeving en Bouwkwaliteit

0

0

3.273

3.217

3.267

3.267

3.004

 

Bijdragen aan agentschappen

22.062

17.853

51

51

51

51

51

 

ILT (Toezicht EU-Bouwregelgeving)

0

0

51

51

51

51

51

 

RVO.nl (Beleidsprogramma Woningbouw)

22.062

17.853

0

0

0

0

0

 

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

0

650

500

300

300

300

 

Toelatingsorganisatie

0

0

650

500

300

300

300

 

Bijdragen aan medeoverheden

53

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage woningbouw

53

0

0

0

0

0

0

 

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

0

0

328

328

328

328

328

 

Infrastructuur en Waterstaat (H12)

0

0

328

328

328

328

328

                 

4.3

Kwaliteit woonomgeving

2.462

3.460

0

0

0

0

0

 

Subsidies

1.356

1.646

0

0

0

0

0

 

Beleidsprogramma woonomgeving e.a.

1.356

1.646

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

1.005

1.564

0

0

0

0

0

 

Beleidsprogramma woonomgeving e.a.

1.005

1.564

0

0

0

0

0

 

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

75

250

0

0

0

0

0

 

Beleidsprogramma woonomgeving e.a.

75

250

0

0

0

0

0

 

Bijdragen aan medeoverheden

26

0

0

0

0

0

0

 

Beleidsprogramma woonomgeving e.a.

26

0

0

0

0

0

0

                 

4.4

Revolverend Fonds Energiebesparing Verhuurders

44

3.948

0

0

0

0

0

 

Leningen

0

2.800

0

0

0

0

0

 

Revolverend Fonds Energiebesparing Verhuurders

0

2.800

0

0

0

0

0

 

Bijdragen aan agentschappen

44

1.148

0

0

0

0

0

 

Uitvoeringskosten Revolverend Fonds Energiebesparing Verhuurders

44

1.148

0

0

0

0

0

                 
 

Ontvangsten

605

91

91

91

91

91

91

X Noot
1

Tot en met begrotingsjaar 2017 viel dit artikel onder begrotingshoofdstuk 18 – Wonen en Rijksdienst

D2 Budgetflexibiliteit

Van het totale uitgavenbudget op artikel 4 is 99% juridisch verplicht en dit kent de volgende onderverdeling:

Subsidies

De subsidies zijn voor 100% juridisch verplicht. Het betreft subsidies in het kader van de energietransitie en duurzaamheid voor onder andere energiebesparing in de koopsector (SEEH), energiebesparing in de huursector (STEP) en het Nationaal Energiebespaarfonds (NEF).

Opdrachten

De budgetten voor opdrachten voor de beleidsprogramma’s zijn voor 50% juridisch verplicht. Ter uitvoering van de afspraken voor energietransitie in de gebouwde omgeving uit het Energieakkoord worden in 2019 diverse onderzoeksopdrachten uitgevoerd.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Het Ministerie van BZK verstrekt een bijdrage aan de Toelatingsorganisatie in het kader van de voorbereiding van het nieuwe stelsel voor kwaliteitsborging voor het bouwen. Dit budget is voor 100% juridisch verplicht.

Bijdragen aan agentschappen

De bijdragen aan agentschappen zijn voor 100% juridisch verplicht. Het betreft een agentschapsbijdrage aan de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl).

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

De bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken is voor 100% juridisch verplicht. Dit betreft een bijdrage aan het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) voor de Nationale Energieverkenning door het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN).

E. Toelichting op de instrumenten

4.1 Energietransitie en duurzaamheid

Het Ministerie van BZK zet diverse instrumenten in om energietransitie in de gebouwde omgeving te bevorderen, zorg te dragen voor een minimumniveau voor veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid en toegankelijkheid van gebouwen, de positie van de consument als opdrachtgever in de bouw te versterken en het gebruik van primaire grondstoffen te verminderen. In dit kader verstrekt het Ministerie van BZK subsidies, opdrachten en bijdragen aan partijen buiten en binnen de rijksoverheid.

Subsidies

Energietransitie en duurzaamheid

In het kader van de afspraken voor energietransitie in de gebouwde omgeving uit het Energieakkoord verstrekt het Ministerie van BZK in 2019 subsidies aan enkele partijen, onder meer voor klantcontact en informatievoorziening over het energielabel voor woningen en andere gebouwen.

Energiebesparing Koopsector

De uitvoering van de Subsidieregeling energiebesparing eigen huis (SEEH) wordt voortgezet voor Verenigingen van Eigenaren (VvE’s). Het Ministerie van BZK zet – van het totale bedrag van € 100 mln. dat destijds in het Belastingplan 2016 beschikbaar werd gesteld – voor 2019 € 13 mln. in voor subsidies ten behoeve van energiebesparende maatregelen door VvE’s. Voor deze doelgroep duurt het subsidieaanvraagproces langer.

Energiebesparing Huursector

In 2019 zet de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) in opdracht van het Ministerie van BZK de uitvoering voort van de Stimuleringsregeling energieprestatie huursector voor investeringen van verhuurders in energiebesparende maatregelen. 2018 is het laatste jaar waarin aanvragen kunnen worden gedaan. De subsidies worden twee jaar na verlening uitbetaald. Daarnaast zal in 2019 naar verwachting de heffingsvermindering verduurzaming huurwoningen worden ingevoerd voor verduurzaming van sociale huurwoningen.

Nationaal Energiebespaarfonds

Bij voorjaarsbegroting 2018 zijn extra middelen vrijgemaakt voor het Nationaal Energiebespaarfonds (NEF). Het betreft de volgende reeks: € 5 mln. (2018) en € 35 mln. (2019). Het fonds zal daarnaast nieuw bankengeld aantrekken. Het fonds start met deze middelen in 2019, na hiervoor in 2018 de nodige voorbereidingen getroffen te hebben, zijn tweede periode van het daadwerkelijk verstrekken van leningen voor energiebesparing door eigenaren-bewoners en verenigingen van eigenaren. Voor de tweede periode wil het NEF voor grote energiezuinige renovaties van VvE’s leningen met langere looptijden mogelijk maken. Daarnaast wordt gekeken naar verdere mogelijkheden tot verbetering van het NEF.

Opdrachten

Energietransitie en duurzaamheid

Ter uitvoering van de afspraken voor energietransitie in de gebouwde omgeving uit het Energieakkoord verstrekt het Ministerie van BZK ook in 2019 diverse onderzoeksopdrachten.

Bijdragen aan agentschappen

Dienst Publiek en Communicatie

Deze middelen worden ingezet voor het campagnemanagement voor de activerende voorlichtingscampagne «Energie besparen doe je nu» (www.energiebesparendoejenu.nl) door het agentschap Dienst Publiek en Communicatie.

Diverse agentschappen

In samenwerking met het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) betreft dit een bijdrage aan de rijksbrede koepelcampagne in het kader van de klimaatdoelstellingen uit het regeerakkoord van het kabinet Rutte-III. Het doel van de campagne is mensen te informeren en enthousiasmeren over de bijdrage die zij zelf kunnen leveren aan de reductieopgave.

ILT (Handhaving Energielabel)

In 2019 zet de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) haar werkzaamheden voort op het gebied van de handhaving van de naleving van de verplichtingen met betrekking tot het energielabel in het kader van de Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen.

RVO.nl (Energietransitie en duurzaamheid)

De middelen zijn bestemd voor het jaarprogramma 2019 dat RVO.nl in opdracht van het Ministerie van BZK uitvoert op het gebied van energietransitie in de gebouwde omgeving. Het programma behelst kennisverspreiding, beleidsonderbouwing en uitvoering van subsidieregelingen over de hele breedte van dit beleidsterrein waaronder de Stimuleringsregeling energieprestatie huursector (STEP) en de Subsidieregeling energiebesparing eigen huis (SEEH).

RVO.nl (Uitvoering Energieakkoord)

Ter uitvoering van afspraken uit het Energieakkoord voor duurzame groei zorgt RVO.nl in opdracht van het Ministerie van BZK ook in 2019 voor beheer en onderhoud van het systeem voor verkrijging van een definitief energielabel voor woningen op basis van de Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen. Het systeem wordt voortgaand gemonitord, waarbij de effecten van handhaving worden betrokken. De webtool voor verkrijging van het label wordt waar nodig verbeterd en aangepast op basis van actuele ontwikkelingen. Daarnaast beheert RVO.nl de energielabeldatabase.

