﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34682-255/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamerstuk>
    <kamerstukkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Tweede Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">2</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">Kamerstukken</tekstregel>
    </kamerstukkop>
    <dossier>
      <dossiernummer>
        <dossiernr>34 682</dossiernr>
      </dossiernummer>
      <titel>Nationale Omgevingsvisie</titel>
    </dossier>
    <dossier>
      <dossiernummer>
        <dossiernr>33 561</dossiernr>
      </dossiernummer>
      <titel>Structuurvisie Windenergie op Zee (SV WoZ)</titel>
    </dossier>
    <dossier>
      <dossiernummer>
        <dossiernr>32 849</dossiernr>
      </dossiernummer>
      <titel>Mijnbouw</titel>
    </dossier>
    <stuk>
      <stuknr>Nr. <ondernummer kamer="2">255</ondernummer></stuknr>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI</titel>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
            <al>Den Haag, 6 juli 2026</al>
            <al>De elektrificatie van het Nederlandse energiesysteem, en de verduurzaming daarvan, is een van de speerpunten van dit kabinet. Tegelijkertijd is ook de leveringszekerheid van aardgas de komende decennia cruciaal. De Nederlandse Noordzee speelt een belangrijke rol in beide opgaven. Hier zal de ambitie voor windenergie op zee worden gerealiseerd, terwijl het ook de aardgasvoorraden heeft waarmee Nederland zijn importafhankelijkheid kan beperken. Het inpassen van windparken en mijnbouwactiviteiten op de Noordzee kent uitdagingen. In deze brief wordt ingegaan op de maatwerkaanpak-ontwikkelingen van de afgelopen jaren, de voorgenomen wijzigingen van het juridisch instrumentarium die nodig zijn om regie te kunnen voeren op de gecombineerde ontwikkeling van windenergielocaties en mijnbouwactiviteiten en de ontwikkelingen ten aanzien van vliegprocedures om met minder ruimtegebruik veilig naar platforms te kunnen blijven vliegen. Met de gekozen oplossingsrichtingen wordt het beter mogelijk om op de Noordzee de uitrol van windenergie op zee, de versnelling van de gaswinning, en de ontwikkeling van ondergrondse opslag van CO<inf>2</inf> zo optimaal mogelijk ruimtelijk vorm te geven.</al>
            <al>U bent in de Kamerbrief van 17 mei 2023<noot id="ID-1264476-d40e100" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II 2023/24, <extref doc="kst-34682-161" soort="document" status="actief">34 682, nr. 161</extref>.</noot.al></noot> geïnformeerd over de toenemende ruimtelijke uitdagingen op de Noordzee als gevolg van de uitrol van windparken enerzijds en de aanwezige en toekomstige mijnbouwactiviteiten anderzijds. Daarbij werd geconstateerd dat het huidige wettelijk instrumentarium onvoldoende mogelijkheden biedt om deze belangen tijdig tegen elkaar af te wegen en om zo regie te kunnen voeren op optimaal ruimtegebruik. In diezelfde brief werd daarom: 1) een aanvulling op het juridische instrumentarium en 2) onderzoek naar ruimtebesparende manieren van vliegen van en naar mijnbouwinstallaties op zee aangekondigd. Sindsdien is de ruimtelijke druk op de Noordzee verder toegenomen, onder andere als gevolg van opgaven voor defensie, natuur en een Europese verplichting<noot id="ID-1264476-d40e109" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>Verordening (EU) 2024/1735</noot.al></noot> voor de realisatie van CO<inf>2</inf>-opslagcapaciteit. Dit onderstreept dat tijdiger regie en het kunnen voorschrijven van ruimtebesparende (vlieg)technieken nodig zijn.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Uitdagingen voor het inpassen van windparken op zee en mijnbouwactiviteiten</tussenkop>
