34 666 Wijziging van de Wet ruimtelijke ordening en de Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening (afschaffing actualiseringsplicht bestemmingsplannen en beheersverordeningen)

Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is dat de verplichting om bestemmingsplannen en beheersverordeningen als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening binnen tien jaar te actualiseren vervalt in verband met de verwachte inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin geen vergelijkbare verplichting is opgenomen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet ruimtelijke ordening wordt als volgt gewijzigd:

A

Na artikel 3.1 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 3.1a

Artikel 3.1, tweede, vierde en vijfde lid, is niet van toepassing op bestemmingsplannen die elektronisch raadpleegbaar zijn.

B

Na artikel 3.38 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 3.38a

Artikel 3.38, tweede lid, is niet van toepassing op beheersverordeningen die elektronisch raadpleegbaar zijn.

ARTIKEL II

Artikel 9.1.4, derde en vierde lid, en artikel 9.2.5, derde lid, van de Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening vervallen.

ARTIKEL III

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Infrastructuur en Milieu,

Naar boven