RVO.nl (Uitvoeringskosten FEH)

Het betreft de laatste werkzaamheden van RVO.nl ter uitvoering van het Fonds energiebesparing huursector (FEH).

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

Economische Zaken (H13)

Dit betreft een overboeking naar de begroting van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) voor de Nationale Energieverkenning door het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN), nodig om de voortgang van de maatregelen voor energietransitie in de gebouwde omgeving in het kader van het Energieakkoord en het Klimaatakkoord te monitoren.

4.2 Bouwregelgeving en Bouwkwaliteit

Subsidies

Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

In 2019 verstrekt het Ministerie van BZK enkele subsidies in het kader van het streven om de vraaggerichtheid in de bouwsector en de positie van de bouwconsument te versterken door middel van private afspraken zoals een benchmarkingsysteem en een opleverdossier voor de consument. Verder worden enkele subsidies verstrekt om het belang van verduurzaming in VvE’s verder onder de aandacht te brengen in het kader van de Wet verbetering functioneren verenigingen van eigenaars (Stb. 2017, 241). Deze wet verplicht VvE’s ertoe om jaarlijks een minimumbedrag te reserveren voor onderhoud en herstel van het gebouw en heeft bij VvE’s de aandacht voor de combinatie van groot onderhoud en verduurzaming vergroot.

Opdrachten

Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

Het Ministerie van BZK verstrekt ten behoeve van een goed functionerend stelsel van bouwregelgeving ook in 2019 opdrachten voor werkzaamheden van het Nederlands Normalisatie-instituut (NEN), de Helpdesk bouwregelgeving en de Adviescommissie toepassing en gelijkwaardigheid bouwvoorschriften. Vanuit de kerntaak «het wettelijk waarborgen van een maatschappelijk noodzakelijk minimum kwaliteitsniveau van bouwwerken» worden waar nodig wijzigingen in het Besluit bouwwerken leefomgeving aangebracht. In het belang van de toegankelijkheid van gebouwen wordt met betrokken organisaties gewerkt aan de uitvoering van het Actieplan «Toegankelijkheid voor de bouw» en aan het opzetten van een monitor om de uitvoering van de afgesproken acties en de effecten daarvan te volgen en waar nodig en mogelijk bij te sturen. Ook wordt met organisaties overlegd om de bruikbaarheid en een voldoende mate van brandveiligheid van de gebouwde omgeving te borgen en te stimuleren. In 2019 wordt ook verder gewerkt aan het integreren van het Besluit bouwwerken leefomgeving en de bouwparagraaf van de Woningwet in de Omgevingswet, die naar verwachting in 2021 in werking zal treden.

In 2020 worden de nieuwe energieprestatie-eisen van kracht voor nieuwbouw (eisen voor bijna energieneutrale gebouwen). In 2019 zal het Ministerie van BZK de implementatie van een nieuwe integrale bepalingsmethode voor de energieprestatie (NTA 8800) en de kwaliteitsborging hierbij verder stimuleren en ondersteunen, zodat de markt zich tijdig kan voorbereiden om vanaf 2020 daadwerkelijk bijna energieneutraal te kunnen bouwen. Verder wordt gewerkt aan de implementatie van de herziening van de Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen. Deze herziening bevat onder meer bepalingen over elektrisch vervoer en energiemanagementsystemen. De lidstaten moeten de herziene richtlijn begin 2020 hebben omgezet.

In 2019 worden de werkzaamheden voortgezet in het kader van de introductie van een nieuw stelsel van kwaliteitsborging in de bouwsector (Kamerstukken II 2015–2016, 34 453, nr. 2). Hierbij gaat het onder andere om de uitvoering van het implementatieplan dat in overleg met betrokken partijen is gemaakt, de opzet van de voorziene toelatingsorganisatie, en de landelijke organisatie van meer proefprojecten.

Ook wordt een certificeringsstelsel voorbereid om de kwaliteit van werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties te verbeteren, teneinde het aantal koolmonoxideongevallen te reduceren. Hiermee wordt invulling gegeven aan advies van de Onderzoeksraad voor Veiligheid van november 20151.

Ter uitvoering van de afspraken in het Regeerakkoord van het kabinet Rutte-III over circulaire bouweconomie wordt deze kabinetsperiode onderzocht hoe de bouwregelgeving effectief kan worden ingezet om de afspraken te realiseren. Ook wordt ondersteunend beleid ingezet voor kennisontwikkeling en -verspreiding. Hiertoe verstrekt het Ministerie van BZK opdrachten aan onder meer de Stichting Bouwkwaliteit en Platform31.

Bijdragen aan Agentschappen

ILT (Toezicht EU-Bouwregelgeving)

In 2019 voert de ILT toezicht en handhaving uit op de naleving van de Europese Verordening bouwproducten.

Bijdragen aan ZBO's / RWT's

Toelatingsorganisatie

Het Ministerie van BZK verstrekt een bijdrage aan de Toelatingsorganisatie in het kader van de voorbereiding van het nieuwe stelsel voor kwaliteitsborging voor het bouwen.

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

Infrastructuur en Waterstaat (H12)

Dit betreft een overboeking naar het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) ten behoeve van het Omgevingsloket online, waarbij particulieren en bedrijven een omgevingsvergunning kunnen aanvragen en een vergunning check en melding kunnen doen.

Ontvangsten

Dit betreft ontvangsten uit afrekeningen van eerder verstrekte subsidies door RVO.nl en uit boetes wegens het niet nakomen van verplichtingen met betrekking tot het verstrekken van het energielabel bij verkoop en verhuur van gebouwen.

3.5 Artikel 5. Ruimtelijke ordening en omgevingswet

A Algemene doelstelling

Een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Gericht op het realiseren van een concurrerend, duurzaam en leefbaar Nederland, waarin sprake is van regionale differentiatie en maatwerk.

B Rol en verantwoordelijkheid

Het huidige Rijksbeleid voor ruimtelijke ordening is beschreven in de in 2012 vastgestelde Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) (Kamerstukken II 2011–2012, 32 660, nr. 50). De nieuwe Nationale Omgevingsvisie zal naar verwachting medio 2019 worden vastgesteld. Deze zal het kader vormen voor het omgevingsbeleid en de aanpak kenmerkt zich als integraal en gebiedsgericht. Er wordt gewerkt vanuit een richtinggevende en uitnodigende visie met duidelijke kaders die gebaseerd zijn op nationale belangen en die ruimte laat voor regionale en lokale activiteiten. Deze nieuwe sturingsfilosofie wordt «Ruimtelijke Activering» genoemd en hierin heeft de Minister van BZK zowel een stimulerende als een regisserende rol.

De Minister van BZK is verantwoordelijk voor de stelselherziening omgevingsrecht (Omgevingswet), gericht op een samenhangende benadering van de leefomgeving, eenvoudiger regels voor burgers en bedrijven en betere en snellere besluitvorming over projecten in de fysieke leefomgeving. De Minister van BZK is ook verantwoordelijk voor het systeem van ruimtelijke ordening en het stimuleren van (de kwaliteit van) ruimtelijke investeringen.

Stimuleren

Het ruimtelijk beleid kent een selectieve beleidsinzet op de nationale belangen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), het Regeerakkoord van het kabinet Rutte-III en de Nationale Omgevingsvisie (na vaststelling in 2019). De Minister van BZK is hierbij (mede)verantwoordelijk voor:

  • Het zorgdragen voor een gestructureerde afstemming met de regio in de vorm van het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT), waarin het Rijk en de regio afspraken kunnen maken over afgestemde acties en investeringsbeslissingen;

  • Het – via de gebiedsagenda’s – in kaart brengen van de inhoudelijke samenhang tussen de verschillende onderdelen van het ruimtelijk-fysieke domein (o.a. woningbouw, bereikbaarheid, economie, energie, natuur en waterveiligheid). In het kader van de Nationale Omgevingsvisie worden de gebiedsagenda’s geactualiseerd en verbreed naar omgevingsagenda’s;

  • Het ontwikkelen van nationale ruimtelijke visies, zoals een visie op de ruimtelijke vertaling voor duurzame energieopwekking, -opslag en -transport in 2050 en een visie op verstedelijking en krimp;

  • De inhoudelijke inbreng vanuit het ruimtelijk beleid, een aspect van de fysieke leefomgeving, in de Nationale Omgevingsvisie;

  • De inbreng van ontwerp in ruimtelijke projecten en programma’s bij het Ministerie van BZK en het stimuleren van ontwerp bij projecten en programma’s, zowel interdepartementaal als bij andere overheden.