            <al>Wanneer activiteiten van nationaal belang stapelen in hetzelfde gebied, zoals windenergie en mijnbouw, is gecombineerd en ruimte-efficiënt gebruik het uitgangspunt. De afweging tussen windenergie en andere (nationale) belangen vindt als eerste plaats op planniveau wanneer windenergiegebieden in het Programma Noordzee worden aangewezen. In dit Programma weegt het kabinet de belangen van bestaande en voorziene mijnbouwactiviteiten zorgvuldig af tegen het belang van ruimte voor nieuwe windparken, zodat zowel windenergie als mijnbouw zoveel mogelijk ontwikkeld kunnen worden. De exacte ruimtelijke inpassing van de windparken ten opzichte van (voorgenomen) mijnbouwactiviteiten vindt plaats middels een maatwerkproces onder leiding van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, in nauwe afstemming met de mijnbouwoperators. Het kavelbesluit dat later volgt bepaalt de uiteindelijke begrenzing tussen een mijnbouwinstallatie(s) en een toekomstig windpark.</al>
            <al>In de bovengenoemde Kamerbrief is echter geconstateerd dat er onvoldoende mogelijkheid is om als bevoegd gezag tot een belangenafweging te komen zolang een windenergiegebied in het Programma Noordzee is aangewezen, maar daarbinnen nog geen kavel is aangewezen met een kavelbesluit of een voorbereidingsbesluit<noot id="ID-1264476-d40e129" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al>als bedoeld in artikel 3, eerste lid, respectievelijk 9, eerste lid, van de Wet windenergie op zee.</noot.al></noot>. Met het bestaande wettelijk instrumentarium kan een mijnbouwinitiatief, wat onvoorzien was tijdens de vaststelling van het Programma Noordzee, worden ontwikkeld in of nabij een aangewezen windenergiegebied. Dit kan de mogelijkheden voor de ontwikkeling van windenergie op die locatie inperken, zonder dat er een bestuurlijke ruimtelijke afweging is gemaakt hoe de activiteiten het beste kunnen samengaan. Dit leidt tot onzekerheid over de mogelijkheden om de doelen voor windenergie op zee te halen, maar ook tot risico’s voor investeringen in het bijbehorende net op zee, dat van TenneT vroegtijdige investeringen vraagt. Mijnbouwondernemers kunnen eveneens onzekerheid ervaren over de beschikbaarheid van ruimte met de komst van een windenergiegebied nabij hun activiteiten. Dit kan ook een belemmerend effect hebben op de benodigde investeringen van deze activiteiten. Kortom, partijen betrokken bij de ontwikkeling van beide activiteiten zijn gebaat bij vroegtijdiger duidelijkheid.</al>
            <al>In dezelfde Kamerbrief is geconstateerd dat er nog onvoldoende kennis was over de obstakelvrije ruimte die nodig is tussen windparken en mijnbouwplatformen om daar veilig naar toe te kunnen vliegen. Dit vergroot de onzekerheid voor de realisatie van windenergie of beperkt de inpassing van mijnbouwactiviteiten. Door het gezamenlijk ontwikkelen van maatwerk voor een aantal concrete casussen is de laatste jaren meer inzicht ontstaan.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">De maatwerkaanpak-ontwikkelingen van de afgelopen jaren</tussenkop>
            <al>De afgelopen twee jaar is er intensief samengewerkt met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Energie Beheer Nederland (EBN), mijnbouwbedrijven, TenneT, helikopteroperators, aeronautische experts en kennisinstellingen. Dit leidde onder andere tot succesvolle inpassing van bestaande en geplande mijnbouwactiviteiten in kavelbesluiten voor windenergie op zee. De succesvolle afronding van twee maatwerktrajecten is toegelicht in de Kamerbrief van 16 mei 2025<noot id="ID-1264476-d40e147" type="voet"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II 2024/25, <extref doc="kst-33561-84" soort="document" status="actief">33 561, nr. 84</extref>.</noot.al></noot>. Dit heeft de volgende inzichten opgeleverd.</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>•</li.nr>
                <al>Een maatwerkoplossing start bij het vaststellen van een acceptabele helikopterbereikbaarheid voor de mijnbouwoperator en vraagt vervolgens ruimtelijke en luchtvaart technische maatregelen om de luchtvaartveiligheid te waarborgen met een zo beperkt mogelijk ruimtebeslag. Omdat de verschillende activiteiten op mijnbouwplatforms ook een verschillende mate van helikopterbereikbaarheid vragen, is de benodigde ruimte rondom elk platform anders. Dit betekent dat maatwerk voor elk platform nodig is.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>•</li.nr>
                <al>De vliegprocedures die tot nu toe gebruikt worden om platforms veilig te bereiken nemen veel ruimte in beslag, wat de ruimte voor nieuwe windparken kan beperken. Daarom is er behoefte aan nieuwe ruimtebesparende vliegprocedures. Ik kom daar verderop op terug.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>•</li.nr>