De Minister van BZK is verantwoordelijk voor de stelselherziening omgevingsrecht. Deze omvat:

  • De bundeling, vereenvoudiging, stroomlijning en harmonisering van wet- en regelgeving met betrekking tot het fysieke domein;

  • De implementatie van het nieuwe stelsel via het implementatieprogramma Aan de slag met de Omgevingswet met een interbestuurlijk opdrachtgeverschap van Rijk, VNG, IPO en UvW;

    • Het ondersteunen van burgers, bedrijven en overheden bij de stelselherziening door het vergroten van kennis over het leren werken met de nieuwe wet- en regelgeving;

    • Het ontwikkelen van een landelijke voorziening in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO-LV) die ondersteunt bij de uitvoeringsprocessen van de Omgevingswet ondersteunen.

  • De realisatie en – na vaststelling – uitvoering van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI).

Regisseren

De Minister van BZK heeft een systeemverantwoordelijkheid voor het goed laten verlopen van processen op het gebied van omgevingsbeleid en de ruimtelijke ordening, ongeacht wie verantwoordelijk is voor het resultaat of welke doelen worden nagestreefd. De Minister van BZK is vanuit deze rolopvatting eerstverantwoordelijk voor:

  • De uitvoering van de SVIR en voor het beheer en onderhoud van het stelsel van de Wet ruimtelijke ordening (Wro).

  • Het opstellen, onderhouden en coördineren van nationale en Europese kaders en wet- en regelgeving op ruimtelijk gebied en ten aanzien van interbestuurlijke geo-informatie en de bijbehorende informatievoorziening;

  • Het vertalen en implementeren van relevante Europese beleidskaders;

  • Het samenwerken met het bedrijfsleven en wetenschap in een topteam geo-informatie om de gezamenlijke opgestelde toekomstvisie GeoSamen te realiseren. En het versterken van de samenhang in het geo-informatiebeleid;

  • Het zorg dragen voor zorgvuldige ruimtelijke keuzes en de structurele verankering van het ruimtelijk ontwerp in de beleidsprocessen en projecten van de ruimtelijke ontwikkeling van medeoverheden;

  • De verdere ontwikkeling van kennis van de fysieke leefomgeving ten behoeve van beleid in relatie tot maatschappelijke opgaven en het faciliteren van de toepassing daarvan door de andere overheden;

Ten slotte is de Minister van BZK verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van (een deel van) de wet- en regelgeving door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) op dit beleidsterrein (zie beleidsartikel 4).

C Beleidswijzigingen

Naar aanleiding van het Regeerakkoord van het kabinet Rutte-III wordt gewerkt aan vernieuwing van het beleid ten aanzien van open ruimten. Met de vaststelling van de NOVI in 2019 zal er sprake zijn van een actualisatie van al het beleid ten aanzien van de fysieke leefomgeving.

D1 Budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 5 Ruimtelijke ordening en omgevingswet

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Art.nr.

Verplichtingen:

0

87.924

94.897

91.644

62.186

57.593

51.453

 

Waarvan garantieverplichtingen

             
                 
 

Uitgaven:

0

103.583

102.919

93.875

62.186

57.593

51.453

 

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

   

84%

       
                 

5.1

Ruimtelijke ordening

0

55.534

59.745

64.461

54.025

49.964

46.740

 

Subsidies

0

1.895

1.895

1.595

380

380

380

 

Basisregistraties

0

680

680

380

380

380

380

 

Programma Ruimtelijk Ontwerp

0

1.215

1.215

1.215

0

0

0

 

Opdrachten

0

10.677

9.304

7.707

7.594

6.972

6.420

 

Basisregistraties Ondergrond (BRO)

0

2.828

1.651

1.369

777

552

0

 

Gebiedsontwikkeling

0

1.541

1.416

1.461

1.381

1.176

1.176

 

Nationale Omgevingsvisie

0

1.230

1.450

0

0

0

0

 

Programma Ruimtelijk Ontwerp

0

2.553

2.377

2.220

2.919

2.919

2.919

 

Ruimtegebruik bodem (diversen)

0

265

265

265

265

265

265

 

Ruimtelijk instrumentarium (diversen)

0

1.985

1.865

2.112

1.972

1.780

1.780

 

Windenergie op zee

0

275

280

280

280

280

280

 

Bijdragen aan ZBO's / RWT's

0

31.327

36.945

36.814

34.066

28.117

27.634

 

Basisregistratie Ondergrond (BRO)

0

8.040

8.900

8.443

6.452

493

0

 

Geo-informatie

0

2.364

2.278

2.578

2.492

2.502

2.512

 

Kadaster (Basisregistraties)

0

20.923

25.767

25.793

25.122

25.122

25.122

 

Bijdragen aan medeoverheden

0

2.700

2.550

9.310

2.950

5.910

3.721

 

Diverse projecten Ruimtelijke Kwaliteit

0

2.700

2.550

9.310

2.950

5.910

3.721

 

Bijdrage aan agentschappen

0

8.935

9.051

9.035

9.035

8.585

8.585

 

RVB

0

2.356

2.356

2.340

2.340

2.340

2.340

 

RWS (Leefomgeving)

0

6.129

6.245

6.245

6.245

6.245

6.245

 

Basisregistratie Ondergrond (BRO)

0

450

450

450

450

0

0

                 

5.2

Omgevingswet

0

48.049

43.174

29.414

8.161

7.629

4.713

 

Subsidies

0

5.000

4.000

0

0

0

0

 

Eenvoudig Beter

0

5.000

4.000

0

0

0

0

 

Opdrachten

0

5.290

20.172

28.206

6.953

6.421

3.505

 

Eenvoudig Beter

0

1.575

1.900

840

540

1.231

1.231

 

Aan de Slag

0

3.715

18.272

27.366

6.413

5.190

2.274

 

Bijdragen aan agentschappen

0

23.729

8.904

1.208

1.208

1.208

1.208

 

Aan de Slag

0

23.104

8.104

608

608

608

608

 

Eenvoudig Beter

0

625

800

600

600

600

600

 

Bijdragen aan medeoverheden

0

14.030

10.098

0

0

0

0

 

Aan de Slag

0

14.030

10.098

0

0

0

0

                 
 

Ontvangsten

0

8.824

3.824

3.824

3.824

3.824

3.824

D2 Budgetflexibiliteit

Van het totale uitgavenbudget op artikel 5 is 84% juridisch verplicht en dit kent de volgende onderverdeling:

Subsidies

De subsidies zijn voor 98% juridisch verplicht. Het betreft onder andere subsidie voor de Stimuleringsregeling Implementatie Omgevingswet en subsidies aan een aantal lead partners (het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, Architectuur Lokaal, de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam, de TU Delft en de Academies van Bouwkunst) in het kader van het programma ruimtelijk ontwerp. Daarnaast wordt subsidie verstrekt aan Geonovum en aan het Samenwerkingsverband bronhouders voor de basisregistratie grootschalige topografie.

Opdrachten

De opdrachten zijn voor 50% juridisch verplicht. In 2019 worden diverse opdrachten verstrekt op het gebied van het programma ruimtelijk ontwerp, geo-informatie, de Basisregistratie Ondergrond (BRO) en gebiedsontwikkeling. Daarnaast betreft het opdrachten ter bevordering van de implementatie van de Omgevingswet (Aan de Slag).

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

De bijdrage aan ZBO’s/RWT’s is 100% juridisch verplicht. Dit betreft een bijdrage aan het Kadaster voor beheer en ontwikkeling van de landelijke voorzieningen van basisregistraties, beheer en ontwikkeling van de gezamenlijke verstrekkingsvoorziening voor geo-informatie (Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDOK)) en het Nationaal GeoRegister (NGR).

Bijdragen aan medeoverheden

De bijdragen aan medeoverheden zijn 95% juridisch verplicht. Het betreft onder meer bijdragen aan projecten ter versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Daarnaast betreft het diverse bijdragen ten behoeve van de ontwikkeling van het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO).

Bijdragen aan agentschappen

De bijdragen aan agentschappen zijn 95% juridisch verplicht. Het betreft bijdragen aan Rijkswaterstaat (RWS) ten behoeve van de Ruimtelijke Inpassingsplannen en de ontwikkeling van het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO). Daarnaast betreft het een bijdrage aan het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) voor de Interdepartementale Commissie Rijksvastgoed (ICRV).

E Toelichting op de instrumenten

5.1 Ruimtelijke ordening

Subsidies

Basisregistraties

Met het oog op het uitvoeren van het basisprogramma op het terrein van geo-informatie en de geo-basisregistraties wordt een subsidie verleend aan Geonovum en aan het Samenwerkingsverband bronhouders voor de basisregistratie grootschalige topografie (SVB-BGT).

Programma Ruimtelijk Ontwerp

Het budget van 2017–2021 voor de Actieagenda Ruimtelijke Ontwerp wordt deels als een meerjarige subsidie toegekend aan een aantal van de lead partners (het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, Architectuur Lokaal, de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam, de TU Delft en de Academies van Bouwkunst) om zo goed mogelijk aan te sluiten op ontwikkelingen en concrete activiteiten in de praktijk. De subsidies ondersteunen onderwijsprogramma’s die de rol van ontwerp als onderzoeksinstrument belichten, platforms die innovatieve praktijken en onderzoeken verbinden en ondersteunen, alsmede programma’s die in een actieve kennisoverdracht naar de lokale en regionale praktijk voorzien.

Opdrachten

Basisregistratie Ondergrond (BRO)

De Basisregistratie Ondergrond (BRO) wordt stapsgewijs ingevoerd. Er zijn vier tranches voorzien in de periode 2018–2022. Per tranche treden verplichtingen in werking waarbij bronhouders conform de BRO-standaarden gegevens moeten aanleveren aan de landelijke voorziening BRO. Daartoe is een aantal generieke voorzieningen gerealiseerd (waaronder Landelijke Voorziening BRO, Bronhouderportaal, ontsluiting naar Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDOK), inrichting servicedesk). De eerste release hiervan is op 1 januari 2018 in gebruik genomen. De opdrachten betreffen de realisatie en doorontwikkeling van de BRO, waaronder het leveren van (monitorings)rapportages, communicatie-uitingen, analyses en de realisatie van diverse proof of concepts die de business case ondersteunen.

Gebiedsontwikkeling

De opdrachten in relatie tot de gebiedsontwikkeling worden uitgevoerd in het kader van Ruimtelijke Economische Ontwikkelstrategie (REOS), Greenports 3.0, de ruimtelijke inbreng in de Nota Luchtvaart 2020–2040 en het MIRT. Het betreft onderbouwend onderzoek, ontwerpend onderzoek en advisering op o.a. (financiële) haalbaarheid.

Het MIRT is het meerjarenprogramma van de opgaven in het ruimtelijk fysieke domein. Onderdeel van het MIRT zijn de landsdelige gebiedsagenda’s. In deze gebiedsagenda’s wordt de samenhang tussen de nationale opgaven en regionale opgaven en initiatieven van bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties inzichtelijk gemaakt. Op basis van de NOVI zullen de gebiedsagenda’s worden vernieuwd. Vooruitlopend daarop vindt de pilot vernieuwing Gebiedsagenda Oost plaats, die naar verwachting in het voorjaar van 2019 bestuurlijk wordt afgerond.

Verder heeft de opdrachtverlening betrekking op uitbesteding van beleidsinhoudelijke onderzoeksopdrachten en evaluaties aan derden op het gebied van: de ruimtelijke inbreng in het Klimaatakkoord en de Regionale Energie- en Klimaatstrategieën (REKS), uitvoering van de Structuurvisie buisleidingen, de Structuurvisie Energievoorziening en de Structuurvisie Wind op land.

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

De opdrachten voor de Nationale Omgevingsvisie hebben betrekking op de inspraakprocedure van de ontwerp NOVI, de planMER en de publicatie van de vastgestelde Nationale Omgevingsvisie.

Programma Ruimtelijk Ontwerp

Ruimtelijk ontwerp richt zich op de goede ontwikkeling en een duurzaam beheer van de fysieke leefomgeving. De Rijksinzet met de Actieagenda Ruimtelijk Ontwerp biedt voor de periode 2017–2020 een programmatisch kader om de rol van ontwerpend onderzoek te versterken. Hierbij staat de inzet van ontwerpkracht bij urgente maatschappelijke opgaven, zoals geagendeerd in de startnota Nationale Omgevingsvisie en bij het opstellen van gebiedsagenda’s en omgevingsplannen en -visies, centraal.

De financiële middelen voor ruimtelijk ontwerp worden deels toegekend in de vorm van subsidies ten behoeve van het stimuleringsprogramma voor specifieke doelgroepen en opgaven. Daarnaast worden de middelen ingezet voor:

  • Het College van Rijksadviseurs; ten behoeve van onafhankelijk advies aan het Rijk in zake ruimtelijke aspecten van urgente maatschappelijke opgaven en Rijksbelangen;

  • Het programma Atelier X (BZK): ten behoeve van beleidsverkennend ontwerpend (interdepartementaal) onderzoek. Onderzoek onder andere op thema–s zoals energietransitie, klimaatadaptatie, verstedelijking, bereikbaarheid en beleid open ruimten;

  • Het O-team; ten behoeve van ontwerpadvies lokale gebiedsontwikkeling.

De uitvoering van deze programma’s gebeurt binnen een samenhangend netwerk van het Rijk met lead partners.

Ruimtegebruik bodem

De uitvoering van de Structuurvisie Buisleidingen (SVB) ziet op het reserveren van ruimte ten behoeve van vervoer van gevaarlijke stoffen. In de Structuurvisie faciliteren we de aanleg van buisleidingen met het vrijhouden van ruimte. Een deel van de tracés is inmiddels vastgelegd in de Structuurvisie Buisleidingen, een deel (de indicatieve tracés) zal nog volgen. De te volgen werkwijze nu is de indicatieve tracés toevoegen aan de SVB en ter inzage leggen voor belanghebbenden, gelegenheid bieden om zienswijzen in te dienen en rekening houdend met deze zienswijzen de tracés vastleggen in wetgeving.

Ruimtelijk instrumentarium

Het vigerend beleid ten aanzien van de ruimtelijke ordening is vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De financiële middelen voor het Ruimtelijk instrumentarium worden in 2019 met name ingezet:

  • Om zicht te houden op de realisatie van de SVIR om zorg te dragen voor kennisontwikkeling ten behoeve van de uitvoering van de SVIR;

  • Voor het beheer en onderhoud van het stelsel van de Wro;

  • Voor de ontwikkeling van een perspectief voor het vitaal en bereikbaar houden van de krimpregio’s en de ondersteuning van provincies en gemeenten in krimp- en anticipeerregio’s door middel van kennis en experimenten;

  • Voor de ontwikkeling van een ruimtelijke perspectief voor duurzame verstedelijking;

  • Voor het uitwerken van de acties uit het uitvoeringsprogramma Ruimtelijke Economische Ontwikkelstrategie (REOS);

  • Voor de voorbereiding van de ruimtelijke inbreng in de NOVI en het klimaatakkoord.

Windenergie op zee

De routekaarten windenergie op zee voor 2023 en 2030 komen tezamen uit op 11,5 GW in de Noordzee in 2030. BZK draagt daaraan bij via haar rol in de energietransitie en verantwoordelijkheid voor de ruimtelijke ordening van de Noordzee. De beschikbare middelen worden ingezet voor:

  • Het proces van de ruimtelijke afstemming van windparken met de belangen op de Noordzee (visserij, scheepvaart, mijnbouw, natuur, etc.);

  • De voorbereiding van kavelbesluiten (mede bevoegd gezag) en voorbereidingsbesluiten daarvoor;

  • Het mogelijk maken en afstemmen van meervoudig- en multifunctioneel ruimtegebruik op zee (visserij, scheepvaart, mijnbouw, natuur, etc.). In het bijzonder doorvaart en medegebruik in de huidige en toekomstige windparken;

  • De inpassing via Rijkscoördinatieregeling van het elektriciteitsnet op zee;

  • Bijdragen aan het opstellen van een financieel kader voor de inpassingskosten en waar mogelijk een koppeling met de opbrengsten van nieuwe windparken;

  • Bijdragen aan de uitwerking van de Routekaart windenergie op zee 2030;

  • Bijdragen aan het opstellen van de Noordzeestrategie 2030.