                <al>Vroegtijdige afstemming tussen mijnbouwoperators en het Rijk (windenergie) vergroot de ruimtelijke inpassingsmogelijkheden van beide. Naarmate verschillende activiteiten en plannen in tijd en ruimte vorderen, wordt het ingewikkelder en kostbaarder om tot een goede ruimtelijke afstemming te komen.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>•</li.nr>
                <al>Intensieve samenwerking tussen mijnbouwpartijen en het Rijk bij het zoeken naar een maatwerkoplossing biedt een goed uitgangspunt om te komen tot creatieve, gedragen resultaten die voor alle partijen acceptabel zijn.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>•</li.nr>
                <al>Het bestaande juridisch instrumentarium, te weten een omgevingsvergunningplicht voor gebruik van de locatie als het voorbereidingsbesluit voor windparken is genomen, geeft marktpartijen – in het stadium dat de besluitvorming voor windenergie al vergevorderd is – de juiste prikkel voor ruimtebesparing. Dit instrument stelt de overheid in staat om te besluiten over het al dan niet toestaan van nieuwe mijnbouwactiviteiten in het licht van de verenigbaarheid met het beoogde windpark. Vanwege de timing geeft dit instrument momenteel geen ruimtebesparende prikkel in situaties waarin de ontwikkeling van windenergie minder vergevorderd is.</al>
              </li>
            </lijst>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Voorgenomen wijziging juridisch instrumentarium</tussenkop>
            <al>Vanwege bovenstaande inzichten zal een wijziging van het bestaande juridisch instrumentarium uit het stelsel van de Omgevingswet in gang worden gezet. Het voornemen is om de omgevingsvergunningplicht voor een mijnbouwlocatieactiviteit in de tijd naar voren te halen. Daarmee wordt het mogelijk om vroegtijdiger in het proces van windenergie specifieke situaties te toetsen op de mate waarin en in welke vorm mijnbouw en windenergie op zee samen kunnen gaan. Deze vroegtijdige duidelijkheid moet de investeringszekerheid borgen voor zowel het net op zee als ook voor mijnbouwondernemers.</al>
            <al>De vergunningplicht zal gaan gelden vanaf het moment dat het windenergiegebied in de Omgevingsregeling is aangewezen. Hiervoor is het nodig om het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) te wijzigen, en aansluitend ook de Omgevingsregeling. Gestreefd wordt naar internetconsultatie voor het concept-wijzigings<?xpp afbm?>besluit medio 2026. De beoogde inwerkingtreding van het definitieve wijzigingsbesluit is 1 januari 2028. Deze vergunningenplicht zal niet gaan gelden voor al bestaande mijnbouwinstallaties en vergevorderde mijnbouwprojecten. In die situaties zal er, net als in afgelopen jaren, in samenspraak met mijnbouwondernemers maatwerkonderzoek plaatsvinden. Daarbij is het aan het Rijk om een aanvaardbare oplossing te faciliteren. Naast deze wijziging van het juridisch instrumentarium worden momenteel de (mogelijk toekomstige) mijnbouwlocaties in kaart gebracht zodat hier rekening mee kan worden gehouden bij het eventueel aanwijzen van de nieuwe windenergiegebieden. Dit draagt bij aan het voorkomen van inpassingsproblemen.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Andere acties</tussenkop>
            <al-groep>
              <al>Naast de bovengenoemde initiatieven zijn ook de volgende acties uitgevoerd of gestart om de windenergie op zee en mijnbouwactiviteiten beter ruimtelijk met elkaar te verenigen:</al>
              <al>In samenwerking met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat heb ik een proefproject gestart voor de toepassing van een innovatieve ruimtebesparende vliegprocedure op zee: de Point in Space (PinS) vliegprocedure. Het doel van de hierbij toegepaste navigatietechniek is om met minder ruimte veilig naar platforms te kunnen vliegen. De technische resultaten van de vliegtesten zijn tot nu toe veelbelovend. Ruimtelijk, zien we dat de PinS-vliegprocedure per mijnbouwplatform kan leiden tot een ruimtebesparing van een factor 5 tot 7 ten opzichte van conventionele vliegprocedures. Dit betekent al snel een paar honderd vierkante kilometer ruimtewinst die vrijkomt voor ander gebruik, bijvoorbeeld voor windenergie op zee<noot id="ID-1264476-d40e189" type="voet"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al>Elke honderd vierkante kilometer biedt ruimte aan ongeveer 1 GW windenergie op zee</noot.al></noot>.</al>