Bijdragen aan ZBO's / RWT's

Basisregistratie Ondergrond (BRO)

De bijdrage aan Geonovum voor de BRO betreft de ontwikkeling van standaarden. De BRO wordt stapsgewijs ontwikkeld. Er zijn vier tranches met in totaal ca. 30 registratieobjecten (bijv. een sondering of een grondwaterput), die in de periode 2018–2022 per tranche worden opgenomen in de regelgeving. In 2017 en 2018 heeft Geonovum een bijdrage ontvangen om de standaarden voor de 1e en 2e tranche te ontwikkelen. In 2019, 2020 en 2021 zijn bijdragen voorzien voor ontwikkeling van tranches 3 en 4.

Geo-informatie

Geonovum en ICTU ontvangen een bijdrage voor de realisatie en doorontwikkeling van basisregistraties en voorzieningen in het kader van de Nationale Geo-Informatie Infrastructuur. Het betreft onder meer de ontwikkeling van standaarden, inhoudelijke doorontwikkeling en ontwikkeling van informatiemodellen. Naast de bestaande basisregistraties en voorzieningen betreft het investeringen in een integrale doorontwikkeling van de basisregistraties, onder de noemer «doorontwikkeling-in-samenhang».

Kadaster

Dit betreft een structurele bijdrage aan het Kadaster. De bijdrage is bestemd voor beheer en ontwikkeling van de landelijke voorzieningen van basisregistraties en in enkele gevallen ook het actueel houden van de inhoud. Tevens gaat het om beheer en ontwikkeling van de gezamenlijke verstrekkingsvoorziening voor geo-informatie: Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDOK), het Nationaal GeoRegister (NGR) in relatie tot Europese richtlijn INSPIRE en de beheerkosten van het landelijke online portaal voor ruimtelijke plannen.

Bijdragen aan medeoverheden

Diverse projecten Ruimtelijke Kwaliteit

Projecten BIRK

Het Budget Investeringen Ruimtelijke Kwaliteit (BIRK) is ingezet ter versterking van de ruimtelijke kwaliteit in stedelijke centra of stedelijke gebieden. De projecten Arnhem, Breda, Delft, Dordrecht, Integrale Ontwikkeling Delft-Schiedam (IODS) en Venlo zijn volop in uitvoering. Een vijftal BIRK-projecten ontvangt nog een bijdrage.

Projecten Nota Ruimte

Het budget is een extra impuls voor de versterking van de economische concurrentiepositie, krachtige steden en platteland, borging belangrijke ruimtelijke waarden en borging van veiligheid. De projecten Maastricht, Nijmegen en Rotterdam zijn volop in uitvoering. De slotbetaling aan het laatste project is voorzien in het jaar 2020.

Projecten Bestaand Rotterdams Gebied (BRG)

De financiële middelen voor BRG zijn een jaarlijkse bijdrage vanuit het Rijk als onderdeel van het Project Mainport Rotterdam om de doelstellingen van het deelproject BRG te kunnen bereiken. BRG bestaat uit een aantal deelprogramma's en projecten dat tot doel heeft de ruimte in de haven beter te benutten en de leefbaarheid van de regio Rijnmond te vergroten.

Bijdragen aan agentschappen

RVB

De Interdepartementale Commissie Rijksvastgoed (ICRV) heeft tot taak om beleidsambities en beleidsagenda’s die consequenties kunnen hebben voor de taakuitvoering van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) en tevens (ontwikkel)opdrachten aan het RVB interdepartementaal af te stemmen. De ICRV beschikt over een budget om, naast de bekostiging van het secretariaat, de kennis, expertise en het vastgoed van het RVB in te schakelen bij beleidsprocessen van de leden en bij uitvoeringsvraagstukken bij het RVB en andere vastgoedhoudende Rijksdiensten.

RWS (Leefomgeving)

Rijkswaterstaat (RWS) ontvangt een bijdrage voor het ontwikkelen van Ruimtelijke Inpassingsplannen voor onder andere windparken op land en 230kV tracés. Daarnaast betreft het de jaarlijkse opdracht aan RWS ten behoeve van het beheer en onderhoud van het systeem Omgevingsloket-online (OLO2), dat nodig is ter ondersteuning van de uitvoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en Waterwet.

Basisregistraties Ondergrond (BRO)

Het betreft een bijdrage aan het Bodem Informatiesysteem (BIS) dat in beheer is bij Wageningen Environmental research (WENR). Het BIS is een gegevensbron van de BRO. WENR draagt o.a. bij aan het creëren van meerwaarde (value engineering).

TNO ontvangt via het GIP-programma bij het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) een bijdrage voor de ontwikkeling en het beheer van de BRO. TNO heeft de wettelijke taak om de landelijke voorziening BRO te ontwikkelen en te beheren. Tevens beheert TNO ook de door Geonovum ontwikkelde standaarden.

5.2 Omgevingswet

Subsidies

Eenvoudig Beter

Vanuit het belang de Unie van Waterschappen (UvW) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) te ondersteunen bij het implementeren van de Omgevingswet, is in totaal éénmalig € 18 mln. extra ter beschikking gesteld. Hiervan is € 9 mln. reeds besteed. In 2018 en 2019 worden de overige middelen uitgekeerd.

Opdrachten

Eenvoudig Beter

Deze financiële middelen zijn beschikbaar voor opdrachten aan partijen die bijdragen aan het uitwerken van de uitgangspunten van de Omgevingswet, de uitvoeringsregelgeving, de invoeringswetgeving, toetsing en consultatie.

Aan de slag

Om de implementatiedoelstelling «iedereen kan werken met en naar de bedoeling van de Omgevingswet» te bereiken wordt de invoering van de Omgevingswet ondersteund. Dit vindt plaats door onder andere het organiseren en creëren van bijeenkomsten, workshops, handleidingen en praktijkvoorbeelden. Op basis van onder andere de resultaten uit de Monitor Implementatie Omgevingswet worden specifieke communicatie en invoeringsactiviteiten vormgegeven.

Bijdragen aan agentschappen

Aan de Slag

RWS ontvangt een bijdrage voor de ontwikkeling van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Voor burgers en bedrijven is DSO het nieuwe Omgevingsloket dat digitale informatie over de fysieke leefomgeving op een plek ontsluit, inzicht geeft in wat mag op een bepaalde locatie en het proces van vergunningverlening ondersteunt. Daarnaast wordt door RWS in opdracht van BZK het Informatiepunt doorontwikkeld. Dit biedt praktische informatie en inhoudelijke uitleg over de Omgevingswet, regelgeving en kerninstrumenten. Het Informatiepunt ontsluit deze kennis via de website en de helpdesk. Ook is het Informatiepunt de helpdeskfunctie voor het DSO aan het vormgeven.

Eenvoudig Beter

Rijkswaterstaat (RWS) draagt bij aan de invoering van de Omgevingswet door inhoudelijke expertise te leveren op onderwerpen als vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) en de Crisis- en herstelwet (Chw). Deze expertise wordt middels een bijdrage aan RWS bekostigd.

Bijdragen aan medeoverheden

Aan de Slag

Dit betreft bijdragen aan ontwikkelpartners van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO-Landelijke Voorziening) ter ondersteuning van de nieuwe Omgevingswet

Ontvangsten

Dit betreft de bijdrage van de Unie van Waterschappen voor de basisregistraties.

3.6 Artikel 6. Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

A Algemene doelstelling

Zorgen voor veilige, gebruiksvriendelijke en inclusieve (digitale) overheidsdienstverlening, waaronder een veilig en betrouwbaar identiteitsstelsel waarbij veilig en efficiënt gebruik wordt gemaakt van (persoons)gegevens. De informatiepositie van burgers en bedrijven verbeteren door te zorgen voor toegankelijke en transparante overheidsinformatie en daarmee bijdragen aan het vertrouwen in de overheid. Het bewaken van rechten en publieke waarden, zoals privacybescherming en zelfbeschikking, in de informatiesamenleving en daarmee bijdragen aan de borging van de kernwaarden van de democratie.

B Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van BZK is verantwoordelijk voor een doelmatig, doeltreffend en democratisch openbaar bestuur en een goede organisatie daarvan, met het oog op een adequate dienstverlening voor burgers en bedrijven. De Minister van BZK is stelselverantwoordelijk voor de inrichting en governance van de digitale overheid, waaronder de digitale basisinfrastructuur die deze mogelijk maakt. In het verlengde van de verantwoordelijkheid een adequate digitale dienstverlening te bevorderen, heeft ook de Minister van BZK de verantwoordelijkheid te zorgen voor maatregelen die burgers rechten geven en beschermen tegen ongewenste aspecten van digitalisering. De Minister van BZK pakt de rol om voortdurend de beleidsagenda op het terrein van de informatiesamenleving en overheid te herijken aan de eisen van de tijd.

De Minister van BZK heeft een kaderstellende rol op het gebied van de digitale overheid. Kaderstellen gebeurt in de vorm van wetgeving, standaarden, architectuurkaders en richtlijnen rekening houdend met Europese ontwikkelingen en verplichtingen. Onder deze verantwoordelijkheid valt de inrichting, beschikbaarstelling, instandhouding, werking, beveiliging en betrouwbaarheid van generieke voorzieningen voor elektronisch berichtenverkeer en informatieverschaffing, alsmede van voorzieningen voor elektronische authenticatie en registratie van machtigingen in het burgerservicenummer (BSN)-domein.

De Minister van BZK is verantwoordelijk voor het beleid rondom het vaststellen van de identiteit alsmede de verstrekking van reisdocumenten op basis daarvan. Ook is de Minister van BZK verantwoordelijk voor de vastlegging van persoons- en adresgegevens in de Basisregistratie Personen (BRP). In dat kader houdt de Minister van BZK toezicht op de uitvoering van de Paspoortwet, monitort de uitvoering van de wet BRP en ondersteunt de gemeenten die primair verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van deze wetten. De Minister van BZK faciliteert hiermee het juiste gebruik van persoons- en adresgegevens door andere overheidsinstanties. Het tegengaan van fraude met, en het corrigeren van fouten van, persoons- en adresgegevens en reisdocumenten vormt hiervan een integraal onderdeel.

C Beleidswijzigingen

Regeerakkoord kabinet Rutte-III

Naar aanleiding van het Regeerakkoord van het kabinet Rutte-III is de beleidsinzet op een aantal terreinen vergroot. Zo is het programma Regie op gegevens na de verkenningsfase op basis van een meerjarige aanpak voortgezet en uitgebreid en wordt op basis van onderzoek gekeken naar het versturen van pushberichten via MijnOverheid. Ook wordt het programma Machtigen voortgezet om een generieke machtigingsvoorziening voor burgers en bedrijven te realiseren. Tot slot wordt op basis van onderzoeken die zijn uitgevoerd in 2018 gewerkt aan de modernisering van de Basisregistratie Personen, zoals gemeld in de Kamerbrief over de toekomst BRP (Kamerstukken II 2017–2018, 27 859, nr. 127).

Healthcheck Basisregistratie Personen (BRP)

In 2017 is de Operatie BRP stopgezet. De gereserveerde budgetten voor de Operatie BRP worden ingezet voor het uitgestelde onderhoud van de BRP zoals gemeld in de Kamerbrief over het rapport commissie BRP en de uitkomsten healthcheck (Kamerstukken II 2017–2018, 27 859, nr. 124).

Bundeling verantwoordelijkheid digitale overheid voor burgers en bedrijven

Op advies van onder andere de studiegroep Informatiesamenleving en Overheid is de verantwoordelijkheid voor de digitale overheid voor burgers en bedrijven in het kabinet Rutte-III gebundeld en belegd bij het Ministerie van BZK. Het doel hiervan is de samenhang in beleidsvorming tussen digitale overheid voor bedrijven en voor burgers te vergroten. In deze begroting zijn de budgetten en inzet op dit terrein voor het eerst samen opgenomen.

Doorbelasting GDI-voorzieningen

Het kabinet Rutte-II heeft op 24 februari 2017 besloten dat de toerekenbare beheer- en exploitatiekosten van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) worden doorbelast, te beginnen in 2018 voor drie voorzieningen (DigiD, MijnOverheid (MO) en Digipoort). Vanaf 2019 zullen ook de noodzakelijke overige voorzieningen van de GDI worden doorbelast. Deze budgetten voor beheer- en exploitatiekosten worden ingezet voor doorontwikkeling en innovatie van de digitale overheid.

Governance digitale overheid

Op 23 februari 2018 is de nieuwe governance voor de digitale overheid2 in werking getreden. Binnen deze governance wordt interbestuurlijk samengewerkt aan de beleidsmatige vraagstukken van de digitale overheid. Hiertoe is door het Overheidsbreed Beleidsoverleg Digitale Overheid (OBDO) de Agenda Digitale Overheid opgesteld (Kamerstukken II 2017–2018, 26 643 VII, nr. 252). Binnen de governance wordt ook het Programmaplan Basisinfrastructuur opgesteld, dit is de opvolger van het Digiprogramma en bevat een weergave van de digitale basisinfrastructuur (de Generieke Digitale Infrastructuur) en de ontwikkeling daarvan. Onderdeel van de governance is een Investeringspost voor doorontwikkeling en innovatie van de digitale overheid (inclusief de basisinfrastructuur), voorheen de zogenaamde Aanvullende Post GDI. Deze is nu budgettair geplaatst tot en met 2021 op artikel 6 van de begroting van BZK.

D1 Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Art. nr.

Verplichtingen:

147.334

192.449

174.479

172.686

167.516

110.306

110.421

 

Waarvan garantieverplichtingen

             
                 
 

Uitgaven:

198.313

192.449

174.479

172.686

167.516

110.306

110.421

 

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

   

48%

       
                 

6.2

Overheidsdienstverlening, informatiebeleid

en informatiesamenleving

47.165

68.656

78.034

77.340

76.342

76.042

76.042

 

Subsidies

688

859

200

200

200

200

200

 

(Door)ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen

287

415

0

0

0

0

0

 

Communicatie, kennisdeling en onderzoek

321

424

0

0

0

0

0

 

Digitale dienstverlening

80

20

0

0

0

0

0

 

Overheidsdienstverlening

0

0

200

200

200

200

200

 

Opdrachten

15.748

22.872

19.028

22.995

24.297

23.997

23.997

 

(Door)ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen

1.991

4.816

0

0

0

0

0

 

Aanpak fraudebestrijding

10.849

11.482

0

0

0

0

0

 

Digitale dienstverlening

1.114

2.588

0

0

0

0

0

 

Informatiebeleid

1.794

2.422

6.687

7.187

8.187

8.187

8.187

 

Informatiesamenleving

0

0

2.000

5.000

5.000

5.000

5.000

 

Investeringspost Digitale Overheid

0

1.564

0

0

0

0

0

 

Overheidsdienstverlening

0

0

10.341

10.808

11.110

10.810

10.810

 

Bijdragen aan agentschappen

28.627

36.765

45.156

39.995

37.695

37.695

37.695

 

Agentschap Telecom

0

0

1.600

1.600

1.600

1.600

1.600

 

Logius

24.496

31.985

22.860

20.330

20.260

20.260

20.260

 

RvIG

2.731

2.150

5.560

2.000

2.000

1.816

1.816

 

RvIG (Aanpak fraudebestrijding)

657

480

0

0

0

0

0

 

RVO.nl

35

2.150

7.150

8.080

5.850

6.034

6.034

 

UBR

708

0

7.986

7.985

7.985

7.985

7.985

 

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

1.600

6.972

12.900

13.400

13.400

13.400

13.400

 

CBS

0

22

500

0

0

0

0

 

ICTU

0

4.000

4.500

5.500

5.500

5.500

5.500

 

Kadaster

0

250

0

0

0

0

0

 

KvK

0

2.700

7.900

7.900

7.900

7.900

7.900

 

RDW

1.600

0

0

0

0

0

0

 