            </al-groep>
            <al>Het streven is om eind dit jaar de eerste PinS-vliegprocedure goedgekeurd te krijgen om deze daarna in gebruik te nemen. Vanwege het innovatieve karakter bestaat het risico op vertraging in de goedkeuringsprocedure. Dit zou kunnen leiden tot vertraging in de kavelbesluiten en daarmee de uitrol van windenergie op zee. Om dit risico te beperken leg ik daarom het ontwerpkavelbesluit Nederwiek I-b ter inzage parallel aan de goedkeuringsprocedure. Het ontwerpkavelbesluit bevat echter een voorbehoud dat het definitieve kavelbesluit pas kan worden vastgesteld als de goedkeuring succesvol is afgerond.</al>
            <al>De ontwikkeling van PinS is een mooi voorbeeld van samenwerking tussen verschillende partijen waardoor innovatieve oplossingen tot stand komen.</al>
            <al>De Minister van Infrastructuur en Waterstaat werkt op basis van de opgedane kennis en ervaring aan een proceskader waarin wordt uitgewerkt welke stappen en onderzoeken gedaan moeten worden om de luchtvaartveiligheid van een ruimtelijk ontwerp te beoordelen.</al>
            <al>EBN heeft waardevolle inlichtingen verschaft over de bestaande en mogelijk toekomstige mijnbouwactiviteiten, waarmee vroeger inzichtelijk werd welke gebieden meer en minder geschikt zullen zijn voor de realisatie van windparken. Dit heeft ook een belangrijke rol gespeeld bij de identificatie van nieuwe zoekgebieden voor windenergie in de notitie reikwijdte en detailniveau voor het Programma Noordzee 2028–2033. Daarnaast heeft EBN ook kritisch gekeken naar de noodzaak voor bereikbaarheid van verschillende typen operaties per helikopter.</al>
            <al>Er zijn afspraken met de mijnbouwsector gemaakt in het Sectorakkoord gaswinning in de Energietransitie om te komen tot een zo efficiënt mogelijk ruimtegebruik bij de opsporing en winning van koolwaterstoffen en de ontmanteling van mijnbouwinstallaties.<noot id="ID-1264476-d40e209" type="voet"><noot.nr>6</noot.nr><noot.al><extref doc="https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/04/23/sectorakkoord-gaswinning-in-de-energietransitie" soort="URL" status="actief">https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/04/23/sectorakkoord-gaswinning-in-de-energietransitie</extref></noot.al></noot></al>
            <al>TNO onderzoekt in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat de mogelijkheden voor ruimtebesparende monitoringstechnieken voor CO<inf>2</inf>-opslagvoorkomens. Onder andere wordt de toepasbaarheid van glasvezelkabels op de zeebodem als monitoringsinstrument onderzocht. Indien dit een succes blijkt, zal de monitoring van CO<inf>2</inf>-opslaglocaties met aanzienlijk minder ruimte af kunnen.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vervolg</tussenkop>
            <al>De bovenstaande inzichten en reeds in gang gezette acties krijgen onder andere een uitwerking in het Programma Noordzee 2028–2033, waarvoor de voorbereiding inmiddels is gestart. Door het vroegtijdig en proactief inventariseren van bestaande en toekomstige mijnbouwinitiatieven en bijbehorende belangen, de voorgenomen aanvulling van de juridische sturingsinstrumentarium en het inzetten van nieuwe ruimtebesparende vliegprocedures voor helikopters, wordt de uitrol van windenergie op zee, de versnelling van gaswinning en de ontwikkeling van ondergrondse opslag van CO<inf>2</inf> op de Noordzee zo optimaal mogelijk ruimtelijk vormgeven.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De Minister van Klimaat en Groene Groei,</functie>
            <naam>
              <voornaam>S. van</voornaam>
              <achternaam>Veldhoven-van der Meer</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
    </stuk>
  </kamerstuk>
</officiele-publicatie>