Bijdragen aan medeoverheden

502

987

700

700

700

700

700

 

Gemeenten

502

953

700

700

700

700

700

 

Provincies

0

12

0

0

0

0

0

 

Waterschappen

0

22

0

0

0

0

0

 

Bijdragen aan andere

begrotingshoofdstukken

0

201

50

50

50

50

50

 

Ministerie van Buitenlandse Zaken (H5)

0

50

50

50

50

50

50

 

Diverse bijdragen

0

151

0

0

0

0

0

                 

6.3

Betrouwbare levering van e-overheidsvoorzieningen

101.511

79.243

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

2.206

2.342

0

0

0

0

0

 

Beheer e-overheidvoorzieningen

415

155

0

0

0

0

0

 

Officiële publicaties en wettenbank

1.791

2.187

0

0

0

0

0

 

Bijdragen aan agentschappen

99.305

70.734

0

0

0

0

0

 

Agentschap Telecom

0

1.644

0

0

0

0

0

 

Logius

88.522

50.916

0

0

0

0

0

 

RvIG

3.434

3.512

0

0

0

0

0

 

RVO.nl

0

7.085

0

0

0

0

0

 

UBR

7.349

7.577

0

0

0

0

0

 

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

6.167

0

0

0

0

0

 

CBS

0

1.045

0

0

0

0

0

 

ICTU

0

422

0

0

0

0

0

 

KvK

0

4.700

0

0

0

0

0

                 

6.4

Burgerschap

7.365

11.258

0

0

0

0

0

 

Subsidies

5.012

6.739

0

0

0

0

0

 

Comité 4/5 mei

106

296

0

0

0

0

0

 

Democratie

0

1.100

0

0

0

0

0

 

ProDemos

4.312

4.603

0

0

0

0

0

 

Programma burgerschap

594

740

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

2.353

4.519

0

0

0

0

0

 

Democratie

1.057

2.128

0

0

0

0

0

 

Programma burgerschap

1.296

2.391

0

0

0

0

0

                 

6.5

Identiteitsstelsel

42.272

33.292

39.502

38.386

34.214

34.264

34.379

 

Opdrachten

9.287

4.066

19.938

18.826

14.672

14.672

14.707

 

Beleid BRP en reisdocumenten

146

4.052

0

0

0

0

0

 

Identiteitsstelsel

0

0

19.938

18.826

14.672

14.672

14.707

 

Operatie BRP

9.141

14

0

0

0

0

0

 

Bijdragen aan agentschappen

32.659

27.798

19.564

19.560

19.542

19.542

19.542

 

RvIG

32.659

27.798

19.564

19.560

19.542

19.542

19.542

 

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

350

0

0

0

0

0

 

ICTU

0

350

0

0

0

0

0

 

Bijdragen aan medeoverheden

326

1.078

0

0

0

50

130

 

Gemeenten

326

1.078

0

0

0

50

130

                 

6.6

Investeringspost digitale overheid

0

0

56.943

56.960

56.960

0

0

 

Opdrachten

0

0

56.943

56.960

56.960

0

0

 

Doorontwikkeling en innovatie digitale overheid

0

0

56.943

56.960

56.960

0

0

                 
 

Ontvangsten

25.255

6.490

1.609

1.612

1.612

1.612

1.612

D2 Budgetflexibiliteit

Van het totale uitgavenbudget op artikel 6 is 48% juridisch verplicht en dit kent de volgende onderverdeling:

Subsidies

De subsidies zijn voor 26% verplicht. Het gaat om subsidies aan de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO) en Stichting Missing Chapter.

Opdrachten

De opdrachten zijn voor 14% verplicht. Dit betreft onder andere verplichtingen die zijn aangegaan voor de aanpak fraudebestrijding en de productie van officiële publicaties. Van het budget voor opdrachten is € 57 mln. bestuurlijk gebonden. Dit betreft de middelen van de Investeringspost Digitale Overheid.

Bijdragen aan agentschappen

De bijdragen aan agentschappen zijn voor 92% juridisch verplicht. Het betreft verplichtingen die aangegaan zijn voor het beheren en doorontwikkelen van diverse e-overheidsvoorzieningen, zoals het eID-stelsel en het BRP-stelsel.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

De bijdragen aan ZBO’s/RWT’s zijn voor 81% juridisch verplicht. Het betreft onder andere verplichtingen die aangegaan zijn het programma Regie op Gegevens en voor het beheren en doorontwikkelen van het Digitaal Ondernemersplein.

Bijdragen aan medeoverheden

De bijdragen aan medeoverheden zijn voor 76% juridisch verplicht. Het betreft onder andere verplichtingen die aangegaan zijn voor het verstrekken van DigiD’s aan niet-ingezetenen.

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

De bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken zijn voor 100% juridisch verplicht. Het betreft verplichtingen die aangegaan zijn voor het verstrekken van DigiD’s in het buitenland.

E Toelichting op de instrumenten

6.2 Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving

Het Ministerie van BZK wil de komende jaren veilig, snel en betrouwbaar diensten verlenen en maatschappelijke vraagstukken aanpakken. Om deze ambitie vorm te geven is NL DIGIbeter, de Agenda Digitale Overheid, opgesteld. De financiering van de agenda geschiedt in de eerste plaats uit het reguliere begrotingsgeld van de betrokken overheden (zoals de middelen op dit artikelonderdeel). Daarnaast is een Investeringspost digitale overheid (artikel 6.6) beschikbaar.

Subsidies

Overheidsdienstverlening

Ten behoeve van verbetering van de overheidsdienstverlening in de informatiesamenleving wordt onder andere subsidie verleend aan stichting Missing Chapter. Deze stichting ondersteunt bedrijven, scholen, overheden en maatschappelijke organisaties die kinderen willen betrekken bij het nemen van besluiten. Voor het Ministerie van BZK ondersteunt zij de Raad van Kinderen. Daarnaast wordt subsidie verleend aan TNO voor het ontwikkelen en stimuleren van inclusive design van overheidswebsites.

Opdrachten

Informatiebeleid

Toegankelijke en transparante overheidsinformatie versterkt de informatiepositie van burgers en bedrijven en dragen bij aan de publieke verantwoording van de overheid. De Minister van BZK werkt aan open databeleid dat zich richt op optimale openbare beschikbaarheid en (her)gebruik van overheidsdata. Ook is de Minister van BZK verantwoordelijk voor verschillende elektronische publicaties waaronder Wetten.nl en de Staatscourant, alsmede voor de coördinatie van alle officiële publicaties. Dit betreft een wettelijke taak. De productie van officiële publicaties vindt plaats bij de Sdu.

Daarnaast werkt de Minister van BZK aan een adequaat informatiebeveiligingsbeleid. Hiervoor wordt onder andere een campagneplan «Informatiebeveiliging voor bestuurders en ambtenaren» opgezet ten behoeve van het structureel op de agenda plaatsen van het thema informatiebeveiliging. Daarbij wordt onder meer een congres, campagnemateriaal en e-learning ingezet.

Informatiesamenleving

De inzet van digitale technologieën kunnen publieke waarden, zoals gelijke behandeling en privacy, versterken, maar ook onder druk zetten. De Minister van BZK zorgt voor de bescherming van de rechten van burgers en ondernemers in de informatiesamenleving. De Minister van BZK onderzoekt en investeert door middel van cursussen daarom in kennis over de effecten van nieuwe technologieën en voert nationale en internationale dialogen om te komen tot nieuw beleid en waar nodig wetgeving.

Overheidsdienstverlening

Adequate dienstverlening door de overheid sluit aan bij de behoeften van burgers en bedrijven en gaat mee met ontwikkelingen in de samenleving. Het Ministerie van BZK werkt aan de verbetering van de kwaliteit en toegankelijkheid van digitale dienstverlening. Concrete mijlpaal bij deze opgave is dat alle websites van overheidsinstanties per 23 september 2020 voldoen aan de Europese webtoegankelijkheidsrichtlijn, en mobiele apps per 23 september 2021. Het gebruikersperspectief staat centraal en de dienstverlening wordt georganiseerd rond behoeften en gedifferentieerd naar omstandigheden. Hierbij worden de kansen die digitalisering biedt benut door experimenten en pilots uit te voeren om de overheidsdienstverlening te innoveren. Tegelijkertijd is er ook aandacht voor de aanzienlijke groep mensen die moeite heeft digitaal mee te komen. Via het Rijksbrede programma Digitale Inclusie wordt extra ingezet op ondersteuning van mensen om zelfredzaam te zijn en te blijven, door het bevorderen van digitale vaardigheden en digitaal bewustzijn.

Bijdragen aan agentschappen

Om digitale dienstverlening en digitale beschikbaarheid van overheidsinformatie mogelijk te maken is een digitale basisinfrastructuur nodig. Het beheer en de doorontwikkeling van de basisinfrastructuur is belegd bij verschillende overheidsorganisaties.

Agentschap Telecom

Agentschap Telecom ontvangt een bijdrage van de Minister van BZK voor het uitvoeren van toezicht op het stelsel van elektronische toegangsdiensten (eTD) in het bedrijvendomein.

Logius

Een randvoorwaarde voor goede digitale dienstverlening is één regime voor digitale identificatie en authenticatie die voor burgers en bedrijven veilig en betrouwbaar is. Logius ontvangt een bijdrage van de Minister van BZK voor het beheer van het eID stelsel. Daarnaast ontvangt Logius bijdragen voor het doorvoeren van verbeteringen aan MijnOverheid, doorontwikkeling van de Berichtenvoorziening voor burgers, beheer en exploitatie van eHerkenning, het Bureau Forum Standaardisatie en de verbreding van Standard Business Reporting (SBR).

RvIG

De Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) ontvangt een bijdrage van de Minister van BZK voor de beheervoorziening Burgerservicenummer. De beheervoorziening Burgerservicenummer zorgt voor het toekennen van een uniek Burgerservicenummer bij inschrijving in de Basisregistratie Personen en het beheer van deze nummers om een efficiënte koppeling tussen burgers en instanties te maken.

RVO.nl

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) ontvangt een bijdrage van de Minister van BZK voor het beheer en de exploitatie van voorzieningen ten behoeve van digitale overheid voor bedrijven. Het betreft onder andere het beheer en doorontwikkeling van Antwoord voor Bedrijven en de Berichtenbox voor Bedrijven. Daarnaast ontvangt PIANOo, het Expertisecentrum Aanbesteden van RVO.nl, een bijdrage voor de ondersteuning van inkopers bij vraagstukken op het gebied van inkoop van open source software.

UBR

Het Kennis- en Exploitatiecentrum Officiële Overheidspublicaties (KOOP), onderdeel van UBR, ontvangt een bijdrage van de Minister van BZK voor het beheer van de Wettenbank, het open data portal en overheid.nl. Via deze portalen worden diverse elektronische publicaties en overheidsinformatie openbaar gemaakt.

Bijdragen aan ZBO's / RWT's

CBS

Het Centraal Bureau voor de Statistiek ontvangt een bijdrage van de Minister van BZK ten behoeve van de participatie in Standard Business Reporting (SBR).

ICTU

ICTU ontvangt een bijdrage van de Minister van BZK voor activiteiten ten behoeve van het Programma Regie op Gegevens. Het programma werkt aan het principe dat burgers en bedrijven regie krijgen op eigen gegevens en hoe dat in de praktijk kan worden vormgegeven. Dit betekent dat mensen bij het regelen van bepaalde zaken hun gegevens kunnen inzien, (her)gebruiken, wijzigen of verwijderen. Om bijvoorbeeld hun zorg, overzicht in financiën, het aanvragen van aangepast vervoer of het afsluiten van een hypotheek makkelijker te kunnen regelen. Om dit principe in de praktijk te brengen werkt het programma samen met de samenleving (inwoners/ondernemers, publieke, private, maatschappelijke partijen en belangenorganisaties) aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken of innovaties, waarbij «de mens centraal» staat en «regie hebben op je gegevens» het uitgangspunt is. Van een principe naar uitvoering komen vraagt om heldere afspraken over hoe (overheids)gegevens ontsloten kunnen worden, zodat gebruikers, maar ook gegevenshouders en dienstenaanbieders met vertrouwen mee kunnen doen. Daarom werkt het programma aan 1) generieke afspraken die het voeren van «regie op je gegevens» door inwoners/ondernemers in de praktijk mogelijk maken, 2) het gegevenslandschap van de overheid helpen inrichten om «regie op gegevens» te faciliteren en 3) het helpen ontstaan van de eerste toepassingen om gegevensuitwisseling onder regie van de inwoner/ondernemer daadwerkelijk plaats te laten vinden.

Een samenhangend informatiebeleid van de overheid dat voldoet aan veranderende maatschappelijke eisen maakt gemeenschappelijke afspraken noodzakelijk. In de Nederlandse Overheid Referentie Architectuur (NORA) zijn de vigerende, breed geldende afspraken van de digitale overheid opgenomen. ICTU ontvangt een bijdrage van de Minister van BZK voor het beheer en de doorontwikkeling van NORA.

KVK

De Kamer van Koophandel (KvK) ontvangt een bijdrage van de Minister van BZK voor het beheer en de exploitatie van het Digitaal Ondernemersplein en voor het beheer en ontwikkeling van MijnOverheid voor Ondernemers.

Bijdragen aan medeoverheden

Gemeenten

Gemeenten die DigiD’s aan niet-ingezetenen verstrekken, ontvangen hiervoor een bijdrage.

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

Ministerie van Buitenlandse Zaken (H5)

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ) ontvangt een bijdrage voor de uitgifte van DigiD’s in het buitenland.

6.5 Identiteitsstelsel

Opdrachten

Identiteitsstelsel

Een veilig en betrouwbaar identiteitsstelsel gaat mee met de ontwikkelingen in de samenleving, en past zich aan aan de wensen en behoeften van gebruikers. De belangrijkste elementen van het huidige identiteitsstelsel zijn de Basisregistratie Personen (BRP) en het reisdocumentenstelsel. De Minister van BZK werkt aan de ontwikkeling van een digitaal stelsel en een digitale identiteit.

De BRP bevat persoonsgegevens van ingezetenen van Nederland en niet-ingezetenen met een band met de Nederlandse overheid. Deze gegevens worden door circa 800 overheidsorganisaties en derden gebruikt ten behoeve van de uitvoering van hun wettelijke taken. De Minister van BZK werkt aan de modernisering van de BRP. Daarnaast wordt gewerkt aan het oplossen van de problemen die burgers kunnen ondervinden in de dienstverlening van de overheid, indien zij niet of niet op de juiste wijze in de BRP zijn ingeschreven. Het gaat daarbij onder andere om voorlichting en training van gemeenteambtenaren.

Het reisdocumentenstelsel omvat de aanvraag, uitgifte, registratie van reisdocumenten, alsmede het houden van toezicht op de uitvoering daarvan door de uitgevende instanties. De Minister van BZK werkt aan verbetering van het stelsel gericht op verdere digitaliseringsmogelijkheden en het verbeteren van de kwaliteit van de biometrie. Ook wordt de toezicht systematiek geëvalueerd.

De Minister van BZK zet zich in voor het voorkomen van fraude en het juist gebruiken van persoonsgegevens. Deze inspanningen zijn gericht op verdere verhoging van de kwaliteit van de BRP en van de identiteitsproducten. Dit wordt mede gerealiseerd in het project Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA). Om de kwaliteit van de BRP te verhogen en adresfraude op te sporen, leggen gemeenten adresbezoeken af en wisselen ketenpartners gegevens beter uit.

Bijdragen aan agentschappen

RvIG

De Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) ontvangt een bijdrage van de Minister van BZK voor het beheer en onderhoud van de centrale voorzieningen van de BRP, waaronder de GBA-V, het Register Niet-Ingezetenen (RNI) en de Persoonsinformatievoorziening Nederlandse Antillen en Aruba Verstrekkingen (PIVA-V). Hieronder vallen ook de activiteiten voor het uitgestelde onderhoud als gevolg van het stopzetten van de operatie BRP, zoals gemeld in de Kamerbrief over het rapport commissie BRP en de uitkomsten van de health check (Kamerstukken II 2017–2018, 27 859, nr. 124). Daarnaast verstrekt RvIG jaarlijks, namens de Minister van BZK, een vergoeding aan de RNI-loketgemeenten voor de inschrijving van niet-ingezetenen.